Snelstartgids 00825-0111-4088, Rev AC November 2014 Rosemount 4088A MultiVariable™-transmitter met Modbus®-uitgangsprotocol Snelstartgids November 2014 MEDEDELING Deze gids bevat beknopte richtlijnen voor de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter. Er staan geen aanwijzingen in voor diagnostiek, onderhoud, service of probleemoplossing. Raadpleeg de naslaghandleiding van de 4088 MultiVariable-transmitter (publicatienummer 00809-0100-4088) voor verdere instructies. Alle documenten zijn in elektronische vorm verkrijgbaar via www.emersonprocess.com/rosemount. De aanwijzingen en procedures in dit hoofdstuk kunnen speciale voorzorgsmaatregelen vereisen om de veiligheid te garanderen van de personen die de handeling verrichten. Informatie die problemen voor de veiligheid kan opleveren, is voorzien van een waarschuwingssymbool ( ). Lees de onderstaande waarschuwingen voor de veiligheid voordat u een handeling verricht die wordt voorafgegaan door een gevarendriehoek. WAARSCHUWING Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij installatie van deze transmitter in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende plaatselijke, landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden gevolgd. Raadpleeg het gedeelte over goedkeuringen in de naslaghandleiding van de 4088 MultiVariable-transmitter (00809-0100-4088) voor de beperkingen die gelden in verband met veilige installatie. Verifieer voordat u een veld Communicator aansluit in een explosiegevaarlijke atmosfeer dat alle instrumenten in de proceskring zijn geïnstalleerd volgens intrinsiek veilige en niet-vonkende veldbedradingsmethodes. Verwijder bij een explosieveilige/drukvaste installatie de transmitterdeksels niet terwijl er stroom staat op het toestel. Lekkage van het procesmedium kan leiden tot lichamelijk en zelfs dodelijk letsel. Monteer de procesaansluitingen en haal ze aan voordat u druk aanlegt. Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vermijd aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge spanning staan, die elektrische schokken kan veroorzaken. Kabelgoot-/kabelingangen. Tenzij anders vermeld zijn de kabelgoot-/kabelingangen in de transmitterbehuizing voorzien van een 1/2-14 NPT-draad. Ingangen met de aanduiding “M20” zijn voorzien van een M20 x 1,5-schroefdraad. Op instrumenten met meerdere kabelbuisopeningen hebben alle ingangen dezelfde schroefdraad. Gebruik alleen pluggen, adapters, wartels en kabelgoten met een geschikte schroefdraad wanneer u deze openingen afsluit. Gebruik bij installatie op explosiegevaarlijke locaties in kabel- en kabelgootingangen uitsluitend pluggen, adapters en wartels met de juiste vermelding of met de certificering Ex. Inhoud Stappen voor snelle installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .pagina 3 Monteer de transmitter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .pagina 4 Overweeg of de behuizing gedraaid moet worden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .pagina 9 Stel de schakelaars in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 10 Bedraden en inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 11 Controleer instrumentconfiguratie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 16 Trim de transmitter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 19 Productcertificeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . pagina 21 2 November 2014 Snelstartgids Stappen voor snelle installatie Begin > Monteer de transmitter Overweeg of de behuizing gedraaid moet worden Stel de schakelaars in Bedraden en inschakelen Controleer instrumentconfiguratie Trim de transmitter > Einde 3 November 2014 Snelstartgids Stap 1: Monteer de transmitter Toepassingen voor vloeistofmetingen 1. Breng tappunten aan in de zijkant van de leiding. 2. Monteer naast of onder de tappunten. 3. Monteer de transmitter met de aftap-/ontluchtingskranen omhoog. STROOMRICHTING Toepassingen voor gasmetingen 1. Breng tappunten aan in de boven- of zijkant van de leiding. 2. Monteer naast of boven de tappunten. STROOMRICHTING STROOMRICHTING Toepassingen voor stoommetingen 1. Breng tappunten aan in de zijkant van de leiding. 2. Monteer naast of onder de tappunten. 3. Vul de impulsleidingen met water. 4 STROOMRICHTING Snelstartgids November 2014 Montagebeugels Coplanar-flens Paneelmontage Buismontage Traditionele flens Paneelmontage Buismontage Inline Paneelmontage Buismontage Overwegingen m.b.t. boutbevestiging Als voor de installatie van de transmitter de montage van een procesflens, verdeelstuk of flensadapters vereist is, dient u met het oog op optimale prestatiekenmerken van de transmitter deze montagerichtlijnen te volgen om een goede afdichting te waarborgen. Gebruik uitsluitend de bij de transmitter geleverde bouten of bouten die door Emerson Process Management als reserveonderdeel worden verkocht. In Afbeelding 1 worden veel gebruikte transmitterconstructies geïllustreerd met de vereiste boutlengte voor een correcte montage van de transmitter. 