Nederlands (Dutch)

Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
Rosemount 3051 druktransmitter met
Profibus-PA
Rosemount 3051CF Series flowmetertransmitter
met Profibus-PA
Start
Stap 1: Monteer de transmitter
Stap 2: Bepaal de vereiste rotatie voor de behuizing
Stap 3: Stel de jumpers en schakelaars in
Stap 4: Sluit de bedrading aan en schakel het
toestel in
Stap 5: Basisconfiguratie
Stap 6: Trim de transmitter
Productcertificaties
Einde
www.rosemount.com
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
© 2010 Rosemount Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom van de merkhouder.
Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Rosemount Inc.
Rosemount Inc.
Emerson Process
Management bv
Emerson Process
Management nv/sa
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
Nederland
T (31) 70 413 66 66
F (31) 70 390 68 15
E [email protected]
www.emersonprocess.nl
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
België
T (32) 2 716 7711
F (32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
Emerson Process Management
GmbH & Co. OHG
Emerson Process Management
Asia Pacific Private Limited
Beijing Rosemount Far East
Instrument Co., Limited
Argelsrieder Feld 3
82234 Wessling
Duitsland
T +49 (8153) 9390
F +49 (8153) 939172
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
T +65 6777 8211
F +65 6777 0947 / +65 6777 0743
No. 6 North Street,
Hepingli, Dong Cheng District
Peking 100013, China
T +86 (10) 6428 2233
F +86 (10) 6422 8586
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317, VS
T (VS) (800) 999-9307
T (andere landen) +1 (952) 906-8888
F +1 (952) 949-7001
BELANGRIJKE KENNISGEVING
Deze installatiegids bevat elementaire richtlijnen voor Rosemount 3051-transmitters.
De gids bevat geen instructies voor configuratie, diagnostiek, onderhoud en probleemoplossing, noch voor explosieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.) installaties.
Raadpleeg de handleiding van de 3051 (publicatienummer 00809-0100-4797) voor
nadere instructies. Deze handleiding is tevens in elektronische vorm beschikbaar op
www.emersonprocess.com/rosemount.
WAARSCHUWING
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken:
Bij installatie van deze transmitter in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de
geldende plaatselijke, landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures
worden gevolgd. Raadpleeg het gedeelte over goedkeuringen in de naslaghandleiding
van de 3051 voor bepalingen in verband met veilige installatie.
• Verwijder bij een explosiebestendige/drukvaste installatie de transmitterdeksels niet
terwijl er stroom staat op het apparaat.
Lekkage van het procesmedium kan leiden tot lichamelijk en zelfs dodelijk letsel.
• Om proceslekken te voorkomen, mogen alleen O-ringen worden gebruikt die speciaal
zijn ontworpen om af te dichten in combinatie met de bijbehorende flensadapter.
Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
• Voorkom het aanraken van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder
hoge spanning staan, die elektrische schokken kan veroorzaken.
Doorvoerbuis-/kabelingangen
• Tenzij anders vermeld, zijn de doorvoerbuis-/kabelingangen in de transmitterbehuizing voorzien van een 1/2-14-NPT-schroefdraad. Gebruik alleen pluggen, verloopstukken, wartels en doorvoerbuizen met een geschikte schroefdraad wanneer u deze
openingen afsluit.
2
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
STAP 1: MONTEER DE TRANSMITTER
Vloeistoftoepassingen
1. Breng tappunten aan de zijkant van de
leiding aan.
2. Monteer naast of onder de tapgaten.
3. Monteer de transmitter zo dat de aftap-/
ontluchtingskleppen naar boven wijzen.
FLOW
Gastoepassingen
1. Breng tappunten aan in de boven- of zijkant
van de leiding.
2. Monteer naast of boven de tappunten.
FLOW
Flow
FLOW
Stoomtoepassingen
1. Breng tappunten aan de zijkant van de
leiding aan.
2. Monteer naast of onder de tapgaten.
3. Vul de impulsleidingen met water.
FLOW
3
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
VERVOLG STAP 1…
Paneelmontage(1)
Buismontage
Coplanar-flens
Traditionele flens
Rosemount 3051T
(1)
4
Paneelbouten worden niet met dit product meegeleverd.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
VERVOLG STAP 1…
Aandachtspunten met betrekking tot boutbevestiging
Volg met het oog op optimale prestatiekenmerken van de transmitters deze montagerichtlijnen om een goede afdichting te waarborgen als voor de installatie van de transmitter de
montage van procesflenzen, verdeelstukken of flensadapters is vereist. Gebruik uitsluitend
de bij de transmitter geleverde bouten of bouten die door Emerson los worden verkocht.
Afbeelding 1 toont veelgebruikte transmitterinstallaties met vermelding van de boutlengte
die voor goede transmittermontage is vereist.
Afbeelding 1. Veelgebruikte transmitterinstallaties
A. Transmitter met
Coplanar-flens
C. Transmitter met traditionele
flens en optionele
flensadapters
D. Transmitter met
Coplanar-flens en
optioneel verdeelstuk en flensadapters
4 x 57 mm (2.25-in.)
4 x 44 mm (1.75-in.)
