Nederlands (Dutch)

Snelstartgids
00825-0111-4697, Rev EA
November 2014
Rosemount 848T FOUNDATION™ Fieldbus
temperatuurtransmitter met acht
ingangen
Apparaatversie 7 - Nieuwe DD/CFF-revisie vereist
Snelstartgids
November 2014
MEDEDELING
Deze startgids bevat elementaire richtlijnen voor de Rosemount 848T. Er staan geen instructies in voor
gedetailleerde configuratie, diagnostiek, onderhoud, service of probleemoplossing. Raadpleeg de
naslaghandleiding van Rosemount 848T (publicatienummer 00809-0100-4697) voor nadere instructies.
De handleiding en deze gids zijn ook in elektronische vorm beschikbaar op www.rosemount.com.
WAARSCHUWING
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Bij installatie van deze transmitter in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende plaatselijke,
landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden gevolgd. Raadpleeg het gedeelte
over goedkeuringen in deze handleiding voor beperkingen in verband met een veilige installatie.
Lekkage van het procesmedium kan leiden tot lichamelijk en zelfs dodelijk letsel.
Monteer de beschermbuizen of sensoren en draai ze aan voordat u druk aanlegt op het systeem.
 Verwijder de beschermbuis niet tijdens bedrijf.

Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Vermijd aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge spanning staan,
die elektrische schokken kan veroorzaken.
LET OP
Aandachtspunten in verband met vervoer van draadloze producten:
Het apparaat is zonder geïnstalleerde voedingsmodule geleverd. Verwijder de voedingsmodule voordat
u het apparaat vervoert.
Elke voedingsmodule bevat twee primaire lithiumbatterijen van formaat “C”. Het vervoer van primaire
lithiumbatterijen valt onder de regelgeving van het Amerikaanse Department of Transportation en die van
de IATA (International Air Transport Association), de ICAO (International Civil Aviation Organization) en het
ADR (Europees verdrag inzake het transport over land van gevaarlijke goederen). Het is de verantwoordelijkheid van de transporteur om deze en eventuele andere plaatselijke voorschriften na te leven. Raadpleeg
voor verzending de geldende regels en voorschriften.
Inhoud
Monteer de transmitter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Leg de bedrading aan en schakel de stroom in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Controleer het label . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Controleer de transmitterconfiguratie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Productcertificeringen — 848T . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
2
Snelstartgids
November 2014
Stap 1: Monteer de transmitter
Montage op een DIN-rail zonder aansluitkast
1. Trek de DIN-railmontageklem, bovenaan op de achterzijde van de transmitter,
omhoog.
2. Haak de DIN-rail in de sleuven onder aan de transmitter.
3. Houd de 848T gekanteld en plaats hem op de DIN-rail. Maak de montageklem
los.
Afbeelding 1. De 848T op een DIN-rail monteren
848T without
installed enclosure
A
B
DIN Rail
C
DIN Rail Mounting Clip
A. 848T zonder geïnstalleerde behuizing
B. DIN-rail
C. DIN-railmontageklem
Montage op een paneel met aansluitkast
Afbeelding 2. Aluminium/kunststof aansluitkast
A
Aluminum or Plastic Junction Box
Mounting
screws
B
C
Panel
A. Aluminium of kunststof aansluitkast
B. Montageschroeven (4)(1)
C. Paneel
1. Montage met vier 1/4-20 x 1,25 inch schroeven.
3
November 2014
Snelstartgids
Afbeelding 3. Roestvaststalen aansluitkast
A
Aluminum or Plastic Junction Box
Mounting
screws
B
C
Panel
A. Roestvaststalen aansluitkast
B. Montageschroeven (2)(1)
C. Paneel
1. Montage met twee 1/4-20 x 1/2 inch schroeven.
Montage aan een buisstandaard van 2 inch
Gebruik de optionele montagebeugel (optiecode B6) om de 848T aan een
buisstandaard van 2 inch te bevestigen als u een aansluitkast gebruikt.
Afbeelding 4. Aluminium/kunststof aansluitkast
260
(10,2)
10.2 (260)
5.1 (130)
130
(5,1)
Vooraanzicht
167
6.6
(167) (1)
(6,6)
Zijaanzicht
1. Volledig gemonteerd.
Afbeelding 5. Roestvaststalen aansluitkast
114
4.7 (114)
(4,7)
Vooraanzicht
1. Volledig gemonteerd.
4
7.5 (190)
190
Fully (1)
(7,5)
Assembled
Zijaanzicht
Snelstartgids
November 2014
Afbeelding 6. Montage aan een verticale buis
Aluminium/kunststof aansluitkast
Roestvaststalen aansluitkast
Stap 2: Leg de bedrading aan en schakel de stroom in
De voeding is polariteitsongevoelig. De gebruiker kan dus de positieve (+) of
negatieve (—) FOUNDATION-fieldbusdraden aansluiten op elke gewenste
FOUNDATION-fieldbusaansluitklem op het aansluitklemmenblok.
Gebruik van kabelwartels
1. Verwijder de vier dekselschroeven om het deksel van de aansluitkast te
verwijderen.
2. Leid de sensordraden en de voedings-/signaalbedrading door de betreffende,
reeds geïnstalleerde kabelwartels.
3. Installeer de sensordraden in de juiste schroefaansluitingen.
4. Bevestig de FOUNDATION-fieldbusdraden op de schroefaansluitklemmen.
5. Plaats de deksel van de aansluitkast terug en draai alle dekselschroeven aan.
Kabelbuisingangen gebruiken
1. Draai de vier dekselschroeven los om het deksel van de aansluitkast te
verwijderen.
2. Verwijder de vijf aansluitwartels en installeer de door de gebruiker
aangeschafte kabelbuisfittingen.
3. Leg door elke kabelbuisfitting een sensordraadpaar.
4. Installeer de sensordraden in de juiste schroefaansluitingen.
5. Bevestig de FOUNDATION-fieldbusdraden op de schroefaansluitklemmen.
6. Plaats het deksel terug en draai alle dekselschroeven vast.
5
November 2014
Snelstartgids
Afbeelding 7. Draadverbindingen
Kabelwartel
J
EG
A C
Kabelbuisingangen
I
F
D
A B C
E
F H
B D
A. Sensor 1
B. Sensor 2
C. Sensor 3
D. Sensor 4
E. Sensor 5
F. Sensor 6
G. Sensor 7
H. Sensor 8
I. Voeding/signaal
J. Dekselschroef
A. Sensor 1 en 2
B. Sensor 3 en 4
C. Sensor 5 en 6
D. Sensor 7 en 8
E. Voeding/signaal
F. Dekselschroef
Sensorbedrading en voeding




Geschikt voor gebruik met acht afzonderlijk configureerbare kanalen,
waaronder combinaties van RTD’s met twee en drie draden, thermokoppels,
mV-, ohm- en mA-sensoren.
