Nederlands (Dutch)

Snelstartgids
00825-0111-4004, Rev. FA
Januari 2015
Rosemount 8800D-serie
vortexflowmeter
Snelstartgids
Januari 2015
MEDEDELING
Deze gids bevat elementaire richtlijnen voor de Rosemount 8800D-vortexflowmeter. Hij
bevat geen instructies voor gedetailleerde configuratie, diagnostiek, onderhoud, reparatie,
probleemoplossing en explosieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.) installaties. Raadpleeg
de naslaghandleiding van de Rosemount 8800D (publicatienummer 00809-0100-4004) voor
nadere instructies. De handleidingen en deze gids zijn ook in elektronische vorm beschikbaar op
www.rosemount.com.
WAARSCHUWING
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Bij installatie van deze transmitter in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende
plaatselijke, landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden gevolgd.
Raadpleeg het gedeelte over goedkeuringen in de naslaghandleiding van de Rosemount 8800D
voor bepalingen in verband met veilige installatie.


Controleer voordat u een handheld communicator in een explosiegevaarlijke atmosfeer
aansluit of alle instrumenten in de kring zijn geïnstalleerd volgens intrinsiek veilige of
niet-vonkende veldbedradingsmethoden.
Controleer of de bedrijfsatmosfeer van de flowmeter overeenstemt met de desbetreffende
productcertificeringen.
Verwijder bij een explosieveilige/drukvaste installatie de deksels van de flowmeter niet terwijl
er spanning staat op het instrument.
Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.

Vermijd aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge
spanning staan, die elektrische schokken kan veroorzaken.
Inhoud
Monteer de flowmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 3
Overweeg of de behuizing gedraaid moet worden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 9
Stel de jumpers in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 10
Sluit de bedrading aan en schakel het instrument in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 11
Controleer de configuratie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 16
Productcertificeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 21
2
Snelstartgids
Januari 2015
Stap 1: Monteer de flowmeter
Installeer de procesbuizen zodanig dat het meetgedeelte gevuld blijft en er geen
lucht wordt ingesloten. De vortexflowmeter kan onder elke hoek geïnstalleerd
worden, zonder dat dit van invloed is op de nauwkeurigheid. Hieronder volgen
echter richtlijnen voor bepaalde installaties.
Verticale montage
Als de vortexflowmeter verticaal geïnstalleerd wordt:

Bij gas of stoom installeren met opwaartse of neerwaartse stroming.

Bij vloeistoffen installeren met opwaartse stroming.
Afbeelding 1. Verticale installatie
Stromingsrichting van gas
Stromingsrichting
van vloeistof of gas
Horizontale montage
Afbeelding 2. Horizontaal Installatie
Meetgedeelte geïnstalleerd
met elektronica naast
de leiding
Meetgedeelte geïnstalleerd
met elektronica boven
de leiding
Acceptabel
Bij voorkeur
Voor stoom en vloeistoffen die kleine vaste deeltjes bevatten, wordt aanbevolen
om de flowmeter te installeren met de elektronica naast de leiding. Dat beperkt
mogelijke meetfouten tot een minimum doordat het condensaat of de vaste
stoffen onder de shedderbar doorstromen zonder de vortexwerveling te storen.
Montage bij hoge temperaturen
De maximumtemperatuur voor de ingebouwde elektronica wordt bepaald door
de omgevingstemperatuur op de plaats waar de flowmeter geïnstalleerd is. De
temperatuur van de elektronica mag niet hoger zijn dan 85 °C (185 °F).
Afbeelding 3 toont de combinaties van omgevings- en procestemperatuur die
vereist zijn om een behuizingstemperatuur van minder dan 85 °C (185 °F) te
behouden.
3
Januari 2015
Snelstartgids
93 (200)
82 (180)
71 (160)
60 (140)
49 (120)
38 (100)
27 (80)
16 (60)
260 (500)
316 (600)
371 (700)
427 (800)
482 (900)
538 (1000)
Temperatuurgrens van 85 °C
(185 °F) voor behuizing
0
38 (100)
93 (200)
149 (300)
204 (400)
Omgevingstemperatuur °C (°F)
Afbeelding 3. Limieten omgevings- en procestemperatuur voor de
Rosemount 8800D
Procestemperatuur °C (°F)
Meter en leiding geïsoleerd met 7,5 cm (3 inch) keramiekvezelisolatie.
Positie met horizontale leiding en verticale meterstand.
De volgende installatiehoeken worden aanbevolen voor toepassingen met een
hoge procestemperatuur.

Installeren met de elektronicakop naast of onder de procesleiding.

Er kan isolatiemateriaal rondom de leiding benodigd zijn om de
omgevingstemperatuur onder 85 °C (185 °F) te houden.
Opmerking
Isoleer alleen de leiding en het meetgedeelte. Isoleer de steunleidingbeugel niet, zodat warmte
kan ontsnappen.
Stoominstallaties
Vermijd installaties zoals afgebeeld in Afbeelding 4. Een dergelijke installatie kan
bij het starten waterslag veroorzaken door ingesloten condensaat.
Afbeelding 4. Foutieve installatie
4
Snelstartgids
Januari 2015
Vereiste rechte lengte voor en na de meter
De Rosemount 8800D-flowmeter kan geïnstalleerd worden met ten minste tien
rechte leidingdiameters (10D) voor de meter en vijf rechte leidingdiameters (5D)
na de meter als u de K-factorcorrecties volgt die beschreven staan in het 8800
Installation Effects Technical Data Sheet (technisch datablad installatie-effecten
voor model 8800; 00816-0100-3250). K-factorcorrectie is niet nodig als er
35 rechte leidingdiameters (35D) stroomopwaarts en 5 rechte leidingdiameters
(5D) stroomafwaarts beschikbaar zijn.
Uitwendige druk-/temperatuurtransmitters
Bij gebruik van druk- en temperatuurtransmitters in combinatie met model
8800D voor gecompenseerde massaflow dienen de transmitters stroomafwaarts
van de Rosemount 8800D-flowmeter geïnstalleerd te worden (zie Afbeelding 5).
Afbeelding 5. Rechte lengte voor en na de meter
P
T
4 leidingdiameters stroomafwaarts
6 leidingdiameters stroomafwaarts
Flensloze installatie
Afbeelding 6. Flensloze installatie
B
B
A
C
Stromingsrichting
Flow
A. Bouten en moeren voor installatie (door de klant aan te schaffen)
B. Centreerring
C. Pakkingen (door de klant aan te schaffen)
5
Januari 2015
Snelstartgids
Installatie met flens
Afbeelding 7. Installatie flowmeter met flens
A
B
Stromingsrichting
Flow
A. Bouten en moeren voor installatie (door de klant aan te schaffen)
B. Pakkingen (door de klant aan te schaffen)
Opmerking
De voor afdichting van de pakkingverbinding vereiste boutbelasting is afhankelijk van diverse factoren, waaronder de bedrijfsdruk en het materiaal, de dikte en de conditie van de pakking. Er zijn
tevens diverse factoren van invloed op de daadwerkelijke boutbelasting als resultaat van gemeten
torsiemoment, waaronder de gesteldheid van de boutschroefdraad, de wrijving tussen de kop van
de moer en de flens, en de parallellie van de flenzen. Vanwege deze toepassingsafhankelijke factoren zullen de vereiste momentwaarden per toepassing verschillen. Volg de richtlijnen in de norm
ASME PCC-1 voor het aanhalen van de bouten. Zorg dat de flowmeter tussen flenzen met dezelfde
nominale maat als de flowmeter gecentreerd is.
Plaatsen van de integrale temperatuursensor
(uitsluitend bij MTA-optie)
Installatieprocedures
Opmerking
Het nummer van de stap in de procedure stemt overeen met het nummer in de tekening
(Afbeelding 1).
1. Schuif de thermokoppelbout (1) over het thermokoppel (TC).
2. Plaats de 2-delige ring (2) over de tip op het uiteinde van het thermokoppel (TC).
3. Steek het thermokoppel in de opening van de beschermbuis (TW) aan de
onderkant van het meetgedeelte.
a. Belangrijk! Druk het thermokoppel voorzichtig helemaal in de beschermbuis.
