Snelstartgids 00825-0111-4004, Rev. FA Januari 2015 Rosemount 8800D-serie vortexflowmeter Snelstartgids Januari 2015 MEDEDELING Deze gids bevat elementaire richtlijnen voor de Rosemount 8800D-vortexflowmeter. Hij bevat geen instructies voor gedetailleerde configuratie, diagnostiek, onderhoud, reparatie, probleemoplossing en explosieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.) installaties. Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 8800D (publicatienummer 00809-0100-4004) voor nadere instructies. De handleidingen en deze gids zijn ook in elektronische vorm beschikbaar op www.rosemount.com. WAARSCHUWING Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij installatie van deze transmitter in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende plaatselijke, landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden gevolgd. Raadpleeg het gedeelte over goedkeuringen in de naslaghandleiding van de Rosemount 8800D voor bepalingen in verband met veilige installatie. Controleer voordat u een handheld communicator in een explosiegevaarlijke atmosfeer aansluit of alle instrumenten in de kring zijn geïnstalleerd volgens intrinsiek veilige of niet-vonkende veldbedradingsmethoden. Controleer of de bedrijfsatmosfeer van de flowmeter overeenstemt met de desbetreffende productcertificeringen. Verwijder bij een explosieveilige/drukvaste installatie de deksels van de flowmeter niet terwijl er spanning staat op het instrument. Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vermijd aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge spanning staan, die elektrische schokken kan veroorzaken. Inhoud Monteer de flowmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 3 Overweeg of de behuizing gedraaid moet worden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 9 Stel de jumpers in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 10 Sluit de bedrading aan en schakel het instrument in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 11 Controleer de configuratie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 16 Productcertificeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 21 2 Snelstartgids Januari 2015 Stap 1: Monteer de flowmeter Installeer de procesbuizen zodanig dat het meetgedeelte gevuld blijft en er geen lucht wordt ingesloten. De vortexflowmeter kan onder elke hoek geïnstalleerd worden, zonder dat dit van invloed is op de nauwkeurigheid. Hieronder volgen echter richtlijnen voor bepaalde installaties. Verticale montage Als de vortexflowmeter verticaal geïnstalleerd wordt: Bij gas of stoom installeren met opwaartse of neerwaartse stroming. Bij vloeistoffen installeren met opwaartse stroming. Afbeelding 1. Verticale installatie Stromingsrichting van gas Stromingsrichting van vloeistof of gas Horizontale montage Afbeelding 2. Horizontaal Installatie Meetgedeelte geïnstalleerd met elektronica naast de leiding Meetgedeelte geïnstalleerd met elektronica boven de leiding Acceptabel Bij voorkeur Voor stoom en vloeistoffen die kleine vaste deeltjes bevatten, wordt aanbevolen om de flowmeter te installeren met de elektronica naast de leiding. Dat beperkt mogelijke meetfouten tot een minimum doordat het condensaat of de vaste stoffen onder de shedderbar doorstromen zonder de vortexwerveling te storen. Montage bij hoge temperaturen De maximumtemperatuur voor de ingebouwde elektronica wordt bepaald door de omgevingstemperatuur op de plaats waar de flowmeter geïnstalleerd is. De temperatuur van de elektronica mag niet hoger zijn dan 85 °C (185 °F). Afbeelding 3 toont de combinaties van omgevings- en procestemperatuur die vereist zijn om een behuizingstemperatuur van minder dan 85 °C (185 °F) te behouden. 3 Januari 2015 Snelstartgids 93 (200) 82 (180) 71 (160) 60 (140) 49 (120) 38 (100) 27 (80) 16 (60) 260 (500) 316 (600) 371 (700) 427 (800) 482 (900) 538 (1000) Temperatuurgrens van 85 °C (185 °F) voor behuizing 0 38 (100) 93 (200) 149 (300) 204 (400) Omgevingstemperatuur °C (°F) Afbeelding 3. Limieten omgevings- en procestemperatuur voor de Rosemount 8800D Procestemperatuur °C (°F) Meter en leiding geïsoleerd met 7,5 cm (3 inch) keramiekvezelisolatie. Positie met horizontale leiding en verticale meterstand. De volgende installatiehoeken worden aanbevolen voor toepassingen met een hoge procestemperatuur. Installeren met de elektronicakop naast of onder de procesleiding. Er kan isolatiemateriaal rondom de leiding benodigd zijn om de omgevingstemperatuur onder 85 °C (185 °F) te houden. Opmerking Isoleer alleen de leiding en het meetgedeelte. Isoleer de steunleidingbeugel niet, zodat warmte kan ontsnappen. Stoominstallaties Vermijd installaties zoals afgebeeld in Afbeelding 4. Een dergelijke installatie kan bij het starten waterslag veroorzaken door ingesloten condensaat. Afbeelding 4. Foutieve installatie 4 Snelstartgids Januari 2015 Vereiste rechte lengte voor en na de meter De Rosemount 8800D-flowmeter kan geïnstalleerd worden met ten minste tien rechte leidingdiameters (10D) voor de meter en vijf rechte leidingdiameters (5D) na de meter als u de K-factorcorrecties volgt die beschreven staan in het 8800 Installation Effects Technical Data Sheet (technisch datablad installatie-effecten voor model 8800; 00816-0100-3250). K-factorcorrectie is niet nodig als er 35 rechte leidingdiameters (35D) stroomopwaarts en 5 rechte leidingdiameters (5D) stroomafwaarts beschikbaar zijn. Uitwendige druk-/temperatuurtransmitters Bij gebruik van druk- en temperatuurtransmitters in combinatie met model 8800D voor gecompenseerde massaflow dienen de transmitters stroomafwaarts van de Rosemount 8800D-flowmeter geïnstalleerd te worden (zie Afbeelding 5). Afbeelding 5. Rechte lengte voor en na de meter P T 4 leidingdiameters stroomafwaarts 6 leidingdiameters stroomafwaarts Flensloze installatie Afbeelding 6. Flensloze installatie B B A C Stromingsrichting Flow A. Bouten en moeren voor installatie (door de klant aan te schaffen) B. Centreerring C. Pakkingen (door de klant aan te schaffen) 5 Januari 2015 Snelstartgids Installatie met flens Afbeelding 7. Installatie flowmeter met flens A B Stromingsrichting Flow A. Bouten en moeren voor installatie (door de klant aan te schaffen) B. Pakkingen (door de klant aan te schaffen) Opmerking De voor afdichting van de pakkingverbinding vereiste boutbelasting is afhankelijk van diverse factoren, waaronder de bedrijfsdruk en het materiaal, de dikte en de conditie van de pakking. Er zijn tevens diverse factoren van invloed op de daadwerkelijke boutbelasting als resultaat van gemeten torsiemoment, waaronder de gesteldheid van de boutschroefdraad, de wrijving tussen de kop van de moer en de flens, en de parallellie van de flenzen. Vanwege deze toepassingsafhankelijke factoren zullen de vereiste momentwaarden per toepassing verschillen. Volg de richtlijnen in de norm ASME PCC-1 voor het aanhalen van de bouten. Zorg dat de flowmeter tussen flenzen met dezelfde nominale maat als de flowmeter gecentreerd is. Plaatsen van de integrale temperatuursensor (uitsluitend bij MTA-optie) Installatieprocedures Opmerking Het nummer van de stap in de procedure stemt overeen met het nummer in de tekening (Afbeelding 1). 1. Schuif de thermokoppelbout (1) over het thermokoppel (TC). 