Alle sensor- en voedingsaansluitklemmen zijn belastbaar tot 42,4 V d.c.
FOUNDATION -fieldbusnetwerk gevoed met een klemspanning van 9,0 tot
32,0 V d.c. en maximaal stroomverbruik van 22 mA.
Voor optimale netwerkprestaties moet afgeschermde kabel met om elkaar
gedraaide aders worden gebruikt. De koperdoorsnede moet zo worden
gekozen dat er een spanning van ten minste 9,0 V d.c. in stand kan worden
gehouden.
Afbeelding 8. Sensorbedradingsschema
12-wire
2 3
RTD and
Tweedraads
RTD
Ohms
en
ohm
13-wire
2 3
RTD and
Driedraads
RTD
enOhms*
ohm(1)
1 2 3
1 2 RTD
3
Thermocouples
2-wire
Ohms and
with RTD met
Thermokoppels/
Tweedraads
ohmMillivolts
en millivolt compensatiekring
Compensation (2)
Loop**
1. Emerson Process Management levert vierdraads sensoren voor alle RTD’s met één element. Gebruik deze RTD’s in
driedraads configuraties door de vierde draad af te knippen of onaangesloten te laten en te isoleren met isolatietape.
2. De transmitter moet worden geconfigureerd voor een driedraads RTD om een RTD met compensatiekring te kunnen
herkennen.
De bedrading van de driedraads RTD’s op dit apparaat wijkt af van die van oudere
848T-modellen. Bestudeer het bedradingsschema op het etiket zorgvuldig, met
name als dit apparaat ter vervanging van een ouder apparaat wordt gebruikt.
6
Snelstartgids
November 2014
Bedrading van analoge ingangen
Afbeelding 9. Bedradingsschema analoge ingang 848T
Analog Input
Connectors
Analoge
ingangsstekkers
Analogtransmitters
Transmitters
Analoge
Power Supply
Voeding
Standaardconfiguratie voor een FOUNDATION-fieldbusnetwerk
Opmerking
Elk segment in een FOUNDATION-fieldbusverbindingslijn moet aan beide uiteinden van een
afsluitweerstand worden voorzien.
Geïntegreerde
spanningsstabilisator en
geïntegreerd filter
Max. 1900 m (6234 ft.)
(afhankelijk van de kenmerken
van de kabel)
Afsluitweerstanden
(Verbindingslijn)
FOUNDATION™-fieldbushost- of
configuratieapparaat
(Aftaklijn)
(Aftaklijn)
Voeding
Signaalbedrading
7
November 2014
Snelstartgids
Aard de transmitter
Een goede aarding is cruciaal voor een betrouwbare temperatuurmeting.
Ongeaarde thermokoppel-, mV- en RTD-/ohmingangen
Optie 1
1. Verbind de afscherming van de FOUNDATION-fieldbussignaalbedrading met de
afscherming(en) van de sensorbedrading.
2. Zorg dat de afschermingen aan elkaar bevestigd zijn en elektrisch geïsoleerd
zijn van de transmitterbehuizing.
3. Aard de afscherming uitsluitend aan de voedingszijde.
4. Zorg dat de sensorafscherming(en) elektrisch geïsoleerd is/zijn van de
omliggende geaarde bevestigingsondergrond.
B
C
A
A. Sensordraden
B. 848T
D
C. Voeding
D. Aardingspunt afscherming
Optie 2
1. Sluit de afscherming van de sensorbedrading(en) aan op de transmitterbehuizing
(alleen als de behuizing geaard is).
2. Zorg dat de sensorafscherming(en) elektrisch geïsoleerd is/zijn van de
omliggende bevestigingsondergrond, die mogelijk geaard is.
3. Aard de afscherming van de FOUNDATION-fieldbussignaalbedrading aan de
voedingszijde.
B
C
A
D
A. Sensordraden
B. 848T
C. Voeding
D. Aardingspunt afscherming
Geaarde thermokoppelingangen
1. Aard de afscherming(en) van de sensorbedrading bij de sensor.
2. Zorg dat de afschermingen van de sensorbedrading en de FOUNDATION-fieldbussignaalbedrading elektrisch geïsoleerd zijn van de transmitterbehuizing.
3. Verbind de afscherming van de FOUNDATION-fieldbussignaalbedrading niet
met de afscherming(en) van de sensorbedrading.
8
Snelstartgids
November 2014
4. Aard de afscherming van de FOUNDATION-fieldbussignaalbedrading aan de
voedingszijde.
B
C
A
D
A. Sensordraden
B. 848T
C. Voeding
D. Aardingspunt afscherming
Analoge instrumentingangen
1. Aard de analoge signaaldraad bij de voeding van de analoge instrumenten.
2. Zorg dat de afscherming van de analoge signaaldraad en die van de
FOUNDATION-fieldbussignaaldraad elektrisch geïsoleerd zijn van de
transmitterbehuizing.
3. Verbind de afscherming van de analoge signaaldraad niet met de afscherming
van de FOUNDATION-fieldbussignaaldraad.
4. Aard de afscherming van de FOUNDATION-fieldbussignaaldraad aan de
voedingszijde.
B
E
A
C
F
D
G
A. Voeding analoog instrument
B. 4-20 mA-meetkring
C. Analoog instrument
D. 848T
E. FOUNDATION-fieldbus
F. Voeding
G. Aardingspunten afscherming
Transmitterbehuizing (optioneel)
Aarden volgens de plaatselijke elektrische vereisten.
9
November 2014
Snelstartgids
Stap 3: Controleer het label
De 848T heeft een verwijderbaar inbedrijfstellingslabel
met daarop de instrumentidentificatiecode (de unieke
code waaraan een bepaald instrument wordt herkend
bij afwezigheid van een instrumentlabel) en een ruimte
om de instrumentlabel te noteren (de bedrijfsidentificatie van het instrument zoals deze is gedefinieerd in het
processtroom- en instrumentatieschema).