Dit is cruciaal om de juiste insteekdiepte te verkrijgen. Schroef vervolgens de
thermokoppelbout in de opening.
b. Markeer als u de thermokoppelbout handvast hebt aangedraaid de positie
van de bout ten opzichte van het meetgedeelte (deze markering helpt u om
het aantal slagen bij te houden). Draai de bout met een sleutel van ½ inch
¾ slag rechtsom om de ring te plaatsen.
6
Snelstartgids
Januari 2015
Opmerking
Na het voltooien van de bovenstaande stap zijn de ring en de thermokoppelbout permanent op het
thermokoppel geïnstalleerd.
4. Controleer of de rubberen O-ring op het uiteinde voor de elektronica-aansluiting
van het thermokoppel is aangebracht.
5. Controleer of de zeskantschroef van 2,5 mm is aangebracht.
6. Steek het connectoruiteinde voor de elektronica in de transmitterbehuizing.
Draai de schroef met een zeskantsleutel van 2,5 mm aan om de verbinding
vast te zetten.
Belangrijk! Draai de zeskantschroef niet te strak aan.
Afbeelding 8. Thermokoppel-constructie
6
4
5
3
TC
TW
1
2
Externe elektronica
Als u een van de opties voor externe elektronica (optie R10, R20, R30, R33, R50 of
RXX) bestelt, wordt de flowmeter in twee delen geleverd:
1. Het meetgedeelte met een adapter, geïnstalleerd in de steunleiding met
daaraan bevestigd een verbindende coaxkabel.
2. De elektronicabehuizing, geïnstalleerd op een montagebeugel.
Als u de opties voor gewapende externe elektronica hebt besteld, volgt u
dezelfde instructies als voor de standaard externe kabelverbinding; de enige
uitzondering is dat de kabel misschien niet in een doorvoerleiding hoeft te liggen.
Ook de doorvoerwartels zijn gewapend.
7
Januari 2015
Snelstartgids
Montage
Monteer het meetgedeelte in de procesflowleiding zoals eerder in dit deel
beschreven. Monteer de beugel en de elektronicabehuizing op de gewenste
plaats. De behuizing kan op de beugel worden verschoven, wat de veldbedrading
en het aanbrengen doorvoerleidingen vergemakkelijkt.
Kabelverbindingen
Zie Afbeelding 9 en de instructies op pagina 8 voor aansluiting van het losse
uiteinde van de coaxkabel op de elektronicabehuizing.
Afbeelding 9. Installatie van externe elektronica
A
B
C
D
E
F
G
J
P
H
O
K
N
I
M
L
A. 1/2 NPT-doorvoerleidingadapter of -kabelwartel
(door de klant aan te schaffen)
B. Coaxkabel
C. Meteradapter
D. Koppelstuk
E. Sluitring
F. Moer
G. Moer sensorkabel
H. Steunleiding
I. Meetgedeelte
J. Elektronicabehuizing
K. Moer coaxkabel
L. Doorvoerleidingadapter (optioneel,
door de klant aan te schaffen)
M. Schroeven behuizingadapter
N. Behuizingadapter
O. Schroef behuizingsvoet
P. Aardverbinding
Opmerking
Raadpleeg de fabrikant voor roestvrij-stalen constructies.
1. Als de coaxkabel in een doorvoerleiding wordt gelegd, moet u de doorvoerleiding
voorzichtig op de gewenste lengte afsnijden zodat deze goed op de behuizing kan
worden gemonteerd. Er kan een aansluitkast in de doorvoerleiding geplaatst
worden voor overtollige coaxkabel.
8
Januari 2015
Snelstartgids
Let op
De externe coaxkabel mag niet op locatie van een afsluitweerstand voorzien of op lengte gesneden
worden. Rol eventuele extra coaxkabel op tot een spiraal met een straal van ten minste 51 mm (2 inch).
2. Schuif de doorvoerleidingadapter of kabelwartel over het losse uiteinde van
de coaxkabel en monteer deze op de adapter op de steunleiding van het
meetgedeelte.
3. Bij gebruik van een doorvoerleiding legt u de coaxkabel in de doorvoerleiding.
4. Plaats een doorvoerleidingadapter of kabelwartel over het uiteinde van de
coaxkabel.
5. Verwijder de behuizingadapter uit de elektronicabehuizing.
6. Schuif de behuizingadapter over de coaxkabel.
7. Verwijder een van de vier schroeven uit de voet van de behuizing.
8. Bevestig de moer van de coaxkabel en draai deze stevig aan op het
verbindingspunt op de elektronicabehuizing.
9. Bevestig de aardedraad van de coaxkabel op de behuizing via de aardschroef
in de voet van de behuizing.
10. Zet de behuizingadapter in lijn met de behuizing en zet hem vast met de
meegeleverde schroeven.
11. Draai de doorvoerleidingadapter of kabelwartel op de behuizingadapter aan.
Let op
Om te voorkomen dat er vocht binnendringt in de aansluitpunten van de coaxkabel moet de
coaxiale verbindingskabel in een enkele, daarvoor bestemde doorvoerleiding worden gelegd of
moeten aan weerszijden van de kabel afgedichte kabelwartels worden gebruikt.
Opmerking
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor informatie over de CPA-optie.
Stap 2: Overweeg of de behuizing gedraaid moet
worden
De gehele elektronicabehuizing kan voor optimaal zicht in stappen van 90° worden
gedraaid. Volg de onderstaande stappen om de hoek van de richting van de
behuizing:
1. Draai de drie stelschroeven voor behuizingsrotatie aan de onderkant van
de elektronicabehuizing los met een inbussleutel van 5/32 inch door de
schroeven tot voorbij de steunleiding rechtsom (naar binnen) te draaien.
2. Trek de elektronicabehuizing langzaam uit de steunleiding.
9
Januari 2015
Snelstartgids
Let op
Trek de behuizing niet verder dan 40 mm (1,5 inch) uit de bovenkant van de steunleiding voordat u
de sensorkabel loskoppelt. Als de sensorkabel belast wordt, kan de sensor beschadigd raken.
3. Schroef de sensorkabel los van de behuizing met een steeksleutel van 5/16 inch.
4. Draai de behuizing in de gewenste stand.
5. Houd de behuizing onder deze hoek vast terwijl u de sensorkabel op de
onderkant van de behuizing vastschroeft.
Let op
Draai de behuizing niet terwijl de sensorkabel op de onderkant van de behuizing bevestigd is.
Dat belast de kabel en kan de sensor beschadigen.
6. Plaats de elektronicabehuizing in de bovenkant van de steunleiding.
7. Draai de drie behuizingsrotatieschroeven met een inbussleutel van 5/32 inch
linksom (naar buiten) om de steunleiding vast te zetten.
Stap 3: Stel de jumpers in
Stel de jumpers in op de gewenste stand.
HART®
Als er geen alarm- en beveiligingsjumpers zijn geïnstalleerd, werkt de flowmeter
normaal met de standaard alarmtoestand alarm “HI” (hoog) en de beveiliging
“OFF” (uit).
Afbeelding 10. HART-jumpers en LCD-display
LO
HI
ALARM
ON
SECURITY
OFF
FOUNDATION™-veldbus
Als er geen beveiligingsjumpers en simulatie-activeringsjumpers geïnstalleerd
zijn, werkt de flowmeter normaal met de standaard beveiliging “OFF” (uit) en
simulatie-activering “OFF” (uit).
10
Snelstartgids
Januari 2015
Afbeelding 11. FOUNDATION-veldbusjumpers en LCD-display
ON
SIMULATE ENABLE
OFF
ON
SECURITY
OFF
Stap 4: Sluit de bedrading aan en schakel het
instrument in
Voeding
HART
De gelijkstroomvoeding moet vermogen met een rimpel van minder dan
twee procent leveren. De totale weerstandsbelasting is de som van de weerstand
van de signaaldraden en de belastingsweerstand van de controller, de aanwijzer
en de bijbehorende onderdelen. De weerstand van eventueel aanwezige
intrinsieke-veiligheidsisolering moet worden meegerekend.
Afbeelding 12. Belastingslimitatie
Belasting (ohm)
Maximale kringweerstand = 41,7 (voedingsspanning - 10,8)
1250
1000
500
0
Werkingsgebied
10,8
42
Voedingsspanning (volt)
Voor de veldcommunicator is een kringweerstand vereist van ten minste 250 Ω.
FOUNDATION-veldbus
De flowmeter vereist 9-32 V d.c. op de voedingsaansluitingen. Elke veldbusvoeding vereist een spanningsstabilisator om de voedingsuitvoer van het
veldbus-bedradingssegment te ontkoppelen.