5 November 2014 Snelstartgids Afbeelding 1. Veelgebruikte transmitterconstructies B A 4 x 44 mm (1,75 inch) 4 x 73 mm (2,88 inch) D C 4 x 57 mm (2,25 inch) 4 x 44 mm (1,75 inch) 4 x 38 mm (1,50 inch) 4 x 44 mm (1,75 inch) A. Transmitter met coplanar-flens B. Transmitter met coplanar-flens en optionele flensadapters C. Transmitter met traditionele flens en optionele flensadapters D. Transmitter met coplanar-flens en optioneel conventioneel kranenblok en flensadapters van Rosemount Opmerking Neem voor informatie over andere kranenblokken contact op met uw plaatselijke vertegenwoordiger van Emerson Process Management. Gewoonlijk worden bouten van koolstofstaal of roestvast staal gebruikt. Controleer het materiaal door naar de markeringen op de boutkop te kijken en deze te vergelijken met Afbeelding 2. Als het boutmateriaal niet is aangegeven in Afbeelding 2, kunt u zich voor nadere inlichtingen wenden tot de plaatselijke vertegenwoordiger van Emerson Process Management. Gebruik de volgende procedure voor het installeren van de bouten: 1. Bouten van koolstofstaal hebben geen smering nodig en op bouten van roestvast staal is een laagje smeermiddel aangebracht om de installatie te vergemakkelijken. Bij geen van beide bouttypen mag voor het aanbrengen extra smeermiddel worden aangebracht. 2. Draai de bouten handvast aan. 3. Haal de bouten kruislings aan tot de initiële momentwaarde. Zie Afbeelding 2 voor de initiële momentwaarde. 6 Snelstartgids November 2014 4. Haal de bouten volgens hetzelfde kruispatroon aan tot de definitieve momentwaarde. Zie Afbeelding 2 voor de definitieve momentwaarde. 5. Controleer of de flensbouten uit de sensormodule steken voordat u er druk op zet (zie Afbeelding 3). Afbeelding 2. Momentwaarden voor flens- en flensadapterbouten Boutmateriaal Kopmarkeringen B7M Koolstofstaal (CS) 316 B8M 316 R STM 316 316 Roestvast staal (SST) SW 316 Initiële momentwaarde Definitieve momentwaarde 34 Nm (300 lb.-in.) 73,5 Nm (650 lb.-in.) 17 Nm (150 lb.-in.) 34 Nm (300 lb.-in.) Afbeelding 3. Correcte boutinstallatie A B A. Bout B. Sensormodule 7 November 2014 Snelstartgids O-ringen bij flensadapters WAARSCHUWING Als er verkeerde O-ringen op de flensadapters worden aangebracht, kan lekkage van procesmedium ontstaan, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel als gevolg. Gebruik uitsluitend de O-ring die bestemd is voor de specifieke flensadapter. A B C D A. Flensadapter B. O-ring C. PTFE-profiel is vierkant D. Elastomeer-profiel is rond Inspecteer de O-ringen altijd visueel als de flens of adapters worden verwijderd. Vervang de O-ringen als er tekenen van schade zijn, bijvoorbeeld inkepingen of kerven. Haal bij vervanging van O-ringen de flensbouten en uitlijningsschroeven na de installatie opnieuw tot het juiste moment aan ter compensatie van verschuivingen doordat de O-ringen nog geheel in de groeven moeten vallen. Montagerichting inline-druktransmitter De drukpoort (ref. atmosferische druk) voor de lage kant op de inline-druktransmitter bevindt zich onder het label op de hals van de sensormodule. (Zie Afbeelding 4.) Houd het ontluchtingstraject vrij van alle obstructies (inclusief maar niet beperkt tot verf, stof en smeermiddel) door de transmitter zo te monteren dat de verontreiniging kan ontsnappen. Afbeelding 4. Inline-druktransmitter A A. Drukpoort lage kant (onder label op hals) 8 Snelstartgids November 2014 Stap 2: Overweeg of de behuizing gedraaid moet worden Om de toegang tot de bedrading te verbeteren of de optionele lcd-display beter af te kunnen lezen: 1. Draai de stelschroef voor het draaien van de behuizing los. 2. Draai de behuizing tot 180° linksom of rechtsom vanuit de oorspronkelijke stand (zoals geleverd). 3. Draai de stelschroef voor het draaien van de behuizing weer vast. Afbeelding 5. Stelschroef transmitterbehuizing A B A. Lcd-display B. Stelschroef voor draaien behuizing (3/32 inch) Opmerking Draai de behuizing niet meer dan 180° zonder eerst te demonteren (raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter [publicatienummer 00809-0100-4088] voor nadere informatie). Door te ver draaien kan de elektrische verbinding tussen de sensormodule en de elektronica worden verbroken. Draai de lcd-display Op transmitters die met lcd-display besteld zijn, is de display al geïnstalleerd. Behalve de draaiing van de behuizing, kan de optionele lcd-display kan worden gedraaid in stappen van 90° door de twee lipjes in te drukken, de display uit te trekken en te draaien, en de lipjes terug op hun plek te laten klikken. Als de lcd-displaypennen per ongeluk van de aansluitkaart zijn losgekomen, dient u de pennen voorzichtig terug te plaatsen voordat u de lcd-display terug op zijn plek drukt. Gebruik de volgende procedure en Afbeelding 6 om de lcd-display te installeren: 1. Als de transmitter in een kring is geïnstalleerd, dan moet u de kring vastzetten en de voeding loskoppelen. 