Nederlands (Dutch)

Snelstartgids
00825-0111-4108, Rev. BA
Augustus 2015
Rosemount®-druktransmitter 2088, 2090F
en 2090P
met 4-20 mA HART® en 1-5 V d.c. laagvermogen
HART-protocol (revisie 5 en 7)
Snelstartgids
Augustus 2015
MEDEDELING
Deze gids bevat elementaire richtlijnen voor Rosemount 2088-, 2090F- en 2090P-transmitters.
De gids bevat geen instructies voor configuratie, diagnose, onderhoud, reparatie of
probleemoplossing of voor explosieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.) installaties.
Raadpleeg de naslaghandleiding van de Rosemount 2088 (documentnummer
00809-0100-4108) voor meer informatie. Deze handleiding is tevens in elektronische vorm
beschikbaar op www.emersonprocess.com/rosemount.
WAARSCHUWING
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Bij installatie van deze transmitters in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende
plaatselijke, landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden gevolgd.
Raadpleeg het gedeelte over goedkeuringen in de naslaghandleiding van de Rosemount 2088
voor bepalingen in verband met veilige installatie.
 Zorg voordat u een op HART gebaseerde communicator aansluit in een explosiegevaarlijke
atmosfeer dat alle instrumenten in de kring zijn geïnstalleerd volgens intrinsiek veilige of
niet-vonkende veldbedradingsmethoden.
 Verwijder bij een explosieveilige/drukvaste installatie de transmitterdeksels niet terwijl er
stroom staat op het instrument.
Proceslekken kunnen leiden tot lichamelijk en zelfs dodelijk letsel.
Om proceslekken te voorkomen mag u alleen de O-ring gebruiken die speciaal is ontworpen
om af te dichten in combinatie met de bijbehorende flensadapter.

Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Voorkom aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge
spanning staan, die elektrische schokken kan veroorzaken.

Kabelbuis-/kabelingangen
Tenzij anders vermeld, zijn de kabelbuis-/kabelingangen in de transmitterbehuizing voorzien
van een 1/2-14 NPT-draad. Gebruik alleen pluggen, adapters, wartels en kabelbuizen met een
geschikte schroefdraad wanneer u deze openingen afsluit.

Inhoud
Gereedheid van het systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Monteer de transmitter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Stel de schakelaars in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Sluit de bedrading aan en schakel het apparaat in . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Controleer de transmitterconfiguratie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Trim de transmitter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Productcertificeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
2
Augustus 2015
Snelstartgids
Gereedheid van het systeem
Controleer of het systeem geschikt is voor de HART-revisie


Controleer als u een op HART gebaseerd systeem voor besturing of
middelenbeheer gebruikt, eerst of deze systemen met HART kunnen worden
gebruikt voordat u de transmitter installeert. Niet alle systemen kunnen
communiceren volgens het protocol van HART-revisie 7. Deze transmitter kan
worden geconfigureerd voor HART-revisie 5 of 7.
Zie pagina 16 voor instructies over het wijzigen van de HART-revisie op de
transmitter.
Controleer of de device driver juist is


Controleer of de meest recente device driver (DD/DTM) is geïnstalleerd op uw
systemen om een goede communicatie te verzekeren.
U kunt de meest recente device driver-bestanden downloaden van
www.emersonprocess.com of www.hartcomm.org.
Opmerking
Op de 2088-, 2090F- en 2090P-transmitters worden instrumentrevisies en device drivers voor de
2088 gebruikt.
1. U kunt de meest recente DD downloaden van www.emersonprocess.com of
www.hartcomm.org.
2. Selecteer in het vervolgkeuzemenu Browse by Member (bladeren op lid) de
optie Emerson™ Process Management.
3. Selecteer het gewenste product.
a. Zie in Tabel 1 de kolom Zoek device driver-bestanden om de juiste device
driver te vinden.
3
Augustus 2015
Snelstartgids
Tabel 1. Instrumentrevisies en bestanden Rosemount 2088
Identificeer instrument
Datum
softwarerelease
NAMURsoftwarerevisie(1)
HARTsoftwarerevisie(2)
Januari
2013
1.0.0
01
Januari
1998
N.v.t.
178
Zoek device
driver-bestanden
Universele
HARTrevisie
Instrumentrevisie(2)
7
10
5
9
5
3
Lees
instructies
Controleer
functionaliteit
Documentnummer
handleiding
Veranderingen in
de software(3)
AA
Zie noot 3 voor
een overzicht van
de wijzigingen.
N.v.t.
N.v.t.
1. De NAMUR-softwarerevisie staat vermeld op het hardwarelabel van het instrument. De HART-softwarerevisie
kan worden afgelezen met een voor HART geschikt configuratie-instrument.
2. De bestandsnaam van de device driver bevat de instrument- en DD-revisie, bijv. 10_01. Het HART-protocol is
zo ontworpen dat ook oudere revisies van de device driver kunnen communiceren met nieuwe
HART-apparatuur. Om gebruik te kunnen maken van nieuwe functies, moet u de nieuwe device driver
downloaden. Voor complete functionaliteit wordt aangeraden om nieuwe device driver-bestanden te
downloaden.
3. HART-revisie 5 and 7 selecteerbaar, lokale bediening, geschaalde variabele, configureerbare alarmen, meer
technische eenheden.
Stap 1: Monteer de transmitter
Rosemount 2088
Monteer de transmitter direct op de impulsleiding zonder een extra
montagebeugel te gebruiken, of direct aan een wand, paneel of een buis van
twee inch, met behulp van een optionele montagebeugel.
Rosemount 2090P
Monteer direct op de procesleiding met behulp van het al aanwezige inlasstuk of
laat een gekwalificeerde lasser een nieuw inlasstuk installeren met gebruik van
een TIG-lasapparaat. Raadpleeg de naslaghandleiding voor uitvoerige
lasinstructies (documentnummer 00809-0100-4690). Foutieve installatie kan
vervorming van de lasnaad tot gevolg hebben. Montage rechtop of in horizontale
positie wordt aanbevolen voor goede drainage via de afvoeropening.
Rosemount 2090F
Monteer direct op de procesleiding met behulp van een standaard hygiënische
fitting (een Tri-Clamp-aansluiting van 1,5 of 2 inch). Montage rechtop of in
horizontale positie wordt aanbevolen voor goede drainage via de afvoeropening.
4
Snelstartgids
Augustus 2015
Afbeelding 1. Directe montage van de transmitter
Zet de momentsleutel niet rechtstreeks op de
elektronicabehuizing. Draai alleen de zeskantige
procesaansluiting aan, om schade te voorkomen.
2088
2090P
1,5
1.5inch
in.
1,0
1.0inch
in.
B
B
A
2090F
D
C
1
A. /2-14 vrouwelijke NPT-procesaansluiting
B. Wand van het vat
C. Lasnaad
E
D. O-ring
E. Tri-Clamp-aansluiting van 1 1/2 of 2 inch
Afbeelding 2. Paneel- en buismontage
Paneelmontage
Buismontage
5
Snelstartgids
Augustus 2015
Toepassingen voor vloeistofmetingen
1. Breng tappunten aan in de zijkant van de
leiding.
2. Monteer naast of onder de tappunten.
3. Monteer de transmitter zo, dat de
aftap-/ontluchtingskranen naar boven
gericht staan.
Toepassingen voor gasmetingen
1. Breng tappunten aan in de boven- of
zijkant van de leiding.
2. Monteer op dezelfde hoogte als de
tappunten of hoger.
Toepassingen voor stoommetingen
1. Breng tappunten aan in de zijkant van de
leiding.
2. Monteer naast of onder de tappunten.
3. Vul de impulsleidingen met water.
Montagerichting verschildruktransmitter
De drukpoort aan de lage kant (ref. atmosferische druk) op de
inline-verschildruktransmitter bevindt zich in de hals van de transmitter,
achterop de behuizing. Het ontluchtingstraject ligt 360° rond de transmitter
tussen de behuizing en de sensor. (Zie Afbeelding 3.)
LET OP
Houd het ontluchtingstraject vrij van alle obstructies (inclusief maar niet beperkt tot verf, stof
en smeermiddel) door de transmitter zo te monteren dat de verontreiniging kan ontsnappen.
6
Snelstartgids
Augustus 2015
Afbeelding 3. Drukpoort aan lage kant druktransmitter
A
A. Drukpoort aan lage kant (ref. atmosferische druk)
Stap 2: Stel de schakelaars in
Stel vóór installatie de configuratie van de alarm- en beveiligingsschakelaar in
zoals afgebeeld in Afbeelding 4.

