Nederlands (Dutch)

Snelstartgids
00825-0111-4130, Rev CA
September 2013
Rosemount 2130 verbeterde
vloeistofniveauschakelaar met trilvork
Snelstartgids
September 2013
LET OP
Deze installatiegids bevat beknopte richtlijnen voor de Rosemount 2130. Er staan geen
gedetailleerde instructies in voor configuratie, diagnostiek, onderhoud, probleemoplossing of
installatie. Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 2130 (00809-0100-4130) voor
verdere instructies. Deze handleidingen zijn op www.rosemount.com ook in digitale vorm
beschikbaar.
WAARSCHUWING
Als u deze installatierichtlijnen niet opvolgt, kan ernstig of dodelijk letsel het gevolg zijn
De Rosemount 2130 is een vloeistof niveauschakelaar. Hij mag uitsluitend geïnstalleerd en
aangesloten, gebruiksklaar gemaakt, gebruikt en onderhouden worden door daartoe
opgeleid personeel dat daarbij alle geldende landelijke en plaatselijke voorschriften in acht
neemt
 Zorg dat de bedrading geschikt is voor de elektrische stroom en dat de isolatie geschikt is voor
de spanning, temperatuur en omgeving
 Gebruik de apparatuur uitsluitend volgens de specificaties. Als u dit niet doet, zal de
apparatuur mogelijk minder bescherming bieden
 Vervanging door niet-erkende onderdelen kan veiligheidsrisico’s opleveren en is onder geen
beding toegestaan
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken
 Bij installatie van de 2130 in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende
plaatselijke, landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden
gevolgd. Raadpleeg de paragraaf Productcertificeringen voor eventuele beperkingen in
verband met een veilige installatie
 Controleer of de bedrijfsatmosfeer van de 2130 overeenstemt met de bijbehorende
certificaten voor explosiegevaarlijke locaties
De buitenkant kan heet zijn
 Wees voorzichtig om brandwonden te voorkomen
Proceslekken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken
 Monteer de procesaansluitingen en haal ze aan voordat u druk aanlegt
 Draai de procesaansluitingen niet los en verwijder ze niet terwijl de 2130 in gebruik is
Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken
 Als de vloeistofniveauschakelaar in een omgeving met hoge spanning wordt geïnstalleerd en
er zich een storing of installatiefout voordoet, kan er hoge spanning op de draden en de
aansluitklemmen staan
 Wees uitermate voorzichtig wanneer u de draden en aansluitklemmen aanraakt
 Zorg dat er geen stroom op de 2130 staat bij het maken van aansluitingen

2
September 2013
Snelstartgids
Overzicht van de Rosemount 2130
De Rosemount 2130 is een vloeistofpuntniveauschakelaar. Dankzij de
trilvorktechnologie is de 2130 geschikt voor vrijwel alle vloeistoftoepassingen.
Het ontwerp van de Rosemount 2130 is gebaseerd het principe van een stemvork.
Een piëzo-elektrisch kristal doet de vorken trillen met hun natuurlijke frequentie
(~1400 Hz). Deze frequentie wordt continu bewaakt op veranderingen. De frequentie
van de trilvorksensor verandert afhankelijk van het medium waarin hij is
ondergedompeld. Hoe dichter de vloeistof, hoe lager de frequentie.
Bij gebruik voor een alarm voor laag niveau vloeit de vloeistof in de tank of buis langs
de vork omlaag, waardoor de natuurlijke frequentie verandert. Dit wordt
waargenomen door de elektronica en de uitgangstoestand verandert in ‘droog’. Als de
2130-schakelaar wordt gebruikt voor een alarm voor hoog niveau, stijgt de vloeistof in
de tank of de buis, waardoor deze vloeistof contact maakt met de vork en de
uitgangstoestand verandert in ‘nat’.
De 2130 voert voortdurend diagnostische tests op de instrumenten uit voor
zelfcontrole van de toestand van de vork en de sensor. Deze diagnostiek kan schade
aan de vorken waarnemen, zoals corrosie, interne of externe schade aan de vorken en
breken van de interne bedrading. In die gevallen gaat het “hartslag”-lampje met
tussenpozen knipperen, gevolgd door veilig afhandelen van de elektrische belasting.
De 2130 is uitgerust met een “hartslaglampje” dat de bedrijfstoestand ervan
aangeeft. Het lampje knippert als de uitgang van de schakelaar ‘uit’ is en brandt
onafgebroken bij ‘aan’.
3
September 2013
Snelstartgids
Afbeelding 1. Onderdelen van de Rosemount 2130
A
H
B
G
F
E
C
D
A. Direct Load, PLC/PNP, DPCO-relais,
storings- en alarmrelais (2 x SPCO),
NAMUR, of 8/16 mA-elektronica
E. Procesverbindingen: met schroefdraad,
flens of hygiënisch
B. NEMA type 4X (IP66/67) behuizingen van
aluminium of 316 SST
F. Thermische buis van 316/316L SST
(alleen 2130***E)
C. Korte vork met verlengstukken van maximaal
3 m (118 inch) “Fast drip”-ontwerp
G. Magnetisch testpunt
D. Nat materiaal van 316/316L SST, vaste
legering C en legering C-276 of met
ECTFE/PFA gecoat 316/316L SST
H. Twee kabel-/doorvoerbuisingangen
4
Snelstartgids
September 2013
Algemene overwegingen


Wees uiterst voorzichtig bij de hantering van de Rosemount 2130. Gebruik beide
handen om de versies met verlengstukken of die voor extreme temperaturen te
dragen. Niet beetpakken bij de vorken
Breng onder geen enkel beding wijzigingen aan de 2130 aan
Afbeelding 2. Hanteren van de Rosemount 2130
OK
OK



OK
OK
De 2130 is verkrijgbaar in intrinsiek veilige of explosieveilige/drukvaste versies voor
installaties in een gevaarlijke omgeving (zie pagina 22 voor goedkeuringen). Er zijn
versies van de 2130 voor gewone locaties, voor ongeclassificeerde, veilige
omgevingen.
Deze vloeistofniveauschakelaar is ontworpen voor installatie in open of gesloten
tanks en buizen. Hij is weerbestendig en beschermd tegen stof, maar moet wel
worden beschermd tegen overstroming (Afbeelding 3).
Uitvoering 2130***E kan worden gebruikt bij extreme procestemperaturen van
—70 tot 260 °C (—94 tot 500 °F), en uitvoering 2130***M bij procestemperaturen
in het middelste bereik van —40 tot 180 °C (—40 tot 356 °F).
Afbeelding 3. Aandachtspunten met betrekking tot de omgeving
OK
OK


OK
OK
Zorg dat er voldoende ruimte buiten de tank of leiding is. Voor het verwijderen van
het behuizingsdeksel is een ruimte van ten minste 30 mm nodig.
Zorg altijd voor een goede afdichting door het deksel van de elektronicabehuizing
zo te installeren dat metaal contact maakt met metaal. Gebruik O-ringen
van Rosemount.
5
September 2013
Snelstartgids

Zorg altijd dat de behuizing is geaard volgens de landelijke en plaatselijke
wetgeving inzake elektriciteit. De effectiefste aardingsmethode is een directe
verbinding met de aarde (massa) met minimale impedantie. Gebruik de aarde van
de vork voor behuizingen met NPT-doorvoerbuisingangen.
Aanbevelingen voor installatie