Als u meer dan één apparaat aansluit op een Foundationfieldbussegment kan het lastig zijn om vast te stellen
welk apparaat zich waar bevindt. Het verwijderbare label
helpt hierbij doordat het de instrumentidentificatiecode
koppelt aan de fysieke locatie. De installateur moet de
fysieke locatie van de transmitter noteren, zowel op het
boven- als het ondergedeelte van het inbedrijfstellingslabel. Het ondergedeelte moet er bij elk instrument op het
segment worden afgescheurd en gebruikt bij de opname
van het segment in het regelsysteem.
Stap 4: Controleer de transmitterconfiguratie
Bij elk fieldbus-host- en configuratieapparaat voor FOUNDATION-fieldbussen werkt het
weergeven en uitvoeren van configuraties anders. Sommige maken gebruik van
instrumentbeschrijvingen (Device Descriptions, DD) of DD-wizards voor configuratie en om gegevens op verschillende platforms consistent weer te geven. Deze functies hoeven niet te worden ondersteund door een host- of configuratieapparaat.
Hieronder staan de minimale configuratievereisten voor een temperatuurmeting.
Deze gids is bedoeld voor systemen die geen DD-wizards gebruiken. Raadpleeg
voor een complete lijst van parameters en configuratie-informatie de
Rosemount 848T-naslaghandleiding (documentnummer 00809-0100-4697).
Sensor-transducerblok
Dit blok bevat temperatuurmetingsgegevens voor alle acht sensoringangen. Het
bevat tevens informatie over sensortype, meeteenheden, demping en diagnostiek.
Verifieer ten minste de parameters in Tabel 1 voor elke sensor in het transducerblok.
Tabel 1. Parameters sensor-transducerblok
10
Parameter
Opmerkingen
Typical Configuration (standaardconfiguratie)
N.v.t.
Configure Input (configureer ingang)
N.v.t.
SENSOR_1_CONFIG.SENSOR
Voorbeeld: “PT100_A_385: 3-wire”
Snelstartgids
November 2014
Functieblokken analoge ingang (AI)
Het AI-blok verwerkt de meetwaarden van veldinstrumenten en stelt de uitgangen
ter beschikking aan andere functieblokken. De uitgangswaarde van het AI-blok is in
meeteenheden en bevat een statusaanduiding voor de kwaliteit van de metingen.
Gebruik het kanaalnummer voor het definiëren van de variabele die door het AI-blok
wordt verwerkt. Verifieer op zijn minst de parameters van de AI-blokken in Tabel 2.
Tabel 2. Parameters AI-blok(1)
Parameter
Opmerkingen
CHANNEL
Keuzemogelijkheden:
Sensor 1 — 8
Verschilsensoren 1 — 4
Behuizingstemperatuur
L_TYPE
Voor de meeste metingen instellen op “DIRECT”
Stel het gewenste meetbereik en de meeteenheid in. Kies een van de
volgende eenheden:
XD_SCALE



mV
ohm
°C



°F
°R
K

mA
Bij L_TYPE “DIRECT” stelt u OUT_SCALE in op dezelfde waarde als
XD_SCALE
OUT_SCALE
HI_HI_LIM
HI_LIM
LO_LO_LIM
LO_LIM
Procesalarmen.
Moeten binnen het door “OUT_SCALE” gedefinieerde bereik vallen
1. Configureer één AI-blok voor elke gewenste meting.
Opmerking
Om wijzigingen aan te brengen in het AI-blok moet BLOCK_MODE (TARGET) op OOS (buiten
bedrijf) zijn ingesteld. Zet BLOCK_MODE TARGET na het aanbrengen van de wijzigingen weer op
AUTO.
11
November 2014
Snelstartgids
Functieblok meervoudige analoge ingang (MAI)
Het MAI-blok verwerkt maximaal acht veldinstrumentmeetwaarden en stelt
de uitgang beschikbaar aan andere functieblokken. De uitgangswaarde van het
MAI-blok is in meeteenheden en bevat een statusaanduiding betreffende de
kwaliteit van de metingen. Gebruik het kanaalnummer voor het instellen van
de variabelen die door het MAI-blok worden verwerkt. Verifieer op zijn minst de
parameters van het MAI-blok in Tabel 3.
Tabel 3. Parameters MAI-blok
Parameter
Opmerkingen
CHANNEL
Keuzemogelijkheden:
Kanaal 1 — 8
Gebruikersinstellingen (zie de naslaghandleiding bij de Rosemount 848T voor
nadere informatie).
L_TYPE
Voor de meeste metingen instellen op “DIRECT”
Stel het gewenste meetbereik en de meeteenheid in. Kies een van de volgende
eenheden:
XD_SCALE



OUT_SCALE
Opmerking
mV
ohm
°C



°F
°R
K

mA
Bij L_TYPE “DIRECT” stelt u OUT_SCALE in op dezelfde waarde als XD_SCALE
Om wijzigingen aan te brengen in het MAI-blok moet BLOCK_MODE (TARGET) op OOS (buiten
bedrijf) worden gezet. Zet BLOCK_MODE TARGET na het aanbrengen van de wijzigingen weer op
AUTO.
12
November 2014
Snelstartgids
Productcertificeringen – 848T
Informatie over Europese richtlijnen
Achter in deze snelstartgids vindt u een exemplaar van de EG-verklaring van
overeenstemming. De meest recente revisie van de EG-verklaring van
overeenstemming is beschikbaar op www.rosemount.com.
Certificering normale locaties van FM Approvals
De transmitter is volgens de standaardprocedure door FM Approvals onderzocht
en getest. Daarbij is vastgesteld dat het ontwerp voldoet aan de elementaire
eisen voor elektrische, mechanische en brandveiligheid. FM Approvals is een in
de VS nationaal erkend onderzoekslaboratorium (nationally recognized testing
laboratory; NRTL) dat is geaccrediteerd door de Amerikaanse Occupational Safety
and Health Administration (OSHA).
