Nederlands (Dutch)

00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 1 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
00825-0111-4811, Rev HA
September 2013
Rosemount 3300 Series niveau- en
interfacetransmitter met geleide radar
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 2 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Over deze gids
Deze startgids bevat elementaire richtlijnen voor de Rosemount 3300 Series.
Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 3300 Series (publicatienr.
00809-0100-4811) voor nadere instructies. De handleiding en deze snelstartgids
zijn op www.rosemount.com ook in digitale vorm beschikbaar.
WAARSCHUWING
Vervanging door niet-goedgekeurde onderdelen of het verrichten van andere onderhoudswerkzaamheden dan het vervangen van de complete transmitterkop of sondeconstructie
kan de veiligheid in gevaar brengen en is verboden.
Het aanbrengen van wijzigingen aan het product die niet zijn goedgekeurd is ten strengste
verboden, omdat zulke wijzigingen de prestaties op onbedoelde en onvoorspelbare wijze
kunnen veranderen en de veiligheid in gevaar kunnen brengen. Niet-goedgekeurde wijzigingen die de integriteit van de lassen of flenzen aantasten (bijvoorbeeld het aanbrengen
van extra gaten) zijn van negatieve invloed op de integriteit en veiligheid van het product.
Als producten beschadigd zijn of zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van
Emerson Process Management zijn gemodificeerd, vervallen de apparatuurclassificaties
en -certificeringen. Verder gebruik van beschadigde of zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming gewijzigde producten vindt plaats op eigen risico en kosten van de klant.
2
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 3 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
WAARSCHUWING
Als u deze installatie- en onderhoudsrichtlijnen niet aanhoudt, kan ernstig of dodelijk letsel het gevolg zijn
 Laat de installatie- of onderhoudswerkzaamheden uitsluitend door daartoe bevoegde
personen uitvoeren.
 Gebruik de apparatuur uitsluitend volgens de specificaties in deze snelstartgids en in de
naslaghandleiding. Anders zal de apparatuur mogelijk minder bescherming bieden.
 Verricht geen andere onderhoudswerkzaamheden dan vermeld in deze handleiding,
tenzij u daartoe bevoegd bent.
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken
 Controleer of de bedrijfsomgeving van de transmitter voldoet aan de van toepassing
zijnde specificaties voor explosiegevaarlijke locaties. Raadpleeg ‘Productcertificeringen’
op pagina 18 in deze snelstartgids.
 Verwijder bij een explosieveilige/drukvaste installatie de transmitterdeksels niet terwijl
er stroom staat op het instrument.
®
 Voordat u een op HART gebaseerde communicator aansluit in een explosiegevaarlijke
atmosfeer dient u zich ervan te verzekeren dat alle instrumenten in de proceskring zijn
geïnstalleerd volgens intrinsiek veilige en niet-vonkende veldbedradingsmethodes.
 Om proceslekken te voorkomen, mogen alleen O-ringen worden gebruikt die speciaal
zijn ontworpen voor afdichting in combinatie met de bijbehorende flensadapter.
Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken
Vermijd aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge
spanning staan, die elektrische schokken kan veroorzaken.
 Controleer of de hoofdvoeding naar de Rosemount 3300 Series transmitter is uitgeschakeld en of de leidingen naar een eventuele andere externe voeding zijn losgemaakt
en niet onder spanning staan wanneer u de transmitter aansluit.

Voor de explosieveilige modellen gelden temperatuurbeperkingen. Zie voor deze
grenzen de certificaatspecifieke informatie in het hoofdstuk Productcertificeringen
in dit document.
Inhoud
Stap 1: De transmitterkop/sonde monteren . 5 Stap 4: Configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Stap 2: Jumpers en schakelaars instellen . . . . 8 Omgevingsvoorwaarden. . . . . . . . . . . . . . . 17
Stap 3: Bedrading aansluiten. . . . . . . . . . . . . 8 Productcertificeringen . . . . . . . . . . . . . . . . 18
3
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 4 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
WAARSCHUWING
De elektronicabehuizingen zijn apparatuur van categorie 2G of 2D. Sondes die niet met
kunststof zijn bedekt en niet van titaan zijn vervaardigd, vallen onder categorie 1G of 1D.
Sondes die wel met kunststof zijn bedekt en sondes die van titaan zijn vervaardigd vallen
alle onder categorie 1G.
Sondes met niet-geleidende oppervlakken en van lichte metalen
 Sondes die bedekt zijn met kunststof en/of met kunststofschoepen kunnen een elektrostatische lading opwekken die onder extreme omstandigheden ontstekingsgevaar kan
opleveren. Tref daarom, als de sonde wordt gebruikt in een explosiegevaarlijke omgeving, de juiste maatregelen ter voorkoming van elektrostatische ontlading. Deze sondes
mogen niet in zones met stofclassificatie worden gebruikt.
De hieronder vermelde sondes bevatten geen plastic of PTFE-materiaal en mogen worden geplaatst in een omgeving waarop de classificatie voor stof van toepassing is:
Tabel 1.
Code
Constructiematerialen: Procesaansluiting/sonde
1
316L SST (EN 1.4404)
2
Legering C-276 (UNS N10276) plaatontwerp bij model met flens
3
Legering 400 (UNS N04400) plaatontwerp bij model met flens
5
Titanium Gr-1 en Gr-2
9
Duplex 2205 (plaatontwerp bij model met flens)
L
Legering 625 (UNS N06625)
M
Legering 400 (UNS N04400), flensontwerp
H
Legering C-276 (UNS N10276)
D
Duplex procesaansluiting
De code voor het constructiemateriaal in bovenstaande tabel vindt u op de volgende
positie in de modelcode van de Rosemount 3300 Series: 330xxxxxN...