Bij voorkeur niet installeren in de buurt van een vloeistof die de tank bij het vulpunt
binnenkomt.
Voorkom sterk spatten op de vorken. Door de vertraging te vergroten, helpt u
onbedoeld schakelen verminderen.
Installeer de 2130 niet vlakbij warmtebronnen.
Zorg dat de vorken niet in aanraking komen met de tankwand, de buiswand of de
fittingen.
Zorg voor voldoende afstand tussen afzettingen van het product op de tankwand
en de vork
Afbeelding 4. Voorkom afzetting van het product rondom de vorken
OK
OK
Stap 1: Fysieke installatie
1. Installeer de 2130 volgens de standaard installatieprocedures en zorg dat de vork
correct wordt uitgelijnd met behulp van de uitlijningsinkeping of -groef
(Afbeelding 6).
2. Gebruik steunen voor verlengde vorklengten van meer dan 1 m (3,2 ft)
(Afbeelding 5). Zie naslaghandleiding 00809-0100-4130 voor de eisen voor
GL-goedkeuring.
3. Sluit het deksel van de behuizing en haal het aan volgens de
veiligheidsspecificaties. Zorg altijd voor een goede afdichting zodat metaal tegen
metaal zit, maar draai de verbindingen niet te strak aan.
4. Isoleer de 2130 met Rockwool-materiaal. Zie Afbeelding 7 voor de toleranties.
6
Snelstartgids
September 2013
Afbeelding 5. Benodigde steunen voor een verlengde vork (standaard)
Max. 1 m (3,2 ft.)
1m
(3.2 ft)
1m
(3.2 ft)
Max.
1m
(3.2 ft)
1m
(3.2 ft)
1m
(3.2 ft)
7
September 2013
Snelstartgids
Afbeelding 6. Voorbeeldinstallaties
Installatie 2130
met schroefdraad
A
B
C
D
Installatie 2130
met flens
E
A. PTFE voor NPT en BSPT (R) schroefdraad
B. Pakking voor BSPP (G) schroefdraad
C. Groef voor vorkuitlijning
D. Uitsparing voor vorkuitlijning
F. Uitsparing voor vorkuitlijning
8
D
Snelstartgids
September 2013
Afbeelding 7. Isolatie
D
A
A
OK
OK
B
C
Rosemount 2130***E
C
D
C
Rosemount 2130***M
A. 100 mm (3,9 inch) vrije ruimte rondom
C. Rockwool
B. 150 mm (5,9 inch)
D. 55 mm (2,1 inch)
9
September 2013
Snelstartgids
Stap 2: Elektrische installatie
Controleer voor gebruik of er geschikte kabelwartels en afdichtpluggen zijn
aangebracht, en of deze stevig zijn bevestigd.
Isoleer de voeding voordat u de schakelaar aansluit of de elektronica
verwijdert.
De aansluitklem van de functionele aarde moet worden aangesloten op een
extern aardingssysteem.
Schakelcassette voor directe belasting (tweedraads, rood etiket)
OPERATION MODE
Dry On Mode
Dry
Wet
LOAD LINE
Dry
Wet
1
2
Wet On Mode
3
Dry On
Wet On
0.3
1
0.3
1
3
3
10
10
30
30
Seconds Delay
Direct Load
Switching
WARNING
Isolate Supply
Before Removing
belasting (moet zijn aangebracht)
Zekering
2 A(T) RR==externe
Fuse 2A(T)
External load (must be fitted )
U = 20–264 V~ (wisselspanning) (50/60 Hz)
U = 20 - 264 V ~ (ac) (50/60Hz )
DPST
DPST
IUIT
mA
IOFF<<44mA
IIL
Opmerking: De
ILIL==20–500
20 - 500mA
mA
L
getoonde waarden
IPK==55A,
IPK
A, 40
40 ms
ms (inschakelstroom)
(inrush)
Neutral
Live
Nul Spanning-
PE
PE
(Ground)
(aarde)
= belasting
uit
R
R
voerend
= belasting
aan
00V
V
... (gelijkspanning)
20 - 60VV—
(dc)
UU==20–60
mA
IOFF<<44mA
IUIT
I = 20 - 500 mA
ILL= 20–500 mA
IPK = 5 A, 40 ms (inrush)
IPK = 5 A, 40 ms (inschakelstroom)
++V
V
Hoog niveau droog = AAN
Dry On
Hoog niveau nat = AAN
Dry On
Wet On
0.3
1
0.3
1
3
3
3
3
10
10
30
10
10
30
30
ΔU
U
12
V
12V
Zekering
Fuse
22A(T)
A(T)
N
N
00V
V
Zekering
Fuse
22A(T)
A(T)
N
N
00V
V
IIL
U
ΔU
12
V
12V
L
Zekering
Fuse
22A(T)
A(T)
Lampje knippert elke
seconde
N
N
00V
V
Zekering
Fuse
2 A(T)
2A(T)
DPST
DPST
LL
++V
V
<4 mA
mA
IILL
DPST
DPST
DPST
LL
++V
V
Lampje brandt
continu
10
<4
<4 mA
mA
ILIL
DPST
DPST
DPST
0.3
1
Seconds Delay
Seconds Delay
L
Wet On
0.3
1
30
IIL
zijn nominale
waarden; zie de
naslaghandleiding
00809-0100-4130 voor
de 2130 voor alle
gegevens
LL
++V
V
Lampje brandt
continu
N
00V
V
L
+
+VV
Lampje knippert elke
seconde
Snelstartgids
September 2013
PNP/PLC-cassette (driedraads, geel etiket)
PLC/PNP
OPERATION MODE
-
OUT
+
Dry On Mode
Dry
Wet
Dry
Wet
2
PE
PE
(aarde)
(Ground)
Wet On
0.3
1
3
3
10
10
30
Seconds Delay
... (gelijkspanning)
U = 20–60 V —
U = 20 - 60 V (dc)
I < 4 mA + IL
I < 4 mA + I L
Hoog niveau droog = AAN
Hoog niveau nat = AAN
Dry On
Wet On
0.3
1
0.3
1
3
3
3
3
10
10
30
10
10
30
30
PLC (positieve ingang)
-
ΔU
+
I/P
PLC
PNP dc
+
ΔU
+
R
IL
+
Lampje brandt
continu
IL
Zekering
Fuse
1
A(T)
1A(T)
< 100 A
+
Lampje knippert
elke seconde
I/P
PLC
-
OUT
+
ΔU
R
<3 V
Zekering
Fuse
11A(T)
A(T)
+
PLC
-
OUT
IL
I/P
PLC
-
OUT
<100 A
IL
+
-
OUT
R
<3 V
R
Zekering
Fuse
11A(T)
A(T)
-
OUT
+
<3 V
IL
I/P
-
OUT
ΔU
<100 A
IL
+
+
-
OUT
+
<3 V
+
0.3
1
Seconds Delay
Seconds Delay
OUT
Wet On
0.3
1
30
+
Opmerking: De
getoonde waarden
zijn nominale
waarden;
zie de 2130
naslaghandleiding
00809-0100-4130
voor alle gegevens
IL (MAX) = 0–500 mA
IL (MAX) = 0 - 500 mA
IPK = 5 A, 40 ms (inschakelstroom)
IPK = 5 A, 40 ms (inrush)
UUIT (AAN) = U–2,5 V
U
= U - 2.5 V
ILOUT(ON)
(UIT) < 100 μA
IL (OFF) < 100 A
++VV O/P
V
O/P 00V
Dry On
Isolate Supply
Before Removing
0.3
1
30
Wet On Mode
4
3
Zekering
Fuse
2A(T)
2 A(T)
1
Dry On
IL
+
Lampje brandt
continu
IL
Zekering
Fuse
1
A(T)
1A(T)
< 100 A
+
Lampje knippert
elke seconde
11
September 2013
Snelstartgids
DPCO-relaiscassette (donkergroen etiket)
OPERATION MODE
Warning
Isolate Supply Before Removing
Seconds Delay
Dry On
Dry On Wet On Dry
L
0.3
1
3
10
0.3 Wet
1
NC
C
NO
NC
C
NO
4
5
6
7
8
9
NC
C
NO
NC
C
NO
RELAY
N
3
10 Dry
30 Wet
30
Wet On
1
2
3
PE
PE
(Ground)
(aarde)
Fuse 0.5 (T)
Zekering
0,5 (T)
Weerstandsbelasting Inductieve belasting
Resistive Load
Inductive Load
cos φ = 1; cos φ = 0.4 ; cos φ = 0,4;
cos φ = 1 ;
L/R
=
0
ms
L/R = 7 ms
L/R = 0 ms
L/R = 7 ms
IMAX = 3,5 A
IMAX = 5 AIMAX = 5 A IMAX = 3.5 A
DPST
DPST
U = 20…264 V ~ (ac)
wisselspanning:
wisselspanning:
ac
Live U = 20...264 V ~ (ac)
Spanning(50/60 Hz) ac
UV = 250 V U
UMAX = 250
(50/60 Hz)
voerend
UV
MAX = 250 MAX
MAX = 250 V
mA
I I< <6 6
mA
P
=
875
VA
PMAX = 1250
VA = 1250MAX
PMAX
VA
PMAX = 875 VA
dc
dc
gelijkspanning:
gelijkspanning:
U = 20...60 V
(dc)
U
= 30 V
...
UMAX = 30 V
U = 20…60 V —
00V
V
++V
V
UMAX = 30 VMAX
UMAX = 30 V
I < 6 mA
(gelijkspanning)
PMAX = 170W
PMAX = 240 W
PMAX = 240 W
PMAX = 170 W
N
N
Hoog niveau droog = AAN
Dry On
Hoog niveau nat = AAN
Dry On
Wet On
0.3
1
0.3
1
3
3
3
3
10
10
30
10
10
30
30
30
C
NO
NC
C
NO
Lampje brandt
continu
12
NC
0.3
1
Seconds Delay
Seconds Delay
NC
Wet On
0.3
1
C
NO
NC
C
NO
Lampje knippert elke
seconde
NC
C
NO
NC
C
NO
Lampje brandt
continu
NC
C
NO
NC
C
NO
Lampje knippert elke
seconde
Snelstartgids
September 2013
Storings- en alarmrelais- (2 x SPCO-)cassette (lichtgroen etiket)
N
L
OPERATION MODE
Alarm
Seconds Delay
Dry On
Dry On Wet On Dry
0.3
1
3
10
0.3 Wet
1
Isolate Supply
Before Removing
NO
Fault
NC
C
4
5
6
7
8
9
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
3
10 Dry
30 Wet
30
Wet On
1
2
3
PE
PE
(Ground)
(aarde)
Zekering
0,5 (T)
Fuse 0.5 (T)
FAULT RELAY
WARNING
Inductieve belasting
ResistiveWeerstandsbelasting
Load
Inductive Load
cos φ = 1cos
; φ = 1; cos φ = 0.4 ; cos φ = 0,4;
L/R = 0 ms
L/R = 0 ms L/R = 7 ms L/R = 7 ms
IMAX = 5 AI
= 5 A IMAX = 3.5 A I
= 3,5 A
DPST
DPST
MAX
MAX
ac:
20…264
~ (ac) ac:
wisselspanning:
wisselspanning:
UU
==
20...264
V ~V
(ac)
N
UMAX = 250 V
N SpanningLive
U
= 250 V
(50/60
(50/60
Hz) Hz) MAX
UMAX = 250PV = 875 VA UMAX = 250 V
voerend
PMAX = 1250 VA
I<
mA
MAX
I <6 6
mA
PMAX = 1250
PMAX = 875 VA
dc:VA
dc:
UMAX = 30 V gelijkspanning:
V
UMAX = 30gelijkspanning:
U = 20...60 V
(dc)
—
...
20…60 V
00V
V
++V
V I <U6=mA
UMAX
PMAX = 170 W UMAX = 30 V
PMAX = 240
W = 30 V
(gelijkspanning)
PMAX = 240 W
PMAX = 170 W
Hoog niveau droog = AAN
Dry On
Hoog niveau nat = AAN
Dry On
Wet On
0.3
1
0.3
1
3
3
3
3
10
10
30
10
10
30
30
30
C
NO
(Geen
alarm)
NC
C
NO
(Geen
storing)
Lampje brandt
continu
NC
0.3
1
Seconds Delay
Seconds Delay
NC
Wet On
0.3
1
C
NO
(Alarm)
NC
C
NO
(Geen
storing)
Lampje knippert elke
seconde
NC
C
NO
(Geen
alarm)
NC
C
NO
(Geen
storing)
Lampje brandt
continu
NC
C
NO
(Alarm)
NC
C
NO
(Geen
storing)
Lampje knippert elke
seconde
13
September 2013
Snelstartgids
NAMUR-cassette (lichtblauw etiket)
OPERATION MODE
-
Dry On Mode
Dry
Wet
+
8V
dc
Dry
Wet
1
2
Wet On Mode
Dry On
EN 50227 / NAMUR
Wet On
0.3
1
0.3
1
3
3
10
30
10
30
Seconds Delay
IION =
= 2.2
2,2...…2.5
2,5
mA
mA
ON
IIOFF
= 0,8 … 1,0 mA
OFF = 0.8 ... 1.0 mA
IIFAULT
1,0
mA
1.0
mA
FAULT < <
Ex
-
+
Een
als intrinsiek
veilig
A certified
intrinsically
safegecertificeerde, isolerende
versterker
volgens
60947-5-6
isolating amplifier
to IEC
IEC 60947-5-6
Ex
Hoog niveau droog = AAN
Dry On
Hoog niveau nat = AAN
Dry On
Wet On
0.3
1
0.3
1
0.3
1
3
3
3
3
10
10
30
10
10
30
30
30
+
>>2,2
2,2 mA
mA
Lampje brandt
continu
Opmerking



