Nederlands (Dutch)

Snelstartgids
00825-0211-4728, Rev DB
Februari 2015
Rosemount 644-temperatuurtransmitter
met 4-20 mA HART®-protocol (revisie 5 en 7)
Opmerking
Controleer voordat u de transmitter start of de juiste device driver op de hostsystemen is
geïnstalleerd. Zie pagina 3 voor gereedheid van het systeem.
Snelstartgids
Februari 2015
MEDEDELING
Deze handleiding bevat elementaire richtlijnen voor Rosemount 644-transmitters. De handleiding bevat
geen instructies voor configuratie, diagnostiek, onderhoud, reparatie of probleemoplossing of voor
explosieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.) installaties. Raadpleeg de naslaghandleiding voor de
Rosemount 644 (publicatienummer 00809-0100-4728) voor nadere instructies. Deze handleiding is ook in
digitale vorm beschikbaar op www.rosemount.com.
WAARSCHUWING
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Bij installatie van deze transmitter in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende plaatselijke,
landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden gevolgd. Raadpleeg het gedeelte
over goedkeuringen in de naslaghandleiding van de 644 voor bepalingen in verband met veilige installatie.
 Verifieer voordat u een op HART gebaseerde communicator in een explosiegevaarlijke atmosfeer aansluit
dat alle instrumenten in de kring zijn geïnstalleerd volgens intrinsiek veilige of niet-vonkende
veldbedradingsmethoden.
Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Voorkom aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge spanning staan,
die elektrische schokken kan veroorzaken.

Kabelgoot-/kabelingangen
Tenzij anders vermeld zijn de kabelbuis-/kabelingangen in de transmitterbehuizing voorzien van een
1/2-14 NPT-draad. Ingangen met de aanduiding “M20” zijn voorzien van een M20 ⫻ 1,5 schroefdraad. Op
instrumenten met meerdere kabelbuisopeningen hebben alle ingangen dezelfde schroefdraad. Gebruik
alleen pluggen, adapters, wartels en kabelgoten met een geschikte schroefdraad wanneer u deze
openingen afsluit.
 Gebruik bij installatie op explosiegevaarlijke locaties in kabel- en kabelgootingangen uitsluitend pluggen,
adapters en wartels met de juiste vermelding of met de certificering Ex.

Inhoud
Gereedheid van het systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Transmitter installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Stel de alarmschakelaar in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Controleer de configuratie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Monteer de transmitter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Leg de bedrading en voeding aan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Voer een kringtest uit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Met veiligheidsinstrumenten uitgeruste systemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Productcertificeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
2
Februari 2015
Snelstartgids
Gereedheid van het systeem
Controleer of het systeem kan werken met de
HART-revisie


Controleer als u een op HART gebaseerd systeem voor besturing of
middelenbeheer gebruikt eerst of deze systemen met HART kunnen worden
gebruikt voordat u de transmitter installeert. Niet alle systemen kunnen
communiceren volgens het protocol van HART-revisie 7. Deze transmitter kan
worden geconfigureerd voor HART-revisie 5 of 7.
Zie “Controleer de configuratie” op pagina 5 voor instructies over het wijzigen
van de HART-revisie van uw transmitter.
Controleer of de device driver juist is


Controleer voor een goede communicatie of de bestanden van de meest
recente device driver op uw systemen zijn geïnstalleerd.
Download de nieuwste device driver via
http://www.emersonprocess.com.en-US/documentation/deviceinstallkits/Pa
ges/AboutDeviceInstallKits.aspx of
http://www.hartcomm.org/protocol/products/products.html
Instrumentrevisies en bestanden Rosemount 644
Tabel 1 bevat de informatie die u nodig hebt om er zeker van te zijn dat u beschikt
over de juiste device driver-bestanden en documentatie voor uw instrument.
Tabel 1. Instrumentrevisies en bestanden Rosemount 644
Softwaredatum
Identificeer het
instrument
Datum
Revisie
NAMURsoftware
Revisie
HARTsoftware
Juni 2012
1.1.1
01
Zoek de device
driver-bestanden
Lees de instructies
Controleer de
functionaliteit
HART
Instrument- Documentnumme Wijzigingen in de
universalrevisie(2)
r handleiding
software (3)
revisie(1)
5
8
7
9
00809-0100-4728
Zie Voetnoot 3
voor een lijst van
veranderingen.
1. De NAMUR-softwarerevisie staat vermeld op het label van het instrument. De HART-software-revisie kan
worden afgelezen met een voor HART geschikt communicatie-instrument.
2. De bestandsnaam van de device driver bevat de instrument- en DD-revisie, bijv. 10_01. Het HART-protocol is
zo ontworpen dat ook oudere revisies van de device driver kunnen communiceren met nieuwe
HART-instrumenten. Om gebruik te kunnen maken van de nieuwe functies moet u de nieuwe device driver
downloaden. Voor complete functionaliteit wordt aangeraden om nieuwe device driver-bestanden te
downloaden.
3. HART-revisie 5 en 7 selecteerbaar, ondersteuning dubbele sensor, gecertificeerde veiligheid, geavanceerde
diagnose (indien besteld), verhoogde nauwkeurigheid en stabiliteit (indien besteld).
3
Februari 2015
Snelstartgids
Transmitter installeren
Stap 1: Stel de alarmschakelaar in
Stel de alarmschakelaar van de 644 in voordat u het instrument in werking stelt.
Zonder lcd-display:
1. Stel de kring in op handmatig (indien van toepassing) en ontkoppel de
voeding.
2. Verwijder het behuizingsdeksel.
3. Zet de schakelaar op de gewenste stand (H voor hoog, L voor laag) en
installeer het behuizingsdeksel.
4. Schakel de voeding in en stel de kring in op automatische regeling.
Afbeelding 1. Plaatsing van de alarmschakelaar
644-transmitter
644 veldmontage
A
A. Alarmschakelaar
Opmerking
Verwijder als u een lcd-display gebruikt eerst het roze schuimrubber tussen de lcd-display en het
deksel. Het schuimrubber kan worden weggegooid. Verwijder vervolgens de display door deze los
te halen van de bovenkant van het instrument. Zet daarna de schakelaar in de gewenste positie en
plaats de lcd-display terug.
4
Februari 2015
Snelstartgids
Stap 2: Controleer de configuratie
Controleer de configuratie van de Rosemount 644 na ontvangst van uw
transmitter met behulp van een met HART compatibel configuratie-instrument.
Zie de naslaghandleiding voor de Rosemount 644 (00809-0200-4728) voor
aanwijzingen over configuratie met AMS® Device Manager.
De 644 communiceert via de veldcommunicator (voor communicatie is een
kringweerstand vereist van tussen de 250 en 1100 ohm). Niet gebruiken als de
spanning op de aansluitklem lager is dan 12 V d.c. Raadpleeg de
naslaghandleiding voor de 644 (publicatienummer 00809-0200-4728) en die van
de veldcommunicator voor nadere informatie.
Controleer de configuratie met een veldcommunicator
Voor controle van de configuratie moet een Rosemount 644 DD (device
descriptor) op de veldcommunicator geïnstalleerd zijn. De sneltoetsreeksen voor
de meest recente DD staan vermeld in Tabel 2 op pagina 6. Neem voor de
sneltoetsreeksen van oudere DD’s contact op met de plaatselijke
vertegenwoordiger van Emerson Process Management.
Volg de volgende stappen om vast te stellen of er een upgrade moet worden
uitgevoerd.
1. Sluit de sensor aan (zie het bedradingsschema op het bovenste label van het
instrument).
2. Sluit de werktafelvoeding aan op de voedingsaansluitingen (“+” of “—”).
3. Sluit een veldcommunicator aan op de meetkring over een kringweerstand of
bij de voedings-/signaalaansluitingen op de transmitter.
4. Het volgende bericht verschijnt als de communicator een oudere versie van de
DD’s bevat:
Device Description Not Installed…The Device Description for manufacturer 0x26
model 0x2618 dev rev 8/9 is not installed on the System Card…see Programming
Utility for details on Device Description updates…Do you wish to proceed in forward
compatibility mode? (Instrumentbeschrijving niet geïnstalleerd…De
instrumentbeschrijving voor fabrikant 0x26 model 0x2618 app. rev 8/9 is niet
geïnstalleerd op de systeemkaart…zie programmeringsinstrument voor details over
updates van instrumentbeschrijving…Wilt u doorgaan in voorwaartse
compatibiliteitsmodus?)