2. Verwijder het transmitterdeksel dat zich tegenover de veldaansluitingen bevindt. Verwijder de deksels van het instrument niet in een explosiegevaarlijke omgeving als er spanning op de schakeling staat. 3. Steek de vierpins-connector in de lcd-display en klik hem vast. 4. Installeer het meterdeksel en draai dit vast zodat er contact is van metaal op metaal. 9 November 2014 Snelstartgids Afbeelding 6. Optionele LCD-display A B A. Lcd-display B. Meterdeksel Stap 3: Stel de schakelaars in De standaardconfiguratie van de transmitter voor de afsluitweerstand is de stand uit. De standaardconfiguratie van de transmitter voor de beveiligingsschakelaar is de stand uit. 1. Als de transmitter is geïnstalleerd, vergrendel dan de bus en schakel de voeding uit. 2. Verwijder het behuizingsdeksel tegenover de kant met de veldaansluitklemmen. Verwijder het behuizingsdeksel niet in een explosiegevaarlijke omgeving. 3. Schuif de beveiligings- en netspanningsafsluitschakelaar met een kleine schroevendraaier naar de gewenste stand. De beveiligingsschakelaar moet op uit staan om configuratiewijzigingen te kunnen verrichten. 4. Installeer het behuizingsdeksel en zet het zo vast dat het overal metaal-op-metaal-contact maakt met de behuizing, om te voldoen aan de vereisten voor explosieveiligheid. Afbeelding 7. Configuratie transmitterschakelaar A A. Beveiliging B. AC-afsluiting 10 B November 2014 Snelstartgids Stap 4: Bedraden en inschakelen Volg de onderstaande stappen voor het bedraden van de transmitter: 1. Verwijder het deksel van de kant van de behuizing met de veldaansluitklemmen. 2. Configuratie bij gebruik van optionele procestemperatuuringang. a. Volg procedure “Installeer de optionele procestemperatuuringang (Pt 100 RTD-sensor)” op pagina 15 als u de optionele procestemperatuuringang gebruikt. b. Als er geen optionele temperatuuringang is, sluit u de ongebruikte kabelopening en dicht u deze af. 3. Sluit de transmitter aan op de RS-485-bus zoals in Afbeelding 8. a. Sluit draad A aan op aansluitklem “A”. b. Sluit draad B aan op aansluitklem “B”. 4. Sluit de positieve draad van de voeding aan op aansluitklem “PWR +”, en de negatieve draad op aansluitklem “PWR —”. Opmerking Op de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter wordt RS-485 Modbus gebruikt met 8 databits, een stopbit en geen pariteit. De standaard baudsnelheid is 9600. Opmerking Voor de bedrading van de RS-485-bus moet een kabel met getwiste aders worden gebruikt. Voor kabellengten tot 305 m (1000 ft.) moet de koperdoorsnede ten minste AWG 22 zijn. Voor kabellengten van 305 tot 1219 m (1000 tot 4000 ft.) moet de koperdoorsnede ten minste AWG 20 zijn. De koperdoorsnede mag niet groter zijn dan AWG 16. MEDEDELING Als de meegeleverde draadplug wordt gebruikt in de kabelopening, moet deze ten minste vijf wikkelingen van de schroefdraad worden ingeschroefd om te voldoen aan de vereisten voor explosieveiligheid. Raadpleeg de naslaghandleiding van Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter (publicatienummer 00809-0100-4088) voor verdere instructies. 5. Installeer het behuizingsdeksel en zet het zo vast dat het goed contact maakt met de behuizing, met metaal op metaal, zodat aan de vereisten voor explosieveiligheid wordt voldaan. Opmerking Installatie van de aansluitklemmen met overspanningsbeveiliging biedt uitsluitend overspanningsbeveiliging als de transmitterbehuizing correct is geaard. 11 November 2014 Snelstartgids Afbeelding 8. Transmitterbedrading voor RS-485-bus D C B A A D E A. RS-485 (A) B. RS-485 (B) C. RS-485-bus, getwist paar vereist D. Busafsluiting: AC-afsluiting op 4088 (zie “Stel de schakelaars in” op pagina 10) of 120 Ω weerstand E. Door gebruiker aangeschafte voeding Aarding Aarding van signaalbedrading Laat de signaalbedrading niet samen met elektrische bedrading door een kabelbuis of open kabelgoot of in de buurt van zware elektrische apparatuur lopen. Aard de afscherming van de signaalbedrading op een willekeurig punt in de signaalkring. Als aardingspunt wordt de negatieve aansluitklem van de voeding aanbevolen. Het instrument moet goed worden geaard op massa of aarde volgens de plaatselijke elektriciteitsvoorschriften. Transmitterhuis Zorg altijd dat het transmitterhuis geaard is volgens nationale en plaatselijke elektriciteitswetgeving. De effectiefste aardingsmethode voor het transmitterhuis is een directe verbinding met de aarde met minimale impedantie (< 1 Ω ). Methoden voor aarding van het transmitterhuis zijn onder andere: Inwendige aardverbinding De inwendige aardverbindingsschroef bevindt zich aan de aansluitkant van de elektronicabehuizing. Deze schroef is te herkennen aan het aardesymbool ( ). 