Apparatuur installeren in Noord-Amerika
De Amerikaanse National Electrical Code (NEC) en de Canadese Electrical Code
(CEC) verbieden het gebruik van apparatuur met divisiemarkering in zones of
apparatuur met zonemarkering in divisies. De markeringen moeten geschikt zijn
voor de gebiedsclassificatie, gas- en temperatuurklasse. Deze informatie is
duidelijk vastgelegd in de desbetreffende codes.
VS
I5
FM intrinsiek veilig en niet-vonkend
Certificaat:
3011568
Normen:
FM-klasse 3600:1998, FM-klasse 3610:2010,
FM-klasse 3611:2004, FM-klasse 3810:2005,
ANSI/ISA 60079-0:2009, ANSI/ISA 60079-11:2009,
NEMA 250:1991, IEC 60529:2011
Markeringen: IS CL I, DIV 1, GP A, B, C, D; T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); NI CL I, DIV 2,
GP A, B, C, D; T4A (-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C); T5 (-50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
indien geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening 00848-4404
Opmerking
Transmitters met de markering niet-vonkend CL I, DV 2 kunnen worden geïnstalleerd
in divisie 2-locaties met gebruik van divisie 2-bedradingsmethodes of niet-vonkende
veldbedrading (NIFW). Zie tekening 00848-4404.
13
November 2014
Snelstartgids
IE
FM FISCO
Certificaat:
Normen:
3011568
FM-klasse 3600:1998, FM-klasse 3610:2010,
FM-klasse 3611:2004, FM-klasse 3810:2005,
ANSI/ISA 60079-0:2009, ANSI/ISA 60079-11:2009,
NEMA 250:1991, IEC 60529:2011
Markeringen: IS CL I, DIV 1, GP A, B, C, D; T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); NI CL I, DIV 2,
GP A, B, C, D; T4A (-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C); T5 (-50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
indien geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening 00848-4404
N5
Niet-vonkend en stofontstekingsbestendig
Certificaat:
3011568
Normen:
FM-klasse 3600:1998, FM-klasse 3611:2004,
FM-klasse 3810:2005, ANSI/ISA 60079-0:2009,
NEMA 250:1991, IEC 60529:2011
Markeringen: NI CL I, DIV 2, GP B, C, D; DIP CL II/III, DIV 1, GP E, F, G;
T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C), T5 (-50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C); indien
geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening 00848-4404; type 4X
NK
Niet-vonkend
Certificaat:
3011568
Normen:
FM-klasse 3600:1998, FM-klasse 3611:2004,
FM-klasse 3810:2005, ANSI/ISA 60079-0:2009, NEMA 250:1991,
IEC 60529:2001
Markeringen: NI CL I, DIV 2, GP A, B, C, D; T4A (-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C);
T5 (-50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C); indien geïnstalleerd volgens
Rosemount-tekening 00848-4404
Opmerking
Alleen de N5 en NK zijn geldig voor de S002-optie.
Tabel 4. Entiteitsparameters
FIELDBUS
(ingang)
14
FISCO
(ingang)
Niet-vonkend
(ingang)
Sensorveldaansluiting
(uitgang)
VOC = 12,5 V
VMAX = 30 V
VMAX = 17,5 V
VMAX = 42,4 V
IMAX = 300 mA
IMAX = 380 mA
Ci = 2,1 nF
ISC = 4,8 mA
Pi = 1,3 W
Pi = 5,32 W
Li = 0
PO = 15 mW
Ci = 2,1 nF
Ci = 2,1 nF
N.v.t.
CA = 1,2 μF
Li = 0
Li = 0
N.v.t.
LA = 1 H
November 2014
Snelstartgids
Canada
E6
I6
IF
N6
CSA explosieveilig, stofontstekingsbestendig, divisie 2 (JX3-behuizing vereist)
Certificaat:
1261865
Normen:
CAN/CSA C22.2 nr. 0-M91 (R2001), CSA-norm C22.2 nr. 25.1966,
CSA-norm C22.2 nr. 30-M1986, CAN/CSA C22.2 nr. 94-M91,
CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987, CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987,
CSA-norm C22.2 nr. 60529:05
Markeringen: Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D;
T4 (-40 °C ≤ Ta ≤ +40 °C) indien aangesloten volgens
Rosemount-tekening 00848-1041; Stofontbrandingsveilig voor
klasse II, divisie 1, groep E, F en G; klasse III; klasse I, divisie 2,
groep A, B, C en D; T3C (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); indien geïnstalleerd
volgens Rosemount-tekening 00848-4405; kabelinvoerafdichting
vereist
CSA intrinsiek veilig en divisie 2
Certificaat:
1261865
Normen:
CAN/CSA C22.2 nr. 0-M91 (R2001), CAN/CSA C22.2 nr. 94-M91,
CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987, CSA-norm C22.2 nr. 157-92,
CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987, CSA-norm. C22.2 nr. 60529:05
Markeringen: Intrinsiek veilig voor klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D;
T3C (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C) indien geïnstalleerd volgens
Rosemount-tekening 00848-4405; klasse I, divisie 2, groep A, B, C, D;
T3C (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); indien geïnstalleerd volgens
Rosemount-tekening 00848-4405
CSA FISCO
Certificaat:
Normen:
1261865
CAN/CSA C22.2 nr. 0-M91 (R2001), CAN/CSA C22.2 nr. 94-M91,
CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987, CSA-norm C22.2 nr. 157-92,
CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987, CSA-norm. C22.2 nr. 60529:05
Markeringen: Intrinsiek veilig voor klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D;
T3C (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C) indien geïnstalleerd volgens
Rosemount-tekening 00848-4405; klasse I, divisie 2, groep A, B, C, D;
T3C (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); indien geïnstalleerd volgens
Rosemount-tekening 00848-4405
CSA-divisie 2 en stofontstekingsbestending (behuizing vereist)
Certificaat:
1261865
Normen:
CAN/CSA C22.2 nr. 0-M91 (R2001), CSA-norm C22.2 nr. 30-M1986,
CAN/CSA C22.2 nr. 94-M91, CSA-norm C22.2
nr. 142-M1987, CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987,
CSA-norm. C22.2 nr. 60529:05
Markeringen: Klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D; T3C (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C)
indien geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening 00848-4405;
stofontstekingsbestendig voor klasse II, divisie 1, groep E, F en G;
klasse III; kabelinvoerafdichting vereist
15
November 2014
Snelstartgids
Europa
I1
ATEX intrinsieke veiligheid
Certificaat:
Baseefa09ATEX0093X
Normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-11:2012
Markeringen:
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C) indien geïnstalleerd
volgens tekening 00848-4406
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een
beschermingsgraad van ten minste IP20 biedt. Niet-metalen behuizingen
moeten geschikt zijn voor voorkoming van de gevaren van elektrostatische
ontlading; behuizingen van een lichte legering of zirkoon moeten tijdens de
installatie tegen schokken en frictie worden beschermd.
