Kroniek van Peter van Os

RGP
kleine serie
87
KRONIEK
PETER
VAN OS
Rijks Geschiedkundige Publicatie«n
uitgegeven door het
Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
Kleine Serie
87
Instituut voor
Nederlandse
Geschiedenis
RGP
Kroniek van Peter van Os
Geschiedenis van 's-Hertogenbosch en
Brabant van Adam tot 1523
Uitgegeven door
drs. A.M. van Lith-Droogleever Fortuijn
dr. J.G.M. Sanders
drs. G.A.M. Van Synghel
Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
Den Haag / 1997
Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis maakt deel uit van de Stichting
voor Historische Wetenschappen, die ressorteert onder de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.
Illustratieverantwoording:
Met dank aan het Gemeentearchief 's-Hertogenbosch (foto's pag. xxvii boven, xxxvii en
stofomslag), het Rijksarchief in Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch (foto's pag. xvii, xviii,
xix, xxvii onder, xxviii, xlii en schutbladen) en de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage
(foto pag. 356).
Stofomslag:
Oudst bekende gezicht op 's-Hertogenbosch ca. 1524. Detail van een manuscriptkaart van
het Gelderse rivierengebied.
Wenen, Oesterreichisches Staatsarchiv, Belgien, D.D. 237, fol. 387
Schutbladen:
Kaart van het hertogdom Brabant door Jacob van Deventer, ca. 1550.
's-Hertogenbosch, RA, kaarten- en prentenverzameling, inv.nr. 34
isbn 90-5216-097-x geb.
issn 0921-90
nugi 641
Stofomslagontwerp Luc de Ruijter, Amsterdam
Gezet door Gra¢sch Serviceburo Assist, Goes
Gedrukt door Gra¢sch Produktiebedrijf Gorter bv, Steenwijk
Gebonden door Callenbach bv, Nijkerk
C 1996 Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag
Postbus 90755 . 2509 LT . e-mail [email protected]
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, op welke wijze
dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever, without prior written permission from the publisher.
Inhoud
VII Woord vooraf
Inleiding
IX 1 Het belang van de kroniek
XII 2 Codicologische beschrijving
Herkomst
Materiaal
Collatie
Schrift en datering
Decoratie
Taal
Band
Tekst¢liatie
XXI 3 Samensteller
XXII 4 Politieke constellatie ten tijde van het ontstaan van de kroniek
XXV 5 Bronnen
XXIX 6 Typologie
XXXII 7 Betrouwbaarheid en accuratesse
XXXIV 8 Receptie
XXXV 9 Stedelijke historiogra¢e naVan Os
XLI Verantwoording van de tekstuitgave en tekstpresentatie
1 Kroniek van Peter van Os
Bijlagen
353 1 Lijst met vertaling van vaak voorkomende Latijnse zinsneden en passages
355 2 Lijst van signa
357 3 Concordantie van kroniek en cartularium
383 Lijst van afkortingen
385 Literatuurlijst
389 Index van persoons- en geogra¢sche namen
Woord vooraf
In 1948 publiceerde H.P.H. Camps, bewerker van het eerste deel van het Oorkondenboek van Noord-Brabant, zijn proefschrift over de stadsrechten van graaf
Willem II van Holland en hun verhouding tot het recht van 's-Hertogenbosch. Het
bestaan van de oudste tekst van het stadsrecht van Den Bosch was hem bekend uit
een marginale aantekening in de kroniekvan Peter van Os, die op haar beurt weer
verwees naar een afschrift in een tot dan toe onbekend cartularium. Camps wees
in zijn zevende stelling op het belang van de kroniek: `De uitgave van de stadskroniek van Den Bosch van Pieter van Os is een dringend desideratum in onze
historische literatuur'.
Bijna vijftig jaar later is het dan zover: deze oudst bewaard gebleven exponent van
stedelijke geschiedschrijving te 's-Hertogenbosch vormt de inhoud van de voor U
liggende uitgave.
In de kroniek van Peter van Os wordt de geschiedenis van 's-Hertogenbosch en
Brabant vanaf de schepping van de wereld tot en met het jaar 1515 beschreven.
Een tweede scriptor voegde daar een aanvulling aan toe tot en met het jaar 1523.
Publicatie van dit type bronnen vindt in Nederland verspreid plaats. Er is namelijk geen equivalent van de in 1862 groots opgezette Duitse serie Die Chroniken
derdeutschen StÌdte von 14. bis ins 16. Jahrhundert.Wij zijn het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis dan ook dankbaar dat het deze bron onder zijn auspicie«n
wil uitgeven.
Bij de totstandkoming van de uitgave hebben we van verschillende zijden steun
ontvangen. Dr. J.G. Smit (coÎrdinator van de sectie Middeleeuwen van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis) begeleidde het gehele traject intern en gaf
ons waardevolle adviezen en praktische steun bij de tekstuitgave, inleiding en opmaak van de index. Mw. dr. B. Ebels-Hoving en dr. R. Stein hebben als externe
referent de inleiding van kritische opmerkingen voorzien. C. Keij en vervolgens
F. Aussems (beiden werkzaam bij de uitgeverij van het Instituut) hebben op constructieve en nauwgezette wijze het produktieproces in goede banen geleid. Een
woord van dank gaat ook uit naar het Rijksarchief in Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch, eigenaar van de kroniek, dat ons gedurende een lange periode gastvrijheid en faciliteiten bood.
Moge de publicatie van de kroniek van Peter van Os een vruchtbare bodem zijn
voor verder wetenschappelijk onderzoek.
Sint-Michielsgestel, april 1997
drs. A.M. van Lith-Droogleever Fortuijn
dr. J.G.M. Sanders
drs. G.A.M.Van Synghel
VII
Inleiding
1 Het belang van de kroniek
In De Kroniek van Peter van Os1, bestaande uit 396 beschreven folia, is de geschiedenis van 's-Hertogenbosch en Brabant beschreven, vanaf Adam tot het begin van het jaar 1523. Het Rijksarchief in Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch is
eigenaar van het handschrift van de kroniek en heeft dit in bewaring gegeven aan
de KUB teTilburg.2 De samensteller van de kroniek is een van de stadssecretarissen van 's-Hertogenbosch,3 namelijk Peter van Os. Hij was werkzaam in de stedelijke secretarie van 1483 tot 1542.Van Os zelf beschreef de geschiedenis van stad
en hertogdom tot en met het jaar 1515. De periode 1515-1523 is aangevuld door
een andere, niet ge|« denti¢ceerde scriptor, eveneens werkzaam in de secretarie
van Den Bosch. Waarom Van Os deze periode niet zelf beschreven heeft, blijft
vooralsnog een raadsel. Hij heeft immers voor het aanvullend gedeelte wel zelf
de oorkonden verzameld en gekopieerd in een cartularium, dat de basis vormt
voor de bewijsstukken in zijn kroniek. Ook blijft hij gedurende de jaren na 1515
aktief in de stedelijke secretarie, zonder wijziging in de aard van zijn werkzaamheden.
Subscriptio door Peter van Os.
's-Hertogenbosch, RA, archief klooster Marie«nburg op de Uilenburg te 's-Hertogenbosch, inv.nr. 306,
oorkonde d.d. 9 mei 1522
1
2
3
Carasso-Kok, Repertorium, 379, nr. 350.
Tilburg, KUB, Brabantica-collectie hs 339a H3.
In het begin van de zestiende eeuw zijn verschillende stadssecretarissen tegelijk werkzaam in de stedelijke secretarie, Jacobs, Justitie en politie, 83-85.
IX
In de kroniek zijn drie delen van niet-evenredige omvang aan te wijzen. Op de
eerste drie folia wordt een opsomming gegeven van de kwartieren, steden, vrijheden, abdijen en baanderijen van het hertogdom Brabant. Daarna volgt een inleidend gedeelte van circa 40 folia met een genealogie van de hertogen van Brabant
en de legitimatie van hun positie. In het resterende deel, circa 350 folia, staan de
stad 's-Hertogenbosch, de Meierij en het hertogdom centraal. Deze inhoudelijke
accentverschuiving loopt parallel met een wijziging in de chronologische indeling. In het inleidend gedeelte heeft Van Os de historische gegevens chronologisch
gerangschikt in de vorm van korte paragrafen, voorzien van een rubriek.Vanaf folio 42r voert hij een chronologische indeling in op basis van het schepenjaar, dat in
's-Hertogenbosch loopt van 1 oktober tot 30 september. Binnen deze structuur
past hij de gebeurtenissen in. Deze jaarindeling blijft gehandhaafd tot het eind
van de kroniek. Een secundaire tijdsaanduiding staat bovenaan elke folio. Daar
wordt het betre¡ende jaar vöör of na Christus vermeld, of de naam van de regerende Brabantse vorst.Vanaf Hendrik I vindt de vermelding van de regerende
vorst consequent plaats tot het eind van de kroniek.
Uitgangspunt voor de opbouw van de kroniek zijn dus de schepenjaren. Elk jaar
vindt men de formulering Remigii confessoris anno v scabini v4 of een variant
daarvan. Daarna volgen eerst de schepennamen, voor zover Van Os deze kent.
Met name in de dertiende eeuw zijn er veel lacunes. Een groot aantal schepenjaren doet Van Os af met zeven symbolische punten. In de vijftiende eeuw noemt hij
na de schepenen ook andere functionarissen, zoals secretarissen, rentmeesters,
burgemeesters en goede mannen. Speci¢eke gegevens die verband houden met
de ambtstermijn vallen ook onder dit paragraafje. Aan de hand van het schepenjaar groepeert hij dan de historische gegevens, die vaak ondersteund zijn met diplomatische stukken, zoals oorkonden, akten en eedformulieren. De verhouding
tussen de zuiver verhalende en de diplomatische passages is wisselend. Sommige
schepenjaren bevatten uitsluitend de vermelding van bepaalde privileges, andere
hebben alleen verhalende tekstdelen en weer andere hebben een gemengde samenstelling. In de verhalende passages besteedt hij aandacht aan politieke, monetaire, economische en militaire geschiedenis, zowel van de stad als van het
hertogdom. Ook gebeurtenissen buiten het hertogdom, voornamelijk uit Engeland, Frankrijk en het Duitse Rijk, vinden er hun plaats.Voor een groot deel van
deze verhalende passages heeft Van Os Die alderexcellenste cronyke van Brabant,
Hollant, Seelant,Vlaenderen int generael met vele nieuwe addicien dye in die ander
niet gheweest en zijn, gheprent thAntwerpen int iaer ons Heeren MCCCCC ende XII
in octobri gebruikt. Gegevens die hij niet ontleent aan Die alderexcellenste cronyke
van Brabant betre¡en onder andere de Gelderse oorlogen, de huldiging van Karel
V in Den Bosch en de typisch kroniekmatige aantekeningen zoals stadsbranden,
het klimaat, de bouw van stadsmuren, het instellen van een loterij, het gieten van
een klok enz.
4
Vertaling: op 1 oktober in het jaar v waren schepenen v.Voor vertaling van deze formuleringen zie bijlage 1 (Lijst met vertaling van vaak voorkomende Latijnse zinsneden en
passages). De wisseling van de schepenstoel vond in de stad 's-Hertogenbosch plaats op
1 oktober.
X
De diplomatische tekstdelen zijn ontleend aan een cartularium van 's-Hertogenbosch in twee banden, dat berust in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage.5 Het betreft voornamelijk aan de stad verleende privileges, overeen- komsten
tussen stad en Meierij, ordonnanties en andere juridische bescheiden. Deze stukken worden in de kroniek deels in extenso, deels geparafraseerd weergegeven. De
volledige tekst van de verkorte stukken kan men via een doorVan Os aangebrachte folio- en signumverwijzing terugvinden in dit cartularium. De periode dieVan
Os zelf bewust meegemaakt heeft, namelijk het derde kwart van de vijftiende
eeuw en de eerste twee decennia van de zestiende eeuw, wordt het meest uitvoerig
belicht.
De uitgave van de kroniekvan Peter van Os beoogt een stimulans te geven aan het
onderzoek op diverse terreinen. De kroniek zelf is een zo uitvoerig en ambitieus
opgezet specimen van laat-middeleeuwse Nederlandse stadsgeschiedschrijving,
dat integrale uitgave vanuit dit oogpunt verantwoord is. Dit temeer omdat bij gebrek aan moderne edities van vergelijkbare Nederlandse kronieken het verschijnsel nauwelijks bestudeerd is.
Het doorVan Os aangereikte diplomatisch materiaal uit de kroniek, dat tot op heden nagenoeg volledig onuitgegeven is, biedt samen met het cartularium een uitstekende basis voor historisch en rechtshistorisch onderzoek. Daarbij kan men
denken aan thema's als bijvoorbeeld de verhouding tussen stad en Meierij en tussen stad en de heerlijkheden Ravenstein, Megen, Gemert en Cuijk, de positie van
stad en hoogschout in waterstaatkundige zaken in de Meierij en monetaire ontwikkelingen. Een deel van het diplomatisch materiaal is niet meer in origineel,
maar alleen in afschrift in de kroniekof in het bijbehorende cartularium voorhanden. Door toevoeging van een concordantie van kroniek en cartularium, waarin
de stukken chronologisch geordend zijn en voorzien van een omschrijving van het
onderwerp, wordt het diplomatisch materiaal voor de onderzoeker inhoudelijk
ontsloten.
Ook kan de uitgave een stimulans geven aan het literatuurhistorisch onderzoek.
De kroniek van Van Os is een specimen van laat-middeleeuwse geschiedschrijving, tot stand gekomen binnen een stedelijke context, uniek in haar uitgebreide
opzet.Waarschijnlijk vormt Den Bosch een uitzondering op het verschijnsel dat
belangrijke steden vaak veel diplomatisch, maar weinig historiogra¢sch materiaal hebben.6 Door deze uitgave is een vergelijking mogelijk met andere Brabantse
kronieken en kan men onderzoek instellen naar de verwevenheid van Brabantse
kronieken met die van andere gewesten.7
Ten slotte is de kroniek van belang voor het taalkundig onderzoek. Het gehele begin zestiende-eeuwse Brabantse corpus is een mooi onderzoeksobject in twee opzichten. Enerzijds maakt het de bestudering van de streektaal mogelijk,
anderzijds de studie van de overgang van het Middelnederlands naar het Nieuw-
5
6
7
's-Gravenhage, KB, hs. nr. 131 B 26. Een micro¢lm van dit cartularium is aanwezig bij
het Rijksarchief in Noord-Brabant, Collectie Schaduwarchieven, inv.nr. 268.
Zie Wriedt,`Geschichtsschreibung in denWendischen HansestÌdten', 402.
Zie ook de wens van Carasso-Kok, Repertorium, 171.
XI
Nederlands. Deze overgang is een belangrijke cesuur in de taalontwikkeling.
Naar dit aspect is nog weinig onderzoek verricht.
2 Codicologische beschrijving
De titel van het handschrift luidt: Dit boeck inhelt in den iersten die gelegentheit
van Brabant metter toebehoerten, die afcoemste ende dedelheit der hoiger doerluchtiger fursten ende hertoigen van Brabant ende daer nae voirts van versceyden previlegien, verleeningen by hore princelicheit den landen van Brabant ende oic der stat
van sHertogenbosch verleent ende voirts van meer andere ordinancien, vonnissen,
appoinctementen, compromissen, uuytspraken, con¢rmacien, tractaten ende van
meer andere poincten, in cort comprehendeert.8
Op de rug van de band staat een latere titel Handschrift9 wegens10 Braband en
's Hertogenbosch door Pieter van Os, secretaris te's Bosch, met daar onder de signatuur 57a.
Het incipit luidt als volgt: In den iersten is hier te wetene die gelegentheit slants van
Brabant v.
Het explicit is: v ende die ander acht by composicien ende anderssins ontquamen.
Herkomst
Het handschrift van Peter van Os is via omzwervingen eigendom geworden van
het Rijksarchief in Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch. In 1816 kocht mr. W.C.
Ackersdijk, stadssecretaris van 's-Hertogenbosch, het voor ëën gulden bij de veiling van een boekcollectie.11 In juni 1864 verwierf R. van Breugel Douglas het
manuscript voor ü 50.12 Hij verkocht het op zijn beurt in 1910 aan het Rijksarchief in Noord-Brabant,13 waar het ondergebracht werd in de CollectieVan Breugel, inv.nr. 43. In 1960 is de kroniek in bruikleen gegeven aan de bibliotheek van
het Provinciaal Genootschap te 's-Hertogenbosch, die thans als Brabantica-collectie deel uitmaakt van de Universiteitsbibliotheek te Tilburg. Daar berust het
handschrift onder de signatuur hs 339a H3.14
8
9
10
11
12
13
14
Van Os, Kroniek, fol. 1r.
Licht vervaagde tekst.
Alsvoren.
's-Hertogenbosch, RA, CollectieVan Breugel, inv.nr. 43=Kroniek van Peter van Os, los
bijliggend Verslag van het handschrift van Petrus van Os, secretaris der stad 's-Hertogenbosch begonnen omtrend 1483 en vervolgd tot 1523, p. 16, door mr.W.C. Ackersdijck, alsmede de bijliggende aantekeningen van mr. C.C.D. Ebell, rijksarchivaris in NoordBrabant.
Van Os, Kroniek, ex-libris vanVan Breugel op fol. 1*.
Ebell,`Rijksarchief in Noordbrabant', 111.
Het handschrift van Peter van Os is beschreven door Van deVen, Over Brabant geschreven I, 34-38.
XII
Materiaal
De kroniek is geschreven op papier en bestaat uit 445 folia, waarvan er 396 beschreven zijn. De oude potloodfolie«ring loopt van fol. 1r tot 396r, een jongere folie«ring van fol. 397r tot 445r.Voorin zijn vijf ongefolieerde schutbladen. Slechts ëën
van deze schutbladen draagt een folie«ring, namelijk het cijfer 1*, en heeft een begin zeventiende-eeuws watermerk.15 De folia 1 tot en met 395 hebben begin zestiende-eeuwse watermerken, de folia 401 tot 445 begin zeventiende-eeuwse.16 De
folia met de zeventiende-eeuwse watermerken zijn de niet beschreven bladen. Er
is geen wijziging in papiersoort bij de wisseling van de handen. De resterende
blanco folia, ongeveer 45, zijn duidelijk van jongere datum.
Het papier verkeert in goede staat, behalve fol. 1r, waar een kleine beschadiging is
opgetreden.
Ter versteviging van het boekblok zijn op diverse plaatsen rond de katernen papierstroken aangebracht: vöör fol. 2r, fol. 9r, fol. 33r (met Nederlandse tekst), 49r,
97r, 129r (met fragment: te boeck ge), 137r, 145r, 169r, 185r, 218r, 265r, 281r, 289r,
305r, 313r, 322r, 328r, 337r, 338r, 345r, 346r, 352r, 353r, 361r, 370r, 377r, 386r, 394r.
Het katern met fol. 440 is verstevigd met een perkamenten hartstrook. Dit is de
pliek van een veertiende-eeuwse Bossche schepenoorkonde, met rechtsonder de
dienstaantekening: littera Iohannis Noet; duplicetur, solverunt ambo.
Collatie
De codex is opgebouwd uit 58 katernen, die nagenoeg allemaal uit vier dubbelbladen bestaan. In schema kan de katernopbouw als volgt weergegeven worden:
18 (de eerste drie bladen zijn aan de binnenzijde van het voorplat van de band
geplakt); 24+2 (fol. 1 en 8 is een enkelblad); 4-528; 536; 54-588 (de laatste twee
bladen zijn samen op het achterplat van de band geplakt); (fol. 9 en 104 liggen
los in de codex).17
De bladmaat, gemeten fol. 7r, bedraagt 281 x 205 mm. Dat de oorspronkelijke
bladmaat groter was, blijkt uit het feit dat op een aantal plaatsen de custoden
(deels) zijn weggesneden. Wat de spiegelmaten betreft kan geen eenvormig formaat opgegeven worden. Met name in de eerste helft van het handschrift (ongeveer tot fol. 136r) is de bladspiegel zeer onrustig. Diverse tekstdelen worden
onregelmatig over de bladen geschreven en verbonden door middel van accolades
(zie pagina XVII).18 Vanaf fol. 137r treedt een rustiger tekstbeeld in en bedragen
de spiegelmaten respectievelijk 199 x 117, 199 x 123, 111 x 195 en 209 x 119 mm
(fol. 193v, 259r, 309v en 386v).
15
16
17
18
Briquet, Les Filigranes, nr. 9821.
De verdeling der watermerken volgens Briquet, Les Filigranes, is als volgt: fol. 1 - fol.
143: nr. 8987; fol. 146 - fol. 256: nr. 8993; fol. 259 - fol. 260: nr. 1677; fol. 263 - fol. 387:
nr. 8993; fol. 388: sterkverwant aan nr. 12637; fol. 389 - fol. 390: geen watermerk aangetro¡en; fol. 391: nr. 8993; fol. 395: nr. 12518; fol. 396: nr. 8993; fol. 397: sterk verwant
aan 12637; fol. 401: nr. 7840; fol. 402: een zeventiende-eeuws watermerk, vanaf fol. 403
tot het eind fol. 445 komen de twee laatstgenoemde alternerend voor. Bij de handschriftbeschrijving vanVan deVen, Over Brabant geschreven I, 34-38 zijn de watermerken niet
ge|« denti¢ceerd.
Katernformule volgens Ker, Catalogue, XXII-XXIV.
Zie bijvoorbeeld de zeer slordige tekstopmaak op fol. 12v.
XIII
Van een linie«ring ontbreekt elk spoor. Signaturen zijn niet aangetro¡en.Volledig
gaaf bewaarde custoden ontbreken. Op fol. 371v en 372v (derde en vierde blad katern) staat een nog leesbare custode.Van de custoden op fol. 57r, 58r, 68r, 144v,
168v, 192v, 275v, 280v, 336v, 337v, 340v, 369v, 370v, 377v, 378v en 379v is meestal
slechts de bovenzijde van een paar letters waarneembaar, soms een gedeelte van
de letterschachten, in een enkel geval enkel nog een haaltje, waardoor de oorspronkelijke woorden niet meer kunnen worden gereconstrueerd.
Aanwijzingen voor de lezer tre¡en we aan op fol. 40r : ende keert omme. Nergens
zijn bij de grote kopschriften, gewone rubrieken of nota-verwijzingstekens representanten waar te nemen.
Schrift en datering
In het handschrift zijn twee opeenvolgende handen te onderkennen. De eerste
hand schrijft het leeuwendeel van de kroniek, van fol. 1r tot fol. 384v. Het is de
hand van Peter van Os, stadssecretaris van 's-Hertogenbosch en samensteller
van de tekst. Hij maakt zich in de kroniek twee maal bekend en verwijst bij die
gelegenheid naar zijn werkzaamheden binnen de Bossche stadsadministratie.19
De laatste tien folia, namelijk 385r tot 396r,20 zijn geschreven door een niet-ge|« denti¢ceerde hand, die eveneens voorkomt in stukken van de stedelijke gri¤e.21
De overgang van de eerste naar de tweede hand komt zeer plotseling aan het eind
van een katern, midden in een woord. De abrupte bee«indiging doorVan Os op fol.
384v aan het eind van een katern, midden in de datering daernae in den aprille den
XIXen dach nae Paeschen in den iair M, alsmede het ontbreken van het tweede deel
van de kop op de rectozijde van fol. 385, wijst op een onverwachte onderbreking
in de schrijfaktiviteiten van Van Os of op het teloor gaan van een reeds door hem
geschreven katern betre¡ende het schepenjaar 1514.Vermoedelijk is dit slechts
een beperkt aantal folia geweest, omdat uit de inhoudsopgave van het cartulari19
20
21
Van Os, Kroniek, fol. 299r-v : Anno LXXXIII predicto (namelijk 1483) ego Petrus de Os,
¢lius Iohannis Rutgerssoon, incepi ingrossare litteras scabinales de Buscoducis et in illa
practica procedere ad promotionem magistri Franconis de Langel, secretarii dicti opidi
cuius anima requiescat in pace, en fol. 331v : In dicto scabinatu XIa augusti anno XCVIII
obiit Bruxelle magister Godefridus de Dommelen, secretarius presentis opidi de Buscoducis, et in loco eius ego Petrus de Os, ¢lius Iohannis Rutgerssoon, institutus sum et prestiti
iuramentum supero¤cio secretariatus in die Exaltationis sancte Crucis immediate dictam
undecimam diem augusti sequente. Deze hand kan ge|« denti¢ceerd worden aan de hand
van het schepenprotocol van Peter van Os, zie 's-Hertogenbosch, GA, Oud archief,
inv.nr. 125.
Van deVen, Over Brabant geschreven I, 37 vermeldt abusievelijk dat hand 2 de folia 385r
tot 445 zou hebben geschreven.
Dit blijkt uit de registratie van akten door deze scriptor in de schepenprotocollen van
's-Hertogenbosch uit het eerste kwart van de zestiende eeuw, zie onder meer 's-Hertogenbosch, GA, Oud-rechterlijk archief 's-Hertogenbosch, inv.nr. 1326, fol. 1r-332r,
en 's-Hertogenbosch, GA, Oud-rechterlijk archief 's-Hertogenbosch, inv.nr. 1333, fol.
1r-307r, en in een cartularium van de stad, zie 's-Hertogenbosch, GA, collectie Provinciaal Genootschap, inv.nr. 375 (=Privilegeboek), fol. 271r. De veronderstelling van Van
deVen, Over Brabant geschreven I, 34, dat de jongere hand van Petrus van Os jr. zou zijn,
kan van de hand gewezen worden. De jongere hand in de kroniek is niet identiek aan de
door Van Os jr. geschreven stukken voor de stedelijke administratie.
XIV
um blijkt dat Van Os zijn werkzaamheden aan het cartularium voorlopig had afgesloten in 1515.
Bij de tweede scriptor treedt er geen wijziging op in de algehele structuur van de
kroniek: tekstopbouw, katernopbouw en bladspiegel blijven gelijk.Wel ontbreken
in het laatste gedeelte de rubricering en de kopteksten bovenaan. In tegenstelling
tot Van Os vermeldt de tweede scriptor niet consequent alle rentmeesters. Een
klein onderscheid is ook de toevoeging door de tweede scriptor van scabini of scabini in Buscoducis aan de opgave van het schepenjaar.22 Inhoudelijkverandert het
karakter van de kroniek wel in het laatste gedeelte. De tweede scriptor, die de periode vanaf 19 april 1515 tot 4 januari 1523 beschrijft (en hierbinnen een gebeurtenis uit maart 1523 vermeldt), geeft een meer gedetailleerd ooggetuigeverslag
van de gebeurtenissen dan Van Os, die de feiten sober presenteert. Hij voegt ook
viermaal een regest met cartulariumverwijzing toe aan het door Van Os geschreven gedeelte van de kroniek.23
Beide scriptores gebruiken het schrift van de administratie, een littera gothica
cursiva libraria, waarbij de tweede hand cursiever is dan die vanVan Os.24
Correcties zijn aangebracht op de voor een papieren codex gee«igende manier
door middel van doorhalingen met zwarte en rode inkt, behalve een enkele rasuur
op fol. 9r, 382v en 388r. De aard van de correcties in de vorm van de vele bij- en
bovenschrijvingen wijst in de richting van het direct afschrijven van een schriftelijk voorbeeld, zoals bijvoorbeeld het cartularium en Die alderexcellenste cronyke
van Brabant.25 Van Os en de tweede scriptor hebben na het schrijven het handschrift nog gecorrigeerd, zoals blijkt uit de toevoeging van vergeten woorden en
correcties van kleine vergissingen. Daarna hebben verschillende latere handen
met name in de schepenlijsten aanvullingen of correcties aangebracht.26
22
23
24
25
26
Zie Van Os, Kroniek, fol. 389v, 390v, 392r, 392v, 393r, 394r en 395r. Eenmaal wordt de
aankondiging in het Middelnederlands gedaan, zieVan Os, Kroniek, fol. 388v.
Van Os, Kroniek, fol. 86v, 271r, 313r en 322r. Hiervan zijn er drie door Van Os zelf in het
cartularium geschreven.
Voor de terminologie zie Gumbert, Manuscrits datës, texte 24, 26-27; de tweede hand
van de kroniek is sterk verwant aan de hand van Gumbert, Manuscrits datës, nr. 372.
Zie hierna hoofdstuk 5 (bronnen).