Als dit bericht niet verschijnt, is de meest recente DD geïnstalleerd. Als de
nieuwste versie niet beschikbaar is, zal de communicator toch goed
communiceren. Wanneer de transmitter echter geconfigureerd is voor gebruik
van de geavanceerde functies van de transmitter, zult u problemen ondervinden
bij het communiceren en wordt u verzocht de communicator uit te schakelen.
Voer om dat te voorkomen een upgrade uit naar de nieuwste DD, of beantwoord
de vraag met NO (NEE), dan krijgt de transmitter weer de generieke
standaardfuncties.
5
Februari 2015
Snelstartgids
Opmerking
Emerson beveelt aan om de meest recente DD te installeren, zodat u over alle functies kunt
beschikken. Ga naar www.fieldcommunicator.com voor informatie over het updaten van de
DD-bibliotheek.
Gebruikersinterface veldcommunicator
Voor configuratie van dit instrument zijn twee gebruikersinterfaces beschikbaar.
De Sneltoetsreeks voor instrumentrevisie 8 en 9 (HART 5 en 7), DD-revisie 1 in
Tabel 2 kan worden gebruikt voor het configureren en opstarten van de
transmitter.
Afbeelding 2. Gebruikersinterface veldcommunicator
Tabel 2. Sneltoetsreeks voor instrumentrevisie 8 en 9 (HART 5 en 7), DD-revisie 1
Functie
HART 5
HART 7
Alarm Values (alarmwaarden)
2, 2, 5, 6
2, 2, 5, 6
3, 4, 5
3, 4, 5
Analog Output (analoge uitgang)
2, 2, 5, 1
2, 2, 5, 1
Average Temperature Setup (instelling gemiddelde temperatuur)
2, 2, 3, 3
2, 2, 3, 3
Burst Modus (burstmodus)
2, 2, 8, 4
2, 2, 8, 4
Comm Status (communicatiestatus)
N.v.t.
1, 2
Configure additional messages (nog meer berichten configureren)
N.v.t.
2, 2, 8, 4, 7
2, 2, 4, 1, 3
2, 2, 4, 1, 3
D/A Trim (D/A-trim)
3, 4, 4, 1
3, 4, 4, 1
Damping Values (dempingswaarden)
2, 2, 1, 5
2, 2, 1, 6
2, 2, 7, 1, 2
2, 2, 7, 1, 3
2, 1, 4
2, 1, 4
2, 2, 7, 1, 4
2, 2, 7, 1, 5
Analog Calibration (analoge kalibratie)
Configure Hot Backup (hot backup configureren)™
Date (datum)
Display Setup (displayconfiguratie)
Descriptor (beschrijving)
6
Februari 2015
Snelstartgids
Tabel 2. Sneltoetsreeks voor instrumentrevisie 8 en 9 (HART 5 en 7), DD-revisie 1
Functie
Device Information (instrumentinformatie)
Differential Temperature Setup (instelling verschiltemperatuur)
Drift Alert (verloopwaarschuwing)
HART 5
HART 7
1, 8, 1
1, 8, 1
2, 2, 3, 1
2, 2, 3, 1
2, 2, 4, 2
2, 2, 4, 2
2, 2, 7, 4, 1
2, 2, 7, 4, 1
First Good Temperature Setup (instelling eerste goede temperatuur)
2, 2, 3, 2
2, 2, 3, 2
Hardware Revision (hardwarerevisie)
1, 8, 2, 3
1, 8, 2, 3
Filter 50/60 Hz
HART Lock (HART-vergrendeling)
Intermittent Sensor Detect (periodieke sensordetectie)
N.v.t.
2, 2, 9, 2
2, 2, 7, 4, 2
2, 2, 7, 4, 2
Loop Test (kringtest)
3, 5, 1
3, 5, 1
Locate Device (instrument zoeken)
N.v.t.
3, 4, 6, 2
Lock Status (vergrendelingsstatus)
N.v.t.
1, 8, 3, 8
LRV (Lower Range Value; minimale meetwaarde)
2, 2, 5, 5, 3
2, 2, 5, 5, 3
LSL (Lower Sensor Limit; onderste sensorlimiet)
2, 2, 1, 7, 2
2, 2, 1, 8, 2
Message (bericht)
2, 2, 7, 1, 3
2, 2, 7, 1, 4
Open Sensor Holdoff (nog geen open sensor)
2, 2, 7, 3
2, 2, 7, 3
Percent Range (percentagebereik)
2, 2, 5, 2
2, 2, 5, 2
Sensor 1 Configuration (configuratie sensor 1)
2, 1, 1
2, 1, 1
Sensor 2 Configuration (configuratie sensor 2)
2, 1, 1
2, 1, 1
Sensor 1 Serial Number (serienummer sensor 1)
2, 2, 1, 6
2, 2, 1, 7
Sensor 2 Serial Number (serienummer sensor 2)
2, 2, 2, 7
2, 2, 2, 8
Sensor 1 Status (status sensor 1)
N.v.t.
2, 2, 1, 2
Sensor 2 Status (status sensor 2)
N.v.t.
2, 2, 2, 2
Sensor 1 Type (type sensor 1)
2, 2, 1, 2
2, 2, 1, 3
Sensor 2 Type (type sensor 2)
2, 2, 2, 2
2, 2, 2, 3
Sensor 1 Unit (eenheid sensor 1)
2, 2, 1, 4
2, 2, 1, 5
Sensor 2 Unit (eenheid sensor 2)
2, 2, 2, 4
2, 2, 2, 5
Simulate Digital Signal (simuleer digitaal signaal)
Software Revision (software-revisie)
Tag (label)
Long Tag (lang label)
N.v.t.
3, 5, 2
1, 8, 2, 4
1, 8, 2, 4
2, 2, 7, 1, 1
2, 2, 7, 1, 1
N.v.t.
2, 2, 7, 1, 2
Terminal Temperature (aansluitklemtemperatuur)
2, 2, 7, 1
2, 2, 8, 1
URV (Upper Range Value; maximale meetwaarde)
2, 2, 5, 5, 2
2, 2, 5, 5, 2
USL (Upper Sensor Limit; bovenste sensorlimiet)
2, 2, 1, 7, 2
2, 2, 1, 8, 2
Variable Mapping (toewijzing variabelen)
2, 2, 8, 5
2, 2, 8, 5
2-wire Offset Sensor 1 (2-draads offset-sensor 1)
2, 2, 1, 9
2, 2, 1, 10
2-wire Offset Sensor 2 (2-draads offset-sensor 2)
2, 2, 2, 9
2, 2, 2, 10
7
Snelstartgids
Februari 2015
Invoeren of controleren van Callendar-Van-Dusen-constanten
Als er bij deze transmitter-sensorcombinatie gebruik wordt gemaakt van
sensor-matching, controleer dan de invoer van constanten.
1. Selecteer vanuit het scherm HOME (startscherm) 2 Configure (configureren),
2 Manual Setup (handmatige setup), 1 Sensor (sensor).
2. Stel de regelkring in op handmatig en selecteer OK.
3. Selecteer bij de prompt ENTER SENSOR TYPE (voer sensortype in) de optie Cal
VanDusen.
4. Selecteer bij de prompt ENTER SENSOR CONNECTION (voer sensorverbinding in)
het juiste aantal draden.
5. Voer wanneer daarom gevraagd wordt de Ro-, Alfa-, Bèta- en Deltawaarden in
die vermeld staan op het roestvrijstalen label dat bevestigd is aan de
bijbestelde sensor.
6. Zet de regelkring terug op automatische regeling en selecteer OK.
7. U kunt de functie voor matching van de transmitter en sensor uitschakelen via
STARTSCHERM, 2 Configureren, 2 Handmatige setup, 1 Sensor,
10 SensorMatching-CVD.
8. Kies bij de prompt VOER SENSORTYPE IN het juiste sensortype.
Controle van de configuratie met een Local Operator Interface
(LOI, lokale bediening)
De optionele LOI kan worden gebruikt voor het in bedrijf stellen van het
instrument. De LOI heeft twee knoppen. Druk op een willekeurige knop om de
LOI te activeren. De functies van de LOI-knoppen staan weergegeven op de
onderste hoeken van de display. Zie Tabel 3 en Afbeelding 4 voor de werking van
de knoppen en informatie over de menu’s.