12 Snelstartgids November 2014 Afbeelding 9. Inwendige aardverbinding A A. Aardaansluiting Externe aardaansluiting De externe aardaansluiting bevindt zich aan de buitenzijde van de sensormodulebehuizing. De aansluiting is te herkennen aan het aardesymbool ( ). Een externe aardingsconstructie is te vinden bij de optiecodes in Tabel 1 op pagina 14 en is tevens verkrijgbaar als reserveonderdeel (03151-9060-0001). Afbeelding 10. Externe aardaansluiting A B A. Externe aardaansluiting B. Externe aardingsconstructie 03151-9060-0001 13 November 2014 Snelstartgids Tabel 1. Optiecodes voor externe aardschroefgoedkeuring Optiecode Beschrijving E1 ATEX drukvast I1 ATEX intrinsieke veiligheid N1 ATEX Type n ND ATEX stof K1 ATEX drukvast, intrinsiek veilig, type n, stof (combinatie van E1, I1, N1 en ND) E7 IECEx drukvast, stofontstekingsbestendig N7 IECEx type n K7 IECEx drukvast, stofontstekingsbestendig, intrinsieke veiligheid en type n (combinatie van E7, I7 en N7) KA ATEX en CSA explosieveilig, intrinsiek veilig, divisie 2 (combinatie van E1, E6, I1 en I6) KC FM en ATEX explosieveilig, intrinsiek veilig, divisie 2 (combinatie van E5, E1, I5 en I1) T1 Aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging D4 Externe aardschroef Pieken/overspanning De transmitter doorstaat gevallen van elektrische overspanning van het energieniveau dat zich normaliter voordoet bij statische ontladingen of geïnduceerde schakeloverspanning. Sterke energiepieken zoals die geïnduceerd in bedrading ontstaan door nabije blikseminslag kunnen de transmitter echter beschadigen. Optioneel aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging Het aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging kan als geïnstalleerde optie worden besteld (optiecode T1 in het modelnummer van de transmitter) of als reserveonderdeel om bestaande 4088 MultiVariable-transmitters in het veld achteraf uit te breiden. Voor een complete lijst met reserveonderdeelnummers voor aansluitklemmenblokken met overspanningsbeveiliging raadpleegt u de naslaghandleiding van de Rosemount 4088 MultiVariable (publicatienummer 00809-0100-4088). Een bliksemsymbool op het aansluitklemmenblok geeft aan dat het over een overspanningsbeveiliging beschikt. Opmerking Aarding van het transmitterhuis via de schroefaansluiting van de kabelgoot verschaft soms onvoldoende aarding. Het aansluitklemmen met overspanningsbeveiliging (optiecode T1) verschaft alleen overspanningsbeveiliging als het transmitterhuis correct geaard is. Zie “Trim de transmitter” op pagina 19 om het transmitterhuis te aarden. Leg aardedraden voor overspanningsbeveiliging niet samen met signaalbedrading; de aardedraad kan een zeer hoge stroom voeren als er zich een blikseminslag voordoet. 14 Snelstartgids November 2014 Installeer de optionele procestemperatuuringang (Pt 100 RTD-sensor) Opmerking Om te voldoen aan de certificering ATEX/IECEx drukvast mogen alleen drukvaste ATEX/IECEx-kabels (temperatuuringangscode C30, C32, C33 of C34) worden gebruikt. 1. Monteer de Pt 100 RTD-sensor op de gewenste locatie. Opmerking Gebruik een afgeschermde vieraderige of drieaderige kabel voor de procestemperatuuraansluiting. 2. Sluit de RTD-kabel aan op de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter door de draden van de kabel door de ongebruikte kabelopening op de behuizing te steken en aan te sluiten op de schroeven op het aansluitklemmenblok van de transmitter. Sluit de kabelopening rondom de kabel af met een geschikte kabelwartel. Opmerking Wanneer de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter al op de voeding is aangesloten, moet de voeding worden losgekoppeld voordat de RTD-bedrading wordt aangesloten. Zodoende kan de transmitter het RTD-type tijdens het opstarten detecteren. Zodra de RTD is geïnstalleerd, sluit u de voeding opnieuw aan. Dezelfde procedure moet worden gevolgd wanneer het RTD-type wordt gewijzigd. 3. Sluit de draad van de afscherming van de RTD-kabel aan op de aardaansluiting in de behuizing. Afbeelding 11. Aansluiting van RTD-bedrading voor de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter A A B B C D A. Aardaansluiting B. Rood C D C. Wit D. Pt 100 RTD-sensor Opmerking Controleer of het geïnstalleerde PT-sensortype (3- of 4-draads) overeenkomt met de instrumentinstelling. 