11
Januari 2015
Snelstartgids
Doorvoerleidinginstallatie
Voorkom dat er condensaat van de doorvoerleiding in de behuizing stroomt door
de flowmeter op een hoog punt in de leiding te installeren. Als de flowmeter op
een laag punt in de leiding geïnstalleerd wordt, kan het compartiment voor de
aansluitingen vollopen met vloeistof.
Als de doorvoerleiding van een niveau boven de flowmeter afkomstig is, moet
u de leiding tot onder de flowmeter leiden voordat de leiding de behuizing
binnengaat. In sommige gevallen zal een aftapdop moeten worden aangebracht.
Afbeelding 13. Correcte doorvoerleidinginstallatie met Rosemount 8800D
A
A
A. Doorvoerleiding
Volg de onderstaande stappen voor bedrading van de flowmeter:
1. Verwijder het behuizingsdeksel aan de kant met de aanduiding FIELD TERMINALS
(veldaansluitingen).
2. Sluit de positieve draad aan op aansluiting “+” en de negatieve draad op
aansluiting “-” (zie Afbeelding 14 voor HART-installaties en Afbeelding 15
voor FOUNDATION-veldbus-installaties).
Opmerking
FOUNDATION-veldbus-aansluitklemmen zijn niet polariteitsgevoelig.
3. Voor HART-installaties die de pulsuitgang gebruiken, sluit u de positieve
draad aan op aansluiting “+” van de pulsuitgang en de negatieve draad op
aansluiting “-” van de pulsuitgang (zie Afbeelding 14). Voor de pulsuitgang
is een afzonderlijke voeding van 5 tot 30 V d.c. vereist. De maximale
schakelstroom voor de pulsuitgang is 120 mA.
Let op
Sluit de onder spanning staande signaalbedrading niet aan op de testaansluitklemmen. De stroom
kan de testdiode in de testverbinding beschadigen. Getwiste aderparen zijn vereist voor een
minimale ruisopname in het signaal van 4 - 20 mA en het digitale communicatiesignaal. Voor een
omgeving met hoge EMI/RFI is afgeschermde signaalkabel vereist. Ook bij alle andere installaties
heeft dit de voorkeur. Gebruik een kabel van 24 AWG of dikker en van ten hoogste 1500 meter
(5000 ft.) lengte. Gebruik bij FOUNDATION-veldbus voor een optimaal resultaat kabel die speciaal
bestemd is voor veldbusinstallaties. Gebruik bij een omgevingstemperatuur van meer dan 60 °C
(140 °F) een kabel die berekend is op 90 °C (176 °F).
12
Januari 2015
Snelstartgids
Afbeelding 14 toont de draadverbindingen die nodig zijn voor voeding van een
Rosemount 8800D en communicatie met een handheld veldcommunicator.
Afbeelding 15 toont de draadverbindingen die nodig zijn voor voeding van model
8800D met FOUNDATION-veldbus.
4. Sluit alle ongebruikte doorvoerleiding-aansluitingen en dicht ze af. Gebruik
isolatietape of -pasta op de schroefdraad om zeker te zijn van een vochtdichte
afdichting. Voor doorvoerleidingopeningen in de behuizing met de
aanduiding M20 is een afsluitplug met een M-20 x 1,5 schroefdraad vereist.
Voor doorvoerleidingopeningen zonder aanduiding is een afsluitplug met
1
/2-14 NPT-schroefdraad vereist.
Opmerking
Voor een goede afdichting van rechte schroefdraad moet deze ten minste drie (3) maal met tape
worden omwikkeld.
5. Installeer de bedrading, indien van toepassing, met een druppellus. Leg de
druppellus zodanig dat de onderkant lager dan de doorvoerleiding-aansluitingen
en de flowmeterbehuizing komt te liggen.
Bij Rosemount 8800D-vortex-exemplaren die zijn besteld met een geverfd
meetgedeelte kan elektrostatische ontlading optreden. Voorkom het ontstaan
van elektrostatische lading door het meetgedeelte niet met een droge doek af te
nemen of met oplosmiddelen schoon te maken.
13
Januari 2015
Snelstartgids
Afbeelding 14. Bedradingsschema’s flowmeter voor HART-protocol
4-20mA-bedrading
RL ≥ 250 Ω
+
-
A
4-20mA- en pulsbedrading met elektronische totalisator/teller
RL ≥ 250 Ω
+
A
-
B
+
A. Voeding
B. Voeding met teller
Opmerking
Installatie van het aansluitklemmenblok voor overspanningsbeveiliging biedt alleen bescherming
tegen overspanning als de kast van de Rosemount 8800D correct is geaard.
14
Snelstartgids
Januari 2015
Afbeelding 15. Bedradingsschema flowmeter voor FOUNDATION-veldbusprotocol
Max. 1900 m (6234 ft.)
(afhankelijk van de
kenmerken van de kabel)
B
C
D
F
A
F
E
(De voeding, het filter, de
eerste afsluitweerstand en
het configuratieapparaat
bevinden zich doorgaans
in de controlekamer.)
G
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
Voeding
Geïntegreerde spanningsstabilisator en geïntegreerd filter
Afsluitweerstanden
Veldbussegment
(Verbindingslijn)
(Aftaklijn)
Instrument 1 t/m 16(1)
Dekselborgschroef
Bij transmitterbehuizingen die met een dekselborgschroef worden geleverd,
moet de schroef correct worden aangebracht nadat de transmitter is bedraad en
opgestart. De dekselborgschroef zorgt ervoor dat het transmitterdeksel in een
drukvaste omgeving alleen met gereedschap kan worden verwijderd. Volg deze
stappen voor het aanbrengen van de dekselborgschroef:
1. Controleer of de dekselborgschroef helemaal in de behuizing is gedraaid.
2. Plaats het deksel van de transmitterbehuizing en controleer of het deksel dicht
tegen de behuizing aanzit.
3. Draai de borgschroef los met een M4-inbussleutel totdat hij het
transmitterdeksel raakt.
4. Draai de borgschroef nog 1/2 slag linksom om het deksel vast te zetten.
Opmerking
Door te hard aandraaien kan de schroefdraad beschadigd raken.
5. Verzeker u ervan dat het deksel niet verwijderd kan worden.
1. In intrinsiek veilige installaties zullen soms minder instrumenten per intrinsiek veilige barrière zijn toegestaan.
15
Januari 2015
Snelstartgids
Stap 5: Controleer de configuratie
Alvorens model 8800D in een installatie te gebruiken, dient u de configuratiegegevens door te nemen om te controleren of ze passen bij de huidige toepassing.
In de meeste gevallen zijn deze variabelen vooraf ingesteld in de fabriek. Configuratie kan echter vereist zijn als uw 8800D niet geconfigureerd is of als de configuratievariabelen herzien moeten worden.