Afbeelding 3. Lokale bediening (LOI)
8
Februari 2015
Snelstartgids
Tabel 3. Werking van de knoppen op de LOI
Knop
Links
Rechts
Nee
SCROLLEN
Ja
ENTER
Afbeelding 4. LOI-menu
Controleer alle toepasselijke parameters
die op de transmitter zijn ingesteld
CONFIGURATIE
WEERGEVEN
CONFIGURATIE
SENSOR
Sensortype en verbinding
configureren
EENHEDEN
BEREIK OPNIEUW
INSTELLEN
KRINGTEST
DISPLAY
Temperatuureenheden instellen
Transmitterbereik
opnieuw instellen
De analoge uitgang instellen
om de integriteit van de kring
te testen
Display configureren
UITGEBREID MENU
Kalibratie
Demping
Toewijzing variabelen
Label
Alarmverz.waarden
Wachtwoord
Simuleren
HART-rev.
Hot backup configureren
Verloopwaarschuwing
TC-diagnose configureren
Min./max. track
Overschakelen naar een andere HART-revisie
Niet alle systemen kunnen communiceren volgens het protocol van HART-revisie 7.
Deze transmitter kan met behulp van een voor HART geschikt
configuratie-instrument geconfigureerd worden voor HART-revisie 5 of 7.
De bijgewerkte configuratiemenu’s bevatten een HART
Universal-revisieparameter, die, indien toegankelijk voor uw systeem, kan
worden geconfigureerd als 5 of 7. Zie Tabel 2 voor de sneltoetsreeks.
De configuratiemenu’s in Tabel 2 zijn niet beschikbaar als het instrument voor
HART-configuratie niet kan communiceren met HART-revisie 7. Volg de
onderstaande instructies om vanuit de generieke modus over te schakelen op de
HART Universal-revisieparameter.
9
Snelstartgids
Februari 2015
1. Ga naar Configureren>Handmatige
setup>Instrumentinformatie>Identification (identificatie)>Bericht.
a. Voer de volgende gegevens in om uw instrument om te zetten naar
HART-revisie 7: “HART7” in het veld Bericht.
b. Voer de volgende gegevens in om uw instrument om te zetten naar
HART-revisie 5: “HART5” in het veld Bericht.
Opmerking
Zie Tabel 2 op pagina 6 voor het wijzigen van de HART-revisie als de juiste device driver is geladen.
10
Februari 2015
Snelstartgids
Stap 3: Monteer de transmitter
Monteer de transmitter op een hoog punt in de kabelbuis om te voorkomen dat
er vocht in de transmitterbehuizing lekt.
Transmitter voor kopmontage en sensor met DIN-plaat
installeren
1. Bevestig de beschermbuis in de wand van de buis of het procesvat.
2. Monteer de beschermbuis en draai deze aan voordat u de procesdruk aanlegt.
3. Controleer de stand van de storingsmodusschakelaar van de transmitter.
4. Monteer de transmitter op de sensor. Druk de transmittermontageschroeven
door de sensormontageplaat.
5. Leg de bedrading aan van de transmitter naar de sensor (zie “Leg de bedrading
en voeding aan” op pagina 15).
6. Steek het geheel van transmitter en sensor in de aansluitkop.
a. Draai de transmittermontageschroef in de montageopeningen in de
aansluitkop.
b. Bevestig het verlengstuk op de aansluitkop.
c. Steek het samenstel in de beschermbuis.
7. Wanneer u een kabelwartel gebruikt, dient u deze correct aan een
kabelingang in de behuizing te bevestigen.
8. Plaats de draden van de afgeschermde kabel via de kabelingang in de
aansluitkop.
9. Sluit de draden van de afgeschermde voedingskabel aan op de
voedingsaansluitklemmen van de transmitter. Pas op dat u de
sensorbedrading en de sensoraansluitklemmen niet aanraakt.
10. Sluit de kabelwartel aan en draai hem aan.
11. Installeer het deksel van de aansluitkop en draai het aan. De behuizingsdeksels
moeten geheel worden vastgezet om te voldoen aan de vereisten voor
explosieveiligheid.
A
B
D
E
A. Kap van aansluitkop
B. Aansluitkop
C. Beschermbuis
C
F
D. Transmittermontageschroeven
E. Sensor voor integrale montage met losse
draden
F. Verlengstuk
11
Snelstartgids
Februari 2015
Transmitter voor kopmontage met sensor met schroefdraad
installeren (2 of 3 kabelgootingangen)
1. Bevestig de beschermbuis in de wand van de buis of het procesvat.
2. Monteer de beschermbuizen en draai ze aan voordat u de procesdruk aanlegt.
3. Bevestig de benodigde verlengnippels en adapters op de beschermbuis.
4. Dicht de nippel- en adapterschroefdraad af met siliconentape.
5. Schroef de sensor in de beschermbuis. Installeer indien nodig
afvoerafdichtingen voor zware omstandigheden of om te voldoen aan de
geldende voorschriften.
6. Controleer of de storingsmodusschakelaar van de transmitter in de juiste
stand staat.
7. Controleer de juiste installatie van de integrale overspanningsbeveiliging
(optiecode T1) op de 644 door te controleren of de volgende stappen zijn
voltooid:
a. Controleer of de overspanningsbeveiliging goed op de aansluitkast van de
transmitter is aangesloten.
b. Controleer of de voedingsdraden van de overspanningsbeveiliging goed
zijn vastgezet onder de schroeven van de voedingsklemmen van de
transmitter.
c. Controleer of de aardgeleider van de overspanningsbeveiliging is vastgezet
op de inwendige aardschroef in de universele kop.
Opmerking
Voor de overspanningsbeveiliging is een behuizing met een diameter van ten minste 89 mm
(3,5 inch) vereist.
8. Trek de sensordraden door de universele kop en de opening in het midden van
de transmitter.
9. Monteer de transmitter in de universele kop door de
transmittermontageschroeven in de montageopeningen van de universele
kop te schroeven.
10. Monteer de transmitter met sensor in de beschermbuis, of monteer ze
desgewenst extern.
11. Dicht de adapterschroefdraad af met siliconentape.
12
Februari 2015
Snelstartgids
12. Trek de draden voor veldbedrading door de kabelbuis in de universele kop.
Sluit de sensor- en voedingsdraden aan op de transmitter. Vermijd contact
met andere aansluitklemmen.
13. Installeer het deksel van de universele kop en draai het aan. De
behuizingsdeksels moeten geheel worden vastgezet om te voldoen aan de
vereisten voor explosieveiligheid.
A
B
D
C
E
A. Beschermbuis met schroefdraad
B. Sensor met schroefaansluiting
C. Standaard verlengstuk
D. Universele kop (transmitter binnenin)
E. Kabelingang
13
Februari 2015
Snelstartgids
Transmitter voor veldmontage met sensor met schroefdraad
installeren
1. Bevestig de beschermbuis in de wand van de buis of het procesvat. Monteer
de beschermbuizen en draai ze aan voordat u de procesdruk aanlegt.
2. Bevestig de benodigde verlengnippels en adapters op de beschermbuis.
3. Dicht de nippel- en adapterschroefdraad af met siliconentape.
4. Schroef de sensor in de beschermbuis. Installeer indien nodig
afvoerafdichtingen voor zware omstandigheden of om te voldoen aan de
geldende voorschriften.
5. Controleer of de storingsmodusschakelaar van de transmitter in de juiste
stand staat.
6. Monteer de transmitter met sensor in de beschermbuis, of monteer ze
desgewenst extern.
7. Dicht de adapterschroefdraad af met siliconentape.
8. Trek de draden voor veldbedrading door de kabelgoot in de behuizing voor
veldmontage. Sluit de sensor- en voedingsdraden aan op de transmitter.
Vermijd contact met andere aansluitklemmen.
9. Installeer de deksels van de twee compartimenten en zet ze stevig vast. De
behuizingsdeksels moeten geheel worden vastgezet om te voldoen aan de
vereisten voor explosieveiligheid.
A
D
B
C
E
A. Beschermbuis met schroefdraad
B. Sensor met schroefaansluiting
C. Standaard verlengstuk
14
D. Behuizing voor veldmontage (transmitter
binnenin)
E. Kabelingang
Februari 2015
Snelstartgids
Stap 4: Leg de bedrading en voeding aan
Leg de bedrading aan van de transmitter naar de sensor
Het bedradingsschema bevindt zich op het bovenste label op het instrument,
onder de aansluitklemschroeven.
Transmitter 644 voor kopmontage
Afbeelding 5. Bedradingsschema’s voor 644 voor kopmontage met enkele en
dubbele ingang
Bedrading
enkele ingang
2-draads RTD en Ω
3-draads RTD en Ω
4-draads RTD en Ω
Dubbele 2-draads RTD
en Ω
Dubbele 3-draads RTD
en Ω
Dubbel thermokoppel
en mV
Thermokoppel en mV
Bedrading
twee ingangen
* Om een RTD met een compensatiekring te kunnen herkennen, moet de transmitter worden
geconfigureerd voor ten minste een 3-draads RTD.