B. Transmitter met
Coplanar-flens en
optionele flensadapters
4 x 44 mm
(1.75-in.)
4 x 38 mm
(1.50-in.)
4 x 73 mm (2.88-in.)
4 x 44 mm
(1.75-in.)
Gewoonlijk worden bouten van koolstofstaal of roestvast staal gebruikt. Controleer het
materiaal aan de hand van de markeringen op de boutkop en van Afbeelding 2. Als het
boutmateriaal niet is aangegeven in Afbeelding 2 kunt u zich voor nadere inlichtingen
wenden tot de plaatselijke vertegenwoordiger van Emerson Process Management.
Breng de bouten volgens onderstaande procedure aan:
1. Bouten van koolstofstaal hebben geen smering nodig. Op bouten van roestvast staal is
een laagje smeermiddel aangebracht om het aanbrengen te vergemakkelijken. Voor
geen van beide bouttypen is bij het aanbrengen echter extra smeermiddel nodig.
2. Draai de bouten handvast aan.
3. Haal de bouten kruislings aan tot de initiële momentwaarde. Zie Afbeelding 2 voor de
initiële momentwaarde.
4. Haal de bouten volgens hetzelfde kruispatroon aan tot de uiteindelijke momentwaarde.
Zie Afbeelding 2 voor de uiteindelijke momentwaarde.
5. Controleer of de flensbouten uit de isolatorplaat steken voordat u er druk op zet.
5
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
VERVOLG STAP 1…
Afbeelding 2. Momentwaarden voor de flensbouten en flensadapterbouten
Initiële
Uiteindelijke
Boutmateriaal
Markeringen boutkop
momentwaarde momentwaarde
Koolstofstaal (CS)
Roestvast staal
(SST)
B7M
316
B8M
316
R
STM
316
34 Nm
(300 in.-lb.)
73 Nm
(650 in.-lb.)
17 Nm
(150 in.-lb.)
34 Nm
(300 in.-lb.)
316
SW
316
Inspecteer de O-ringen altijd op het oog wanneer de flenzen of adapters worden verwijderd. Vervang de O-ringen als er tekenen van schade zijn, bijvoorbeeld inkepingen of
kerven. Bij vervanging van O-ringen moeten de flensbouten en uitlijningsschroeven na het
aanbrengen opnieuw worden aangehaald, ter compensatie van verschuivingen doordat de
O-ring van PTFE nog geheel in de groef moet vallen.
Montagerichting inline overdruktransmitter
De drukpoort aan de lage kant (ref. atmosferische druk) op de inline overdruktransmitter
bevindt zich in de kraag van de transmitter, achter de behuizing. Het ontluchtingstraject
ligt 360° rond de transmitter tussen de behuizing en de sensor. (Zie Afbeelding 3.)
Houd het ontluchtingstraject vrij van alle obstructies, zoals verf, stof en smeermiddel, door
de transmitter zo te monteren dat het procesmedium kan ontsnappen.
Afbeelding 3. Drukpoort aan lage kant inline overdruktransmitter
drukpoort aan lage kant
(ref. atmosferische druk)
6
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
STAP 2: BEPAAL DE VEREISTE ROTATIE VOOR DE BEHUIZING
Om de toegang tot de bedrading te verbeteren of de optionele lcd-display beter af te
kunnen lezen:
1. Draai de borgschroef voor het draaien van de behuizing los.
2. Draai de behuizing eerst rechtsom naar de gewenste stand. Als de schroefdraad niet
genoeg ruimte biedt om de gewenste stand te bereiken, draait u de behuizing linksom
naar de gewenste stand (tot maximaal 360° terug vanaf de limiet van de schroefdraad).
3. Draai de stelschroef voor de rotatie van de behuizing weer aan.
stelschroef voor draaien van de
behuizing (5/64-inch)
STAP 3: STEL DE JUMPERS EN SCHAKELAARS IN
Beveiliging
Na het configureren van de transmitter kunt u de configuratiegegevens beveiligen tegen
ongewenste wijzigingen. Alle transmitters zijn uitgerust met een veiligheidsjumper die op
“ON” (AAN) gezet kan worden om te voorkomen dat de configuratiegegevens per ongeluk
of met opzet worden veranderd. Op de jumper staat de aanduiding “Security” (beveiliging).
Simulatie
De simulatiejumper wordt gebruikt in combinatie met het analoge-invoerblok (AI-blok).
Deze jumper wordt gebruikt om de drukmeting te simuleren en wordt gebruikt als een
blokkeringsfunctie voor het AI-blok. Om de simulatiefunctie te activeren, moet de jumper
op “ON” (AAN) worden gezet na het inschakelen van de voeding. Deze functie voorkomt
dat de transmitter per ongeluk in de simulatiemodus blijft staan.