15 November 2014 Snelstartgids Stap 5: Controleer instrumentconfiguratie Gebruik RTIS met de Rosemount 4088 DTM of een HART-veldcommunicator met de Rosemount 4088 Device Descriptor voor communicatie met de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter en controle van de configuratie daarvan. Afbeelding 12 toont de draadverbindingen voor voeding van een Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter en communicatie met software op een pc of een handheldveldcommunicator. Transmitterbedrading Afbeelding 12. Configuratie Rosemount 4088 MultiVariable via HART® (lokale) poort Bij configuratie via de lokale HART-poort hoeft de Rosemount 4088 niet van het RS-485-netwerk te worden losgekoppeld. Het instrument moet voor het verrichten van configuratiewijzigingen wel buiten werking worden gesteld of op Handmatig worden gezet. OF OR A B C D A. Software voor communicatie met rosemount-transmitter (RTIS) B. HART-modem C. Handheld-communicator D. Door gebruiker aangeschafte voeding 16 Snelstartgids November 2014 Afbeelding 13. Configuratie Rosemount 4088 MultiVariable via netwerkpoort RS-485 De Rosemount 4088 kan met de Rosemount 3095FB Configuration Software worden geconfigureerd. Bij gebruik van dit verouderde hulpmiddel kunt u alleen de functies gebruiken die beschikbaar waren voor de Rosemount 3095FB. Voor communicatie via de RS-485-bus moet het instrument eerst van het Modbus-netwerk worden losgekoppeld. B C D A D G F E A. B. C. D. RS-485 (A) RS-485 (B) RS-485-bus, getwist paar vereist Busafsluiting: AC-afsluiting op 4088 (zie “Stel de schakelaars in” op pagina 10) of 120 Ω weerstand E. Door gebruiker aangeschafte voeding F. Rosemount 3095FB configuration software G. RS-232/RS-485-converter Opmerking Instrumentconfiguratieprocedures voor RTIS staan vermeld in de naslaghandleiding van de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter (publicatienummer 00809-0100-4088). Deze handleiding bevat tevens een gedetailleerd schema van de Modbus-registers. De basisconfiguratieparameters zijn gemarkeerd met een vinkje (). Als onderdeel van de configuratie- en opstartprocedure moeten op zijn minst deze parameters worden gecontroleerd. Tabel 2. Sneltoetsen Categorie Functie Sneltoetscombinatie Device (instrument) Available Measurements (beschikbare metingen) 1,9,4 Device (instrument) Display 2,2,5 Device (instrument) Sensor Module Temperature (sensormodule-temperatuur) 2,2,4 Device (instrument) Sensor Module Temperature Units (sensormodule-temperatuureenheid) 2,2,4,3 17 November 2014 Snelstartgids Tabel 2. Sneltoetsen (vervolg) Categorie Functie Sneltoetscombinatie Device (instrument) Sensor Module Temperature Upper Alert Limit (bovenste alarmgrens sensormodule-temperatuur) Sensor Module Temperature Lower Alert Limit (onderste alarmgrens sensormodule-temperatuur) 2,2,4,4 2,2,4,5 Device (instrument) Device Address (instrumentadres) 2,2,6,1,1 Device (instrument) Device Status (status instrument) 1,1 Device (instrument) Baud Rate (baudsnelheid) 2,2,6,1,2 Device (instrument) Turnaround Delay (omkeervertraging) 2,2,6,1,3 Device (instrument) Tag (label) 2,2,7,1,1 Device (instrument) Long Tag (lang label) 2,2,7,1,2 Device (instrument) Transmitter S/N (serienummer transmitter) 2,2,7,1,7 Device (instrument) Security Switch (beveiligingsschakelaar) 1,9,5,1 DP Sensor (DP-sensor) DP 2,2,1 DP Sensor (DP-sensor) Calibration (kalibratie) 3,4,1,8 DP Sensor (DP-sensor) DP units (DP-eenheid) 2,2,1,3 DP Sensor (DP-sensor) DP Damping (DP-demping) 2,2,1,4 DP Sensor (DP-sensor) Verification (verificatie) 3,4,1,9 DP Sensor (DP-sensor) Upper Alert Limit (bovenste alarmgrens) Lower Alert Limit (onderste alarmgrens) 2,2,1,6 2,2,1,7 PT Sensor (PT-sensor) Sensor Matching (sensormatching) 2,2,3,8 PT Sensor (PT-sensor) PT 2,2,3 PT Sensor (PT-sensor) Calibration (kalibratie) 3,4,3,8 PT Sensor (PT-sensor) PT Units (PT-eenheid) 2,2,3,3 PT Sensor (PT-sensor) PT Damping (PT-demping) 2,2,3,4 18 Snelstartgids November 2014 Tabel 2. Sneltoetsen (vervolg) Categorie Functie Sneltoetscombinatie PT Sensor (PT-sensor) Sensor Type (sensortype) 2,2,3,5 PT Sensor (PT-sensor) Verification (verificatie) 3,4,3,9 PT Sensor (PT-sensor) Upper Alert Limit (bovenste alarmgrens) Lower Alert Limit (onderste alarmgrens) 2,2,3,6,1 2,2,3,6,2 PT Sensor (PT-sensor) Temp Mode Setup (configuratie temperatuurmodus) 2,2,3,7 SP Sensor (SP-sensor) AP 2,2,2,7 SP Sensor (SP-sensor) SP Units (SP-eenheid) 2,2,2,3 SP Sensor (SP-sensor) GP 2,2,2,6 SP Sensor (SP-sensor) SP Damping (SP-demping) 2,2,2,4 SP Sensor (SP-sensor) Calibration (kalibratie) 3,4,2,8 SP Sensor (SP-sensor) Verification (verificatie) 3,4,2,9 SP Sensor (SP-sensor) Upper Alert Limit (bovenste alarmgrens) Lower Alert Limit (onderste alarmgrens) 2,2,2,6,3 2,2,2,6,4 Stap 6: Trim de transmitter Transmitters worden volledig gekalibreerd geleverd, volgens de gevraagde specificatie of volgens de fabrieksinstelling van een volledige schaal. Gebruik RTIS met de Rosemount 4088 DTM of een HART-veldcommunicator met de Rosemount 4088 Device