** Rosemount Inc. levert 4-draads sensoren voor alle RTD’s met één element. Gebruik deze RTD’s in
3-draadsconfiguraties door de aders die u niet nodig hebt, niet aan te sluiten en ze te isoleren met
isolatietape.
15
Februari 2015
Snelstartgids
644-transmitter voor veldmontage
Afbeelding 6. Bedradingsschema’s voor 644 voor veldmontage met enkele en
dubbele ingang
Bedrading
enkele ingang
2-draads RTD en Ω
3-draads RTD en Ω
4-draads RTD en Ω
Thermokoppel en mV
Bedrading
twee ingangen
Dubbele 2-draads RTD
en Ω
Dubbele 3-draads RTD
en Ω
Dubbel thermokoppel
en mV
Sluit de transmittervoeding aan
Voor gebruik van de transmitter is een externe voeding vereist.
1. Verwijder het behuizingsdeksel (indien van toepassing).
2. Sluit de positieve voedingsdraad aan op de “+”-aansluitklem. Sluit de
negatieve voedingsdraad aan op de “—”-aansluitklem.
- Bij gebruik van een overspanningsbeveiliging moeten de voedingsdraden
worden aangesloten op de bovenkant van de overspanningsbeveiliging.
Raadpleeg het etiket op de overspanningsbeveiliging voor identificatie van
de plus- en minpool.
3. Draai de aansluitklemschroeven aan. Voor het vastdraaien van de sensor- en
voedingsdraden bedraagt het maximale aanhaalmoment 0,7 Nm (6 inch-lb.).
4. Plaats het deksel terug en draai het aan (indien van toepassing).
5. Schakel de spanning in (12—42 V d.c.).
16
Februari 2015
Snelstartgids
Belastingsbegrenzing
De vereiste spanning over de voedingsaansluitingen van de transmitter bedraagt
12 tot 42,4 V d.c. (de voedingsaansluitingen hebben een nominale
belastbaarheid van 42,4 V d.c.). Om beschadiging van de transmitter te
voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat de spanning over de aansluitingen
tijdens het wijzigen van de configuratieparameters niet onder 12,0 V d.c. zakt.
Aard de transmitter
Voor een goede aarding is het belangrijk dat de afscherming van de
instrumentkabel:

kort wordt afgeknipt en wordt geïsoleerd zodat deze niet tegen de
transmitterbehuizing aankomt;

wordt verbonden met de volgende afscherming als de kabel door een
aansluitkast wordt geleid;

wordt verbonden met een goed aardpunt aan de voedingszijde.
Opmerking
Gebruik voor een optimaal resultaat afgeschermde kabel met getwiste aders. Gebruik een draad
van 24 AWG of dikker en van ten hoogste 1500 meter (5000 ft.) lengte.
Ongeaarde thermokoppel-, mV- en RTD-/ohmingangen
Elke procesinstallatie heeft specifieke vereisten voor aarding. Gebruik de
aardopties die ter plaatse voor dit specifieke sensortype worden aanbevolen of
begin met aardoptie 1 (de meest gebruikelijke).
Optie 1
1. Verbind de afscherming van de sensorbedrading met de
transmitterbehuizing.
2. Zorg dat de sensorafscherming elektrisch geïsoleerd is van omliggende
objecten die mogelijk geaard zijn.
3. Aard de afscherming van de signaalbedrading aan de voedingszijde.
B
A
C
DCS
D
A. Sensordraden
B. Transmitter
C. Aardpunt afscherming
D. 4-20 mA-kring
17
Februari 2015
Snelstartgids
Optie 2
1. Verbind de afscherming van de signaalbedrading met de afscherming van de
sensorbedrading.
2. Zorg dat de twee afschermingen aan elkaar bevestigd zijn en elektrisch
geïsoleerd zijn van de transmitterbehuizing.
3. Aard de afscherming uitsluitend aan de voedingszijde.
4. Zorg dat de sensorafscherming elektrisch geïsoleerd is van de omliggende
geaarde objecten.
B
A
C
DCS
D
A. Sensordraden
B. Transmitter
C. Aardpunt afscherming
D. 4-20 mA-kring
5. Verbind de afschermingen met elkaar, zodanig dat ze elektrisch geïsoleerd zijn
van de transmitter.
Optie 3
1. Aard de afscherming van de sensorbedrading indien mogelijk bij de sensor.
2. Zorg dat de afscherming van de sensorbedrading en die van de
signaalbedrading elektrisch geïsoleerd zijn van de transmitterbehuizing.
3. Verbind de afscherming van de signaalbedrading niet met de afscherming van
de sensorbedrading.
4. Aard de afscherming van de signaalbedrading aan de voedingszijde.
B
A
C
DCS
D
A. Sensordraden
B. Transmitter
18
C. Aardpunt afscherming
D. 4-20 mA-kring
Februari 2015
Snelstartgids
Geaarde thermokoppelingangen
Optie 1
1. Aard de afscherming van de sensorbedrading bij de sensor.
2. Zorg dat de afscherming van de sensorbedrading en die van de
signaalbedrading elektrisch geïsoleerd zijn van de transmitterbehuizing.
3. Verbind de afscherming van de signaalbedrading niet met de afscherming van
de sensorbedrading.
4. Aard de afscherming van de signaalbedrading aan de voedingszijde.
B
A
C
DCS
D
A. Sensordraden
B. Transmitter
C. Aardpunt afscherming
D. 4-20 mA-kring
19
Februari 2015
Snelstartgids
Stap 5: Voer een kringtest uit
De opdracht Kringtest controleert de transmitteruitgang, de integriteit van de
kring en de werking van registratieapparatuur of gelijksoortige instrumenten die
in de kring geïnstalleerd zijn.
Een kringtest uitvoeren met een veldcommunicator
Start een kringtest
1. Sluit een externe ampèremeter aan in serie met de transmitterkring (zodat de
stroom naar de transmitter ergens in de kring door de meter loopt).
2. Voer vanaf het beginscherm de sneltoetsreeks in.
Sneltoetsen gebruikersinterface
3, 5, 1
3. Controleer in de testkring of de feitelijke mA-uitgang van de transmitter en de
HART mA-waarden overeenkomen. Als de waarden niet identiek zijn, moet de
transmitteruitgang worden getrimd of werkt de meter niet goed. Nadat de
test is voltooid, wordt op de display weer het kringtestscherm weergegeven. U
kunt dan een andere uitgangswaarde kiezen.
4. Selecteer End (beëindigen) en Enter om de kringtest te beëindigen.
Een kringtest uitvoeren met AMS Device Manager
1. Klik met de rechtermuisknop op het instrument en selecteer Service Tools
(servicehulpmiddelen).
2. Selecteer Simulate (simuleren) in het navigatiepaneel links.
3. Selecteer op het tabblad Simuleren in het groepsvak Analog Output Verification
(verificatie analoge uitgang) de toets Perform Loop Test (kringtest
uitvoeren).
4. Volg de instructies en selecteer Apply (toepassen) wanneer u klaar bent.
Een kringtest uitvoeren met de lokale bediening
Zie de onderstaande afbeelding om het pad naar de Kringtest te vinden in het
menu van de LOI.
20
Februari 2015
Snelstartgids
Afbeelding 7. Het label configureren met de LOI
CONFIGURATIE
WEERGEVEN
CONFIGURATIE SENSOR
EENHEDEN
BEREIK
OPNIEUW INSTELLEN
KRINGTEST
DISPLAY
UITGEBREID MENU
MENU AFSLUITEN
4 mA INSTELLEN
20 mA INSTELLEN
AANGEPAST INSTELLEN
EINDE KRINGTEST
TERUG NAAR MENU
MENU AFSLUITEN
21
Snelstartgids
Februari 2015
Met veiligheidsinstrumenten uitgeruste
systemen
Raadpleeg voor installaties met veiligheidscertificering de naslaghandleiding van
de Rosemount 644 (publicatienummer 00809-0200-4728). Deze handleiding is
op www.rosemount.com elektronisch beschikbaar en is tevens verkrijgbaar bij
medewerkers van Emerson Process Management.
22
Februari 2015
Snelstartgids
Productcertificeringen
Informatie over Europese richtlijnen
Achterin deze snelstartgids vindt u een exemplaar van de EG-verklaring van
overeenstemming. De meest recente revisie van de EG-verklaring van
overeenstemming is beschikbaar op www.rosemount.com.