Categorie 2G of 2D
Categorie 1G of 1D
Sondes volgens tabel 1
Geldende
markering:
II 1/2 G Ex d [ia Ga] IIC T6…T1 Ga/Gb
II 1/2 D Ex tb [ia Da] IIIC T85 °C…T450 °C Da/Db
Categorie 2G of 2D
Categorie 1G
Alle mogelijke sondes
II 1/2 G Ex d [ia Ga] IIC T6…T1 Ga/Gb
II –/2 D Ex tb IIIC T85 °C…T135 °C –/Db
Sondes en flenzen met een magnesium- of zirconiumgehalte van >7,5% mogen
niet worden ingezet in een stofexplosiegevaarlijke omgeving. Neem contact op met
Rosemount Tank Radar voor aanvullende informatie.
Sondes en flenzen die lichte metalen bevatten
 Bij gebruik in installaties die behoren tot categorie 1/2 G moeten titanium- of zirconiumhoudende sondes en flenzen zo worden gemonteerd dat er geen vonken kunnen
ontstaan als gevolg van stoten of wrijving tussen deze onderdelen en staal.

4
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 5 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Stap 1: De transmitterkop/sonde monteren
Tankverbinding met flens
Transmitterbehuizing
Moer
Bout
Flens
Sonde
1. Plaats een pakking op de bovenkant van de
tankflens.
2. Laat de sonde in de tank neer terwijl de transmitter nog steeds is aangesloten.
3. Haal de bouten aan.
4. Draai de moer waarmee de behuizing aan de
sonde is bevestigd los en draai de behuizing in
de gewenste richting.
Pakking
Tank-flens
5. Haal de moer aan.
Tankverbinding met schroefdraad
1. Plaats bij adapters met BSP/G-draad een pakking op de bovenkant van de tankflens.
Moer
Adapter
Sonde
Borgmiddel
op draad
(NPT)
of
Pakking
(BSP/G)
Tankflens/
Procesaansluiting
2. Laat de sonde in de tank neer terwijl de transmitter nog steeds is aangesloten.
3. Monteer de adapter in de procesaansluiting.
4. Draai de moer waarmee de behuizing aan de
sonde is bevestigd los en draai de behuizing
in de gewenste richting.
5. Haal de moer aan.
NB
Voor adapters met NPT-schroefdraad is voor een
drukvaste aansluiting schroefdraadborgmiddel
vereist.
Montage op de tank met de Tri-Clamp
1. Plaats een pakking op de bovenkant van de
tankflens.
Tri-Clamp
Sonde
Tank
Klem
Pakking
2. Laat de sonde in de tank neer terwijl de transmitter nog steeds is aangesloten.
3. Bevestig de Tri-Clamp aansluiting met een
klem op de tank.
4. Draai de moer waarmee de behuizing aan de
sonde is bevestigd los en draai de behuizing in
de gewenste richting.
5. Haal de moer aan.
Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 3300 Series
(publicatienummer 00809-0100-4811) voor informatie over montage van de
transmitterkop/sonde.
5
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 6 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
Beugelmontage, aan de wand
Transmitterbehuizing
1. Monteer de beugel direct op de wand met
daarvoor geschikte schroeven.
2. Monteer de transmitter met de sonde op de
beugel en zet het geheel met de drie meegeleverde schroeven vast.
Beugel
Sonde
U-bouten
Beugel
Klembeugels
Transmitterbehuizing
Beugelmontage, op buis
1. Steek de twee U-bouten door de gaten in de
beugel. Er zijn zowel gaten voor montage
op een verticale als op een horizontale buis.
2. Bevestig de klembeugels op de U-bouten en
om de buis.
3. Bevestig de beugel met de vier meegeleverde
moeren aan de buis.
Sonde
Verticale montage
Transmitterbehuizing
Sonde
Horizontale montage
6
4. Monteer de transmitter met de sonde op de
beugel en zet hem met de drie meegeleverde
schroeven vast.
Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount
3300 Series (publicatienr.00809-0100-4811) voor
nadere informatie over installatie.
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 7 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Externe behuizing
M50-moer
1. Maak de transmitterkop los van de sonde door
de M50-moer los te schroeven.
2. Monteer de sonde in de tank met behulp van
de voorgaande instructies in deze paragraaf.
Beugelmontage, op buis
U-bout
Beugel
M6-schroef
3. Monteer de beugel op de buis, ervoor zorgend
dat de afstand tussen de sonde en de beugel
niet groter is dan de lengte van de externe verbinding.

Steek de twee U-bouten door de gaten in de
Klembeugels
beugel. Er zijn diverse gaten beschikbaar
voor montage op een verticale of horizontale
buis.
 Bevestig de klembeugels op de U-bouten en
om de buis.
 Gebruik de meegeleverde moeren om de
beugel aan de buis te bevestigen.
Behuizingssteun
M50-moer
Sondebehuizing
4. Bevestig de steun voor de behuizing met de
M6-schroeven op de beugel. De schroeven worden door de bovenkant van de montagebeugel
in de steun voor de behuizing geschroefd.
5. Monteer de sondebehuizing op de sonde en
zorg dat de M50-moer goed is aangehaald.
6. Sluit de transmitterkop aan op de steun voor
de behuizing en zorg dat de M50-moer goed is
aangehaald.
7
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 8 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
Stap 2: Jumpers en schakelaars instellen
Als de alarm- en beveiligingsjumpers niet zijn ingesteld, werkt de transmitter met de
alarminstelling standaard op HIGH (hoog) en de beveiliging OFF (uit).
De schrijfbeveiliging moet na de configuratie worden ingesteld (stap 4: Configureren).
Het alarm en de schrijfbeveiliging op de
printplaat instellen:
1. Verwijder het deksel aan de printplaatzijde
(zie etiket met aanduiding printplaatzijde
[circuit side]).
2. Om de 4–20 mA alarmuitgang op LOW (laag)
in te stellen, zet u de alarmschakelaar in de
stand LOW (laag).