14
0.3
1
Seconds Delay
Seconds Delay
-
Wet On
-
+
<<1,0
1,0mA
mA
Lampje knippert elke
seconde
-
+
>>2,2
2,2 mA
mA
Lampje brandt
continu
-
+
<<1,0
1,0 mA
mA
Lampje knippert elke
seconde
Deze cassette is geschikt voor intrinsiek veilige toepassingen en vereist een
isolatiebarrière. Zie “Productcertificeringen” op pagina 21 voor de goedkeuringen
voor intrinsieke veiligheid.
Deze elektronicacassette kan ook worden gebruikt voor toepassingen in
niet-gevaarlijke (veilige) zones. De elektronicacassette kan alleen worden
uitgewisseld met de cassette van 8/16 mA.
8 V d.c. niet overschrijden
Snelstartgids
September 2013
8/16 mA-cassette (donkerblauw etiket)
OPERATION MODE
Dry On Mode
Dry
Wet
+
Wet
Dry
1
2
PE
PE
(Ground)
(aarde)
Ex
-
Ex
Wet On Mode
3
Dry On
0.3
1
0.3
1
3
3
10
10
30
30
8/16 mA
Wet On
Seconds Delay
I ON =
15 ...
= 15
IAAN
...17
17mA
mA
7.5...
... 8,5
8.5 mA
I OFF==7,5
IUIT
mA
I FAULT <<3.7
IFAULT
1,0mA
mA
24 Vdc
Nominal
U=
= 24
U
V d.c.
nominaal
+
Om
aan de
IS-eisensafe
te voldoen,
moet een als intrinsiek
A certified
intrinsically
barrier
veilig
barrière worden gebruikt.
must begecertificeerde
used to meet IS requirements
-
+
Stuurt 4–20
ingang
DrivesmA
4-20 analoge
mA Analog
Input aan
Hoog niveau droog = AAN
Dry On
Hoog niveau nat = AAN
Dry On
Wet On
Wet On
0.3
1
0.3
1
0.3
1
3
3
3
3
10
10
30
10
10
30
30
30
Seconds Delay
Seconds Delay
+
>>15
15mA
mA
Lampje brandt
continu
0.3
1
+
<<8,5
8,5mA
mA
Lampje knippert elke
seconde
+
>>15
15mA
mA
Lampje brandt
continu
+
<<8,5
8,5mA
mA
Lampje knippert elke
seconde
Opmerking


Deze cassette is geschikt voor intrinsiek veilige toepassingen en vereist een
isolatiebarrière. Zie “Productcertificeringen” op pagina 21 voor de goedkeuringen
voor intrinsieke veiligheid.
Deze cassette kan ook worden gebruikt voor toepassingen in niet-gevaarlijke
(veilige) zones. De cassette is alleen onderling uitwisselbaar met de
NAMUR-cassette
15
September 2013
Snelstartgids
Storingstoestand gedetecteerd (alleen zelfcontrolemodus)
Wanneer er in de zelfcontrolemodus een storingstoestand wordt gedetecteerd,
knippert het “hartslaglampje” elke halve seconde en wordt elke derde knippering
overgeslagen. De uitgang van de 2130 is dan als volgt:
Directe belasting
PLC
+
<4 mA
IL
Zekering
Fuse
2 A(T)
+
LL
+V
R
PLC
(=storing)
(=storing)
DPCO-relais
NAMUR
-
NC
C
IL
Fuse
Zekering
1 A(T)
1A(T)
I/P
+V
+
-
UIT
OUT
IL
N
N
0V
0V
NO
+
<100 A
2A(T)
C
-
UIT
OUT
DPST
DPST
NC
PNP dc
< 100 A
+
(=storing)
8/16 mA
+
NO
<<1,0
1,0mA
mA
(=storing)
(=storing)
<< 3,7
3,7 mA
mA
(=storing)
Storings- en alarm- (2 x SPCO-)relais
Alarmrelais
Storingsrelais
NC
NC
C
NO
(=geen
alarm)
C
NO
(=storing)
Opmerking
Zie “Signalering door het lampje” op pagina 18 voor oorzaken van andere knipperfrequenties van
het lampje.
16
Snelstartgids
September 2013
Stap 3: Modusschakelaar en schakelvertraging instellen
1. Selecteer de modus “Dry on” (droog aan) of “Wet on” (nat aan).
2. Selecteer 0,3 s, 1 s, 3 s, 10 s of 30 s als vertraging voordat de uitgangstoestand
wordt gewijzigd.
Opmerking