Certificering normale locaties van FM Approvals
De transmitter is volgens de standaardprocedure door FM Approvals onderzocht
en getest. Daarbij is vastgesteld dat het ontwerp voldoet aan de elementaire
eisen voor elektrische, mechanische en brandveiligheid. FM Approvals is een in de
VS nationaal erkend onderzoekslaboratorium (nationally recognized testing
laboratory; NRTL) dat is geaccrediteerd door de Amerikaanse Occupational Safety
and Health Administration (OSHA).
Apparatuur installeren in Noord-Amerika
De Amerikaanse National Electrical Code (NEC) en de Canadese Electrical Code (CEC)
verbieden het gebruik van apparatuur met divisiemarkering in zones of apparatuur met
zonemarkering in divisies. De markeringen moeten geschikt zijn voor de gebiedsclassificatie,
gas- en temperatuurklasse. Deze informatie is duidelijk vastgelegd in de betreffende codes.
VS
E5 FM explosieveilig, niet-vonkend en stofontstekingsbestendig
Certificaat: [XP & DIP]: 3006278; [NI]: 3008880 & 3044581
Normen:
FM-klasse 3600: 2011, FM-klasse 3615: 2006, FM-klasse 3616: 2011,
FM-klasse 3810: 2005, NEMA-250: 250: 2003, ANSI/IEC 60529: 2004
Markeringen: XP CL I, DIV 1, GP B, C, D; DIP CL II / III, GP E, F, G; (-50 °C ≤ Ta ≤ +85 °C);
type 4X; zie beschrijving I5 voor markeringen Niet-vonkend
I5 FM intrinsieke veiligheid en niet-vonkend
Certificaat: 3008880 [Fieldbus/PROFIBUS op kop PROFIBUS®, HART op rail]
Normen:
FM-klasse 3600: 1998, FM-klasse 3610: 2010, FM-klasse 3611: 2004,
FM-klasse 3810: 2005, NEMA – 250: 1991
Markeringen: IS CL I / II / III, DIV I, GP A, B, C, D, E, F, G; NI CL I, DIV 2, GP A, B, C, D;
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als er geen behuizingsoptie is geselecteerd, moet de temperatuurtransmitter van
model 644 worden geïnstalleerd in een behuizing die voldoet aan de eisen van
ANSI/ISA S82.01 en S82.03 of andere geldende normen voor normale locaties.
2. Optiecode K5 is alleen van toepassing voor een behuizing met Rosemount J5
universele kop (M20⫻1,5) of Rosemount J6 universele kop (1/2-14 NPT).
3. Er moet een behuizingsoptie worden geselecteerd voor behoud van de classificatie
type 4X.
23
Snelstartgids
Februari 2015
Certificaat:
Normen:
3044581 [op kop gemonteerde HART]
FM-klasse 3600: 2011, FM-klasse 3610: 2010, FM-klasse 3611: 2004,
FM-klasse 3810: 2005, ANSI/NEMA — 250: 1991; ANSI/IEC 60529: 2004,
ANSI/ISA 60079-0: 2009, ANSI/ISA 60079-11: 2009
Markeringen: [geen behuizing]: IS CL I, DIV I, GP A, B, C, D T4; CL I ZONE 0 AEx ia IIC T4
Ga; NI CL I, DIV 2, GP A, B, C, D T5
[met behuizing]: IS CL I / II / III, DIV 1, GP A, B, C, D, E, F, G; NI CL I, DIV 2, GP
A, B, C, D
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als er geen behuizingsoptie is geselecteerd, moet de temperatuurtransmitter van
model 644 worden geïnstalleerd in een behuizing met beschermingsgraad IP20 die
voldoet aan de eisen van ANSI/ISA 61010-1 en ANSI/ISA 60079-0
2. De optionele behuizingen van model 644 kunnen aluminium bevatten en brengen
bij stoten of wrijving een potentieel ontstekingsrisico met zich mee. Voorkom
stoten en wrijving tijdens installatie en gebruik.
Canada
I6 CSA intrinsieke veiligheid en divisie 2
Certificaat: 1091070
Normen:
CAN/CSA C22.2 nr. 0-M10, CSA-norm C22.2 nr. 25-1966,
CAN/CSAC22.2 nr. 94-M91, CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987,
CAN/CSA-C22.2 nr. 157-92, CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987,
C22.2 nr. 60529-05
Markeringen: [HART] IS CL I GP A, B, C, D T4/T6; CL I, ZONE 0 IIC; CL I, DIV 2, GP A, B, C, D
[Fieldbus/PROFIBUS] IS CL I GP A, B, C, D T4; CL I, ZONE 0 IIC; CL I, DIV 2,
GP A, B, C, D
K6 CSA explosieveilig, stofontstekingsbestendig, intrinsieke veiligheid en divisie 2
Certificaat: 1091070
Normen:
CAN/CSA C22.2 nr. 0-M10, CSA-norm C22.2 nr. 25-1966,
CSA-norm C22.2 nr. 30-M1986, CAN/CSA-C22.2 nr. 94-M91,
CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987, CAN/CSA-C22.2 nr. 157-92,
CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987, C22.2 nr. 60529-05
Markeringen: CL I / II / III, DIV 1, GP B, C, D, E, F, Gh
Zie beschrijving I6 voor markeringen intrinsieke veiligheid en divisie 2
Europa
E1 ATEX drukvast
Certificaat: FM12ATEX0065X
Normen:
EN 60079-0: 2012, EN 60079-1: 2007, EN 60529:1991 +A1:2000
Markeringen:
II 2 G Ex d IIC T6…T1 Gb, T6(-50 °C ≤ Ta ≤ +40 °C),
T5…T1(-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); zie Tabel 4 voor procestemperaturen.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor omgevingstemperatuurbereik.
2. Het niet-metallische label kan elektrostatisch geladen raken en een
ontstekingsbron vormen in omgevingen van groep III.
3. Bescherm het lcd-deksel tegen stootenergie van meer dan 4 joule.
4. Raadpleeg de fabrikant als u informatie over de afmetingen van de drukvaste naden
nodig hebt.
24
Februari 2015
Snelstartgids
I1 ATEX intrinsieke veiligheid
Certificaat: [HART op kop]: Baseefa12ATEX0101X
[Fieldbus/PROFIBUS op kop]: Baseefa03ATEX0499X
[HART op rail]: BAS00ATEX1033X
Normen:
EN 60079-0: 2012, EN 60079-11: 2012
Markeringen: [HART]:
III 1 G Ex ia IIC T6…T4 Ga;
[Fieldbus/PROFIBUS]:
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga;
Zie Tabel 5 voor de entiteitsparameters en temperatuurclassificaties.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een bescherming
van ten minste IP20 biedt, conform de eisen van IEC 60529. Niet-metalen
behuizingen moeten een oppervlakteweerstand hebben van minder dan 1 GΩ;
behuizingen van een lichte legering of zirkonium moeten bij installatie in een als
zone 0 gezoneerde omgeving worden beschermd tegen schokken en frictie.
2. Als het instrument is voorzien van de constructie voor overspanningsbeveiliging, is
de apparatuur niet bestand tegen de test van 500 V zoals beschreven in artikel
6.3.13 van EN 60079-11:2012. Hiermee moet bij installatie rekening worden
gehouden.
N1 ATEX-type n — met behuizing
Certificaat: BAS00ATEX3145
Normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-15:2010
Markeringen:
II 3 G Ex nA IIC T5 Gc (-40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
NC ATEX-type n — zonder behuizing
Certificaat: [Fieldbus/PROFIBUS op kop, HART op rail]: Baseefa13ATEX0093X
[HART op kop]: Baseefa12ATEX0102U
Normen:
EN60079-0:2012, EN60079-15:2010
Markeringen: [Fieldbus/PROFIBUS op kop, HART op rail]:
II 3 G Ex nA IIC T5 Gc
(-40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
[HART op kop]:
II 3 G Ex nA IIC T6…T5 Gc; T6(-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C);
T5(-60 °C ≤ Ta ≤ +85 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De temperatuurtransmitter van model 644 moet worden geïnstalleerd in een
correct gecertificeerde behuizing, met een beschermingsgraad van ten minste IP54
in overeenstemming met IEC 60529 en EN 60079-15
2. Als de apparatuur is voorzien van de constructie voor overspanningsbeveiliging, kan
de apparatuur de test van 500 V niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie
rekening worden gehouden.
ND ATEX stof
Certificaat: FM12ATEX0065X
Normen:
EN 60079-0: 2012, EN 60079-31: 2009, EN 60529:1991 +A1:2000
Markeringen:
II 2 D Ex tb IIIC T130 °C Db, (-40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C); IP66
Zie Tabel 4 voor procestemperaturen.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor omgevingstemperatuurbereik.