3. Om de beveiliging tegen overschrijven in te
schakelen, zet u de schakelaar ‘write protect’
in de stand ON (aan).
4. Plaats het deksel terug en zet het stevig vast.
Het alarm en de schrijfbeveiliging op de
LCD ininstellen:
De beveiligingsschakelaar tegen overschrijven moet in de stand
OFF (uit) staan en de alarmschakelaar in de stand HIGH (hoog)
om de instellingen van de printplaat te overbruggen via het
lcd-scherm.
1. Om de alarmuitgang van 4–20 mA op LOW
(laag) in te stellen, moet u de jumper tussen
de rechter en middelste gatpositie plaatsen.
2. Om de schrijfbeveiligingsfunctie in te schakelen, moet u de jumper tussen de linker en
middelste gatpositie plaatsen - ON (aan).
Stap 3: Bedrading aansluiten
Voor HART bedraagt de ingangsspanning 11–42 V (11–30 V in IS-toepassingen, 16–42 V in explosiebestendige/drukvaste toepassingen). Voor Modbus
bedraagt de ingangsspanning 8–30 V.
De transmitter vereist een bedrading met afgeschermde, getwiste draadparen
(18–12 AWG) die geschikt zijn voor de voedingsspanning en goedgekeurd zijn
voor gebruik op explosiegevaarlijke locaties, indien van toepassing.
8
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 9 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Kabel (buis) openingen
De elektronicabehuizing heeft twee ingangen voor ½–14 NPT. Er zijn tevens
optionele M20×1,5 en PG 13,5 adapters verkrijgbaar. De aansluitingen moeten
volgens de plaatselijke elektriciteitsvoorschriften of die van de fabriek worden
gemaakt.
Zorg dat ongebruikte poorten goed worden afgesloten om te voorkomen
dat vocht of andere verontreinigingen binnendringen in het contactblokcompartiment van de elektronicabehuizing.
NB
Gebruik de meegeleverde metalen plug om de ongebruikte poort af te sluiten.
Behuizing met twee compartimenten
Kabelingang:
½ in NPT.
Optionele adapters: M20, PG13,5
Radar-elektronica
Procesaansluitingen
met flens
Procesaansluitingen
met schroefdraad
De transmitter aansluiten
1. Zorg dat de behuizing is geaard conform de certificatie voor explosiegevaarlijke locaties en de plaatselijke en landelijke elektriciteitsvoorschriften.
2. Controleer of de voeding is uitgeschakeld.
3. Verwijder het deksel aan de aansluitzijde (zie etiket met aanduiding aansluitzijde [field terminals]).
4. Trek de kabel(s) door de kabelwartel/-doorvoer. Gebruik bij explosieveilige/drukvaste installaties uitsluitend kabelwartels of leidingdoorvoeren van
een gecertificeerd explosieveilig of drukvast type (Ex d llC [gas] of Ex t lllC
[stof]).
5. Sluit de draden aan zoals hieronder afgebeeld.
6. Gebruik zo nodig de meegeleverde metalen plug om ongebruikte poorten af te
sluiten.
7. Plaats het deksel terug en zet het vast.
8. Haal de kabelwartel aan.
9. Sluit de elektrische voeding aan.
9
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 10 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
Niet intrinsiek veilige HART-uitgang en goedkeuringen type n:
niet-vonkende voeding met energiebeperking
Rosemount 3300 Series
transmitter
Belastingsweerstand 250 
Maximale spanning: Um=250 V
Voeding
HART: Un = 42,4 V
HART-modem
Veldcommunicator
Pc
NB
Rosemount 3300 Series transmitters met drukvaste/explosiebestendige HART-uitgang hebben
een ingebouwde barrière; er is geen externe barrière nodig.
Intrinsiek veilige HART-uitgang
Rosemount 3300 Series
transmitter
Goedgekeurde
IS-barrière
DCS
Voeding
RL
250 
HART-modem
IS-parameters:
Ui=30 V, Ii= 130 mA,
Pi=1 W, Li=Ci=0
10
Veldcommunicator
Pc
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 11 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Niet intrinsiek veilige Modbus-uitgang
120 
RS485-bus
B
A
120 
Voeding
HART +
HART –
120 
Als de transmitter de laatste op
de bus is, is een
afsluitweerstand
van 120 
vereist.
NB
Rosemount 3300 Series transmitters met drukvaste/explosiebestendige Modbus-uitgang hebben een ingebouwde barrière; er is geen externe barrière nodig.
Voor een goede werking van de veldcommunicator is een belastingsweerstand
van ten minste 250  in de kring vereist, zie hieronder.
Belastingslimieten
Niet-explosiegevaarlijke locaties en goedkeuringen van type n: niet-vonkende
voeding met energiebeperking
Explosieveilige/drukvaste (Ex d en tb)
installaties
Bedrijfsbereik
Bedrijfsbereik
Intrinsiek veilige installaties
NB
Bedrijfsbereik
Voor Ex d- en tb-installaties is de grafiek alleen geldig als de HART-belastingsweerstand zich aan de pluszijde
bevindt. Anders wordt de belastingsweerstand beperkt tot 300 .
11
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 12 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Stap 4: Configureren
Als de transmitter al in de fabriek is geconfigureerd, hoeft u stap 4 alleen uit te
voeren als u de instellingen wilt verifiëren of wijzigen.
De Rosemount 3300 Series transmitter kan worden geconfigureerd met een veldcommunicator, met Asset Management Solutions (AMS) of met Radar Configuration
Tools (radarconfiguratietools, RCT). Voor configuratie met de radarconfiguratietools
is een HART-modem nodig; de procedure wordt hieronder beschreven, in combinatie met de bijbehorende sneltoetscodes voor de veldcommunicator.
De software voor de radarconfiguratietools (RCT) installeren
De RCT-software installeren:
1. Plaats de installatie-cd in het cd-romstation.
2. Volg de instructies. Als het installatieprogramma niet automatisch start,
moet u Setup.exe uitvoeren vanaf de cd-rom.