Afbeelding 4. Jumperlocaties op de transmitter
ROSEMOUNT 3051
PROFIBUS PA OUTPUT
LOCAL OPERATOR INTERFACE
ELECTRONICS ASSEMBLY
P/N 03031-0001-2102
-USE DISPLAY TO CONFIGURE
-USE EXTENDED COVER TO AVOID DAMAGE
7
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
STAP 4: SLUIT DE BEDRADING AAN EN SCHAKEL HET TOESTEL IN
Volg de onderstaande stappen voor het bedraden van de transmitter:
1. Verwijder het behuizingsdeksel aan de kant met FIELD TERMINALS.
2. Sluit de voedingsdraden aan op de aansluitklemmen die op het etiket op het aansluitklemmenblok staan aangegeven.
• De voedingsaansluitklemmen zijn polariteitsongevoelig – u kunt positief of negatief dus
aansluiten op om het even welke klem.
3. Zorg voor een goede aarding. Het is belangrijk dat de afscherming van de instrumentkabel:
• kort wordt afgesneden en geïsoleerd zodat deze niet tegen de transmitterbehuizing
aankomt;
• wordt verbonden met de volgende afscherming als de kabel door een aansluitkast
wordt geleid;
• op het voedingsuiteinde wordt verbonden met een goed aardpunt.
4. Dicht alle ongebruikte leidingaansluitingen af.
5. Installeer de bedrading, indien van toepassing, met een druppellus. Leg de druppellus
zodanig dat de onderkant lager dan de doorvoeraansluitingen en de transmitterbehuizing komt te liggen.
6. Plaats het behuizingdeksel terug.
Afbeelding 5.
aardingsklem
voedingsaansluitingen
“NC” is een ‘No Connect’-aansluitklem
(niet gebruiken)
Afbeelding 6.
max. 1900 m (6234 ft)
(afhankelijk van de kenmerken
van de kabel)
geïntegreerde
netspanningsbewaking en
geïntegreerd filter
(aftaklijn)
signaalbedrading
(aftaklijn)
DP/PAkoppelstuk/ver- (verbindingslijn)
binding
DP-netwerk
voeding
afsluitweerstanden
Profibus–PA-instrument
8
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
VERVOLG STAP 4…
Aarding van signaalbedrading
Laat de signaalbedrading niet samen met elektrische bedrading door een doorvoerbuis of
open kabelgoot lopen, of in de buurt van zware elektrische apparatuur. De buitenkant van de
elektronicabehuizing en de binnenzijde van het compartiment voor aansluitingen zijn voorzien van aardklemmen. Deze aarding wordt gebruikt als er klemmenblokken van de overspanningbeveiliging zijn geïnstalleerd, of om aan de plaatselijke voorschriften te voldoen.
Zie stap 2 hieronder voor meer informatie over de vereiste aarding van de kabelafscherming.
1. Verwijder het behuizingsdeksel met de aanduiding Field Terminals.
2. Sluit het bedradingspaar aan en aard het zoals beschreven in Afbeelding 7. De kabelafscherming moet:
a. Kort worden afgesneden en geïsoleerd zodat deze niet tegen de transmitterbehuizing aankomt;
b. Voortdurend met het aansluitpunt in verbinding staan;
c. Aan het voedingsuiteinde aan een goed aardpunt zijn verbonden.
Afbeelding 7. Bedrading
afstand zo klein mogelijk houden
afscherming afknippen
en isoleren
aarden voor
overspanningbeveiliging
DP
afscherming
isoleren
afstand zo
klein mogelijk
houden
afscherming weer verbinden
met aardpunt voeding
3. Plaats het behuizingdeksel terug. Het verdient aanbeveling de bouten van het deksel
zo ver aan te draaien dat er geen ruimte meer is tussen het deksel en de behuizing.
4. Dicht alle ongebruikte leidingaansluitingen af.
Voeding
De gelijkstroomvoeding dient vermogen met een rimpelverhouding van minder dan
twee procent te leveren. De transmitter heeft tussen 9 en 32 V gelijkspanning nodig bij
de polen om te werken en volledig functioneel te zijn.
Netspanningsbewaker
Bij het DP/PA-koppelstuk/verbinding zit vaak een geïntegreerde netspanningbewaker
inbegrepen.
Aarding
Transmitters zijn elektrisch geïsoleerd tot 500 V wisselspanning rms. Signaaldraden
kunnen niet worden geaard.
Aarding afgeschermde draad
Bij technieken voor het aarden van afgeschermde draad is meestal een apart aardpunt voor
de afgeschermde draad nodig om het ontstaan van een aardlus te voorkomen. Gewoonlijk
wordt een punt in de buurt van de voeding geaard.
9
Beknopte installatiegids
Rosemount 3051
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
STAP 5: BASISCONFIGURATIE
Configuratietaken
De transmitter kan worden geconfigureerd via de Local Operator Interface (LOI; optiecode
M4) of via een Class 2 master (op basis van DD of DTM). De twee basisconfiguratietaken
voor de Profibus PA-druktransmitter zijn:
1. Adres toewijzen
2. Technische eenheden (schaling)
NB
Rosemount 3051 Profibus Profile 3.02-apparaten staan zich bij levering vanuit de fabriek
in de modus Identification Number Adaptation (identificatienummeraanpassing). In deze
modus kan de transmitter communiceren met elke Profibus regelhost met ofwel de generieke Profile GSD (9700), ofwel de voor Rosemount 3051 specifieke GSD (4444) geladen
op de host; daarom hoeft het identificatienummer van de transmitter bij het opstarten niet
veranderd te worden.