Rosemount beveelt aan om vóór het opstarten de volgende variabelen te
controleren:
Tabel 1. Te overwegen configuratievariabelen
HART-configuratie
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
16
Tag (tag)
Transmitter Mode (transmittermodus)
Process Fluid (procesvloeistof)
Reference K-Factor (referentie-K-factor)
Flange Type (type flens)
Mating Pipe ID (binnendiameter
corresponderende leiding)
PV Units (eenheden PV)
PV Damping (demping PV)
Process Temperature Damping (demping
procestemperatuur)
Fixed Process Temperature (vaste
procestemperatuur)
Auto Adjust Filter (automatische filterafstelling)
LCD Display Configuration (configuratie
LCD-display; alleen voor eenheden met display)
Density Ratio (dichtheidsverhouding; alleen voor
standaard- of normale floweenheden)
Process Density en Density Units (procesdichtheid
en dichtheidseenheden; alleen voor
massafloweenheden)
Variable Mapping (variabelen-mapping)
Range Values (bereikwaarden)
Pulse Output Configuration
(pulsuitgangsconfiguratie; alleen voor eenheden
met pulsuitgang)
FOUNDATION-veldbus-configuratie
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Tag (tag)
Transmitter Mode (transmittermodus)
Process Fluid (procesvloeistof)
Reference K-Factor (referentie-K-factor)
Flange Type (type flens)
Mating Pipe ID (binnendiameter
corresponderende leiding)
PV Units (PV-eenheden; geconfigureerd in het
AI-blok)
Flow Damping (flowdemping)
Process Temperature Damping (demping
procestemperatuur)
Fixed Process Temperature (vaste
procestemperatuur)
Auto Adjust Filter (automatische filterafstelling)
LCD Display Configuration (configuratie
LCD-display; alleen voor eenheden met display)
Density Ratio (dichtheidsverhouding; alleen voor
standaard- of normale floweenheden)
Process Density en Density Units (procesdichtheid
en dichtheidseenheden; alleen voor
massafloweenheden)
Snelstartgids
Januari 2015
Tabel 2. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 1 DD revisie 2
en instrumentrevisie 2 DD revisie 1
Functie
HARTsneltoetsen
Alarm Jumpers (alarmjumpers)
1, 4, 2, 1, 3
Meter Body Number
1, 4, 1, 5
(serienummer meetgedeelte)
Analog Output (analoge uitgang)
1, 4, 2, 1
Minimum Span
(minimale meetbreedte)
1, 3, 8, 3
Auto Adjust Filter
(automatische filterafstelling)
1, 4, 3, 1, 4
Num Req Preams
(aantal vereiste preams)
1, 4, 2, 3, 2
Base Time Unit (basiseenheid tijd)
1, 1, 4, 1, 3, 2 Poll Address (poll-adres)
1, 4, 2, 3, 1
Base Volume Unit
(basiseenheid volume)
Process Fluid Type
1, 1, 4, 1, 3, 1
(type procesvloeistof)
1, 3, 2, 2
Burst Mode (burstmodus)
1, 4, 2, 3, 4
Process Variables
(procesvariabelen)
1, 1
Burst Option (burstoptie)
1, 4, 2, 3, 5
Pulse Output (pulsuitgang)
1, 4, 2, 2, 1
Functie
HARTsneltoetsen
Pulse Output Test
Burst Variable 1 (burstvariabele 1) 1, 4, 2, 3, 6, 1
(pulsuitgangstest)
1, 4, 2, 2, 2
Burst Variable 2 (burstvariabele 2) 1, 4, 2, 3, 6, 2 PV Damping (demping PV)
1, 3, 9
Burst Variable 3 (burstvariabele 3) 1, 4, 2, 3, 6, 3 PV Mapping (PV-mapping)
1, 3, 6, 1
PV Percent Range
Burst Variable 4 (burstvariabele 4) 1, 4, 2, 3, 6, 4
(PV-percentagebereik)
1, 1, 2
Burst Xmtr Variables
(Xmtr-variabelen burst)
1, 4, 2, 3, 6
QV Mapping (QV-mapping)
1, 3, 6, 4
Conversion Number
(omrekeningsgetal)
1, 1, 4, 1, 3, 4
Range Values
(bereikwaarden)
1, 3, 8
D/A trim (D/A-trim)
1, 2, 5
Review (overzicht)
1, 5
Date (datum)
1, 4, 4, 5
Revision Numbers
(revisienummers)
1, 4, 4, 7
Descriptor (omschrijving)
1, 4, 4, 3
Scaled D/A Trim
(geschaalde D/A-trim)
1, 2, 6
Density Ratio
(dichtheidsverhouding)
1, 3, 2, 4, 1, 1 Self Test (zelftest)
Device ID (instrument-ID)
1, 4, 4, 7, 6
Signal to Trigger Ratio
(signaal-/triggerverhouding)
1, 4, 3, 2, 2
Electronics Temp
(elektronicatemperatuur)
1, 1, 4, 7, 1
STD/Nor Flow Units
(std./norm. floweenheden)
1, 1, 4, 1, 2
Electronics Temp Units (eenheden
1, 1, 4, 7, 2
elektronicatemperatuur)
Special Units
(speciale eenheden)
1, 1, 4, 1, 3
Filter Restore (filter herstellen)
1, 4, 3, 3
Status (status)
1, 2, 1, 1
Final Assembly Number
(nummer eindconstructie)
1, 4, 4, 7, 5
SV-mapping
1, 3, 6, 2
Fixed Process Density
(vaste procesdichtheid)
1, 3, 2, 4, 2
Tag (tag)
1, 3, 1
Fixed Process Temperature
(vaste procestemperatuur)
1, 3, 2, 3
Total (totaal)
1, 1, 4, 4, 1
1, 2, 1, 5
17
Januari 2015
Snelstartgids
Tabel 2. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 1 DD revisie 2
en instrumentrevisie 2 DD revisie 1 (vervolg)
Functie
HARTsneltoetsen
Flange Type (type flens)
1, 3, 4
Totalizer Control
(bediening totalisator)
1, 1, 4, 4
Flow Simulation (flowsimulatie)
1, 2, 4
Transmitter Mode
(transmittermodus)
1, 3, 2, 1
Installation Effects
(installatie-effecten)
1, 4, 1, 6
TV Mapping (TV-mapping)
1, 3, 6, 3
K-factor (Reference)
(K-factor [referentie])
1, 3, 3
Trigger Level (detectieniveau) 1, 4, 3, 2, 5
Local Display (plaatselijke display)
1, 4, 2, 4
URV (hoogste bereikwaarde)
1, 3, 8, 1
Loop Test (kringtest)
1, 2, 2
User Defined Units
(door gebruiker
gedefinieerde eenheden)
1, 1, 4, 1, 3, 3
Low Flow Cutoff
(ondergrens bij lage flow)
1, 4, 3, 2, 3
USL (hoogste sensorlimiet)
1, 3, 8, 4
Low Pass Filter
(laag doorgangsfilter)
1, 4, 3, 2, 4
Shedding Frequency
(shedding-frequentie)
1, 1, 4, 6
LRV (laagste bereikwaarde)
1, 3, 8, 2
Variable Mapping
(variabelen-mapping)
1, 3, 6
LSL (laagste sensorlimiet)
1, 3, 8, 5
Velocity Flow (snelheidsflow)
1, 1, 4, 3
Manufacturer (fabrikant)
1, 4, 4, 1
Velocity Flow Base
(basis snelheidsflow)
1, 1, 4, 3, 3
Mass Flow (massaflow)
1, 1, 4, 2, 1
Volumetric Flow
(volumetrische flow)
1, 1, 4, 1
Mass Flow Units
(massafloweenheden)
1, 1, 4, 2, 2
Wetted Materiaal
(materiaal dat met proces
in aanraking komt)
1, 4, 1, 4
Mating Pipe ID (Inside Diameter)
(ID [binnendiameter]
corresponderende leiding)
1, 3, 5
Write Protect
(schrijfbeveiliging)
1, 4, 4, 6
Message (bericht)
1, 4, 4, 4
Opmerking
Functie
HARTsneltoetsen
Zie voor gedetailleerde configuratie-informatie de handleiding voor de Rosemount 8800D-vortexflowmeter (00809-0100-4004).