RCT opstarten
Klik op Programs (programma’s) > Rosemount > RCT. Het volgende venster
verschijnt1.
De functie Help van de RCT kan via het menu of met behulp van de F1-toets
worden opgeroepen.
Wizard
Setup
1. Stel COM Port Buffers (communicatiepoortbuffers) in op 1 voor een optimale werking. Voordat het
RCT-venster verschijnt, kan er een pop-up venster verschijnen waarin u hieraan herinnerd wordt. Zie
hoofdstuk 4, “Opstarten” in de naslaghandleiding (publicatienr. 00809-0100-4811).
12
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 13 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
De Rosemount 3300 Series transmitter kan worden geconfigureerd met behulp van de
installatie-wizard voor gedetailleerde begeleiding. Mocht u al vertrouwd zijn met de configuratieprocedure of de instellingen willen wijzigen, dan kunt u de functie Setup gebruiken.
Configuratie met behulp van de wizard
1. Zorg ervoor dat de Tools-balk is geopend (in View [Weergave] is Project-balk aangevinkt). Klik vervolgens op het wizardpictogram of selecteer
de menuoptie View>Wizard (weergeven > wizard).
2. Klik op de startknop en volg de aanwijzingen.
Configuratie met behulp van de functie Setup & Fast Key
Code (sneltoetscode)
1. Zorg ervoor dat de Tools-balk is geopend (in View [Weergave] is Project-balk aangevinkt). Klik vervolgens op het Setup-pictogram of selecteer
de menuoptie View>Setup (weergeven > setup).
2. Kies het toepasselijke tabblad: Info (informatie over het apparaat),
Basics (elementaire configuratie) (pagina 13), Output (uitgang) (pagina 14),
Tank Config (tankconfig.) (pagina 15), Volume (specificatie van de geometrische eigenschappen van de tank voor volumeberekeningen), LCD
(instellingen displaypaneel), of Signal Quality Metrics (metriek van de signaalkwaliteit) (voor het activeren of deactiveren en weergeven van de metriek van de signaalkwaliteit, leverbaar met de DA1-optie).
3. Druk op de knop Receive Page (pagina ontvangen) om de parameters die
zijn geconfigureerd in de transmitter naar het dialoogvenster over te brengen. Druk op de knop Send Page (pagina verzenden) om eventuele parameterwijzigingen weer in de transmitter te laden.
Setup - Elementaire configuratie
Units (eenheden) instellen, sneltoetsreeks veldcommunicator [1,3,1]
Eenheden van lengte, volume en temperatuur kunnen hier worden ingesteld.
Voor meet- en configuratiegegevens worden deze eenheden gebruikt.
13
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 14 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Setup - Uitgang
Range values (meetbereikwaarden) instellen, sneltoetsreeks veldcommunicator [1, 3, 4, 3]
Lower Range (onderste grenswaarde) = 4 mA.
Upper Range (bovenste grenswaarde) = 20 mA.
De hoogste en de laagste transitiezone mogen niet binnen het bereik 4–20 mA
vallen.1
Variable Assignment (variabele toewijzing) instellen, sneltoetsreeks veldcommunicator [1, 1, 1]
Beschikbare meetparameters voor model 3301: Level (niveau), Distance to
Level (afstand tot niveau), Total Volume (totaalvolume). Voor volledig ondergedompelde sonde: Interface Level (interfaceniveau) en Interface Distance
(interface-afstand).
Beschikbare meetparameters voor model 3302: Level (niveau), Distance to
level (afstand tot niveau), Total Volume (totaalvolume), Interface Level (interfaceniveau), Interface Distance (interface-afstand) en Upper Product Layer
Thickness (dikte bovenste productlaag).
In het veld Primary Variable (primaire variabele) wordt de meetparameter ingevoerd voor het analoge signaal.
Er kunnen meer variabelen worden toegekend indien er een supergeponeerd
digitaal HART-signaal of HART Tri-Loop wordt gebruikt.
1. Zie de naslaghandleiding (publicatienr. 00809-0100-4811) voor meer informatie.
14
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 15 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
Setup – Modbus-communicatieparameters
Indien de transmitter is uitgerust met
de Modbus-optie, kunnen de communicatieparameters worden ingesteld.
Setup – Tankconfiguratie
Geometrie
Zie de tankafbeelding in het venster.

Reference Gauge Height (referentiehoogtemeter) instellen, sneltoetsreeks
veldcommunicator [1, 3, 2, 3]

Upper Null Zone (bovenste nulzone) instellen, indien nodig, sneltoetsreeks veldcommunicator [1, 3, 2, 5, 1]

Mounting Type (monteertype) instellen, sneltoetsreeks veldcommunicator
[1, 3, 2, 4]

Diameter instellen als montagetype neusstuk of buis/kamer is

Nozzle Height (neusstukhoogte) instellen als montagetype neusstuk is
Sonde




Probe Type (sondetype) instellen, sneltoetsreeks veldcommunicator [1, 3,
2, 1] Dit is in de fabriek geconfigureerd.
Probe Length (sondelengte) instellen, sneltoetsreeks veldcommunicator [1,
3, 2, 2] Dit is in de fabriek geconfigureerd, maar moet worden gewijzigd als
de sonde ter plekke wordt ingekort.
Probe Angle (hoek sonde) instellen, sneltoetsreeks veldcommunicator
[1, 3, 2, 5, 3]
Lengte Remote Housing (externe behuizing) instellen, indien een externe
behuizing is aangebracht (instelling niet beschikbaar in DD/DTM)
15
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 16 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Overige instellingen


Waarde Vapor Dielectric (diëlektrische damp) instellen, indien nodig,
sneltoetsreeks veldcommunicator [1, 3, 3, 2]
Waarde Upper Product Dielectric (diëlektrische waarde bovenste product) Instellen, alleen interfacemetingen, sneltoetsreeks veldcommunicator [1, 3, 3, 3]
Aanvullende configuratie voor fijnafstelling van prestaties
Voor fijnafstelling van de prestaties van de transmitter is het raadzaam om de functie Trim Near Zone (trimmen omliggende gebied) uit te voeren nadat de configuratie is voltooid.