Van Os, Kroniek, zie de volgende schepenjaren (cijfers achter het schepenjaar geven het
rangnummer van de betre¡ende schepen; waar schepennamen later mogelijk toch door
Van Os geschreven zijn, wordt een vraagteken achter het jaartal toegevoegd; daar waar
mogelijk de tweede hand van de kroniek namen toegevoegd heeft, staat een sterretje):
1209?: 1, 2; 1257*: 1-7; 1278: 1, 2; 1279: 1, 2; 1291*: 1, 2; 1292?: 1, 2; 1293*: 1, 2;
1294*: 1, 2, 3; 1295: 1, 2; 1299: 1, 2; 1300: 1, 2; 1303: 1, 2; 1305: 1, 2; 1308: 3, 4, 5;
1310: 1, 2; 1311: 1, 2; 1313*: 3, 4; 1315?: 3, 4; 1316: 4, 5?; 1321: 1, 2; 1322: 1, 2; 1326:
1, 2; 1328: 1, 2; 1329: 1, 2; 1330: 4; 1334: 1, 2; 1347*: 1, 2, 3; 1349: 7; 1354: 3-6; 1358?: 15; 1359: 1, 2; 1360?: 1, 2; 1362: bij 3 `de Andel' toegevoegd, 5, 6; 1367: 3, 4; 1368: 3, 4;
1396: 1-4; 1416: 8, 9; 1464: 8.
XV
De ontstaansdatum van de kroniek is met zekerheid te dateren nä 1512, aangezienVan Os zich baseert op de vermeerderde heruitgave in dat jaar van Die alderexcellenste cronyke van Brabant.27 In de kroniek zijn diverse concrete tijdsaanwijzingen betre¡ende het schrijven zelf terug te vinden. Op fol. 54v verwijst
Van Os bij het schepenjaar 1249 naar het jaar 1513,28 ongeveer honderd folia verderop legt hij bij de vermelding van de geboorte van Arnold van Egmond in 1463
het verband met zijn eigen periode door verwijzing naar Karel van Egmond in
1514.29 In het schepenjaar 1482 last hij vermeldingen in van oorkonden uit
1487, 1508, 1509 en 1513,30 en bij het schepenjaar 1506 verwijst hij naar de huldiging van Karel V tot hertog van Brabant op 23 januari 1515.31 De schrijfaktiviteiten vanVan Os vallen dus in de periode 1513-1515.32
De werkzaamheden van de tweede scriptor zijn voor een deel gebaseerd op voorbereidend werk van Van Os.Wanneer we die oorkonden selecteren uit het tweede
deel, die niet in de inhoudsopgave van het cartularium staan en dus geschreven
zijn na 1515, dan betreft dit stukken tussen 5 april 1516 en 15 september 1521,
plus drie oudere oorkonden, alle geschreven door Van Os.33 Het zijn juist deze
drie oudste, veertiende- en vijftiende-eeuwse oorkonden, die door de tweede
scriptor van de kroniek in het manuscript van Van Os ingelast werden. Deze
tweede scriptor heeft bij zijn aanvulling dus gebruik gemaakt van deze door Van
Os geschreven oorkonden tot 1521.
27
28
29
30
31
32
33
Die alderexcellenste cronyke van Brabant, Hollant, Seelant,Vlaenderen int generael met
vele nieuwe addicien dye in die ander niet gheweest en zijn, gheprent thAntwerpen int iaer
ons Heeren MCCCCC ende XII in octobri, exemplaar te 's-Gravenhage, KB, oude druk
nr. 1084 B, met het ex-libris ex bibliotheca Hultmanniana divendita Sylvae Ducis apud H.
Palier et ¢lium.
Van Os, Kroniek, fol. 54v : syn outste dochter ga¡ hy ten huwelic v ; van hair als van der
eenre zyden is gecomen die heer van Croy, nu int iair XVC ende dartien levende.
Van Os, Kroniek, fol. 241v : natus est Arnoldus de Egmonda, qui Arnoldus dux Gelrie appellatus est quique fuit avus domini Karoli de Egmonda, pronunc videlicet anno M
CCCCCXIIIIto viventis.
ZieVan Os, Kroniek, fol. 290r-v, 291v, 293v-294r.
Van Os, Kroniek, fol. 349v.
Het laatste historisch feit dat Van Os vermeldt is het verdrag dat Karel Vmet Frans I sloot
op 19 april 1515, zieVan Os, Kroniek, fol. 384v-385r.Van deVen, Over Brabant geschreven I, 34 geeft bij het signalement als globale datering het eerste kwart van de zestiende
eeuw (na 1523).
's-Gravenhage, KB, hs. nr. 131 B 26, band 2: oorkonden d.d. 1331.07.20 (fol. 651r),
1493.11.03 (fol. 652r-653r), 1495.06.19 (fol. 659r), 1516.04.05 (fol. 644r-644v),
1516.04.16 (fol. 664r-666r), 1516.08.12 (fol. 645r), 1516.11.30(na 1516.11.00) (fol.
645v), 1517.04.01 (fol. 660r-661v), 1517.10.07 (fol. 649ar-649br), 1518.03.13 (fol. 662r664r), 1518.03.30 (fol. 666r-667r), 1518.04.20 (fol. 667r-668r), 1519.05.10,
1519.06.30(na 1519.06.00), 1519.08.22 (fol. 683 r-684v), 1520.10.06 (fol. 674v-678r),
1520.10.19 (fol. 678r-682v), 1521.04.13 (fol. 684v-692r), 1521.09.15 (fol. 694r-695v), en
een ongedateerde oorkonde (fol. 649bv-651r).
XVI
Verbinding van tekstdelen door middel van accolades door Peter van Os.
Tilburg, KUB, Brabanticacollectie hs 339a H3 = Kroniek vanVan Os, fol. 40r
XVII
Hand van Peter van Os.
Tilburg, KUB, Brabanticacollectie hs 339a H3 = Kroniek vanVan Os, fol. 1r
XVIII
Hand van de tweede scriptor van de kroniek.
Tilburg, KUB, Brabanticacollectie hs 339a H3 = Kroniek vanVan Os, fol. 390v
XIX
De jongste historische passage in de kroniek is uit de periode maart 1523, zodat
het schrijven van de aanvulling op de kroniek gedateerd kan worden na maart
1523. Ook deze scriptor houdt midden in het verhaal op.
Decoratie
Het handschrift is niet ge|« llustreerd. De enige vorm van versiering is de rubricering van initialen, kapitalen en minuskels, punten, accolades, kopteksten, verwijzings-, paragraaf-, nota- en sluitingstekens en tekstgedeelten. De decoratie is
aangebracht door middel van ophoging of onderlijning en door gra¢sche uitwerking van initialen.Van randversiering is geen sprake. Bij fol. 385r, waar de tweede
hand begint, stokt de rubricering. De gehele rubricering is door ëën hand aangebracht. Dit is zonder twijfel de hand van de eerste scriptor, aangezien de gerubriceerde gra¢sche uitwerking van de initialen in dit handschrift identiek is aan de
initialen in de schepenprotocollen, schepenoorkonden en het cartularium van de
hand van Peter van Os.34 De schepennamen zijn doorgaans zeer dik aangezet en
met een bredere pen geschreven. Zeer belangrijke passages zijn op dezelfde manier aangegeven.35
Taal
Het handschrift is hoofdzakelijk in het Middelnederlands geschreven, sommige
passages zijn in het Latijn. De Latijnse passages betre¡en onder andere afschriften van oorkonden, de aankondiging van de schepenstoel met de daarbij horende
gelatiniseerde namen en een beperkt aantal verhalende gedeelten.
Band
Het handschrift is gevat in een achttiende-eeuwse, zeer sobere perkamenten splitselband met een omgezette rand. De splitsels zijn van bruin leer en op de gesprenkelde snede is een rood spikkelpatroon aangebracht door middel van verfdruppels.
Op het voor- en achterplat van de band zijn twee gaatjes gemaakt voor de striksluiting met leren sluitkoordjes. Tussen de vier ribben, met dubbele binding, zijn ter
versteviging van de rug vijf overlijmstroken van perkament aangebracht. Twee
van deze overlijmstroken bevatten twee fragmenten, door twee verschillende handen geschreven, van een vermoedelijk vijftiende-eeuwse Nederlandse tekst. Gezien de stevige verlijming op de ribben is nader codicologisch onderzoek op dit
ogenblik materieel gezien onmogelijk. Het voorplat van de band draagt linksboven de signatuur Aanwinst 1910, D III 5 (in potlood) en N o 3.
34
35
Zie onder meer 's-Hertogenbosch, GA, Oud archief, inv.nr. A 525 (=Rood Privilegeboek), fol. 122r-152r ; 's-Hertogenbosch, GA, Oud archief, inv.nr. A 527 (=Pampiereboek), fol. 221r-225v.
Bijvoorbeeld Van Os, Kroniek, fol. 384r, waar de huldiging van Karel V te Leuven vermeld wordt.
XX
Tekst¢liatie
Van de kroniek van 's-Hertogenbosch is slechts de autograaf bewaard gebleven en
ëën achttiende-eeuws afschrift.Van concepten voor de kroniek door de samensteller is niets overgeleverd.36 Het afschrift van de kroniek berust in het archiefvan de
abdij vanTongerlo.37 Dit door brand zwaar beschadigde handschrift is via de Bossche familie Van Lanschot in het abdij-archief terechtgekomen. Het handschrift
bevat diverse onderdelen, waaronder een namenlijst van de Bossche Illustere
Lieve-Vrouwebroederschap, die door verschillende handen geschreven zijn.38
De kroniek van 's-Hertogenbosch is geschreven op de folia 23r-214r.39 De tekst
van Peter van Os is sterk ingekort en voor de periode 1523-1628 aangevuld.
3 Samensteller
Meester Peter van Os (Petrus Johannis Rutgerss. de Os) is vermoedelijk tussen
1460 en 1470 geboren. Het is onbekend of hij Bosschenaar van geboorte was. De
naam van zijn vader komt niet voor in de Bossche archieven.40 Peter van Os was
magister artium.We weten niet waar hij gestudeerd heeft. Zijn hele werkzame leven speelde zich af in het Bossche stadhuis, waar hij zijn carrie©re begon als klerk
36
37
38
39
40
In het GA Den Bosch, Collectie Provinciaal Genootschap, inv.nr. 375 (= Privilegeboek
van Den Bosch) is een tiental folia aangetro¡en, geschreven door Van Os, die tekstueel
nauw gelieerd blijken te zijn aan de kroniek. Het betreft de folia 219r-225v en 226v-227v,
met een exposë over de rechten van de hertogen van Brabant en Den Bosch in het land
van Herpen, fol. 225v, met een verklaring over de naam Brabant en de eerste heer, en fol.
227v-228r inzake Herpen en Elbout van der Gonde. AangezienVan Os deze teksten voor
zijn exposë over Herpen niet letterlijkoverneemt en zelfs herstructureert, lijkt het niet zo
aannemelijk dat het hier een concept voor de kroniek betreft. Mogelijk is dit materiaal
over Herpen bij elkaar gebracht ten behoeve van een procesdossier en later ingebonden
in het Privilegeboek. Overigens kan het niet helemaal uitgesloten worden dat juist de
kroniek gebruikt is voor het schrijven van dit dossier. De teksten betre¡ende de a¡aire
Herpen/Elbout van der Gonde en de naamsverklaring Brabant zijn namelijk in de kroniek en in het Privilegeboek identiek, alleen geeft de kroniek een meer complete versie.
Bij het Privilegeboek wordt dit exposë bee«indigd met etc. Tegen het gebruik van een gedetailleerd concept pleiten ook de vergissing in de tweede en derde persoon die Van Os
maakt bij de parafrasering van oorkonden uit het cartularium.
Westerlo, Abdij vanTongerlo, abdij-archief, inv.nr. 372.
Voor de samenstelling van dit handschrift, zie Corthouts, Inventaris, 232-233, nr. 372.
Westerlo, Abdij van Tongerlo, abdij-archief, inv.nr. 372, incipit op fol. 23r : In den name
ons lie¡s heeren Goids Ihesu soe is in den iiersten dit boecke begriipende die gelegentheijt
des lants van Brabant.
Volgens Cunen, Geschiedenis van Oss, 38-40 en 168, zou Peter van Os afstammen van de
wijdverbreide familie Van Oss die afkomstig is uit Oss. In en buiten deze plaats hebben
telgen van dit geslacht belangrijke posities bekleed. Hij vereenzelvigt de kroniekschrijver
met jonker Peter van Os op basis van de vermelding in de stadsrekeningen van 15071508 van een ¢nancie«le vergoeding, door het stadsbestuur van 's-Hertogenbosch aan
magister Peter van Oss toegekend voor de schade die aan het versterkte huis van zijn vader aangericht is (Van Zuijlen, Inventaris I, 172-173). Een afdoende bewijs voor deze
identi¢catie geeft Cunen echter niet.
XXI
van secretaris Frank van Langel.41 De eerste vermelding van zijn werkzaamheden dateert uit 1483.Van Os was toen ingrossator van de schepenakten in dit drukste schrijfcentrum van het noorden van het hertogdom Brabant. Na de dood van
Frank van Langel in 1497 werd hij adjunct-secretaris. Het jaar daarop al bekleedde hij een van de vier secretarisposten als opvolger van Godfried van Dommelen. Op 14 september legde hij zijn ambtseed af. Hij bleef secretaris tot zijn
dood in 1542. In tegenstelling tot zijn drie ambtsbroeders werd Peter niet afgevaardigd naar belangrijke onderhandelingen, zodat hij tijd had om zich in Den
Bosch aan cartularisatie en geschiedschrijving te wijden. Peter volgde in 1500
Van Langel ook op als notaris en oefende dit ambt uit tot 1536. Hij had een admissie als keizerlijk, pauselijk en bisschoppelijk notaris en bediende zich in de notarie«le akten van de titel clericus Leodiensis.42
Peter trouwde begin 1499 met Henrikske, dochter van voornoemde Frank van
Langel, secretaris van 's-Hertogenbosch van 1470 tot 1497. Hij bezat toen een
huis bij het Loefs Brugske in de stad. Peter en Henrikske woonden in ieder geval
tussen 1500 en 1505 in de Oude Hulst, een straat in het centrum van de stad. Na de
dood van Henrikske trouwde Peter met een dochter van Jacob Goyaerts en Aleit
Loenmans, ook Henrikske geheten. Hij was vanaf 1496/1497 opgenomen in de
Illustere Lieve-Vrouwebroederschap in Den Bosch, een gezelschap van hooggeplaatsten en beter gesitueerden. Zijn medebroeders vierden zijn uitvaart op 2 december 1542.43 Peter had drie kinderen: Peter jr., Jan en Oda. Onbekend is of het
kinderen uit zijn eerste of tweede huwelijk waren. Peter jr. trad in de voetsporen
van zijn vader en was van 1536 tot 1550 secretaris van de stad. Daarna vervulde
hij enkele jaren het ambt van schepen.44 Jan werd priester en was, evenals zijn vader, magister. Oda ten slotte trouwde met Goossen Jansz., raad van 's-Hertogenbosch en stadhouder van de hoogschout.
4 Politieke constellatie ten tijde van het ontstaan van de kroniek
Het politiek klimaat is ëën van de factoren of mogelijk zelfs de beslissende, die een
rol gespeeld heeft bij het vervaardigen van de kroniek. De stad 's-Hertogenbosch
41
42
43
44
In de schepenprotocollen van 1481/1482 en 1482/1483 (respectievelijk 's-Hertogenbosch, GA, Oud-rechterlijk archief 's-Hertogenbosch, inv.nr. 1251, fol. 150r en inv.nr.
1252, fol. 229r) staan in de marge weliswaar aantekeningen dat de op die folia ingeschreven minuutakten opnieuw ge|« ngrosseerd moesten worden door Peter van Os, maar het is
niet bekend van wanneer deze aantekeningen dateren. Het gaat daarom te ver deze jaren
het begin van zijn aktiviteiten als klerk te noemen. Naar eigen zeggen (Van Os, Kroniek,
fol. 229r-229v) begon hij in het schepenjaar 1483 (dat liep vanaf 1 oktober 1483) met het
ingrosseren van Bossche schepenakten.
Sanders,`Peter van Oss', 124-127.
's-Hertogenbosch, Archief Illustere Lieve-Vrouwebroederschap, inv.nr. 49, fol. 36r en 37r
(obitus fratrum) en rekeningen 1528/1529, 1529/1530 en 1542/1543; Van Dijk, De Bossche optimaten, 200.
Namelijk in de jaren 1552/1553, 1553/1554, 1556/1557 en 1557/1558, zie Jacobs, Justitie en politie, 273 enVerrreyt en Juten,`Noordbrabantsche zegels III', 229-234, met name 231 en 233-234 waar zijn zegel staat afgebeeld.
XXII
maakte als vierde hoofdstad deel uit van het hertogdom Brabant, dat in de loop
van de vijftiende eeuw langzaam maar zeker in de Bourgondische invloedssfeer
getrokken werd. De Brabanders verzetten zich tegen dit Bourgondiseringsproces
en trachtten hun autonomie en vroeger verkregen voorrechten veilig te stellen.Telkenmale als een nieuwe hertog aantrad, benadrukten de Staten van Brabant deze
verlangens. Tijdens de regering van Karel de Stoute (1467-1477) werd de balans
tussen vorst en onderdanen gevoelig verstoord door de aantasting van de autonomie van met name de grote steden. Na zijn dood in 1477 eisten alle gewesten hun
teloor gegane rechten weer op van zijn dochter Maria. Zij gaf toe aan de particularistische krachten, maar probeerde daarna langzaam en omzichtig met haar
Oostenrijkse echtgenoot Maximiliaan een nieuwe machtsbasis op te bouwen.
Haar vroegtijdige dood in 1482 leidde tot het regentschap van Maximiliaan voor
hun jonge zoontje Filips, later bijgenaamd de Schone. Tijdens dit regentschap
voerde Maximiliaan een jarenlange strijd om zijn gezag in de gewesten te vestigen
en te consolideren. De Brabantse steden die zich tegen hem verzetten, moesten
hun opstandigheid bekopen met verregaande hertogelijke invloed in de samenstelling van de stadsbesturen, een inperking van de politieke rol van de ambachten
en een verzwakking van het stedelijk gezag over hun ommeland.45
De oorlogen die de Bourgondische vorsten met Gelre voerden hadden een grote
weerslag op Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch. In 1473 veroverde Karel de
Stoute Gelre. Na zijn dood wierp Gelre het Bourgondische juk weer af.Vanuit
Grave vielen de Geldersen de Meierij van Den Bosch binnen.46 Hierdoor kwam
de handel stil te liggen en vonden vele plunderingen plaats, die leidden tot een
sterke economische achteruitgang. De omslag van de zware kosten die Stad en
Meierij zich in de Gelderse oorlog moesten getroosten leidde tot con£icten, die
resulteerden in een arbitrale uitspraak in 1483.47
In het najaar van 1494 werd Filips de Schone in zijn landen als hertog gehuldigd.
In tegenstelling tot zijn vader Maximiliaan, die slechts door huwelijkverwant was
met de oude dynastie, werd hij door de Nederlandse gewesten beschouwd als een
`natuerlijcke prince'.48 Ook Filips zette de politiek van centralisatie en bestuurlijke hervorming door.Via de centrale bestuursorganen, waaronder de Rekenkamer, slaagde hij erin de stad in zijn greep te krijgen, niettegenstaande het verzet
van de Bossche schouten.49 Nog in 1494 legde hij Den Bosch een bestuurshervorming op, die de politieke rol van de ambachtsgilden beperkte en de bestuursmacht
in handen legde van een hem gunstig gezinde groep patricie«rs.50 Deze hervorming was echter een echec en leidde al na vier jaar tot de instelling van een college
van zes goede mannen, dat met instemming van de hertog het bewind over de stad
in handen kreeg. Dit college probeerde de penibele ¢nancie«le situatie het hoofd te
bieden. De interne perikelen verhinderden echter niet dat Den Bosch, in tegenstelling tot andere steden in het hertogdom, zijn greep op het omliggende gebied
45
46
47
48
49
50
Van Uytven,`Crisis als cesuur', 428 en 433.
Van Os, Kroniek, fol. 269v.
Van Os, Kroniek, fol. 300r-300v.
Prevenier en Blockmans, De Bourgondische Nederlanden, 198-200.
Van Lith-Droogleever Fortuijn,`De stad 's-Hertogenbosch', 119.
Jacobs, Justitie en politie, 60.
XXIII
wist te verstevigen. Door in 1495 een overeenkomst met de Meierij te sluiten,`de
Raminghe', werd de stad echt hoofdstad van het omliggende gebied.51
Wat het `buitenland' betreft hield Filips de Schone zich aanvankelijk afzijdig van
de `grote' politiek van zijn vader. Deze houding was voor Den Bosch pro¢jtelijk,
omdat dit een rustpauze in de oorlog met de Geldersen met zich meebracht. Filips
verzette zich niet tegen Karel van Egmond, die in 1492 met steun van de Franse
koning hertog in Gelre geworden was zonder belening door Maximiliaan, die intussen Duits keizer was geworden.52 Pas op aanstichting van Maximiliaan laaide
het con£ict weer op. Namens hem voerde Albrecht van Saksen oorlog tegen de
Gelderse hertog. Eind 1497 werd een bestand gesloten dat van korte duur zou zijn.53 In 1498 zag Filips de Schone openlijk af van zijn aanspraken op Gelre, tot
groot ongenoegen van zijn vader, die zijn anti-Gelderse politiek doorzette. Toen
Filips in 1504 onverwacht koning van Castilie« werd, werd hij medespeler op het
Europees terrein en was gedwongen een anti-Franse koers te varen. Hierdoor
kreeg Maximiliaan de mogelijkheid de strijd tegen Gelre te hervatten, nu samen
met zijn zoon. Net als voorheen moest het noordoosten van Brabant zich de plundertochten van de Geldersen laten welgevallen.Vanaf 1504 fungeerde 's-Hertogenbosch opnieuw als uitvalsbasis en werd het platteland geplunderd en
gebrandschat.54
De onverwachte dood van Filips in 1506 liet de Nederlanden in een gespannen
situatie achter.55 Ook 's-Hertogenbosch zag de toekomst zwaar in. Aangezien Filips' zoon Karel nog maar zes jaar oud was, nam Maximiliaan het regentschap
opnieuw op zich. Dit werd echter met lede ogen aangezien, daar men bevreesd
was voor een herhaling van zijn dynastieke politiek, die onder meer hervatting
van de Gelderse oorlog tot gevolg zou hebben. Die laaide inderdaad weer op en
zou in 1512 zelfs bijna tot de inneming van Den Bosch door de Geldersen leiden.
In 1513 ten slotte werd een bestand voor vier jaar gesloten.56 Op dat moment was
het noordoosten van het hertogdom deerlijk gehavend en ¢nancieel en moreel de
uitputting nabij. De stad betaalde een zware tol voor de voortzetting van de
`Habsburgse' politiek van centralisatie en gebiedsuitbreiding ten behoeve van de
dynastieke belangen. Brabant was voor de vorst als eenheid niet meer van belang,
de verschillende gewesten waren ondergeschikt aan de grotere Europese politiek.
Het eerste kwart van de zestiende eeuw, de periode waarin de kroniek in 's-Hertogenbosch tot stand kwam, was aldus een periode van instabiliteit in het noorden
van het hertogdom Brabant, waarin het Brabantse belang volledig ondergeschikt
gemaakt was aan het Habsburgse. Het plotselinge overlijden van Filips, het regentschap van Maximiliaan, de hervatting van de Gelderse oorlogen en de voortdurende geldzorgen van de stad hebben er waarschijnlijk toe geleid dat de stad
zich ging herbezinnen op haar juridische grondslagen en zich vastklampte aan
oude voorrechten en tradities. Dit complex van factoren heeft mogelijk geleid tot
51
52
53
54
55
56
Jacobs, Justitie en politie, 19.
Blockmans enVan Herwaarden,`De Nederlanden', 443-447.
Van Heurn, Historie I, 400-401.
Zie Blondë, De sociale structuren, 4-10.
Blockmans enVan Herwaarden,`De Nederlanden', 449.
Van Heurn, Historie I, 413-426.
XXIV
een reactie van het stadsbestuur, waarbij de lokale en gewestelijke belangen en
privileges geplaatst werden in een Brabants/Bourgondische context. De kroniek
kan dan gezien worden als een uiting van stedelijk particularisme, een o¤cieel
historisch document waarin Den Bosch zich afzet tegen de grensoverschrijdende
vorstelijke tendenzen.
5 Bronnen
De kroniek bevat geen proloog waarin de samensteller zijn bronnen toelicht. Op
basis van tekstanalyse kan het schriftelijk bronnenmateriaal van Van Os gesplitst
worden in twee grote categoriee«n, namelijk historiogra¢sche en documentaire
bronnen.
De belangrijkste bron voor de historiogra¢sche passages is Die alderexcellenste
cronyke van Brabant.57 Dit werk werd gedrukt in 1497 (o.s.) door Roland van den
Dorpe,58 en herdrukt met aanvullingen in 1512, 1518 en 1530.59 Met zekerheid
kan gezegd worden dat Van Os de aangevulde herdruk uit 1512 gebruikt heeft. De
kroniek van Van Os wordt rondom de verhaallijn uit Die alderexcellenste cronyke
van Brabant geweven.Van Os heeft daarbij in wisselende mate op dit historisch
werk geleund. Het historiogra¢sch gedeelte in zijn eigen kroniek dat de periode
vöör de stichting van de stad Den Bosch bestrijkt, namelijk de eerste veertig folia,
is er nagenoeg volledig aan ontleend.Vanaf het jaar 1183 wordt naast de verhalende elementen uit Die alderexcellenste cronyke van Brabant uitgebreid gebruik
gemaakt van Bossche en Brabantse diplomatische bronnen.
Van Os heeft zijn voorbeeld niet slaafs gevolgd, maar is selectief tewerk gegaan.
De uit zijn voorbeeld overgenomen teksten heeft hij soms letterlijk weergegeven,
maar in een aantal gevallen ook bekort, geherstructureerd of aangevuld. De bekortingen vindt men terug bij zinsdelen,60 maar ook bij grotere tekstdelen.61 Van
Os attendeert de lezer hierop door etc62. De interpretaties, moraliserende passa-
57
58
59
60
61
62
Utrecht, UB, incunabel S. fol. 1594. Met bijzondere dank aan drs. R.Wols, die ons op
deze gedrukte kroniek attendeerde. Zie voor de kroniek onder meer Van Dijk,`Die alder
excellenste cronyke', 494-502.
Het eind van de tekst van het Utrechts exemplaar luidt als volgt: hier is voleyndt dese cronike ende geprent bi my, Rolant van den Dorpe, wonende thAntwerpen in dieHuyvetterstrate bi onser vrouwen broeders anno MCCCCXCVII, op den laetsten dach van februarius oft
loumaent.
Zie Inventaris van incunabelen, 93 en Polain, Catalogue I, 681-682, nr. 1063 en ibidem,
supplement 86.
Voorbeelden van dergelijke geschrapte zinsdelen zijn Van Os, Kroniek, fol. 5r : die Fransoysen, bij Die alderexcellenste cronyke van Brabant: die Gallen dat syn die Fransoysen;
Van Os, Kroniek, fol. 5v : deze generacien, bij Die alderexcellenste cronyke van Brabant:
deze generacien oft linien.
Van Os, Kroniek, onder meer de sterk gecomprimeerde passages fol. 9r, 25v, 27r, 35r, 45r,
50v, 247r, 251v, 306v-307r, 331v.
Bijvoorbeeld Van Os, Kroniek, fol. 3r en 12r.
XXV
ges en de uitweidingen in de levensloop van heiligen neemt hij niet over.63 Een
aantal historische passages herstructureert hij, om het logisch verband dat in zijn
voorbeeld verbroken was te herstellen.64 Ook splitst hij de tekst uit zijn voorbeeld
in kleine paragrafen, voorzien van een rubriek. Op een aantal plaatsen last hij een
verduidelijking of toelichting in. De toevoegingen betre¡en voornamelijk synoniemen of kleine tussenzinnetjes.65 Signi¢cante passages bij Van Os die niet in
Die alderexcellenste cronyke van Brabant staan, betre¡en paus Stefanus VIII,66
de keurvorsten,67 Herpen68 en een Latijns tractaat over de afstamming van de
hertogen van Gelre.69 Tekstdelen betre¡ende onder meer oproer te Mechelen en
Brussel neemt hij niet over. Slechts bij uitzondering is Van Os in zijn verhalend
gedeelte gedetailleerder dan zijn voorbeeld, zoals bij het relaas over de strijd van
Filips de Schone tegen de Geldersen in 1506.70 De bronvermeldingen in Die
alderexcellenste cronyke van Brabant neemt hij nergens over.