2. Plaats de 2-delige ring (2) over de tip op het uiteinde van het thermokoppel (TC). 3. Steek het thermokoppel in de opening van de beschermbuis (TW) aan de onderkant van het meetgedeelte. a. Belangrijk! Druk het thermokoppel voorzichtig helemaal in de beschermbuis. Dit is cruciaal om de juiste insteekdiepte te verkrijgen. Schroef vervolgens de thermokoppelbout in de opening. b. Markeer als u de thermokoppelbout handvast hebt aangedraaid de positie van de bout ten opzichte van het meetgedeelte (deze markering helpt u om het aantal slagen bij te houden). Draai de bout met een sleutel van ½ inch ¾ slag rechtsom om de ring te plaatsen. 6 Snelstartgids Januari 2015 Opmerking Na het voltooien van de bovenstaande stap zijn de ring en de thermokoppelbout permanent op het thermokoppel geïnstalleerd. 4. Controleer of de rubberen O-ring op het uiteinde voor de elektronica-aansluiting van het thermokoppel is aangebracht. 5. Controleer of de zeskantschroef van 2,5 mm is aangebracht. 6. Steek het connectoruiteinde voor de elektronica in de transmitterbehuizing. Draai de schroef met een zeskantsleutel van 2,5 mm aan om de verbinding vast te zetten. Belangrijk! Draai de zeskantschroef niet te strak aan. Afbeelding 8. Thermokoppel-constructie 6 4 5 3 TC TW 1 2 Externe elektronica Als u een van de opties voor externe elektronica (optie R10, R20, R30, R33, R50 of RXX) bestelt, wordt de flowmeter in twee delen geleverd: 1. Het meetgedeelte met een adapter, geïnstalleerd in de steunleiding met daaraan bevestigd een verbindende coaxkabel. 2. De elektronicabehuizing, geïnstalleerd op een montagebeugel. Als u de opties voor gewapende externe elektronica hebt besteld, volgt u dezelfde instructies als voor de standaard externe kabelverbinding; de enige uitzondering is dat de kabel misschien niet in een doorvoerleiding hoeft te liggen. Ook de doorvoerwartels zijn gewapend. 7 Januari 2015 Snelstartgids Montage Monteer het meetgedeelte in de procesflowleiding zoals eerder in dit deel beschreven. Monteer de beugel en de elektronicabehuizing op de gewenste plaats. De behuizing kan op de beugel worden verschoven, wat de veldbedrading en het aanbrengen doorvoerleidingen vergemakkelijkt. Kabelverbindingen Zie Afbeelding 9 en de instructies op pagina 8 voor aansluiting van het losse uiteinde van de coaxkabel op de elektronicabehuizing. Afbeelding 9. Installatie van externe elektronica A B C D E F G J P H O K N I M L A. 1/2 NPT-doorvoerleidingadapter of -kabelwartel (door de klant aan te schaffen) B. Coaxkabel C. Meteradapter D. Koppelstuk E. Sluitring F. Moer G. Moer sensorkabel H. Steunleiding I. Meetgedeelte J. Elektronicabehuizing K. Moer coaxkabel L. Doorvoerleidingadapter (optioneel, door de klant aan te schaffen) M. Schroeven behuizingadapter N. Behuizingadapter O. Schroef behuizingsvoet P. Aardverbinding Opmerking Raadpleeg de fabrikant voor roestvrij-stalen constructies. 1. Als de coaxkabel in een doorvoerleiding wordt gelegd, moet u de doorvoerleiding voorzichtig op de gewenste lengte afsnijden zodat deze goed op de behuizing kan worden gemonteerd. Er kan een aansluitkast in de doorvoerleiding geplaatst worden voor overtollige coaxkabel. 8 Januari 2015 Snelstartgids Let op De externe coaxkabel mag niet op locatie van een afsluitweerstand voorzien of op lengte gesneden worden. Rol eventuele extra coaxkabel op tot een spiraal met een straal van ten minste 51 mm (2 inch). 2. Schuif de doorvoerleidingadapter of kabelwartel over het losse uiteinde van de coaxkabel en monteer deze op de adapter op de steunleiding van het meetgedeelte. 3. Bij gebruik van een doorvoerleiding legt u de coaxkabel in de doorvoerleiding. 4. Plaats een doorvoerleidingadapter of kabelwartel over het uiteinde van de coaxkabel. 5. Verwijder de behuizingadapter uit de elektronicabehuizing. 6. Schuif de behuizingadapter over de coaxkabel. 7. Verwijder een van de vier schroeven uit de voet van de behuizing. 8. Bevestig de moer van de coaxkabel en draai deze stevig aan op het verbindingspunt op de elektronicabehuizing. 9. Bevestig de aardedraad van de coaxkabel op de behuizing via de aardschroef in de voet van de behuizing. 10. Zet de behuizingadapter in lijn met de behuizing en zet hem vast met de meegeleverde schroeven. 11. Draai de doorvoerleidingadapter of kabelwartel op de behuizingadapter aan. Let op Om te voorkomen dat er vocht binnendringt in de aansluitpunten van de coaxkabel moet de coaxiale verbindingskabel in een enkele, daarvoor bestemde doorvoerleiding worden gelegd of moeten aan weerszijden van de kabel afgedichte kabelwartels worden gebruikt. Opmerking Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor informatie over de CPA-optie. Stap 2: Overweeg of de behuizing gedraaid moet worden De gehele elektronicabehuizing kan voor optimaal zicht in stappen van 90° worden gedraaid. Volg de onderstaande stappen om de hoek van de richting van de behuizing: 1. Draai de drie stelschroeven voor behuizingsrotatie aan de onderkant van de elektronicabehuizing los met een inbussleutel van 5/32 inch door de schroeven tot voorbij de steunleiding rechtsom (naar binnen) te draaien. 2. Trek de elektronicabehuizing langzaam uit de steunleiding. 9 Januari 2015 Snelstartgids Let op Trek de behuizing niet verder dan 40 mm (1,5 inch) uit de bovenkant van de steunleiding voordat u de sensorkabel loskoppelt. Als de sensorkabel belast wordt, kan de sensor beschadigd raken. 3. Schroef de sensorkabel los van de behuizing met een steeksleutel van 5/16 inch. 4. Draai de behuizing in de gewenste stand. 5. Houd de behuizing onder deze hoek vast terwijl u de sensorkabel op de onderkant van de behuizing vastschroeft. Let op Draai de behuizing niet terwijl de sensorkabel op de onderkant van de behuizing bevestigd is. Dat belast de kabel en kan de sensor beschadigen. 6. Plaats de elektronicabehuizing in de bovenkant van de steunleiding. 7. Draai de drie behuizingsrotatieschroeven met een inbussleutel van 5/32 inch linksom (naar buiten) om de steunleiding vast te zetten. Stap 3: Stel de jumpers in Stel de jumpers in op de gewenste stand. HART® Als er geen alarm- en beveiligingsjumpers zijn geïnstalleerd, werkt de flowmeter normaal met de standaard alarmtoestand alarm “HI” (hoog) en de beveiliging “OFF” (uit). Afbeelding 10. HART-jumpers en LCD-display LO HI ALARM ON SECURITY OFF FOUNDATION™-veldbus Als er geen beveiligingsjumpers en simulatie-activeringsjumpers geïnstalleerd zijn, werkt de flowmeter normaal met de standaard beveiliging “OFF” (uit) en simulatie-activering “OFF” (uit). 10 Snelstartgids Januari 2015 Afbeelding 11. FOUNDATION-veldbusjumpers en LCD-display ON SIMULATE ENABLE OFF ON SECURITY OFF Stap 4: Sluit de bedrading aan en schakel het instrument in Voeding HART De gelijkstroomvoeding moet vermogen met een rimpel van minder dan twee procent leveren. De totale weerstandsbelasting is de som van de weerstand van de signaaldraden en de belastingsweerstand van de controller, de aanwijzer en de bijbehorende onderdelen. De weerstand van eventueel aanwezige intrinsieke-veiligheidsisolering moet worden meegerekend. Afbeelding 12. Belastingslimitatie Belasting (ohm) Maximale kringweerstand = 41,7 (voedingsspanning - 10,8) 1250 1000 500 0 Werkingsgebied 10,8 42 Voedingsspanning (volt) Voor de veldcommunicator is een kringweerstand vereist van ten minste 250 Ω. FOUNDATION-veldbus De flowmeter vereist 9-32 V d.c. op de voedingsaansluitingen. Elke veldbusvoeding vereist een spanningsstabilisator om de voedingsuitvoer van het veldbus-bedradingssegment te ontkoppelen. 