2. De apparatuur kan de 500 V-isolatietest die is vereist volgens EN 60079-11:2012,
bepaling 6.3.13 niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij
het installeren van de apparatuur.
Tabel 5. Entiteitsparameters
IA
Fieldbus
(ingang)
Sensorveldaansluiting
(uitgang)
Ui = 30 V
Ii = 300 mA
Pi = 1,3 W
Ci = 2,1 nF
Li = 0
UO = 12,5 V
IO = 4,8 mA
PO = 15 mW
CO = 1,2 μF
LO = 1 H
ATEX FISCO intrinsieke veiligheid
Certificaat:
Baseefa09ATEX0093X
Normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-11:2012
Markeringen:
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C) indien geïnstalleerd
volgens tekening 00848-4406
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een beschermingsgraad van ten minste IP20 biedt. Niet-metalen behuizingen moeten
geschikt zijn voor voorkoming van de gevaren van elektrostatische ontlading;
behuizingen van een lichte legering of zirkoon moeten tijdens de installatie
tegen schokken en frictie worden beschermd.
2. De apparatuur kan de 500 V-isolatietest die is vereist volgens EN 60079-11:2012,
bepaling 6.3.13 niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij
het installeren van de apparatuur.
Tabel 6. Entiteitsparameters
16
FISCO
(ingang)
Sensorveldaansluiting
(uitgang)
Ui = 17,5 V
Ii = 380 mA
Pi = 5,32 W
Ci = 2,1 nF
Li = 0
UO = 12,5 V
IO = 4,8 mA
PO = 15 mW
CO = 1,2 μF
LO = 1 H
Snelstartgids
November 2014
N1
ATEX type n (met behuizing)
Certificaat:
Baseefa09ATEX0095X
Normen:
EN 60079-0:2006, EN 60079-15:2005
Markeringen:
II 3 G Ex nA nL IIC T5 (-40 °C ≤ Ta ≤ +65 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Er moeten buiten het apparaat voorzieningen worden getroffen om te
voorkomen dat de nominale voedingsspanning van het apparaat wordt
overschreden door overspanningsverstoringen van meer dan 40%.
NC
2. De stroomkring is direct met de aarde verbonden; hiermee moet rekening
worden gehouden bij het installeren van de apparatuur.
ATEX type n (zonder behuizing)
Certificaat:
Baseefa09ATEX0094U
Normen:
EN 60079-0:2006, EN 60079-15:2005
Markeringen:
II 3 G Ex nA nL IIC T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C),
T5 (-50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het onderdeel moet worden geïnstalleerd in een gepaste behuizing met
goedgekeurde onderdelen die ten minste beschermingsgraad IP54 biedt en
voldoet aan de relevante materiaal- en omgevingseisen van EN 60079-0:2006
en EN 60079-15:2005.
2. Er moeten buiten het apparaat voorzieningen worden getroffen om te
voorkomen dat de nominale voedingsspanning van het apparaat wordt
overschreden door overspanningsverstoringen van meer dan 40%.
3. De stroomkring is direct met de aarde verbonden; hiermee moet rekening
worden gehouden bij het installeren van de apparatuur.
Opmerking
De 848T kan ook als Ex nL IIC worden geïnstalleerd in een circuit met begrensde externe energie.
Hierbij gelden de volgende parameters:
Tabel 7. Entiteitsparameters
Voeding/bus
(ingang)
Sensorveldaansluiting
(uitgang)
Ui = 42,4 V
UO = 12,5 V
Ci = 2,1 nF
IO = 2,5 mA
Li = 0
CO = 1000 μF
LO = 1 H
17
Snelstartgids
November 2014
ND ATEX stof
Certificaat:
BAS01ATEX1315X
Normen:
EN 50281-1-1:1998
Markeringen:
II 1 D T90 (-40 °C ≤ Ta ≤ +65 °C); IP66
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De gebruiker moet er zorg voor dragen dat de aangegeven maximale spanning
en stroomsterkte (42,4 V, 22 mA, gelijkstroom) niet worden overschreden. Alle
aansluitingen op andere apparatuur en alle aangesloten apparatuur moeten
binnen deze specificaties voor spanning en stroomsterkte vallen, gelijkwaardig
aan een circuit van categorie “ib” volgens EN 50020.
2. Er moeten voor het onderdeel goedgekeurde EEx e-kabelingangen worden
gebruikt die de beschermingsgraad tegen toetreding van de behuizing op
minstens IP66 houden.
3. Eventuele ongebruikte kabelingangen moeten worden afgedicht met
blindstoppen met EEx e-componentgoedkeuring.
4. Het omgevingstemperatuurbereik vormt de voornaamste gebruiksbeperking
voor het apparaat, de kabelwartel of de blindstop.
Internationaal
I7
IECEx intrinsieke veiligheid
Certificaat:
IECEx BAS 09.0030X
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-11:2011
Markeringen: II 1 G Ex ia IIC T4 Ga, T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een beschermingsgraad van ten minste IP20 biedt. Niet-metalen behuizingen moeten
geschikt zijn voor voorkoming van de gevaren van elektrostatische ontlading;
behuizingen van een lichte legering of zirkoon moeten tijdens de installatie
tegen schokken en frictie worden beschermd.
2. De apparatuur kan de 500 V-isolatietest die is vereist volgens
EN 60079-11:2012, bepaling 6.3.13 niet doorstaan. Hiermee moet
rekening worden gehouden bij het installeren van de apparatuur.
IG
IECEx FISCO intrinsieke veiligheid
Certificaat:
IECEx BAS 09.0030X
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-11:2011
Markeringen: II 1 G Ex ia IIC T4 Ga, T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een beschermingsgraad van ten minste IP20 biedt. Niet-metalen behuizingen moeten
geschikt zijn voor voorkoming van de gevaren van elektrostatische ontlading;
behuizingen van een lichte legering of zirkoon moeten tijdens de installatie
tegen schokken en frictie worden beschermd.