Met de alarmschakelaar stelt u het analoge uitgangsalarm in op hoog of laag.
De standaard alarminstelling is hoog.

Met de beveiligingsschakelaar staat u toe ( ) of voorkomt u ( ) dat
configuratie van de transmitter plaatsvindt. De standaardinstelling is uit ( ).
Volg de onderstaande procedure voor het wijzigen van de configuratie van de
schakelaars:
1. Beveilig na installatie van de transmitter de kring en sluit de spanning af.
2. Verwijder het behuizingsdeksel dat zich tegenover de veldaansluitingen
bevindt. Verwijder de deksels van het instrument niet in een
explosiegevaarlijke omgeving als er spanning op het circuit staat.
3. Schuif de beveiligings- en alarmschakelaars met een kleine schroevendraaier in
de gewenste stand.
4. Bevestig het transmitterdeksel weer. Het deksel moet volledig sluiten om aan
de vereisten voor explosieveiligheid te voldoen.
7
Augustus 2015
Snelstartgids
Afbeelding 4. Transmitterprintkaart
Zonder lcd-display
Met lcd/LOI
A
B
A. Alarm
B. Beveiliging
Stap 3: Sluit de bedrading aan en schakel het
apparaat in
Gebruik voor een optimaal resultaat afgeschermde kabel met getwiste aders.
Gebruik draadmaat 24 AWG of groter met een lengte van maximaal 1500 meter
(5000 feet). Rol - indien nodig de bekabeling op. Leg de opgerolde kabel zodanig
dat deze lager dan de kabelwartels en de behuizing van de transmitter komt te
liggen.
Afbeelding 5. Bedrading van de transmitter (4-20 mA HART)
A
B
A. Gelijkspanningsvoeding
B. RL 250 (alleen vereist voor HART-communicatie)
8
Snelstartgids
Augustus 2015
Afbeelding 6. Bedrading van de transmitter (1-5 V d.c. laagvermogen)
B
A
C
A. Voeding
B. Spanningsmeter
C. Veldaansluitingen
LET OP



Installatie van de aansluitklemmen met overspanningsbeveiliging biedt uitsluitend
overspanningsbeveiliging als de behuizing van de transmitter goed is geaard.
Laat de signaalbedrading niet samen met de voedingsbedrading door een kabelbuis of open
kabelgoot of in de buurt van zware elektrische apparatuur lopen.
Sluit de onder spanning staande signaalbedrading niet aan op de testaansluitklemmen.
De stroom kan de testdiode in het aansluitklemmenblok beschadigen.
Volg de onderstaande stappen voor bedrading van de transmitter:
1. Verwijder het behuizingsdeksel aan de kant met FIELD TERMINALS.
2. Sluit de draden aan zoals afgebeeld in Afbeelding 5 of Afbeelding 6.
3. Aard de behuizing volgens de plaatselijke voorschriften voor aarding.
4. Zorg voor een goede aardverbinding. Het is belangrijk dat de afscherming van
de instrumentkabel:
 Kort wordt afgeknipt en zo wordt geïsoleerd dat hij de transmitterbehuizing
niet kan raken
 Wordt verbonden met de volgende afscherming als de kabel door een
aansluitkast wordt geleid;
 Met een goed aardpunt aan de voedingszijde wordt verbonden
5. Zie indien overspanningsbeveiliging vereist is het onderdeel Aarding voor
aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging voor aanwijzingen over
aarding.
6. Sluit ongebruikte kabelopeningen en dicht ze af.
7. Plaats het behuizingsdeksel terug.
9
Augustus 2015
Snelstartgids
Afbeelding 7. Aarding
D
A
E
DP
C
B
A. Afscherming afknippen en isoleren
B. Afscherming isoleren
C. Massadraad kabelafscherming
verbinden met aarde
D. Intern aardpunt
E. Extern aardpunt
Aarding voor aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging
Op de buitenkant van de elektronicakast en in het aansluitklemmenvak zijn
aardpunten aangebracht. Deze aardpunten worden gebruikt als er
aansluitklemmenblokken voor overspanningsbescherming zijn geïnstalleerd.
Voor het verbinden van het aardpunt op de behuizing met aarde (intern of
extern) wordt gebruik van 18 AWG-draad of groter aanbevolen.
Als de transmitter momenteel nog niet is bedraad voor opstarten en
communicatie volgt u procedure 1—7 van “Sluit de bedrading aan en schakel het
apparaat in” op pagina 8. Als de transmitter naar behoren is bedraad, raadpleegt
u Afbeelding 7 voor interne en externe aardpunten voor
overspanningsbeveiliging.
Stap 4: Controleer de transmitterconfiguratie
Controleer de configuratie met een HART-communicator of met een Local
Operator Interface (LOI, lokale bediening) - optiecode M4. Deze stap bevat
configuratie-instructies voor een veldcommunicator en LOI. Zie de
naslaghandleiding voor de Rosemount 2088 (documentnummer
00809-0100-4108) voor aanwijzingen over configuratie met AMS® Device
Manager.
10
Augustus 2015
Snelstartgids
Controle van de configuratie met een
veldcommunicator
Voor controle van de configuratie moet een Rosemount 2088 DD op de
veldcommunicator geïnstalleerd zijn. De sneltoetsreeks varieert afhankelijk van
de instrument- en DD-revisie. Ga aan de hand van de hieronder beschreven
procedure Tabel voor vaststellen te gebruiken sneltoetsreeks na welke
sneltoetsreeks u moet gebruiken.
Gebruikersinterface veldcommunicator
Tabel voor vaststellen te gebruiken sneltoetsreeks
1. Sluit de veldcommunicator aan op de Rosemount 2088, 2090F of 2090P.
2. Indien het begin-scherm overeenkomt met Afbeelding 8, raadpleeg dan Tabel 2
voor sneltoetsreeksen.
3. Als het begin-scherm overeenkomt met Afbeelding 9:
a. Gebruik de sneltoetsreeks 1,7,2 om de Field-revisie en HART-revisie vast te
stellen.
b. Raadpleeg voor de te gebruiken sneltoetsreeks Tabel 3 en de juiste kolom
aan de hand van uw Field-revisie en HART-revisie.
Opmerking
Emerson beveelt aan om de meest recente DD te installeren, zodat u over alle functies kunt
beschikken. Ga hiervoor naar www.emersonprocess.com of www.hartcomm.org
Afbeelding 8. Traditionele interface
11
Snelstartgids
Augustus 2015
Afbeelding 9. Gebruikersinterface
Opmerking
De basisconfiguratieparameters zijn gemarkeerd met een vinkje (). Als onderdeel van de
configuratie- en startprocedure moeten ten minste deze parameters worden geverifieerd.
12
Augustus 2015
Snelstartgids
Tabel 2. Sneltoets traditionele interface
Functie