Wanneer de modus of vertraging wordt gewijzigd, geldt een vertraging van vijf
seconden
De kleine uitsparing in de draaiende schakelaar geeft de vertraging en modus aan.
Voor een installatie met alarm voor hoog niveau wordt “Dry on” aanbevolen,
en voor een alarm voor laag niveau “Wet on”. Niet installeren in de normale
toestand ‘uit’
Afbeelding 8. Bovenaanzicht van voorbeeldcassette in de behuizing
A
B
PLC/PNP
OPERATION MODE
+
OUT
-
Dry On Mode
Dry
Wet
Dry
Wet
1
2
3
4
Wet On Mode
Dry On
0.3
1
Wet On
0.3
1
3
3
10
10
30
30
Isolate Supply
Before Removing
Seconds Delay
A. Lampje
B. Modusschakelaar en vertraging
Stap 4: Bedrijfsmodus instellen
De zelfcontrolemodus selecteren
Wanneer de zelfcontrolemodus actief is, brandt het “hartslaglampje” geel.
Dry On
0.3
1
3
10
30
Dry On
Wet On
0.3
0.3
1
1
3
10
3
10
30
Seconds Delay
10 seconden
30
Wet On
<3
seconden
Dry On
Wet On
0.3
1
1
3
3
3
10
30
10
10
30
0.3
1
Seconds Delay
30
0.3
Seconds Delay
17
September 2013
Snelstartgids
De normale bedrijfsmodus selecteren
Wanneer de normale modus actief is, brandt het “hartslaglampje” rood.
Dry On
Wet On
Dry On
Wet On
<3
seconden
Dry On
Wet On
0.3
1
0.3
1
0.3
1
0.3
1
0.3
1
0.3
3
3
3
3
3
3
10
10
30
10
10
30
10
10
30
30
Seconds Delay
10 seconden
30
30
1
Seconds Delay
Seconds Delay
Signalering door het lampje
Tabel 1. Signalering door lampje
Kleuren van
het lampje
Bedrijfsmodi1
Beschrijving van modus
Rood
Normaal
Wanneer het lampje rood is en knippert, geeft dit aan dat de 2130
mogelijk ongekalibreerd is, of dat hij met succes gekalibreerd is maar een
probleem met de elektrische belasting heeft, of dat de interne printplaat
een storing heeft.
Zie Tabel 2 voor nadere informatie.
Geel
Zelfcontrole
Wanneer het lampje geel is en knippert, geeft dit hetzelfde aan als
normale modus, maar tevens dat er externe schade aan vorken bestaat,
dat er gecorrodeerde vorken zijn of dat er interne sensorschade is. Zie
Tabel 2 voor nadere informatie.
1. Zie “Bedrijfsmodus instellen” op pagina 17.
Tabel 2. Knipperfrequentie van het lampje
Knipperfrequentie van het lampje
Schakelstand
Continu
Uitgangstoestand is aan
1 per 1/2 seconde en elke derde
knippering wordt overgeslagen
Externe schade aan vorken; gecorrodeerde vorken; schade aan
interne draad; schade aan interne sensor1
(alleen zelfcontrolemodus)
1 per seconde
Uitgangstoestand is uit
1 per 2 seconden
Ongekalibreerd2
1 per 4 seconden
Belastingsstoring; belastingsstroom te hoog; kortsluiting in de
belasting
2 keer per seconde
Signalering van geslaagde kalibratie
3 keer per seconde
Storing interne printplaat (microprocessor, ROM of RAM)
Uit
Probleem (bijv. toevoer)
1. Zie “Storingstoestand gedetecteerd (alleen zelfcontrolemodus)” op pagina 16.
2. Zie het hoofdstuk “Replacement and Calibration of Electronic Cassettes” (Vervanging en kalibratie van elektronicacassettes) in
de productnaslaghandleiding voor de 2130 (00809-0100-4130) of het supplement van de handleiding (00809-0200-4130).
18
Snelstartgids
September 2013
Stap 5: Controle van de werking
Magnetisch testpunt
Het magnetisch testpunt bevindt zich op de behuizing en wordt gebruikt voor het
testen van de werking van de 2130. Wanneer er een magneet tegen het doel wordt
gehouden, verandert de toestand van de uitgang zolang de magneet op zijn plaats
blijft.
Afbeelding 9. Magnetisch testpunt (metalen behuizing)
TP
TP
TP
S
N
S
N
GEEN MAGNEET
MAGNEET
(UITGANG UIT)
(UITGANG AAN)
(UITGANG AAN)
(UITGANG UIT)
Probleemoplossing
Tabel 3. Tabel voor probleemoplossing
Storing
Schakelt niet
Incorrect
schakelen
Storingen bij
schakelen
Probleem/signalering
Handeling/oplossing
Geen lampje; geen stroom
Controleer de elektrische voeding; (controleer de
belasting bij modellen met schakelelektronica
voor directe belasting)
Lampje knippert
Zie “Signalering door het lampje” op pagina 18
Vork is beschadigd
Vervang de 2130
Vorming van dikke korstlaag op de
vorken
Maak de vork voorzichtig schoon
Vertraging van 5 seconden bij het
wijzigen van modus/vertraging
Dit is normaal — wacht 5 seconden
Droog = aan, nat = aan correct
ingesteld
Stel de juiste modus in op de elektronicacassette
Turbulentie
Stel een langere schakelvertraging in
Te veel elektrische ruis
Onderdruk de oorzaak van de interferentie
Cassette van een andere
Rosemount 2130 geplaatst
Breng de vanuit de fabriek meegeleverde cassette
aan en kalibreer deze1
1. Zie het hoofdstuk “Replacement and Calibration of Electronic Cassettes” (Vervanging en kalibratie van
elektronicacassettes) in de productnaslaghandleiding (00809-0100-4130) of het supplement van de handleiding
(00809-0200-4130).
19
Snelstartgids
September 2013
Onderhoud

Gebruik voor reiniging uitsluitend een zachte borstel.
Inspectie



Inspecteer de 2130 visueel op schade. Niet gebruiken als u schade aantreft.
Zorg dat het deksel van de behuizing, de kabelwartels en afdichtpluggen stevig zijn
bevestigd.
Controleer of het lampje met een frequentie van 1 Hz knippert of onafgebroken
brandt. (Zie “Signalering door het lampje” op pagina 18.)
Reserveonderdelen

20
Zie het productgegevensblad 00809-0100-4130 voor de 2130 voor
reserveonderdelen en accessoires.
September 2013
Snelstartgids
Productcertificeringen
Informatie over Europese richtlijnen
De EG-verklaring van overeenstemming voor alle op dit product toepasselijke
Europese richtlijnen is te vinden op pagina 37 en op de Rosemount-website,
www.rosemount.com. Neem contact op met het plaatselijke verkoopkantoor voor
een gedrukt exemplaar.
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Voldoet aan de ATEX-richtlijn.
Richtlijn betreffende drukapparatuur (PED) (97/23/EG)
De Rosemount 2130 valt buiten het bestek van de PED-richtlijn.
Richtlijn laagspanning
EN61010-1 vervuilingsgraad 2, categorie II (max 264 V), vervuilingsgraad 2,
categorie III (max 150 V).
Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit (EMC)
EN61326-emissies volgens klasse B. Immuniteit volgens vereisten voor industriële
locaties.
NAMUR NE21.
CE-markering
Voldoet aan vigerende richtlijnen (EMC, ATEX en laagspanningsrichtlijn).
Goedkeuring voor overloopbeveiliging
Door TÜV getest en goedgekeurd voor overloopbeveiliging volgens de Duitse
DIBt/WHG-regelgeving. Nummer certificaat: Z-65.11-519.
Goedkeuringen maritiem
ABS
American Bureau of Shipping
GL
Germanischer Lloyd (uitgezonderd alarm- en storingsrelaiscassette)
Goedkeuring drinkwater
Mobrey Ltd. (Slough, Verenigd Koninkrijk) verklaart dat de onderdelen van de
Rosemount 2130 trilvorkniveauschakelaar die met proces in aanraking komen,
geschikt en goedgekeurd zijn voor gebruik voor drinkwater.
De onderdelen van de trilvorkniveauschakelaars die met proces in aanraking komen,
zijn uitgevoerd in roestvast staal (optiecode S) en een legering C/legering C-276
(optiecode H). Deze materialen zijn geclassificeerd als toxicologisch en
microbiologisch veilig en conform DIN 50930-6.
21
Snelstartgids
September 2013
NAMUR-goedkeuring
Rapport typetest NAMUR NE95 op aanvraag verkrijgbaar. Voldoet aan NAMUR NE21.
Certificering normale locaties voor FM
G5 Project-ID: 3021776
De schakelaar is door FM onderzocht en getest, waarbij is vastgesteld dat het ontwerp
voldoet aan de elementaire elektrische, mechanische en brandveiligheidsvereisten.
FM is een in de VS nationaal erkend onderzoekslaboratorium (nationally recognized
testing laboratory; NRTL), dat is geaccrediteerd door de Amerikaanse Occupational
Safety and Health Administration (OSHA).
Certificering normale locaties voor CSA
G6 Certificaat nummer 06 CSA 1805769
De schakelaar is door CSA onderzocht en getest, waarbij is vastgesteld dat het ontwerp
voldoet aan de elementaire elektrische, mechanische en brandveiligheidsvereisten. CSA
is een nationaal erkend onderzoekslaboratorium (nationally recognized testing
laboratory; NRTL), dat is geaccrediteerd door de Standards Council of Canada (SCC).
Enkele afdichting
Canadees registratienummer
Certificaat nummer CRN 0F04227.2C
Aan de CRN-eisen wordt voldaan indien een Rosemount 2130
trilvorkniveauschakelaar met CSA-goedkeuring (met productcertificeringscode G6,
E6 of I6) is geconfigureerd met roestvaststalen onderdelen die met procesmedium in
aanraking komen, en met procesverbindingen met NPT-draad of ASME B16.5 2 inch
tot 8 inch met flens.
Certificeringen voor explosiegevaarlijke locaties
Opmerking