De documentaire bronnen ontleende Van Os aan zijn directe werkomgeving, de
secretarie van 's-Hertogenbosch. Als stadssecretaris heeft hij bovendien zelf in
hoge mate bijgedragen aan de totstandkoming van een compendium van zijn directe bronnen, namelijk het cartularium.71 In de kroniek zijn de teksten hieruit
volledig of in verkorte vorm opgenomen, met een verwijzing naar de desbetreffende folia en signa in het cartularium.72 Andere bronnen die in de schrijfkamer
van 's-Hertogenbosch voor hem toegankelijkwaren en waaruit hij aanwijsbaar geput heeft, zijn de vonnisboeken,73 de schepenprotocollen74 en de Nomina scabinorum.75 De marginalia, onder meer aangebracht door Van Os in het oudste deel
van deze Nomina scabinorum, zijn mogelijk ook een bron geweest voor enkele
tekstpassages in de kroniek. Daarnaast doet Van Os verslag van gebeurtenissen
uit zijn tijd die hij kent uit eigen waarneming of door berichtgeving.
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
Zie bijvoorbeeld Van Os, Kroniek, fol. 9r : na de zinsnede want hy hem zeer beminden laat
hij de toevoeging om synder vromicheyt wille weg; op fol. 18v neemt Van Os de negatieve
kwali¢caties over Mahomet niet over. De beschrijving van de heiligenlevens in Die
alderexcellenste cronyke van Brabant neemt Van Os niet over.
Voorbeelden daarvan onder meer Van Os, Kroniek, fol. 8v, 11v, 14v, 18v en 56v.
Zo voegt hij bijvoorbeeld aan de historische passages in Die alderexcellenste cronyke van
Brabant over de Brabantse hertog Hendrik I, de stichter van Den Bosch, de zinsneden hy
fundeerden ierst die stat van Den Bosch en hii was dierste fundateur der stad van sHertogenbossche toe; andere toevoegingen bevinden zich onder meer op fol. 109v, na enen
zoen die hyet Willem en fol. 268v, na zynen oudervader Philips.
Van Os, Kroniek, fol. 33r.
Van Os, Kroniek, fol. 34r.
Van Os, Kroniek, fol. 41r, 113r e.v., 203v e.v.
Van Os, Kroniek, fol. 240r e.v.
Van Os, Kroniek, fol. 345r-345v.
's-Gravenhage, KB, hs. nr. 131 B 26.
Zie bijlage 3.
Ontlening aan de vonnisboeken blijkt uit Van Os, Kroniek, fol. 292r : all nae inhoude van
den vonnesboeck in der scryfcameren deser stat berustende en nae inhoude des vonnesboecx onder die forme hiernae volgende.
Van Os, Kroniek, fol. 288v : onder dese woerden, getogen uuyten prothocol dairaf wesende.
Deze schepenlijsten bevinden zich te 's-Hertogenbosch, GA, Oud-administratief archief, inv.nrs. A 574a, b en d. Het betreft hier enkel inv.nr. 574d, waarvan een deel door
Van Os geschreven is.
XXVI
Notarissignet van Peter van Os.
's-Hertogenbosch, GA, archief van de Tafel van de H. Geest, oorkonde d.d. 23 december 1500
Subscriptio door Peter van Os junior.
's-Hertogenbosch, RA, archief klooster Marie«nburg op de Uilenburg te 's-Hertogenbosch, inv.nr. 307,
oorkonde d.d. 7 maart 1550
XXVII
's-Hertogenbosch enVrijdom
Stad en Land van Ravenstein
Meierij van 's-Hertogenbosch
Graafschap Megen
Rijksheerlijkheid Gemert
Grave en land van Cuijk
Baronie van
Boxmeer
Kaart van de Meierij van 's-Hertogenbosch en de gebieden ten noordoosten ervan, situatie
ca. 1500.
Kaartje vervaardigd door het Rijksarchief in Noord-Brabant
XXVIII
6 Typologie
Romein heeft in 1931 een eerste indeling voor de Nederlandse middeleeuwse geschiedschrijving is gemaakt in zijn Geschiedenis van de Noord-Nederlandsche geschiedschrijving in de middeleeuwen.76 Hij onderscheidt naast zeven geogra¢sch/
chronologisch geordende categoriee«n77 de kring der moderne devotie ca. 14401517, de adelskronieken, en als laatste en tiende categorie de stadskronieken.Van
de bewaard gebleven gedrukte bronnen verdient er volgens hem slechts ëën kroniek het predikaat stadskroniek, namelijk de kroniekvan Kampen.78 Bruch voegt
daar in een supplement op het werkvan Romein de stadskroniekvan Meynert van
Franeker aan toe.79
Ebels-Hoving ondernam de tweede poging tot karakterisering en indeling van de
laatmiddeleeuwse geschiedschrijving in het slothoofdstukvan de mede door haar
geredigeerde bundel Genoechlicke ende lustige historie«n.80 In een algemeen overzicht van de meest-voorkomende genres in de laatmiddeleeuwse geschiedschrijving onderscheidt zij vier grote onderwerpen die het meest in de belangstelling
staan, namelijk de geschiedenis van gewesten, die van de christenheid, toelopend
naar een lokaal punt, die van eigen klooster of orde en de levensgeschiedenis van
een of meer broeders/zusters uit eigen of verwante orde.81 Daarnaast zijn er nog
drie `aandachtspunten': adelsgeslachten, lokale berichten en het Heilige Land.82
Ten aanzien van de lokale berichten uit Ebels-Hoving kritiek op de typologie van
Romein.83 Zij pleit er voor, gezien het divers karakter van het bronnenmateriaal
dat onder deze categorie valt, de titel stadskroniek niet te gebruiken. De afwijzing
van de term `stadskroniek'door Ebels-Hoving heeft tot gevolg dat deze term voor
de typologie niet meer bruikbaar is. Men kan zich afvragen of dit terecht is. Wanneer men in de reeks Typologie des sources du moyen aªge occidental de meest recente algemene typologie van lokale en regionale kronieken door Van Houts
bekijkt,84 dan wordt daar nog wel degelijk een indeling gemaakt uitgaande van
het ontstaansmilieu van de kroniek, namelijk klooster/kerk, dynastie of stad.85
Het fenomeen stadskroniek wordt daar voornamelijk aan de hand van Duitse en
Italiaanse kronieken belicht.
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
Romein, Geschiedenis.
Namelijk de Utrechtse school ca. 800-1350, de Egmondsche kring ca. 1125-1325, de
Friesche kring ca. 1200-1300, de Hollandsche-Utrechtsche kring ca. 1350-1480, de Hollandsche geschiedschrijving in de late middeleeuwen ca. 1350-1490, de Geldersche
kring ca. 1420-1515 en de Friesche geschiedschrijving in de late middeleeuwen ca.
1400-1517.
Romein, Geschiedenis, 230 en 232-235, nr. 93.
Bruch, Supplement, 73, nr. 95.
Ebels-Hoving,`Nederlandse geschiedschrijving 1350-1530', 217-242.
Alsvoren, 223.
Alsvoren, 224.
Alsvoren, 225.
Van Houts, Local and regional chronicles.
Alsvoren, 17-26.
XXIX
Volgens Van Houts bevatten de stadskronieken ook `externe'gegevens, voor zover
deze direkt in relatie staan tot de gebeurtenissen in de stad.86 Met name de Duitse
stadskronieken plaatsen hun verhaal in een regionale of nationale context.87 Ook
blijft de stadskroniek niet beperkt tot een korte tijdsspanne, maar wordt herhaaldelijk teruggegrepen op een pre-Romeinse oorsprong.88 De adaptatie van (wereld)kronieken was hierbij geen ongewoon fenomeen.89 De stadskroniek blijft in
zijn algemeenheid dus niet beperkt tot de geschiedenis van de eigen stad binnen
een afgebakend kort tijdsbestek.
Deze karakteristieken lijken ook van toepassing op de kroniek van Van Os. Uitgaande van het ontstaansmilieu (de stad 's-Hertogenbosch), de professionele
werkzaamheden van de samensteller (stadssecretaris en notaris), de ordening
van de tekst volgens de wisseling van de Bossche schepenbank, de vastlegging
van de vele privileges van de stad en haar rechtsgebied en de receptie van zijn werk
(het stadsbestuur), is men geneigd de kroniek naar analogie van de typologie van
Van Houts te typeren als een stadskroniek. De verhouding tussen stedelijke en gewestelijke gegevens, waarbij de laatste een groot bestanddeel van de kroniek uitmaken, is dusdanig dat misschien beter gesproken kan worden van een
mengvorm van stads- en gewestelijke kroniek. De integratie van lokale geschiedenis in grotere gewestelijke verbanden is overigens wel een karakteristiek element in de laatmiddeleeuwse geschiedschrijving. Romein spreekt in dit verband
van de worsteling van middeleeuwse geschiedschrijvers om `de navelstreng met de
wereldkroniek door te snijden'.90 Ook schrijvers van stadskronieken hebben hier
moeite mee.91 Samenvattend kan men concluderen dat de kroniek vanVan Os typologisch een stedelijk produkt is met sterk gewestelijke inslag.
Dit beeld van de kroniek van Van Os sluit aan bij dat van Stein over de stedelijke
historiogra¢e.92 De Brusselse pensionaris Petrus de Thimo (1393/94-1474) legt
in geogra¢sch opzicht een duidelijk accent op het hertogdom Brabant en niet op
de stad Brussel.93 Daarnaast merkt Stein, in navolging van KÏmmell op, dat in de
Noord-Franse en Zuid-Nederlandse steden een grote groep Franstalige kronieken ontstaan is, die niet zozeer de stedelijke geschiedenis tot onderwerp heeft,
dan wel de dynastieke en wereldgeschiedenis.94 Verbij-Schillings signaleert in de
Hollandse steden eenzelfde tendens. Zo bevatten de keurboeken van Dordrecht,
Haarlem en Zierikzee afschriften van de stadskeuren in de context van een beknopte geschiedenis van het graafschap.95
In de kroniek vanVan Os worden de verhalende elementen geadstrueerd door diplomatische bronnen. Dit fenomeen van verwevenheid van historiogra¢e en di86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
Alsvoren, 42-43.
Alsvoren, 15.
Alsvoren, 44-45.
Alsvoren, 45.
Romein, Geschiedenis, 233.
Lettinck,`Het karakter', 399 signaleert dit in de stadskroniek van de Kampense secretaris Jacob Bijndop.
Stein, Politiek en historiogra¢e.
Alsvoren, 123-124.
Alsvoren, 283-284. Zie ook KÏmmell, Erinnern, 225-226.
Verbij-Schillings, Beeldvorming, 272.
XXX
plomatiek werd door Stein reeds voor de Brusselse geschiedschrijving in het midden van de vijftiende eeuw gesignaleerd.96 Net als de Brusselse historiografen was
Van Os als stadssecretaris zeer goed ingevoerd in het politieke circuit en had hij
vrij toegang tot het noodzakelijk bronnenmateriaal. Dat het uitoefenen van een
dergelijke functie personen in het bijzonder kwali¢ceerde als samensteller blijkt
uit de kronieken in de Duitse steden, die op enkele uitzonderingen na vervaardigd
zijn door stadsschrijvers en stadsbestuurders;97 ook in Nederlandse steden zijn
hiervan voorbeelden aan te wijzen.98
Een vergelijking tussen de kroniekvanVan Os en andere laatmiddeleeuwse stadskronieken uit het hertogdom Brabant wordt bemoeilijkt door twee factoren: enerzijds het gebrek aan edities en studies op dit terrein, anderzijds een goed overzicht
van het bronnenmateriaal.99 De verhalende bronnen uit de Zuidelijke Nederlanden, 600-1500,100 de Belgische tegenhanger van het Repertorium van CarassoKok, vult deze leemte nu, maar heeft als eindpunt 1500, zodat een deel van het
bronnenmateriaal buiten beschouwing blijft. Dit werk bevat naast de Brusselse
geen andere kronieken, ontstaan in de laatmiddeleeuwse Brabantse steden. Verdere naspeuring leverde nog de volgende gegevens op. In de stad Leuven zijn aan
het eind van de vijftiende of het begin van de zestiende eeuw geen kronieken geproduceerd.101 Wat Antwerpen betreft zijn bij het Stadsarchief te Antwerpen geen stadskronieken uit deze periode bekend.102 Bij een eerste verkennend
onderzoek in het handschriftenbezit van de Brusselse KB zijn uit de laatmiddeleeuwse periode drie Antwerpse kronieken aangetro¡en. Daarvan laat er maar
ëën een vergelijking toe met de kroniekvanVan Os.103 Het is een achttiende-eeuws
afschrift van een uitgebreide kroniek betre¡ende de jaren 1081-1512, geschreven
door Nicolaes Claessens Haijns.104 Ook deze kroniek beschrijft de Antwerpse geschiedenis in een ruimer geogra¢sch kader. In tegenstelling tot Van Os worden
96
97
98
99
100
101
102
103
104
Stein, Politiek en historiogra¢e, 303.
Du Boulay,`German town chroniclers', 446. Betre¡ende de Italiaanse en Zwitserse steden zieVan Houts, Local and regional chronicles, 48.
Zie bijvoorbeeld te Rotterdam, Rotterdamse kroniek, 2-3; Groningen, `Kroniek van
Groningen', editie in voorbereiding bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis,
en Kampen, Kamper kronijken.
Voor een overzicht van Brabantse kronieken, zie het verslag van Bayot en Cauchie,
`[Rapport sur les chroniques du Brabant]', XXXVII-XCIII.
Dit repertorium wordt aangeboden onder de naam Narrative Sources als een elektronische databank, consulteerbaar via Internet. Op dit moment bevat Narrative Sources
om en bij de 1400 records. Aangezien de elektronische versie tijdens het schrijven van
de inleiding nog niet beschikbaar was, is gebruik gemaakt van een draft-versie, berustend op de RUL.
Vriendelijke mededeling van prof. dr. R.Van Uytven.
Vriendelijke mededeling van mevr. G. Degueldre.
Brussel, KB, Handschriften,Van den Gheyn, Catalogue, inv.nrs. (7430-31), (7432) en
(6198). De inventarisnummers (7430-31) en (7432) zijn respectievelijk een zeventiende- en achttiende-eeuws afschrift van een Antwerpse kroniek betre¡ende de jaren
1083-1488 en 1112-1477. De eerste is een zeer kort kroniekje van 20 pagina's, de
tweede bevat korte aantekeningen van een paar regels per jaar, en dit op slechts 7 pagina's.
Brussel, KB, Handschriften,Van den Gheyn, Catalogue, inv.nr. 6198, fol. 36r : ick Nicolaes Claessens Haijns.
XXXI
geen diplomatische documenten ingelast.Van de vier hoofdsteden is alleen de
Brusselse situatie in de vijftiende eeuw goed gedocumenteerd door het proefschrift van Stein.105 Nader onderzoek naar de plaats van de kroniek van Den
Bosch binnen de Brabantse historiogra¢e en de laatmiddeleeuwse stedelijke historiogra¢e in Brabant is dringend gewenst. De editie en/of bestudering van kronieken uit de Noord- en Zuid-Nederlandse steden zou een ander licht kunnen
werpen op de verspreiding van het fenomeen stadskroniek en de kenmerken ervan in de laat-middeleeuwse periode.
7 Betrouwbaarheid en accuratesse
De betrouwbaarheid en accuratesse van de kroniek van Peter van Os kunnen getoetst worden op drie onderdelen: de zuiver historiogra¢sche passages, de diplomatische stukken en de lijsten van stedelijke functionarissen.
Wat het eerste aspect betreft, de verhalende passages, baseert Van Os zich zoals
vermeld voor het historiogra¢sch kader op Die alderexcellenste cronyke van
Brabant.106 Met name voor de oudste geschiedenis, vöör de stichting van de stad
's-Hertogenbosch, conformeert Van Os zich aan de legendevorming in zijn voorbeeld en neemt hij de mysti¢caties over.Voorbeelden hiervan zijn deTrojaanse afstamming van de hertogen van Brabant, de zwaanridderlegende,107 het verhaal
van de Negen Besten108 en het FelleWout sonder Genade.109 Ten behoeve van zijn
politiek spectrum Brabant, heeft Van Os welbewust een op mythen berustend uitgangspunt gekozen. Naast de aan zijn voorbeeld ontleende gegevens, beschrijft
hij gedetailleerd de gebeurtenissen uit zijn eigen periode. Dit is een feitelijke opsomming, die een betrouwbare indruk wekt. Er is geen discrepantie waargenomen met gegevens uit andere bronnen.
Een tweede element zijn de ingelaste diplomatische documenten.Vergelijking van
de teksten bij Van Os met de nog bewaard gebleven originele oorkonden geeft het
beeld van een zeer minutieus scribent. De afschriften zijn, met uitzondering van
incidentele kleine schrij¡outen, van zeer goede kwaliteit. De accuratesse en dientengevolge de betrouwbaarheid van de door Van Os vervaardigde kopiee«n is dus
groot.
Het derde element, de lijsten van Bossche functionarissen, in het bijzonder de
schepenlijsten, is niet zonder meer betrouwbaar.Vergelijking met de door Jacobs
gepubliceerde lijsten110 levert een aantal verschillen op. Een volledige vermelding
105
106
107
108
109
110
Stein, Politiek en historiogra¢e.
Zie hiervoor hoofdstuk 5 (bronnen).
Zie voor deze legende BlÎte, Das Aufkommen.
Zie over vroegste ontwikkeling van de Negen-Bestentraditie Van Anrooij, `Een vroege
receptiegetuige', 3-13.
Carasso-Kok interpreteert in `Het Woud zonder Genade', 252, het VlaamseWoud zonder Genade niet als een benaming van een bepaald bos of van een landstreek, maar als
een toestand, waarin geweld en rechteloosheid heersen of als een situatie waarin in een
bepaald gebied niet de juiste heer of leer aanvaard wordt.
Jacobs, Justitie en politie, 241-279.
XXXII
van alle schepennamen heeft echter geen prioriteit bij Van Os. Hoewel aanvulling
van namen op basis van het door hem aangelegde en voor de kroniek gebruikte
cartularium mogelijk was, heeft hij dit soms achterwege gelaten.111
Een aspect dat in relatie staat tot de betrouwbaarheid van de gepresenteerde gegevens, is het dateringsgebruikvanVan Os en de schrijver van de aanvulling. Hoewel
het schepenjaar, dat loopt van 1 oktober tot 30 september, de basis voor de ordening van alle gegevens is, heeft Van Os telkens zowel historische gegevens als diplomatische stukken ingelast die betrekking hebben op de periode januari tot en
met september voorafgaand aan het genoemde schepenjaar. Zo wordt bijvoorbeeld onder het schepenjaar 1274, dat loopt van 1 oktober 1274 tot 30 september
1275, de oorkonde vermeld die Jan I, hertog van Brabant, verleent aan Dordrecht
op 2 juni 1274.112 Men zou verwachten dat dit stukvermeld wordt onder het schepenjaar 1273. Overigens geeft Van Os wel keurig aan dat deze oorkonde in het
`jaar' 1274 verleend is. Eenzelfde ordening van de gegevens tre¡en we ook bij de
tweede scriptor aan.113 Een ander aspect waarmee de lezer rekening moet houden is het gebruik van de paasstijl door Van Os. Met name in zijn eigen periode
tre¡en we vaak de combinatie aan van de verwijzing naar het schepenjaar en het
jaartal. Daarbij hanteert Van Os de paasstijl. Zo maakt hij bijvoorbeeld melding
van de geboorte van Karel V in dicto scabinatu (is het schepenjaar 1499, dat loopt
van 1 oktober 1499 tot 30 september 1500) et anno XCIXo predicto XXIIIa februarii.114 Het schepenjaar is in overeenstemming met de historische datum 1500,
alsook het genoemde jaar, wanneer men rekening houdt met het gebruik van de
paasstijl doorVan Os. Ook de schrijver van de aanvulling hanteert de paasstijl. Zo
meldt deze de dood van Maximiliaan in het schepenjaar 1518 (lopend van 1 oktober 1518 tot 30 september 1519), en in ianuario int iaer XVC XVIII,115 terwijl
Maximiliaan in 1519 overleden is. Dit bewijst dat ook in de aanvulling op de kroniek de paasstijl gehanteerd is. De ordening van de gegevens binnen een jaar is
niet altijd strikt chronologisch. Zo staat bijvoorbeeld de aanstelling van de nieuwe
laagschout Jan van Baecxen in 1509 (omrekening van de door Van Os genoemde
datum in den voirs. iaeracht omtrent Lichtmisse), tussen de gebeurtenissen uit juni
en november 1508.116
Een mooi voorbeeld van de twee gebruikte chronologische elementen, namelijk
schepenjaar en jaar, met daarbij het gebruik van de paasstijl, is het verhaal van
de gebeurtenissen in 1512.117 Onder het schepenjaar 1512 (lopend van 1 oktober
1512 tot 30 september 1513) wordt de huldiging van Maximiliaan te Brussel en
111
112
113
114
115
116
117
Zo noemt hij in het schepenjaar 1306 maar twee van de zeven schepenen, terwijl hij in
datzelfde schepenjaar een oorkonde parafraseert, met verwijzing naar het cartularium,
waar deze oorkonde in extenso de resterende vijf schepennamen vermeldt.
Van Os, Kroniek, fol. 60r.
Zie bijvoorbeeld Van Os, Kroniek, fol. 389v, waar de tweede scriptor gegevens uit juni
1516 onder het schepenjaar 1516, dat loopt van 1 oktober 1516 tot 30 september 1517,
rangschikt.
Van Os, Kroniek, fol. 332v.
Van Os, Kroniek, fol. 392v.
Van Os, Kroniek, fol. 357v.Voor de aanstelling van Jan van Baecxen op basis van andere
bronnen zie Jacobs, Justitie en politie, 240.
Van Os, Kroniek, fol. 369r-375r.
XXXIII
Leuven vermeld. Deze vond evenwel plaats respectievelijk op 24 en 25 mei 1512,
dus voorafgaand aan het genoemde schepenjaar. Daarna volgen aantekeningen
betre¡ende de periode september-januari, door Van Os alle gedateerd anno XII.
De daarop volgende gebeurtenissen uit februari en april, dus 1513, worden door
Van Os niet expliciet in een jaar gesitueerd, maar enkel met de tijdsaanduiding
daernae.Voor Van Os is er geen jaarovergang in januari. De laatstgenoemde gebeurtenis, die met de voorgaande verband houdt en er chronologisch op aansluit,
is uit april, en daar volgt wel een jaarcijferaanpassing door Van Os: den XVIIIen
dach van aprille in den iair XIII naestvolgende. Het jaarcijfer is hier dus door hem
gewisseld van (15)12 in (15)13, omdat in de tussenliggende periode Pasen viel (op
27 maart). Samenvattend kan men twee belangrijke zaken signaleren: ten eerste
staan er binnen een schepenjaar zowel gegevens uit dat schepenjaar als uit de
daaraan voorafgaande periode januari-september in datzelfde jaar, en ten tweede
moet men bij de gebeurtenissen uit de periode vöör Pasen rekening houden met
het gebruikvan de paasstijl zowel doorVan Os als door de schrijver van de aanvulling.
In zijn algemeenheid kan men stellen dat de kroniek van Van Os met name voor
het oudste deel een onkritische, maar niet slaafse overname betreft van Die alderexcellenste cronyke van Brabant. Dit is dan ook het enige deel van de kroniek met
literaire elementen. Het resterende deel is een sobere, afstandelijke beschrijving
waarin hij de feiten droog presenteert, met een heilig respect voor het document.
Het enige moment waarop hij emotie en betrokkenheid toont is bij de beschrijving
van de Gelderse oorlogen. Slechts bij hoge uitzondering tre¡en we een persoonlijke noot aan.118 Van Os heeft dan ook als stadssecretaris en notaris hardnekkig
getracht met grote nauwgezetheid en objectiviteit de Bossche rechten met bewijzen te staven.
8 Receptie
Bij de bepaling van de receptie van de kroniek is een aantal factoren van belang,
namelijk de persoon van de samensteller, zijn eventuele opdrachtgever, het ge|« ntendeerde publiek en zijn politiek programma. De samensteller Peter van Os bevindt zich als stadssecretaris in een afhankelijke positie ten opzichte van het
stadsbestuur. Hij geeft niet zozeer een chronologisch verslag van de gebeurtenissen in zijn stad, als wel een selectie van die documenten in een bepaald jaar die
voor zijn doel in aanmerking komen. Gegevens over de verhouding tussen Stad
en Meierij, tussen stad en heerlijkheden ten oosten ervan, betre¡ende de positie
van de stad en hoogschout in waterstaatkundige zaken, monetaire ontwikkelingen en blijde inkomsten vormen de kern van zijn verhaal. Het zuiver geschiedkundig aspect, het verslag van de `gesta' in een bepaalde periode, treedt weinig op de
118
Van Os, Kroniek, fol. 353v, waar hij aan het relaas van Die alderexcellenste cronyke van
Brabant de verzuchting Got heb lo¡, zoe eest gesciet toevoegt. Een aantal andere ogenschijnlijk persoonlijke opmerkingen heeft Van Os ontleend aan Die alderexcellenste
cronyke van Brabant.
XXXIV
voorgrond. Het inlassen van de vele oorkonden en ambtelijke stukken heeft een
legitimerende functie, namelijk het benadrukken en uitdragen van de historische
rechten van de stad 's-Hertogenbosch en de Meierij, waarmee een poging ondernomen wordt om de eigen privileges binnen een Brabants kader te beschermen
tegen het centralisatiestreven van de Habsburgers.119 De kroniek kan aldus gezien worden als een uiting van het stedelijk zelfbewustzijn.
Hoewel geen sporen aangetro¡en zijn die zouden kunnen wijzen in de richting
van een concrete opdracht aan Van Os, lijkt het onwaarschijnlijk dat een andere
instantie dan de stadsmagistraat als opdrachtgever van de kroniek in aanmerking
komt. Met de kroniek kreeg de stad een instrument in handen om de stedelijke
aspiraties kracht bij te zetten. Men kan zich dan ook afvragen of men hier niet
beter zou kunnen spreken van een beoogde gebruiker van het manuscript in
plaats van een beoogde lezer. Dat het manuscript binnen de stedelijke administratie gecirculeerd heeft, blijkt uit de latere correcties in het handschrift door stedelijke functionarissen en het gebruik ervan door de zeventiende-eeuwse
geschiedschrijvers Everswijn, Loe¡ en Van Balen.120 De receptie van de kroniek
heeft zich waarschijnlijk beperkt tot de kring van stedelijke machthebbers. Toch
zou de aanwezigheid in de kroniek van thema's als de Trojaanse afstamming en
de Negen-Besten-cultus in de richting van een ander publiek kunnen wijzen, namelijk dat van burgerij en adel.Tilmans concludeert immers in haar beschouwingen over de Kattendijke-kroniek dat de samensteller, met de aandacht voor de
Trojaanse afstamming, gekoppeld aan de oorsprong van de Hollandse steden en
met de verheerlijking van de Hoekse heldendaden, zich richt op de burgerij, terwijl hij met de Negen-Besten-cultus en de nadruk op ridderlijke hoofsheid appelleert aan een adellijke lezerskring.121 Bij de kroniek van Van Os lijkt de
aanwezigheid van deze thema's eerder een resultante van zijn keuze voor zijn Brabants-nationalistische voorbeeld, Die alderexcellenste cronyke van Brabant, dan
een bewuste keuze in functie van de doelgroep adel en burgerij.
9 Stedelijke historiogra¢e naVan Os
Van Os is de eerste historiograaf van de stad 's-Hertogenbosch, wiens werk bewaard gebleven is. De door Carasso-Kokvermelde kroniekvan 's-Hertogenbosch
over de periode 1312-1517122 verdient het predikaat kroniek niet. Dit handschrift
is eerder een register met gegevens over muntvaluaties, gecombineerd met enkele
verhalende gegevens, dan een verhalende bron.