11 Januari 2015 Snelstartgids Doorvoerleidinginstallatie Voorkom dat er condensaat van de doorvoerleiding in de behuizing stroomt door de flowmeter op een hoog punt in de leiding te installeren. Als de flowmeter op een laag punt in de leiding geïnstalleerd wordt, kan het compartiment voor de aansluitingen vollopen met vloeistof. Als de doorvoerleiding van een niveau boven de flowmeter afkomstig is, moet u de leiding tot onder de flowmeter leiden voordat de leiding de behuizing binnengaat. In sommige gevallen zal een aftapdop moeten worden aangebracht. Afbeelding 13. Correcte doorvoerleidinginstallatie met Rosemount 8800D A A A. Doorvoerleiding Volg de onderstaande stappen voor bedrading van de flowmeter: 1. Verwijder het behuizingsdeksel aan de kant met de aanduiding FIELD TERMINALS (veldaansluitingen). 2. Sluit de positieve draad aan op aansluiting “+” en de negatieve draad op aansluiting “-” (zie Afbeelding 14 voor HART-installaties en Afbeelding 15 voor FOUNDATION-veldbus-installaties). Opmerking FOUNDATION-veldbus-aansluitklemmen zijn niet polariteitsgevoelig. 3. Voor HART-installaties die de pulsuitgang gebruiken, sluit u de positieve draad aan op aansluiting “+” van de pulsuitgang en de negatieve draad op aansluiting “-” van de pulsuitgang (zie Afbeelding 14). Voor de pulsuitgang is een afzonderlijke voeding van 5 tot 30 V d.c. vereist. De maximale schakelstroom voor de pulsuitgang is 120 mA. Let op Sluit de onder spanning staande signaalbedrading niet aan op de testaansluitklemmen. De stroom kan de testdiode in de testverbinding beschadigen. Getwiste aderparen zijn vereist voor een minimale ruisopname in het signaal van 4 - 20 mA en het digitale communicatiesignaal. Voor een omgeving met hoge EMI/RFI is afgeschermde signaalkabel vereist. Ook bij alle andere installaties heeft dit de voorkeur. Gebruik een kabel van 24 AWG of dikker en van ten hoogste 1500 meter (5000 ft.) lengte. Gebruik bij FOUNDATION-veldbus voor een optimaal resultaat kabel die speciaal bestemd is voor veldbusinstallaties. Gebruik bij een omgevingstemperatuur van meer dan 60 °C (140 °F) een kabel die berekend is op 90 °C (176 °F). 12 Januari 2015 Snelstartgids Afbeelding 14 toont de draadverbindingen die nodig zijn voor voeding van een Rosemount 8800D en communicatie met een handheld veldcommunicator. Afbeelding 15 toont de draadverbindingen die nodig zijn voor voeding van model 8800D met FOUNDATION-veldbus. 4. Sluit alle ongebruikte doorvoerleiding-aansluitingen en dicht ze af. Gebruik isolatietape of -pasta op de schroefdraad om zeker te zijn van een vochtdichte afdichting. Voor doorvoerleidingopeningen in de behuizing met de aanduiding M20 is een afsluitplug met een M-20 x 1,5 schroefdraad vereist. Voor doorvoerleidingopeningen zonder aanduiding is een afsluitplug met 1 /2-14 NPT-schroefdraad vereist. Opmerking Voor een goede afdichting van rechte schroefdraad moet deze ten minste drie (3) maal met tape worden omwikkeld. 5. Installeer de bedrading, indien van toepassing, met een druppellus. Leg de druppellus zodanig dat de onderkant lager dan de doorvoerleiding-aansluitingen en de flowmeterbehuizing komt te liggen. Bij Rosemount 8800D-vortex-exemplaren die zijn besteld met een geverfd meetgedeelte kan elektrostatische ontlading optreden. Voorkom het ontstaan van elektrostatische lading door het meetgedeelte niet met een droge doek af te nemen of met oplosmiddelen schoon te maken. 13 Januari 2015 Snelstartgids Afbeelding 14. Bedradingsschema’s flowmeter voor HART-protocol 4-20mA-bedrading RL ≥ 250 Ω + - A 4-20mA- en pulsbedrading met elektronische totalisator/teller RL ≥ 250 Ω + A - B + A. Voeding B. Voeding met teller Opmerking Installatie van het aansluitklemmenblok voor overspanningsbeveiliging biedt alleen bescherming tegen overspanning als de kast van de Rosemount 8800D correct is geaard. 14 Snelstartgids Januari 2015 Afbeelding 15. Bedradingsschema flowmeter voor FOUNDATION-veldbusprotocol Max. 1900 m (6234 ft.) (afhankelijk van de kenmerken van de kabel) B C D F A F E (De voeding, het filter, de eerste afsluitweerstand en het configuratieapparaat bevinden zich doorgaans in de controlekamer.) G A. B. C. D. E. F. G. Voeding Geïntegreerde spanningsstabilisator en geïntegreerd filter Afsluitweerstanden Veldbussegment (Verbindingslijn) (Aftaklijn) Instrument 1 t/m 16(1) Dekselborgschroef Bij transmitterbehuizingen die met een dekselborgschroef worden geleverd, moet de schroef correct worden aangebracht nadat de transmitter is bedraad en opgestart. De dekselborgschroef zorgt ervoor dat het transmitterdeksel in een drukvaste omgeving alleen met gereedschap kan worden verwijderd. Volg deze stappen voor het aanbrengen van de dekselborgschroef: 1. Controleer of de dekselborgschroef helemaal in de behuizing is gedraaid. 2. Plaats het deksel van de transmitterbehuizing en controleer of het deksel dicht tegen de behuizing aanzit. 3. Draai de borgschroef los met een M4-inbussleutel totdat hij het transmitterdeksel raakt. 4. Draai de borgschroef nog 1/2 slag linksom om het deksel vast te zetten. Opmerking Door te hard aandraaien kan de schroefdraad beschadigd raken. 5. Verzeker u ervan dat het deksel niet verwijderd kan worden. 1. In intrinsiek veilige installaties zullen soms minder instrumenten per intrinsiek veilige barrière zijn toegestaan. 15 Januari 2015 Snelstartgids Stap 5: Controleer de configuratie Alvorens model 8800D in een installatie te gebruiken, dient u de configuratiegegevens door te nemen om te controleren of ze passen bij de huidige toepassing. In de meeste gevallen zijn deze variabelen vooraf ingesteld in de fabriek. Configuratie kan echter vereist zijn als uw 8800D niet geconfigureerd is of als de configuratievariabelen herzien moeten worden. Rosemount beveelt aan om vóór het opstarten de volgende variabelen te controleren: Tabel 1. Te overwegen configuratievariabelen HART-configuratie • • • • • • • • • • • • • • • • • 16 Tag (tag) Transmitter Mode (transmittermodus) Process Fluid (procesvloeistof) Reference K-Factor (referentie-K-factor) Flange Type (type flens) Mating Pipe ID (binnendiameter corresponderende leiding) PV Units (eenheden PV) PV Damping (demping PV) Process Temperature Damping (demping procestemperatuur) Fixed Process Temperature (vaste procestemperatuur) Auto Adjust Filter (automatische filterafstelling) LCD Display Configuration (configuratie LCD-display; alleen voor eenheden met display) Density Ratio (dichtheidsverhouding; alleen voor standaard- of normale floweenheden) Process Density en Density Units (procesdichtheid en dichtheidseenheden; alleen voor massafloweenheden) Variable Mapping (variabelen-mapping) Range Values (bereikwaarden) Pulse Output Configuration (pulsuitgangsconfiguratie; alleen voor eenheden met pulsuitgang) FOUNDATION-veldbus-configuratie • • • • • • • • • • • • • • Tag (tag) Transmitter Mode (transmittermodus) Process Fluid (procesvloeistof) Reference K-Factor (referentie-K-factor) Flange Type (type flens) Mating Pipe ID (binnendiameter corresponderende leiding) PV Units (PV-eenheden; geconfigureerd in het AI-blok) Flow Damping (flowdemping) Process Temperature Damping (demping procestemperatuur) Fixed Process Temperature (vaste procestemperatuur) Auto Adjust Filter (automatische filterafstelling) LCD Display Configuration (configuratie LCD-display; alleen voor eenheden met display) Density Ratio (dichtheidsverhouding; alleen voor standaard- of normale floweenheden) Process Density en Density Units (procesdichtheid en dichtheidseenheden; alleen voor massafloweenheden) Snelstartgids Januari 2015 Tabel 2. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 1 DD revisie 2 en instrumentrevisie 2 DD revisie 1 Functie HARTsneltoetsen Alarm Jumpers (alarmjumpers) 1, 4, 2, 1, 3 Meter Body Number 1, 4, 1, 5 (serienummer meetgedeelte) Analog Output (analoge uitgang) 1, 4, 2, 1 Minimum Span (minimale meetbreedte) 1, 3, 8, 3 Auto Adjust Filter (automatische filterafstelling) 1, 4, 3, 1, 4 Num Req Preams (aantal vereiste preams) 1, 4, 2, 3, 2 Base Time Unit (basiseenheid tijd) 1, 1, 4, 1, 3, 2 Poll Address (poll-adres) 1, 4, 2, 3, 1 Base Volume Unit (basiseenheid volume) Process Fluid Type 1, 1, 4, 1, 3, 1 (type procesvloeistof) 1, 3, 2, 2 Burst Mode (burstmodus) 1, 4, 2, 3, 4 Process Variables (procesvariabelen) 1, 1 Burst Option (burstoptie) 1, 4, 2, 3, 5 Pulse Output (pulsuitgang) 1, 4, 2, 2, 1 Functie HARTsneltoetsen Pulse Output Test Burst Variable 1 (burstvariabele 1) 1, 4, 2, 3, 6, 1 (pulsuitgangstest) 1, 4, 2, 2, 2 Burst Variable 2 (burstvariabele 2) 1, 4, 2, 3, 6, 2 PV Damping (demping PV) 1, 3, 9 Burst Variable 3 (burstvariabele 3) 1, 4, 2, 3, 6, 3 PV Mapping (PV-mapping) 1, 3, 6, 1 PV Percent Range Burst Variable 4 (burstvariabele 4) 1, 4, 2, 3, 6, 4 (PV-percentagebereik) 1, 1, 2 Burst Xmtr Variables (Xmtr-variabelen burst) 1, 4, 2, 3, 6 QV Mapping (QV-mapping) 1, 3, 6, 4 Conversion Number (omrekeningsgetal) 1, 1, 4, 1, 3, 4 Range Values (bereikwaarden) 1, 3, 8 D/A trim (D/A-trim) 1, 2, 5 Review (overzicht) 1, 5 Date (datum) 1, 4, 4, 5 Revision Numbers (revisienummers) 1, 4, 4, 7 Descriptor (omschrijving) 1, 4, 4, 3 Scaled D/A Trim (geschaalde D/A-trim) 1, 2, 6 Density Ratio (dichtheidsverhouding) 1, 3, 2, 4, 1, 1 Self Test (zelftest) Device ID (instrument-ID) 1, 4, 4, 7, 6 Signal to Trigger Ratio (signaal-/triggerverhouding) 1, 4, 3, 2, 2 Electronics Temp (elektronicatemperatuur) 1, 1, 4, 7, 1 STD/Nor Flow Units (std./norm. floweenheden) 1, 1, 4, 1, 2 Electronics Temp Units (eenheden 1, 1, 4, 7, 2 elektronicatemperatuur) Special Units (speciale eenheden) 1, 1, 4, 1, 3 Filter Restore (filter herstellen) 1, 4, 3, 3 Status (status) 1, 2, 1, 1 Final Assembly Number (nummer eindconstructie) 1, 4, 4, 7, 5 SV-mapping 1, 3, 6, 2 Fixed Process Density (vaste procesdichtheid) 1, 3, 2, 4, 2 Tag (tag) 1, 3, 1 Fixed Process Temperature (vaste procestemperatuur) 1, 3, 2, 3 Total (totaal) 1, 1, 4, 4, 1 1, 2, 1, 5 17 Januari 2015 Snelstartgids Tabel 2. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 1 DD revisie 2 en instrumentrevisie 2 DD revisie 1 (vervolg) Functie HARTsneltoetsen Flange Type (type flens) 1, 3, 4 Totalizer Control (bediening totalisator) 1, 1, 4, 4 Flow Simulation (flowsimulatie) 1, 2, 4 Transmitter Mode (transmittermodus) 1, 3, 2, 1 Installation Effects (installatie-effecten) 1, 4, 1, 6 TV Mapping (TV-mapping) 1, 3, 6, 3 K-factor (Reference) (K-factor [referentie]) 1, 3, 3 Trigger Level (detectieniveau) 1, 4, 3, 2, 5 Local Display (plaatselijke display) 1, 4, 2, 4 URV (hoogste bereikwaarde) 1, 3, 8, 1 Loop Test (kringtest) 1, 2, 2 User Defined Units (door gebruiker gedefinieerde eenheden) 1, 1, 4, 1, 3, 3 Low Flow Cutoff (ondergrens bij lage flow) 1, 4, 3, 2, 3 USL (hoogste sensorlimiet) 1, 3, 8, 4 Low Pass Filter (laag doorgangsfilter) 1, 4, 3, 2, 4 Shedding Frequency (shedding-frequentie) 1, 1, 4, 6 LRV (laagste bereikwaarde) 1, 3, 8, 2 Variable Mapping (variabelen-mapping) 1, 3, 6 LSL (laagste sensorlimiet) 1, 3, 8, 5 Velocity Flow (snelheidsflow) 1, 1, 4, 3 Manufacturer (fabrikant) 1, 4, 4, 1 Velocity Flow Base (basis snelheidsflow) 1, 1, 4, 3, 3 Mass Flow (massaflow) 1, 1, 4, 2, 1 Volumetric Flow (volumetrische flow) 1, 1, 4, 1 Mass Flow Units (massafloweenheden) 1, 1, 4, 2, 2 Wetted Materiaal (materiaal dat met proces in aanraking komt) 1, 4, 1, 4 Mating Pipe ID (Inside Diameter) (ID [binnendiameter] corresponderende leiding) 1, 3, 5 Write Protect (schrijfbeveiliging) 1, 4, 4, 6 Message (bericht) 1, 4, 4, 4 Opmerking Functie HARTsneltoetsen Zie voor gedetailleerde configuratie-informatie de handleiding voor de Rosemount 8800D-vortexflowmeter (00809-0100-4004). 18 Snelstartgids Januari 2015 Tabel 3. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 2 DD revisie 3 Functie HARTsneltoetsen Alarm Direction (alarmrichting) 1, 3, 1, 3, 2 Percent of Range (percentage van bereik) 3, 4, 3, 2 Analog Output (analoge uitgang) 3, 4, 3, 1 Polling Address (polling-adres) 2, 2, 7, 1 3, 4, 3, 6 Primary Variable Damping (demping primaire variabele) 2, 1, 4, 1 Base Time Unit (basiseenheid tijd) 2, 2, 2, 3, 2 Primary Variable (primaire variabele) 2, 2, 2, 1, 1 Base Volume Unit (basiseenheid volume) 2, 2, 2, 3, 1 Process Density Units (eenheden procesdichtheid) 2, 2, 2, 2, 6 Burst Mode (burstmodus) 2, 2, 7, 2 Process Fluid Type (type procesvloeistof) 2, 2, 1, 1, 2 Burst Option (burstoptie) 2, 2, 7, 3 Process Temp Units (eenheden procestemperatuur) 2, 2, 3, 1, 2 Burst Slot 0 (burstopening 0) 2, 2, 7, 4, 1 Process Variables (procesvariabelen) 3, 2, 1 Burst Slot 1 (burstopening 1) 2, 2, 7, 4, 2 Pulse Output (pulsuitgang) 3, 2, 4, 4 Burst Slot 2 (burstopening 2) 2, 2, 7, 4, 3 Pulse Output Test (pulsuitgangstest) 3, 5, 3, 4 Burst Slot 3 (burstopening 3) 2, 2, 7, 4, 4 Recall Factory Calibration (fabriekskalibratie ophalen) 3, 4, 3, 8 Burst Variable Mapping (burstvariabelen-mapping) 2, 2, 7, 4, 5 Reference K-Factor (referentie-K-factor) 2, 2, 1, 2, 1 Compensated K-Factor (gecompenseerde K-factor) 2, 2, 1, 2, 2 Reset Transmitter (transmitter resetten) 3, 4, 1, 2 Conversion Number (omrekeningsgetal) 2, 2, 2, 3, 4 Restore Standard Filters (standaardfilters herstellen) 2, 1, 4, 6 Date (datum) 2, 2, 8, 2, 1 Revision Numbers (revisienummers) 2, 2, 8, 3 Descriptor (omschrijving) 2, 2, 8, 2, 2 Scaled Analog Trim (geschaalde analoge trim) 3, 4, 3, 7 Density Ratio (dichtheidsverhouding) 2, 2, 3, 3, 2 2nd Variable (2e variabele) 2, 2, 2, 1, 2 Device ID (instrument-ID) 2, 2, 8, 1, 5 Self Test (zelftest) 3, 4, 1, 1 Display (display) 2, 1, 1, 2 Set Variable Mapping (variabelen-mapping instellen) 2, 2, 2, 1, 5 Electronics Temp (elektronicatemperatuur) 3, 2, 5, 4 Shedding Frequency (shedding-frequentie) 3, 2, 4, 2 Analog Trim (analoge trim) Functie HARTsneltoetsen Electronics Temp Units (eenheden 2, 2, 2, 2, 5 elektronicatemperatuur) Signal Strength (signaalsterkte) 3, 2, 5, 2 Final Assembly Number (nummer eindconstructie) 2, 2, 8, 1, 4 Special Flow Unit (speciale floweenheid) 2, 2, 2, 3, 5 Fixed Process Density (vaste procesdichtheid) 2, 2, 1, 1, 5 Special Volume Unit (speciale volume-eenheid) 2, 2, 2, 3, 3 19 Januari 2015 Snelstartgids Tabel 3. Sneltoetsen voor Rosemount 8800D instrumentrevisie 2 DD revisie 3 (vervolg) HARTsneltoetsen Functie HARTsneltoetsen Fixed Process Temperature (vaste