Zie voor nadere informatie over het trimmen van het omliggende gebied,
de naslaghandleiding van de Rosemount 3300 Series
(publicatienr. 00809-0100-4811).
16
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 17 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Omgevingsvoorwaarden
Grenswaarden omgevingstemperatuur
(bij gebruik in explosiegevaarlijke atmosfeer):
Explosiebestendige/drukvaste versie: –50 °C (–58 °F) ≤ Tomg ≤ +75 °C (+167 °F)
Intrinsiek veilige versie: –50 °C (–58 °F) ≤ Tomg ≤ +70 °C (+158 °F)
Per land kunnen de specificaties verschillen, zie Productcertificeringen
op pagina 18.
Restricties met betrekking tot procestemperatuur
Als de Rosemount 3300 wordt geïnstalleerd in toepassingen met hoge temperaturen, moet rekening worden gehouden met de maximale omgevingstemperatuur. De isolatie van de tank mag niet dikker dan 10 cm (4 in.) zijn. Het
onderstaande schema toont het verband tussen de maximale omgevingstemperatuur en de procestemperatuur:
Omgevingstemperatuur °C (°F)
85 (185)
55 (131)
38 (100)
Procestemperatuur
°C (°F)
10 (50)
200 (392)
–18 (0)
–18 (0)
93 (200)
204 (400)
400 (752)
316 (600)
427 (800)
Druklimieten
Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 3300 Series
(publicatienr. 00809-0100-4811) voor druklimieten.
17
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 18 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Productcertificeringen
EU-overeenstemming
De EG-verklaring van overeenstemming staat op pagina 25. De meest recente
versie vindt u op www.rosemount.com.
Mededeling aangaande veiligheid:
Ten behoeve van de intrinsieke veiligheid moet er altijd een veiligheidsisolator worden
gebruikt, bijvoorbeeld een zener-barrière.
Sondes die bedekt zijn met kunststof en/of met kunststofschoepen kunnen een elektrostatische lading opwekken die onder extreme omstandigheden ontstekingsgevaar kan opleveren.
Tref daarom, als de sonde wordt gebruikt in een explosiegevaarlijke omgeving, de juiste maatregelen ter voorkoming van elektrostatische ontlading.
Certificeringen explosiegevaarlijke locaties
Certificeringen Noord-Amerika
Goedkeuringen Factory Mutual (FM)
Project-ID: 3013394
E5 Explosieveilig bij gebruik in klasse I, divisie 1, groep B, C, en D;
Stofontstekingsbestendig voor gebruik in klasse II/III, divisie 1, groep E, F, en G;
Met intrinsiek veilige aansluitingen op klasse I, II, III, divisie 1,
groep A, B, C, D, E, F en G.
Temperatuurklasse T5 bij +85 °C.
Grenswaarden omgevingstemperatuur –50 °C tot +85 °C.
Goedkeuring is geldig voor Modbus- en HART-optie.
I5 Intrinsiek veilig voor klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G, klasse I,
Zone 0, AEx ia IIC T4 Tomg=70 °C.
Temp. code T4 bij max. omgevingstemperatuur van 70 °C.
Installatietekening: 9150077-944.
Niet-vonkend klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D;
Geschikt voor klasse II, III, divisie 2, groep F en G.
Maximale bedrijfsparameters niet-vonkend: 42 V, 25 mA.
Temp. code T4A bij max. omgevingstemperatuur van 70 °C.
Goedkeuring is geldig voor HART-optie.
Goedkeuring Canadian Standards Association (CSA)
Cert.-nr. 1250250.
E6 Explosieveilig: Klasse I, divisie 1, groep C en D.
Stofontstekingsbestendig:
Klasse II, divisie 1 en 2, groep G en kolengruis.
Klasse III, divisie 1, explosiegev. omg.
[Ex ia IIC T6].
Grenswaarden omgevingstemperatuur –50 °C tot +85 °C.
Goedkeuring is geldig voor Modbus- en HART-optie.
18
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 19 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
I6 Intrinsiek veilig: Ex ia IIC T4,
Klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D.
Temp. code T4.
Installatietekening: 9150077-945.
Niet-vonkend: Klasse III, divisie 1, expl. gevaarl. loc.
Klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D.
Grenswaarden omgevingstemperatuur –50 °C tot +70 °C.
Goedkeuring is geldig voor HART-optie.
Europese certificeringen
ATEX-goedkeuring
E1 Drukvast:
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (x):
Bij gebruik van de transmitter met sondes met plastic bedekking1 in een atmosfeer
met explosieve gassen, moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om de kans
op ontsteking als gevolg van elektrostatische ladingen op de sonde te voorkomen.
Bij gebruik van de transmitter in een stofexplosiegevaarlijke atmosfeer moet de transmitter
zo worden geïnstalleerd dat het risico vanwege elektrostatische ontladingen en zich voortplantende corona als gevolg van een snelle stofstroom op het etiket wordt vermeden.
IEC 60079-0, lid 8.3 bepaalt dat voor lichtmetaalhoudende sondes en flenzen het risico
van ontsteking als gevolg van stoten of wrijving moet worden vermeden indien deze worden gebruikt als EPL Ga/Gb-apparatuur.
KEMA 01ATEX2220X
II 1/2 G Ex d [ia Ga] IIC T6...T1 Ga/Gb
II 1/2 D Ex tb [ia Da] IIIC T85 °C...T450 °C Da/Db1 of
II –/2 D Ex tb IIIC T85 °C...T135 °C –/Db
Um=250 Vac
Bereik omgevingstemperatuur: –50 °C2 tot +75 °C
Goedkeuring van toepassing op HART- en MODBUS-opties.