18
Snelstartgids
Januari 2015
Tabel 3. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 2 DD
revisie 3
Functie
HARTsneltoetsen
Alarm Direction (alarmrichting)
1, 3, 1, 3, 2
Percent of Range
(percentage van bereik)
3, 4, 3, 2
Analog Output (analoge uitgang)
3, 4, 3, 1
Polling Address (polling-adres)
2, 2, 7, 1
3, 4, 3, 6
Primary Variable Damping
(demping primaire variabele)
2, 1, 4, 1
Base Time Unit (basiseenheid tijd) 2, 2, 2, 3, 2
Primary Variable
(primaire variabele)
2, 2, 2, 1, 1
Base Volume Unit
(basiseenheid volume)
2, 2, 2, 3, 1
Process Density Units
(eenheden procesdichtheid)
2, 2, 2, 2, 6
Burst Mode (burstmodus)
2, 2, 7, 2
Process Fluid Type
(type procesvloeistof)
2, 2, 1, 1, 2
Burst Option (burstoptie)
2, 2, 7, 3
Process Temp Units (eenheden
procestemperatuur)
2, 2, 3, 1, 2
Burst Slot 0 (burstopening 0)
2, 2, 7, 4, 1
Process Variables
(procesvariabelen)
3, 2, 1
Burst Slot 1 (burstopening 1)
2, 2, 7, 4, 2
Pulse Output (pulsuitgang)
3, 2, 4, 4
Burst Slot 2 (burstopening 2)
2, 2, 7, 4, 3
Pulse Output Test
(pulsuitgangstest)
3, 5, 3, 4
Burst Slot 3 (burstopening 3)
2, 2, 7, 4, 4
Recall Factory Calibration
(fabriekskalibratie ophalen)
3, 4, 3, 8
Burst Variable Mapping
(burstvariabelen-mapping)
2, 2, 7, 4, 5
Reference K-Factor
(referentie-K-factor)
2, 2, 1, 2, 1
Compensated K-Factor
(gecompenseerde K-factor)
2, 2, 1, 2, 2
Reset Transmitter
(transmitter resetten)
3, 4, 1, 2
Conversion Number
(omrekeningsgetal)
2, 2, 2, 3, 4
Restore Standard Filters
(standaardfilters herstellen)
2, 1, 4, 6
Date (datum)
2, 2, 8, 2, 1
Revision Numbers
(revisienummers)
2, 2, 8, 3
Descriptor (omschrijving)
2, 2, 8, 2, 2
Scaled Analog Trim
(geschaalde analoge trim)
3, 4, 3, 7
Density Ratio
(dichtheidsverhouding)
2, 2, 3, 3, 2
2nd Variable (2e variabele)
2, 2, 2, 1, 2
Device ID (instrument-ID)
2, 2, 8, 1, 5
Self Test (zelftest)
3, 4, 1, 1
Display (display)
2, 1, 1, 2
Set Variable Mapping
(variabelen-mapping instellen)
2, 2, 2, 1, 5
Electronics Temp
(elektronicatemperatuur)
3, 2, 5, 4
Shedding Frequency
(shedding-frequentie)
3, 2, 4, 2
Analog Trim (analoge trim)
Functie
HARTsneltoetsen
Electronics Temp Units (eenheden
2, 2, 2, 2, 5
elektronicatemperatuur)
Signal Strength (signaalsterkte) 3, 2, 5, 2
Final Assembly Number
(nummer eindconstructie)
2, 2, 8, 1, 4
Special Flow Unit
(speciale floweenheid)
2, 2, 2, 3, 5
Fixed Process Density
(vaste procesdichtheid)
2, 2, 1, 1, 5
Special Volume Unit
(speciale volume-eenheid)
2, 2, 2, 3, 3
19
Januari 2015
Snelstartgids
Tabel 3. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 2 DD
revisie 3 (vervolg)
HARTsneltoetsen
Functie
HARTsneltoetsen
Fixed Process Temperature
(vaste procestemperatuur)
2, 2, 1, 1, 4
Status (status)
1, 1, 1
Flange Type (type flens)
2, 2, 1, 4, 2
Tag (tag)
2, 2, 8, 1, 1
Flow Simulation (flowsimulatie)
3, 5, 1
3rd Variable (3e variabele)
2, 2, 2, 1, 3
4th Variable (4e variabele)
2, 2, 2, 1, 4
Total (totaal)
1, 3, 6, 1
Installation Effects
(installatie-effecten)
2, 2, 1, 1, 7
Totalizer Configuration
(configuratie totalisator)
1, 3, 6, 3
Lower Range Value
(onderste meetgrens)
2, 2, 4, 1, 4
Totalizer Control
(bediening totalisator)
1, 3, 6, 2
Lower Sensor Limit
(onderste sensorlimiet)
2, 2, 4, 1, 5, 2
Transmitter Mode
(transmittermodus)
2, 2, 1, 1, 1
Loop Test (kringtest)
Functie
3, 5, 2, 6
Trigger Level (detectieniveau)
2, 1, 4, 5
Low Flow Cutoff
(ondergrens bij lage flow)
2, 1, 4, 3
Upper Range Value
(bovenste meetgrens)
2, 2, 4, 1, 3
Low-pass Corner Frequency
(kantelfrequentie lage doorvoer)
2, 1, 4, 4
Upper Sensor Limit
(bovenste sensorlimiet)
2, 2, 4, 1, 5, 1
Manufacturer (fabrikant)
2, 2, 8, 1, 2
Velocity Flow (snelheidsflow)
3, 2, 3, 4
Mass Flow (massaflow)
3, 2, 3, 6
Velocity Flow Units
(eenheden snelheidsflow)
2, 2, 2, 2, 2
Mass Flow Units
(massafloweenheden)
2, 2, 2, 2, 4
Velocity Measurement Base
(basis snelheidsmeting)
2, 2, 2, 2, 3
Mating Pipe ID (Inside Diameter)
(ID [binnendiameter]
corresponderende leiding)
2, 2, 1, 1, 6
Volume Flow (volumeflow)
3, 2, 3, 2
Message (bericht)
2, 2, 8, 2, 3
Volume Flow Units
(eenheden volumeflow)
2, 2, 2, 2, 1
Meter Body Number
(serienummer meetgedeelte)
2, 2, 1, 4, 5
Wetted Materiaal
(materiaal dat met proces
in aanraking komt)
2, 2, 1, 4, 1
Minimum Span
(minimale meetbreedte)
2, 2, 4, 1, 6
Write Protect
(schrijfbeveiliging)
2, 2, 8, 1, 6
Optimize DSP (DSP optimaliseren) 2, 1, 1, 3
20
Januari 2015
Snelstartgids
Productcertificeringen
Goedgekeurde productielocaties
Rosemount Inc. — Eden Prairie, Minnesota, VS
Emerson Process Management BV — Ede, Nederland
Emerson Process Management Flow Technologies Company, Ltd Nanjing, provincie Jiangsu, Volksrepubliek China
SC Emerson SRL - Cluj, Roemenië
Drukvaste behuizing beschermingstype Ex d
conform IEC 60079-1, EN 60079-1


Transmitters met drukvaste behuizing mogen alleen geopend worden als de
voeding is uitgeschakeld.
Het afsluiten van openingen in het instrument dient te geschieden met een
daarvoor geschikte Ex d kabelwartel of afsluitplug. Tenzij anders vermeld op
de behuizing, is de standaard schroefdraad in de doorvoerleidingopening
1/2-14 NPT.
Beschermingstype n conform IEC 60079-15, EN 60079-15
Het afsluiten van openingen in het instrument dient te geschieden met daarvoor
geschikte Ex e of Ex n kabelwartels en metalen afsluitpluggen of met daarvoor
geschikte, door ATEX of IECEx goedgekeurde kabelwartels en afsluitpluggen van
klasse IP66, gecertificeerd door een door de EU goedgekeurde certificeringsinstantie.
Informatie over Europese richtlijnen
De Europese verklaring van overeenstemming voor alle vigerende Europese
richtlijnen voor dit product kunt u vinden op onze website www.rosemount.com.
Voor een gedrukt exemplaar kunt u zich wenden tot ons plaatselijk verkoopkantoor.
ATEX-richtlijn
Rosemount Inc. voldoet aan de ATEX-richtlijn.
Europese Richtlijn Drukapparatuur (PED)
Rosemount 8800D-vortexflowmeter, leidingdiameter 40 mm tot
300 mm
Certificaat nummer 4741-2014-CE-HOU-DNV
0575
Overeenstemmingsbeoordeling module H
De verplichte CE-markering voor flowmeters die voldoen aan artikel 15 van de
Richtlijn Drukapparatuur bevindt zich op de meetbehuizing.
Gebruik voor flowmeters van categorie I — III module H voor procedures voor
overeenstemmingsbeoordeling.
21
Snelstartgids
Januari 2015
Rosemount 8800-vortexflowmeter leidingdiameter 15 mm
en 25 mm
Goed vakmanschap (Sound Engineering Practice)
Flowmeters die SEP zijn, vallen buiten het bestek van de PED-richtlijn en kunnen
niet worden aangemerkt als conform deze richtlijn.
Certificeringen voor explosiegevaarlijke locaties
Rosemount 8800D
Certificeringen Noord-Amerika
Factory Mutual (FM)
E5
Explosiebestendig-intrinsiek veilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D;
Stofontstekingsbestendig voor klasse II/III, divisie 1, groep E, F en G;
Temperatuurcode T6 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
In de fabriek afgedicht
Behuizingstype 4X, IP66
I5
Intrinsiek veilig voor gebruik in klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G;
Niet-vonkend voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D
NIFW (niet-vonkende veldbedrading) indien geïnstalleerd volgens
Rosemount-tekening 08800-0116
Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART
Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus
Behuizingstype 4X, IP66
IE
FISCO voor klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G;
FNICO voor klasse 1, divisie 2, groep A, B, C en D
Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C)
indien geïnstalleerd volgens Rosemount-controletekening 08800-0116
Behuizingstype 4X, IP66
K5
Combinatie van E5 en I5
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan
de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie
rekening worden gehouden.