procestemperatuur) 2, 2, 1, 1, 4 Status (status) 1, 1, 1 Flange Type (type flens) 2, 2, 1, 4, 2 Tag (tag) 2, 2, 8, 1, 1 Flow Simulation (flowsimulatie) 3, 5, 1 3rd Variable (3e variabele) 2, 2, 2, 1, 3 4th Variable (4e variabele) 2, 2, 2, 1, 4 Total (totaal) 1, 3, 6, 1 Installation Effects (installatie-effecten) 2, 2, 1, 1, 7 Totalizer Configuration (configuratie totalisator) 1, 3, 6, 3 Lower Range Value (onderste meetgrens) 2, 2, 4, 1, 4 Totalizer Control (bediening totalisator) 1, 3, 6, 2 Lower Sensor Limit (onderste sensorlimiet) 2, 2, 4, 1, 5, 2 Transmitter Mode (transmittermodus) 2, 2, 1, 1, 1 Loop Test (kringtest) Functie 3, 5, 2, 6 Trigger Level (detectieniveau) 2, 1, 4, 5 Low Flow Cutoff (ondergrens bij lage flow) 2, 1, 4, 3 Upper Range Value (bovenste meetgrens) 2, 2, 4, 1, 3 Low-pass Corner Frequency (kantelfrequentie lage doorvoer) 2, 1, 4, 4 Upper Sensor Limit (bovenste sensorlimiet) 2, 2, 4, 1, 5, 1 Manufacturer (fabrikant) 2, 2, 8, 1, 2 Velocity Flow (snelheidsflow) 3, 2, 3, 4 Mass Flow (massaflow) 3, 2, 3, 6 Velocity Flow Units (eenheden snelheidsflow) 2, 2, 2, 2, 2 Mass Flow Units (massafloweenheden) 2, 2, 2, 2, 4 Velocity Measurement Base (basis snelheidsmeting) 2, 2, 2, 2, 3 Mating Pipe ID (Inside Diameter) (ID [binnendiameter] corresponderende leiding) 2, 2, 1, 1, 6 Volume Flow (volumeflow) 3, 2, 3, 2 Message (bericht) 2, 2, 8, 2, 3 Volume Flow Units (eenheden volumeflow) 2, 2, 2, 2, 1 Meter Body Number (serienummer meetgedeelte) 2, 2, 1, 4, 5 Wetted Materiaal (materiaal dat met proces in aanraking komt) 2, 2, 1, 4, 1 Minimum Span (minimale meetbreedte) 2, 2, 4, 1, 6 Write Protect (schrijfbeveiliging) 2, 2, 8, 1, 6 Optimize DSP (DSP optimaliseren) 2, 1, 1, 3 20 Januari 2015 Snelstartgids Productcertificeringen Goedgekeurde productielocaties Rosemount Inc. — Eden Prairie, Minnesota, VS Emerson Process Management BV — Ede, Nederland Emerson Process Management Flow Technologies Company, Ltd Nanjing, provincie Jiangsu, Volksrepubliek China SC Emerson SRL - Cluj, Roemenië Drukvaste behuizing beschermingstype Ex d conform IEC 60079-1, EN 60079-1 Transmitters met drukvaste behuizing mogen alleen geopend worden als de voeding is uitgeschakeld. Het afsluiten van openingen in het instrument dient te geschieden met een daarvoor geschikte Ex d kabelwartel of afsluitplug. Tenzij anders vermeld op de behuizing, is de standaard schroefdraad in de doorvoerleidingopening 1/2-14 NPT. Beschermingstype n conform IEC 60079-15, EN 60079-15 Het afsluiten van openingen in het instrument dient te geschieden met daarvoor geschikte Ex e of Ex n kabelwartels en metalen afsluitpluggen of met daarvoor geschikte, door ATEX of IECEx goedgekeurde kabelwartels en afsluitpluggen van klasse IP66, gecertificeerd door een door de EU goedgekeurde certificeringsinstantie. Informatie over Europese richtlijnen De Europese verklaring van overeenstemming voor alle vigerende Europese richtlijnen voor dit product kunt u vinden op onze website www.rosemount.com. Voor een gedrukt exemplaar kunt u zich wenden tot ons plaatselijk verkoopkantoor. ATEX-richtlijn Rosemount Inc. voldoet aan de ATEX-richtlijn. Europese Richtlijn Drukapparatuur (PED) Rosemount 8800D-vortexflowmeter, leidingdiameter 40 mm tot 300 mm Certificaat nummer 4741-2014-CE-HOU-DNV 0575 Overeenstemmingsbeoordeling module H De verplichte CE-markering voor flowmeters die voldoen aan artikel 15 van de Richtlijn Drukapparatuur bevindt zich op de meetbehuizing. Gebruik voor flowmeters van categorie I — III module H voor procedures voor overeenstemmingsbeoordeling. 21 Snelstartgids Januari 2015 Rosemount 8800-vortexflowmeter leidingdiameter 15 mm en 25 mm Goed vakmanschap (Sound Engineering Practice) Flowmeters die SEP zijn, vallen buiten het bestek van de PED-richtlijn en kunnen niet worden aangemerkt als conform deze richtlijn. Certificeringen voor explosiegevaarlijke locaties Rosemount 8800D Certificeringen Noord-Amerika Factory Mutual (FM) E5 Explosiebestendig-intrinsiek veilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D; Stofontstekingsbestendig voor klasse II/III, divisie 1, groep E, F en G; Temperatuurcode T6 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) In de fabriek afgedicht Behuizingstype 4X, IP66 I5 Intrinsiek veilig voor gebruik in klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G; Niet-vonkend voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D NIFW (niet-vonkende veldbedrading) indien geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening 08800-0116 Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus Behuizingstype 4X, IP66 IE FISCO voor klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G; FNICO voor klasse 1, divisie 2, groep A, B, C en D Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) indien geïnstalleerd volgens Rosemount-controletekening 08800-0116 Behuizingstype 4X, IP66 K5 Combinatie van E5 en I5 Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden. 2. Als de vortexflowmeter van model 8800D is besteld met een elektronicabehuizing van aluminium, wordt deze geacht ontstekingsgevaar op te leveren bij stoten of wrijving. Voorkom stoten en wrijving tijdens installatie en gebruik. 22 Snelstartgids Januari 2015 Canadian Standards Association (CSA) K6 Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D; Stofontstekingsbestendig voor klasse II en III, divisie 1, groep E, F en G Klasse I, zone 1, Ex d[ia] IIC Temperatuurcode T6 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) In de fabriek afgedicht Enkele afdichting Behuizing type 4X Intrinsiek veilig voor gebruik in klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G; Niet-vonkend voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D Indien aangesloten volgens Rosemount-tekening 08800-0112. Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus Enkele afdichting Behuizing type 4X FISCO voor klasse I, II, III, divisie 1, groep A, B, C, D, E, F en G; FNICO voor klasse 1, divisie 2, groep A, B, C en D Temperatuurcode T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) Indien aangesloten volgens Rosemount-controletekening 08800-0112 Enkele afdichting Behuizing type 4X Combinatie van E6 en I6 KB Combinatie van E5, I5, E6 en I6 E6 I6 IF Combinatiecertificeringen Europese certificeringen ATEX intrinsieke veiligheid EN 60079-0: 2012 EN 60079-11: 2012 I1 Certificering nr. Baseefa05ATEX0084X ATEX-markering II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 HART II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus 0575 Entiteitsparameters 4-20 mA HART Ui (1) Ii Pi(1) = 30 V d.c. Entiteitsparameters veldbus Ui = 30 V d.c. Ingangsparameters FISCO Ui = 17,5 V d.c. = 185 mA Ii = 300 mA Ii = 380 mA = 1,0 W Pi = 1,3 W Pi = 5,32 W Ci = 0 μF Ci = 0 μF Ci = 0 μF Li < 0,97 mH Li < 10 μH Li < 10 μH 1. Totaal voor transmitter. 