Vanaf het midden van de zestiende eeuw doet zich een ware explosie van historische aktiviteit voor. In 1540, niet lang na de afronding van de kroniekvanVan Os,
schreef Simon Pelgrom, prior van het Wilhelmietenklooster van de Baseldonk of
119
120
121
122
De drang tot legitimatie in de laat-middeleeuwse geschiedschrijving is zeer sterk in crisistijden, wanneer rechten al dan niet vermeend, aangetast worden of zijn, zie Graus,
`Funktionen', 53-54.
Zie hierna hoofdstuk 9 (stedelijke historiogra¢e naVan Os).
Tilmans,`De Kattendijke-kroniek', 189-190.
Carasso-Kok, Repertorium, nr. 175.
XXXV
Porta Celi bij 's-Hertogenbosch, een Latijnse kroniek over het ontstaan van de
stad.123 Het handschrift is niet overgeleverd, maar slechts bekend uit een vertaling
door J. van Oudenhoven.124 Uit de vertaling blijkt niet dat Pelgrom de kroniekvan
Van Os geraadpleegd heeft.
Ongeveer negen jaar later, ca. 1549, voltooideWillem Moel (Molius) zijn Latijnse
kroniek.125 Molius was priester en kanunnikvan de Sint-Jan in 's-Hertogenbosch
en heeft als geestelijke veel aandacht voor kerkelijke instellingen en gebeurtenissen in de stad. Zijn gegevens put hij ex multis chronographorum scriptis,126 uit een
`rood' handschrift127 en uit de zogenaamde chronicae annales.128 Ontleningen
aanVan Os zijn niet aanwijsbaar.
Een derde kroniekschrijver, Albertus Cuperinus, heeft midden zestiende eeuw
Die chronicke van der vermaerder ende vromer stadt van Tsertogenbosch, int corte
van Henricus die eerste, hertoge van Brabant, tot Philippus van Oestenryck, coninc
van Engelant ende hertoge van Brabant129 geschreven.130 Het oudste deel is onder
meer gebaseerd op de kronieken vanVan Os en Molius, alsmede op een niet overgeleverde kroniek van Adriaen die Ruyter, een functionaris van het HeiligeGeesthuis in Den Bosch.131 Cuperinus, cisterc|« enzermonnik te Marie«ndonk bij
Heusden, schrijft in een zeer levendige stijl en heeft veel belangstelling voor kerkelijke zaken. Evenals Van Os geeft hij bij ieder schepenjaar voor zover hem bekend de namen van de schepenen.132 Woordelijke tekstontleningen door Cuperinus aan Van Os vallen niet aan te tonen.Waarschijnlijk heeft hij een aantal gebeurtenissen, door Van Os zeer sober gepresenteerd, omgewerkt tot een leesbaar
verhaal.
In de zeventiende eeuw zijn twee belangrijke kronieken tot stand gekomen. De eerste werd geschreven in opdracht van het stadsbestuur van 's-Hertogenbosch. Op 9
februari 1608 gaf dit aan mr. David Everswijn, mr. Jacob van Balen en mr. Bartholomeus Loe¡, gezworenen van de stad, en aan pensionaris Van Reys opdracht de
belangrijkste stukken van de stad bijeen te brengen en te beschrijven.133 Deze opdracht hield verband met een verzoek van Jean Baptiste Gramaye, historiograaf
van de aartshertogen van Brabant. Gramaye heeft dit verzoek ook aan andere steden gericht om er voor zijn geschiedkundige werken gebruikvan te kunnen maken.
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
Haisma Mulier enVan der Lem, Repertorium, 324-325, nr. 377.
Oorspronck van's Hertogen-Bosch.
's-Hertogenbosch, Capucijnenklooster, archief hs. nr. 51=Annales civitatis Buscoducensis et rerum domi bellique per Buscoducenses gestarum et actuum recitatio per magistrumWilhelmum Molium chronice ad posteros enarrata.
's-Hertogenbosch, Capucijnenklooster, archief hs. nr. 51, fol. 22r.
's-Hertogenbosch, Capucijnenklooster, archief hs. nr. 51, fol. 34r en 67r : in rubeo codice, mogelijk is dit het Rood Privilegeboek, een van de stadscartularia.
's-Hertogenbosch, Capucijnenklooster, archief hs. nr. 51, fol. 30r.
Hermans,Verzameling van Kronyken, 1-395. Haitsma Mulier enVan der Lem, Repertorium, 109-110, nr. 134.
Voor een datering van deze kroniek zieVan Bavel,`Nieuwe gegevens', 19-30.
Hermans,Verzameling van Kronyken, I en 5-6.
Helaas heeft Hermans deze in zijn uitgave achterwege gelaten.
's-Hertogenbosch, RA, handschriftenverzameling, inv.nr. 14, voorwoord (ingevoegd
en ongefolieerd).
XXXVI
Het driemanschap schreef de kroniek Origo oppidi Buscoducensis,134 die loopt tot
1566. Ze haalden hun informatie tam ex veterum ¢dedignis manuscriptis, exemplaribus, annalibus privilegiorum, statutorum et actuum publicorum regestis et prothocollis, quam ex antiquissimis Brabantiae, Hollandiae, Gelriae et Ultraiecti
Latino et Teutonico idiomate impressis chronicis.135 Mogelijk hebben zeVan Os geraadpleegd voor de hoofdstukken over rechten, bestuursinrichting en functionarissen van de stad. Heel nadrukkelijk is dit gebeurd bij de beschrijving van de inval
van hertog Frederik van Brunswijk in 1478, waarbij deze Grave en een groot deel
van Oss verwoestte.136 Ze prijzenVan Os daar om zijn betrouwbaarheid en nauwgezetheid.137 Even later is Molius hun bron. Daarna gebruiken ze beide kroniekschrijvers als hun bron.138 Hoe zwaar door hen op Van Os geleund werd voor de
periode rond 1500, blijkt wel uit het feit dat de zeventien pagina's over deze
periode in het Middelnederlands geschreven zijn, in tegenstelling tot de rest van
de kroniek. Hele zinnen en passages vanVan Os zijn overgenomen.
Plattegrond van 's-Hertogenbosch ca. 1540.
's-Hertogenbosch, GA, fotocollectie stamboeknr. 87
134
135
136
137
138
's-Hertogenbosch, RA, handschriftenverzameling, inv.nr. 14, titel op de rug.
's-Hertogenbosch, RA, handschriftenverzameling, inv.nr. 14, voorwoord (ingevoegd
en ongefolieerd) en fol. 1r.
's-Hertogenbosch, RA, handschriftenverzameling, inv.nr. 14, fol. 82r.
's-Hertogenbosch, RA, handschriftenverzameling, inv.nr. 14, fol. 82r in de marge: Hec
et sequentia usque v excerpta sunt ex memoriis et manuscriptis libris Petri de Oss senioris, secretarii Buscoducensis, qui circa illa tempora vixit et ¢deliter accurateque singula
gestaTeutonice scripta reliquit.
's-Hertogenbosch, RA, handschriftenverzameling, inv.nr. 14, fol. 82v in de marge en
83r : Ex manuscriptis prefati Petri de Oss et domini Wilhelmi Molii.
XXXVII
Een tweede zeventiende-eeuwse kroniek is van de hand van Jacob van Oudenhoven, die vermoedelijk zijn jeugd doorbracht in 's-Hertogenbosch.139 Hij trad in bij
de orde van deWilhelmieten. Lang duurden zijn kloosteraspiraties echter niet: in
1620 trad hij, samen met twee anderen, uit, bekeerde zich tot het protestantisme
en een jaar later ging hij theologie studeren in Leiden. In 1631 werd hij benoemd
tot predikant van Nieuw-Lekkerland in de Alblasserwaard. In 's-Hertogenbosch
heeft hij nooit meer gewoond. Naast historische werken over de Alblasserwaard,
Zuid-Holland en Heusden heeft hij zich gericht op de geschiedenis van 's-Hertogenbosch en de Meierij. In 1629 al bewerkte hij een deel van de kroniekvan S. Pelgrom. Zijn eerste grote publicatie dateert van 1649 en is getiteld: Beschryvinge der
stadt ende Meyerye van's Hertogen-Bossche, vervatende desselfs begin, voortgangh
ende wasdom, soo van geestelijcke als wereltlijcke gestichten, oprechtigh van't capittel ende collegien, maniere van regeeringe ende hare privilegien, bevorderinghe
haerder bisdom ende bisschoppen. Midtsgaders: haerder Meyerye, ende de daerinne ghelegene steden, baronyen, heerlijckheden ende dorpen. Alles met grooten arbeyt uyt verscheyde schriften ende papieren tesamen ghestelt ter liefde sijns
vaderlandts.140 Het werd uitgegeven te Amsterdam. In 1670 verscheen hiervan
een heruitgave, gedrukt te 's-Hertogenbosch. Dit keer waren het twee afzonderlijke boeken in ëën band, geheel herzien en aangevuld, onder de titels Silva-Ducis
aucta & renata of een nieuwe ende gantsch vermeerderde beschrijvinge van de stadt
van s'Hertogen-Bossche vervatende desselfs begin en voortganck, soo van geestelijcke als wereldtlijcke gestichten, oprichten van 't capittel, ende collegien, maniere van
regeeringhe, ende hare privilegien ende vryheden, bevorderinghe van haer bisdom
ende bisschoppen, ende meer andere dingen en Een nieuwe ende vermeerderde beschryvinge van de meyerye van s'Hertogen-Bossche, behelsende alle de baronijen,
heerlijckheden, steden, casteelen, vlecken, dorpen, gehuchten. Mitsgadres alle canonisijen, commanderijen, abdijen, ende de andere cloosters van verscheyde ordens,
ende geslechten daerin ghelegen, derselver regeeringhe met den aencleven van dien.
In de Beschryvinge der Stadt ende Meyerye van 1649 zegt Van Oudenhoven veel
gebruik te hebben gemaakt van het werk van Gramaye, historiograaf van de hertog van Brabant, uit 1609, getiteld Taxandria, in de wetenschap dat enkele personen uit het stadsbestuur deze van historisch materiaal hebben voorzien.141
Vermoedelijk slaat dit op de genoemde kroniekvan Everswijn,Van Balen en Loe¡.
Van Oudenhoven heeft waarschijnlijk deze laatste kroniek niet gebruikt, ook al
was hij nog redelijk recent. Hij rept er met geen woord over en noemt evenmin
de kroniek vanVan Os.
In de verbeterde uitgave van 1670 is Van Oudenhoven wat ruimhartiger in de beschrijving van de bronnen die hem ten dienste hebben gestaan. Naast een aantal
gedrukte, bovenlokale werken, noemt hij alle de gheschreven chronijcken ende
139
140
141
Zie voor een biogra¢e van Jacob van Oudenhoven, zijn werken en zijn historiogra¢sche
plaatsbepaling Van Dijk,`Jacob van Oudenhoven'.
Haitsma Mulier enVan der Lem, Repertorium, 317-318, nr. 366.
Van Oudenhoven, Beschryvinge der Stadt ende Meyerye, Inleiding.
XXXVIII
oude memorien die wy daervan vele ghesien hebben.142 Een aparte vermelding
krijgt ook nog een Latijnse, oude Bossche kroniek en de kroniek van Pelgrom,143
maar ook nu zijn er geen aanwijzingen dat hij Van Os' kroniek onder ogen gehad
heeft.
Uit onvrede met het werk van Van Oudenhoven schreef Johan van Heurn in het
derde kwart van de achttiende eeuw de vierdelige kroniek Historie der Stad en
Meyerye van's-Hertogenbosch (Utrecht 1776-1778).144 Als belangrijkste bron vermeldt hij Van Oudenhoven, die hij corrigeert aan de hand van originele archiefstukken. Hoewel hij bekend is met het werkvan Everswijn c.s., lijkt hij niet bekend
met de kroniek van Peter van Os.
Uit het bovenstaande blijkt dat de kroniek van Van Os in de Bossche geschiedschrijving niet veel sporen nagelaten heeft. Alleen het driemanschap Everswijn,
Van Balen en Loe¡ heeft de kroniek gebruikt, en dan nog ten behoeve van een zeer
korte periode en een speci¢ek onderwerp. Het feit dat dit alleen door deze samenstellers, aangesteld door het stadsbestuur, aanwijsbaar gebeurd is, leidt tot de veronderstelling dat het handschrift van Peter van Os voornamelijk in de kring van
stadsbestuurders circuleerde.
142
143
144
Van Oudenhoven, Silva-Ducis aucta & renata, 7.
Alsvoren, 7-10.
Haitsma Mulier enVan der Lem, Repertorium, 182, nr. 221.
XXXIX
Verantwoording van de tekstuitgave en tekstpresentatie
Bij de tekstuitgave is geopteerd voor een studie-editie, die bruikbaar is voor gespecialiseerd wetenschappelijkonderzoek, met name voor mediaevisten. In deze studie-editie wordt een verantwoorde leestekst geboden, gebaseerd op de autograaf,
met commentaar in de vorm van een technische inleiding. Door de bewerkers is
afgezien van het aanleveren van die wetenschappelijke elementen die van de grote
lijn a£eiden, maar met dien verstande dat men bij het we©l gebodene geheel verantwoord wil zijn. Dientengevolge is gekozen voor een terughoudende tekstkritische
en historische annotatie. De gegevens over personen, plaatsen en instellingen zijn
niet in toelichtende noten, maar in de indices opgenomen. Woordverklaring
wordt alleen gegeven bij die woorden die niet in een gangbaar lexicon aangetroffen worden, zoals bijvoorbeeld in het Middelnederlandsch Handwoordenboek.1
Bij dateringsopgaven wordt geen toelichtende noot gegeven, omdat deze voor
mediaevisten aan de hand van het Taschenbuch der Zeitrechnung van Grotefend
eenvoudig op te zoeken zijn. Hierbij moet men wel rekening houden met de in de
kroniek gehanteerde tijdsopgave.2
Voor de tekstweergave is de kritisch-normaliserende methode gekozen, met inachtneming van de volgende regels:
^
^
^
^
^
^
^
^
1
2
i, j en y zijn niet genormaliseerd in Nederlandse tekstdelen; ii, ij en de letter
ypsilon met punten zijn getranscribeerd als ii;
u, v, uu, vv en w zijn genormaliseerd, behalve in eigennamen;
getallen weergegeven in Romeinse cijfers zijn niet in Arabische cijfers afgedrukt;
hoofdletters en kleine letters zijn naar hedendaags gebruik genormaliseerd;
afkortingen zijn, zoveel mogelijk naar het voorbeeld of naar analogie van de
voluit geschreven vormen in de tekst, stilzwijgend opgelost.Veel voorkomende
afkortingen die op meer dan ëën wijze kunnen worden opgelost (zoals `voirs.')
zijn onopgelost afgedrukt;
in de tekst aaneengeschreven woorden zijn voorzover mogelijk naar hedendaags gebruik gescheiden afgedrukt. Woorddelen die in de tekst gescheiden
zijn, zijn voorzover mogelijk naar hedendaags gebruik aaneengeschreven afgedrukt;
de tekst is voorzien van interpunctie naar hedendaags gebruik;
de tekst is ingedeeld en opgemaakt naar hedendaagse normen.Van Os geeft in
de kroniek twee chronologische markeringen aan: de eerste is de jaarindeling
op basis van de Bossche schepenjaren; de tweede wordt gevormd door de
regeringsjaren van de Brabantse hertogen, die bovenaan elke folio geschreven
Verdam, Middelnederlandsch Handwoordenboek.
Zie hiervoor hoofdstuk 7 van de inleiding (betrouwbaarheid en accuratesse).
XLI
Markering door middel van punten ten behoeve van de schepennamen door Peter van Os.
Tillburg, KUB, Brabanticacollectie hs 339a H3 = Kroniek vanVan Os, fol 72r
XLII
^
^
^
^
^
^
zijn. Aangezien de kop over de vorsten, die telkens herhaald wordt, over de
gehele folio loopt, komt deze kop bij de transcriptie in een aantal gevallen op
een onlogische plaats te staan. Er is voor gekozen om bij de tekstuitgave de
kop slechts eenmaal te zetten bij de desbetre¡ende tekstpassage en wel op
een logische plaats; in het notenapparaat is aangegeven tot welke folio deze
herhaald wordt, met de tekstvarianten. Deze koppen staan in groot kapitaal.
Het nieuwe schepenjaar geeft Van Os aan met een vaste formulering, gevolgd
door de namen van de schepenen.Vooral in de beginfase ontbreken na de aankondiging de namen. In plaats daarvan plaatst Van Os, uitgaande van het
aantal schepenen eind vijftiende/begin zestiende eeuw, zeven punten onder
elkaar.Wanneer hij slechts een deel van de namen kent, markeert hij de lege
plaatsen voor de ontbrekende namen met een punt. Er is van afgezien deze
punten in de tekstuitgave weer te geven, met name omdat, op ëën uitzondering na in 1209, de jaren 1200 tot 1277 uitsluitend jaaropgaven zijn met de
bijbehorende zeven punten.Van Os heeft de tekst binnen de jaaropgave verder
ingedeeld in hoofdstukken. Hij geeft in de marge van elk tekstblok zelf een rubriek aan, een korte samenvatting van de gepresenteerde tekst. Deze rubrieken in margine zijn in de tekstuitgave inspringend boven het betre¡ende
tekstblok geplaatst en aangegeven in vet. Binnen deze tekstblokken is door
de bewerkers een verdere onderverdeling gemaakt bij de transcriptie van de
oorkonden. In een aantal gevallen heeft Van Os zelf al een onderverdeling
aangebracht en deze gerubriceerd. In de tekstuitgave worden deze zogenaamde tussenkopjes van Van Os vet aangegeven, beginnend links aan de
kantlijn. Ten behoeve van de lezer hebben de bewerkers vanaf p. 8 bovenaan
de pagina een sprekende hoofdregel met de jaaraanduiding toegevoegd, op
basis van de eerst- of laatstgenoemde datum;
vertoont de basistekst gelijktijdige wijzigingen en/of toevoegingen, dan wordt
de gewijzigde en/of vermeerderde versie gegeven. Bijzondere gevallen worden
in de noten gesignaleerd;
de bijzondere tekens worden als volgt weergegeven: bij de parafrasering of
volledige uitgave van oorkonden verwijst Van Os aan het eind ervan naar de
desbetre¡ende folio met eventueel het bijbehorende teken (signum) in het cartularium. In de tekstuitgave staan deze signa tussen haken, in volgorde genummerd, ½1, ½2, ½3 enz. De corresponderende tekens zijn weergegeven in
bijlage 2;
delen van de tekst die weggevallen of onleesbaar geworden zijn en met redelijke zekerheid gereconstrueerd kunnen worden, worden tussen teksthaken [ ]
afgedrukt;
kennelijke verschrijvingen in de basistekst worden stilzwijgend verbeterd;
het eind van een folio wordt weergegeven door een Duitse komma /;
Latijnse zinsneden en passages worden vertaald, aangezien de kennis van het
Latijn bij mediaevisten geen vanzelfsprekende verworvenheid meer is. Bij de
vertaling zijn de volgende criteria gehanteerd:
1 historische passages worden bij de tekstuitgave in een noot vertaald; het betre¡ende nootcijfer wordt aan het eind van de Latijnse passage of de Latijnse
XLIII
woorden geplaatst, met uitzondering van de uitgebreide tekst p. 207-210,
waar de noot met vertaling bij het begin staat;
2 bij onvolledige jaaropgaven wordt het desbetre¡ende jaartal tussen haken
toegevoegd;
3 de repetitieve tekstdelen worden niet telkens opnieuw bij de tekstuitgave,
maar slechts eenmaal vertaald in bijlage 1 (Lijst met vertaling van vaak voorkomende Latijnse zinsneden en passages);
4 niet vertaald worden de teksten van oorkonden, de gelatiniseerde eigennamen met bijbehorende kwali¢caties, een bijbeltekst, het grootste deel van de
introitusvermeldingen en de maandaanduidingen.Wat de oorkonden betreft
is vertaling, nog afgezien van het feit dat deze uiterst gecompliceerd is, niet
absoluut noodzakelijkvoor het volgen van de verhaallijn, omdat Van Os de inhoud vrijwel zonder uitzondering voorafgaand aan het stuk parafraseert of in
een rubriek toelicht.Waar dit niet gebeurt, kan het desbetre¡ende stuk opgespoord worden via bijlage 3 (Concordantie van kroniek en cartularium). Bij
de gelatiniseerde eigennamen is vertaling in een aantal gevallen niet verantwoord, omdat vaak onzeker is of het een achternaam dan wel een beroepsnaam betreft. De bijbeltekst is in een noot toegelicht. De introitusvermelding, het psalmvers als inleiding tot de mis, maakt doorgaans deel uit
van een datering met dagopgave, zodat de datum geen probleem vormt. Alle
introitus-opgaven zijn in overeenstemming met de genoemde dagopgave.
Waar het introitus geen onderdeel van een datering met dagopgave is, is de
datum in een noot omgerekend, behalve in de teksten van oorkonden. De
Latijnse maandaanduidingen spreken voor zich.
XLIV
fol. 1r
D
fol. 1v
fol. 2r
fol. 2v
fol. 3r
Dit boeck inhelt in den iersten die gelegentheit slantz van Brabant metter toebehoerten, die afcoempste ende dedelheit der hoiger doerluchtiger fursten ende hertogen van Brabant ende daernae voirts van versceyden previlegien, verleeningen,
by hore princelicheit den lande van Brabant ende oic der stat van sHertogenbosch
verleent; ende voirts van meer andere ordinancien, vonnissen, appoinctementen,
compromissen, uuytspracken, con¢rmacien, tractaten ende van meer andere
poincten in cort comprehendeert.
In den iersten is hier te wetene die gelegentheit slantz van Brabant, dat die uuyterste provincie is van Almanien ende is liggende aen Neder-Vrancryck, hebbende
den Ryn endeVrieslant oostwairt, die Britaensche Zee ende [den]1 Vl[eems]schen1
Schoot noo[rtwairt]1, / Neder-Gallien westwairt ende Hoich-Vrancryck zuytwairt, hebbende vele vermeerde steeden.
Tes oick te wetene dat Brabant gedeylt is in vier quartieren onder vier principael
hooftsteeden, die ziin: Loeuen, Bruessel, Antwerpen, sHertogenbosch.
Int quartier van Loeuen zyn dese steden: Thienen, Leeuwe, Aerschot, Dyest,
Gemmelours, Geldenaken, Hannuyt, Halen, Landen, Sichenen.
Int quartier van Bruessel liggen dese steden: Nyuele,Vilvoirden.
Int quartier van Antwerpen liggen dese steden: Lyere, Herentals, Breda, Bergen
op den Zoom, Steenbergen. /
Int quartier van sHertogenbosch liggen dese steden: Graue, Helmont, Eyndouen,
Rauesteyn, Megen.
Ende van desen steden zoe ziin naest den voirs. vier principalen hooftsteden noch
drie andere hootsteden, te wetene: Thienen, Leeuwe, Nyuele.
Item die stat van Maestricht houden van den keyser die hertoge van Brabant ende
die bisscop van Luydick tesamen gelyck.
Item in Brabant liggen noch grote vryheiden ende dorpen die beter zyn dan sommighe steden voirs., te wetene: Turnhout, Gheele, Hoichstraten, Beke, Oirschot,
Werchtere, Merchtene, Vueren, Tubeke, Lennicke, Ysche, Grymbergen, Assche,
Arendonck, Oisterwyck ende meer andere. /
Dit ziin die abdyen van monicken van Sinte-Benedictusoirdene in Brabant: Gemmelours, Ha¥igem,Vliebeke.
Ende die abdyen van nonnen derselver oirdene zyn: Vorst, Bigaerden.
Dit zyn die abdyen van monicken der oirdene van Cisteau oft van Sinte-Bernart:
Vileer, Sinte-Bernarts op die Scelde, Nyzele.
Ende die abdien van nonnen zyn: Vrouwenparck, Ewyers,Ter Cameren by Bruessel, Rosendale, Nazareth, Lintere, Rameye, Florual, sHertogendale, Argenton,
Musen by Mechelen. Dit ziinie abdyen van der oirdene van Premonstreyt: SinteMichiels tAntwerpen, Grymbergen, Parck,Tongerloe, Heylicgem, Euerbode, Diligem. /
Van der regulieren Sinte-Augustynsoirdene die abdye van Sinte-Geertruyt te
Loeuen.
Die abdyen van edelen ion¡rouwen canonickerssen van Sinte-Geertruden te
Nyuele, gefondeert van Sinte-Geertruden.
1
Lacune door gaatjes in het papier.
1
fol. 3v
fol. 4r
Tott Loeuen is thuys oft cloester van den commenduer van Sint-Iansheren van
Rodes van Sinte-Augustynsoirdene, geheiten Chanterayn, ende hy gaet te raide
metten Staiten van Brabant op die zyde van den banierheren ende oick metten
prelaten.
Oeck soe es een cloester oft huys van derselfder oirden tot Tricht.
Item te Gemart es een cloester van den commandeur van der oirdenen van den
heren van Pruysschen.
Item in den voirs. lande van Brabant zyn chartroysen, biddende oirdene ende vele
andere oirdene, beyde mannen ende vrouwen, die van reformacien zyn ende vele
vruchten doen, etc.
Die banieriien van Brabant sonder den voirs. abdt van Gemmelours, die in den
lantraidt die ierste banyerheere geheiten wordt: Aerschot, Gaesbeke, Bierbeke,
Perweys, Rotselair, Ghete, Leefdale, Breda, Bouterzem, Grymbergen, Cuyck,
Dyest,Wesemael, Du¥e, Rayues, Cranendonck, Boxtel, Sombre¡. /
Item ende dese banyeryen ziin bruedersgedeelten van Brabant, te wetene: Aerschot, Byerbeke, Gaesbeke, Diest, Perweys.
Tot desen zyn noch in Brabant sommige ander heren, geheiten ridderen met gesellen, als: Huldeberge, Bouterssem, Ryuieren, Boechout, Assche, Lyntere,
Wauere. /
van der afcoempsten ende edelheit der hoiger vorsten
ende hertogen van brabant
Van Adam tot Noe waren tusschen beyde omtrent XIIC iaren ende
ierst beginnende van Noe
fol. 4v
Soe is in den iersten te wetene dat van beginne dat Got almechtich die ierste
menschen Adam ende Eue maecten opten vrydach, zoe waren omtrent XIIC iaren
tot Noe toe die de arcke maecte tegen die toecomende diluvie. Ende hy hadde drie
zoonen, te wetene Sem, Cam ende Iaphet doen hyVC iaer oudt was. Ende Noe by
bevele Goids met zynen wyve ende met zynen drie zoonen ende met hoeren wyven gingen tsamen in der arcken dair Noe C iaer over getymmert hadde. Ende
want alle die werelt in der diluvie verdranck, uuytgenomen dese acht personen.
Soe zyn van desen drie zoonen comen alle menschen die ye sint in der werelt geweest zyn. Nae der diluvien plancten Noe eenen wyngart ende zoe gescyede den
goeden vader Noe die dronckenscap van den wyne eer hy die cracht des wyns kende, zoedat hy ontdect lach neder ter eerden. Ende Cam, zyn zoen, bespotten zynen vader, mar Sem ende Iaphet waren beschaempt ende decten hem. Welke
dingen Noe daernae vernemende, soe gebenediden hii Sem ende Iaphet, mar
Cam / vermaledyden hy.Van desen drie zoonen worden by Noes tyden geboren
ende leefden XXIIIIM ende C mannen sonder die vrouwen ende die kynderen
dier vele meer waren, want Noe was oudt als hy starf IXC ende vyftich iaren. Ende
dit volck hadde drie princen, te weten Nemroth van Cams geslachte, Iettan van
Sems geslachte ende Su¡ene van Iaphets geslachte. Overmits desen drie zoonen
van Noe is die werelt gedeylt in drie delen, te wetene Asya, A¡rica ende Europa.
2
Asia bewoenden die van Sem quamen, A¡rica bewoenden die van Cam quamen,
Europa bewoenden die van Iaphet quamen.Van Sem is comen tvolck vanYsrahell
ende Ons Here Ihesus Cristus.Van Cam zyn comen vele quade tyrannen ende vele
quade generacien.