18
Snelstartgids
November 2014
2. De apparatuur kan de 500 V-isolatietest die is vereist volgens EN 60079-11:2012,
bepaling 6.3.13 niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het
installeren van de apparatuur.
Tabel 8. Entiteitsparameters
N7
FISCO
(ingang)
Sensorveldaansluiting
(uitgang)
Ui = 17,5 V
UO = 12,5 V
Ii = 380 mA
IO = 4,8 mA
Pi = 5,32 W
PO = 15 mW
Ci = 2,1 nF
CO = 1,2 μF
Li = 0
LO = 1 H
ATEX type n (met behuizing)
Certificaat:
IECEx BAS 09.0032X
Normen:
IEC 60079-0:2004, IEC 60079-15:2005
Markeringen: Ex nA nL IIC T5 (-40 °C ≤ Ta ≤ +65 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Er moeten buiten het apparaat voorzieningen worden getroffen om te
voorkomen dat de nominale voedingsspanning van het apparaat wordt
overschreden door overspanningsverstoringen van meer dan 40%.
NC
2. De stroomkring is direct met de aarde verbonden; hiermee moet rekening
worden gehouden bij het installeren van de apparatuur.
ATEX type n (zonder behuizing)
Certificaat:
IECEx BAS 09.0031U
Normen:
IEC 60079-0:2004, IEC 60079-15:2005
Markeringen: Ex nA nL IIC T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C), T5 (-50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het onderdeel moet worden geïnstalleerd in een gepaste behuizing met
goedgekeurde onderdelen die ten minste beschermingsgraad IP54 biedt en
voldoet aan de relevante materiaal- en omgevingseisen van EN 60079-0:2006
en EN 60079-15:2005.
2. Er moeten buiten het apparaat voorzieningen worden getroffen om te
voorkomen dat de nominale voedingsspanning van het apparaat wordt
overschreden door overspanningsverstoringen van meer dan 40%.
3. De stroomkring is direct met de aarde verbonden; hiermee moet rekening
worden gehouden bij het installeren van de apparatuur.
19
November 2014
Snelstartgids
Brazilië
I2
INMETRO intrinsieke veiligheid
Certificaat:
NCC 12.1156X
Normen:
ABNT NBR IEC 60079-0:2008 Versão corrigida 2011,
ABNT NBR IEC 60079-11:2009, ABNT NBR IEC 60079-26:2008
Versão corrigida 2009, ABNT NBR IEC 60079-27:2010
Markeringen: Ex ia IIC T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een beschermingsgraad van ten minste IP20 biedt en die voldoet aan de vereisten voor de
toepassing volgens ABNT NBR IEC 60079-0.
2. De apparatuur kan de test op diëlektrische weerstand van 500 V volgens punt
6.3.12 van ABNT NBR IEC 60079-1 niet doorstaan. Hiermee moet tijdens de
installatie rekening worden gehouden; zie installatiehandleiding.
Tabel 9. Entiteitsparameters
IB
Fieldbus
(ingang)
Sensorveldaansluiting
(uitgang)
Ui = 30 V
UO = 12,5 V
Ii = 300 mA
IO = 4,8 mA
Pi = 1,3 W
PO = 15 mW
Ci = 2,1 nF
CO = 1,2 μF
Li = 0
LO = 1 H
INMETRO intrinsieke veiligheid
Certificaat:
NCC 12.1156X
Normen:
ABNT NBR IEC 60079-0:2008 Versão corrigida 2011,
ABNT NBR IEC 60079-11:2009, ABNT NBR IEC 60079-26:2008
Versão corrigida 2009, ABNT NBR IEC 60079-27:2010
Markeringen: Ex ia IIC T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een beschermingsgraad van ten minste IP20 biedt en die voldoet aan de vereisten voor de
toepassing volgens ABNT NBR IEC 60079-0.
2. De apparatuur kan de test op diëlektrische weerstand van 500 V volgens punt
6.3.12 van ABNT NBR IEC 60079-1 niet doorstaan. Hiermee moet tijdens de
installatie rekening worden gehouden; zie installatiehandleiding.
Tabel 10. Entiteitsparameters
20
Fieldbus
(ingang)
Sensorveldaansluiting
(uitgang)
Ui = 17,5 V
UO = 12,5 V
Ii = 380 mA
IO = 4,8 mA
Pi = 5,32 W
PO = 15 mW
Ci = 2,1 nF
CO = 1,2 μF
Li = 0
LO = 1 H
Snelstartgids
November 2014
N2
INMETRO intrinsieke veiligheidszone 2
Certificaat:
NCC 12.1182X
Normen:
ABNT NBR IEC 60079-0:2008 Versão corrigida 2011,
ABNT NBR IEC 60079-11:2009
Markeringen: Ex ic IIC T5 (-40 °C ≤ Ta ≤ +65 °C) Gc
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een beschermingsgraad van ten minste IP54 biedt, van een merk en materiaal waarvoor
een kwaliteitscertificaat is verleend. Als de behuizing niet metallisch is, moet
de oppervlakteweerstand van de behuizing minder dan 1 GΩ bedragen. Als de
behuizing is gemaakt van een zirkoniumlegering, moet de behuizing na de
installatie tegen stoten en wrijving worden beschermd.
2. Er moeten buiten de apparatuur voorzieningen worden getroffen om te
voorkomen dat de voedingsspanning (42,2 V d.c.) wordt overschreden door
overspanningsverstoringen van meer dan 40%.
3. De omgevingstemperatuur mag niet hoger zijn dan de laagste maximumtemperatuur die geldt voor de apparatuur, kabels, kabelwartels en pluggen.
4. De stroomkring is direct met aarde de verbonden; hiermee moet rekening
worden gehouden bij het installeren van de apparatuur.
China
I3
NEPSI intrinsieke veiligheid
Certificaat:
GYJ111365X
Normen:
GB3836.1-2000, GB3836.4-2000
Markeringen: Ex ia IIC T4
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De temperatuurtransmitter mag alleen worden gebruikt in een gevaarlijke locatie
wanneer deze is geïnstalleerd in een IP20 (GB4208-2008)-behuizing. Metalen
behuizing moet voldoen aan de eisen van GB3836.1-2000 bepaling 8. Niet-metalen behuizing moet voldoen aan de eisen van GB3836.1-2000, bepaling 7.3.