22
Als de NAMUR-elektronica in een installatie op een explosiegevaarlijke locatie
wordt gebruikt, is een gecertificeerde isolatieversterker volgens IEC 60947-5-6
vereist voor intrinsieke veiligheid
Als de elektronica van 8/16 mA in een installatie op een explosiegevaarlijke locatie
wordt gebruikt, is een gecertificeerde intrinsiek veilige barrière vereist voor
intrinsieke veiligheid
Alle door de CSA goedgekeurde eenheden zijn gecertificeerd conform
ANSI/ISA 12.27.01-2003
De controletekeningen staan in de naslaghandleiding voor de 2130
(00809-0100-4130)
September 2013
Snelstartgids
Noord-Amerikaanse en Canadese goedkeuringen
Factory Mutual (FM) goedkeuring voor explosieveiligheid
(zie “Instructies voor installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (E5 en E6)” op pagina 26)
E5 Project-ID: 3012658
Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D
Temperatuurklasse: T6 (zie paragraaf 9.b op pagina 27)
Behuizing: Type 4X
Goedkeuring Factory Mutual (FM) voor intrinsieke veiligheid
(zie “Instructies voor installaties op explosiegevaarlijke (gezoneerde) locaties (I5 en I6)” op
pagina 29)
I5 Project-ID: 3011456
Intrinsiek veilig voor klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D
Klasse I, zone 0, AEx ia IIC
Temperatuurcode: T5 (zie controletekeningen)
Controletekening: 71097/1154 (met NAMUR-elektronica)
Ui=15 V, Ii=32 mA, Pi=0,1 W, Ci=211 nF, Li=0,06 mH
Controletekening: 71097/1314 (met elektronica van 8/16 mA)
Ui=30 V, Ii=93 mA, Pi=0,65 W, Ci=12 nF, Li=0,035 mH
Canadian Standards Association (CSA) goedkeuring voor explosieveiligheid
(zie “Instructies voor installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (E5 en E6)” op pagina 26)
E6 Project-ID: 1786345
Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D
Temperatuurklasse: T6 (zie paragraaf 9.b op pagina 27)
Behuizing: Type 4X
Enkele afdichting
Goedkeuring voor intrinsieke veiligheid van de Canadian Standards Association (CSA)
(zie “Instructies voor installaties op explosiegevaarlijke (gezoneerde) locaties (I5 en I6)” op
pagina 29)
I6 Certificaatnummer: 06 CSA 1786345
Intrinsiek veilig voor klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D
Klasse I, zone 0, Ex ia IIC
Niet-brandgevaarlijk voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D
Temperatuurcode: T5 (zie controletekeningen)
Controletekening: 71097/1179 (met NAMUR-elektronica)
Ui=15 V, Ii=32 mA, Pi=0,1 W, Ci=211 nF, Li=0,06 mH
Controletekening: 71097/1315 (met elektronica van 8/16 mA)
Ui=30 V, Ii=93 mA, Pi=0,65 W, Ci=12 nF, Li=0,035 mH
Enkele afdichting
Opmerking