2. Het niet-metallische label kan elektrostatisch geladen raken en een ontstekingsbron
vormen in omgevingen van groep III.
3. Bescherm het lcd-deksel tegen stootenergie van meer dan 4 joule.
4. Raadpleeg de fabrikant als u informatie over de afmetingen van de drukvaste naden
nodig hebt.
25
Snelstartgids
Februari 2015
Internationaal
E7 IECEx drukvast
Certificaat: IECEx FMG 12.0022X
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-1:2007-04, IEC 60079-31:2008
Markeringen: Ex d IIC T6…T1 Gb, T6(-50 °C ≤ Ta ≤ +40 °C),
T5…T1(-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); zie Tabel 4 voor procestemperaturen.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor omgevingstemperatuurbereik.
2. Het niet-metallische label kan elektrostatisch geladen raken en een
ontstekingsbron vormen in omgevingen van groep III.
3. Bescherm het lcd-deksel tegen stootenergie van meer dan 4 joule.
4. Raadpleeg de fabrikant als u informatie over de afmetingen van de drukvaste naden
nodig hebt.
I7 IECEx intrinsieke veiligheid
Certificaat: [HART op kop]: IECEx BAS 12.0069X
[Fieldbus/PROFIBUS op kop, HART op rail]: IECEx BAS 07.0053X
Normen:
IEC 60079-0: 2011; IEC 60079-11: 2011
Markeringen: Ex ia IIC T6…T4 Ga
Zie Tabel 5 voor de entiteitsparameters en temperatuurclassificaties.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De apparatuur moet worden geïnstalleerd in een behuizing die een bescherming
van ten minste IP20 biedt, conform de eisen van IEC 60529. Niet-metalen
behuizingen moeten een oppervlakteweerstand hebben van minder dan 1 GΩ;
behuizingen van een lichte legering of zirkonium moeten bij installatie in een als
zone 0 gezoneerde omgeving worden beschermd tegen schokken en frictie.
2. Als het instrument is voorzien van de constructie voor overspanningsbeveiliging, is
de apparatuur niet bestand tegen de test van 500 V zoals beschreven in artikel
6.3.13 van IEC 60079-11:2011. Hiermee moet bij installatie rekening worden
gehouden.
N7 IECEx-type n — met behuizing
Certificaat: IECEx BAS 07.0055
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-15:2010
Markeringen: Ex nA IIC T5 Gc; T5(-40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
NG IECEx type n — zonder behuizing
Certificaat: [Fieldbus/PROFIBUS op kop, HART op rail]: IECEx BAS 12.0053X
[HART op kop]: IECEx BAS 12.0070U
Normen:
IEC 60079-0:2011, IEC 60079-15:2010
Markeringen: [Fieldbus/PROFIBUS op kop, HART op rail]: Ex nA IIC T5 Gc
(-40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
[HART op kop]: Ex nA IIC T6…T5 Gc; T6(-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C);
T5(-60 °C ≤ Ta ≤ +85 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De temperatuurtransmitter van model 644 moet worden geïnstalleerd in een
correct gecertificeerde behuizing, met een beschermingsgraad van ten minste IP54
in overeenstemming met IEC 60529 en IEC 60079-15.
2. Als de apparatuur is voorzien van de constructie voor overspanningsbeveiliging,
kan de apparatuur de test van 500 V niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie
rekening worden gehouden.
26
Februari 2015
Snelstartgids
NK IECEx stof
Certificaat: IECEx FMG 12.0022X
Normen:
IEC 60079-0: 2011, IEC 60079-31: 2008
Markeringen: Ex tb IIIC T130 °C Db, (-40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C); IP66;
Zie Tabel 4 voor procestemperaturen.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor omgevingstemperatuurbereik.
2. Het niet-metallische label kan elektrostatisch geladen raken en een ontstekingsbron
vormen in omgevingen van groep III.
3. Bescherm het lcd-deksel tegen stootenergie van meer dan 4 joule.
4. Raadpleeg de fabrikant als u informatie over de afmetingen van de drukvaste naden
nodig hebt.
Brazilië
E2 INMETRO drukvast
Certificaat: NCC 12.1147X
Normen:
ABNT NBR IEC 60079-0:2008, ABNT NBR IEC 60079-1:2009,
NBR 8094:1983
Markeringen: Ex d IIC T6…T1 (-40 °C ≤ Ta ≤ +65 °C) Gb; IP66W
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Er moet voor worden gezorgd dat de oppervlaktetemperatuur niet hoger wordt dan
85 °C als er RTD’s of thermokoppels op de transmitter zijn aangebracht.
2. De mechanische en chemische eigenschappen van de procesvloeistof moeten
worden beoordeeld om te verzekeren dat ze de temperatuursondes niet aantasten
of doen corroderen.
3. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van explosieveilige
naden.
I2 INMETRO intrinsieke veiligheid
Certificaat: CEPEL 02.0096X
Normen:
ABNT NBR IEC 60079-0:2008, ABNT NBR IEC 60079-11:2009,
ABNT NBR IEC 60079-26:2008, ABNT NBR IEC 60529:2009
Markeringen: Ex ia IIC T* Ga IP66W
Zie Tabel 5 voor de entiteitsparameters en temperatuurclassificaties.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het apparaat moet geïnstalleerd zijn in een behuizing die een beschermingsgraad
van ten minste IP20 biedt.
2. Behuizingen van lichte legeringen of zirkonium moeten bij de installatie worden
beschermd tegen schokken en wrijving.
3. Wanneer de maximale temperatuur in de installatieomgeving hoger is dan 50 °C,
moet de apparatuur worden voorzien van kabels met isolatie die toereikend is voor
een temperatuur van ten minste 90 °C
27
Februari 2015
Snelstartgids
China
E3 China drukvast
Certificaat: GYJ111385
Normen:
GB3836.1-2000, GB3836.2-2000, GB12476.1-2000
Markeringen: Ex d IIC T6
Speciale voorwaarden voor gebruik (X):
1. Certificering geldt voor temperatuurconstructies met temperatuursensor van type
65, 68, 75, 183 of 185.
2. Het omgevingstemperatuurbereik is:
Gas/stof
Omgevingstemperatuur
Gas
-40 °C ≤ Ta ≤ +65 °C
Stof
-40 °C ≤ Ta ≤ +85 °C
3. De voorziening voor aardverbinding op de behuizing moet op betrouwbare wijze
worden aangesloten.
4. Bij installatie, gebruik en onderhoud in een explosieve gasatmosfeer moet de
waarschuwing “Niet openen wanneer onder spanning” in acht worden genomen.
Bij installatie, gebruik en onderhoud in een explosieve stofatmosfeer moet de
waarschuwing “Niet openen in aanwezigheid van explosieve stofatmosfeer” in acht
worden genomen.
5. Er mag tijdens installatie geen mengsel worden gebruikt dat de drukvaste
behuizing zou kunnen beschadigen.
6. Bij installaties in een explosiegevaarlijke omgeving moeten kabelwartels,
kabelgoten en afsluitpluggen worden gebruikt die zijn gecertificeerd als klasse Ex d
II C, DIP A20 IP66 door inspectieorganen die handelen in opdracht van de overheid.
7. Onderhoud moet worden uitgevoerd op een niet-explosiegevaarlijke locatie.
8. Tijdens installatie, gebruik en onderhoud in een omgeving met explosieve stoffen
moet de behuizing van het product worden gereinigd om het ophopen van stof te
voorkomen. Hierbij mag echter geen perslucht worden gebruikt.
9. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen;
problemen moeten in overleg met de fabrikant worden opgelost om beschadiging
van het product te voorkomen.
10. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen
in acht worden genomen:
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13:
Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met
explosief gas”
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15:
Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (anders dan mijnen)”
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16:
Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)”
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische
instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke
elektrische apparatuur”.