Adres toewijzen
De Rosemount 3051 druktransmitter wordt verzonden met het tijdelijke adres 126. Dit moet
worden veranderd in een unieke waarde tussen 0 en 125 om communicatie met de host tot
stand te brengen. Meestal zijn de adressen 0–2 gereserveerd voor masters of koppelstukken. Daarom wordt aanbevolen transmitteradressen tussen 3 en 125 te gebruiken.
Het adres kan worden ingesteld via:
• De LOI – zie Tabel 1 en Afbeelding 8
• De Class 2 master – Zie de handleiding van de Class 2 master voor het instellen van
het adres.
Technische eenheden configureren
Tenzij anders besteld, wordt de Rosemount 3051 druktransmitter geleverd met de volgende
instellingen:
• Meetmodus: druk
• Meeteenheden: inch H2O
• Schaling: geen
Technische eenheden moeten vóór installatie worden bevestigd of geconfigureerd. De eenheden voor druk-, flow- en niveaumeting kunnen worden ingesteld.
De parameters Measurement Type (metingstype), Units (eenheden), Scaling (schaling) en
Low Flow Cutoff (afslag bij lage flow; indien van toepassing) kunnen worden ingesteld via
• De LOI – zie Tabel 1 en Afbeelding 8
• De Class 2 master – Zie Tabel 2 voor parameterconfiguratie.
Configuratieprogramma’s
Local Operator Interface (LOI)
Indien besteld, kan de LOI worden gebruikt voor de inbedrijfstelling van het apparaat. Om
de LOI te activeren, drukt u op één van de configuratietoetsen onder het bovenste label van
de transmitter. Zie Tabel 1 en Afbeelding 8 voor informatie over bediening en menu’s.
NB
De toetsen moeten geheel worden ingedrukt ≈ 10 mm (0.5 in.) van de slag.
10
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
VERVOLG STAP 5…
Tabel 1. Gebruik LOI-toetsen
Toets
Handeling
Bladeren
Enter
(1)
Navigatie
Beweegt omlaag
door menucategorieën
Tekeninvoer
Wijzigt
tekenwaarde(1)
Opslaan?
Wisselt tussen
Opslaan en
Annuleren
Selecteert
menucategorie
Voert teken in en
gaat verder
Slaat op
Tekens knipperen als ze kunnen worden gewijzigd.
Afbeelding 8. LOI-menu
0–126
1. ADRES
2. KALIBRATIE
3. EENHEDEN
NUL
ONDERSTE SENSOR
DRUK
4. DEMPER
FLOW
5. DISPLAY
NIVEAU
6. IDENTIFICATIENR.
TEMPERATUUR
BOVENSTE SENSOR
FABRIEK RESETTEN
7. AFSLUITEN
Class 2 master
De DD- en DTM-bestanden van de Rosemount 3051 Profibus zijn beschikbaar via
EmersonProcess.com/Rosemount of via uw plaatselijke verkoper. Zie Tabel 2 voor
de stappen om de transmitter voor drukmeting te configureren. Zie de producthandleiding
(00809-0100-4797) voor instructies voor de flow- of niveauconfiguratie.
Tabel 2. Drukconfiguratie via Class 2 master
Stappen
Handelingen
Blokken instellen op buiten gebruik
Zet transducerblok in de modus Buiten gebruik
Zet analoge-invoerblok in de modus Buiten gebruik
Metingstype selecteren
Stel het type Primaire waarde in op Druk
Eenheden selecteren
Technische eenheden instellen
– primaire en secundaire eenheden moeten overeenkomen
Schaling invoeren
Stel Schaal in in het transducerblok in op 0–100
Stel Schaal uit in het transducerblok in op 0–100
Stel PV-schaal in het analoge-invoerblok in op 0–100
Stel Uit-schaal in het analoge-invoerblok in op 0–100
Stel de linearisatie in het analoge-invoerblok in op geen
Stel blokken in op Autom.
Zet transducerblok in modus Autom.
Zet analoge-invoerblok in modus Autom.
11
Beknopte installatiegids
Rosemount 3051
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
VERVOLG STAP 5…
Hostintegratie
Regelhost (klasse 1)
Het Rosemount 3051-apparaat maakt gebruik van gecondenseerde status, zoals aanbevolen in de Profile 3.02-specificatie en NE 107. Zie de handleiding voor informatie over het
toewijzen van bits voor de gecondenseerde status.
Op de regelhost moet het juiste GSD-bestand zijn geladen – Rosemount 3051-specifiek
(rmt4444.gsd) of generiek voor Profile 3.02 (pa139700.gsd). Deze bestanden kunt u vinden
op www.emersonprocess.com\rosemount of op www.profibus.com.
Configuratiehost (klasse 2)
In de configuratiehost moet het juiste DD- of DTM-bestand zijn geïnstalleerd. Deze bestanden kunt u vinden op www.emersonprocess.com\rosemount.
STAP 6: TRIM DE TRANSMITTER
De apparaten worden in de fabriek gekalibreerd. Na installatie is het aan te bevelen een
nulpunts-trim uit te voeren op de sensor om storingen als gevolg van de montagepositie of
effecten van statische druk te voorkomen.