Als de NAMUR-elektronica in een installatie op een explosiegevaarlijke locatie
wordt gebruikt, is een gecertificeerde isolatieversterker volgens IEC 60947-5-6
vereist voor intrinsieke veiligheid
Als de elektronica van 8/16 mA in een installatie op een explosiegevaarlijke locatie
wordt gebruikt, is een gecertificeerde intrinsiek veilige barrière vereist voor
intrinsieke veiligheid
23
Snelstartgids
September 2013
Europese goedkeuringen
ATEX-goedkeuringen
E1 Certificaat: Sira 05ATEX1129X
Drukvast en stofbestendig:
ATEX-markering
II 1/2 G D
Ex d IIC T6…T2 Ga/Gb
Ex tb IIIC T85 °C…T265 °C Db
(zie “Specifieke instructies voor installaties in een explosiegevaarlijke omgeving (E1 en E7)” op
pagina 31)
I1 Certificaat: Sira 05ATEX2130X
Intrinsieke veiligheid en stof:
ATEX-markering
II 1 G D
Ex ia IIC T5…T2 Ga
Ex ia IIIC T85 °C…T265 °C Da
(zie “Specifieke instructies voor installaties in een explosiegevaarlijke omgeving (I1 en I7)” op
pagina 34)
Goedkeuringen rest van de wereld
Goedkeuringen INMETRO
E2 Nummer certificaat: TÜV 12.1285 X
Drukvast en stofbestendig:
Ex d IIC T6 tot T2 Ga/Gb, Ex tb IIIC T85 °C tot T265 °C Db
I2 Nummer certificaat: TÜV 12.1391 X
Intrinsiek veilig in omgevingen met gassen en stof:
Ex ia IIC T* Ga, Ex ia IIIC T* Da (* zie tabel in certificaat)
Ta* (* zie tabel in certificaat)
Veiligheidsparameters:
NAMUR: Ui = 15 V / Ii = 32 mA / Pi = 0,1 W / Ci = 12 nF / Li = 0,06 mH
8/16 mA: Ui = 30 V / Ii = 93 mA / Pi = 0,65 W / Ci = 12 nF / Li = 0,035 mH
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik:
De niet-metalen onderdelen van de apparatuurbehuizing kunnen onder extreme
omstandigheden elektrostatische ontlading veroorzaken. De apparatuur mag alleen
met een vochtige doek worden gereinigd.
Goedkeuringen National Supervision and Inspection Center for Explosion Protection
and Safety of Instrumentation (NEPSI)
E3 Certificaat: GYJ101373
Drukvast en stofbestendig:
Ex d IIC T6~T2
DIP A21 TA (T85 °C ~ 265 °C) IP6X
(zie het certificaat of de naslaghandleiding van de 2130 (00809-0100-4130) voor specifieke
instructies voor installatie in een explosiegevaarlijke omgeving)
I3 Certificaat: GYJ101372X
Intrinsieke veiligheid (NAMUR-elektronica):
Ex ia IIC T5~T2
Ui=15 V, Ii=32 mA, Pi=0,1 W, Ci=12 nF, Li=0,06 mH
(zie het certificaat of de naslaghandleiding van de 2130 (00809-0100-4130) voor specifieke
instructies voor installatie in een explosiegevaarlijke omgeving)
24
September 2013
Snelstartgids
Goedkeuringen International Electrotechnical Commission (IEC)
E7 Certificaat: IECEx SIR 06.0051X
Drukvast en stofbestendig:
Ex d IIC T6…T2 Ga/Gb
Ex tb IIIC T85 °C…T265 °C Db
(zie “Specifieke instructies voor installaties in een explosiegevaarlijke omgeving (E1 en E7)” op
pagina 31)
I7 Certificaat: IECEx SIR 06.0070X
Intrinsiek veilig in omgevingen met gassen en stof:
Ex ia IIC T5…T2 Ga
Ex ia IIIC T85 °C…T265 °C Da
(zie “Specifieke instructies voor installaties in een explosiegevaarlijke omgeving (I1 en I7)” op
pagina 34)
25
Snelstartgids
September 2013
Instructies voor installaties in explosiegevaarlijke omgevingen
(E5 en E6)
Betrokken modelnummers:
2130**9E***********E5***, 2130**9E***********E6***
2130**9M***********E5***, 2130**9M***********E6***
(“*” staat voor opties in constructie, functie en materiaal.)
De volgende instructies gelden voor apparatuur met CSA- en FM-goedkeuringen voor
explosieveiligheid:
1. De apparatuur kan worden gebruikt met ontvlambare gassen en dampen met
apparatuur van klasse 1, divisie 1, groep A, B, C en D.
2. Door CSA en FM goedgekeurde explosieveilige versies van de 2130***E zijn
gecertificeerd voor gebruik bij omgevingstemperaturen van —50 °C tot 75 °C
(—58 °F tot 167 °F) en een maximale procestemperatuur van 260 °C (500 °F).
Door CSA en FM goedgekeurde explosieveilige versies van de 2130***M zijn
gecertificeerd voor gebruik bij omgevingstemperaturen van —40 °C tot 75 °C
(—40 °F tot 167 °F) en een maximale procestemperatuur van 180 °C (356 °F)
3. Installatie van deze apparatuur dient te worden uitgevoerd door personeel met
een gepaste opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving.
4. Inspectie en onderhoud van deze apparatuur dient te worden uitgevoerd door
personeel met een gepaste opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke
regelgeving.
5. De gebruiker mag deze apparatuur niet repareren.
6. De certificering van dit apparaat is afhankelijk van de volgende materialen die bij
de vervaardiging zijn gebruikt:
Behuizing: aluminiumlegering (ASTM B85 360.0) of 316 roestvast staal
Deksel: aluminiumlegering (ASTM B85 360.0) of 316 roestvast staal
Sonde: 316 roestvast staal of legering C276 (UNS N10276) en legering C
(UNS N10002)
Sondevulling: perliet
Afdichting deksel: siliconen
Als de apparatuur gemakkelijk in contact kan komen met bijtende stoffen is het de
verantwoordelijkheid van de gebruiker om passende maatregelen te treffen die
voorkomen dat de werking wordt aangetast en zo te garanderen dat het
beschermingstype geldig blijft.
Bijtende stoffen — Bijv. zuurhoudende vloeistoffen of gassen die metaal kunnen
aantasten of oplosmiddelen die polymeer kunnen aantasten.
Passende maatregelen — Bijv. regelmatige controles die deel uitmaken van
routinematig uitgevoerde inspecties of aan de hand van het
veiligheidsinformatieblad van het materiaal vaststellen of de apparatuur bestand is
tegen bepaalde chemische stoffen.
De metalen legering van de behuizing kan op toegankelijke plaatsen aanwezig zijn;
in zeldzame gevallen kunnen als gevolg van vonkvorming door stoten en wrijving
ontstekingsbronnen ontstaan. Hiermee dient rekening te worden gehouden
wanneer de 2130 wordt geïnstalleerd op locaties waar specifiek apparatuur van
klasse 1, divisie 1 is vereist.
26
Snelstartgids
September 2013
7. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om ervoor te zorgen:
a. dat de spannings- en stroomlimieten voor deze apparatuur niet worden
overschreden;
b. dat de voegvereisten tussen de sonde (schakelaar) en het vatreservoir geschikt
zijn voor het procesmedium;
c. dat de voegdichtheid correct is voor het gebruikte voegmateriaal;
d. dat er uitsluitend kabelwartels met een geschikte certificering worden gebruikt
voor aansluiting van deze apparatuur;
e. dat alle ongebruikte kabelingangen worden afgedicht met geschikte
gecertificeerde stoppluggen.
8. De vork van de sonde staat in de normale bedrijfsmodus bloot aan een geringe
trillingsbelasting. Aangezien de vork een scheidingswand vormt, verdient het
aanbeveling om de vork om de twee jaar te inspecteren op tekenen van defecten.
9. Technische gegevens:
a. Coderingen: klasse 1, divisie 1, groep A, B, C en D
b. Temperatuur:
2130**9E***********E5***, 2130**9E***********E6***:
Maximale temperatuur
omgevingslucht (Ta)
Maximale
procestemperatuur (Tp)
T6, T5, T4, T3, T2, T1
75 °C
80 °C
T5, T4, T3, T2, T1
74 °C
95 °C
Temperatuurklassen
T4, T3, T2, T1
73 °C
125 °C
T3, T2, T1
69 °C
185 °C
T2, T1
65 °C
260 °C
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —50 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —70 °C
2130**9M***********E5***, 2130**9M***********E6***:
Maximale temperatuur
omgevingslucht (Ta)
Maximale
procestemperatuur (Tp)
T6, T5, T4, T3, T2, T1
75 °C
75 °C
T5, T4, T3, T2, T1
70 °C
90 °C
T4, T3, T2, T1
65 °C
125 °C
T3, T2, T1
50 °C
180 °C
Temperatuurklassen
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —40 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —40 °C
c. Druk: mag niet hoger zijn dan de maximale druk voor de geïnstalleerde
koppeling/flens.
d. Zie voor elektrische gegevens en nominale drukwaarden het
productgegevensblad (00813-0100-4130) of de naslaghandleiding
(00809-0100-4130) voor de 2130.
e. Bouwjaar: gedrukt op het productetiket.
27
September 2013
Snelstartgids
10. Kabelselectie:
a. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om te zorgen dat een kabel met
een geschikte temperatuurspecificatie wordt gebruikt. De tabel hieronder geeft
richtlijnen voor de selectie:
T-klasse
28
Temperatuurclassificatie kabel
T6
Boven 85 °C (185 °F)
T5
Boven 100 °C (212 °F)
T4
Boven 135 °C (275 °F)
T3
Boven 160 °C (320 °F)
September 2013
Snelstartgids
Instructies voor installaties op explosiegevaarlijke (gezoneerde)
locaties (I5 en I6)
Betrokken modelnummers:
2130N**************I5***
2130N**************I6***
2130M**************I5***
2130M**************I6***
(“*” staat voor opties in constructie, functie en materiaal.)
De volgende instructies gelden voor apparatuur met CSA- en FM-goedkeuringen voor
intrinsieke veiligheid en niet-vonkendheid:
1. De als intrinsiek veilig goedgekeurde Rosemount 2130 kan worden gebruikt op
explosiegevaarlijke locaties met brandbare gassen en dampen van klasse 1 divisie 2
groep A, B, C en D, en klasse 1 zone 0 groep IIC indien geïnstalleerd conform
controletekening 71097/1154, 71097/1314, 71097/1179 of 71097/1315. De
controletekeningen vindt u in de naslaghandleiding van de 2130
(00809-0100-4130).
2. De als niet-vonkend goedgekeurde Rosemount 2130 kan worden gebruikt op
explosiegevaarlijke locaties met brandbare gassen en dampen van klasse 1 divisie 2
groep A, B, C en D indien geïnstalleerd conform controletekening 71097/1179 of
71097/1315. De controletekeningen vindt u in de naslaghandleiding van de 2130
(00809-0100-4130).
3. De elektronica in het apparaat is alleen gecertificeerd voor gebruik bij
omgevingstemperaturen binnen het bereik van —50 °C tot 80 °C. Gebruik buiten dit
bereik is niet toegestaan. De schakelaar mag wel in het procesmedium worden
geplaatst, dat een hogere temperatuur mag hebben dan de elektronica, maar niet
hoger dan de temperatuurklasse voor het desbetreffende gas/medium.
4. Het is een voorwaarde voor goedkeuring dat de temperatuur van de elektronica
binnen het bereik van —50 tot 80 °C (—58 tot 176 °F) ligt. Gebruik buiten dit bereik is