1,4,3,2,4
Burst Mode Control (burst-modusregeling)
1,4,3,3,3
Burst Option (burstoptie)
1,4,3,3,4
Calibration (kalibratie)

Damping (demping)
Descriptor (beschrijving)
1,3,4,2
Digital To Analog Trim (4-20 mA Output) (trim digitaal naar analoog
[4-20 mA uitgang])
1,2,3,2,1
Disable Local Span/Zero Adjustment (plaatselijke
meetbreedte/nulpuntsinstelling uitschakelen)
1,4,4,1,7
Loop Test (kringtest)
Lower Range Value (onderste meetgrens)
Lower Sensor Trim (sensor-trim laag)
Message (bericht)
Meter type (metertype)
Number of Requested (aantal aangevraagde)
Output Trim (uitgangstrim)
Percent Range (percentagebereik)
Poll Address (poll-adres)
Range Values (bereikwaarden)
Rerange (bereik anders instellen)
Scaled D/A Trim (4—20 mA) (geschaalde D/A-trim [4-20 mA])
1,4,4,1
1,2,3,1,1
1,2,2
4,1
1,2,3,3,2
1,3,4,3
1,3,6,1
1,4,3,3,2
1,2,3,2
1,1,2
1,4,3,3,1
1,3,3
1,2,3,1
1,2,3,2,2
Self Test (transmitter) (zelftest [transmitter])
1,2,1,1
Sensor Info (sensorinfo)
1,4,4,2
Sensor Trim (Full Trim) (sensor-trim [volledige trim])
1,2,3,3
Sensor Trim Points (sensortrimpunten)
Status (status)
Tag (tag)
Transmitter Security (Write Protect) (transmitterbeveiliging
[schrijfbeveiliging])

1,3,5
1,3,4,1
Keypad Input (toetsenblok-invoer)

1,2,3
Date (datum)
Field Device Info (veldinstrumentinformatie)

Sneltoetsreeks
Analog Output Alarm (alarm analoge uitgang)
Units (Process Variable) (eenheden [procesvariabele])
Upper Range Value (bovenste meetgrens)
1,2,3,3,5
1,2,1,2
1,3,1
1,3,4,4
1,3,2
5,2
Upper Sensor Trim (sensor-trim hoog)
1,2,3,3,3
Zero Trim (nulpuntstrim)
1,2,3,3,1
13
Augustus 2015
Snelstartgids
Opmerking
De basisconfiguratieparameters zijn gemarkeerd met een vinkje (). Als onderdeel van de
configuratie- en startprocedure moeten ten minste deze parameters worden geverifieerd.
Tabel 3. Sneltoetsen gebruikersinterface
Functie
Sneltoetsreeks
Field-revisie
Rev 3
Rev 9
Rev 10
HART-revisie
HART 5
HART 5
HART 7
N.v.t.
2,2,2,5,7
2,2,2,5,7
2,2,1,2
2,2,1,1,5
2,2,1,1,5
2,2,2
2,2,2
2,2,2

Alarm and Saturation Levels (alarm- en
verzadigingsniveaus)

Damping (demping)

Range Values (bereikwaarden)