Dit kan worden bereikt door een nulpunts-trim uit te voeren via:
• LOI – zie Tabel 1 en Afbeelding 8
• Class 2 master – zie “Nulpuntstrim via Class 2 master” voor parameterinstellingen
Nulpuntstrim via Class 2 master
1. Zet het transducerblok in de modus “Buiten gebruik (OOS)”.
2. Stel de toegepaste druk in op nul en zorg dat het apparaat zich kan stabiliseren.
3. Ga naar Device Menu (Apparaatmenu) > Device Calibration (Apparaatkalibratie) en stel
het Lower Calibration Point (lage kalibratiepunt) in op 0,0.
4. Zet het transducerblok in de “AUTO”-modus.
12
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
PRODUCTCERTIFICATIES
Goedgekeurde productielocaties
Emerson Process Management – Rosemount Inc. – Chanhassen, Minnesota, VS
Emerson Process Management GmbH & Co. OHG – Wessling, Duitsland
Informatie over Europese richtlijnen
De EG-verklaring van overeenstemming staat op pagina 18. De meest recente versie is
beschikbaar op www.emersonprocess.com.
Certificering voor gewone locaties voor Factory Mutual
De transmitter is volgens de standaardprocedure door FM onderzocht en getest, waarbij
is vastgesteld dat het ontwerp voldoet aan de elementaire elektrische, mechanische en
brandveiligheidsvereisten. FM is een in de VS nationaal erkend onderzoekslaboratorium
(nationally recognized testing laboratory; NRTL) dat is geaccrediteerd door de
Amerikaanse Occupational Safety and Health Administration (OSHA).
Certificaties explosiegevaarlijke locaties
Certificaties Noord-Amerika
FM-goedkeuringen
E5
Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D. Stofontbrandingsveilig voor
klasse II, divisie 1, groep E, F en G. Stofontbrandingsveilig voor klasse III, divisie 1.
T5 (Ta = 85 °C), in de fabriek afgedicht, behuizingstype 4X
I5
Intrinsiek veilig voor gebruik in klasse I, divisie 1, groep A, B, C en D; klasse II, divisie 1,
groep E, F en G; klasse III, divisie 1 indien aangesloten volgens Rosemount-tekening
03031-1019; niet-vonkend voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C en D.
Temperatuurcode: T4 (Ta = 60 °C)
behuizing type 4X
Zie voor de ingangsparameters controletekening 03031-1019.
Canadian Standards Association (CSA)
Alle door de CSA voor explosiegevaarlijke locaties goedgekeurde transmitters zijn gecertificeerd conform ANSI/ISA 12.27.02-2003.
E6
Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D. Stofontbrandingsveilig voor
klasse II en klasse III, divisie 1, groep E, F en G. Geschikt voor klasse I, divisie 2,
groep A, B, C en D voor explosiegevaarlijke locaties binnen en buiten. Behuizing
type 4X, in de fabriek afgedicht. Enkele afdichting.
C6 Goedkeuring explosieveiligheid en intrinsieke veiligheid. Intrinsiek veilig voor klasse I,
divisie 1, groep A, B, C en D wanneer aangesloten conform Rosemount-tekeningen
03031-1024. Temperatuurcode T3C.
Explosieveilig voor klasse I, divisie 1, groep B, C en D. Stofontbrandingsveilig voor
klasse II en klasse III, divisie 1, groep E, F en G. Geschikt voor klasse I, divisie 2,
groep A, B, C en D gevaarlijke locaties. Behuizing type 4X, in de fabriek afgedicht.
Zie voor de ingangsparameters controletekening 03031-1024. Enkele afdichting.
13
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
Europese certificaties
I1 ATEX Intrinsieke veiligheid en stof
Certificeringsnr.: BAS 98ATEX1355X
II 1 GD
Ex ia IIC T4 (Tomg = –60 tot +60 °C)
Stofclassificatie: Ex tD A20 T70 °C (Tomg –20 tot 40 °C) IP66
1180
Tabel 3. Ingangsparameters
Ui = 30 V
Ii = 300 mA
Pi = 1,3 W
Ci = 0 µF
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
Als het optionele aansluitklemmenblok met overspanningsbeveiliging is geïnstalleerd,
kan het apparaat de 500 V-isolatietest die is vereist volgens bepaling 6.3.12 van
EN60079-11 niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij installatie
van het apparaat.
IA
ATEX FISCO intrinsieke veiligheid
Certificeringsnr.: BAS 98ATEX1355X
Ex ia IIC T4 (Tomg = –60 tot +60 °C)
IP66
1180
II 1 G
Tabel 4. Ingangsparameters
Ui = 17,5 V
Ii = 380 mA
Pi = 5,32 W
Ci = ≤ 5 µF
Li = ≤ 10 µH
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
De apparatuur kan de 500 V-isolatietest die is vereist volgens bepaling 6.3.12 van
EN60079-11 niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het
installeren van de apparatuur.