Descriptor voor communicatie met de Rosemount 4088 MultiVariable-transmitter en om onderhoud uit te voeren. Nulpuntstrim Een nulpuntstrim is een afstelling op een enkel punt om compensatie te bieden voor effecten met betrekking tot de invloed van montagestand en leidingdruk op sensoren voor statische en verschildruk. Zorg bij het uitvoeren van een nulpuntstrim dat de egalisatiekraan open staat en alle natte poten tot het juiste niveau zijn gevuld. Op de transmitter kan een nulafwijking van maximaal 95% van de URL worden getrimd via een onderste trimprocedure. Volg de instructies voor de software van de gebruikersinterface hieronder als de nul-offset minder dan 5% van de URL is. 19 November 2014 Snelstartgids Een nulpuntstrim uitvoeren met de veldcommunicator 1. Blokkeer, egaliseer en ontlucht de transmitter en sluit de veldcommunicator aan (zie Afbeelding 12 op pagina 16 voor meer informatie over het aansluiten van de veldcommunicator). 2. Als het instrument is uitgerust met een statische-druksensor, trimt u de sensor met de volgende sneltoetscombinatie in het menu van de 4088 MultiVariable-transmitter: Sneltoetsen Beschrijving 3,4,2,8 Trimopties statische-druksensor 3. Volg de procedure voor het trimmen van de statische druk. Nulpuntstrim voor verschildruksensoren OF Onderste sensortrim voor absolute-druksensoren Opmerking Als een onderste sensortrim wordt uitgevoerd op een absolute-druksensor, kan de werking van de sensor worden aangetast als er onjuiste kalibratieapparatuur wordt gebruikt. Gebruik een barometer die minimaal drie keer zo nauwkeurig is als de absolute sensor van de 4088 MultiVariable-transmitter. 4. Stel de verschildruksensor in op nul met de volgende sneltoetscombinatie in het menu van de 4088 MultiVariable-transmitter: Sneltoetsen Beschrijving 3,4,1,8,5 Nulpuntstrim verschildruksensor 5. Volg de procedure voor het trimmen van het nulpunt van de DP. 20 November 2014 Snelstartgids Productcertificeringen Certificering normale locaties voor FM De transmitter is volgens de standaardprocedure door FM onderzocht en getest, waarbij is vastgesteld dat het ontwerp voldoet aan de elementaire elektrische, mechanische en brandveiligheidsvereisten. FM is een in de VS nationaal erkend onderzoekslaboratorium (nationally recognized testing laboratory; NRTL) dat is geaccrediteerd door de Amerikaanse Occupational Safety and Health Administration (OSHA). Informatie over Europese richtlijnen Achter in deze snelstartgids vindt u een exemplaar van de EG-verklaring van overeenstemming. De recentste versie van de EG-verklaring van overeenstemming vindt u op www.emersonprocess.com/rosemount. Certificeringen explosiegevaarlijke locaties Certificeringen Noord-Amerika FM-goedkeuringen E5 XP-klasse I, divisie 1, groep B, C, D (Ta = -50 °C tot 85 °C); DIP-klasse II en -klasse III, divisie 1, groep E, F, G (Ta = -50 °C tot 85 °C); klasse I zone 0/1 AEx d IIC T5 of T6 Ga/Gb (Ta = -50 °C tot 80 °C); explosiegevaarlijke locatie; behuizingstype 4X/IP66/IP68; geen kabelinvoerafdichting vereist Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Het instrument bevat een dunwandig scheidingsmembraan. Bij installatie, onderhoud en gebruik moet rekening worden gehouden met de omgevingsomstandigheden waaraan het membraan onderworpen gaat worden. De onderhoudsinstructies van de fabrikant moeten nauwkeurig worden opgevolgd om de veiligheid gedurende de verwachte levensduur te garanderen. 2. Neem in geval van reparaties contact op met de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste verbinding. 3. De te gebruiken kabel, wartels en pluggen moeten geschikt zijn voor een temperatuur die 5 °C hoger is dan de maximale voorgeschreven temperatuur op de locatie van de installatie. 4. De temperatuurklasse, het omgevingstemperatuurbereik en het procestemperatuurbereik van de apparatuur zijn als volgt: T4 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 80 °C met T proces = -50 °C tot 120 °C T5 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 80 °C met T proces = -50 °C tot 80 °C T6 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 65 °C met T proces = -50 °C tot 65 °C 21 Snelstartgids November 2014 I5 Intrinsieke veiligheidsklasse I, divisie 1, groepen C, D; klasse II, groep E, F, G; klasse III; klasse I zone 0 AEx ia IIB T4; niet-vonkende klasse I, div 2, groep A, B, C, D; T4(-50 °C ≤ Ta ≤ 70 °C); wanneer aangesloten volgens Rosemount-tekening 04088-1206; type 4X Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. De maximaal toegestane omgevingstemperatuur van de druktransmitter van model 4088 is 70 °C. Om de effecten van procestemperatuur en andere thermische effecten te vermijden, moet ervoor worden gezorgd dat de omgevingstemperatuur en de temperatuur in het transmitterhuis nooit hoger is dan 70 °C. 2. De behuizing kan aluminium bevatten en wordt geacht bij stoten of wrijving ontstekingsgevaar op te leveren. Voorkom stoten en wrijving tijdens installatie en gebruik. 