Tag (tag)
2,2,6,1,1
2,2,7,1,1
2,2,7,1,1

Transfer Function (transferfunctie)
2,2,1,3
2,2,1,1,6
2,2,1,1,6

Units (eenheden)
2,2,1,1
2,2,1,1,4
2,2,1,1,4
Burst Modus (burstmodus)
2,2,4,1
2,2,5,3
2,2,5,3
2,2,3
2,2,4
2,2,4
Date (datum)
2,2,6,1,4
2,2,7,1,3
2,2,7,1,4
Descriptor (beschrijving)
2,2,6,1,5
2,2,7,1,4
2,2,7,1,5
3,4,2
3,4,2
3,4,2
2,2,5,2
2,2,6,3
2,2,6,3
Rerange with Keypad (bereik anders instellen
met toetsenblok)
2,2,2
2,2,2,1
2,2,2,1
Loop Test (kringtest)
3,5,1
3,5,1
3,5,1
Upper Sensor Trim (sensor-trim hoog)
3,4,1,1
3,4,1,1
3,4,1,1
Lower Sensor Trim (sensor-trim laag)
3,4,1,2
3,4,1,2
3,4,1,2
2,2,6,1,5
2,2,7,1,5
2,2,7,1,6
3,3,2
3,3,3
3,3,3
Custom Display Configuration (aangepaste
display-configuratie)
Digital To Analog Trim (trim digitaal naar
analoog) (4-20 mA-uitgang)
Disable Configuration Buttons
(configuratieknoppen uitschakelen)
Message (bericht)
Sensor Temperature/Trend
(sensortemperatuur/trend)
Digital Zero Trim (digitale nulpuntstrim)
14
3,4,1,3
3,4,1,3
3,4,1,3
Password (wachtwoord)
N.v.t.
2,2,6,4
2,2,6,5
Scaled Variable (geschaalde variabele)
N.v.t.
3,2,2
3,2,2
HART revision 5 to HART revision 7 switch
(overschakelen van HART-revisie 5 op
HART-revisie 7)
N.v.t.
2,2,5,2,3
2,2,5,2,3
Long tag (lang label)
N.v.t.
N.v.t.
2,2,7,1,2
Find Device (zoek instrument)
N.v.t.
N.v.t.
3,4,5
Simulate Digital Signal (simulatie digitaal
signaal)
N.v.t.
N.v.t.
3,4,5
Augustus 2015
Snelstartgids
Controle van de configuratie met een Local Operator Interface
(LOI, lokale bediening)
De optionele LOI kan worden gebruikt voor het in bedrijf stellen van het
instrument. De LOI heeft een ontwerp met twee — zowel interne als externe —
knoppen. De interne knoppen bevinden zich op de display van de transmitter en
de externe knoppen onder het metalen naamplaatje bovenop. Druk op een
willekeurige knop om de LOI te activeren. De functies van de LOI-knoppen staan
weergegeven op de onderste hoeken van de display. Zie Tabel 5 en Afbeelding 11
voor de werking van de knoppen en informatie over de menu’s.
Afbeelding 10. Interne en externe knoppen van de LOI
B
A
A. Interne knoppen
B. Externe knoppen
Opmerking
Zie Afbeelding 12 op pagina 18 voor controle van de werking van de externe knoppen.
15
Augustus 2015
Snelstartgids
Tabel 4. Werking van de knoppen op de LOI
Knop
Links
Nee
SCROLLEN
Ja
ENTER
Rechts
Afbeelding 11. LOI-menu
Review all applicable parameters
set in the transmitter (controleer
alle toepasselijke parameters die
op de transmitter zijn ingesteld)
VIEW CONFIG
(configuratie
weergeven)
ZERO TRIM
(nulpuntstrim)
Set Pressure and
Temperature units
(eenheden voor druk
en temperatuur
instellen)
UNITS (eenheden)
RERANGE (bereik
anders instellen)
LOOP TEST (kringtest)
DISPLAY (Display)
Configure
display (display
configureren)
Set the analog output
to test the loop
integrity (analoge
uitgang instellen om de
toestand van de kring
te testen)
EXTENDED MENU
(uitgebreid menu)
EXIT MENU (menu
afsluiten)
SET 4—20 mA Values by Apply
Pressure (4—20 mA-waarden
instellen door druk aan te leggen)
SET 4—20 mA Values by Entering
Values (4-20 mA-waarden instellen
door waarden in te voeren)
Full Calibration (volledige
kalibratie)
Assign PV
Damping (demping)
Transfer Function (transferfunctie)
Assign PV (PV toewijzen)
Scaled Variable (geschaalde
variabele)
HART Revision
Tag (tag)
Alarm and Saturation (alarm en
verzadiging)
Password (wachtwoord)
Simulate (simuleren)
HART Revision (HART-revisie)
Overschakelen naar een andere HART-revisie
Als de HART-communicator niet kan communiceren met
HART-versie 7, laadt de 2088, 2090F of 2090P een generiek menu met beperkte
functies. Met behulp van de volgende procedures wijzigt u vanuit het generieke
menu de instelling voor de HART-revisie:
1. Manual Setup (handmatige instelling) > Device Information
(instrumentinformatie) > Identification (identificatie) > Message (bericht)
a. Om over te schakelen op HART-revisie 5, voert u “HART5” in in het veld
Message (bericht).
b. Om over te schakelen op HART-revisie 7 voert u “HART7” in in het veld
Message (bericht).
16
Snelstartgids
Augustus 2015
Stap 5: Trim de transmitter
De instrumenten worden in de fabriek gekalibreerd. Na installatie wordt
aanbevolen om een nulpuntstrim op de meter en verschildruktransmitters te
verrichten om eventuele fouten vanwege de montagepositie of statische druk te
verhelpen. De nulpuntstrim kan zowel met een veldcommunicator als met de
configuratieknoppen worden uitgevoerd.
Zie de producthandleiding van de Rosemount 2088 (documentnummer
00809-0100-4108) voor aanwijzingen over het gebruik van AMS.
Opmerking
Zorg bij het uitvoeren van een nulpuntstrim dat de egalisatiekraan openstaat en alle natte poten
tot het juiste niveau zijn gevuld.
LET OP
Nulpuntsinstelling op een absolute transmitter wordt afgeraden.
1. Selecteer de trimprocedure.
a. Analoge nulpuntstrim — stel de analoge uitgang in op 4 mA.
 Dit wordt ook wel een “rerange” (bereik anders instellen) genoemd en
stelt de Lower Range Value (LRV, onderste meetgrens) in op een waarde
die gelijk is aan de gemeten druk.
 De display en de digitale HART-uitgang blijven ongewijzigd.
b. Digitale nulpuntstrim — hiermee kalibreert u het nulpunt van de sensor
opnieuw.

Dit heeft geen invloed op de LRV. De drukwaarde is nul (op de display en
de HART-uitgang). Het 4 mA-punt mag geen nul zijn.