Ende voirts van Iaphet, soen van Noe
fol. 5r
Iaphet ende Stuna, zyn wy¡, hadden VII zoenen, te wetene Mosoch, Tyras, Gomer, Lauan, Magoch, Madan, Tubal. / Van Mosoch ende Tyras zyn comen die
van Tracien; van Gomer zyn comen die van Galasien ende dairnae die Fransoysen; van Lauan ziin comen die Griecken; van Mogoch zyn comen die Siten; van
Madan zyn comen die Meden; vanTubal zyn comen die van Spaengien. Men leest
oick dat van Iaphet comen zyn XV generacien die Europen besaten, dairaf die
voirs. Su¡ene tot zynen deel nam Creeten ende Ytalien. Oeck van desen Iaphet
zyn comen die heren van Troyen, van Romen, van Ytalien, van Vrancryck ende
van desen Nederlanden ende al meest die kersten.
Ende voirts nae sommige van Lauan ende nae sommige van Su¡ene
begint men dafcoempste van Hector vanTroyen
Dese voirscr. Su¡ene nae sommige boecken is afgedaelt van Gomer voirs. ende
die beginnen van hem die afcoemste van Hector vanTroyen. Sommige andere beginnen Hectoirs afcoemste van den voirs. Lauan, die enen zoen hadde die Ionius
hyet. /
fol. 5v
Ende voirts hoe die generacien van Iaphet, Lauan, Gomer ende Suffene vergaderen opTros
Nyettemin beide deze generacien vergaderen ten eynde gelyc op Tros, die nae zynen name maecte die stat van Troyen. Tros voirs. hadde enen zoen die hyet Ylus,
die bynnen Troyen dede maken een paleys ende noemdent Ylyon.Ylus voirs. had
enen zoen die hyet Laomedon. By tyden van desen waert Troyen ierst destrueert
van Iason ende Hercules, die in Colcos trocken om tgulden vlyes ende wairt dootgeslagen.
Laomedon voirs., die dorde coninc van Troyen, lyet after enen zoen, geheiten
Pryamus, die de stat van Troyen weder scoender ende groter dede maken ende by
zynen tyde waertse weder destrueert van den Griecken die thien iair dairvoir lagen; ende dat was XIC ende omtrent LXIX iair voir Christus gebuert. Priamus
voirs., coninc van Troyen, hadde by Heccube, zyn wy¡, vy¡ zoenen ende twee
dochteren, te wetene die zoenen: Hector, dierste van den IX besten,1 Paris, Diephebus, Helenus,Troylus; die dochteren: Cassandra, Polixena. /
fol. 6r
Ten tyde van Hector vanTroyen
Hector voirs. hadde by Andromata, zyn wy¡, Francion ende meer schoen kynderen. Dese Francion, nae die destructie van Troyen, vloet met meer Troyanen bii
1
Zie inleiding noot 108.
3
namenTurcus, dieTroylus soen was, met Anthenor, met Eneas, met cleyn Priamus
ende meer baronen ende mennichten van volcke, doelende over zee ende beempden van Meptides1 ende comende int lant vanYsaurien.Turcus voirs. nam een lant
inne dat hy nae hem hyet Turkyen. Anthenor nam inYtalien dair hy Paduaen,Venegien ende meer steden stichten. Eneas trac oick inYtalien ende Carthagen.Van
hem quamen die coningen van Albanien ende dedelheit van Ytalien. Francion
voirs. blee¡ inYsauria dair hy enen zoen wan die hyet Hector.
Hector voirs. had enen zoen die hyet Troylus. Troylus hadde twee zoenen, te wetene Francion, die blee¡ heer in Ysauria, ende Priamus, die track in Hongarien
dair hy stichten een stat die hy hyet Sicambrien, ende dat was C XVIII iaer nae
die destructie vanTroyen.
Priamus voirs. hadde zoenen, te wetene Eneas, die blee¡ heer in Sycambrien,
ende Priamus. Eneas voirs. hadde enen zoen die hyet Priamus, heer in Sycambrien. Priamus voirs. had enen zoen die hyet Siluius Brabon, heer van Sycambrien. /
fol. 6v
fol. 7r
Ende voirt die generacien van den voirs. Hectoir vanTroyen comende
Van Siluius Brabon voirs. ziin comen sess zoenen ende mitsdien hy die al nyet en
conste gegueden, verseynden hy die om lant ende goet te gewynnen, van welken
zoenen die namen zyn: Wandalus, dairaf zyn comen dieWandalen; Polixus, dairnae heyt dlant van Polen; Rusus, nae hem heyt dlant van Ruyssen; Hunus, dairaf
zyn comen die Huynen; Frixus, nae hem heyt Frigea; Siluius Brabon, die blee¡
heer in Sycambrien.
Siluius Brabon voirs. lestgenoempt hadde zoenen ende dochteren ende die outste
zoen hyet Hectoir, oic heer nae hem in Sycambrien. Hector hadde enen zoen die
hyet Francion, heer in Sicambrien. Francion hadde Francion Brabon, heer in Sycambrien. Francion Brabon voirs. hadde enen zoen die hyet Troylus, heer in Sycambrien, ende een dochter die hyet Ylya, dair Mars aen wan twee zoenen die
hyeten Romulus ende Remus, dairaf zyn comen die Romeynen. /
Troylus voirs. lyet after enen zoen die hiet Brabon. Brabon voirs. liet after enen
zoen die hyet Siluius Brabon. Siluius Brabon voirs. liet after enen zoen die hyet
Hector Brabon. Hector Brabon voirs. lyet after twee zoenen, te wetene: Demophon, die wan enen zoen die hiet Tarquinus Priscus, diewelke regneerden coninc
te Romen; Palamides, heer in Sycambrien. Palamides voirs. liet after drie zoenen,
te wetene: Brabon Siluius, heer in Sycambrien; Deiphebus, heer in Deenmarcken; Prias, quam in een eylant dat Pontus hyet, dairinne Pilatus2 namaels was gesonden.
Brabon Siluius voirs. lyet after twee zoenen: Dyomedes, die creech dlant van Affriken; Priamus blee¡ heer in Sycambrien. Priamus voirs. lyet after enen zoen die
hyet Philomenus, heer in Sycambrien. /
1
2
Waarschijnlijk een verschrijving voor Neptunus.
In margine nota.
4
fol. 7v
Die hercoempste van Iulius Cesar
Philomenus voirs. hadde drie zoenen, te wetene: Archadius, die track in Griecken
ende aldair in een lant dat hy nae hem noempden Archadien, dair hy wanne enen
zoen geheiten Hus, die vader van Iulius Cesar, ende aldus is dedelheit comen uuyten Troyanen; Macedo, die track wonen in een lant dat hy oic nae hem noempden
Macedonien, ende hy was vader van Philips, des groten coninx Alexanders vader;
Priamus, heer in Sicambrien.
Priamus voirs. had enen zoen die hyet Brabon, die blee¡ heer in Sicambrien, ende
een dochter die hyet Polixena, die enen man creech, geheiten Neptanabus, coninc
van Egipten, tovenaer, die men seegt dat Alexanders moeder bedroech by ignorancien. Brabon voirs. liet after eenen zoen Laomedon, heer in Sycambrien. /
voir die geboerte onss heren 1
fol. 8r
Laomedon lyet after eenen zoene geheiten Pelius, die heer blee¡ in Sycambrien.
Pelius voirs. lyet after twee zoenen die beyde hyetenTroylus, dairaf deen wairt heer
vanYerlant ende dander blee¡ heer in Sycambrien.Troylus voirs., heer in Sycambrien, lyet after enen zoen Troylus Brabon. Troylus Brabon voirs. lyet after enen
soen Priamus, heer in Sycambrien. Priamus voirs. lyet after eenen zoen Francion,
heer in Sycambrien. Francion voirs. lyet after enen zoene Siluius Brabon.
Siluius Brabon voirs. lyet after enen zoen Troylus Brabon.Van hem quamen twe
Brabone, deen nae dander. Dairnae quam een die hyet Hector.Van dien Hector
quam noch een Brabon, al heren in Sycambrien.Van dien Brabon quam Priamus,
heer in Sycambrien. /
fol. 8v
Hoe ierstwerven dlant dat nu eensdeels Brabant is, gelegen tusschen
den Ryn ende Sceld, is begrepen ende by wyen volgt
Priamus voirs. lyet after enen zoen die hyet Francio, heer in Sicambrien. Francio
voirs. lyet after XIIII zoenen ende vy¡ dochteren, die hii nyet all gegueden en conste ende ga¡ alsoe zynen zoenen scat datse dlant besuecken zouden. Onder welke
zoenen die outste blee¡ in Sicambrien ende die iongste, geheiten Brabon, trac in
Griecken by den voirs. hertoge Hus, hertoge van Archadien. Desen Brabon, mits
dat hii sterc, vroem ende wyss was, ga¡ hem die hertoich een van zynen edelen
vrouwen, dairaen Brabon voirs. wan twee zoenen, te wetene Brabon ende Eneas.
Terselvertyt creech die voirs. hertoge Hus enen zoen, Iulius geheiten, die gesneden
waert uuyt zynder moeder lichaem, dairom hyet hii Iulius Cesar ende oick hyet hy
Gayus; ende een dochter die hiet Zwane.
Ende onder dander had Francio voirs. noch enen zoen, die hyet Kaerle. Dese
Kaerle quam in dit Nederlant tot heydenTongeren ende waert heer van desen Nederlant tusschen den Ryn ende die Sceld ende dede maken een casteel optenWael,
geheiten Megen, dat nu Nymmegen is. Ende dese Kaerle creech enen zoen die
oick hyet Kaerle.Welke Kaerle naederhant quam oic woenen by den voirs. hertoge
1
Herhaald tot en met fol. 11r.
5
fol. 9r
fol. 9v
Hus ende becroep Zwane, zyn dochter, die hy in dit / Nederlant bracht ende
creech dairbii eenen zoen, geheiten Octauiaen, ende bleven woenen tot Tongeren
ende tot Nymmegen, ende een dochter die hyet oick Zwane, als hier nu vercleert
zal werden ende sunderlinge van den voirs. Iulius, Zwane, syn suster, ende Brabon.
Dese voirs. ionghe Zwane, nicht van den voirs. Iulius, creech tot enen man Brabon
voirs., die welke was coninc van Agrippinen, dats Coelen, dats van den Riin totter
Sceld toe, ende oic coninc van Doeringen ende oic mercgreve des Helichz Rycx,
ende dairaf zyn voirts succedeert die hertogen van Brabant, als hierna blyct.
Brabon voirs. ende Eneas, gebrueders, wyessen tsamen met Iulius Cesar op. Iulius
wairt een geleert man ende dairom wairt hy gecoren van den Romeynen een consul te zyn ende een capiteyn. Die Romeynen hadden drie capiteynen, te wetene:
Crassus, wairt gesonden in Persen ende Meden, dair hem om zynrer giericheit
gesmouten gout waert gegoten in zyn kele; Pompeyus, die bewaerden Romen; Iulius, die conquesteerden ende creech Almanien, Zwauen, Zassen, Doeringen
ende dese Nederlanden. Ende Iulius voirs. maecten den voirs. Brabon coninc
van Doeringen, want hy hem zeer beminden.Vandair quam Iulius tot Coelen,
dat hyet Agrippinen, ende die stat was thoeft van den conincryc van Agrippinen,
begripende allet lant van den Ryn tot Scelden toe, ende Iulius versloech hoeren
coninc ende maecten denselven Brabon doen aldair regeerder.Vandaer trac / Iulius nederwairt ende int reysen stichten hy Guylke.Vandair track hy over die Maze
tot in Vlaenderen, dat doen hyet tFelle Wout Sonder Genaden1 ende comende
dair die Leye in de Scelde valt, dair stichten hy een stat, die hii hyet nae zynen name Gand, want hy Gayus hyet.Vandair trac hii tot Boonen. Dair track hy tweewerven over stryden in Engelant ende wairt alle mael wederomme geslaigen
mits gebreckvan volcke. Alsoe dat Iulius seynden drie van zynen heren, by namen
Brucus,2 Crassus ende Ecliopus, omme te halen den voirs. Brabon, coninc van
Agrippinen, dat nu Colen heyt, omme hem bystant te doen.Welke Brabon metten
zelven heren, die nochtans Brabon zeer benyden, getogen is met groeter macht
ende zyn gecomen tot Loeuen. Daer stont enen tempel dair die heren den afgot
Mars plegen te looven. Mar ennige seggen dat Brabon aldair Iulius geloefden
ende eedt dede van des Rycx van Romen wegen, doen hy dlant van hem ont¢nck
dat nu Brabant is. Dairomme is noch Loeuen die hooftstat van Brabant.
Dat Brabon den reuse versloech
fol. 10r
Dieselver Brabon toech vandair voirt metten voirs. drie heren den rechten wech
nae Ghent ende lydende dair een lant dat voll ryetz stont, seyden Brabon voirs.:
`Hier moet ummers / een water by wesen'. Dairop antwoerden een die tlant kenden, dat dairby lyep een ryvier die de Sceld hyet, ende dat aldair op die passagie
dair zy over musten scepen, leech een rueze op enen torne ende wachten dair den
toll.Want wye over die Sceld woude varen, die moste dair zyn hant te toll laten oft
tegens den rueze vechten. Alsoe dat die voirscreven Brabon, comende omme over
1
2
Zie inleiding noot 109.
Aldus hs., lees Brutus.
6
te varen, den reuze bevochte ende sloech hem ziin rechterhant a¡ ende dairnae
zyn hooft. Ende nam Brabon voirs. des reuzen hant ende werpsche omtrent der
halver Scelde. Ende alsoe verre Brabon die hant werp, behoert die Sceld aen Brabant ende van dien hantwerp heeft Antwerpen den naem noch behouden.
Hoe Antwerpen een mercgrefscap wairt
fol. 10v
fol. 11r
Dat gesciet toech Brabon voirs. met allen zynen geselscap over die Sceld inVlaenderen tot Gendt ende vandair voirt tot Bonen, dair Iulius voirs. lach. Ende doen
trac Iulius over met Brabon voirs. ende allen hoeren her in Engelant dair zii den
coninc versloegen ende maecten Engelant onderdanich den Romeynen. Ende
vandair toegen zy weder in Vlaenderen ende vandair ter plaetsen dair Brabon
voirs. den reuze versloech ende dair den / voirs. torne stont dair die voirs. reuse
op lach, dair Iulius een borcht dede maken ende maecten die plaetze ende die
eerde heilich1 nae die Roemsche ende heydensche manier ende ga¡ dair schoene
rechten ende previlegien ende hy maecten den voirs. coninc Brabon, omdat hy
den reuze verslagen hadde, marcgree¡ sHeilichs Rycx. Ende om den hantwerp
die Brabon werp, bleeft heetende Hantwerpen. Ende Iulius ga¡ der stat die wapen
een borcht van zilver in een velt van keelen ende oic twee handen omdat Brabon
die hant werp. Ende alsoe vueren noch die hertogen van Brabant den tytel van den
mercgreefscap des Heilichs Rycx van des keyserrycx van Romen wegen.1
Vandair trac Iulius voirs. nae Vrancryc ende sloech neder te Cameric. Ende als
Brabon voirs. vernam dat Iulius dair rusten, nam hy een sceep in de Scelde ende
woude by Iulius tot Cameric varen spoelen. Ende onderwegen comende vant hy
een dall dair vele zwanen waren. Ende Brabon ginc nae enen zwaen schieten, mar
die zwaen ontvloet hem ende Brabon zwoer hy zoude den zwaen volgen. Ende hy
volghden den zwaen lancx den water tot Nymegen in Gelderlant. Ende dair was
Iulius Cesar suster / die Zwane hyet,2 die met Kaerle, heer van Tongeren, nedercomen was. Ende doen zy sach dat Brabon voirs. den zwaen die hy gevolcht hadde,
woude scyeten, ryepsche uuyt hoeren sloot in Griecscher talen:`Heer ridder, laet
mynen zwaen zyn leven'. Ende Brabon voirs. verwonderden zeer wye die vrouwe
wesen mochte ende ginc uuyten sceep opt slot ende doen hy dair boven quam,
kenden elck den anderen, want zii tsamen in Archadien by den hertoge Hus, Zwanen vader, opgewassen waren. Ende Brabon voirs. trac vandair terstont nae Cameric by Iulius ende ga¡ Zwane denselven Brabon een cleyn beeldeken van goude
dat Iulius moeder plach te hebben, om dat Iulius, haren brueder, te brengen. Dairmede Iulius zeer blyde was ende toech terstont met Brabon tot Nymegen by zyn
zuster Zwane voirs., die hem thoenden Octauiaen voirs., haren zoen, ende een
ionge dochter, die Zwaen oeck hyet, ende claechden dat hair heer gestorven weer
ende was heer vanTongeren. Ende Iulius dede hair sloot heel vermaken ende alsoe
heytet nu Nymegen dat tevoerens Megen hyet. Ende Iulius nam tot hemwairt den
voirs. Octauiaen, zynen neve. Ende hii gaf den voirs. Brabon zyn ionge nichte, oic
Zwane geheiten, ende dairmede tconincryc van Agrippinen, dats Colen1, ende
1
2
In margine nota.
In margineVoir Onss Heren geboerte.
7
45 v. Chr.
fol. 11v
allet lant van opten Ryn totter Scelde toe, dairinne Brabant begrepen is, behoudelic dat Iulius suster het hal¡ / ryck behouden zoude zoelange zii leefden. Brabon voirscr. wan aen de voirs. ionge Zwane eenen zoen dien hii hyet Kaerle.
Vandair trac Iulius nae Loeuen dair hy die borcht dede maken. Ende omtrent twee
mylen van Loeuen schoet hy enen aer vlyegende ende dairnae heyt noch Aerschot,
dair hy een casteel dede maken.
Dat Brabon voirs. vermoerdt wairt
fol. 12r
Ende zoe dan, mitsdien dat Iulius boven vy¡ iaren hem van den Romeynen statueert in desen Nederlanden blee¡, wairden die Romeynen op hem toernich. Ende
mitsdien meynden Pompeyus, die bynnen Romen alsdoen een capiteyn was, den
voirs. Iulius uuyt Romen te weren. Dwelc Iulius vernemende trac opwairts nae
Romen met Brabon voirs. ende den voirs. Octauiaen, zynen neve, ende met allen
zynen volck ende comende voir Romen, zoe quam hem Pompeyus met grooter
macht als vyant tegen. Dair vochten zii enen groten strydt ende in denselven
strydt waert Brabon voirs. vermoert van achter, als van den voirs. Brucus,1 Crassus ende Ecliopus die hem haetten. Ende nae vele vechtinge wan Iulius Cesar den
strydt. Pompeyus voirs. vloet in Egipten, dair hem Iulius naetoech ende vandair
vloet Pompeyus in Alexandrien dair hy onthoeft wairt ende thoeft waert Iulius
gesonden. / Iulius voirs. keerden wederomme uuyt Egipten ende quam met
machte bynnen Romen ende hy wairt aldair van den Romeynen gemaect een eenich prince des noyt tevoerens en hadde geweest. Ende dat was omtrent XLV iaren voir Cristus gebuerte. Ende int vierde iair zyns riicx waert hy vermoert opt
Capitolium, dair hy in den raet stont. Dese Iulius Cesar hadde den Romeynen onderdanich gemaect Ytalien, Almanien, Gallien, Engelant ende meer landen.
Voir Ons Heren geboerte omtrent XLV iaren was Iulius. Ende omtrent IIII iaren dairnae dat Iulius doot was, waert keyser Octauianus
Augustus als omtrent XLIX iair voir Ihesus geboerte
Alsdoen wairt Octauianus Augustus keyser van Romen. Hy creech alle die werelt
onder een monarschie. Die werelt was onder hem in groeter vreden XII iaren
ende in zyn XLIIen iair wairt Christus Ihesus geboeren. In diere tyt was Sibilla,
die van Cristo propheteerden ende die doen den voirs. keyser Octauiaen verthoenden in den hemel een schoen maigt, houdende een kyndeken in hair armen.
Ende zy zeyden den keyser: `Dit kyndt is meerder dan du bist, hem aenbidt'. Zoe
hy dede ende eerdent met wyerock, etc.
Tussen den tiit dat Adam gescapen ende Ons Heer Ihesus Cristus geboeren waert, waren omtrent VM IIC iaren
Nae seggen van sommige godlyke doctoren ende nae seggen van sommige soe warent VM C XCV iaren ende IIÃÙÄ maent tusschen die tyt dat Adam waert gescapen
ende dat Onser-Liever-Vrouwen-Marie die bootscap quam als datse den zoen
1
Aldus hs., lees Brutus.
8
155 n. Chr.
Goidz soude ontfangen, dwelc gesciede in de leste weeck van den mert op enen
vrydach; ter compleettyt quam die engel Gabriel ende ter middernacht sprack
Maria: `Exite ancilla Domini'.1
teser tiit waert onse heer ihesus cristus geboren
fol. 12v
fol. 13r
Kaerle voirs., zoen van den voirs. Brabon die voir Romen vermoert wairt, dieselver Kaerle wairt nae des voirs. Brabons, zyns vaders, doot coninc van Agrippynen, dat nu Colen heyt ende dat van opten Ryn totter Sceld toe strect, ende oic
coninc van Doeringen ende mercgree¡ des Heilichs Rycx. Die voirs. Octauiaen,
keyser van Romen, vermeerderden den voirs. Kaerle zyn ryckvan der Eluen totter
Scelden toe ende van der Vriesscher / Zee tot Vermendoys ende verleenden hem
vele previlegien, want hy zyn oem was, ende die voirscreven Kaerle regneerden
LXXXI iaren ende in zynre tyt wairt Onss Heer Ihesus Cristus geboeren. Kaerle
voirs., dierste van dien name ende tweeste coninc van Agrippynen, dat nu Coelen
is, hadde twee zoenen, te weteneTitus, die blee¡ coninc in Germanien ende Doeringen ende was die vader vanVespaciano, die met Titus, zynen zoen, Iherusalem
destrueerden; ende dander Kaerle, die blee¡ coninc van Agrippinen, dat nu Coelen is, metten lande tusschen den Ryn ende der Sceld ende tusschen die Zuyerzee
in Vrieslant ende Vermendoys, dair dat lant van Brabant in besloten is,2 ende began te regneren int iair Ons Heren XXXIX ende regneerden XLI iair. Kaerle
voirs. lyet nae hem twee zoenen, te wetene Brabon, die blee¡ coninc vanVermendoys totterWestzee toe, dat nuVrancryck heyt, /ende Kaerle, die blee¡ coninc van
Agrippynen, dat nu Coelen heyt, ende mercgree¡ des Heilichs Rycx ende die began te regneren int iair Ons Heren LXXX ende regneerden LXV iaren. Kaerle
voirs. lyet nae hem enen zoen die oick Kaerle hyet ende was die vierde van dien
name ende vyfte coninc van Agrippynen ende mercgree¡ des Heilichs Rycx ende
hy began te regneren int iair Onss Heren C XLVende hy regneerden LXV iaren. In
tyden van den voirs. Kaerle worden gecruyst XM martelaers in Armenien. Kaerle
voirs. lyet nae oick enen zoen die oick Kaerle hyet ende was die vyfte van dyen
name ende seste coninc van Agrippinen ende was nae zyns vaders doot coninc
X iaren. /
nae onss heren geboerte c lv iaer
fol. 13v
Kaerle lestgenoempt lyet oeck after enen zoen die Kaerle oick hyet ende was die
seste van dien name ende VIIte coninc van Agrippinen, dats nu Coelen, ende
marcgree¡ des Heilichs Riicx ende began te regneren als men screef C LV ende
hy regneerden C ende vy¡ iaren. In deser tyt worden Sinte-Barbara ende SinteCecilia gemarteliseert. Kaerle voirs. lyet oic after enen zoen die oick Kaerle hyet
ende was dieVIIte van dien name ende dieVIIIte coninc van Agrippynen, dats nu
1
2
Lucas 1, 38.
In margine nota.
9
260
Coelen, ende marcgreef des Heilichs Rycx ende began te regneren int iair Ons Heren CC LX ende hy regneerden drie iair. Kaerle voirs. lyet oick after enen zoen die
oick Kaerle hyet, die Schoene, ende was van dien name dieVIIIte ende coninc van
Agrippinen ende marcgree¡ des Heilichs Rycx die IXte. Hy began te regneren int
iair Onss Heren CC LXIII ende hy regneerden LXII iaren ende hy wan Noerwegen, Deenmarcken ende Zweeden.
In deser tyt was die heilige paeus Siluester, die den groten keyser Constantiin
doepten. /
fol. 14r
hier ccc xxv nae ons heren geboerte
Oeck in der tyt voirs. omtrent die iaren CCC VII worden gemarteliseert SinteKatheryn, Sinte-Margriet, Sinte-Agneet ende noch XXXVIIM martelaren. Oeck
corts dair tevoerens worden gemarteliseert ontalike martelaren. Ende oick omtrent den iair CCC XV leefden Sint-Anthonys ende vele meer andere heremiten
in Egipten. Ende corts dairnae leefden die werdige bisscop Sinte-Nycolaus. Kaerle die Schoene voirscreven lyet after twee zoenen, te wetene Eneas ende Brabon,
die wairt coninc van Agrippinen ende marcgree¡ des Heilichs Rycx in iair CCC
XXV. Hy regnerden XLI iaren. In die tyt leefden Sint-Ian Guldemont, bisscop
van Constantinopole. Brabon voirs. lyet after enen zoen die hyet Kaerle metter
Corter Noze.
fol. 14v
fol. 15r
nae ons heren geboerte ccc lxvi
Dese was die IXte van dien name ende /die thienste coninc van Agrippynen, dats
nu Colen, ende hy began te regneren int iaer Ons Heren CCC LXVI ende hii regneerden XII iaren. Hy was oick mercgreve des Heilichs Rycx.Welke Kaerle, nadien hy verdreven hadde geweest, wairt hy in Cristo geloevende. In diere tyt
leefden Sinte-Iheronimus, woenende tot Bethleem aen Ons Heren cribbe, ende
Sinte-Ambrosius, eertsbisscop van Meylanen, ende Sinte-Marten, eertsbisscop
van Tours. Ende omtrent den iaer Ons Heren CCC LXXX leefden Sinte-Augustyn in A¡riken. Kaerle metter Corter Nozen voirs. lyet after een zoene geheyten
Ansises, die nae zyns vaders doot wairt coninc van Agrippynen ende mercgree¡
des Heilichs Riicx. Ansises voirs. began te regneren int iair Ons Heren CCC
LXXVIII ende regneerden XXX iaren ende was heyden. Dese Ansises, mitsdien
hy zulkenen previlegien ende vryheiden als Octauiaen, die keyser, den voirs. Kaerle, zynen neve, den tweesten coninc van /Agrippynen, hadde gegeven, nyet overgeven en woude, wairt hy van den keyser Graciaen bevochten ende gevangen
gevuert tot Romen, dair hy VII iaren in gevenckenisse was. Ende aldus in gevenckenisse wesende, wairt hy denckende dat hy in zynre stat van Agrippynen, dats
nu Coelen, dycwyle hadde hoeren seggen dat die bysscoppen ende priesteren der
kersten leerden, zoe wye in Cristo geloefden, die creech hulpe ende bystant, ende
aldus denckende ryep hy Cristum aen ende geloefden, mucht hy uuytcomen, hy
ende alle zyn volck souden kersten werden.
10
387
ccc lxxxvii nae ons heren geboert
Ende nyet lange dairnae zoe gescyedent dat die voirs. Graciaen, die keyser, ster¡
ende Theodosius wairt keyser als men scree¡ CCC LXXXVII. Ende die keyser
lyet den voirs. Ansises uuyter gevenckenissen, omdat hy hem soude helpen wederstaen Maximiaen, den coninc van Engelant, die keyser woude wesen endeTheodosium verdriven. Ende doe Maximiaen vernam dat Ansises hem bystant zoude
doen, te weten den keyser, doen toech dieselver Maximiaen in Ansises ryck, dat
destruerende, ende wan die stat van Agrippinen, dats nu Coelen, dair hy vant Ansises wy¡, die coninginne, met eenen zoen van VII iaren, welken zoen coninc
Maximiaen kersten dede doen ende heyten Brabon, om deswille dat dieTroyaensche heren Brabon hyeten.