2. Als de vortexflowmeter van model 8800D is besteld met een elektronicabehuizing van
aluminium, wordt deze geacht ontstekingsgevaar op te leveren bij stoten of wrijving.
Voorkom stoten en wrijving tijdens installatie en gebruik.
22
Snelstartgids
Januari 2015
Canadian Standards Association (CSA)
K6
Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D;
Stofontstekingsbestendig voor klasse II en III, divisie 1, groep E, F en G
Klasse I, zone 1, Ex d[ia] IIC
Temperatuurcode T6 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
In de fabriek afgedicht
Enkele afdichting
Behuizing type 4X
Intrinsiek veilig voor gebruik in klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G;
Niet-vonkend voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D
Indien aangesloten volgens Rosemount-tekening 08800-0112.
Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART
Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus
Enkele afdichting
Behuizing type 4X
FISCO voor klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G;
FNICO voor klasse 1, divisie 2, groep A, B, C en D
Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C)
Indien aangesloten volgens Rosemount-controletekening 08800-0112
Enkele afdichting
Behuizing type 4X
Combinatie van E6 en I6
KB
Combinatie van E5, I5, E6 en I6
E6
I6
IF
Combinatiecertificeringen
Europese certificeringen
ATEX intrinsieke veiligheid
EN 60079-0: 2012
EN 60079-11: 2012
I1
Certificering nr. Baseefa05ATEX0084X
ATEX-markering
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 HART
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus
0575
Entiteitsparameters
4-20 mA HART
Ui
(1)
Ii
Pi(1)
= 30 V d.c.
Entiteitsparameters
veldbus
Ui = 30 V d.c.
Ingangsparameters
FISCO
Ui = 17,5 V d.c.
= 185 mA
Ii = 300 mA
Ii = 380 mA
= 1,0 W
Pi = 1,3 W
Pi = 5,32 W
Ci = 0 μF
Ci = 0 μF
Ci = 0 μF
Li < 0,97 mH
Li < 10 μH
Li < 10 μH
1. Totaal voor transmitter.
23
Snelstartgids
Januari 2015
ATEX FISCO
IA
Certificering nr. Baseefa05ATEX0084X
ATEX-markering
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C)
0575
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan
de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie
rekening worden gehouden.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt met
een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de
behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring. De voor de afwerking
gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich
meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen.
3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te
worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de
omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het
temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft.
ATEX-certificering type n
EN 60079-0: 2012
EN 60079-11: 2012
EN 60079-15: 2010
N1
Certificering nr. Baseefa05ATEX0085X
ATEX-markering
II 3 G Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4 -20 mA HART
II 3 G Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus
Ingangsparameters:
Maximale bedrijfsspanning = 42 V d.c. max. 4-20 mA HART
Maximale bedrijfsspanning = 32 V d.c. max. veldbus
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan
de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie
rekening worden gehouden.
2. De behuizing kan vervaardigd zijn van een aluminiumlegering met een beschermlaag
van polyurethaanverf. De voor de afwerking gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van
elektrostatische ontlading met zich meebrengen en mag alleen met een vochtige doek
worden afgenomen.
3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te
worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de
omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het
temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft.
24
Januari 2015
Snelstartgids
ATEX-certificering drukvastheid
EN 60079-0: 2009
EN 60079-1: 2007
EN 60079-11: 2012
E1
Certificering nr. KEMA99ATEX3852X
Ingebouwde flowmeter voorzien van aanduiding:
II 1 / 2 G Ex d [ia] IIC T6 Ga/Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
Externe transmitter voorzien van aanduiding:
II 2(1) G Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
met meetgedeelte voorzien van aanduiding:
II 1 G Ex ia IIC T6 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
42 V d.c. max. 4-20 mA HART
32 V d.c. max. veldbus
Um = 250 V
Installatie-instructies:
1. De kabelwartels en doorvoerleidingingangen dienen van een gecertificeerd drukvast
type Ex d te zijn, geschikt voor de gebruiksomstandigheden en correct geïnstalleerd.
2. Ongebruikte openingen moeten worden afgesloten met daarvoor geschikte
blindstoppen.
3. Als de omgevingstemperatuur bij de kabel- of doorvoerleidingopeningen meer dan 60 °C
bedraagt, moeten kabels worden gebruikt die ten minste bestand zijn tegen 90 °C.
4. Op afstand gemonteerde sensor; mag in beschermingstype EX ia IIC alleen worden
aangesloten op elektronica van de bijbehorende vortexflowmeter van model 8800D.
De verbindingskabel mag maximaal 152 m (500 ft.) lang zijn.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden.
2. De flowmeter moet worden voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal van
eigenschapsklasse A2-70 of A4-70.
3. Op instrumenten met de vermelding “Warning: Electrostatic Charging Hazard”
(Waarschuwing: gevaar van elektrostatische lading) kan niet-geleidende lak met een
dikte van meer dan 0,2 mm worden gebruikt. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden
getroffen om ontsteking door elektrostatische lading op de behuizing te voorkomen.
K1
Combinatie van E1, I1 en N1
25
Januari 2015
Snelstartgids
Internationale IECEx-certificeringen
Intrinsieke veiligheid
IEC 60079-0: 2011
IEC 60079-11: 2011
Certificering nr. IECEx BAS05.0028X
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus
I7
Entiteitsparameters
4-20 mA HART
Entiteitsparameters
veldbus
Ingangsparameters
FISCO
Ui = 17,5 V d.c.
Ui
= 30 V d.c.
Ui
= 30 V d.c.
Ii(1)
= 185 mA
Ii
= 300 mA
Ii = 380 mA
Pi(1)
= 1,0 W
Pi
= 1,3 W
Pi = 5,32 W
Ci
= 0 μF
Ci
= 0 μF
Ci = 0 μF
Li
< 0,97 mH
Li
< 10 μH
Li < 10 μH
1. Totaal voor transmitter.
FISCO
IG
Certificering nr. IECEx BAS 05.0028X
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan
de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie
rekening worden gehouden.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt met
een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de
behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring. De voor de afwerking
gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich
meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen.
3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te
worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de
omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het
temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft.
Certificering type n
IEC 60079-0: 2011
IEC 60079-11: 2011
IEC 60079-15: 2010
N7
26
Certificering nr. IECEx BAS05.0029X
Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART
Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus
Maximale bedrijfsspanning = 42 V d.c. 4-20 mA HART
Maximale bedrijfsspanning = 32 V d.c. veldbus
Januari 2015
Snelstartgids
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan
de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening
worden gehouden.
2. De behuizing kan vervaardigd zijn van een aluminiumlegering met een beschermlaag
van polyurethaanverf. De voor de afwerking gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van
elektrostatische ontlading met zich meebrengen en mag alleen met een vochtige doek
worden afgenomen.
3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te
worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de
omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het
temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft.
Certificering drukvastheid
IEC 60079-0: 2007-10
IEC 60079-1: 2007-04
IEC 60079-11: 2011
IEC 60079-26: 2006
E7
Certificering nr. IECEx KEM05.0017X
Ingebouwde flowmeter voorzien van aanduiding:
Ex d [ia] IIC T6 Ga/Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
Externe transmitter voorzien van aanduiding:
Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
met meetgedeelte voorzien van aanduiding:
Ex ia IIC T6 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C)
42 V d.c. max. 4-20 mA HART
32 V d.c. max. veldbus
Um = 250 V
Installatie-instructies
1. De kabelwartels en doorvoerleidingingangen dienen van een gecertificeerd drukvast
type Ex d te zijn, geschikt voor de gebruiksomstandigheden en correct geïnstalleerd.
2. Ongebruikte openingen moeten worden afgesloten met daarvoor geschikte
blindstoppen.
3. Als de omgevingstemperatuur bij de kabel- of doorvoerleidingopeningen meer dan 60 °C
bedraagt, moeten kabels worden gebruikt die ten minste bestand zijn tegen 90 °C.
4. De op afstand gemonteerde sensor mag alleen op de transmitter aangesloten worden
met de door de fabrikant meegeleverde kabel.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden.
2. De flowmeter moet worden voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal van
eigenschapsklasse A2-70 of A4-70.