Hiervoor moet de in de fabriek gekalibreerde nuldruk binnen 3% van de
URL [0 ± 3% ⫻ URL] liggen.
Voorbeeld
URV = 250 in H2O
Aangelegde nuldruk = + 0,03 ⫻ 250 in H2O = + 7,5 in H2O (vergeleken met
fabrieksinstelling). Waarden buiten dit bereik worden door de transmitter
afgewezen.
Trimmen met een veldcommunicator
1. Sluit de veldcommunicator aan. Zie “Sluit de bedrading aan en schakel het
apparaat in” op pagina 8 voor aanwijzingen.
2. Volg het HART-menu om de gewenste nulpuntstrim uit te voeren.
Tabel 5. Sneltoetsen voor nulpuntstrim
Sneltoetsreeks
Analoog nulpunt (4 mA instellen)
Digitaal nulpunt
3, 4, 2
3, 4, 1, 3
17
Augustus 2015
Snelstartgids
Trimmen met de configuratieknoppen
De nulpuntstrim moet worden verricht met een van de drie mogelijke
combinaties van externe configuratieknoppen onder het naamplaatje bovenop.
Om toegang tot de configuratieknoppen te verkrijgen, draait u de schroef los en
verschuift u het naamplaatje bovenop de transmitter. Controleer de werking aan
de hand van Afbeelding 10.
Afbeelding 12. Externe configuratieknoppen
A
B
C
D
A. Configuratieknoppen
B. LOI
C. Analoog nulpunt en meetbereik
D. Digitaal nulpunt
Gebruik de volgende procedures om een nulpuntstrim uit te voeren:
Verricht het trimmen met de LOI (optie M4)
1. Stel de transmitterdruk in.
2. Zie Afbeelding 10 op pagina 15 voor het bedrijfsmenu.
a. Selecteer Rerange (bereik anders instellen) om een analoge nulpuntstrim
uit te voeren.
b. Selecteer Zero Trim (nulpuntstrim uitvoeren) om een digitale nulpuntstrim
uit te voeren.
Verricht een trim met analoog nulpunt en meetbreedte (optie D4, of
standaard op 2090F en 2090P)
1. Stel de transmitterdruk in.
2. Houd de nulpunt-knop twee seconden ingedrukt om een analoge
nulpuntstrim te verrichten.
Verricht een trim met digitaal nulpunt (optie DZ)
1. Stel de transmitterdruk in.
2. Houd de nulpunt-knop twee seconden ingedrukt om een digitale
nulpuntstrim te verrichten.
18
Augustus 2015
Snelstartgids
Productcertificeringen
Rev 1.1
Goedgekeurde productielocaties
Rosemount Inc. - Chanhassen, Minnesota, VS
Emerson Process Management GmbH & Co. - Wessling, Duitsland
Emerson Process Management Asia Pacific Private Limited - Singapore
Emerson (Beijing)
Instrument Co., Ltd - Beijing, China
Informatie over Europese richtlijnen
Achter in deze snelstartgids vindt u een exemplaar van de EG-verklaring van
overeenstemming. De meest recente revisie van de EG-verklaring van
overeenstemming is beschikbaar op www.rosemount.com.
Certificering voor normale locaties
De transmitter is volgens de standaardprocedure onderzocht en getest, waarbij is
vastgesteld dat het ontwerp voldoet aan de elementaire elektrische,
mechanische en brandveiligheidsvereisten, door een in de VS nationaal erkend
onderzoekslaboratorium (nationally recognized testing laboratory; NRTL) dat is
geaccrediteerd door de Amerikaanse Occupational Safety and Health
Administration (OSHA).
Noord-Amerika
E5 VS explosieveilig (XP) en stofontstekingsbestendig (DIP)
Certificaat: 1V2A8.AE
Normen:
FM-klasse 3600 - 2011, FM-klasse 3615 - 2006, FM-klasse 3616 - 2011,
FM-klasse 3810 - 2005, ANSI/NEMA 250 - 1991
Markeringen: XP CL I, DIV 1, GP B, C, D; DIP CL II, DIV 1, GP E, F, G; CL III;
T5(-40 °C ≤Ta ≤ +85 °C); in fabriek afgedicht; type 4X
I5 VS intrinsieke veiligheid (IS) en niet-vonkend (NI)
Certificaat: 0V9A7.AX
Normen:
FM-klasse 3600 - 1998, FM klasse 3610 - 2010, FM-klasse 3611 - 2004,
FM-klasse 3810 - 1989
Markeringen: IS CL I, DIV 1, GP A, B, C, D; CL II, DIV 1, GP E, F, G; klasse III; DIV 1 indien
aangesloten volgens Rosemount-tekening 02088-1018; NI CL 1, DIV 2,
GP A, B, C, D; T4(-40 °C ≤Ta ≤ +70 °C); type 4X
Speciale voorwaarde voor veilig gebruik (X):
1. De transmitter van model 2088 met aansluitklemmenblok met
overspanningsbeveiliging (optiecode T1) kan de test op di-elektrische weerstand van
500 Vrms niet doorstaan. Hierbij moet tijdens de installatie rekening worden gehouden.
19
Augustus 2015
Snelstartgids
C6 Canada explosieveilig, intrinsieke veiligheid en niet-vonkend
Certificaat: 015441
Normen:
CAN/CSA C22.2 nr. 0-M91 (R2001), CSA-norm C22.2 nr. 25-1966,
CSA-norm C22.2 nr. 30-M1986, CAN/CSA-C22.2 nr. 94-M91,
CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987, CAN/CSA-C22.2 nr. 157-92,
CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987, ANSI-ISA-12.27.01-2003
Markeringen: Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D; klasse II, groep E, F
en G; klasse III; intrinsiek veilig klasse I, divisie 1 indien aangesloten
volgens Rosemount-tekening 02088-1024, temperatuurcode T3C; Ex ia;
klasse I divisie 2 groep A, B, C en D; type 4X; in fabriek afgedicht; enkele
afdichting (alleen 2088)
Europa
ED ATEX drukvast
Certificaat: KEMA97ATEX2378X
Normen:
EN60079-0:2006, EN60079-1:2007, EN60079-26:2007
Markeringen:
II 1/2 G Ex d IIC T6/T4, T6(-40 °C ≤Ta ≤ +40 °C), T4(-40 °C ≤Ta ≤ +80 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Dit instrument bevat een dunwandig scheidingsmembraan. Bij installatie, onderhoud
en gebruik moet rekening worden gehouden met de omgevingsomstandigheden
waaraan het membraan wordt blootgesteld. De aanwijzingen van de fabrikant voor
installatie en onderhoud dienen nauwgezet gevolgd te worden voor veiligheid tijdens
de te verwachten levensduur.
2. Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden.
I1 ATEX intrinsieke veiligheid
Certificaat: BAS00ATEX1166X
Normen:
EN60079-0:2012, EN60079-11:2012
Markeringen:
II 1 G Ex ia IIC T5/T4 Ga, T5(-55 °C ≤Ta ≤ +40 °C), T4(-55 °C ≤Ta ≤ +70 °C)
Tabel 6. Ingangsparameters
Parameters
Spanning Ui