N1 ATEX Type n en stof
Certificeringsnr.: BAS 98ATEX3356X
II 3 GD
Ex nL IIC T4 (Tomg = –40 tot +70 °C)
Ui = max. 40 V gelijkspanning
Stofclassificatie: Ex tD A22 T80 °C (Tomg = –20 tot 40 °C) IP66
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
De apparatuur kan de 500 V-isolatietest die is vereist volgens bepaling 6.8.1 van
EN60079-15 niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het
installeren van de apparatuur.
14
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
E8
Rosemount 3051
ATEX drukvast en stof
Certificeringsnr.: KEMA 00ATEX2013X
II 1/2 GD
Ex d IIC T6 (Tomg = –50 tot 65 °C)
Ex d IIC T5 (Tomg = –50 tot 80 °C)
Stofclassificatie: Ex tD A20/A21 T90 °C, IP66
1180
Vmax = 55 V gelijkspanning
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
Dit apparaat bevat een dunwandig scheidingsmembraan. Bij installatie, onderhoud en
gebruik moet rekening worden gehouden met de omgevingsomstandigheden waaraan
het membraan onderworpen zal worden. De instructies van de fabrikant voor installatie en onderhoud moeten nauwkeurig worden opgevolgd, om de veiligheid gedurende
de verwachte levensduur te garanderen.
Neem voor nadere informatie over de afmetingen van de drukvaste verbindingen
contact op met de fabrikant.
Certificaties Japan
E4 TIIS drukvast
Ex d IIC T6
Certificaat
C15852
C15853
C15858
C15859
C15860
C15861
Beschrijving
3051C/D/1 FOUNDATION veldbus – zonder meter
3051C/D/1 FOUNDATION veldbus – met meter
3051T/G/1 FOUNDATION veldbus, SST, Silicon – zonder meter
3051T/G/1 FOUNDATION veldbus, metaallegering C-276, Silicon – zonder meter
3051T/G/1 FOUNDATION veldbus, SST, Silicon – met meter
3051T/G/1 FOUNDATION veldbus, metaallegering C-276, Silicon – met meter
Certificaties IECEx
I7 IECEx intrinsieke veiligheid
Certificeringsnr.: IECEx BAS 09.0076X
Ex ia IIC T4 (Tomg = 60 °C)
IP66
Tabel 5. Ingangsparameters
Ui = 30 V
Ii = 300 mA
Pi = 1,3 W
Ci = 0 µF
Li = 0 µH
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als het apparaat is uitgerust met een optionele overspanningsbeveiliging van 90 V,
kan het de volgens bepaling 6.3.12 van IEC 60079-11 vereiste 500 V-isolatietest
niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het installeren van het
apparaat.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en is afgewerkt
met een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet
dat de behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
15
Beknopte installatiegids
Rosemount 3051
E7
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
IECEx drukvast
Certificeringsnr.: IECEx KEM 09.0034X
Ga/Gb Ex d IIC T6 (–50 °C tot +65 °C) T5 (–50 °C tot +80 °C)
Ex tD A20/A21 IP66 T90 °C
IP66
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
Dit apparaat bevat een dunwandig scheidingsmembraan. Bij installatie, onderhoud en
gebruik moet rekening worden gehouden met de omgevingsomstandigheden waar het
membraan aan onderworpen gaat worden. De instructies van de fabrikant voor
installatie en onderhoud moeten nauwkeurig worden opgevolgd, om de veiligheid
gedurende de verwachte levensduur te garanderen.
Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen van de drukvaste naden.
N7 IECEx type n
Certificeringsnr.: IECEx BAS 09.0077X
Ex nA nL IIC T5 (–40 °C ≤ Ta ≤ +70 °C)
IP66
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
De apparatuur kan de 500 V-isolatietest die is vereist volgens bepaling 6.8.1 van
EN 60079-15 niet doorstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het
installeren van de apparatuur.
Inmetro-certificering
E2 Drukvast
Certificaatnummer (vervaardigd in Chanhassen, MN, VS): Ex-073/971
Certificaatnummer (vervaardigd in Brazilië): Ex-1383/07X
BR-Ex d IIC T6/T5
I2
16
Intrinsieke veiligheid
Certificaatnummer (vervaardigd in Chanhassen, MN, VS): Ex-072/971X
Certificaatnummer (vervaardigd in Brazilië): Ex-1412/07X
BR-Ex ia IIC T4
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
Certificatie China (NEPSI)
E3 Drukvast
Certificeringsnr.: GYJ091065X
Ex d IIC T3~T5
DIP A21 TA T90C IP66
I3
Intrinsieke veiligheid
Certificeringsnr.: GYJ091067X
Ex ia IIC T4
DIP A20 TA T70C IP66
Tabel 6. Ingangsparameters
FOUNDATION veldbus
Ui = 30 V
Ii = 300 mA
Pi = 1,3 W
Li = 0
Ci = 0
FISCO
Ui = 17,5 V
Ii = 380 mA
Pi = 5,32 W
Li ≤ 10 µH
Ci = 5 nF
Combinaties van certificeringen
Er wordt een roestvrijstalen certificatielabel meegeleverd als optionele goedkeuring wordt
aangegeven. Na installatie van een instrument waarop meerdere goedkeuringstypes zijn
vermeld, mag het instrument niet opnieuw worden geïnstalleerd met gebruik van andere
goedkeuringstypes. Breng een permanente markering aan op het goedkeuringslabel om
de gebruikte goedkeuring te onderscheiden van de niet-gebruikte goedkeuringstypes.