Grenswaarden procestemperatuur
Maximale omgevingstemperatuur [°C]
Maximale procestemperatuur [°C]
Temperatuurklasse / maximale
oppervlaktetemperatuur
+75
+75
T6 / T 85 °C
+75
+90
T5 / T 100 °C
+75
+125
T4 / T 135 °C
+75
+190
T3 / T 200 °C
+65
+285
T2 / T 300 °C
+55
+400
T1 / T 450 °C
1. Alleen sondes zonder kunststofbedekking (zie Tabel op pagina 4)
2. –40 °C voor procestemperatuurbereik –196 °C tot –50 °C
19
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 20 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
NB:
De maximale procestemperatuur wordt begrensd door het type sonde, zie productgegevensblad voor nadere bijzonderheden.
I1 Intrinsieke veiligheid:
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (x):
De apparatuur kan de 500 V-isolatietest zoals vereist op grond van bepaling 6.3.13 van
EN60079-11:2012 niet doorstaan. Hiermee moet bij elke installatie rekening worden
gehouden.
De behuizing van de Rosemount 3300 is vervaardigd van een aluminiumlegering en is
afgewerkt met een beschermende verflak van polyurethaan; in een zone 0 moet echter
worden opgelet dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
De sondes bevatten mogelijk kunststofmateriaal groter dan 4 cm² of zijn mogelijk voorzien van een kunststofcoating. Deze herbergen een elektrostatisch risico bij wrijving of
indien ze worden geplaatst in een snelle luchtstroom.
De sondes bevatten mogelijk lichte legeringen die een risico vormen als gevolg van door wrijving veroorzaakte ontsteking. Let erop dat ze tijdens gebruik of installatie worden behoed voor
fysieke stoten.
BAS02ATEX1163X
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (–50 °C ≤ Tomg ≤ +70 °C).
Ui=30 V, Ii=130 mA, Pi=1,0 W, Li=Ci=0.
Bereik ingangsspanning
Kringvoeding (2-draads):
Bereik functionele spanning: 11–42 V d.c.
Intrinsiek veilige versie: 11–30 V d.c.
Max. nominaal vermogen: 1,0 W
Limiet omgevingstemperatuur: –50 °C ≤ Tomg ≤ +70 °C
Goedkeuring is geldig voor HART-optie.
N1 Goedkeuringen type N: niet-vonkend/intrinsieke veiligheid:
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (x):
1. De apparatuur kan de 500 V-isolatietest zoals vereist op grond van bepaling 6.3.13 van
EN60079-11:2012 niet doorstaan. Hiermee moet bij elke installatie rekening worden
gehouden.
2. De behuizing van de 3300 is vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt
met een beschermende verflak van polyurethaan; er moet echter op worden opgelet
dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
3. De sondes bevatten mogelijk lichte legeringen die een risico vormen als gevolg van
door wrijving veroorzaakte ontsteking. Let erop dat ze tijdens gebruik of installatie
worden behoed voor fysieke stoten.
4. De sondes bevatten mogelijk kunststofmateriaal groter dan 4 cm² of zijn mogelijk
voorzien van een kunststofcoating. Deze herbergen een elektrostatisch risico bij
wrijving of indien ze worden geplaatst in een snelle luchtstroom.
5. Voor de kabelingang moet een geschikte en gecertificeerde kabelwartel worden
gebruikt die zorgt voor trekontlasting. Eventuele niet-gebruikte openingen in de
apparatuur moeten worden afgestopt om een beschermingsgraad van ten minste
IP66 in stand te houden.
20
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 21 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
Baseefa12ATEX0089X
ic nA IIC T4 Gc (–50 °C ≤ Tomg ≤ +70 °C)
UN=42,4 V
Goedkeuring is geldig voor HART-optie.
Certificeringen Brazilië
INMETRO-goedkeuringen
E2 Drukvast:
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (x):
Bij gebruik van de Rosemount 3300 Series niveau- en interfacetransmitters met geleideradar voorzien van kunststof materiaal in een explosieve gasatmosfeer moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om het gevaar van ontsteking door elektrostatische lading
op de behuizing te voorkomen.
Voor sondes en flenzen die lichte metalen bevatten en worden gebruikt in EPL Ga- of
Gb-omgevingen moet het risico van schokken, stoten en wrijvingen worden vermeden
conform punt 8.1 van ABNT NBR IEC 60079-0:2008.
Ex db [ia] llC T6/T5/T4 Ga/Gb (–50 °C ≤ Tomg ≤ +75 °C)
Voeding: 16–42 V d.c.
Stroom/uitgang: 4–20 mA HART-protocol
Vmax = 250 V (maximale spanning)
Certificaatnr. NCC 11.0237X
Normen:
ABNT NBR IEC 60079-0:2008,
ABNT NBR IEC 60079-1:2009,
ABNT NBR IEC 60079-11:2009,
ABNT NBR IEC 60079-26:2008
Goedkeuring geldig voor HART-optie.
I2
Intrinsiek veilig:
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (x):
Bij gebruik van de apparatuur in een gevaarlijke omgeving mag de programmeerpoort niet worden
gebruikt.
De metalen behuizing moet elektrisch zijn aangesloten op een aardklem. De gebruikte
kabel moet equivalent zijn aan een koperen kabel met een dwarsdoorsnede van ten
minste 4 mm2.
Parameters voor intrinsiek veilig en niet-vonkend voor de +/- klemmen
Ex ia llC T4 Ga (+70 °C)
Ui = 30 V
Ii = 130 mA
Pi = 1 W
Ci = 0 (verwaarloosbaar)
Li = 0 (verwaarloosbaar)
Certificaat nr. NCC 11.0201X
21
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 22 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Normen:
ABNT NBR IEC 60079-0:2008,
ABNT NBR IEC 60079-11:2009,
ABNT NBR IEC 60079-26:2008,
ABNT NBR IEC 60529:2005
Goedkeuring geldig voor HART-optie.