GB15577-1995 “Veiligheidsrichtlijn voor omgevingen met explosief stof”
GB12476.2-2006 “Elektrische apparaten voor gebruik in de nabijheid van
ontvlambaar stof — Deel 1-2: Elektrische apparaten die worden beschermd door
behuizingen, en oppervlaktetemperatuurbeperking - Selectie, installatie en
onderhoud”
28
Februari 2015
Snelstartgids
I3 China intrinsieke veiligheid
Certificaat: GYJ111384X
Normen:
GB3836.1-2000, GB3836.4-2000
Markeringen: Ex ia IIC T4/T5/T6
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het omgevingstemperatuurbereik is:
Wanneer onder Options (opties) de optie Enhance Performance (verbeterde
prestaties) niet geselecteerd is
Transmitteruitgang
A
F of W
Maximaal
ingangsvermogen: (W)
T-code
Omgevingstemperatuur
0,67
T6
-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C
0,67
T5
-60 °C ≤ Ta ≤ +50 °C
1
T5
-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C
1
T4
-60 °C ≤ Ta ≤ +80 °C
1,3
T4
-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C
5,32
T4
-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C
Als onder Options (opties) de optie Enhanced Performance (verbeterde prestaties)
is geselecteerd
Maximaal ingangsvermogen:
(W)
T-code
Omgevingstemperatuur
0,67
T6
-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C
0,67
T5
-60 °C ≤ Ta ≤ +50 °C
0,80
T5
-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C
0,80
T4
-60 °C ≤ Ta ≤ +80 °C
2. Parameters:
Als onder Opties de optie Verbeterde prestaties niet geselecteerd is
Voedingsklemmen (+, —)
Transmitteruitgang
Maximale
ingangsspanning:
Ui (V)
Maximale
ingangsstroom:
Ii (mA)
Maximaal
ingangsvermogen:
Pi (W)
Maximale inwendige
parameters:
Ci (nF)
Li (mH)
A
30
200
0,67/1
10
0
F, W
30
300
1,3
2,1
0
F,W (FISCO)
17,5
380
5,32
2,1
0
Aansluitklemmen sensor (1,2,3,4)
Maximale
uitgangsspanning:
Uo (V)
Maximale
uitgangsstroom:
Io (mA)
A
13,6
80
F, W
13,9
23
Transmitteruitgang
Maximaal
uitgangsvermogen:
Po (W)
Maximale inwendige
parameters:
Co (nF)
Lo (mH)
0,08
75
0
0,079
7,7
0
29
Februari 2015
Snelstartgids
Als onder Opties de optie Verbeterde prestaties is geselecteerd
Voedingsklemmen (+, –)
Maximale ingangsspanning:
Ui (V)
Maximale
ingangsstroom:
Ii (mA)
Maximaal
ingangsvermogen:
Pi (W)
Maximale inwendige
parameters:
Ci (nF)
Li (mH)
3,3
0
150 (Ta ≤ +80 °C)
30
170 (Ta ≤ +70 °C)
0,67 / 0,8
190 (Ta ≤ +60 °C)
Aansluitklemmen sensor (1,2,3,4)
Maximale
uitgangsspanning:
Uo (V)
Maximale
uitgangsstroom:
Io (mA)
Maximaal
uitgangsvermogen:
Po (W)
13,6
80
0,08
Gasgroep
Maximale inwendige
parameters:
Co (nF)
Lo (mH)
IIC
0,816
5,79
IIB
5,196
23,4
IIA
18,596
48,06
3. Dit product voldoet aan de eisen voor FISCO-veldinstrumenten zoals
voorgeschreven in IEC60079—27: 2008. Voor aansluiting van een intrinsiek veilig
circuit volgens het FISCO-model kunnen de hierboven beschreven
FISCO-parameters gehanteerd worden.
4. Het product moet worden gebruikt met een bijbehorend apparaat met
Ex-certificering om een explosiebeschermingssysteem te verkrijgen dat in een
explosieve gasatmosfeer kan worden gebruikt. De bedrading en aansluitklemmen
moeten voldoen aan de voorschriften in de instructiehandleiding van het product
en het bijbehorende apparaat.
5. De kabels tussen dit product en bijbehorende apparatuur moeten afgeschermd zijn
(de kabels moeten een geïsoleerde afscherming hebben). De afscherming moet
goed worden geaard in een niet-gevaarlijke omgeving.
6. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen; ze
dienen het probleem in overleg met de fabrikant op te lossen om beschadiging van
het product te voorkomen.
7. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen
in acht worden genomen:
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13:
Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met
explosief gas”
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15:
Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (anders dan mijnen)”
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16:
Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)”
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische
instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke
elektrische apparatuur”
30
Februari 2015
Snelstartgids
N3 China type n
Certificaat: GYJ101421
Normen:
GB3836.1-2000, GB3836.8-2003
Markeringen: Ex nA nL IIC T5/T6
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De relatie tussen de T-code en het omgevingstemperatuurbereik is als volgt:
Als onder Opties de optie Verbeterde prestaties niet geselecteerd is:
T-code
Omgevingstemperatuur
T5
-40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C
Als onder Opties de optie Verbeterde prestaties is geselecteerd:
T-code
Omgevingstemperatuur
T6
-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C
T5
-60 °C ≤ Ta ≤ +85 °C
2. Maximale ingangsspanning: 42,4 V.
3. Op externe verbindingen en ongebruikte kabelopeningen moeten kabelwartels,
kabelgoten of afsluitpluggen worden gebruikt die door NEPSI zijn gecertificeerd als
beschermingstype Ex e of Ex n, met een gepast schroefdraadtype en
IP54-classificatie.
4. Onderhoud moet worden uitgevoerd op een niet-explosiegevaarlijke locatie.
5. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen; ze
dienen het probleem in overleg met de fabrikant op te lossen om beschadiging van
het product te voorkomen.
6. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen
in acht worden genomen:
GB3836.13-1997 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 13:
Reparatie en revisie voor apparaten die worden gebruikt in een atmosfeer met
explosief gas”
GB3836.15-2000 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 15:
Elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen (anders dan mijnen)”
GB3836.16-2006 “Elektrische apparaten voor explosieve gasatmosfeer Deel 16:
Inspectie en onderhoud van elektrische installaties (behalve mijnen)”
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische
instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke
elektrische apparatuur”
EAC - Wit-Rusland, Kazachstan, Rusland
EM Technisch voorschrift douane-unie (EAC) drukvast
Certificaat: RU C-US.GB05.B.00289
Normen:
GOST R IEC 60079-0-2011, GOST IEC 60079-1-2011
Markeringen: 1Ex d IIC T6…T1 Gb X, T6(-50 °C ≤ Ta ≤ +40 °C),
T5…T1(-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C); IP65/IP66/IP68
Speciale voorwaarde voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor speciale voorwaarden.
IM Technische voorschriften douane-unie EAC intrinsieke veiligheid
Certificaat: RU C-US.GB05.B.00289
Normen:
GOST R IEC 60079-0-2011, GOST R IEC 60079-11-2010
Markeringen: [HART]: 0Ex ia IIC T4…T6 Ga X; [Fieldbus/PROFIBUS]: 0Ex ia IIC T4 Ga X
31
Snelstartgids
Februari 2015
Speciale voorwaarde voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor speciale voorwaarden.
Japan
E4 Japan drukvast
Certificaat: TC20671 [J2 met lcd], TC20672 [J2], TC20673 [J6 met lcd], TC20674 [J6]
Markeringen: Ex d IIC T5
Combinaties
K1 Combinatie van E1, I1, N1 en ND
K2 Combinatie van E2 en I2
K5 Combinatie van E5 en I5
K7 Combinatie van E7, I7 en N7
KA Combinatie van K6, E1 en I1
KB Combinatie van K5 en K6
KC Combinatie van I5 en I6
KD Combinatie van E5, I5, K6, E1 en I1
KM Combinatie van EM en IM
Overige certificeringen
SBS Typegoedkeuring American Bureau of Shipping (ABS)
Certificaat:
11-HS771994A-1-PDA
ABS-regels:
Regels voor stalen vaartuigen 2013, 1-1-4/7.7, 1-1-Appendix 3,
4-8-3/1.7, 4-8-3/13.1
SBV Typegoedkeuring Bureau Veritas (BV)
Certificaat:
26325/A2 BV
Vereisten:
Regels van Bureau Veritas voor de classificatie van stalen schepen
Toepassing:
Klassenotaties: AUT-UMS, AUT-CCS, AUT-PORT en AUT-IMS
SDN Typegoedkeuring Det Norske Veritas (DNV)
Certificaat:
A-13246
Beoogd gebruik: Regels van Det Norske Veritas voor classificatie van vaartuigen,
snelle en lichte vaartuigen en offshore-normen van Det Norske
Veritas
Toepassing:
Locatieklassen: Temperatuur: D; luchtvochtigheid: B; trilling: A; EMC: B;
behuizing: B/IP66: A, C/IP66: SST
SLL Typegoedkeuring Lloyds Register (LR)
Certificaat:
11/60002
Toepassing:
Voor gebruik in omgevingscategorie ENV1, ENV2, ENV3 en ENV5.