23 Snelstartgids Januari 2015 ATEX FISCO IA Certificering nr. Baseefa05ATEX0084X ATEX-markering II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) 0575 Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden. 2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt met een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring. De voor de afwerking gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen. 3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft. ATEX-certificering type n EN 60079-0: 2012 EN 60079-11: 2012 EN 60079-15: 2010 N1 Certificering nr. Baseefa05ATEX0085X ATEX-markering II 3 G Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4 -20 mA HART II 3 G Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus Ingangsparameters: Maximale bedrijfsspanning = 42 V d.c. max. 4-20 mA HART Maximale bedrijfsspanning = 32 V d.c. max. veldbus Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden. 2. De behuizing kan vervaardigd zijn van een aluminiumlegering met een beschermlaag van polyurethaanverf. De voor de afwerking gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen. 3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft. 24 Januari 2015 Snelstartgids ATEX-certificering drukvastheid EN 60079-0: 2009 EN 60079-1: 2007 EN 60079-11: 2012 E1 Certificering nr. KEMA99ATEX3852X Ingebouwde flowmeter voorzien van aanduiding: II 1 / 2 G Ex d [ia] IIC T6 Ga/Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) Externe transmitter voorzien van aanduiding: II 2(1) G Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) met meetgedeelte voorzien van aanduiding: II 1 G Ex ia IIC T6 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 42 V d.c. max. 4-20 mA HART 32 V d.c. max. veldbus Um = 250 V Installatie-instructies: 1. De kabelwartels en doorvoerleidingingangen dienen van een gecertificeerd drukvast type Ex d te zijn, geschikt voor de gebruiksomstandigheden en correct geïnstalleerd. 2. Ongebruikte openingen moeten worden afgesloten met daarvoor geschikte blindstoppen. 3. Als de omgevingstemperatuur bij de kabel- of doorvoerleidingopeningen meer dan 60 °C bedraagt, moeten kabels worden gebruikt die ten minste bestand zijn tegen 90 °C. 4. Op afstand gemonteerde sensor; mag in beschermingstype EX ia IIC alleen worden aangesloten op elektronica van de bijbehorende vortexflowmeter van model 8800D. De verbindingskabel mag maximaal 152 m (500 ft.) lang zijn. Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden. 2. De flowmeter moet worden voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal van eigenschapsklasse A2-70 of A4-70. 3. Op instrumenten met de vermelding “Warning: Electrostatic Charging Hazard” (Waarschuwing: gevaar van elektrostatische lading) kan niet-geleidende lak met een dikte van meer dan 0,2 mm worden gebruikt. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om ontsteking door elektrostatische lading op de behuizing te voorkomen. K1 Combinatie van E1, I1 en N1 25 Januari 2015 Snelstartgids Internationale IECEx-certificeringen Intrinsieke veiligheid IEC 60079-0: 2011 IEC 60079-11: 2011 Certificering nr. IECEx BAS05.0028X Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus I7 Entiteitsparameters 4-20 mA HART Entiteitsparameters veldbus Ingangsparameters FISCO Ui = 17,5 V d.c. Ui = 30 V d.c. Ui = 30 V d.c. Ii(1) = 185 mA Ii = 300 mA Ii = 380 mA Pi(1) = 1,0 W Pi = 1,3 W Pi = 5,32 W Ci = 0 μF Ci = 0 μF Ci = 0 μF Li < 0,97 mH Li < 10 μH Li < 10 μH 1. Totaal voor transmitter. FISCO IG Certificering nr. IECEx BAS 05.0028X Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden. 2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt met een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring. De voor de afwerking gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen. 3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft. Certificering type n IEC 60079-0: 2011 IEC 60079-11: 2011 IEC 60079-15: 2010 N7 26 Certificering nr. IECEx BAS05.0029X Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 4-20 mA HART Ex nA ic IIC T5 Gc (-50 °C ≤ Ta ≤ 60 °C) veldbus Maximale bedrijfsspanning = 42 V d.c. 4-20 mA HART Maximale bedrijfsspanning = 32 V d.c. veldbus Januari 2015 Snelstartgids Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers (optie T1), kan de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden. 2. De behuizing kan vervaardigd zijn van een aluminiumlegering met een beschermlaag van polyurethaanverf. De voor de afwerking gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen. 3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft. Certificering drukvastheid IEC 60079-0: 2007-10 IEC 60079-1: 2007-04 IEC 60079-11: 2011 IEC 60079-26: 2006 E7 Certificering nr. IECEx KEM05.0017X Ingebouwde flowmeter voorzien van aanduiding: Ex d [ia] IIC T6 Ga/Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) Externe transmitter voorzien van aanduiding: Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) met meetgedeelte voorzien van aanduiding: Ex ia IIC T6 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C) 42 V d.c. max. 4-20 mA HART 32 V d.c. max. veldbus Um = 250 V Installatie-instructies 1. De kabelwartels en doorvoerleidingingangen dienen van een gecertificeerd drukvast type Ex d te zijn, geschikt voor de gebruiksomstandigheden en correct geïnstalleerd. 2. Ongebruikte openingen moeten worden afgesloten met daarvoor geschikte blindstoppen. 3. Als de omgevingstemperatuur bij de kabel- of doorvoerleidingopeningen meer dan 60 °C bedraagt, moeten kabels worden gebruikt die ten minste bestand zijn tegen 90 °C. 4. De op afstand gemonteerde sensor mag alleen op de transmitter aangesloten worden met de door de fabrikant meegeleverde kabel. Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden. 2. De flowmeter moet worden voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal van eigenschapsklasse A2-70 of A4-70. 3. Op instrumenten met de vermelding “Warning: Electrostatic Charging Hazard” (Waarschuwing: gevaar van elektrostatische lading) kan niet-geleidende lak met een dikte van meer dan 0,2 mm worden gebruikt. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om ontsteking door elektrostatische lading op de behuizing te voorkomen. K7 Combinatie van E7, I7 en N7 27 Snelstartgids Januari 2015 Chinese certificering (NEPSI) Certificering drukvastheid GB3836.1 — 2010 GB3836.2 — 2010 GB3836.4 — 2010 GB3836.20 — 2010 Certificering nr. GYJ12.1493X Ex ia / d IIC T6 Ga/Gb (ingebouwde transmitter) Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (externe transmitter) Ex ia IIC T6 Ga (externe sensor) Bereik omgevingstemperatuur: -50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C Bereik procestemperatuur: -202 °C tot +427 °C Voeding: 42 V d.c. max. 4-20 mA HART Voeding: 32 V d.c. max. veldbus Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): E3 1. De verbindingskabel tussen de transmitter en sensor mag maximaal 152 meter lang zijn. Daarnaast geldt dat de kabel moet worden geleverd door Rosemount Inc. of door Emerson Process Management Flow Technologies Co., Ltd. 2. Er moeten geschikte, tegen ten minste +80 °C bestendige kabels worden gebruikt als de temperatuur rondom de kabelingangen meer dan +60 °C bedraagt. 3. De afmetingen van drukvaste verbindingen verschillen van de relevante minimum- of maximumwaarden die zijn voorgeschreven in Tabel 3 van GB3836.2-2010. Neem voor nadere informatie contact op met de fabrikant. 4. De flowmeter is voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal met eigenschapsklasse A2-70 of A4-70. 5. Wrijving moet worden vermeden om het risico van elektrostatische lading op de behuizing als gevolg van de niet-geleidende lak te voorkomen. 6. De aardverbinding moet ter plaatse goed met aarde worden verbonden. 