Stroom Ii
Vermogen Pi
Elektrische capaciteit Ci
HART
30 V
200 mA
0,9 W
0,012 μF
Speciale voorwaarde voor veilig gebruik (X):
1. Het apparaat kan de volgens EN60079-11 vereiste 500 V-isolatietest niet doorstaan.
Hiermee moet bij installatie van het apparaat rekening worden gehouden.
N1 ATEX-type n
Certificaat: BAS00ATEX3167X
Normen:
EN60079-0:2012, EN60079-15:2010
Markeringen:
II 3 G Ex nA IIC T5 Gc (-40 °C ≤Ta ≤ +70 °C)
Speciale voorwaarde voor veilig gebruik (X):
1. Dit apparaat kan de volgens EN60079-15 vereiste 500 V-isolatietest niet doorstaan.
Hiermee moet bij installatie van het apparaat rekening worden gehouden.
20
Snelstartgids
Augustus 2015
ND ATEX stof
Certificaat: BAS01ATEX1427X
Normen:
EN60079-0:2012, EN60079-31:2009
Markeringen:
II 1 D Ex t IIIC T50 °C T500 60 °C Da
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De gebruiker moet er zorg voor dragen dat de aangegeven maximumspanning en
stroomsterkte (36 V, 24 mA, gelijkstroom) niet worden overschreden. Alle aansluitingen
op andere apparatuur en alle aangesloten apparatuur moeten binnen deze specificaties
voor spanning en stroomsterkte voor een circuit van categorie ‘ib’ vallen.
2. Er moeten kabelingangen gebruikt worden die de beschermingsgraad van de behuizing
op ten minste IP66 houden.
3. Ongebruikte kabelingangen moeten worden afgesloten met geschikte afdichtpluggen
die de beschermingsgraad van de behuizing op ten minste IP66 houden.
4. Kabelingangen en afdichtpluggen moeten geschikt zijn voor het omgevingsbereik van
de apparatuur en een 7J-inslagtest kunnen doorstaan.
5. Sensormodule 2088/2090 moet stevig op zijn plaats worden vastgeschroefd om de
beschermingsgraad van de behuizing te handhaven.
Internationaal
E7 IECEx drukvast
Certificaat: IECEx KEM 06.0021X
Normen:
IEC60079-0:2004, IEC60079-1:2003, IEC60079-26:2004,
Markeringen: Zone 0/1 Ex d IIC T4/T6 T6(-20 °C ≤Ta ≤ +40 °C), T4(-20 °C ≤Ta ≤ +80 °C);
Ex tD A22 IP66 T90 °C
Speciale voorwaarde voor veilig gebruik (X):
1. Het membraanmateriaal mag niet worden blootgesteld aan
omgevingsomstandigheden die van negatieve invloed kunnen zijn op de
scheidingswand.
I7 IECEx intrinsieke veiligheid
Certificaat: IECEx BAS 12.0071X
Normen:
IEC60079-0:2011, IEC60079-11:2011
Markeringen: Ex ia IIC T5/T4 Ga, T5(-55 °C ≤Ta ≤ +40 °C), T4(-55 °C ≤Ta ≤ +70 °C)
Tabel 7. Ingangsparameters
Parameter
Spanning Ui
Stroom Ii
Vermogen Pi
Elektrische capaciteit Ci
HART
30 V
200 mA
0,9 W
0,012 μF
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien model 2088 is voorzien van een aansluitklemmenblok met
piekspanningsonderdrukker, kan deze de 500 V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee
moet bij installatie rekening worden gehouden.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt met
een beschermende polyurethaanverf; in een zone 0 moet echter worden opgelet dat de
behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
21
Augustus 2015
Snelstartgids
N7 IECEx-type n
Certificaat: IECEx BAS 12.0072X
Normen:
IEC60079-0:2011, IEC60079-15:2010
Markeringen: Ex nA IIC T5 Gc (-40 °C ≤Ta ≤ +70 °C)
Speciale voorwaarde voor veilig gebruik (X):
1. Indien model 2088 is voorzien van een aansluitklemmenblok met
piekspanningsonderdrukker, kan deze de 500 V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee
moet bij installatie rekening worden gehouden.
NK IECEx stof
Certificaat: IECEx BAS12.0073X
Normen:
IEC60079-0:2011, IEC60079-31:2008
Markeringen: Ex t IIIC T50 °C T500 60 °C Da
Tabel 8. Ingangsparameters
Parameter
Spanning Ui
Stroom Ii
HART
36 V
24 mA
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Er moeten kabelingangen gebruikt worden die de beschermingsgraad van de behuizing
op ten minste IP66 houden.
2. Ongebruikte kabelingangen moeten worden afgesloten met geschikte afdichtpluggen
die de beschermingsgraad van de behuizing op ten minste IP66 houden.
3. Kabelingangen en afdichtpluggen moeten geschikt zijn voor het
omgevingstemperatuurbereik van de apparatuur en een 7J-inslagtest kunnen
doorstaan.
Brazilië
I2 INMETRO intrinsieke veiligheid
Certificaat: UL-BR 13.0246X
Normen:
ABNT NBR IEC60079-0:2008 + errata 1:2011, ABNT NBR
IEC60079-11:2009
Markeringen: Ex ia IIC T5/T4 Ga, T5(-55 °C ≤Ta ≤ +40 °C), T4(-55 °C ≤Ta ≤ +70 °C)
Tabel 9. Ingangsparameters
Parameter
Spanning Ui
Stroom Ii
Vermogen Pi
Elektrische capaciteit Ci
HART
30 V
200 mA
0,9 W
0,012 μF
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Indien model 2088 is voorzien van een aansluitklemmenblok met
piekspanningsonderdrukker, kan deze de 500 V-isolatietest niet doorstaan. Hiermee
moet rekening worden gehouden bij installatie van de apparatuur.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt met
een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de
behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
22
Snelstartgids
Augustus 2015
China
E3 China drukvast
Certificaat: GYJ111062 (2088-serie); GYJ111064 (2090-serie)
Normen:
GB3836.1-2000, GB3836.2-2010
Markeringen: Ex d IIC T6/T4, T6(-20 °C ≤Ta ≤ +40 °C), T4(-20 °C ≤Ta ≤ +80 °C)
Speciale voorwaarden voor gebruik (X):
1. De omgevingstemperatuur is:
Ta
Temperatuurklasse
-20 °C ≤Ta ≤ 80 °C
-20 °C ≤Ta ≤ 40 °C
T4
T6
2. De voorziening voor aardverbinding op de behuizing moet op betrouwbare wijze
worden aangesloten.
3. Bij installatie in een explosiegevaarlijke omgeving moeten kabelwartels, kabelbuizen en
afsluitpluggen worden gebruikt die zijn gecertificeerd als beschermingstype Ex d IIC
door inspectieorganen die handelen in opdracht van de overheid.
4. Bij installatie, gebruik en onderhoud in een explosieve gasatmosfeer moet de