Chinese certificeringen
Goedkeuringen National Supervision and Inspection Center for
Explosion Protection en Safety of Instrumentation (NEPSI)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (x):
De behuizing bevat lichte metalen. Let erop dat u het risico van ontsteking als gevolg
van stoten of wrijving vermijdt.
Dit apparaat kan de volgens lid 6.3.12 van GB3836.4-2010 vereiste 500 V RMS-isolatietest niet doorstaan.
E3 Drukvast: GYJ12.1037X
Ex d ia llC T6~T4 Gb, DIP A21 Tomg85 °C~ Tomg135 °C IP66
Um = 250 V
Goedkeuring van toepassing op HART- en Modbus-opties.
I3 Intrinsiek veilig: GYJ11.1537X
Ex ia IIC T4 (–50 °C ≤Tomg≤ +70 °C)
Ui=30 Vdc, Ii=130 mA, Pi=1,0 W, Ci=0 nF, Li=0 H.
Goedkeuring is geldig voor HART-optie.
Japanse certificeringen
Goedkeuring Technology Institution of Industrial Safety (TIIS)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (x):
Zie certificaat voor nadere informatie.
E4 Vlambestendigheid met intrinsiek veilige sonde: TC18544, TC18545
Transmitter: Ex d [ia] IIB T6 (Tomg, max = 60 °C)
Um = 250 V
Sonde: Ex ia IIB T6
Uo=25,2 V, Io=159 mA, Po=1,0 W
Goedkeuring is geldig voor HART-optie.
Installatietekening: 03300-00408.
22
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 23 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
IECEx-certificeringen
Goedkeuring IECEx
E7 Drukvast:
Voorwaarden voor certificering (X)
Bij gebruik van de transmitter met sondes met plastic bedekking1 in een atmosfeer met
explosieve gassen, moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om de kans op ontsteking als gevolg van elektrostatische ladingen op de sonde te voorkomen.
Bij gebruik van de transmitter in een stofexplosiegevaarlijke atmosfeer moet de transmitter
zo worden geïnstalleerd dat het risico vanwege elektrostatische ontladingen en zich voortplantende corona als gevolg van een snelle stofstroom op het etiket wordt vermeden.
IEC 60079-0, lid 8.3 bepaalt dat voor lichtmetaalhoudende sondes en flenzen het risico
van ontsteking als gevolg van stoten of wrijving moet worden vermeden indien deze worden gebruikt als EPL Ga/Gb-apparatuur.
IECEx DEK 12.0015X
Ex d [ia Ga] IIC T6…T1 Ga/Gb
Ex tb [ia Da] IIIC T85 °C…T450 °C Da/Db1 of
Ex tb IIIC T85 °C…T135 °C –/Db
Um=250 V a.c.
Goedkeuring van toepassing op HART- en MODBUS-optie. Er dient rekening te worden gehouden met de effecten van de procestemperatuur, zie goedkeuring E1.
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-1:2007,
IEC 60079-11:2011, IEC 60079-26:2006,
IEC 60079-31:2008
I7 Intrinsieke veiligheid:
Voorwaarden voor certificering (X)
De apparatuur kan de 500 V-isolatietest zoals vereist op grond van bepaling 6.3.13 van
EN60079-11:2012 niet doorstaan. Hiermee moet bij elke installatie rekening worden
gehouden.
De behuizing van de Rosemount 3300 is vervaardigd van een aluminiumlegering en is
afgewerkt met een beschermende verflak van polyurethaan; in een zone 0 moet echter
worden opgelet dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
De sondes bevatten mogelijk kunststofmateriaal groter dan 4 cm² of zijn mogelijk voorzien van een kunststofcoating. Deze herbergen een elektrostatisch risico bij wrijving of
indien ze worden geplaatst in een snelle luchtstroom.
De sondes bevatten mogelijk lichte legeringen die een risico vormen als gevolg van door wrijving veroorzaakte ontsteking. Let erop dat ze tijdens gebruik of installatie worden behoed voor
fysieke stoten.
IECEx BAS 12.0062X
Ex ia IIC T4 (Tomg = 60 °C) IP66
Ui= 30 V, Ii= 130 mA, Pi= 1 W, Ci= 0 nF, Li= 0 mH
Goedkeuring is geldig voor HART-optie.
N7 Goedkeuringen type N: niet-vonkend/intrinsieke veiligheid
1. Alleen sondes zonder kunststofbedekking (zie Tabel op pagina 4)
23
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 24 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Voorwaarden voor certificering (X)
De externe voeding moet voorzien worden van bescherming tegen stootspanning en
overspanning.
De apparatuur kan de 500 V-isolatietest naar massa voor de duur van één minuut zoals
vereist op grond van bepaling 34.2 van EN 60079-15 niet doorstaan. Hiermee moet bij
elke installatie rekening worden gehouden.
Voor de kabelingang moeten ATEX-gecertificeerde kabelwartels worden gebruikt of de
kabelingang moet worden afgestopt om een beschermingsgraad van IP54 in stand te
houden.
1. De apparatuur kan de 500 V-isolatietest zoals vereist op grond van bepaling 6.3.13 van
EN60079-11:2012 niet doorstaan. Hiermee moet bij elke installatie rekening worden
gehouden.
2. De behuizing van de Rosemount 3300 is vervaardigd van een aluminiumlegering en
is afgewerkt met een beschermende verflak van polyurethaan; er moet echter op
worden opgelet dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
3. De sondes bevatten mogelijk lichte legeringen die een risico vormen als gevolg van
door wrijving veroorzaakte ontsteking. Let erop dat ze tijdens gebruik of installatie
worden behoed voor fysieke stoten.