3. Op instrumenten met de vermelding “Warning: Electrostatic Charging Hazard”
(Waarschuwing: gevaar van elektrostatische lading) kan niet-geleidende lak met een
dikte van meer dan 0,2 mm worden gebruikt. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden
getroffen om ontsteking door elektrostatische lading op de behuizing te voorkomen.
K7
Combinatie van E7, I7 en N7
27
Snelstartgids
Januari 2015
Chinese certificering (NEPSI)
Certificering drukvastheid
GB3836.1 — 2010
GB3836.2 — 2010
GB3836.4 — 2010
GB3836.20 — 2010
Certificering nr. GYJ12.1493X
Ex ia / d IIC T6 Ga/Gb (ingebouwde transmitter)
Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (externe transmitter)
Ex ia IIC T6 Ga (externe sensor)
Bereik omgevingstemperatuur: -50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C
Bereik procestemperatuur: -202 °C tot +427 °C
Voeding: 42 V d.c. max. 4-20 mA HART
Voeding: 32 V d.c. max. veldbus
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
E3
1. De verbindingskabel tussen de transmitter en sensor mag maximaal 152 meter lang zijn.
Daarnaast geldt dat de kabel moet worden geleverd door Rosemount Inc. of door
Emerson Process Management Flow Technologies Co., Ltd.
2. Er moeten geschikte, tegen ten minste +80 °C bestendige kabels worden gebruikt als de
temperatuur rondom de kabelingangen meer dan +60 °C bedraagt.
3. De afmetingen van drukvaste verbindingen verschillen van de relevante minimum- of
maximumwaarden die zijn voorgeschreven in Tabel 3 van GB3836.2-2010. Neem voor
nadere informatie contact op met de fabrikant.
4. De flowmeter is voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal met eigenschapsklasse A2-70
of A4-70.
5. Wrijving moet worden vermeden om het risico van elektrostatische lading op de behuizing
als gevolg van de niet-geleidende lak te voorkomen.
6. De aardverbinding moet ter plaatse goed met aarde worden verbonden.
7. Niet openen wanneer het instrument onder spanning staat.
8. De kabeltoegangsopeningen moeten worden aangesloten via een geschikte kabelwartel of afsluitpluggen van beschermingsklasse Ex d IIC Gb. De kabelwartel en de afsluitpluggen zijn goedgekeurd conform GB3836.1-2010 en GB3836.2-2010, en gedekt
door een afzonderlijk inspectiecertificaat, en ongebruikte toegangsopeningen zijn
voorzien van een drukvaste afsluitplug van beschermingstype Ex d IIC Gb.
9. Het is gebruikers niet toegestaan om de configuratie te wijzigen, teneinde de door de
apparatuur geboden bescherming tegen explosies te verzekeren. Eventuele storingen
moeten in overleg met specialisten van de fabrikant worden opgelost.
10. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te zorgen dat de elektronische
onderdelen binnen de toegestane omgevingstemperatuur blijven, rekening houdend
met de invloed van de toegestane vloeistoftemperatuur.
11. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud moeten gebruikers voldoen aan alle relevante
eisen van de instructiehandleiding van het product,
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie
en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met explosief gas”,
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”,
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie
en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)” en
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische instrumenten
voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke elektrische apparatuur”.
28
Snelstartgids
Januari 2015
I.S.-certificering
GB3836.1 — 2010
GB3836.20 — 2010
GB3836.4 — 2010
GB12476.1 — 2010
Certificering nr. GYJ12.1106X
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 70 °C) HART
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 60 °C) veldbus
I3
Entiteitsparameters
4-20 mA HART
Entiteitsparameters
veldbus
Ingangsparameters
FISCO
Ui = 17,5 V d.c.
Ui
= 30 V d.c.
Ui
= 30 V d.c.
Ii(1)
= 185 mA
Ii
= 300 mA
Ii = 380 mA
Pi(1)
= 1,0 W
Pi
= 1,3 W
Pi = 5,32 W
Ci
= 0 μF
Ci
= 0 μF
Ci = 0 μF
Li
≤ 0,97 mH
Li
≤ 10 μH
Li ≤ 10 μH
1. Totaal voor transmitter.
FISCO/FINCO
IH
Certificering nr. IECEx BAS 05.0028X
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ +60 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De verbindingskabel tussen de transmitter en sensor mag maximaal 152 meter lang zijn.
Daarnaast geldt dat de kabel door de fabrikant moet worden geleverd.
2. Bij installatie van een aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging op dit
product moeten gebruikers bij installatie voldoen aan bepaling 12.2.4 in
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15:
Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”.
3. Er moeten geschikte, tegen ten minste +80 °C bestendige kabels worden gebruikt als de
temperatuur rondom de kabelingangen meer dan +60 °C bedraagt.
4. De vortexflowmeter kan alleen in een explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt als
hij is aangesloten op een gecertificeerd bijbehorend apparaat. De aansluiting moet
voldoen aan de voorschriften in de handleiding van het bijbehorende apparaat, en in die
van de vortexflowmeter.
5. Er moet voor worden gezorgd dat de behuizing tegen stoten wordt beschermd.
6. Wrijving moet worden vermeden om het risico van elektrostatische lading op de
behuizing als gevolg van de niet-geleidende lak te voorkomen.
7. De afgeschermde kabel is geschikt voor aansluiting en de afscherming moet met aarde
worden verbonden.
8. De behuizing moet stofvrij worden gehouden, maar het stof mag niet met perslucht
worden verwijderd.
9. De kabeltoegangsopeningen moeten worden verbonden met een geschikte kabelingang en de verbindingsmethode moet verzekeren dat de apparatuur voldoet aan de
vereisten voor beschermingsgraad IP66 conform GB4208-2008.
10. Het is gebruikers niet toegestaan om de configuratie te wijzigen, teneinde de door de
apparatuur geboden bescherming tegen explosies te verzekeren. Eventuele storingen
moeten in overleg met specialisten van de fabrikant worden opgelost.
29
Snelstartgids
Januari 2015
11. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te zorgen dat de elektronische
onderdelen binnen de toegestane omgevingstemperatuur blijven, rekening houdend
met de invloed van de toegestane vloeistoftemperatuur.
12. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud moeten gebruikers voldoen aan alle relevante
eisen van de instructiehandleiding van het product,
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie
en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met explosief gas”,
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”,
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie
en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)” en
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische instrumenten
voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke elektrische apparatuur”.
Certificering type “n”
GB3836.1 — 2010
GB3836.8 — 2003
GB3836.4 — 2010
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De verbindingskabel tussen de transmitter en sensor mag maximaal 152 meter lang zijn.
Daarnaast geldt dat de kabel door de fabrikant moet worden geleverd.
2. Er moeten geschikte, tegen ten minste +80 °C bestendige kabels worden gebruikt als de
temperatuur rondom de kabelingangen meer dan +60 °C bedraagt.
3. Bij installatie van een aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging (de andere
optie is T1) op dit product moeten gebruikers bij installatie voldoen aan bepaling 12.2.4
in GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15:
Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”.
4. Wrijving moet worden vermeden om het risico van elektrostatische lading op de
behuizing als gevolg van de niet-geleidende lak te voorkomen.
5. Niet openen wanneer het instrument onder spanning staat.
6. De kabeltoegangsopeningen moeten worden verbonden met een geschikte kabelingang en de verbindingsmethode moet verzekeren dat de apparatuur voldoet aan de
vereisten voor beschermingsgraad IP54 conform GB4208-2008.
7. Het is gebruikers niet toegestaan om de configuratie te wijzigen, teneinde de door de
apparatuur geboden bescherming tegen explosies te verzekeren. Eventuele storingen
moeten in overleg met specialisten van de fabrikant worden opgelost.
8. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te zorgen dat de elektronische
onderdelen binnen de toegestane omgevingstemperatuur blijven, rekening houdend
met de invloed van de toegestane vloeistoftemperatuur.
9. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud moeten gebruikers voldoen aan alle relevante
eisen van de instructiehandleiding van het product,
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie
en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met explosief gas”,
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”,
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie
en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)” en
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische instrumenten
voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke elektrische apparatuur”.