Hier creech dlant gelegen tusschen die Maze ende Sceld den name
dattet Brabant heyt ende zynen yersten heer genoempt een prince
van den lande1
fol. 15v
Ende dese Maximiaen ga¡ desen iongen Brabon dlant dat hy gewonnen hadde
tusschen die Maze ende die Sceld ende nae dien Brabon wairt tselver lant geheyten Brabant.
Ende desen Maximiaen toech voert in Ytalien tegens Theodosium, den keyser,
dair hy van denselven / keyser wairt verslaigen. Ende doen nam die voirscreven
coninck Ansises oirlo¡ ende toech tot zynen lant wairt.
Teser tyt leefden Sinte-Marten. Ende comende tot Tours vant hy dair Sinte-Marten ende ont¢nc tkorsdom van hem ende alle die by hem waren.Vandair toech2
voirt in zyn lant, dat hy vant verdestrueert. Mar doen Ansises vernam dat die
voirs. Brabon, zyn zoen, woenden tusschen Maze ende Sceld ende dat Maximiaen hem dat lant gegeven hadde ende Brabant geheiten, zoe toech hy totten selven Brabon, zynen zoen, ende was waeltevreden dat hii corsten was met zynen
volcke. Ende die voirs. Ansises nam zyn vrouwe ende toech tot Agrippinen, dats
nu Coelen, ende dede die stat vermaken ende zyn volcke kersten doen ende Ansises voirs. creech by zyn huysvrouwe noch enen zoen, die hyet Kaerle, die blee¡ nae
hem coninc van Agrippinen, ende een dochter, die hyet Voraya.
Heymskynderen
Dese Voraya wan by Heyman, greve van Dormunde, haren man, vier zoenen:
Reynout, leegt tot Dormunde verheven zant; Rogier; Olyuier; Adolairt, dese leyden een heilich leven in dabdye van Corbye. Die voirs. vier zoenen, geheiten die
vier Heymskynderen, voeren stryden metten voirs. Kaerle, hoeren oem, tegen die
Hunen, Gooten ende die sommige worden gemarteliseert.
1
2
In margine nota.
Aldus hs., men verwacht hierna hy.
11
427
Oirspronck van den name Franck, dairnae Francryc oirspronckelic
heyt
Hier is oeck te wetene dat naedien die Alanen by tyde des keysers Graciaen, vader
van den voirs. Graciaen, Romen hadden belegen ende die Troyanen, die doen
woenden in Pannonien ende in Sicambrien, ten versueck des voirs. keysers Romen hadden helpen ontsetten, soe ga¡ dieselver keyser hen quyt haren tribuyt X
iaer lanc ende maectense vrii ende dairomme hyetense doen voirtane Francken.
Want franck in Griecken is vry ende coen. Mar naderhant, nae dode des voirs.
keysers Graciaen, worden dieselver Francken oft Sicambrinen van Graciaen, zynen zoen, omdatse hem genen tribuyt geven en wouden, verdreven ende quamen
woenen opten Riin, dair zy stichten Franckevoirt, Santen, Bonne ende meer andere steden ende besloegen dlant van der Denouwen tot opten Ryn. /
nae ons heren geboirte int iaer iiii c xxvii
fol. 16r
Van den iersten coninc vanVrancryck.1 Dat die coningen van Vrancryc oic zyn comen uuyten Troyanen1
Ende alzoe als die voirs. coninck Ansises noch leefden ende die voirs. Francken
tvoirs. lant van der Denouwen tot opten Ryn hadden beslagen ende dair woenden,
hadden zy enen hertoghe die hiiet Priamus. Priamus hadde enen zoen die hyet
Mercomirus, die der voirs. Francken hertoech was XXXIII iaren. Mercomirus
lyet after een zoen die hyet Pharamundus ende die was die ierste gecroende coninc over die Francken ende hy regneerden X iaren. Ende in zynrer tyt soe ster¡
die voirs. coninc Ansises, te wetene int iair Ons Heren CCCC XXVII ende Kaerle
voirs., ziin zoen, blee¡ nae hem coninc van Agrippinen, dats nu Coelen. Mar hy
en was geen marcgree¡ des Heilichs Rycx, want dat blee¡ aen Brabon, zynen
brueder voirs. Nae den voirs. Kaerle wairt zyn zoen, coninc wesende van Agrippynen, veriaecht van den voirs. Francken, die tconincryc van Agrippinen wonnen
metten zwerd ende voirt dlant van Gallien dat nuVrancryc heyt.
Dierste prince in Brabant korsten wesende oick
Brabon voirs., Ansises zoen, die tot zynen VII iaren wairt dyerste prince in Brabant, hy woenden op Haspegouwe ende dede dair maken een stadt ende hyetse
Landen omdat hy dair ierst landen, ende hy was oec marcgree¡ des Heilichs
Rycx. /
1
In margine nota.
12
560
nae ons heren geboerte iiii c liii iaer
fol. 16v
Ende als hy oudt was XX iaren, zoe quamen die ongelovige Huynen ende Gooten
in zyn lant, die mett Attila, hoeren coninc, vele landen destrueerden ende die kersten vervolchden. Brabon voirs. was heer LI.1 In diere tyt, omtrent den iair CCCC
LIII, worden die XIM maighden tot Coelen gemarteliseert van den Hunen ende
dairnae wairt Coelen gedestrueert.
Brabon voirs. lyet after enen zoen geheyten Brabon, die tweeste prince in Brabant.
Hy began te regneren als men scree¡ CCCC LIX ende hy regneerden LX iaren
ende woenden oec te Landen in zyns vaders stat. In zynre tyt leefden die voirs.
Pharomont, der Francken coninc, ende hy lyet after enen zoen geheyten Clodius,
die al te mechtigen coninc wairt. Hy wan dlant van den Ryn tot Doernic ende Cameric toe ende dlant tusschen den Ryn ende Sceld ende die voirs. Brabon verloes
oec Brabant, dat hy met dienen wedercreech. Clodius voirs. regneerden XVIII iaren ende zyn neve die hyet Meroueus, wairt nae hem coninc. Meroueus wan Hildricus ende die wan den moigende coninc van Vrancryc die hyet Clodoueus, die
gedoept wairt van Sinte-Remeys. In diere tyt regneerden die moigende coninc Artur, coninc van Engelant, een van den IX besten. Brabon voirs., Brabons zoen, die
dorde prince, ende hy began te regneren int iair CCCCC IX2 ende hii regneerden
LI iaer. /
int vc lx iaer nae ons heren geboerte
fol. 17r
Ende dieselver Brabon stont oick onder die coningen van Vrancryc gelyc zyn vader, hen dienende in stryden.
Teser tyt leefden Sinte-Remeys,3 daera¡ Clodoueus gedoept wairt ende die was
die ierste korsten coninc van Vrancryck. Ende die moigende coninc Clodoueus
voirs. vermeerderden hem zyn ryck totter Zeynen toe ende naedat hii enen grooten strydt metten Hoich-Duytschen had gehadt dair hy te boven ginc, wairt hy kersten ende gedoept van Sinte-Remeys voirs. als voirs. is in de stad van Ryemen, ten
vermaen van die heilige Clotildis, zynre coninginnen, dochter coninx Cilprix van
Bourgoindien, die een korsten vrouwe was. Ende met hem worden gedoept IIIM
mannen. Ende int doepen quam dair een witte duve ende bracht dair een pulleken
een4 haren beck met heilige olye, dairmede Sinte-Remeys den voirs. coninc Clodoueum salfden ende werden noch alle coningen vanVrancryck dairmede gesalft.
Nae welcken doepsel die voirs. coninc Clodoueus hyet Lodouicus. Brabon, die
dorde prince voirs., nae vele feyten van wapeningen by de coningen vanVrancryc
gedaen, ster¡ int iair Ons Heren CCCCC ende LX. Hii lyet after een zoen geheyten Kaerleman, die oeck was altyt by den coning van Vrancryc als zyn opperste
raet.
1
2
3
4
Aldus hs., men verwacht hierna iair.
In margineVC IX.
In margine nota.
Aldus hs., men verwacht in.
13
560
Teser tyt began die oirdene van Sinte-Benedictus.
Clodoueus voirs. lyet after vier zoenen, te wetene: Diederick, die lyet after den
heiligen Clodoaldus; Lodomiris; Hildebeert; Lothariis. Dese deilden tryck,
mar nae quamt aen Lothariis all. /
nae ons heren geboerte vc lx iaer
fol. 17v
Groet-Lothryck
Lothariis voirs. lyet after vier zoenen, die oeck underling dat ryc deylden. Mar
naemaels quamt aen Cilprick, een van zynen vier zoenen, ende zyn nacomers.
Coninc Cilpric creech by Frigegondis, zyn coninginne, enen zoen geheiten Lotharis ende die naemaels hyet die groote coninc Lotharys.Welke coninc Lotharys,
nae groete stryden gehadt, waert coninc van drie conincrycken, als van OestVrancryc, dwelc anders hyet Groot-Lotharys, dairinne Brabant begrepen is, ende
van West-Vrancryc ende van Bourgoindien, ende hy regneerden over die Frans[oy]sen1 XLIIII. Kaerleman voirs. began te regneren int iair CCCCC LX. Hy
was een dueghdelic kersten man, oic zyn woenstat houdende tot Landen ende
oic hem houdende gemint by coninck Cilprick, alsdoen die dorde kersten coninc
van Vrancryc, want hy zyn lant tot dier tyt van hem te leen most houden. Kaerleman voirs. regneerden prince in Brabant ende op Haspegouwe LV iaren. In dier
tyt leefden Sinte-Amand, bisscop van Tongeren, dairaf den stoel doen stont tot
Tricht. Noch leefden doen Sinte-Benedictus, Sinte-Lenart, Sinter-Baue, SinteAutbeert, bisscop tot Cameryc. Ende oick doen leefden die groete paeus SinteGregorius. Hy was van Sinte-Benedictusoirden. Oeck in tyde Kaerlemans voirs.
als int iair VIC XIII waert Eraclius keyser, die Cosdras, coninc van Persen, doden
ende dat heilige cruys Ons Heren weder bracht te Iherusalem. Int tweeste iair van
Eraclius ster¡ Kaerleman voirs. /
vi c xv
fol. 18r
Kaerleman voirs. lyet after twee salige kynderen, te wetene: Pippiin van Landen,
die hertoge wairt; ende Amelberge, die hadde eenen zoen die een greve was ende
die by Bertilia, zyn huysvrouwe, hadde twe heilige kynderen als Sinte-Aldegond
ende Sint-Woutruyt, die nam te man Sinte-Vincent, greve van Henegouwe, die aen
hair wan Sinte-Landric, bisscop van Metz, ende twee devote meechden als Madelbeert ende Altruyt; ende een dochter die oick hyet Amelberge. Die trouden
enen groten heer geheiten Witgeer, woenende opte palen van Brabant tot Ham.
Ende die wan aen hair vy¡ heilige kynderen, als te wetene: Sinter-Goelen; SinteReynelt, die leefden XC iair, als XXX in den mechdelycken staet, XXX in den
huwelic staet ende maigt blivende ende XXX in den weduwelycken staet; SintePharelt; Sinte-Emelbert, bisscop van Cameric; ende Sinte-Venancius.
1
Onleesbaar door inktvlek in het hs.
14
648
Hier waert Brabant een hertoichdom. Cleyn-Lothryck dat in Ardenen ende omtrent Aken leegt
Pippiin voirs. wairt nae Kaerleman, zynen vader, prince ende dat als men scree¡
VIC XV. Hy stont oeck vromelic by de coningen van Vrancryc, gelyc zyn ouders
hadden gedaen. Dieselver Pippyn creech ten huwelic des hertogen dochter van
Aquitanien, geheiten Ydeberge oft Sinte-Itte, dairaf brueder was Sinte-Modoaldus, eertsbisscop vanTrier, ende1 Sinte-Seuera, abdisse aldair. /
nae ons heren geboerte vi c xlviii
fol. 18v
Pippiin voirs. oeck wairt van den grooten coninc Lotharys int XXXte iair zyns
rycx mitz zynre groeter getrouwicheit, wysheit ende rechtverdicheit geordineert
hii ende zyn nacomers te wesen zwertdregers ende regeerders des huys vanVrancryck.2 Ende die voirs. groete coninc Lotharys maecten Pippyn voirs. ierste hertoge van Brabant ende van Cleyn-Lothryck, dwelc is gelegen tusschen den Ryn
ende die Sceld, omme dat van den coningen vanVrancryc te leen te houden. Mar
naemaels is Brabant metten mercgreefscap van Antwerpen ende metten lande
van Riien geworden een skeysers leen mits deilinge der landen, gedaen van den
nacomers des voirs. Pippyns, die geworden zyn geweest coningen ende keyseren.
In deser tyt leefden Sinte-Loy, bisscop van Noyon, ende Sinte-Remaclus, discipel
van Sint-Amand, biscop3 Tongeren, ende Sinte-Lambrecht ende Sinte-Theodardus, discipulen van Sinte-Remaclus voirs. Ende oick Sint-Truydt, heer van Kemplant, neve Pippyns voirs, ende Sint-Ioes, zoen sconinx van Britanien, heremyt.
Van Machomet
fol. 19r
fol. 19v
Oeck regneerden in diere tyt Machomet, yerst wesende een goekelair, nae een
snoode coepman, dairnae een prince der moerdeners ende dairnae quam hy in
Arabien ende voirts in Perssen, dair hy hem uuytga¡ voir enen propheet. /
Pippiin van Landen voirs. ster¡ int iair Ons HerenVIC XLVIII ende hy wairt begraven te Landen ende naederhant te Nyuele.
Die voirs. grote coninc Lothariis lyet after twee kynderen, by namen: Sint-Dagobeert, die met zynen naecomeren waren coningen van Vrancryc tot XII toe;
ende Sint-Blitildis, die trouden enen edelen prince van den keyserlycken blode,
die hyet Ausbeert, denwelken coninc Lotharys voirs. ga¡ met zynre dochter voirs.
ten huwelic dat mercgreefscap des Heylichs Rycx, dats Antwerpen.
Ausbeert, nu wesende mercgree¡ voirs., wan aen Blitildis voirs. enen zoen, die
hyet Arnout, die nae zyns vaders doot mercgree¡ voirs. wairt, ende noch drie heilige kynderen, die hyeten Sint-Ferreolus, Sint-Modericus, Sint-Tarticia. Arnout,
mercgree¡ voirs., trouden Sint-Oeyen, een dochter van Vrancryc, dairaen hy
wan Sint-Arnout, die naderhant wairt bisscop van Metz. / Sint-Arnout voirs.,
1
2
3
Hierna ontbreekt de familieverwantschap.
In margine nota.
Aldus hs., hierna ontbreekt van.
15
685
wesende oic mercgree¡, ende eer hy bisscop wairt creech drie heilige kynderen, by
namen: Sint-Clodulphus, die wairt nae zynen vader bisscop, Sinte-Walciscus
ende Angiis, dien gebenedide Sinte-Arnout ende propheteerden van hem, dat hy
ende zyn nacomers zouden werden erfconingen van Vrancryc ende keysers, zoe
oic nae gescyeden.
Pippiin van Landen ende Sint-Itte voirs. lyeten after drie heilige kynderen, by namen: Grymoalt, die nae zynen vader voirs. wairt hertoech van Brabant voirs.
ende hy regeerden thuys van Vrancryc by tyde Zegebeert, coninc van Vrancryc,
nae welcx conincx doot wairt hertoge Grymoalt van ennigen die hem benyden,
vermoert sonder oer after te latene ende hy wairt begraven tot Iopilien by Herstal;
Sinte-Geertruyt, die stichten dabdye tot Nyuele, dairinne datse hair bega¡; ende
Sinte-Begge, die nae haren voirs. brueder wairt hertoginne van Brabant. Sint-Itte
voirs. nae die doot des voirs. Pippyns wairt tot Nyuele by Sinte-Geertruyt, hair
dochter voirs., een gewyelde nonne ende ster¡ in den ouder van LX iaren. /
fol. 20r
in den iair vi c lxxxv
Hier vergaderden weder het hertoichdom van Brabant ende dat
mercgreefscap
Angiis voirs., zoen van Sint-Arnout, marcgree¡ des Heilichz Riicx, trouden Sinte-Begge voirs. ende hy wairt doen die tweeste hertoich van Brabant ende hy was
oeck groet by de coningen vanVrancryc. Ende op een tyt als hy buyten was iagen,
wairt hy als te wetene int iairVIC ende LXXXV vermoert van enen geheiten Godwyn, dien hy opgeholpen hadde ende die dat dede om Sinte-Begge ten wyve te
crigene. Mar Sinte-Begge voirs. ontvloet hem in Ardennen, dair zy een clooster
stichten met VII kercken ende is noch een clooster van edelen ion¡rouwen.
Oirspronck der begynen
fol. 20v
Men seegt dat die begynen ierst haren naem van hair hebben, want zy vele devote
vrouwen ende ion¡rouwen altyt by haer hadde, die Got ynnichlick dienden. Angiis ende Sinte-Begge voirs. lyeten after enen zoene geheiten Pippiin van Herstalle, omdat hy tusschenTricht ende Ludickopte Maze maecten een slott. Pippyn van
Herstalle voirs. wairt als men scree¡ VIC ende LXXXV die dorde hertoge van
Brabant ende van Lothryc ende / oeck marcgree¡ des Heilichs Riicx. Ende hy
regneerden XXIX iaren. Hier en bynnen creech Pippyn van Herstalle voirs. by
Sinte-Plectruyt, zyn echte huysvrouwe, drie zoenen, by namen: Drago, die wairt
prince van Kemplant, Sinte-Grimoaldus, die wairt tot Ludich gemarteliseert,
Sinte-Siluinus, die rust te Cchymaii in Sinte-Peterskercke; ende een dochter, die
hyet Notburgis, die rust te Coelen, blinckende in schoen myraculen. Die voirs.
drie zoenen storven al voir hoeren vader.
16
714
int iair vi c xciiii
Dat Sinte-Lambrecht gedoot wairt
fol. 21r
Pippiin van Herstalle voirs. was wys ende vroem. Hy hadde vele oirloigen tegens
die Vriesen, tegens die Zwauen ende andere nacien, die hy all verwan. Hy wairt
victorioes. Hii regeerden oic in Oist-Vrancryc nae die doot coninc Hilderix ende
oick inWest-Vrancryc ten tyde coninc Didderix, brueder des voirs. coninc Hilderix. Hii maecten dieVriesen onderdanich der Vrancrycscher croonen. Hii stelden
aldair ende oic tot Vtrecht ende in Hollant ende Zeelant Sinte-Willeboert om
tvolc aldair te bekeren, als int iairVIC XCIIII. Maer nae die doot van zynen voirs.
drie zoenen ontginc hy hem in overspel met Alpays, dairaf hem Sinte-Lambrecht
berispten. Mits welker berispinge Dodo, prince van Orengien, brueder van der
voirs. Alpays, denselven Sinte-Lambrecht dede doden. In welcx Sinte-Lambrechs
plaetze doen bisscop wairt Sinte-Hubrecht, die den bisdomstoel ierst setten van
Tricht tot Ludick ter eeren Sinte-Lambrechts. / Ende nae dode oick des voirs. coninx Dircx nam Pippyn van Herstal voirs. inne tgeheel lant van Vrancryc ende
voirt waest al zyn tusschen Spaengien ende den Ryn. Ende hy ster¡ int iair als
men screef VIIC ende XIIII. Pippyn van Herstal voirs. lyet after enen zoen, gewonnen aen Alpays voirs., die hyet Kaerle Marteel, dien hii by zynen leven in all
maecten regeerder. Hy hyet Kaerle Marteel, want als enen zwaren hamer versloech hy all zyn vyanden.
Hoe dat die hertoge van Brabant die coningen van Vrancryc regeerden
fol. 21v
Kaerle Marteel voirs. hy en was nyet alleen heer van zynen lande, mar boven die
coningen van Vrancryc, die hy metten lande regeerden, gevende hen datse vertheerden. Hy hye¡ die renthen van den conincryc, die leggende daerse seker lagen
ter cronen behoe¡ als een getrou man. Hy had oic vele oirloigen tegens die ongelovigen ende besunder tegens die Huynen, die hy verdree¡. In zynre tyt was coninc Dagobeert, die tweeste van dien name, coninc vanVrancryc, zoen van coninc
Hilderic voirs., welke coninc Dagobeert die croen droech by consente van Kaerle
Marteel voirs. Den welken Kaerle Marteel oic wairt gepresenteert die croen van
den heren vanVrancryc die hy weygerden tontfangen, seggende /dattet hem meerder eer wair over die coningen te regeren ende domineren ende heer te zyn dan
zelver coninc te zyn. Dagobeert voirs., als hii vier iaer coninc hadde geweest, zoe
ster¡ hii. Ende Kaerle Marteel voirs. ga¡ die croen Lotharys, brueder van Dagobeert voirs., die twee iair coninc was.
In tyde des voirs. Kaerle Marteel leefden Sinte-Gielis.
Van versceyden victorien hertoge Kaerls Marteel
Doe was dair een heer die Cilpricus hyet, die neve van den coningen die gestorven
waren, die welke trac tot Eudon, den hertoich van Aquitanien, omme hulpe tegens
Kaerle Marteel voirs. om die Vrancrycsche croene te gecrigen. Ende zy trocken
tegens denselven Kaerle Marteel ten stryde, die hy, Kaerle, wan. Ende doen seyn17
726
den die voirs. Cilpric aen Kaerle Marteel om genade, zoevele doende dat Kaerle
Marteel voirs. hem die croen ga¡, ende hy regneerden armelic vy¡ iaren. Na welcx
doot ga¡ Caerle Marteel voirs. die croen enen van den bloode, geheiten Didderic,
die XV iaren regneerden, mar hertoge Kaerle Marteel voirs. was altyt die overste
heer ende prince.
int iaer vii c xxvi
fol. 22r
fol. 22v
fol. 23r
Kaerle Marteel voirs. trac dairnae stryden opte Zassen die hy tonder bracht. Dairnae trac hy opte Hoich-Duytsche, die hy dairtoe bracht datse hem thyns mosten
geven. Dairnae bedwanc / hii die Zwauen ende Beyersche met al den heren ende
maecten hem allet dlant onderdanich totter Denouwen toe ende dlant van Zassen
totter Eluen toe. Dairnae hadde Kaerle Marteel voirscr. enen zwaren strydt tegens hertoge Eudon van Aquitanien, die in Spaengien was getrocken by de heydenen ende Sarrasynen die in Spaengien woenden, omme hem te helpen tegens den
voirs. hertoige Kaerle Marteel. Ende alsoe zyn die voirs. hertoge Eudon ende die
heyden ende Sarrasynen die in Spaengien woenden met haren coninc Abdyrama,
met hoeren kynderen ende wyven gecomen over die Gyronde om in Vrancryc te
blyven woenen. Dwelcke Kaerle Marteel voirs. vernemende, bereyden hy hem dat
te wederstaen metter hulpen Ons Heren ende hy vergaderden een groot heir van
Fransoysen, Duytschen, Brabanteren. Mar nochtans cleyn was dat getal tegens
die voirs. heyden, Sarrazynen ende den hertoich Eudon ende zoe quamt tot enen
strydt dien hertoich Kaerle Marteel voirs. wan ende versloech wael driehondertduysent ende LXXV dusent Sarrasynen ende heyden met hoeren coninc ende hy
verloes omtrent XVC mannen. Ende als hertoich Eudon voirs. sach tverlyes voirs.
quam hy om genade aen hertoge Kaerle Marteel voirs. ende der heydenen gelt
ende goet wairt al opt velt verbrant. /
als int iair vii c xxxii
Hertoich Kaerle Marteel voirs. omtrent acht iair nae der voirs. victorien ster¡.
Die voirs. coninc Didderic ende die hertoich ga¡ die croen enen die hyet Hilderic,
die IX iair coninc was, mar hy was dairtoe onnut ende onbequeem. Die voirs. hertoge Kaerle Marteel voirs. ter begeerten des paeus Gregorius, die dorde van dien
name, die hem seynden die sloetelen van Sinte-Peter ende zyn banden, hem biddende dat hy woude worden patricius van Romen ende bescudden die Heilige
Kercke voir die heydenen die dlant van Prouencien zeer verdructen, heeft hy gewonnen weder Auenioen, Nerbone ende Aerle Blanc ende dlant van Prouencien
ende oic dlant van Bourgoindien. Ende in dien versloech hy twee coningen van
den heyden ende ontalike vele volcx. Ende hy ster¡ int iair Ons HerenVIIC XL. /
Hertoge Kaerle Marteel voirs. lyet after vier wittige kynderen, te wetene by namen: Kaerleman, Pippiin die Cleyne, Sinte-Remeys, die wairt eertsbisscop van
Rowaen, Sinte-Landrada, die wairt abdisse tot Bilsen.
18
750
Die voirs. Kaerleman bega¡ hem in een cloester
Die voirs. Kaerleman ende Pippyn die Cleyne, gebruederen, waren beyde wyss,
vroeme ende coene ende hielden een wyle tyts als hoer alders dlant tsamen ende
waren gelyc hoir vorvaders regeerders van der croonen van Vrancryc. Ende nae
groten stryden tsamentlic tegens den hertoge van Aquitanien gehadt ende tegens
die Sarrasynen, diese versloegen, soe waert Kaerleman voirs. ontsteecken met hemelscher begerten ende overgaf Pippyn, zynen brueder, allet lant ende trac te Romen ende ont¢nc van den heiligen paeus Sacharias tcleet van religien ende
fundeerden in de eere van Sinte-Siluester een cloester te Monseraet, dairinne hy
blee¡ woenen. Ende dairnae toech hy boven Romen tot Montcassyn, dair eertyts
Sinte-Benedictus abdt had geweest ende dair blee¡ hy ten eynde zyns levens Gode
dienende.
Nota hier waert die hertoich van Brabant oeck coninc vanVrancryc1
fol. 23v
Ende Pippiin die Cleyne voirs. blee¡ doen voirt hertoich van Brabant ende allet
lant ende tconinc- /ryckvanVrancryc in zyn handen houdende, wyslic regerende
ende voir die vyanden bescermende. Ende mitsdien die voirs. coninc Hildric een
slap mensch was, sonder wysheit ende nyet doende dat enen coninc behoerden te
doen, die edelen van Vrancryc deden hem monic werden te Soysson int cloester
van Sinte-Medart. Ende by consent ende oirlove van den voirs. heiligen paeus Sacharias maicten zy den voirs. hertoge Pippyn die Cleyn coninc vanVrancryc, denwelken Sinte-Bonifacius, bisscop van Mayanse, by bevele des voirs. paeus
Sacharias coninc salfden int iair VIIC L.
Pippiin die Cleyne voirs., wesende cleyn van persoen mar groet van moede, als hy
coninc was, maecten hy synder croonen onderdanich allen die landen die laigen
tusschen Zassen ende Spaengien.Ter beeden oick des heiligen paeus Steuen toech
hy met enen groten heir in Ytalien ende bedwangt den coninc van Lombardien
Aystol¡, die der stat van Romen ende der Heiliger Kercken zeer lastich was, dat
hy keren moste dat hy hen afgenomen had.
In dier tyt leefden Sinte-Gommair van Lyer, dat een vroem ridder was ende groot,
in sconinx palleys. Hy vacht tegens die Huynen ende wederstontsche mantlic.
Dat men die heyligen chieren mach
fol. 24r
In tyde oick des voirs. coninx Pippyns was onder die luyden groten twivel of men
die beelden eren mochte. Dwelcke hy dede beslichten met groten arbeyt, vergaderende een consilie van vele prelaten, /clercken, Griecken ende Latynsche, die dat
vercleerden dat men in allen plaetsen die beelden van den heiligen verchieren
ende eeren zoude.
1
In margine nota.
19
768
in den iair vii c lxviii, ten tyde van den groten kaerl,
keyser, coninc, hertoich
fol. 24v
Coninc Pippiin die Cleyne voirs. als hy XVIII iaren coninc geweest hadde ster¡
hy int iair VIIC LXVIII ende wairt begraven tot Sinte-Denys. Ende hy lyet after
twe zoenen, by hem gewonnen aen Sinte-Berthe, zynrer coninginnen, des keysers
Eraclius dochter, te wetene by namen Kaerlen den Groten ende Kaerleman. Dese
twee gebruederen deylden bruederlic dat lant ende wairden beyde coningen gecroent, te weten Kaerle die Groote in de stat van Noyon ende Kaerleman in de
stat van Soysson. Deen regneerden in Oist-Vrancryc ende dander in West-Vrancryc. Kaerleman nae cort regnacie ster¡ sonder oir ende allet lant quam in handen
des voirs. Kaerle die Groot. Kaerle die Groot voirs. began te regneren int iair nae
de doot zyns vaders voirs. Hy was vroom, zege in stryden, wyss van clercgien /
ende sciencien van den vryen consten, dairinne hy geleert was van Alcuinus, die
een groet meester ende heilich man was, die de historie van der heiliger Drievoldicheit maecten ter begerten van den voirs. Kaerle den Groeten, coninc wesende
van Vrancryc ende hertoge van Brabant, etc. welke historie men noch in der Heiliger Kercken houdende is.