niet toegestaan. De externe omgevingstemperatuur zal moeten worden begrensd
als de temperatuur van het procesmedium hoog is.
5. De installatie dient te worden verricht door daartoe opgeleid personeel in
overeenstemming met de geldende praktijkregels.
6. De gebruiker mag deze apparatuur niet repareren.
7. Als de apparatuur gemakkelijk in contact kan komen met bijtende stoffen is het de
verantwoordelijkheid van de gebruiker om passende maatregelen te treffen die
voorkomen dat de werking wordt aangetast en zo te garanderen dat het
beschermingstype geldig blijft.
Bijtende stoffen — Bijv. zuurhoudende vloeistoffen of gassen die metaal kunnen
aantasten of oplosmiddelen die polymeer kunnen aantasten.
Passende maatregelen — Bijv. regelmatige controles die deel uitmaken van
routinematig uitgevoerde inspecties of aan de hand van het
veiligheidsinformatieblad van het materiaal vaststellen of de apparatuur bestand is
tegen bepaalde chemische stoffen.
29
Snelstartgids
September 2013
8. Als de behuizing is vervaardigd van een legering of kunststof, dienen de volgende
voorzorgsmaatregelen te worden getroffen:
a. De metalen legering van de behuizing kan op toegankelijke plaatsen aanwezig
zijn; in zeldzame gevallen kunnen als gevolg van vonkvorming door stoten en
wrijving ontstekingsbronnen ontstaan.
b. Onder bepaalde extreme omstandigheden kunnen de niet-metallische
onderdelen in de behuizing van de Rosemount 2130 een zodanig sterke
elektrostatische lading afgeven dat deze ontsteking kan veroorzaken. Daarom
mag de Rosemount 2130 bij gebruik in toepassingen waarin specifiek
apparatuur van groep II is vereist, niet worden geïnstalleerd op een locatie waar
externe omstandigheden kunnen leiden tot het ontstaan van een
elektrostatische lading op dergelijke oppervlakken. Ook mag de
Rosemount 2130 uitsluitend met een vochtige doek worden gereinigd.
9. Technische gegevens:
a. Goedkeuring intrinsieke veiligheid: klasse 1, divisie 1, groep A, B, C en D, klasse 1
zone 0 AEx ia IIC
Goedkeuring niet-vonkendheid: klasse 1, divisie 2, groep A, B, C en D
b. Ingangsparameters:
2130 met NAMUR-elektronica:
Vmax=15 V, Imax=32 mA, Pi=0,1 W, Ci=211 nF, Li=0,06 mH
2130 met elektronica van 8/16 mA:
Vmax=30 V, Imax=93 mA, Pi=0,65 W, Ci=12 nF, Li=0,035 mH
c. Materiaal: zie productgegevensblad voor de 2130 (00813-0100-4130).
d. Bouwjaar: gedrukt op het productetiket.
30
September 2013
Snelstartgids
Specifieke instructies voor installaties in een explosiegevaarlijke
omgeving (E1 en E7)
Betrokken modelnummers:
2130*A2E***********E1****, 2130*S2E***********E1****,
2130*A2E***********E7****, 2130*S2E***********E7****,
2130*A2M***********E1****, 2130*S2M***********E1****,
2130*A2M***********E7****, 2130*S2M***********E7****
(“*” staat voor opties in constructie, functie en materiaal.)
De volgende instructies gelden voor apparatuur die valt onder de certificaten
Sira 05ATEX1129X en IECEx SIR 06.0051X:
1. De apparatuur kan worden gebruikt met brandgevaarlijke gassen en dampen met
apparatuurgroep IIA, IIB en IIC en temperatuurklasse T1, T2, T3, T4, T5 en T6
[IECEx: in zones 1 en 2. De sonde kan worden geïnstalleerd in een vat in zone 0].
De temperatuurklasse van de installatie wordt bepaald aan de hand van de procesof omgevingstemperatuur (de hoogste van de twee waarden).
2. De apparatuur kan worden gebruikt met explosief stof in apparatuurgroep IIIC, IIIB
en IIIA. De maximale oppervlaktetemperatuur van de installatie wordt bepaald aan
de hand van de proces- of omgevingstemperatuur (de hoogste van de twee
waarden).
3. De apparatuur is niet beoordeeld als veiligheidsgerelateerd apparaat [ATEX: zoals
naar verwezen in Richtlijn 94/9/EG bijlage II, clausule 1.5].
4. Installatie van deze apparatuur dient te worden uitgevoerd door personeel met een
gepaste opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving.
5. Inspectie en onderhoud van deze apparatuur dient te worden uitgevoerd door
personeel met een gepaste opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke
regelgeving.
6. De gebruiker mag deze apparatuur niet repareren.
7. De certificering van dit apparaat is afhankelijk van de volgende materialen die bij de
vervaardiging zijn gebruikt:
Behuizing: aluminiumlegering (ASTM B85 360.0) of 316L roestvast staal
Deksel: aluminiumlegering (ASTM B85 360.0) of 316L roestvast staal
Sonde:
RVS 316 of legering C (UNS N10002) en legering C-276 (UNS N10276)
Sondevulling: perliet
Afdichtingen: siliconen
8. Als de apparatuur gemakkelijk in contact kan komen met bijtende stoffen, is het de
verantwoordelijkheid van de gebruiker om passende maatregelen te treffen die
voorkomen dat de werking verslechtert en op die wijze te garanderen dat het type
bescherming niet wordt aangetast.
Bijtende stoffen: bijv. zure vloeistoffen of gassen die metaal kunnen aantasten of
oplosmiddelen die polymeer kunnen aantasten.
Passende voorzorgsmaatregelen: bijv. regelmatige controles die deel uitmaken van
routinematig uitgevoerde inspecties of aan de hand van het
veiligheidsinformatieblad van het materiaal vaststellen of de apparatuur bestand is
tegen specifieke chemicaliën.
31
September 2013
Snelstartgids
9. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om ervoor te zorgen:
a. dat de spannings- en stroomlimieten voor deze apparatuur niet worden
overschreden;
b. dat de voegvereisten tussen de sonde (schakelaar) en het vatreservoir geschikt
zijn voor het procesmedium;
c. dat de voegdichtheid correct is voor het gebruikte voegmateriaal;
d. dat er uitsluitend kabelwartels met een geschikte certificering worden gebruikt
voor aansluiting van deze apparatuur;
e. dat alle ongebruikte kabelingangen worden afgedicht met geschikte
gecertificeerde stoppluggen.
10. De vork van de sonde staat in de normale bedrijfsmodus bloot aan een geringe
trillingsbelasting. Aangezien de vork een scheidingswand vormt, verdient het
aanbeveling om de vork om de 2 jaar te inspecteren op tekenen van defecten.
11. Technische gegevens:
a. Coderingen:
ATEX:
II 1/2 G D
Ex d IIC T6…T2 Ga/Gb
Ex tb IIIC T85 °C…T265 °C Db
IECEx:
Ex d IIC T6…T2 Ga/Gb
Ex tb IIIC T85 °C…T265 °C Db
b. Temperatuur:
2130*A2E***********E1****, 2130*S2E***********E1****,
2130*A2E***********E7**** en 2130*S2E***********E7****:
Temperatuurklassen
Maximale
oppervlaktetemperatuur (T)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
Maximale
procestemperatuur
(Tp)
T6, T5, T4, T3, T2, T1
T85 °C
75 °C
80 °C
T5, T4, T3, T2, T1
T100 °C
74 °C
95 °C
T4, T3, T2, T1
T120 °C
73 °C
115 °C
T3, T2, T1
T190 °C
69 °C
185 °C
T2, T1
T265 °C
65 °C
260 °C
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —40 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —70 °C
2130*A2M***********E1****, 2130*S2M***********E1****,
2130*A2M***********E7**** en 2130*S2M***********E7****:
Maximale
oppervlaktetemperatuur (T)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
T6, T5, T4, T3, T2, T1
T85 °C
75 °C
75 °C
T5, T4, T3, T2, T1
T100 °C
70 °C
90 °C
T4, T3, T2, T1
T135 °C
65 °C
125 °C
T3, T2, T1
T190 °C
50 °C
180 °C
Temperatuurklassen
32
Maximale
procestemperatuur
(Tp)
Snelstartgids
September 2013
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —40 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —40 °C
c. Druk: mag niet hoger zijn dan de maximale druk voor de geïnstalleerde
koppeling/flens.
d. Zie voor elektrische gegevens en nominale drukwaarden het
productgegevensblad (00813-0100-4130) of de naslaghandleiding
(00809-0100-4130) voor de 2130.
e. Bouwjaar: gedrukt op het productetiket.
12. Kabelselectie
a. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om te zorgen dat een kabel met
een geschikte temperatuurspecificatie wordt gebruikt. De tabel hieronder geeft
richtlijnen voor de selectie:
T-klasse
Temperatuurclassificatie kabel
T6
Boven 85 °C
T5
Boven 100 °C
T4
Boven 135 °C
T3
Boven 160 °C
13. Bijzondere gebruiksvoorwaarden
a. De gebruiker moet zorgen dat de temperatuur van de omgevingslucht (Ta) en
de procestemperatuur (Tp) binnen het bereik vallen dat hierboven
gespecificeerd staat voor de T-klasse van de specifieke aanwezige brandbare
gassen of dampen.
b. De gebruiker moet zorgen dat de temperatuur van de omgevingslucht (Ta) en
de procestemperatuur (Tp) binnen het bereik vallen dat hierboven
gespecificeerd staat voor de maximale oppervlaktetemperatuur van het
specifiek aanwezige brandbare stof.
14. Fabrikant
Mobrey Limited
158 Edinburgh Avenue, Slough, Berkshire, SL1 4UE, Verenigd Koninkrijk.
33
Snelstartgids
September 2013
Specifieke instructies voor installaties in een explosiegevaarlijke
omgeving (I1 en I7)
Betrokken modelnummers:
2130M**E***********I1****, 2130M**M***********I1****,
2130M**E***********I7****, 2130M**M***********I7****,
2130N**E***********I1****, 2130N**M***********I1****,
2130N**E***********I7****, 2130N**M***********I7****
(“*” staat voor opties in constructie, functie en materiaal.)
De volgende instructies gelden voor apparatuur die valt onder de certificaten
Sira 05ATEX2130X en IECEx SIR 06.0070X:
1. De als intrinsiek veilig (intrinsically safe; IS) goedgekeurde versie van de 2130 kan
worden gebruikt in een explosiegevaarlijke omgeving met explosiegevaarlijke
gassen en dampen met apparatuurgroep IIA, IIB en IIC en met temperatuurklasse
T1, T2, T3, T4, en T5 (IECEx: in zone 0, 1 en 2].
De temperatuurklasse van de installatie wordt bepaald aan de hand van de procesof omgevingstemperatuur (de hoogste van de twee waarden).
2. De apparatuur mag worden gebruikt in een explosiegevaarlijke omgeving met
brandbaar stof met apparatuurgroep IIIC, IIIB en IIIA [IECEx: in zone 20, 21 en 22].
3. Het is een speciale voorwaarde voor certificering dat de temperatuur van de
elektronicabehuizing binnen het bereik van —50 °C tot 80 °C dient te vallen.