K5 combinatie van E5 en I5
KB combinatie van K5 en C6
KD combinatie van K5, C6, I1 en E8
K6 combinatie van C6, I1 en E8
K8 combinatie van E8 en I1
K7 combinatie van E7, I7 en N7
17
Beknopte installatiegids
Rosemount 3051
doc
18
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
EC Declaration of Conformity
No: RMD 1017 Rev. M
EMC Directive (2004/108/EC)
All Models 3051 Pressure Transmitters
EN 61326:2006
EN 61326-2-3:2006
PED Directive (97/23/EC)
Models 3051CA4; 3051CG2, 3, 4, 5; 3051CD2, 3, 4, 5 (also with P9 option);
3051HD2, 3, 4, 5; 3051HG2, 3, 4, 5; 3051PD2, 3; and 3051PG2, 3, 4, 5 Pressure
Transmitters
QS Certificate of Assessment - EC Certificate No. 59552-2009-CE-HOU-DNV
Module H Conformity Assessment
All other model 3051 Pressure Transmitters
Sound Engineering Practice
Transmitter Attachments: Diaphragm Seal - Process Flange - Manifold
Sound Engineering Practice
Model 3051CFx FlowmeterTransmitters (All 3051CFx models are SEP except as noted in
the table below)
QS Certificate of Assessment - CE-41-PED-H1-RMT-001-04-USA
Module __ Conformity Assessment
Evaluation standards:
Model/Range
3051CFA: 1500# & 2500# All Lines
3051CFA: Sensor Size 2 150# 6”to 24”Line
3051CFA: Sensor Size 2 300# 6”to 24”Line
3051CFA: Sensor Size 2 600# 6”to 16”Line
3051CFA: Sensor Size 2 600# 18”to 24”Line
3051CFA: Sensor Size 3 150# 12”to 44”Line
3051CFA: Sensor Size 3 150# 46”to 72”Line
3051CFA: Sensor Size 3 300# 12” to 72”Line
3051CFA: Sensor Size 3 600# 12”to 48”Line
3051CFA: Sensor Size 3 600# 60”to 72”Line
3051CFP: 150#, 300#, 600# 1-1/2”
3051CFP: 300# & 600# 1-1/2”
3051CFP: 1-1/2” Threaded & Welded
File ID: 3051_ CE Marking
Page 2 of 5
PED Category
Group 1 Fluid
Group 2 Fluid
II
SEP
I
SEP
II
I
II
I
III
II
II
I
III
II
III
II
III
II
IV
III
I
SEP
II
I
II
I
K:\prodappr\EUCDOCS\3051_RMD1017M.doc
19
Beknopte installatiegids
Rosemount 3051
20
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
21
Beknopte installatiegids
Rosemount 3051
22
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
doc
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1017 versie M
Wij,
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-6985, VS
verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat de
Model 3051 druktransmitters
vervaardigd door
Rosemount Inc.
12001 Technology Drive
Eden Prairie, MN 55344-3695
VS
en
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9687
VS
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming zijn met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Unie, met inbegrip van de meest recente wijzigingen, welke staan
vermeld in bijgevoegd schema.
Deze aanname van overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van geharmoniseerde
normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie in de
Europese Gemeenschap, welke vermeld staan in onderstaand schema.
Vicepresident – kwaliteit
(functie – in blokletters)
Timothy J. Layer
(naam – in blokletters)
Documentnaam: 3051_ CE Marking
17 december 2009
(datum van uitgifte)
Pagina 1 van 5
3051_RMD1017M_dut.doc
23
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1017 versie M
EMC-richtlijn (2004/108/EG)
Alle Model 3051 druktransmitters
EN 61326: 2006
EN 61326-2-3:2006
Richtlijn Drukapparatuur (97/23/EG)
Modellen 3051CA4; 3051CG2, 3, 4, 5; 3051CD2, 3, 4, 5 (tevens met optie P9);
3051HD2, 3, 4, 5; 3051HG2, 3, 4, 5; 3051PD2, 3; en 3051PG2, 3, 4, 5 druktransmitters
Beoordelingsbesluit kwaliteitssysteem – EG-certificaat nr. 59552-2009-CE-HOU-DNV
Overeenstemmingsbeoordeling module H
Alle overige Model 3051 druktransmitters
Goed vakmanschap (Sound Engineering Practice)
Hulpstukken transmitter: membraanafdichting – procesflens – verdeelstuk
Goed vakmanschap (Sound Engineering Practice)
Model 3051CFx flowmetertransmitters (alle 3051CFx-modellen zijn SEP, tenzij anders
vermeld in onderstaande tabel)
Beoordelingsbesluit kwaliteitssysteem – CE-41-PED-H1-RMT-001-04-USA
Overeenstemmingsbeoordeling module __
Evaluatienormen:
Model/bereik
3051CFA: 1500 lb en 2500 lb alle leidingen
3051CFA: sensormaat 2 150 lb leiding van 6 inch tot 24 inch