Hier cregen die XII maenden hoir namen
Kaerle die Groete, coninc ende hertoige voirs., want hy vele talen const, ga¡ den
XII maenden proper namen in der Duytscher talen, te wetene loumant, sporckel,
etc.
Die quantiteyt van den Groten Kaerl
Hy was lanck ende groet van leeden acht voet, zynder voeten die zeer groet waren,
zynen baert droech hy enen voet lanck. Syn aenschyn was anderhalven voet lanc
ende enen voet breet. Zyn naze was enen halven voet lanc ende zyn voerhoeft enen
voet breet. Hy had leeuwsoigen, glinsterende gelyc enen carboinckel.
Ende zyn condicie
Hy at luttel broets, mar op een maeltyt att hy wel tvierendeel van enen hamel oft
twee capuynen oft enen paeuw oft enen haze. Selden dranc hy meer dan driewerven. Soe sterck was hy in den strydt dat hy met enen zwerd enen gewapenden man
cloefden met enen slage. Hy brack wel vier hoefyseren tsamen, enen gewapenden
man hye¡ hy op, staende op zyn een hant.
ten tyde van den groten coninc kaerle, viii c ii
fol. 25r
Dierste reyse die hy dede ende hervart, was int lant / van Aquitanien, dat is
Ghyenne, Langedock, Gascoingien, dair hy zynen iongsten zoen, genoempt Lodewyc die Goedertieren, coninc maecten. Dairnae track hy opte Zassen, die doen
heyden waren, die hy verwan ende maectense al korsten. Dairnae ter begerten van
20
802
den paeus Adriaen toech hy op die Lombarden ende hoeren coninc, die der Heiliger Kercken van Romen zeer lestich waren, ende versloech dien coninc ende
maecten Lombardien met geheel Italien onderdanich der croenen vanVrancryc.
Dat die universiteyt te Pariis quam
Hy dede die universael scoel van Romen brengen tot Parys by consente nochtans
van den paeus, welke scoel ierst te Romen quam van Athenen uuyt Grieckenlant.
Ende dairnae wan hii vele versceyden lant. Int lant van Vlaenderen, doen noch
zeer woest wesende ende nyet meer steden hebbende dan Gendt,Thorout, Cortryc, Cassele ende die borcht van Oudenaerde, stelden hy enen ridder geheiten
Lyederic om dat lant van hem te leene te houdene.
Hier wairt die coninc vanVrancryc ende hertoich van Brabant keyser
van Romen1
fol. 25v
Daernae als men scree¡ VIIIC II wairt die voirs. coninc Kaerle die Groot opten
heiligen Korsdach van paeus Leo den Dorden gecroent Roemssche Keyser ende
doen had hy XXXIIII iaer geweest coninc van Vrancryc ende hertoich van Brabant ende / het was omtrent CCCC ende LXVIII iaren naedat die paeus Siluester
doepten den groten Constantyn, die tkeyserryc stelden te Constantinopolen.
Martirologium
Int dierste iair naedat hy keyser gemaect was, sandt hy al die werelt doer om te
ondersuecken die namen, dat leven ende dat sterven der heiligen, die hy Yswardum, den monic, vergaderen dede in een boeck, geheiten Martirologium, dwelc
men noch in der kercken leest nae pryem. Oick dede hy vergaderen by Paulum,
zynen dyaken, die omelyen ende lessen uuyten scriften der heiliger leraren, die
men noch houdt in der mettenen.1 Hy bekeerden oic tgeheel lant van Spaengien
van der eender zee totter ander, dairinne vele conincrycken ende landen begrepen
zyn, te wetene tconincryc van Poirtegael, van Argon, van Nauerre, Bisschayen,
Galissien, een deel van Moerelant, Prouyncien ende Catheloingien.
Die baden tot Aken
Nae groeten zwair striden gehadt quam hy tot Aken in Lothryc. Dair dede hy maken heete bayen ende coude getymperde bayen.
Hy begiften vier bisdommen als Coelen, Mens, Triere, Salesburch met zwaren
gueden ende renthen. Hy fundeerden oeck alsoe vele cloesteren als letteren staen
in den A, B. /
1
In margine nota.
21
815
fol. 26r
ten tyde van den coninc kaerl
Kaerle die Grote voirs. hadde bii Hildegaert, zyn coninginne, drie zoenen, by namen: Kaerle, dien hy maecte coninc van Almanien, mar hy ster¡ zonder oir int
VIIIte iair dat zyn vader keyser was geworden; Pippyn, dien maecten hii coninc
van Ytalien, die int VIIIte iair dat zyn vader keyser was geworden, creech hy inne
die stat vanVenegien ende corts dairnae ster¡ hii te Meylanen; Lodewiic, die geheiten was die Goedertieren, dien maecten hy, als boven geseet is, coninc van
Aquitanien; hy overleefden zyn bruederen ende wairt nae coninc ende keyser;
syn vader in zyn elfte iair zyns keyserrycx croenden hy hem metter keyserlyken
croonen; ende drie dochteren, bii namen: Rotruyt, Berga, Hilla. Dese kynderen
dede hy van ionghs opter scolen gaen ende in dueghden funderen. Zyn zoenen,
alst tyts was, dede hy leren wapenen hanteren, iagen, vliegen ende ryden. Syn
dochteren dede hy int wolwerc leren wercken ende spynnen omdatse nyet ledich
en zouden zyn. Ende die voirs. Kaerle die Grote als hy oudt was LXXI iair ende
gheregneert hadde int Vrancryc, in Brabant, in Lothryc ende allen den voirs. landen XLVI iaren, onder denwelken tyt hy XIII iair geweest hadde keyser, ster¡ hy
kerstelic ende heilichlic ende wairt tot Aken begraven. /
fol. 26v
ten tyde van coninc lodewyck als int iair viii c xv
Dese Lodewyc was oeck keyser, coninc, hertoich
Lodewyck voirs. die men hyet die Goedertieren, nae dode des voirs. Kaerle die
Groete, zyns vaders, wairt int iair VIIIC XV keyser, coninc van Vrancryc ende
van Almanien ende hertoge van Lothryc ende van Brabant. Hy was zeer goedertieren ende een onderhouder der geboden Goids. Hy stichten dat cloester van den
regulieren tot Bruessel op Couwenberch. Hy dede oick vergaderen een groet consilie van vele bisscoppen ende prelaten ende maecten vele loyen.
Groet-Lothryck, datz Oest-Vrancryc ende dat heeft den name verloren
Lodewiic die Goedertieren voirs. hadde by Ermgart, zyn coningin, drie zoenen,
by namen: Lothariis, dien seynden hy inYtalien om dlant aldair te regeren ende in
XXVen iair zyns rycx ga¡ hy hem over dat keyserryc ende int iair dairnae, te wetene int iair VIIIC XLI, ster¡ Lodewyc voirs. ende wairt begraven te Metz; ende
Lotharys, zyn zoen, blee¡ keyser ende coninc vanYtalien ende oic van den lande
dat Groot-Lothryc oft Oist-Vrancryc is, dair Brabant een deel a¡ is; Pippyn, ster¡
vroech; Lodewiic, die wairt nae dode zyns vaders coninc van Duytschlant van
den Ryn totter Eluen ende Denouwen ende aldair oec zyn nacomers. /
22
877
ten tyde van den voirs. coninc lodewyc
fol. 27r
Hoe dat West-Vrancryc den name heeft behouden
Lodewyc die Goedertieren voirs. had noch van Iudith, zynrer tweester coninginnen, enen zoen die hyet Kaerle die Caluwe, die wairt nae zyns vaders doot coninc
vanWest-Vrancryc, dat den naem vanVrancryc behouden heeft. Dese Kaerle was
oic keyser, coninck, hertoich. Cleyn-Lothryck is dlant van Ardennen ende omtrent Aken. Kaerle die Caluwe naedien die voirs. Lotharys, zyn brueder, die keyserlycke croen een wile tyts geregeert hadde ende hem hadde begeven ende was
monic geworden int cloester van Prumen in Ardennen in Lothryc ende naedien
oic Lodewyck, zyn zoen, die keyserlycke croen enen corten tyt hadde regeert, soe
creech hy oeck die keyserlycke croen ende wairt dieselver Kaerle die Caluwe gecroent te Romen van paeus Iannen den Achsten int iairVIIIC LXXVII ende wairt
oeck hertoge van Lothryc ende van Brabant.
Dat Hollant een greefscap waert
fol. 27v
Ende int iair tevoerens maecten die voirs. Kaerle die Caluwe Hollant een greefscap ende stelden dair enen zynen dyenaere die hyet Diederic als hoir ierste greve.
In zynen tyden quamen die Deenen ende Noermannen /uuyt Deenmarcken ende
Noerwegen ende andere nacien die all heydenen waren, in Almanien ende in
Vrancryc ende quamen die zee opvaren totter Zeynen ende wonnen tot Parys toe
dlant dat doen Meustren1 hyet, ende nu heytet Normandien nae die Noerwegers
oft Noermannen, diewelke die voirs. Kaerle die Caluwe, coninc, keyser ende hertoge wesende, met hulpen van coninc Salomon van Engelant manlic wederstont.
Van der doernen croenen, etc.
Hy dede brengen oic tot Sinte-Deniis by Pariis die reliquien, als die helfte van der
doernen croenen Ons Heren, een stuckvan den heiligen cruyss, een van den nagelen ende dat sudarmen2 Ons Heren tot Compiendien.
Hy stichten oickvele cloesteren inVranckryck.Ter zynre beeden oversetten Iohannes Scotus uuyten Griecken int Latyn dat boeck van der hemelscher ierarchien
dat Sinte-Denys hadde gemaect. Int tweeste iair zyns keyserrycx reysden hy nae
Romen ende comende te Mantua wairt hy aldair van enen valschen ioede vergeven ende hy wairt gevuert tot Sinte-Denys in Vrancryc, dair hy waert begraven.
Kaerle die Caluwe voirs. lyet after drie zoenen, by namen: Kaerleman, die waert
geestelic; Kaerle, die zeer sterc wesende ende hem dairop verlatende, waert hy van
enen ridder geheiten Albyn, dairtegens hy vacht, dootgeslagen; Lodewyc, die
hyet die Lispere, want hy in zyn spraec lispende was. /
1
2
Aldus hs., lees Neustrien.
Aldus hs., lees sudaren.
23
877
viii c lxxvii nae ons heren geboert
fol. 28r
Dese Lodewyc en was nyet keyser1
Lodewyc die Lispere voirs. wairt nae der doot zyns vaders voirs. coninc van
Vrancriic ende hertoge van Lothryc ende van Brabant. Hy hadde tot eenre coninginnen die dochter van den coninc van Spaengien.
Een groet eclipsis
Int tweeste iair van zynen conincryc wairt alsdoen te middage die zonne al doncker dat men die sterren in den hemel sach.
Ende als hy ster¡, was zyn voirs. coninginne bevrucht sonder ander oir after te
latene.Wairomme waren die edelen vanVrancryc zeer verslaigen, mitsdien die ongelovige Nooirmannen ende Deenen weder int lant quamen. Die nae raidt tsamentlic gehouden, maecten zy Lodewyc ende Karleman, beyde bastarden
wesende van den voirs. Lodewigen den Lispere, regeerders van den lant, die armelic XII iair regeerden. Dairnae maecten zy regeerder van der croonen van
Vrancryc eenen genoempt Odo, zoen van Robbrecht, greve van Angouwe, die negen iaren regeerden.
int iair ons heren ixc
fol. 28v
Bynnen welken tyde die voirs. coninginne gelach van enen zoen die geheyten wairt
Kaerle die Simpel, die welke naedien hii tot zekeren zynen iaren was gecomen,
wairt / hy van den edelen vanVrancryc met groter macht gevuert tot Ryemen, dair
hy int iair IXC coninc wairt gecroent van den bisscop van Ryemen. In zynre tyt
waren die ongelovige Deenen ende Noerwegers weder met groeter machten comen inVrancryc, daira¡ die capiteynen ende hooftmannen waren, te wetene deen
geheiten Rollo, diewelke een edell man was ende wairt kersten ende wairt doen
geheiten Robbert. Denwelken kersten wesende Kaerle die Sympel voirs. ga¡ Gilla, zyn dochter, ende dairmede dlant van Normandien.
Afcoempst der coningen van Engelant
fol. 29r
Dese Robbert wan enen zoen, die hyet Willem, die was goet ende eerbaer.Willem
wan enen zoen, geheiten Rychart. Rychart wan twee zoenen, by namen: Richart;
Robbert Viscart, die wan naemaels Poelgien, Calabren. Hy verwan oic die Venechianen ende oic den keyser Alexis, keyser van Griecken oft Constantinopolen.
Syn bastartzoen was hertogeWillem van / Normandien die Engelant creech, daira¡ die coningen van Engelant comen zyn. Hy had noch enen anderen zoen, geheiten Boemont. Die was met hertoige Godefroet van Billoen int Heilich Lant ende
als Anchiochien was gewonnen, was hy dair heer gemaect.
1
In margine nota.
24
915
Dat Bloys waert fundeert
fol. 29v
Dander capiteyn der voirs. ongelovigers, geheiten Gello, wairt oic kersten. Dien
ga¡ Kaerle die Sympel voirs. die borch van Bloys met hoeren toebehoirten ende hy
maecten dair een stat.
Omtrent deser tyt begonst die oirdene van Cluyngny.
In deser tyt leefden Sinte-Wibert, die tcloester te Gemmelours in Wals-Brabant
fundeerden, dairinne hy leyden een heilich leven. Kaerle die Sympel voirs., naedien hy geweest hadde XXV iaren coninc vanVrancryc ende hertoich van Lothryc
ende van Brabant, wairt hii verradelic ende listelic gevangen /van Herybert, greve
van Vermendoys, die de suster hadde van Robberden, den greve van Parys, denwelken Kaerle die Simpel voirs., mits dat hy nae der croenen hadde gestaen, verslaigen hadde, welke Robbert was een brueder van den voirs. Odo, die IX iaer die
croene hadde geregeert. Ende wairt alsoe die voirs. Kaerle die Sympel in de borch
te Peroene gestelt in der gevenckenisse, dairinne hy ster¡.
Een vreemdt coninc1
Kaerle die Sympel voirs. aldus in der gevenckenisse gestorven wesende, syn coningin, die een dochter was van coninc Eduwairt van Engelant, vloet met hoeren
zoen die hyet Lodewyc die Sympel, noch ionck wesende, in Engelant by haeren
voirs. vader. Ende doen als die heren van Vrancryc sagen datse genen coninc en
hadden, aennamen zy Rodolph, den hertoige van Bourgoindien, die een zoen
was van den voirs. Rychart, den greve. Dese Rodolph regneerden inVrancrycXIII
iaren ende doen ster¡ hii.
int iaer ons heren ix c xv
fol. 30r
Ende als hy doot was, seynden die Fransche heren in Engelant om den voirs. / Lodewiic die Sympel ende maecten hem coninc van Vrancryc in iair IXC XV ende
oick hertoich van Brabant.
Hoe dese Lodewyc die Sympel met zynen soen Kaerleman werden
gevangen
Hy nam ten huwelic die dochter van coninc Henric van Zassen, die hyet Gerberch, die suster was van den iersten keyser Otto. Ende hy regneerden XIX iaeren,
bynnen welken iaren tegen hem opstont Huge die Grote, greve van Parys, zoen
van Robberden, die brueder was van den voirs. Odo, die IX iaren, als voirs. is,
die croen hadde regeert, ende dairom stont die voirs. Huge nae die croen. Ende
alsoe gevielt dat hii met Kaerlemannen, zynen zoen, waert gevangen ende tot
Ryemen in der gevenckenisse gestelt, dairinne Kaerleman, die zoen, ster¡.
1
In margine nota.
25
980
Die doot coninc Lodewycs die Simpel
Dwelck vernemende die voirs. keyser Otto, quam hy om den voirs. Lodewyc, zynen zwager, te verlossen in Vrancryc met enen groten heir ende verlosten hem
uuyter gevenckenisse. Ende dairnae ster¡ hy corteling. /
fol. 30v
Hier wairt Brabant van Vrancryc gesceiden, dwelc van coninc Pippyns die Cleyne tyden, des Groeten Kaerls vader, die coningen van
Vrancryc tegader gehouden hebben1
Lodewiic die Sympel voirs. lyet noch after twee zoenen, by namen te wetene: Lothariis, die waert nae zynen vader coninc vanVrancriic; Kaerle, die wairt hertoich
van Lothryc ende van Brabant, te weten van Cleyn-Lothriic van der Mazen nederwairt totter Sceld.
Hoe Doernick comen is aen West-Vrancryc
Lotharys voirs., nae grote oirloge gehadt tegen den tweesten keyser Otto om
Groot-Lothryc wil, dat Oist-Vrancryck heyt, gelegen boven Colen ende dairomtrent, dat zyn ouders hadden gehadt, zoe verteech hii dairop. Ende des ga¡ hem
dieselver keyser over Doernic.
Hy lyet after enen zoen, die hyet Lodewyc, die int ierste iaer zyns rycx ster¡ sonder
kynt oft brueder after te latene. /
int iaer ons heren ixc lxxx
fol. 31r
fol. 31v
Ende oic is hier te wetene dat die voirs. Lotharys ten tyde hy coninc was, maecten
hy den voirs. Huge, greve van Parys, marscalck van alle Vrancryc. Ende dieselver
Huge wan aen zyn huysvrou, genoempt Heilwich, suster van den tweesten keyser
Otto, enen zoen, die hyet Huge Capet, ende dien naem Capet creech hy als hy
ionck was, omdat hy den edelen kynderen dairmede hy spoelden, hoir capruynen
plach te nemen van den hoofde. Ende by desen Huge Capet wairt die voirs. Kaerle,
hertoich van Brabant, van der cronen beroeft, hoewael hy dairtoe nochtans recht
oir was.1 Kaerle, hertoge van Lothryc ende Brabant voirs., als hy vernam dat die
voirs. coninc Lodewyc, zyn neve ende brueders zoen, sonder oir gestorven was als
omtrent den iair IXC LXXX, bereyden hy hem met groeter macht ende eren in
Vrancryc te comen. Mar int bereyden verthuefden hy soe lange dat die voirs. Huge
Capet, die een stout man was geworden,Vrancriic / in handen creech ende woude
coninc wesen, omdat die voirs. Odo, zyn oude oem, IX iaren coninc hadde geweest.
1
In margine nota.
26
1000
Hier wairt dat edell geslachte van den voirscr. groeten coninc Kaerle
onterft van der croonen vanVrancryc1
Nyettemin nochtans quam die voirs. Kaerle in Vrancryc ende bevacht den voirs.
Hugen Capet, dair hy victorie hadde ende creech inne die stat van Louwen ende
oic meer steden. Mar als dese Huge Capet sach dat hy den voirs. Kaerle nyet en
mochte wederstaen, dede hy zulkenen nernsticheit aen den bisscop van Louwen,
geheiten Anselmus, die een scalckwas, dat dieselver bisscop in eenre nacht, als die
voirs. Kaerle bynnen Louwen lach en slyep, die poirten van Louwen opdede ende
lyet dairinne den voirs. Huge Capet met groeter macht, daira¡ die voirs. Kaerle
verradelic wairt gevangen ende gevuert tot Oirlyens, dair hy ster¡. Ende alsoe
blee¡ Huge Capet voirs. coninc van Vrancryc. Mair naemaels quam die croene
weder in conincx Kaerls die Groete geslachte by huwelic, overmits Adela, die coninginne, die des greven Tybouts van Bloys dochter was, wesende van des voirs.
conincx Kaerls geslachte, ende was moeder van coninc Philips dieTweeste, geheiten die Vermeerder, des conincx Sinte-Lodewycx oudervader, ende was die VIIte
coninc nae coninc Huge Capet. /
int iair ons heren m
fol. 32r
Coninc Huge Capet voirs. lyet after een zoen die hyet Robbert, die wairt coninc
nae zynen vader. Hy was een groot clerc. Hy maecten die `Sequencii Sancti Spiritus assit nobis gratia', die men singt opten heiligen Sinxtendach. Hy maecten oic
meer sangen dye men helt in der Heiliger Kercken.
Isto tempore incepit ordo Sororum Beate MarieVirginis.2
Kaerle voirs. lyet after enen zoen die hyet Otto, die wairt nae zynen vader hertoich
van Lothryc ende Brabant ende hy regneerden XV iaren ende doen ster¡ hy sonder wittich oir; ende twee dochteren die hyeten Geerberch, die waert beroeft van
Brabant nae dode haers brueders Otto voirs. ende behielt alleen Loeuen ende
Bruessel, dairaf datse grevinne blee¡; Ermgart.
Hier waert Brabant gesceyden
fol. 32v
Geerberch voirs., als zii nae hairs brueders doot als erfgenaem meynden dat lant
aen te verden, soe was dair een greve van Ardennen, geheiten Godeuart, die track
totten keyser Henric, / dye men Sinte-Henric heyt, gevende hem te kennen dat al
tgeslachte van den groeten coninc Kaerle vergaen weer, biddende om dat hertoichdom van Lothryc ende een deel van Brabant, dwelc die keyser hem gonde,
ende zoe vercreech hyt voirt met machte. Ende die voirs. edele Geerberch wairt
beroeft ende blee¡ alleen grevinne van Bruessel ende van Loeuen met ennigen
dorpen. Ende aldus behielt die voirs. Godevairt van Ardennen thertoichdom
van Brabant, dairaf Wals-Brabant een deel a¡ is. Geerberch voirs. trouwden enen
man, geheiten Lambert metten Baerdt, brueder van den greve van Henegouwe,
1
2
In margine nota.
Vertaling: in deze tijd begon de orde van de Zusters van de Hl. Maagd Maria.
27
1046
welke Lambrecht nae enen groeten strydt die hy hadde om des lants wil tegen den
voirs. Godeuart van Ardennen, wairt hy verslaigen. Lambrecht metten Baerdt
voirs. lyet after eenen zoen, gewonnen aen Geerberch voirs., die hyet Henric die
Oude, die wairt greve van Loeuen ende Bruessel ende mercgre¡ des Heilichz
Rycx. /
int iaer ons heren m xlvi
fol. 33r
fol. 33v
Godeuart van Ardennen voirs., als hy een wenich tyts hadde regeert thertoichdom
van Brabant, ster¡ hii sonder oir. Ende doen quamt thertoichdom aen zynen
brueder, die hyet Goesseliin, die wat regeerden, ende hy lyet after twe zoenen, by
namen Steuen, die wairt die achste paeus van dien name; Godeuairt, die was zeer
vroem ende dueghdelic ende hy wairt hertoich nae zynen vader; ende een dochter, die hyet Oda, die trouwden desen naegenoemden Lamberden.
Hic Stephanus papa octavus sedit annis tribus, mensibus quatuor, diebus sedecim. Hic cum ponti¢catum suscepisset ita Romanorum sedicionibus vexatus
est, ut nil memoria dignum ab eo geri potuerit, quia tam ab eis turpiter mutulatus
tam ignominiose truncatus fuit, ut quoad vixit in publicum prodire non fuit ausus.1
Henric die Oude ster¡ int iair M XLVI ende lyet after enen zoen die genoempt
wairt Lambert, die wairt greve van Bruessel ende Loeuen ende mercgree¡ des
Heilichs Rycx, hy nam te wive die voirs. Oda; ende een dochter die hyet Mechtelt,
die trouwden den naevolgenden Eustaes, greve van Bonen. / Die voirs. Godevairt,
Goesselyns zoen, lyet after enen zoen dye hyet Godevairt metten Bult, die hyelt
Ardennen, Lothryc ende een deel van Brabant ende oic Hollant; hy wairt tot Antwerpen met eenen ploechcouter dootgeslagen ende alsoe ster¡ hy sonder oir;
ende een dochter die hyet Sinte-Yda. Sint-Yda voirs. trouwden Eustacium, zoen
van den voirs. Eustaes ende Mechtelden. Ende zy lyeten after drie zoenen, by namen Godevairt van Billoen, aen hem quamt lant van Ardennen ende van Lothryc
ende een deel van Brabant; Boudewiin; Eustaes, die wairt greve van Bonen. Dese
drie zoonen worden naemaels deen nae den anderen coningen van Iherusalem. /
int iair ons heren m liiii
fol. 34r
Dat die koerfursten yerst worden ordineert2
Hier is te wetene dat nae den dorden keyser Otto, die geen oir after en lyet, ende
dat Sinte-Henric keyser was worden, soe worden ordineert dieVII koerfursten die
1
2
Vertaling: hier zetelde paus StefanusVIII drie jaar, vier maanden, zestien dagen. Deze was,
toen hij het ponti¢caatop zich genomen had, zo gewond bij de onlusten van de Romeinen dat
hij zich niets meer kon herinneren, omdat hij door hen zowel misvormend verminkt als
schandelijk verwond was, zodat hij zich tijdens zijn leven niet in het openbaar durfde vertonen.
In margine nota van den koerfursten.
28
1099
den keyser voirtaen zouden kyesen, te wetene drie geestelycke prelaten als den
eertsbisscop van Menss, eertsbisscop van Coelen ende ertsbisscop van Trier als
drie ertscancellieren van den keyserryc, ende vier werlycke prelaten als den coninc van Beemen als scencker, den palsgreve opten Ryn als spysdrager, den hertoich van Zassen als zwertdrager ende den marcgreve van Brandenborch als
opperste camerlinc.
Lambert, greve, ende Oda voirs. stichten die canonisyen tot Sinter-Goerlen te
Bruessel ende tot Sinte-Peters te Loeuen. Hy wairt verslaigen in een groete strydt
voir Doernic int iair M LIIII. Ende zy lyeten after eenen zoene die genoempt wart
Henric, die wairt nae zynen vader greve ende mercgreve.
int iaer ons heren m lxviii /
fol. 34v
Het geboerden dat hy in een strydt die hy hadde, vynck enen edelen man /die hyet
Herman, ende lyeten in zyn ho¡ gaen op zyn gelove. Mar by nacht quam hy by den
voirs. greve Henricken dair hy slyep, ende vermoerden hem als int iair M LXVIII.
Henrick, greve voirs., lyet after een zoen die oick hyet Henric; hy waert nae zynen
vader greve ende mercgreve. Hii trouden des hertogen suster van Doeringen, diewelke Henrick ende die suster des hertoigen van Doeringen voirs. lyeten after twee
zoenen by namen: Henric, die waert oec nae zynen vader greve ende mercgreve
ende hy wairt verslagen oic voir Doernic int iaer M XCVI; Godevairt metten
Baert, die wairt nae zynen voirs. brueder greve ende mercgreve. Keyser Henrick
ga¡ hem zyn dochter te wive, suster des iongs keyser Henricx.
Teser tyt als in den1 M LXXXIIII began der carthuserenoirden. Oick in den iair
M XCVIII began dat oirdenen van cisterciensers. /
int iair ons heren m xcix
fol. 35r
Hier is te wetene hoe dat die voirscreven Godevart van Builloen, dairaen Lothryc
ende een deel van Brabant, als voirs. is, was gecomen, beval thertoichdom van
Lothryck ende Brabant greve Henricken van Lymborch, zynen neve, ende toech
met Boudewynen, zynen brueder, ende meer heren by hem wesende nae Iherusalem, dat zy wonnen int iair M XCIX. Hy wairt dair coninc, mar hy droech altyt
een doernen croen. Hy stichten dair kercken ende cloesteren. Dierste clocken
dede hy hangen bynnen Iherusalem. In den tempel van den grave fundeerden hy
canonicken regulieren, int dal van Iosophat fundeerden hy een cloester van nonnen. Ende naedat hy een iair min drie daigen coninc had geweest, ster¡ hy ende
wairt begraven aen den voet des berchs van Calvarien. Ende die voirs. Boudewyn,
zyn brueder, wairt doen coninc van Iherusalem als int iair M C een ende hy was
coninc omtrent XVIII iaren. In den iair van der doot Godeuarts van Builloen began tot Bruessel in Wals-Brabant dabdie van Vileer, dairtoe Sinte-Bernart behulpich was.