3. De transmitters van model 4088 die uitgerust zijn met overspanningsbeveiliging kunnen de 500V-test niet doorstaan. Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden. Canadian Standards Association (CSA) Alle door CSA voor explosiegevaarlijke locaties goedgekeurde transmitters zijn gecertificeerd als dubbel afgedicht conform ANSI/ISA 12.27.01-2003. E6 Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D; stofontstekingsveilig voor klasse II en klasse III, divisie 1, groep E, F en G; geschikt voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D, en CSA-behuizingstype 4X; geen kabelinvoerafdichting vereist. I6 Intrinsiek veilig voor klasse I, divisie 1, groep C en D, T3C, klasse I, zone 0, Ex ia IIb, T4; wanneer aangesloten volgens Rosemount-tekening 04088-1207; behuizingstype 4X Europese certificeringen ND ATEX stof Certificaatnr.: FM12ATEX0030X II 2D Ex tb IIIC T95 °C Db (-20 °C Ta 85 °C) Vmax = 30 V IP66 1180 Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Er moeten kabelingangen worden gebruikt die de beschermingsgraad van de behuizing op ten minste IP66 houden. 2. Ongebruikte kabelingangen moeten worden afgesloten met geschikte afdichtpluggen die de beschermingsgraad van de behuizing op ten minste IP66 houden. 3. Kabelingangen en afdichtpluggen moeten geschikt zijn voor het omgevingstemperatuurbereik van de apparatuur en een 7J-slagproef kunnen doorstaan. 22 November 2014 Snelstartgids E1 ATEX drukvast Certificaatnr.: FM12ATEX0030X Ex d IIC T5 or T6 Ga/Gb T5 (-50 °C ≤ Tomg ≤ 80 °C) T6 (-50 °C ≤ Tomg ≤ 65 °C) Vmax = 30 V 1180 Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Het instrument bevat een dunwandig scheidingsmembraan. Bij installatie, onderhoud en gebruik moet rekening worden gehouden met de omgevingsomstandigheden waaraan het membraan onderworpen gaat worden. De onderhoudsinstructies van de fabrikant moeten nauwkeurig worden opgevolgd om de veiligheid gedurende de verwachte levensduur te garanderen. 2. Neem in geval van reparaties contact op met de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste verbinding. 3. De te gebruiken kabel, wartels en pluggen moeten geschikt zijn voor een temperatuur die 5 °C hoger is dan de maximale voorgeschreven temperatuur op de locatie van de installatie. 4. De temperatuurklasse, het omgevingstemperatuurbereik en het procestemperatuurbereik van de apparatuur zijn als volgt: T4 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 80 °C met T proces = -50 °C tot 120 °C T5 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 80 °C met T proces = -50 °C tot 80 °C T6 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 65 °C met T proces = -50 °C tot 65 °C E7 IECEx drukvast Certificaatnr.: IECEx FMG 13.0024X Ex d IIC T5 or T6 Ga/Gb T5 (-50 °C ≤ Tomg ≤ 80 °C) T6 (-50 °C ≤ Tomg ≤ 65 °C) Vmax = 30 V Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X): 1. Het instrument bevat een dunwandig scheidingsmembraan. Bij installatie, onderhoud en gebruik moet rekening worden gehouden met de omgevingsomstandigheden waaraan het membraan onderworpen gaat worden. De onderhoudsinstructies van de fabrikant moeten nauwkeurig worden opgevolgd om de veiligheid gedurende de verwachte levensduur te garanderen. 2. Neem in geval van reparaties contact op met de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste verbinding. 3. De te gebruiken kabel, wartels en pluggen moeten geschikt zijn voor een temperatuur die 5 °C hoger is dan de maximale voorgeschreven temperatuur op de locatie van de installatie. 4. De temperatuurklasse, het omgevingstemperatuurbereik en het procestemperatuurbereik van de apparatuur zijn als volgt: T4 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 80 °C met T proces = -50 °C tot 120 °C T5 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 80 °C met T proces = -50 °C tot 80 °C T6 voor -50 °C ≤ Ta ≤ 65 °C met T proces = -50 °C tot 65 °C 23 Snelstartgids November 2014 Combinaties van certificeringen Er wordt een roestvaststalen certificeringsplaatje meegeleverd als optionele goedkeuring is opgegeven. Nadat een instrument waarop meerdere goedkeuringstypes zijn vermeld geïnstalleerd is, mag het niet opnieuw worden geïnstalleerd met gebruik van andere goedkeuringstypes. Breng een permanente markering aan op het goedkeuringslabel om de gebruikte goedkeuring te onderscheiden van de niet-gebruikte goedkeuringstypes. Opmerking De volgende combinatiecertificeringen zijn in afwachting tot de bovengenoemde certificeringen zijn ontvangen. K1 Combinatie van E1, I1, N1 en ND K2 Combinatie van E2 en I2 K5 Combinatie van E5 en I5 K6 Combinatie