3051CFA: sensormaat 2 300 lb leiding van 6 inch tot 24 inch
3051CFA: sensormaat 2 600 lb leiding van 6 inch tot 16 inch
3051CFA: sensormaat 2 600 lb leiding van 18 inch tot 24 inch
3051CFA: sensormaat 3 150 lb leiding van 12 inch tot 44 inch
3051CFA: sensormaat 3 150 lb leiding van 46 inch tot 72 inch
3051CFA: sensormaat 3 300 lb leiding van 12 inch tot 72 inch
3051CFA: sensormaat 3 600 lb leiding van 12 inch tot 48 inch
3051CFA: sensormaat 3 600 lb leiding van 60 inch tot 72 inch
3051CFP: 150 lb, 300 lb, 600 lb, 1,5 inch
3051CFP: 300 lb en 600 lb 1,5 inch
3051CFP: draad- en lasverbinding van 1,5 inch
Documentnaam: 3051_ CE Marking
24
Pagina 2 van 5
Categorie Richtlijn drukapparatuur
Vloeistof groep 1 Vloeistof groep 2
II
SEP
I
SEP
II
I
II
I
III
II
II
I
III
II
III
II
III
II
IV
III
I
SEP
II
I
II
I
3051_RMD1017M_dut.doc
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1017 versie M
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Model 3051 druktransmitter met 4–20 mA/Hart-uitgang
BAS97ATEX1089X-certificaat intrinsieke veiligheid en stof
Apparatuurgroep II, categorie 1 GD Ex ia IIC T5 of T4,
T5 (–60 °C ” Ta ” +40 °C), T4 (–60 °C ” Ta ” +70 °C);
Ex tD A20 IP66 T80 °C
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2006; EN60079-11:2007; EN61241-0:2006; EN61241-1:2004
BAS00ATEX3105X-certificaat type n en stof
Apparatuurgroep II categorie 3 GD Ex nA nL IIC T5 (–40 °C ” Ta ” +70 °C);
Ex tD A22 IP66 T80 °C (–20 °C ” Ta ” +40 °C)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2006; EN60079-15:2005; EN61241-0:2006; EN61241-1:2004
Model 3051 druktransmitter met Fieldbus/Profibus-uitgang
BAS98ATEX1355X-certificaat intrinsieke veiligheid en stof
Apparatuurgroep II, categorie 1 GD Ex ia IIC T4 (–60 °C ” Ta ” +60 °C);
Ex tD A20 IP66 T70 °C (–20 °C ” Ta ” +40 °C)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2006; EN60079-11:2007; EN61241-0:2006; EN61241-1:2004
Documentnaam: 3051_ CE Marking
Pagina 3 van 5
3051_RMD1017M_dut.doc
25
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1017 versie M
BAS98ATEX3356X-certificaat type n en stof
Apparatuurgroep II categorie 3 GD Ex nL IIC T5 (Ta = –40 °C tot +70 °C);
Ex tD A22 IP66 T80 °C (–20 °C ” Ta ” +40 °C)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2006; EN60079-15:2005; EN61241-0:2006; EN61241-1:2004
Model 3051 druktransmitter met FISCO-uitgang
BAS98ATEX1355X-certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G Ex ia IIC T4 (–60 °C ” Ta ” +60 °C);
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2006; EN60079-11:2007
Model 3051 druktransmitters
KEMA00ATEX2013X-certificaat drukvast en stof
Apparatuurgroep II, categorie 1/2 G Ex d IIC T6 of T5,
T6 (–50 °C ” Ta ” +65 °C), T5 (–50 °C ” Ta ” +80 °C);
Apparatuurgroep II categorie 1/2 D Ex tD A20/A21 IP6x T90 °C
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2006; EN60079-1:2007; EN60079-26:2007; EN61241-0:2006;
EN61241-1:2004
Documentnaam: 3051_ CE Marking
26
Pagina 4 van 5
3051_RMD1017M_dut.doc
Beknopte installatiegids
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010
Rosemount 3051
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1017 versie M
Aangemelde instantie Richtlijn Drukapparatuur
Model 3051 druktransmitters
Det Norske Veritas (DNV) [nr. aangemelde instantie: 0575]
Veritasveien 1, N-1322
Hovik, Noorwegen
3051CFx Series flowmetertransmitters
Plant Safety Limited [nummer aangemelde instantie: 0041]
Parklands, Wilmslow Road, Didsbury
Manchester M20 2RE
Verenigd Koninkrijk
Aangemelde instanties voor ATEX-onderzoekscertificaat, type EG
KEMA (KEMA) [nr. aangemelde instantie: 0344]
Utrechtseweg 310, 6812 AR Arnhem
Postbus 5185, 6802 ED Arnhem
Nederland
Postbank 6794687
Baseefa. [nr. aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire
SK17 9RZ Verenigd Koninkrijk
ATEX aangemelde instantie voor kwaliteitswaarborg
Baseefa. [nr. aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire
SK17 9RZ Verenigd Koninkrijk
Documentnaam: 3051_ CE Marking
Pagina 5 van 5
3051_RMD1017M_dut.doc
27
Beknopte installatiegids
Rosemount 3051
28
00825-0111-4797, Rev EA
Juni 2010