7. Niet openen wanneer het instrument onder spanning staat. 8. De kabeltoegangsopeningen moeten worden aangesloten via een geschikte kabelwartel of afsluitpluggen van beschermingsklasse Ex d IIC Gb. De kabelwartel en de afsluitpluggen zijn goedgekeurd conform GB3836.1-2010 en GB3836.2-2010, en gedekt door een afzonderlijk inspectiecertificaat, en ongebruikte toegangsopeningen zijn voorzien van een drukvaste afsluitplug van beschermingstype Ex d IIC Gb. 9. Het is gebruikers niet toegestaan om de configuratie te wijzigen, teneinde de door de apparatuur geboden bescherming tegen explosies te verzekeren. Eventuele storingen moeten in overleg met specialisten van de fabrikant worden opgelost. 10. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te zorgen dat de elektronische onderdelen binnen de toegestane omgevingstemperatuur blijven, rekening houdend met de invloed van de toegestane vloeistoftemperatuur. 11. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud moeten gebruikers voldoen aan alle relevante eisen van de instructiehandleiding van het product, GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met explosief gas”, GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”, GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)” en GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke elektrische apparatuur”. 28 Snelstartgids Januari 2015 I.S.-certificering GB3836.1 — 2010 GB3836.20 — 2010 GB3836.4 — 2010 GB12476.1 — 2010 Certificering nr. GYJ12.1106X Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 70 °C) HART Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 60 °C) veldbus I3 Entiteitsparameters 4-20 mA HART Entiteitsparameters veldbus Ingangsparameters FISCO Ui = 17,5 V d.c. Ui = 30 V d.c. Ui = 30 V d.c. Ii(1) = 185 mA Ii = 300 mA Ii = 380 mA Pi(1) = 1,0 W Pi = 1,3 W Pi = 5,32 W Ci = 0 μF Ci = 0 μF Ci = 0 μF Li ≤ 0,97 mH Li ≤ 10 μH Li ≤ 10 μH 1. Totaal voor transmitter. FISCO/FINCO IH Certificering nr. IECEx BAS 05.0028X Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ +60 °C) Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. De verbindingskabel tussen de transmitter en sensor mag maximaal 152 meter lang zijn. Daarnaast geldt dat de kabel door de fabrikant moet worden geleverd. 2. Bij installatie van een aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging op dit product moeten gebruikers bij installatie voldoen aan bepaling 12.2.4 in GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”. 3. Er moeten geschikte, tegen ten minste +80 °C bestendige kabels worden gebruikt als de temperatuur rondom de kabelingangen meer dan +60 °C bedraagt. 4. De vortexflowmeter kan alleen in een explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt als hij is aangesloten op een gecertificeerd bijbehorend apparaat. De aansluiting moet voldoen aan de voorschriften in de handleiding van het bijbehorende apparaat, en in die van de vortexflowmeter. 5. Er moet voor worden gezorgd dat de behuizing tegen stoten wordt beschermd. 6. Wrijving moet worden vermeden om het risico van elektrostatische lading op de behuizing als gevolg van de niet-geleidende lak te voorkomen. 7. De afgeschermde kabel is geschikt voor aansluiting en de afscherming moet met aarde worden verbonden. 8. De behuizing moet stofvrij worden gehouden, maar het stof mag niet met perslucht worden verwijderd. 9. De kabeltoegangsopeningen moeten worden verbonden met een geschikte kabelingang en de verbindingsmethode moet verzekeren dat de apparatuur voldoet aan de vereisten voor beschermingsgraad IP66 conform GB4208-2008. 10. Het is gebruikers niet toegestaan om de configuratie te wijzigen, teneinde de door de apparatuur geboden bescherming tegen explosies te verzekeren. Eventuele storingen moeten in overleg met specialisten van de fabrikant worden opgelost. 29 Snelstartgids Januari 2015 11. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te zorgen dat de elektronische onderdelen binnen de toegestane omgevingstemperatuur blijven, rekening houdend met de invloed van de toegestane vloeistoftemperatuur. 12. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud moeten gebruikers voldoen aan alle relevante eisen van de instructiehandleiding van het product, GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met explosief gas”, GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”, GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)” en GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke elektrische apparatuur”. Certificering type “n” GB3836.1 — 2010 GB3836.8 — 2003 GB3836.4 — 2010 Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. De verbindingskabel tussen de transmitter en sensor mag maximaal 152 meter lang zijn. Daarnaast geldt dat de kabel door de fabrikant moet worden geleverd. 2. Er moeten geschikte, tegen ten minste +80 °C bestendige kabels worden gebruikt als de temperatuur rondom de kabelingangen meer dan +60 °C bedraagt. 3. Bij installatie van een aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging (de andere optie is T1) op dit product moeten gebruikers bij installatie voldoen aan bepaling 12.2.4 in GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”. 4. Wrijving moet worden vermeden om het risico van elektrostatische lading op de behuizing als gevolg van de niet-geleidende lak te voorkomen. 5. Niet openen wanneer het instrument onder spanning staat. 6. De kabeltoegangsopeningen moeten worden verbonden met een geschikte kabelingang en de verbindingsmethode moet verzekeren dat de apparatuur voldoet aan de vereisten voor beschermingsgraad IP54 conform GB4208-2008. 7. Het is gebruikers niet toegestaan om de configuratie te wijzigen, teneinde de door de apparatuur geboden bescherming tegen explosies te verzekeren. Eventuele storingen moeten in overleg met specialisten van de fabrikant worden opgelost. 8. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te zorgen dat de elektronische onderdelen binnen de toegestane omgevingstemperatuur blijven, rekening houdend met de invloed van de toegestane vloeistoftemperatuur. 9. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud moeten gebruikers voldoen aan alle relevante eisen van de instructiehandleiding van het product, GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met explosief gas”, GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (behalve mijnen)”, GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)” en GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke elektrische apparatuur”. 30 Snelstartgids Januari 2015 Gecombineerde certificeringen: China Combinatie van E3, I3 en N3 K3 Certificeringen Brazilië - INMETRO I.S.-certificering ABNT NBR IEC 60079-0: 2008 ABNT NBR IEC 60079-11: 2009 ABNT NBR IEC 60079-26: 2008 I2 Nummer certificaat: NCC 11.0699 X Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 70 °C) HART Ex ia IIC T6 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ + 60 °C) veldbus IB Nummer certificaat: NCC 11.0699 X Ex ia IIC T4 Ga (-60 °C ≤ Ta ≤ + 60 °C) FISCO Entiteitsparameters 4-20 mA HART Entiteitsparameters veldbus Ingangsparameters FISCO Ui = 17,5 V d.c. Ui = 30 V d.c. Ui = 30 V d.c. Ii(1) = 185 mA Ii = 300 mA Ii = 380 mA Pi(1) = 1,0 W Pi = 1,3 W Pi = 5,32 W Ci = 0 μF Ci = 0 μF Ci = 0 μF Li ≤ 0,97 mH Li ≤ 10 μH Li ≤ 10 μH 1. Totaal voor transmitter. Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Indien de apparatuur is voorzien van 90V-piekspanningsonderdrukkers, kan de apparatuur de 500V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden. 2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en afgewerkt met een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring. De voor de afwerking gebruikte polyurethaanverf kan gevaar van elektrostatische ontlading met zich meebrengen en mag alleen met een vochtige doek worden afgenomen. 3. Bij installatie van de apparatuur dienen er speciale voorzorgsmaatregelen getroffen te worden om er, rekening houdend met de vloeistoftemperatuur, voor te zorgen dat de omgevingstemperatuur van de elektrische behuizing van de apparatuur binnen het temperatuurbereik voor het aangegeven beschermingstype blijft. 31 Snelstartgids Januari 2015 Certificering drukvastheid ABNT NBR IEC 60079-0: 2008 ABNT NBR IEC 60079-1: 2009 ABNT NBR IEC 60079-11: 2009 ABNT NBR IEC 60079-26: 2008 E2 Nummer certificering: NCC 11.0622 X Ex d [ia] IIC T6 Ga/Gb (ingebouwde transmitter) Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb (externe transmitter) Ex ia IIC T6 Ga (externe sensor) Bereik omgevingstemperatuur: -50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C Bereik procestemperatuur: -202 °C tot +427 °C Voeding: 42 V d.c. max. 4-20 mA HART Voeding: 32 V d.c. max. veldbus Transmitter Um = 250 V Op afstand gemonteerde sensor Mag in beschermingstype Ex ia IIC alleen worden aangesloten op elektronica van de bijbehorende vortexflowmeter van model 8800D. De verbindingskabel mag maximaal 152 m (500 ft.) lang zijn. Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden. 2. De flowmeter is voorzien van speciaal bevestigingsmateriaal met eigenschapsklasse A2-70 of A4-70. 3. Op instrumenten met de vermelding “Warning: Electrostatic Charging Hazard” (Waarschuwing: gevaar van elektrostatische lading) kan niet-geleidende lak met een dikte van meer dan 0,2 mm worden gebruikt. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen ter voorkoming van ontsteking ten gevolge van elektrostatische lading van de behuizing. Gecombineerde certificeringen: INMETRO K3 Combinatie van E2 en I2 32 Januari 2015 Snelstartgids Afbeelding 16. Europese verklaring van overeenstemming 33 Snelstartgids 34 Januari 2015 Januari 2015 Snelstartgids 35 Januari 2015 Snelstartgids EG-verklaring van overeenstemming Nr.: RFD 1029 Rev. P Wij, Emerson Process Management Rosemount Flow 12001 Technology Drive Eden Prairie, MN, 55344 VS verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product/de producten Rosemount-vortexflowmeters van model 8800D waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen, welke staan vermeld in het bijgevoegde schema. De aanname van de overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van geharmoniseerde of toepasselijke technische normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie in de Europese Gemeenschap, welke vermeld staan in onderstaand schema. 24 oktober 2014 (datum van uitgifte) Mark Fleigle (naam - in blokletters) Vie President Technology and New Products (functie - in blokletters) Naam document: 8800D CE-markering 36 Pagina 1 van 3 RFD1029_P_dut.doc Snelstartgids Januari 2015 Schema EG-verklaring van overeenstemming RFD 1029 Rev. P EMC-richtlijn (2004/108/EG) Alle modellen EN 61326-1: 2006 Richtlijn Drukapparatuur (97/23/EG) Vortexflowmeter van model 8800D met optie “PD”, in leidingdiameters 1,5 inch - 12 inch Apparatuur zonder de optie “PD” voldoet NIET aan de eisen van de Richtlijn Drukapparatuur en mag niet zonder nadere beoordeling in de EER worden gebruikt Beoordelingscertificat kwaliteitssysteem - EG-nr. 4741-2014-CE-HOU-DNV Overeenstemmingsbeoordeling module H ASME B31.3: 2010 Vortexflowmeter van model 8800D met optie “PD”, in leidingdiameters 0,5 inch - 1 inch Goed vakmanschap (Sound Engineering Practice) ASME B31.3: 2010 ATEX-richtlijn (94/9/EG) Vortexflowmeter model 8800D Baseefa05ATEX0084 X - certificaat intrinsieke veiligheid Apparatuurgroep II, categorie 1 G (Ex ia IIC T4 Ga) EN 60079-0: 2012 EN 60079-11: 2012 Baseefa05ATEX0085 X - certificaat type n Apparatuurgroep II, categorie 3 G (Ex nA ic IIC T5 Gc) EN 60079-0: 2012 EN 60079-11: 2012 EN 60079-15: 2010 Naam document: 8800D CE-markering Pagina 2 van 3 RFD1029_P_dut.doc 37 Januari 2015 Snelstartgids Schema EG-verklaring van overeenstemming RFD 1029 Rev. P ATEX-richtlijn (94/9/EG) (vervolg) KEMA99ATEX3852X - drukvast met intrinsiek veilige verbinding(en) Apparatuurgroep II, categorie 1/2 G (Ex d [i] IIC T6 Ga/Gb) - ingebouwde transmitter Apparatuurgroep II, categorie 2(1) G (Ex d [ia Ga] IIC T6 Gb) - externe transmitter Apparatuurgroep II, categorie 1 G (Ex ia IIC T6 Ga) - externe sensor EN 60079-0: 2009 EN 60079-1: 2007 EN 60079-11: 2012 EN 60079-26: 2007 Aangemelde instantie Richtlijn Drukapparatuur Det Norske Veritas (DNV) [nr. aangemelde instantie: 0575] Veritasveien 1, N-1322 Hovik, Noorwegen Aangemelde instanties voor onderzoekscertificaat type EG volgens ATEX DEKRA Certification B.V. [nummer aangemelde instantie: 0344] Meander 1051, 6825 MJ Arnhem Postbus 5185, 6802 ED Arnhem Nederland Baseefa [nummer aangemelde instantie: 1180] Rockhead Business Park, Staden Lane Buxton, Derbyshire SK17 9RZ Verenigd Koninkrijk Aangemelde instantie voor kwaliteitsborging volgens ATEX Det Norske Veritas (DNV) [nr. aangemelde instantie: 0575] Veritasveien 1, N-1322 Hovik, Noorwegen Naam document: 8800D CE-markering 38 Pagina 3 van 3 RFD1029_P_dut.doc Januari 2015 Snelstartgids 39 *00825-0106-4004* Snelstartgids 00825-0111-4004, Rev. FA Januari 2015 Emerson Process Management Rosemount Inc. Emerson Process Management bv Emerson Process Management Asia Pacific Private Limited Emerson Process Management nv/sa 1 Pandan Crescent Singapore 128461 T (65) 6777 8211 F (65) 6777 0947/65 6777 0743 De Kleetlaan, 4 B-1831 Diegem België T (32) 2 716 7711 F (32) 2 725 83 00 www.emersonprocess.be Emerson Process Management Flow B.V. Emerson Process Management Latin America Beijing Rosemount Far East Instrument Co., Limited © 2015 Rosemount, Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom van de merkhouder. AMS en het Emerson-logo zijn handelsmerken en dienstmerken van Emerson Electric Co. GO Switch en TopWorx zijn gedeponeerde handelsmerken van Emerson Process Management. SmartPower is een handelsmerk van Rosemount Inc. Swagelok is een gedeponeerd handelsmerk van Swagelok Company. HART is een gedeponeerd handelsmerk van de HART Communication Foundation. Tyco en TraceTek zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Tyco Thermal Controls LLC of gelieerde ondernemingen. 8200 Market Boulevard Chanhassen, MN 55317, VS T (VS) (800) 999-9307 T (andere landen) (952) 906-8888 F (952) 906-8889 Neonstraat 1 6718 WX Ede Nederland T +31 (0) 318 495555 F +31 (0) 318 495556 No. 6 North Street, Hepingli, Dong Cheng District Beijing 100013, China T (86) (10) 6428 2233 F (86) (10) 6422 8586 Postbus 212 2280 AE Rijswijk Nederland T (31) 70 413 66 66 F (31) 70 390 68 15 E [email protected] www.emersonprocess.nl 1300 Concord Terrace, Suite 400 Sunrise Florida 33323, VS T +1 954 846 5030 www.rosemount.com
© Copyright 2026 Paperzz