van E6 en I6 K7 Combinatie van E7, I7 en N7 KA Combinatie van E1, E6, I1 en I6 KB Combinatie van E5, E6, I5 en I6 KC Combinatie van E5, E1, I5 en I1 KD Combinatie van E5, E6, E1, I5, I6 en I1 24 November 2014 Snelstartgids 25 Snelstartgids 26 November 2014 November 2014 Snelstartgids 27 Snelstartgids 28 November 2014 Snelstartgids November 2014 EG-verklaring van overeenstemming Nr.: RMD 1097 Rev. D Wij, Rosemount Inc. 8200 Market Boulevard Chanhassen, MN 55317-9685 VS verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product Druktransmitters van model 4088 vervaardigd door Rosemount Inc. 8200 Market Boulevard Chanhassen, MN 55317-9685 VS waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen, welke staan vermeld in het bijgevoegde schema. De aanname van de overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van de geharmoniseerde normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie in de Europese Gemeenschap, zoals vermeld in het bijgevoegde schema. Vice President of Global Quality (functie – in blokletters) Kelly Klein 10 oktober 2014 (naam – in blokletters) (datum van uitgifte) Pagina 1 van 4 Documentrevisie: 2013_A 29 November 2014 Snelstartgids EG-verklaring van overeenstemming Nr.: RMD 1097 Rev. D EMC-richtlijn (2004/108/EG) Alle modellen Geharmoniseerde normen: EN 61326-1:2006, EN 61326-2-3:2006 Richtlijn Drukapparatuur (97/23/EG) Druktransmitters van model 4088 Druktransmitters van model 4088 met verschildrukbereik A, 2, 3, 4 en 5; statisch drukbereik 4 en 5 (tevens met optie P0 en P9) Beoordelingscertificaat kwaliteitssysteem – EG-certificaat nr. 59552-2009-CE-HOU-DNV Overeenstemmingsbeoordeling module H Evaluatienormen: ANSI / ISA 61010-1:2004, IEC 60770-1:1999 Alle overige druktransmitters van model 4088 Goed vakmanschap Pagina 2 van 4 30 Documentrevisie: 2013_A Snelstartgids November 2014 EG-verklaring van overeenstemming Nr.: RMD 1097 Rev. D ATEX-richtlijn (94/9/EG) Druktransmitters van model 4088 FM12ATEX0030X – certificaat drukvastheid Apparatuurgroep II, categorie 1/2 G Ex d IIC T6…T4 Ga/Gb Geharmoniseerde normen: EN 60079-1:2007, EN 60079-26:2007 Overige toegepaste normen: EN 60079-0:2012 FM12ATEX0030X – stofcertificaat Apparatuurgroep II, categorie 2 D Ex tb IIIC T95 °C Db Geharmoniseerde normen: EN 60079-31:2009 Overige toegepaste normen: EN 60079-0:2012 Baseefa13ATEX0221X – certificaat intrinsieke veiligheid Apparatuurgroep II, categorie 1 G Ex ia IIB T4 Ga Geharmoniseerde normen: EN 60079-11:2012 Overige toegepaste normen: EN 60079-0:2012 Baseefa13ATEX0222X – certificaat type n Apparatuurgroep II, categorie 3 G Ex nA IIC T4 Gc Geharmoniseerde normen: EN 60079-15:2010 Overige toegepaste normen: EN 60079-0:2012 Pagina 3 van 4 Documentrevisie: 2013_A 31 November 2014 Snelstartgids EG-verklaring van overeenstemming Nr.: RMD 1097 Rev. D Aangemelde instantie Richtlijn Drukapparatuur Det Norske Veritas (DNV) [nummer aangemelde instantie: 0575] Veritasveien 1, N-1322 Hovik, Noorwegen Aangemelde instantie volgens ATEX voor onderzoekscertificaat, type EG FM Approvals Ltd. [nummer aangemelde instantie: 1725] 1 Windsor Dials Windsor, Berkshire, SL4 1RS Verenigd Koninkrijk Baseefa [nr. aangemelde instantie: 1180] Rockhead Business Park, Staden Lane Buxton, Derbyshire SK17 9RZ Verenigd Koninkrijk Aangemelde instantie voor kwaliteitsborging volgens ATEX Baseefa [nr. aangemelde instantie: 1180] Rockhead Business Park, Staden Lane Buxton, Derbyshire SK17 9RZ Verenigd Koninkrijk Pagina 4 van 4 32 Documentrevisie: 2013_A November 2014 Snelstartgids 33 *00825-0106-4088* Snelstartgids 00825-0111-4088, Rev AC November 2014 Rosemount Inc. Emerson Process Management bv Emerson Process Management Asia Pacific Private Limited Emerson Process Management nv/sa 8200 Market Boulevard Chanhassen, MN 55317, VS T (VS) (800) 999-9307 T (andere landen) (952) 906-8888 F (952) 906-8889 1 Pandan Crescent Singapore 128461 T (65) 6777 8211 F (65) 6777 0947/65 6777 0743 Postbus 212 2280 AE Rijswijk Nederland T (31) 70 413 66 66 F (31) 70 390 68 15 E [email protected] www.emersonprocess.nl De Kleetlaan, 4 B-1831 Diegem België T (32) 2 716 7711 F (32) 2 725 83 00 www.emersonprocess.be Emerson Process Management GmbH & Co. OHG Argelsrieder Feld 3 82234 Wessling, Duitsland T 49 (8153) 9390 F 49 (8153) 939172 Beijing Rosemount Far East Instrument Co., Limited No. 6 North Street, Hepingli, Dong Cheng District Peking 100013, China T (86) (10) 6428 2233 F (86) (10) 6422 8586 © 2014 Rosemount, Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom van de merkhouder. Het Emerson-logo is een handelsmerk en dienstmerk van Emerson Electric Co. Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Rosemount Inc. Modbus is een gedeponeerd handelsmerk van de Modbus Organization, Inc.
© Copyright 2026 Paperzz