Gebruik buiten dit bereik is niet toegestaan. De externe omgevingstemperatuur
zal moeten worden begrensd als de temperatuur van het procesmedium hoog is.
Zie tevens de onderstaande “Technische gegevens”.
4. De installatie dient te worden verricht door daartoe opgeleid personeel in
overeenstemming met de geldende praktijkregels.
5. De gebruiker mag deze apparatuur niet repareren.
6. Als de apparatuur gemakkelijk in contact kan komen met bijtende stoffen, is het
de verantwoordelijkheid van de gebruiker om passende maatregelen te treffen die
voorkomen dat de werking verslechtert en op die wijze te garanderen dat het type
bescherming niet wordt aangetast.
Bijtende stoffen: bijv. zure vloeistoffen of gassen die metaal kunnen aantasten of
oplosmiddelen die polymeer kunnen aantasten.
Passende voorzorgsmaatregelen: bijv. regelmatige controles die deel uitmaken
van routinematig uitgevoerde inspecties of aan de hand van het
veiligheidsinformatieblad van het materiaal vaststellen of de apparatuur bestand is
tegen specifieke chemische stoffen.
7. De 2130 voldoet aan de eisen van clausule 6.3.12 (isolatie stroomkringen van
aarde of frame) in EN 60079-11 (IEC 60079-11).
34
Snelstartgids
September 2013
8. Technische gegevens:
a. Coderingen:
ATEX:
II 1 G D
Ex ia IIC T5…T2 Ga
Ex ia IIIC T85 °C…T265 °C Da
IECEx:
Ex ia IIC T5…T2 Ga
Ex ia IIIC T85 °C…T265 °C Da
b. Temperatuur:
2130N**E***********I1**** en 2130N**E***********I7****:
Gas (Ga) en stof (Da)
Maximale
oppervlaktetemperatuur (T)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
T5, T4, T3, T2, T1
T85 °C
80 °C
80 °C
T4, T3, T2, T1
T120 °C
77 °C
115 °C
T3, T2, T1
T190 °C
71 °C
185 °C
T2, T1
T265 °C
65 °C
260 °C
Temperatuurklassen
Maximale
procestemperatuur
(Tp)
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —50 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —70 °C
2130N**M***********I1**** en 2130N**M***********I7****:
Gas (Ga) en stof (Da)
Maximale
oppervlaktetemperatuur (T)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
T5, T4, T3, T2, T1
T85 °C
80 °C
80 °C
T4, T3, T2, T1
T120 °C
69 °C
115 °C
T3, T2, T1
T185 °C
50 °C
180 °C
Temperatuurklassen
Maximale
procestemperatuur
(Tp)
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —50 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —40 °C
2130M**E***********I1**** en 2130M**E***********I7****:
Temperatuurklassen
Gas (Ga)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
T5, T4, T3, T2, T1
80 °C
80 °C
T85 °C
70 °C
80 °C
T4, T3, T2, T1
77 °C
115 °C
T120 °C
70 °C
115 °C
T3, T2, T1
71 °C
185 °C
T190 °C
70 °C
185 °C
T2, T1
65 °C
260 °C
T265 °C
65 °C
260 °C
Maximale procestemperatuur (Tp)
Maximale
oppervlaktetemperatuur
(T)
Stof (Da)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
Maximale procestemperatuur (Tp)
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —50 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —70 °C
35
September 2013
Snelstartgids
2130M**M***********I1**** en 2130M**M***********I7****:
Temperatuurklassen
Gas (Ga)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
T5, T4, T3, T2, T1
80 °C
80 °C
T85 °C
70 °C
80 °C
T4, T3, T2, T1
69 °C
115 °C
T120 °C
69 °C
115 °C
T3, T2, T1
50 °C
180 °C
T185 °C
50 °C
180 °C
Maximale procestemperatuur (Tp)
Maximale
oppervlaktetemperatuur
(T)
Stof (Da)
Maximale
temperatuur
omgevingslucht (Ta)
Maximale procestemperatuur (Tp)
Minimale temperatuur omgevingslucht (Ta) = —50 °C
Minimale temperatuur procesmedium (Tp) = —40 °C
c. Ingangsparameters:
2130 met NAMUR-elektronica:
Vmax=15 V, Imax=32 mA, Pi=0,1 W, Ci=12 nF, Li=0,06 mH
2130 met elektronica van 8/16 mA:
Vmax=30 V, Imax=93 mA, Pi=0,65 W, Ci=12 nF, Li=0,035 mH
d. Materiaal: zie productgegevensblad voor de 2130 (00813-0100-4130).
e. Bouwjaar: gedrukt op het productetiket.
9. Bijzondere voorwaarden voor gebruik:
a. Als de behuizing is vervaardigd van een legering of kunststof, dienen de
volgende voorzorgsmaatregelen te worden getroffen:
(i) De metallische legering die wordt gebruikt voor het materiaal van de
behuizing kan op toegankelijke plaatsen aanwezig zijn; in zeldzame gevallen
kunnen als gevolg van vonkvorming door stoten en wrijving
ontstekingsbronnen ontstaan. Hiermee dient rekening te worden gehouden
wanneer de 2130 wordt geïnstalleerd op locaties waar specifiek apparatuur van
beschermingsniveau Ga of Da is vereist [ATEX: apparatuur van groep II,
categorie 1G of 1D] [IECEx: in locaties in zone 0 of 20].
(ii) Onder bepaalde extreme omstandigheden kunnen de niet-metallische
onderdelen in de behuizing van de 2130 een zodanig sterke elektrostatische
lading afgeven dat deze ontsteking kan veroorzaken. Daarom mag de 2130,
wanneer deze onderdelen worden gebruikt voor toepassingen waar specifiek
apparatuur van beschermingsniveau Ga of Da is vereist [ATEX: apparatuur van
groep II, categorie 1G of 1D] [IECEx: locaties in zone 0 of zone 20], niet worden
geïnstalleerd op een locatie waar externe omstandigheden kunnen leiden tot
het ontstaan van een elektrostatische lading op dergelijke oppervlakken. Ook
mag de 2130 uitsluitend met een vochtige doek worden gereinigd.
b. Zorg dat de temperatuur van de omgevingslucht (Ta) en de procestemperatuur
(Tp) binnen het bereik vallen dat hierboven gespecificeerd staat voor de T-klasse
van de specifiek aanwezige explosieve gassen of dampen.
c. Zorg dat de temperatuur van de omgevingslucht (Ta) en de procestemperatuur
(Tp) binnen het bereik vallen dat hierboven gespecificeerd staat voor de
maximale oppervlaktetemperatuur van het specifiek aanwezige explosieve stof.
36
Snelstartgids
September 2013
EG-verklaring van overeenstemming
Afbeelding 10. EG-verklaring van overeenstemming voor Rosemount 2130
6 July 2012
37
Snelstartgids
38
September 2013
September 2013
Snelstartgids
39
September 2013
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1075 v. C
Wij,
Mobrey Ltd.
158 Edinburgh Avenue
Slough, SL1 4UE
Groot-Brittannië
verklaren het uitsluitend onze volledige verantwoordelijkheid te zijn dat
Rosemount 2130 Series vloeistofniveauschakelaar
met trilvork
vervaardigd door
Mobrey Ltd.
158 Edinburgh Avenue
Slough, SL1 4UE
Groot-Brittannië
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen,
welke staan vermeld in bijgevoegd schema.
Aanvaarding van de overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van geharmoniseerde
normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie in
de Europese Gemeenschap, welke vermeld staan in onderstaand schema.
6 juli 2012
David J. Ross-Hamilton
(datum van uitgifte)
(naam – in blokletters)
Consulent mondiale goedkeuringen
(functie – in blokletters)
40
Snelstartgids
September 2013
Schema
Nr.: RMD 1075 v. C
EMC-richtlijn (2004/108/EG)
Model 2130N****************
EN 61326-1:2006; EN 61326-2-3:2006; EN 61326-3-1:2008; EN 60947-5-6:2001
Model 2130P****************; 2130L****************; 2130D****************;
2130M****************
EN 61326-1:2006; EN 61326-2-3:2006
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Model 2130N**************I1*; 2130M**************I1*
Sira 05ATEX2130X – intrinsiek veilig
Apparatuurgroep II, categorie 1 GD Ex ia IIC T5…T2 Ga
Ex ia IIIC T85 °C…T265 °C Da
EN 60079-11:2012; EN 60079-26:2007;
De volgende technische normen en specificaties zijn toegepast:
IEC 60079-0:2011
Model 2130*A2************E1*; 2130*S2************E1*
Sira 05ATEX1129X – drukvast
Apparatuurgroep II, categorie 1/2 GD Ex d IIC T6…T2 Ga/Gb
Ex tb IIIC T85 °C…T265 °C Db
EN 60079-0:2009; EN 60079-1:2007; EN 60079-26:2007;
EN 60079-31:2009
De volgende technische normen en specificaties zijn toegepast:
IEC 60079-0:2011
Laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG)
Model 2130D****************; 2130L****************
EN 61010-1:2001
(Kleine variaties in het ontwerp ter tegemoetkoming aan de toepassings- en/of montagevereisten worden
aangegeven door alfanumerieke tekens op de met * hierboven aangeduide posities.)
Pagina 2 van 3
2130_RMD1075-C_dut.doc
41
September 2013
Snelstartgids
Schema
Nr.: RMD 1075 v. C
Aangemelde instantie voor ATEX-onderzoekscertificaat, type EG
SIRA Certification Service [Nummer aangemelde instantie: 0518]
Rake Lane, Eccleston, Chester
Cheshire, CH4 9JN, Groot-Brittanië
ATEX aangemelde instantie voor kwaliteitswaarborg
SIRA Certification Service [Nummer aangemelde instantie: 0518]
Rake Lane, Eccleston, Chester
Cheshire, CH4 9JN, Groot-Brittannië
Pagina 3 van 3
42
2130_RMD1075-C_dut.doc
September 2013
Snelstartgids
43
Snelstartgids
00825-0111-4130, Rev CA
September 2013
Rosemount Inc.
Emerson Process Management bv
Emerson Process Management
Latin America
Emerson Process Management nv/sa
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317, VS
T (VS) (800) 999-9307
T (overige landen) (952) 906-8888
F (952) 906-8889
1300 Concord Terrace, Suite 400
Sunrise Florida 33323 VS
T + 1 954 846 5030
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
Nederland
T (31) 70 413 66 66
F (31) 70 390 68 15
E [email protected]
www.emersonprocess.nl
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
België
T (32) 2 716 7711
F (32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
Emerson Process Management
Asia Pacific Private Limited
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
T (65) 6777 8211
F (65) 6777 0947/65 6777 0743
Emerson Process Management
GmbH & Co. OHG
Argelsrieder Feld 3
82234 Wessling, Duitsland
T 49 (8153) 9390, F49 (8153) 939172
Beijing Rosemount Far East
Instrument Co., Limited
No. 6 North Street, Hepingli,
Dong Cheng District
Beijing 100013, China
T (86) (10) 6428 2233
F (86) (10) 6422 8586
© 2013 Rosemount, Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom van
de merkhouder.
Het Emerson-logo is een handelsmerk en dienstmerk van Emerson Electric Co.
Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van
Rosemount Inc.