2. Dit apparaat kan de volgens bepaling 6.4.12 van GB3836.4-2000 vereiste
500 V rms-isolatietest niet doorstaan.
3. Het omgevingstemperatuurbereik van de apparatuur is T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C).
4. Parameters:
Aansluitingen van voeding/meetkring (1-2)
Uitgang
Maximale
uitgangsspanning:
Maximale
uitgangsstroom:
Maximaal
uitgangsvermogen:
Maximale uitwendige
parameters:
Uo (V)
Io (mA)
Po (mW)
Co (μF)
Lo (H)
F
30
300
1,3
2,1
0
F (FISCO)
17,5
380
5,32
2,1
0
Opmerking
De bovenstaande non-FISCO-parameters moeten afkomstig zijn van een lineaire voeding met een
door een weerstand begrensde uitgang.
21
November 2014
Snelstartgids
Aansluitklemmen van sensor
Uitgang
Aansluitklemmen
F
1-8
Maximale uitgangsspanning:
Maximale uitgangsstroom:
Maximaal uitgangsvermogen:
Uo (V)
Io (mA)
Po (mW)
Co (μF)
Lo (H)
30
300
1,3
2,1
0
Maximale uitwendige parameters:
5. Het product voldoet aan de eisen voor FISCO-veldinstrumenten zoals voorgeschreven in IEC 60079-27:2008. Voor aansluiting van een intrinsiek veilig circuit
volgens het FISCO-model kunnen de hierboven beschreven FISCO-parameters
gehanteerd worden.
6. Het product moet worden gebruikt met een bijbehorend apparaat met
Ex-certificering om een explosiebeschermingssysteem te verkrijgen dat in een
explosieve gasatmosfeer kan worden gebruikt. De bedrading en aansluitklemmen moeten voldoen aan de voorschriften in de instructiehandleiding
van het product en het bijbehorende apparaat.
7. De kabels tussen dit product en bijbehorende apparaten moeten afgeschermd
zijn (de kabels moeten een geïsoleerde afscherming hebben). De afgeschermde
kabel moet betrouwbaar worden geaard in een niet-gevaarlijke omgeving.
8. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen;
ze dienen het probleem in overleg met de fabrikant op te lossen om
beschadiging van het product te voorkomen.
9. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de
volgende normen in acht worden genomen:
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer
Deel 13: Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een
atmosfeer met explosief gas”
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer
Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen
(anders dan mijnen)”
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer
Deel 16: Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)”
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische
instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke
elektrische apparatuur”
N3
NEPSI type n
Certificaat:
GYJ12.1035U
Normen:
GB3836.1-2010, GB3836.8-2003
Markeringen: Ex nA nL IIC T4/T5 Gc
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het apparaat kan de volgens bepaling 8.1 van GB3836.8-2003 vereiste
500 V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden
tijdens de installatie.
2. Het onderdeel moet worden geïnstalleerd in een gepaste behuizing met
goedgekeurde onderdelen die ten minste beschermingsgraad IP54 biedt
en voldoet aan de relevante materiaal- en omgevingseisen van
GB3836.1-2010 en GB3836.8-2003.
22
Snelstartgids
November 2014
3. Er moeten buiten de apparatuur voorzieningen worden getroffen om te
voorkomen dat de nominale voedingsspanning van het onderdeel wordt
overschreden door overspanningsverstoringen van meer dan 40%.
4. Het omgevingstemperatuurbereik is:
T-code
Omgevingstemperatuur
T4
-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C
T5
-50 °C ≤ Ta ≤ +70 °C
5. Maximale ingangsspanning: 42,4 V.
6. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen;
ze dienen het probleem in overleg met de fabrikant op te lossen om
beschadiging van het product te voorkomen.
7. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende
normen in acht worden genomen:
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer
Deel 13: Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een
atmosfeer met explosief gas”
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer
Deel 15: Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen
(anders dan mijnen)”
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer
Deel 16: Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)”
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische
instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke
elektrische apparatuur”
Japan
I4
TIIS FISCO intrinsieke veiligheid (ia)
Certificaat:
TC19713
Markeringen: IIC T4
H4
TIIS FISCO intrinsieke veiligheid (ib)
Certificaat:
TC20737
Markeringen: IIC T4
Combinaties
KG
Combinatie van I1/IA, I5/IE, I6/IF en I7/IG
Aansluitwartels en adapters
ATEX drukvast en verhoogde veiligheid
Certificaat:
FM13ATEX0076X
Normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-1:2007, IEC 60079-7:2007
Markeringen:
2 G Ex de IIC Gb
23
November 2014
Snelstartgids
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als de draadadapter of blindstop wordt gebruikt met een behuizing van het
beschermingstype verhoogde veiligheid “e”, moet de draad in de ingang goed
worden afgedicht om de beschermingsgraad (IP-classificatie) van de behuizing
te behouden.
2. Voor de blindstop mag geen adapter worden gebruikt.
3. Het draadtype van de blindstop en draadadapter moet NPT of metrisch zijn.
G1/2 en PG 13,5 draad is alleen toegestaan op bestaande (oude)
apparatuurinstallaties.
IECEx drukvast en verhoogde veiligheid
Certificaat: IECEx FMG 13.0032X
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-1:2007, IEC 60079-7:2006-2007
Markeringen: Ex de IIC Gb
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als de draadadapter of blindstop wordt gebruikt met een behuizing van het
beschermingstype verhoogde veiligheid “e”, moet de draad in de ingang goed
worden afgedicht om de beschermingsgraad (IP-classificatie) van de behuizing
te behouden.
2. Voor de blindstop mag geen adapter worden gebruikt.
3. Het draadtype van de blindstop en draadadapter moet NPT of metrisch zijn.
G1/2 en PG 13,5 draad is alleen toegestaan op bestaande (oude)
apparatuurinstallaties.