waarschuwing “Niet openen wanneer ingeschakeld” in acht worden genomen.
5. Er mag tijdens de installatie geen mengsel worden gebruikt dat de drukvaste behuizing
zou kunnen beschadigen.
6. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen; ze dienen
problemen in overleg met de fabrikant op te lossen om beschadiging van het product te
voorkomen.
7. Onderhoudswerkzaamheden moeten op een niet-explosiegevaarlijke locatie worden
verricht.
8. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen in
acht worden genomen: GB3836.13-1997, GB3836.15-2000, GB3836.16-2006,
GB50257-1996
I3 China intrinsieke veiligheid
Certificaat: GYJ111063X (2088-serie); GYJ111065 (2090-serie)
Normen:
GB3836.1-2000, GB3836.4-2000
Markeringen: Ex ia IIC T4
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Dit apparaat kan de volgens bepaling 6.4.12 van GB3836.4-2000 vereiste
500 Vrms-isolatietest niet doorstaan.
2. De omgevingstemperatuur is:
Ta
Temperatuurklasse
-55 °C ≤ Ta ≤ 40 °C
-55 °C ≤ Ta ≤ 70 °C
T5
T4
3. Parameters intrinsieke veiligheid:
Parameter
Spanning Ui
Stroom Ii
HART
30 V
200 mA
Vermogen Pi
0,9 W
Elektrische capaciteit Ci
12 nF
Zelfinductie Li
0 mH
23
Snelstartgids
Augustus 2015
4. Het product moet worden gebruikt met een lineair bijbehorend apparaat met
Ex-certificering om een explosiebeschermingssysteem te verkrijgen dat in een
explosieve gasatmosfeer kan worden gebruikt. De bedrading en aansluitklemmen
moeten voldoen aan de voorschriften in de instructiehandleiding van het product en
de bijbehorende apparatuur.
5. De kabels tussen dit product en bijbehorende apparaten moeten afgeschermd zijn
(de kabels moeten een geïsoleerde afscherming hebben). De afscherming moet goed
worden geaard in een niet-gevaarlijke omgeving.
6. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen; ze dienen
het probleem in overleg met de fabrikant op te lossen om beschadiging van het product
te voorkomen.
7. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen in acht
worden genomen: GB3836.13-1997, GB3836.15-2000, GB3836.16-2006, GB50257-1996
N3 China type n (alleen 2088)
Certificaat: GYJ15.1108X
Normen:
GB3836.1-2000, GB3836.8-2003
Markeringen: Ex nA nL IIC T5 Gc (-40 °C ≤Ta ≤ +70 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het apparaat kan de volgens GB3836.8-2003 vereiste 500 Vrms-isolatietest niet doorstaan.
2. Het bereik voor de omgevingstemperatuur bedraagt -40 °C ≤Ta ≤ +70 °C.
3. Maximale ingangsspanning: 50 V.
4. Op externe verbindingen en ongebruikte kabelopeningen moeten kabelwartels,
kabelbuizen of afsluitpluggen worden gebruikt die door NEPSI zijn gecertificeerd als
beschermingstype Ex e of Ex n.
5. Onderhoudswerkzaamheden moeten op een niet-explosiegevaarlijke locatie worden
verricht.
6. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen; ze dienen
het probleem in overleg met de fabrikant op te lossen om beschadiging van het product
te voorkomen.
7. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen in acht
worden genomen: GB3836.13-2013, GB3836.15-2000, GB3836.16-2006, GB50257-1996
Japan
E4 Japan drukvast (alleen 2088)
Certificaat: TC20869, TC20870
Markeringen: Ex d IIC T5
Technische voorschriften douane-unie (EAC)
EM, IM, KM Neem contact op met een vertegenwoordiger van Emerson Process
Management voor meer informatie
Combinaties
K1 Combinatie van ED, I1, ND en N1
K2 Combinatie van E2 en I2 (alleen 2088)
K5 Combinatie van E5 en I5
K6 Combinatie van C6, ED en I1
K7 Combinatie van E7, I7, NK en N7
KB Combinatie van K5 en C6
KH Combinatie van ED, I1, K5
24
Snelstartgids
Augustus 2015
Aansluitwartels en adapters
IECEx drukvast en grotere veiligheid
Certificaat: IECEx FMG 13.0032X
Normen:
IEC60079-0:2011, IEC60079-1:2007-04, IEC60079-7:2006-07
Markeringen: Ex de IIC Gb
ATEX drukvast en grotere veiligheid
Certificaat: FM13ATEX0076X
Normen:
EN60079-0:2012, EN60079-1:2007, EN60079-7:2007
Markeringen: II 2 G Ex de IIC Gb
Tabel 10. Draadmaten aansluitwartels
Schroefdraad
Merkteken
M20 ⫻ 1,5
M20
1/2 - 14 NPT
1/2 NPT
G1/2A
G1/2
Tabel 11. Draadmaten draadadapter
Uitwendige
schroefdraad
Merkteken
M20 ⫻ 1,5 — 6H
M20
1
1
3
3
/2 - 14 NPT
/4 - 14 NPT
Inwendige
schroefdraad
/2 - 14 NPT
/4 - 14 NPT
Merkteken
M20 ⫻1,5 — 6H
1
/2 - 14 NPT
M20
1
/2 - 14 NPT
PG 13,5
PG 13,5
1
G 1/2
G /2
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als de draadadapter of blindstop wordt gebruikt met een behuizing van het
beschermingstype verhoogde veiligheid “e”, moet de draad in de ingang goed worden
afgedicht om de beschermingsgraad (IP-classificatie) van de behuizing te behouden.
2. Voor de blindstop mag geen adapter worden gebruikt.
3. Het draadtype voor de blindstop en draadadapter moet NPT of metrisch zijn. G½ en
PG 13,5 draad is alleen toegestaan op bestaande (oude) apparatuurinstallaties.
25
Augustus 2015
Snelstartgids
Verdere certificeringen
SBS
Typegoedkeuring American Bureau of Shipping (ABS) (alleen 2088)
Certificaat:
09-HS446883D-3-PDA
Beoogd gebruik: Meting van verschildruk of absolute druk in vloeistof-, gas- en
damptoepassingen
ABS-regels:
Regels voor stalen vaartuigen 2014 1-1-4/7.7, 1-1-Appendix 3,
4-8-3/1.7, 4-8-3/13.1, 4-8-3/13.3.1 & 13.3.2, 4-8-4/27.5.1
SBV
Typegoedkeuring Bureau Veritas (BV) (alleen 2088)
Certificaat:
23156/A2 BV
Eisen:
Regels van Bureau Veritas voor de classificatie van stalen schepen
Toepassing:
Klassenotaties: AUT-UMS, AUT-CCS, AUT-PORT en AUT-IMS;
druktransmitter van type 2088 kan niet op dieselmotoren worden
geïnstalleerd.
SDN
Typegoedkeuring Det Norske Veritas (DNV) (alleen 2088)
Certificaat:
A-14185