30
Snelstartgids
Januari 2015
Gecombineerde certificeringen: China
Combinatie van E3, I3 en N3
K3
Certificeringen Brazilië - INMETRO
I.S.-certificering
ABNT NBR IEC 60079-0: 2008
ABNT NBR IEC 60079-11: 2009
ABNT NBR IEC 60079-26: 2008
I2
Nummer certificaat: NCC 11.0699 X
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 70 °C) HART
Ex ia IIC T6 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ + 60 °C) veldbus
IB
Nummer certificaat: NCC 11.0699 X
Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 60 °C) FISCO
Entiteitsparameters
4-20 mA HART
Entiteitsparameters
veldbus
Ingangsparameters
FISCO
Ui = 17,5 V d.c.
Ui
= 30 V d.c.
Ui
= 30 V d.c.
Ii(1)
= 185 mA
Ii
= 300 mA
Ii = 380 mA
Pi(1)
= 1,0 W
Pi
= 1,3 W
Pi = 5,32 W
Ci
= 0 μF
Ci
= 0 μF
Ci = 0 μF
Li
≤ 0,97 mH
Li
≤ 10 μH
Li ≤ 10 μH
1. Totaal voor transmitter.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers, kan de
apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening
worden gehouden.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en afgewerkt met
een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de
behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring. De voor de afwerking
gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich
meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen.
3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te
worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de
omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het
temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft.
31
Snelstartgids
Januari 2015
Certificering drukvastheid
ABNT NBR IEC 60079-0: 2008
ABNT NBR IEC 60079-1: 2009
ABNT NBR IEC 60079-11: 2009
ABNT NBR IEC 60079-26: 2008
E2
Nummer certificering: NCC 11.0622 X
Ex d [ia] IIC T6 Ga/Gb (ingebouwde transmitter)
Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (externe transmitter)
Ex ia IIC T6 Ga (externe sensor)
Bereik omgevingstemperatuur: -50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C
Bereik procestemperatuur: -202 °C tot +427 °C
Voeding: 42 V d.c. max. 4-20 mA HART
Voeding: 32 V d.c. max. veldbus
Transmitter Um = 250 V
Op afstand gemonteerde sensor
Mag in beschermingstype Ex ia IIC alleen worden aangesloten op elektronica van
de bijbehorende vortexflowmeter van model 8800D. De verbindingskabel mag
maximaal 152 m (500 ft.) lang zijn.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden.
2. De flowmeter is voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal met eigenschapsklasse A2-70
of A4-70.
3. Op instrumenten met de vermelding “Warning: Electrostatic Charging Hazard”
(Waarschuwing: gevaar van elektrostatische lading) kan niet-geleidende lak met een
dikte van meer dan 0,2 mm worden gebruikt. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden
getroffen ter voorkoming van ontsteking ten gevolge van elektrostatische lading van de
behuizing.
Gecombineerde certificeringen: INMETRO
K3 Combinatie van E2 en I2
32
Januari 2015
Snelstartgids
Afbeelding 16. Europese verklaring van overeenstemming
33
Snelstartgids
34
Januari 2015
Januari 2015
Snelstartgids
35
Januari 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RFD 1029 Rev. P
Wij,
Emerson Process Management
Rosemount Flow
12001 Technology Drive
Eden Prairie, MN, 55344
VS
verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product/de producten
Rosemount-vortexflowmeters van model 8800D
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen,
welke staan vermeld in het bijgevoegde schema.
De aanname van de overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van geharmoniseerde of
toepasselijke technische normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een
aangemelde instantie in de Europese Gemeenschap, welke vermeld staan in onderstaand
schema.
24 oktober 2014
(datum van uitgifte)
Mark Fleigle
(naam - in blokletters)
Vie President Technology and New Products
(functie - in blokletters)
Naam document: 8800D CE-markering
36
Pagina 1
van 3
RFD1029_P_dut.doc
Snelstartgids
Januari 2015
Schema
EG-verklaring van overeenstemming RFD 1029 Rev. P
EMC-richtlijn (2004/108/EG)
Alle modellen
EN 61326-1: 2006
Richtlijn Drukapparatuur (97/23/EG)
Vortexflowmeter van model 8800D met optie “PD”, in leidingdiameters 1,5 inch - 12 inch
Apparatuur zonder de optie “PD” voldoet NIET aan de eisen van de Richtlijn Drukapparatuur
en mag niet zonder nadere beoordeling in de EER worden gebruikt
Beoordelingscertificat kwaliteitssysteem - EG-nr. 4741-2014-CE-HOU-DNV
Overeenstemmingsbeoordeling module H
ASME B31.3: 2010
Vortexflowmeter van model 8800D met optie “PD”, in leidingdiameters 0,5 inch - 1 inch
Goed vakmanschap (Sound Engineering Practice)
ASME B31.3: 2010
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Vortexflowmeter model 8800D
Baseefa05ATEX0084 X - certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G (Ex ia IIC T4 Ga)
EN 60079-0: 2012
EN 60079-11: 2012
Baseefa05ATEX0085 X - certificaat type n
Apparatuurgroep II, categorie 3 G (Ex nA ic IIC T5 Gc)
EN 60079-0: 2012
EN 60079-11: 2012
EN 60079-15: 2010
Naam document: 8800D CE-markering
Pagina 2
van 3
RFD1029_P_dut.doc
37
Januari 2015
Snelstartgids
Schema
EG-verklaring van overeenstemming RFD 1029 Rev. P
ATEX-richtlijn (94/9/EG) (vervolg)
KEMA99ATEX3852X - drukvast met intrinsiek veilige verbinding(en)
Apparatuurgroep II, categorie 1/2 G (Ex d [i] IIC T6 Ga/Gb) - ingebouwde transmitter
Apparatuurgroep II, categorie 2(1) G (Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb) - externe transmitter
Apparatuurgroep II, categorie 1 G (Ex ia IIC T6 Ga) - externe sensor
EN 60079-0: 2009
EN 60079-1: 2007
EN 60079-11: 2012
EN 60079-26: 2007
Aangemelde instantie Richtlijn Drukapparatuur
Det Norske Veritas (DNV) [nr. aangemelde instantie: 0575]
Veritasveien 1, N-1322
Hovik, Noorwegen
Aangemelde instanties voor onderzoekscertificaat type EG volgens ATEX
DEKRA Certification B.V. [nummer aangemelde instantie: 0344]
Meander 1051, 6825 MJ Arnhem
Postbus 5185, 6802 ED Arnhem
Nederland
Baseefa [nummer aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park, Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9RZ
Verenigd Koninkrijk
Aangemelde instantie voor kwaliteitsborging volgens ATEX
Det Norske Veritas (DNV) [nr. aangemelde instantie: 0575]
Veritasveien 1, N-1322
Hovik, Noorwegen
Naam document: 8800D CE-markering
38
Pagina 3
van 3
RFD1029_P_dut.doc
Januari 2015
Snelstartgids
39
*00825-0106-4004*
Snelstartgids
00825-0111-4004, Rev. FA
Januari 2015
Emerson Process Management
Rosemount Inc.
Emerson Process Management bv
Emerson Process Management
Asia Pacific Private Limited
Emerson Process Management nv/sa
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
T (65) 6777 8211
F (65) 6777 0947/65 6777 0743
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
België
T (32) 2 716 7711
F (32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
Emerson Process Management
Flow B.V.
Emerson Process Management
Latin America
Beijing Rosemount Far East
Instrument Co., Limited
© 2015 Rosemount, Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom
van de merkhouder.
AMS en het Emerson-logo zijn handelsmerken en dienstmerken van
Emerson Electric Co.
GO Switch en TopWorx zijn gedeponeerde handelsmerken van
Emerson Process Management.
SmartPower is een handelsmerk van Rosemount Inc.
Swagelok is een gedeponeerd handelsmerk van Swagelok Company.
HART is een gedeponeerd handelsmerk van de HART Communication Foundation.
Tyco en TraceTek zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van
Tyco Thermal Controls LLC of gelieerde ondernemingen.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317, VS
T (VS) (800) 999-9307
T (andere landen) (952) 906-8888
F (952) 906-8889
Neonstraat 1
6718 WX Ede
Nederland
T +31 (0) 318 495555
F +31 (0) 318 495556
No. 6 North Street, Hepingli,
Dong Cheng District
Beijing 100013, China
T (86) (10) 6428 2233
F (86) (10) 6422 8586
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
Nederland
T (31) 70 413 66 66
F (31) 70 390 68 15
E [email protected]
www.emersonprocess.nl
1300 Concord Terrace, Suite 400
Sunrise Florida 33323, VS
T +1 954 846 5030
www.rosemount.com