Tabel 11. Draadmaten aansluitwartels
Schroefdraad
Merkteken
M20 x 1,5
M20
1/2 - 14 NPT
1/2 NPT
G1/2
G1/2
Tabel 12. Draadmaten draadadapter
Uitwendige schroefdraad
M20 x 1,5 — 6H
M20
1/2 - 14 NPT
1/2 - 14 NPT
3
3
/4 - 14 NPT
Inwendige schroefdraad
24
Merkteken
/4 - 14 NPT
Merkteken
M20 x 1,5 — 6H
M20
1/2 - 14 NPT
1/2 - 14 NPT
PG 13,5
PG 13,5
Snelstartgids
November 2014
Overige certificeringen
SBS Typegoedkeuring American Bureau of Shipping (ABS)
Certificaat:
011-HS771994C-1-PDA
ABS-regels:
Regels voor stalen vaartuigen 2013, 1-1-4/7.7, 1-1-Appendix 3,
4-8-3/1.7, 4-8-3/13.1
SBV Typegoedkeuring Bureau Veritas (BV)
Certificaat:
26325/A1 BV
Vereisten:
Regels van Bureau Veritas voor de classificatie van stalen schepen
Toepassing:
Klassenotaties: AUT-UMS, AUT-CCS, AUT-PORT en AUT-IMS
SDN Typegoedkeuring Det Norske Veritas (DNV)
Certificaat:
A-13246
Beoogd gebruik: Regels van Det Norske Veritas voor classificatie van vaartuigen,
snelle en lichte vaartuigen en offshore-normen van Det
Norske Veritas
Toepassing:
Locatieklassen
Temperatuur
D
Luchtvochtigheid
B
Trilling
A
EMC
B
Behuizing
B/IP66: AL
C/IP66: SST
SLL Typegoedkeuring Lloyds Register (LR)
Certificaat:
11/60002 (E2)
Toepassing:
Omgevingscategorie ENV1, ENV2, ENV3 en ENV5
25
Snelstartgids
Afbeelding 10. EG-verklaring van overeenstemming voor draadloze
temperatuurtransmitter 848T
26
November 2014
November 2014
Snelstartgids
27
Snelstartgids
28
November 2014
Snelstartgids
November 2014
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1047 Rev. H
Wij,
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
VS
verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product
Temperatuurtransmitter van model 848T
vervaardigd door
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
VS
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen, welke
staan vermeld in het bijgevoegde schema.
De aanname van de overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van de geharmoniseerde
normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie in de
Europese Gemeenschap, zoals vermeld in het bijgevoegde schema.
Vice President of Global Quality
(functie – in blokletters)
Kelly Klein
9 augustus 2013
(naam – in blokletters)
(datum van uitgifte)
Pagina 1 van 3
Documentrevisie: 2013_A
29
November 2014
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1047 Rev. H
EMC-richtlijn (2004/108/EG)
Alle modellen
Geharmoniseerde normen: EN 61326-1:2006; EN 61326-2-3:2006
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Temperatuurtransmitter van model 848T
Baseefa 09ATEX0093X – Certificering intrinsiek veilig
Apparatuurgroep II, categorie 1 G
Ex ia IIC T4 Ga
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0:2012; EN 60079-11:2012
Baseefa09ATEX0095X – Certificering type n
Apparatuurgroep II, categorie 3 G [Ex nA nL IIC T5 (-40 °C ”7D”ƒ&@
Geharmoniseerde normen: EN 60079-15:2005
EN 60079-0:2006 (een vergelijking met de geharmoniseerde norm
EN 60079-0:2009 wijst niet op significante wijzigingen die relevant zijn voor
deze apparatuur, dus EN 60079-0:2006 beschrijft nog steeds de “stand van de
techniek”.)
Baseefa 09ATEX0094U – Certificering component type n
Apparatuurgroep II, categorie 3 G (Ex nA nL IIC T5…T4)
T5 (-50 °C ”7D”ƒ&7-50 °C ”7D”ƒ&
Geharmoniseerde normen: EN 60079-15:2005
Overige normen: EN 60079-0:2006 (een vergelijking met de geharmoniseerde
norm EN 60079-0: 2009 wijst niet op significante wijzigingen die relevant zijn
voor deze apparatuur, dus EN 60079-0:2006 beschrijft nog steeds de “stand van
de techniek”.)
BAS01ATEX1315X – Certificering stof
Apparatuurgroep II, categorie 1 D (T90 °C Tomg -40 °C tot +65 °C IP66)
Geharmoniseerde normen:
Overige normen: EN 50281-1-1:1998 (een vergelijking met de geharmoniseerde
normen EN 60079-0:2009 en EN 60079-31 wijst niet op significante wijzigingen
die relevant zijn voor deze apparatuur, dus EN 50281-1-1:1998 beschrijft nog
steeds de “stand van de techniek”.)
Pagina 2 van 3
30
Documentrevisie: 2013_A
Snelstartgids
November 2014
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1047 Rev. H
Aangemelde instanties voor onderzoekscertificaat type EG volgens ATEX
Baseefa [nr. aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park, Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9JN
Verenigd Koninkrijk
Aangemelde instantie voor kwaliteitsborging volgens ATEX
Baseefa [nr. aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park, Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9JN
Verenigd Koninkrijk
Pagina 3 van 3
Documentrevisie: 2013_A
31
*00825-0106-4697*
Snelstartgids
00825-0111-4697, Rev EA
November 2014
Rosemount Inc.
Emerson Process Management bv
Emerson Process Management
Asia Pacific Private Limited
Emerson Process Management nv/sa
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
T (65) 6777 8211
F (65) 6777 0947/65 6777 0743
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
België
T (32) 2 716 7711
F (32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
Emerson Process Management
GmbH & Co. OHG
Emerson Process Management
Latin America
Beijing Rosemount Far East
Instrument Co., Limited
© 2014 Rosemount, Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom
van de merkhouder.
Het Emerson-logo is een handelsmerk en dienstmerk van Emerson Electric Co.
Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van
Rosemount Inc.
FOUNDATION fieldbus is een handelsmerk van de Fieldbus Foundation.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317, VS
T (VS) (800) 999-9307
T (andere landen) +1 (952) 906-8888
F +1 (952) 949-7001
Argelsrieder Feld 3
82234 Wessling, Duitsland
T (49) 8153 939-0
F (49) 8153 939-172
No. 6 North Street, Hepingli,
Dong Cheng District
Peking 100013, China
T (86) (10) 6428 2233
F (86) (10) 6422 8586
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
Nederland
T (31) 70 413 66 66
F (31) 70 390 68 15
E [email protected]
www.emersonprocess.nl
1300 Concord Terrace, Suite 400
Sunrise Florida 33323, VS
T (954) 846-5030