32
Februari 2015
Snelstartgids
Tabel 4. Procestemperaturen
Maximale
omgevingstemperatuur
T6
T5
T4
T3
T2
T1
T130
+40 °C
+60 °C
+60 °C
+60 °C
+60 °C
+60 °C
+70 °C
Sensorverlenging
Transmitter met lcd-display
0 inch
55 °C
70 °C
95 °C
95 °C
95 °C
95 °C
95 °C
3 inch
55 °C
70 °C
100 °C
100 °C
100 °C
100 °C
100 °C
6 inch
60 °C
70 °C
100 °C
100 °C
100 °C
100 °C
100 °C
9 inch
65 °C
75 °C
110 °C
110 °C
110 °C
110 °C
110 °C
Transmitter zonder lcd-display
0 inch
55 °C
70 °C
100 °C
170 °C
280 °C
440 °C
100 °C
3 inch
55 °C
70 °C
110 °C
190 °C
300 °C
450 °C
110 °C
6 inch
60 °C
70 °C
120 °C
200 °C
300 °C
450 °C
110 °C
9 inch
65 °C
75 °C
130 °C
200 °C
300 °C
450 °C
120 °C
Tabel 5. Entiteitsparameters
Fieldbus/PROFIBUS
HART
HART (verbeterd)
Ui (V)
30
30
30
Ii (mA)
300
200
150 voor Ta ≤ +80 °C
170 voor Ta ≤ +70 °C
190 voor Ta ≤ +60 °C
Pi (W)
1,3 bij T4 (-50 °C ≤ Ta ≤ +60 °C)
0,67 bij T6 (-60 °C ≤ Ta ≤ +40
°C)
0,67 bij T5 (-60 °C ≤ Ta ≤ +50
°C)
1,0 bij T5 (-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C)
1,0 bij T4 (-60 °C ≤ Ta ≤ +80 °C)
0,67 bij T6 (-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C)
0,67 bij T5 (-60 °C ≤ Ta ≤ +50 °C)
0,80 bij T5 (-60 °C ≤ Ta ≤ +40 °C)
0,80 bij T4 (-60 °C ≤ Ta ≤ +80 °C)
Ci (nF)
2,1
10
3,3
Li (mH)
0
0
0
33
Snelstartgids
Februari 2015
Afbeelding 8. EG-verklaring van overeenstemming voor temperatuurtransmitter 644
34
Februari 2015
Snelstartgids
35
Snelstartgids
36
Februari 2015
Februari 2015
Snelstartgids
37
Snelstartgids
38
Februari 2015
Februari 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1016 Rev. M
Wij,
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
VS
verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product
Temperatuurtransmitter van model 644
vervaardigd door
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
VS
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen, welke
staan vermeld in het bijgevoegde schema.
De aanname van de overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van de geharmoniseerde
normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie in de
Europese Gemeenschap, zoals vermeld in het bijgevoegde schema.
Vice President of Global Quality
(functie – in blokletters)
Kelly Klein
10 okt. 2014
(naam – in blokletters)
(datum van uitgifte)
Pagina 1 van 5
Documentrevisie: 23_A
39
Februari 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1016 Rev. M
EMC-richtlijn (2004/108/EG)
Alle modellen
Geharmoniseerde normen: EN 61326-1:2006, EN 61326-2-3: 2006
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Verbeterde temperatuurtransmitters van model 644 voor kop-/veldmontage
(analoge/HART-uitgang)
Baseefa12ATEX0101X – certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G
Ex ia IIC T6…T4 Ga
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0:2012; EN 60079-11:2012
BAS00ATEX3145 – certificaat type n
Apparatuurgroep II, categorie 3 G
Ex nA IIC T5 Gc
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-15: 2010
Baseefa12ATEX0102U – certificaat type n; zonder behuizingsoptie
Apparatuurgroep II, categorie 3 G
Ex nA IIC T6…T5 Gc
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0:2012; EN 60079-15:2010
Oorspronkelijke temperatuurtransmitter van model 644 voor kopmontage
(analoge/HART-uitgang)
Baseefa00ATEX1033X – certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G
Ex ia IIC T6…T4 Ga
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-11: 2012
Pagina 2 van 5
40
Documentrevisie: 23_A
Februari 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1016 Rev. M
BAS00ATEX3145 – certificaat type n
Apparatuurgroep II, categorie 3 G
Ex nA IIC T5 Gc
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-15: 2010
Baseefa13ATEX0093X – certificaat type n; geen behuizingsoptie
Apparatuurgroep II, categorie 3 G
Ex nA IIC T5 Gc
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-15: 2010
Oorspronkelijke temperatuurtransmitter van model 644 voor kopmontage
(Fieldbus-uitgang)
Baseefa03ATEX0499X – certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G
Ex ia IIC T4 Ga
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-11: 2012
Baseefa13ATEX0093X – optie zonder behuizing
Apparatuurgroep II, categorie 3 G
Ex nA IIC T5 Gc
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-15: 2010
Pagina 3 van 5
Documentrevisie: 23_A
41
Februari 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1016 Rev. M
Temperatuurtransmitter van model 644 voor kop-/veldmontage
(alle uitgangsprotocollen)
FMG12ATEX0065X – certificaat drukvastheid
Apparatuurgroep II, categorie 2 G
Ex d IIC T6 Gb
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-1:2007
FMG12ATEX0065X – stofcertificaat
Apparatuurgroep II, categorie 2 D
Ex tb IIIC T130 °C Db
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-31:2009
Temperatuurtransmitters van model 644R voor railmontage
(HART-uitgang)
Baseefa00ATEX1033X – certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G
Ex ia IIC T6…T4 Ga
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-11: 2012
Baseefa13ATEX0093X – optie zonder behuizing
Apparatuurgroep II, categorie 3 G
Ex nA IIC T5 Gc
Geharmoniseerde normen:
EN 60079-0: 2012; EN 60079-15: 2010
Pagina 4 van 5
42
Documentrevisie: 23_A
Februari 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1016 Rev. M
Aangemelde instanties voor onderzoekscertificaten type EG volgens ATEX
FM Approvals Ltd. [nummer aangemelde instantie: 1725]
1 Windsor Dials
Windsor, Berkshire, SL4 1RS
Verenigd Koninkrijk
Baseefa Limited [nummer aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park Staden Lane
SK17 9RZ Buxton
Verenigd Koninkrijk
Aangemelde instantie voor kwaliteitswaarborging volgens ATEX
Baseefa Limited [nummer aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park Staden Lane
SK17 9RZ Buxton
Verenigd Koninkrijk
Pagina 5 van 5
Documentrevisie: 23_A
43
*00825-0206-4728*
Snelstartgids
00825-0211-4728, Rev DB
Februari 2015
Rosemount World Headquarters
Emerson Process Management bv
Emerson Process Management
6021 Innovation Drive
Shakopee, MN 55379, VS
+1 800 999 9307 of +1 952 906 8888
+1 952 949 7001
[email protected]
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
Nederland
(31) 70 413 66 66
(31) 70 390 68 15
[email protected]
www.emersonprocess.nl
Regionaal kantoor Noord-Amerika
Emerson Process Management nv/sa
Emerson Process Management
8200 Market Blvd.
Chanhassen, MN 55317, VS
+1 800 999 9307 of +1 952 906 8888
+1 952 949 7001
[email protected]
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
België
(32) 2 716 7711
(32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
Regionaal kantoor Latijns-Amerika
Emerson Process Management
1300 Concord Terrace, Suite 400
Sunrise, Florida 33323, VS
+1 954 846 5030
+1 954 846 5121
[email protected]
Regionaal kantoor Europa
Emerson Process Management Europe GmbH
Neuhofstrasse 19a P.O. Box 1046
CH 6340 Baar
Zwitserland
+41 (0) 41 768 6111
+41 (0) 41 768 6300
[email protected]
Regionaal kantoor Azië/Pacific
Emerson Process Management Asia Pacific Pte Ltd
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
+65 6777 8211
+65 6777 0947
[email protected]
Regionaal kantoor Midden-Oosten en
Afrika
Emerson Process Management
Emerson FZE P.O. Box 17033,
Jebel Ali Free Zone - South 2
Dubai, Verenigde Arabische Emiraten
+971 4 8118100
+971 4 8865465
[email protected]
De standaard leveringsvoorwaarden vindt u op
www.rosemount.com/terms_of_sale.
AMS en het Emerson-logo zijn gedeponeerde handelsmerken en
dienstmerken van Emerson Electric Co.
Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken
van Rosemount Inc.
Hot Backup is een handelsmerk van Rosemount Inc.
HART is een gedeponeerd handelsmerk van de
HART Communication Foundation.
PROFIBUS is een gedeponeerd handelsmerk van PROFINET International
(PI).
Alle overige merken zijn het eigendom van de respectieve eigenaars.
© 2015 Rosemount Inc. Alle rechten voorbehouden.