4. De sondes bevatten mogelijk kunststofmateriaal groter dan 4 cm² of zijn mogelijk
voorzien van een kunststofcoating1. Deze herbergen een elektrostatisch risico bij
wrijving of indien ze worden geplaatst in een snelle luchtstroom.
5. Voor de kabelingang moet een geschikte en gecertificeerde kabelwartel worden
gebruikt die zorgt voor trekontlasting. Eventuele niet-gebruikte openingen in de
apparatuur moeten worden afgestopt om een beschermingsgraad van ten minste
IP66 in stand te houden.
Ex ic nA IIC T4 Gc (–50 °C ≤ Tomg ≤ +70 °C)
IECEx BAS 12.0061X
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-11:2001,
IEC 60079-31:2008,IEC 60079-1:2007,
IEC 60079-26:2006
Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 3300 Series (publicatienummer
00809-0100-4811) voor informatie over installatie op explosiegevaarlijke locaties.
Overige certificeringen
Overloopbeveiliging
U1 WHG-goedkeuring overloopbeveiliging:
TÜV-getest en goedgekeurd door DIBt voor overloopbeveiliging volgens de Duitse
WHG-regelgeving.
Cert.-nr.: Z-65.16-416
Verkrijgbaar voor HART-optie.
1. Alleen sondes zonder kunststofbedekking (zie Tabel op pagina 4)
24
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 25 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Afbeelding 1. EG-verklaring van overeenstemming – pagina 1
25
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 26 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
Afbeelding 2. EG-verklaring van overeenstemming – pagina 2
26
September 2013
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 27 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
Afbeelding 3. EG-verklaring van overeenstemming – pagina 3
27
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 28 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: 3300
Wij,
Rosemount Tank Radar AB
Box 13045
S-402 51 GÖTEBORG
Zweden
verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product
Rosemount 3300-serie niveau- en interfacetransmitter met geleide
radar
Geproduceerd door
Rosemount Tank Radar AB
Box 13045
S-402 51 GÖTEBORG
Zweden
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Unie (inclusief amendementen), zoals vermeld in bijgevoegd
schema.
De aanname van de overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van de geharmoniseerde
normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie in de
Europese Gemeenschap, zoals vermeld in het bijgevoegde schema.
Manager Product Approvals
(functie – in blokletters)
28
Dajana Prastalo
2013-06-26
(naam – in blokletters)
(datum van uitgifte)
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 29 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
September 2013
Schema
Nr.: 3300
EMC, Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit (2004/108/EG)
EN 61326-1:2006
PED, Richtlijn drukapparatuur (97/23/EG)
Voldoet aan de eis
Regels van goed vakmanschap volgens artikel 3.3 van de Richtlijn
ATEX, Richtlijn ontploffingsgevaar (94/9/EG)
BAS02ATEX1163X
Certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G (Ex ia IIC T4 Ga) (–50 °C ≤ Tomg ≤ +70 °C))
EN60079-0:2012, EN60079-11:2012
KEMA 01ATEX2220X
Certificaat vlambestendigheid en stof
Apparatuurgroep II, categorie 1/2 GD
II 1/2 G Ex d [ia Ga] IIC T6…T1 Ga/Gb en
II 1/2 D Ex tb [ia Da] IIIC T85 °C...T450 °C Da/Db of
II -/2 D Ex tb IIIC T85 °C...T135 °C -/Db
EN60079-0:2012, EN60079-1:2007, EN60079-11:2012, EN60079-26:2007
EN60079-31:2009
Baseefa12ATEX0089X
Type bescherming N, niet-vonkend en certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 3 G (Ex nA ic IIC T4 Gc (–50 °C ≤ Tomg ≤ +70 °C))
EN60079-0:2012; EN60079-11:2012; EN60079-15:2010
Pagina 2 van 3
29
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 30 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
Schema
Nr.: 3300
ATEX aangemelde instantie voor onderzoekscertificaten type EG en
typeonderzoekscertificaten
Baseefa [nr. aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park, Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9RZ
Verenigd Koninkrijk
DEKRA (voorheen KEMA) Quality B.V. [Nummer aangemelde instantie: 0344]
Utrechtseweg 310
6812 AR Arnhem
Nederland
ATEX aangemelde instantie voor kwaliteitsborging
Det Norske Veritas Certification AS [nummer aangemelde instantie: 0575]
Veritasveien 1,
1363 HØVIK
Noorwegen
Pagina 3 van 3
30
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 31 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
September 2013
Snelstartgids
31
00825-0111-4811_RevHA_3300_QIG_Dut.fm Page 32 Thursday, July 17, 2014 9:46 AM
Snelstartgids
00825-0111-4811, Rev HA
September 2013
Emerson Process Management
Rosemount Measurement
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317, VS
Tel. (VS) 1 800 999 9307
Tel. (vanuit andere landen) +1 952 906 8888
Fax +1.952.906 8889
Emerson Process Management
Asia Pacific Private Limited
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
Tel. +65 6777 8211
Fax +65 6777 0947
Hotline serviceondersteuning: +65 6770 8711
E-mail: [email protected]
Emerson Process Management
Blegistrasse 23
P.O. Box 1046
CH 6341 Baar
Zwitserland
Tel. +41 (0) 41 768 6111
Fax +41 (0) 41 768 6300
Emerson FZE
Jebel Ali Free Zone
Dubai, Verenigde Arabische Emiraten
Tel. +971 4 811 8100
Fax +971 4 886 5465
Emerson Process Management
Latin America
1300 Concord Terrace, Suite 400
Sunrise Florida 33323, VS
Tel. +1 954 846 5030
Emerson Beijing Instrument Co.
No.6 North Street, Hepingli
Dongcheng District, Peking
100013
China
Tel. +8610 64282233
Fax +8610 642 87640
© 2013 Rosemount, Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom van
de merkhouder.
Het Emerson-logo is een handelsmerk en dienstmerk van Emerson Electric Co.
Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van
Rosemount Inc.