Beoogd gebruik: Regels van Det Norske Veritas voor classificatie van vaartuigen,
snelle en lichte vaartuigen; offshore-normen van Det Norske Veritas
Toepassing:
Locatieklassen
Temperatuur
SLL
26
D
Luchtvochtigheid
B
Trilling
A
EMC
B
Behuizing
D
Typekeuring Lloyds Register (LR) (alleen 2088)
Certificaat:
11/60002
Toepassing:
Omgevingscategorie ENV1, ENV2, ENV3 en ENV5
Augustus 2015
Snelstartgids
Afbeelding 1. Verklaring van overeenstemming voor Rosemount 2088 en 2090
27
Snelstartgids
28
Augustus 2015
Augustus 2015
Snelstartgids
s
29
Augustus 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1010 Rev. I
Wij,
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-6985
VS
verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product
Druktransmitters van model 2088/2090
vervaardigd door
Rosemount Inc.
12001 Technology Drive
Eden Prairie, MN 55344-3695
VS
en
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9687
VS
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen,
welke staan vermeld in bijgevoegd schema.
De aanname van overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van de geharmoniseerde
normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie van de
Europese Gemeenschap, zoals vermeld in het bijgevoegde schema.
4 augustus 2015
(datum van uitgifte)
Kelly Klein
Vice President of Global Quality
(naam – in blokletters)
(functie – in blokletters)
Documentnaam: 2088_ CE-markering
30
Pagina 1 van 3
RMD1010_I_dut.doc
Snelstartgids
Augustus 2015
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1010 Rev. I
EMC-richtlijn (2004/108/EG)
Alle druktransmitters van model 2088 en 2090
EN 61326-1:2013
EN 61326-2-3:2013
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Druktransmitters van model 2088/2090
Certificaat intrinsieke veiligheid BAS00ATEX1166X
Apparatuurgroep II categorie 1 G
Ex ia IIC T5 Ga (-55 °C ”7D” °C)
Ex ia IIC T4 Ga (-55 °C ”7D”ƒ&
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-11:2012
Overige toegepaste normen:
EN60079-0:2012
Certificaat type n BAS00ATEX3167X
Apparatuurgroep II categorie 3 G
Ex nA IIC T5 Gc (-40 °C ”7D”ƒ&
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-15:2010
Overige toegepaste normen:
EN60079-0:2012
Stofcertificaat BAS01ATEX1427X
Apparatuurgroep II, categorie 1 D
Ex t IIIC T50 °C T50060 °C Da
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-31:2009
Overige toegepaste normen:
EN60079-0:2012
Certificaat drukvastheid KEMA97ATEX2378X
Apparatuurgroep II, categorie 1/2 G
Ex d IIC T4 (-40 °C ”7D”ƒ&
Ex d IIC T6 (-40 °C ”7D”ƒ&
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-1:2007; EN60079-26:2007
Overige toegepaste normen:
EN60079-0:2006
(Een vergelijking met EN60079-0:2009, die geharmoniseerd is, wijst niet op
significante wijzigingen die relevant zijn voor deze apparatuur, dus EN600790:2006 beschrijft nog steeds de “stand van de techniek”.)
Documentnaam: 2088_ CE-markering
Pagina 2 van 3
RMD1010_I_dut.doc
31
Augustus 2015
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1010 Rev. I
Aangemelde instanties voor certificaat van EG-typegoedkeuring volgens ATEX
DEKRA (KEMA) [nummer aangemelde instantie: 0344]
Utrechtseweg 310, 6812 AR Arnhem
Postbus 5185, 6802 ED Arnhem
Nederland
Postbank 6794687
Baseefa. [nummer aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire
SK17 9RZ Verenigd Koninkrijk
ATEX aangemelde instantie voor kwaliteitsborging
Baseefa. [nummer aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire
SK17 9RZ Verenigd Koninkrijk
Documentnaam: 2088_ CE-markering
s
32
Pagina 3 van 3
RMD1010_I_dut.doc
Augustus 2015
Snelstartgids
33
*00825-0106-4108*
Snelstartgids
00825-0111-4108, Rev. BA
Augustus 2015
Internationaal hoofdkantoor
Emerson Process Management
6021 Innovation Blvd
Shakopee, MN 55379, VS
+1 800 999 9307 of +1 952 906 8888
+1 952 949 7001
[email protected]
Emerson Process Management bv
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
Nederland
(31) 70 413 66 66
(31) 70 390 68 15
E [email protected]
www.emersonprocess.nl
Regionaal kantoor Noord-Amerika
Emerson Process Management nv/sa
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
België
(32) 2 716 7711
(32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
Emerson Process Management
8200 Market Blvd.
Chanhassen, MN 55317, VS
+1 800 999 9307 of +1 952 906 8888
+1 952 949 7001
[email protected]
Regionaal kantoor Latijns-Amerika
Emerson Process Management
1300 Concord Terrace, Suite 400
Sunrise, Florida 33323, VS
+1 954 846 5030
+1 954 846 5121
[email protected]
Regionaal kantoor Europa
Emerson Process Management Europe GmbH
Neuhofstrasse 19a P.O. Box 1046
CH 6340 Baar
Zwitserland
+41 (0) 41 768 6111
+41 (0) 41 768 6300
[email protected]
Regionaal kantoor Azië/Pacific
Emerson Process Management Asia Pacific Pte Ltd
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
+65 6777 8211
+65 6777 0947
[email protected]
Ga voor onze standaardleveringsvoorwaarden naar:
Regionaal kantoor Midden-Oosten en Afrika www.rosemount.com\terms_of_sale.
Emerson Process Management
Emerson FZE P.O. Box 17033,
Jebel Ali Free Zone - South 2
Dubai, Verenigde Arabische Emiraten
+971 4 8118100
+971 4 8865465
[email protected]
Het Emerson-logo is een handelsmerk en dienstmerk van
Emerson Electric Co.
Rosemount en het Rosemount-woordmerk zijn gedeponeerde
handelsmerken van Rosemount Inc.
AMS is een gedeponeerd handelsmerk van Emerson Electric Co.
HART is een gedeponeerd handelsmerk van de FieldComm Group.
Alle overige merken zijn eigendom van de respectieve eigenaars.
© 2015 Rosemount Inc. Alle rechten voorbehouden.