1
Aldus hs., men verwacht hierna iair.
29
1108
Godevart metten Bairt voirs. hyet alzoe, want hii hadde den voirs. Henricken, zynen vader, geloeft dat hy nummermeer baert scheren en zoude, voerdat hy Lothryc ende Brabant int geheel wederbracht hadde aen zynen iersten name. Ende hy
quammer toe aldus:
Van den lant Lymborch
fol. 35v
in tyde van den voirs. keyser Henrick, zynen zweer, toech hertoige Godeuairt van
Builloen voirs., die hertoge van Lothryc ende van Brabant was ende / afgedaelt
was van den greven van Ardennen van der eenre zyden, ten Heiligen Lant wairt.
Ende hy lyet thertoichdom van Lothryc, dair Brabant dmeestedeel in begrepen is,
in bewaringe van den voirs. greve Henricken van Lymborch, zynen neve, die een
ongetrou man was, sunderlinge in den twist die was alsdoen tusschen den voirs.
keyser Henricken ende Henricken, zynen zoen. Henrick die zoen rees op tegen
zynen voirs. vader ende woude keyser wesen. Ende des trac hy tot hemwairt vele
heren. Ende zoe hyelt ierst greve Henric van Lymborch voirs. metten zoen partye
ende dairnae metten vader. Lymborch was doen een groot lant, dair Lutsenborch
een deel a¡ was.
Hier quamt thertoichdom van Lothryc ende van Brabant weder aen
den rechten stamme1
Het geboerden dat die vader, doude keyser Henric, ster¡ ende Henric, zyn zoen,
waert keyser. Ende keyser wesende wairt hy gedenckende die ongetrouwicheit des
voirs. greve Henricx van Lymborch. Ende dede denselven greve Henricken van
Lymborch vangen, dair hy nochtans naederhant uuytquam, ende beroefden hem
van den hertoichdom van Lothryc, dair meest Brabant in leegt, dwelcke hy als erfgenaem van den voirs. Godeuarden van Builloen gehouden hadde, ende ga¡ dat
den voirs. Godeuairden metten Baert, die greve van Loeuen hyet, ende met keyserlyke vonnes maecten hy hem hertoich. Ende doen had dieselver Godeuairt XV
iaren greve geweest.
int iair ons heren m c viii
Wapen van Brabant
fol. 36r
Diezelver keyser ga¡ hem te dragen enen wapenscilt van zilver, dairinne eenen
leeuw van goude, geclaut, getongt ende getant van kele, gelyc wylen hertoge Angys, Sinte-Beggen man, ende dit gescyede int iair/ M C VIII. Ende doen warent C
ende een iaren dat die voirs. Otto, zoen van den voirs. Kaerle, coninc vanVrancryc
ende hertoge van Brabant, ster¡ ende die voirs. Geerberch, zyn zuster, beroeft
waert van den voirs. hertoichdom, behoudende alleen Loeuen ende Bruessel.
Mar die voirs. Godeuairt metten Baert, als voirs. is, hevet hier wedercregen.
1
In margine nota.
30
1144
Die gelegentheit van Brabant ende Cleyn-Lothryc
Welcke lant, te wetene Cleyn- oft Neder-Lothryc ende Brabant, is gelegen tusschen die Maze ende die Sceld tot by Doernic ende dat casteel van Herstal op
die Maze tusschen Ludic ende Maestricht was dat hoeft ende casteel van Brabant
ende hoert noch tot Brabant ende wairt alsoe begrepen Cleyn- oft Neder-Lothryc
in Brabant et econtra.1
Groet-Lothryck
fol. 36v
Ende Hoich-Lothryc is begripende vele landen tusschen den Ryn ende die Maze,
als Loraynen, gelegen opte Moezel, thertoichdom van Baren, Lutsemborch, Elsaten, dlant van den palsgreve.
Godeuaert metten Baert voirs., naedien hii tvoirs. lant weder vergadert ende gecregen hadde, ontboet hy diegeen die zynre voirvaderen leenmannen plagen te
wesen, als den heer van Hoerne, van Gaesbeeck, van Edingem, die waren gehoirsam ende ontfongen hoir leen. Mar die heer van Grymbergen, geheyten / heer
Arnout Berthout, wesende mechtich, ryc, groetmoedich, wesende oick heer van
hal¡ Mechelen ende dander helfte hoerden toe by coepe der kercken van Ludick,
ende oick was hy heer van Du¡ele,Walem, Ruymst, Heyst, Herlair, Gheel, Rethii,
Berlair, tot Postel met hore toebehoirten, en woude den voirs. Godeuarden metten Baert, nu hertoige van Lothryc ende van Brabant, nyet kennen noch onderdanich zyn, alsoe datse tegens malcanderen zwair oirloich hielden.
Teser tyt als in den iaer M C XX began die oirdenen van den premonstreyten. Anno Mo Co XLo incepit ordo beate Marie Theutonicorum. Eodem anno Mo Co
XLo incepit ordo Iohannitarum Rodensis.2
Godevairt metten Baert voirs. stichten die proftye van der Capellen tot Bruessel,
die abdye van der nonnen tot Groot-Bigaerden, die abdye van Sint-Truyen begaefden hy met groten renten. Hy ster¡ int iair M C XL ende wairt begraven int cloester tA¥igem. Hii lyet after vy¡ kynderen, by namen: Godevart, die wairt nae
zynen vader hertoich van Lothryck, van Brabant, etc.; dander zoen wairt monic
tA¥igem; Aleyt, die wairt coninginne van Engelant; Yda, die wairt gravinne van
Cleue; Clarisse, die ster¡ een devote maigt. /
int iair ons heren m c xliiii
fol. 37r
Godevairt voirs., zoen van den voirs. hertoge Godeuarden metten Baerdt, wairt
hertoich nae denselven zynen vader ende dat in den tyde van keyser Coenraet,
dien zeer beminden ende dede hem te huwelic hebben Luytgarden, hertoginne
van Salsenbarch, zynre keyserinnen suster. Hy hadde zwair oirloge om dlantswille tegen den voirs. greve Henricken van Lymborch. Insgelycx had hy zwair oirloge
tegens die voirs. heren van Grymbergen. Ende als hii drie ende een hal¡ iair
1
2
Vertaling: en daar tegenover.
Vertaling: in het jaar 1140 begon de Duitse orde. In hetzelfde jaar begon de orde van de Johannieters van Rhodos.
31
1144
fol. 37v
hadde geregneert, ster¡ hii ende wairt begraven te Loeuen int Sinte-Peterskercke
int iair M C XLIIII. Ende hy lyet after eenen zoene, die noch geen iair oudt en was
ende dye men hyet Godeuairt in de Wyege.
Teser tyt leefden Sinte-Bernart.
Desen Godeuarden in de Wyege noch geen iair oudt wesende, con¢rmeerden die
voirs. keyser Coenraet allet geen dat zyn vader hem gelaten hadde. Tegen hem in
zynre ioncheit stonden op heer Wouter, zoen des voirs. heeren Arnts Bertoutz,
heer van Grymbergen, / ende heer Gerart, die men hyet Drakenbaert, zyn brueder, ende die destrueerden in den gront die borcht van Netelair tusschenVilvoerden ende Oppegem. Oeck verbranden zy die borch, die zale ende tdorp van
Vilvoerden. Na welken overdaiden zoe vergaderden die banyerheren van Brabant,
bysonder die gecoren mombaren des voirs. iongs hertogen Godeuairts in de
Wyege, te wetene die heren van Diest, van Wesemael, van Bierbeecke ende van
Wemele, allen die macht die zy consten gecrigen, dairtoe zy oeck te hulpen creegen greve Dircken vanVlaenderen, die hen bystant dede onder zulkenen conditie,
dat als die voirs. ionge hertoge tot zynen mundigen daigen weer gecomen, dat hy
alsdan zyn lant van Brabant van hem, als greve vanVlaenderen, te leen zoude ontfangen, dairinne die mombairs voirs. den zelven iongen hertoich verbonden.
Dat Grymbergen gewonnen waert
Ende aldus metter macht die hen die voirs. greve dede, ende voirts al die macht,
diese op consten gebrengen, trocken zy tot Grymbergen, datse wonnen ende verbranden.
Van der strydt dat Goyart voirs. in de wyege hingt
fol. 38r
Dairnae streeden zy tegens den voirs. Grymberchsche een zwair strydt, in welke
strydt die iongh hertoich voirs. in een zilveren wyege aen een willige int velt
waert / gehangen omme zyn volck moet te geven, welken strydt die Brabanteren
met horen hulperen wonnen ende worpen omme Grymbergen in den gront. In
denselven strydt wairt die voirs. heer Arnout Berthoutz zeer gequetst, daira¡ hy
ster¡.
Dat Grymbersche leen versterft opten ioncsten soen
Oeck werden zyn twee zoenen gevangen. Die outste wairt op zyn gelove uuytgelaten ende die iongste blee¡ zitten te ghisel in der gevenckenisse, dairinne hy
ster¡. Ende alsoe mitsdien dat die outste den iongsten in der gevenckenisse lyet
sterven sonder hem te lossen, wairt by den voirs. hertoech dairnae ordineert dattet leen van Grymbergen altyt opten iongsten versterven soude.
32
1146
Dat Dormonde aenVlaenderen quam
Ende oic om deswille dat dair onder meer doot bleven vele edelen uuyt Vlaenderen, most die iongh hertoich voirs. dairvoir laten den voirs. greve vanVlaenderen
dlant van Dermonde, dat onder Lothryc ende Brabant plach te zyn, ende mitsdien halen zy noch hoir hoeft tAntwerpen.
in den iair ons heren m c xlvi
fol. 38v
fol. 39r
In desen tyde als men scree¡ XIC XLVI soe predicten Sinte-Bernart een cruysvairt by bevele van den dorden paeus Eugenius, in welker cruysvairt waren die
voirs. keyser Coenraet ende die goede coninc Lodewyc van Vrancryc, die seste
van dien name. /
Ende Godevart in de Wyege voirs., naedien hii beiairt was, trac hy tot Gent om
zyn mombaren voirs. van allen geloeften, by hen aen den voirs. greve vanVlaenderen gedaen, ontslaigen te werdene. Ende dair wesende, vertelden hem dieselver
greve hoe dat zyn mombaren hem geloeft hadden dlant van Brabant aen hem te
leen tontvangene, ommedat hy hem uuyt zynen noot zoude helpen, zoe hy gedaen
hadde. Dwelck die iongh hertoige voirs. hoerende, knyelden hy neder op zyn
knyen ende toech uuyt zyn zwert, presenterende dat den voirs. greve, seggende
hy hedde liever zyn hoeft van hem afgeslagen, dan dedel hertoichdom van Brabant van enen greve te leen tontfangene. Die greve voirs. aensiende den grooten
moet van den iongen hertoich voirs., hadde hy zyns compassie ende scaut hem
quyt alle verbonden, die zyn mombaers met hem gemaect hadden. Hertoge Godeuart in de Wyege voirs., als hii oudt was XVII iaren, nam hy te wyve Margrieten, hertoge Henricx dochter van Lymborch, ende mitsdien wairt nedergeleegt
den twist die langen tyt gestaen / hadde als van der tyt dat die voirs. hertoge Godeuart metten Baert Lothryc ende Brabant wedercreech tegen den voirs. greve
Henricken van Lymborch, vader des voirs. hertoge Henricx van Lymborch.
dBeginsel hoe Lymborch by Brabant comen is;1 huwelixgoet hertoge
Goyarts in de Wyege1
Ende metter voirs. Margrieten waert den voirs. Goedeuaerden gegeven tcasteel te
Rode bii Aken met zynen toebehoirten ende die voechdye van Sint-Truyen ende
nae die doot des voirs. hertoige Henricx waert hem toegeseegt te hebbene het hal¡
lant van Lymborch.
1
In margine nota.
33
1163
in den iair ons heren m c lxiii
Dat Behem een conincryc waert
In tyde des voirs. hertoge Godeuarts in de Wyege waert dat hertoichdom van Behem gemaect een conincryc.
Tenzelventyde oick als int iair XIC LXIII worden die heilige drie coningen gebracht van Meylanen tot Coelen.
in den iaer ons heren m c lxxxiii
fol. 39v
Godeuart voirs., die men heyt in de Wyege, als hy XL iair geweest had hertoge, /
track hy over tmeer tot Iherusalem ende wedergecomen zynde vandair ster¡ hy
int dorde iair dairnae, als int iair M C LXXXIII. Hertoge Godeuart, die men heyt
in deWyege voirs., hadde by Margrieten voirs. twe zoenen, te wetene: Henric, die
wert nae zynen voirs. vader hertoich; hy fundeerden ierst die stat van Den Bosch;
Aelbrecht, die wairt bisscop van Ludick ende naederhant ten vervolge van keyser
Henric dieVyfte voir die stat van Ryemen gedoot oft gemartelyt; ende een dochter,
die hyet Aleit, die wairt coninginne van Engelant. Dese hertoge Henrick, des
voirs. Godeuartz soen, fundeerden die stat van sHertogenbosch.
Dafcoempste der heren van Perewys
Hertoge Godeuart voirs. nae dode der voirs. Margrieten, zynre hertoginnen,
trouwden hy die dochter des greven van Loen, dairaen hy wan enen zoen die hyet
Willem, die wairt heer van Perewys ende daira¡ zyn gecomen die van Perewys. /
fol. 40r
fol. 40v
ten tyde van hertoich henrick den yersten
Henrick voirs. dierste hertoich van dien name, wairt nae zynen vader voirs. hertoich van Brabant. Hii was dierste fundateur der stad van sHertogenbossche. Hii
nam te huwelic Mechtelden, dochter greve Matheeus van Bonen, dairaen hy wan
sess kynderen, te weten: Henrick, die hyet dieTweeste, die wert hertoich nae zynen
vader; Godeuart, die men hyet van Bonen; Maria, die trouden den vierden keyser
Otto; noch een dochter, die trouden greve Otto van Gelre; die dorde trouden den
greve van Aluerne in Vrancryc; / ende die vierde dochter, Mechtelt geheiten, die
trouden ierst den palsgreve opten Ryn ende nae troudense greve Floryssen van
Hollant, die aen hair wan twee zoenen bii namen: Willem, die wairt nae zynen
vader greve van Hollant ende naederhant coninc van Almanien ende dieVriesen
versloegen hem; Florys, die nae strydt mettenVleminge gehadt dieselver verwan;
ende een dochter, die wairt grevinne van Henegouwe.
34
1196
Iherusalem dattet weder heyen waert
fol. 41r
In deser tyt wan Saladyn, coninc van Babilonien, weder die stat van Iherusalem.
Hertoge Henric dierste van dien name voirs., int iair M C XCIIII nam hy onder
den dorden paeus Innocencius aen die cruysvairt ende trac met Coenraden,
eertsbisscop van Menss, ende meer anderen heren nae Iherusalem. Hy was dair
een principael /capiteyn. Hy halp wynnen die stat van Baruth ende Constantinopolen ende dairnae keerden hy weder te lande.
Herpen
In den iair M C XCI soe ont¢ngen heer Henric van Kuyck, heer van Herpen,
ende Aelbrecht, zyn zoen, te leen van den voirs. hertoge Henric, den iersten van
dien name, dlant van Herpen met zynre toebehoirten, prout in litteris ad signum
tale (½1)1 ac folio I.
Strydt
Int achtienste iair van zynen hertoichdom bevacht hy by Vden in den Pele greve
Floryssen van Hollant ende greve Otten van Gelre. Hy had tegens hen victorie
ende vincse, mar hy was hen genadich. Ende hy lyet alsoe zoonen, dat hy beyde
den voirs. greven ga¡ te huwelic beyde zyn voirgenoemde dochteren.
de henrico primo, fundatore opidi busciducensis 2
In den iair M CCCC LXXXVdie scepenen van Dormalen quamen aen scepenen
deser stat van Den Bosch met enen hoeftvonnes ende brachten mede een copie
van enen previlegium deser stat ende hen verleent van hertoge Henrick van Brabant, in vele poincten accorderende metter carthen, beginnende: `In den name
der heiliger ende ongesceyden Drievoldicheit'etc., ende is die copie voirs. ad signum tale (½2) et folio CCCC LXXXIIII.3
Previlegium de libertate quam cives opidi Busciducensis habent in
Reno, ipsis per Henricum sextum Romanorum imperatorem concessum anno Mo Co XCVIto sub hiis verbis:4
fol. 41v
Henricus sextus Romanorum imperator et rex Cecilie /ob puram ¢dem et multa
obsequia, que dictus Henricus primus illius nominis illustris dux Lotharingie et
Brabantie sibi et imperio constanter exhibuit et ad instantem ipsius postulationem universos homines suos de nova civitate apud silvam a suis theoloniis que
ubique in Reno ad manus suas habuit, imperiali benignitate in perpetuum absol1
2
3
4
Voor dit signum en alle volgende, zie bijlage 2.
Vertaling: over Hendrik I, stichter van de stad 's-Hertogenbosch.
In margine nota.
In margine nota; vertaling: het privilege van de (tol)vrijdom die de burgers van de stad
's-Hertogenbosch hebben op de Rijn, aan hen verleend door keizer Hendrik VI in het jaar
1196 met deze woorden:
35
1203-1204
vit, ita quod de rebus que suis sunt, nullum nobis vel nostro nuncio persolvant
theolonium nullaque in eos vel res ipsorum ¢at exactio; quod quidem previlegium Karolus imperator depost con¢rmavit et quod previlegium comprehenditur
ad signum tale (½3) et folio III.
Die vryheit van den toll van Gelre 1
Anno Mo CCo tercio supradictus Henricus primus illius nominis, dux Lotharingie, Brabantie, post victoriam habitam contra dictum Ottonem, comitem Gelrie,
in quadam concordia pacis inter dictum ducem et comitem predictum facta eundem comitem coegit, quod idem Otto, comes Gelrie, inter cetera iuravit quod omnes marcatores terre dicti ducis infra dominium comitis ab omni theolonio in
Reno sine dolo liberi erunt atque quod burgenses de Silva iuxta Orthen per totam
terram comitis Gelrie ab omni theolonio liberi erunt; quod quidem previlegium
comprehenditur ad signum (½4) et folio IIII. /
tempore henrici primi, fundatoris opidi de buscoducis 2
fol. 42r
Sequuntur nomina scabinorum dicte nove civitatis apud silvam, que Buscumducis nuncupatur, incipientia anno Mo CCo, quo quidem anno Buscumducis non
diu steterat, et sic:3
Remigii eodem anno Mo CCo hii sequentes fuerunt scabini in Buscoducis.
Tempore istius scabinatus incepit ordo predicatorum.4
Remigii confessoris anno Mo CCo primo fuerunt scabini in Buscoducis predicto. /
fol. 42v
Remigii confessoris anno Mo CCo secundo.
Remigii confessoris anno Mo CCo tercio.
Tempore istius scabinatus facta est concordia inter dictum Henricum primum et
Theodericum, comitem Hollandie, sic videlicet quod Dordrecht et alie ville circumiacentes in feodum teneri debent a duce Brabantie et quod homines ducis in
terra comitis Hollandie transire debent per terram et aquas cum theolonio suo
iure quo theolonia in presencia sue institutionis fuerunt instituta; prout in litteris
incipientibus: `In nomine sancte et individue Trinitatis' et comprehensis ad signum (½5) et folioVII.
Ten tyde van desen scepenstoel heeft die voirs. stat van Den Bosch vercregen die
voirs. vryheit van den voirs. toll slantz van Gelre nae inhoude der voirs. brieven. /
1
2
3
4
In margine nota.
Vertaling: ten tijde van Hendrik I, stichter van de stad 's-Hertogenbosch.
Vertaling: de namen van schepenen van de nieuwe gemeenschap bij het bos, die's-Hertogenbosch genoemd wordt, volgen, beginnend in het jaar 1200, in welk jaar's-Hertogenbosch nog
niet lang bestond, en aldus:
In margine nota; vertaling: in dit schepenjaar begon de orde van de predikheren.
36
1214-1215
ten tyde van den iersten hertoge henrick voirs. 1
fol. 43r
Remigii confessoris anno Mo CCo quarto fuerunt scabini hii.
Filie ducis possunt succedere2
Tempore iamdicti scabinatus Philippus secundus Romanorum rex in quodam
previlegio inter cetera inibi continenta regia sua auctoritate Henrico primo illius
nominis illustri duci Lotharingie, Brabantie concessit quod ¢lie sue, si masculinum heredem non habuerit, in feodis suis libere ei tamquam masculi succedant;
quodquidem previlegium comprehenditur ad signum (½6) et folioVI.
Remigii confessoris anno Mo CCo quinto fuerunt scabini. /
fol. 43v
Remigii confessoris anno Mo CCo sexto fuerunt scabini in Buscoducis.
Remigii confessoris anno Mo CCo septimo.
Remigii confessoris anno Mo CCo octavo. /
fol. 44r
Remigii confessoris anno Mo CCo nono: Alardus de Keent, Arnoldus Poeldonck.
Remigii confessoris anno Mo CCo decimo.
Tempore istius scabinatus incepit ordo fratrum minorum.3
Remigii confessoris anno Mo CCo undecimo. /
fol. 44v
fol. 45
r
Remigii confessoris anno Mo CCo XIIo fuerunt scabini in Buscoducis.
Tempore dicti scabinatus die voirs. Henric dierste van dien name, hertoge van
Lothryck, van Brabant, etc., in zynen XXVIIIen iaer zyns hertoichdoms op Ascensiendach wan hy Ludick dair groete dootslaigen gescieden ende veriaechden
den bisscop, genoempt Huge.
Remigii confessoris anno Mo CCo XIIIo. /
Ten tyde van den voirs. scepenstoel hertoge Henrick voirs. destrueerden die stat
van Tongeren, mar int wederkeren die voirs. bisscop ende greve Lodewyc van
Loen laeghden hem tusschen Montenaken ende Landen opt velt te Sepz ende
sloegen hem a¡ vele volcx. In den scepenstoel voirs. ende in diere tyt was coninc
Philips van Vrancryc die tweeste, die Sinte-Lodewycs des conincx oudersvader
was, die beriep tot Zoysson enen groeten raet van edelen mannen, dair hertoige
Henric voirs. oec by was. Die voirs. coninc Philips ga¡ aldair den voirscreven hertoich Henricken, want zyn ierste vrouwe doot was, zyn dochter ten huwelic die
hyet Maria, daeraen hy wan een dochter die naemaels waert grevinne van Cleue.
Remigii confessoris anno Mo CCo XIIII. /
1
2
3
Herhaald zonder voirs. tot en met fol. 48r.
Vertaling: dochters van de hertog kunnen opvolgen.
In margine nota; vertaling: in dit schepenjaar begon de orde van de minderbroeders.
37
1215-1216
fol. 45v
Ten tyde van desen voirscr. scepenstoel quam die voirs. keyser Otto dieVierde tot
Maestricht, dair hy nam ten huwelic die bovengenoempden Marie, dochter hertoige Henricx ende Mechtelts voirs.
Remigii confessoris anno Mo CCo XV scabini in Buscoducis fuerunt.
Remigii confessoris anno Mo CCo XVIto. /
fol. 46r
Remigii confessoris anno Mo CCo XVIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XVIIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XIXo. /
fol. 46v
Remigii confessoris anno Mo CCo XXo fuerunt scabini hii.
Ten tyde van den scepenstoel voirs. began die oirdene van den carmeliten.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXIIo. /
fol. 47r
Remigii confessoris anno Mo CCo XXIIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXIIIIto.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXVto. /
fol. 47v
Remigii confessoris anno Mo CCo XXVIto.
In desen tyden leefden Sinte-Elisabeth, lantgrevinne van Doeringen ende dochter
des conincx van Hongarien.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXVIIo.
Oeck leefden in desen tyden Sinte-Lodewyc, coninc vanVrancryc, ende Sinte-Lodewyc, mynrebrueder, bisscop van Tholosen.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXVIIIo. /
fol. 48r
Remigii confessoris anno Mo CCo XXIXo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXIo. /
fol. 48v
teser tyt sterff dierste hertoich henrick
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXIIo.
In scabinatu infrascripto Henricus, Romanorum rex, ad instantem postulationem Henrici, maioris ¢lii illustris viri Henrici, ducis Lotharingie, Brabantie, universos homines de nova civitate apud silvam a theoloniis suis in Reno
imperpetuum absolvit; prout in litteris contentis folio IX.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXIIIo.
In desen tyden leefden paeus Innocencius die Dorde, die zeer oirbairlic was der
Heiliger Kercken.
38
1240-1241
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXIIIIo. /
teser tyt began die tweeste hertoich henric regneren
fol. 49r
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXVto.
Ten tyde van desen scepenstoel soe ster¡ die voirscreven Henrick dierste van dien
name, hertoich van Lothryc, Brabant, etc. Ende doen had hii XLVIII iaren geweest hertoich ende hy wairt begraven tot Loeuen int Sinte-Peterskercke. Int
voirs. iair nae dode des voirs. Henricx dierste van dien name, soe wairt hertoich
van Lothryc ende Brabant Henrick die tweeste van dien name, ziin zoen bovengenoempt, die men hyet die Groetmoedige.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXVIto. /
ten tyde van den tweesten hertoich henrick 1
fol. 49v
Henrick voirs. die tweeste van dien name, hertoge van Lothryck ende Brabant,
nam te huwelic Marie, dochter van coninc Philips, Roemsch Coninc, die zoen
was van den iersten keyser Frederic. Hy wan dairaen: eenen zoen, die hyet Henrick, die wairt nae zynen vader hertoich; hy was die dorde Henric ende geheiten
die Sachtmoedige; ende vier dochteren: Mechtelt, die nam te huwelic den greve
van Artois ende Sympoel, brueder des coninx van Vrancryc; dairaf quam die
vrome Robbert van Artois; Maria, die nam te huwelic den hertoich van Beyeren;
Beatris, die nam te huwelic den lantgreve van Doeringen; Margriet, die wert nonne in dabdye sHertogendael, die hair vader stichten ende gaf dairtoe die grote
tiende van Oueryssche. /
fol. 50r
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXVIIo.
Hertoge Henric die Tweeste voirs. hadde zwair oirloge tegens die Coelsche. Hy
wan metter macht Daelhem met zynre toebehoirten.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXVIIIo.
In desen tyde leefden Sint-Thomas van Aquinen. Oeck leefden Aelbertus Magnus.
Remigii confessoris anno Mo CCo XXXIXo.
Oeck in desen tyden leefden Bonauentura ende Alexander de Hales. /
fol. 50v
Remigii confessoris anno Mo CCo XLo.
Greve Willem van Hollant
In desen tyden wairt den voirs. hertoghe Henricken den Tweesten presenteert die
keyserlycke croen van den paeus Innocentio den Vierden nae der doot van den
sesten keyser Henrick. Mar hy weygerden die aen te verden ende hy promoveerden dairtoe zynre voirs. suster zoen, greve Willemen van Hollant, die coninc ge1
Herhaald tot en met fol. 53r.
39
1241-1242
maect wairt. Mar eer hy keyser wairt, toech hy opteVriesen, dair hy wert verslaigen, dat greve Florys, zyn zoen, naemaels wraeck.
Remigii confessoris anno Mo CCo XLIo.
fol. 51
r
Remigii confessoris anno Mo CCo XLIIo. /
Hertoge Henrick die Tweeste voirs., nae zynre voirs. ierster huysvrouwen doot,
trouden hy een edel bloeme die hyet Sophia, dochter van der voirscreven SinteElisabeth, die zeer dueghdelic ende gotvresende wass, dairaen hii wan enen zoen,
die hyet oick Henrick. Die wairt naemaels lantgreve van Doeringen.
Remigii confessoris anno Mo CCo XLIIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XLIIIIto. /
fol. 51v
fol. 52r
fol. 52v
fol. 53r
Remigii confessoris anno Mo CCo XLVto scabini fuerunt hii.
Omtrent deser tyt aennam die heilige Sinte-Lodewiic, coninc van Vrancryc, een
cruysvairt ende track over tmeer opte ongelovige. Dese Sinte-Lodewiic, coninc
vanVrancryck, was oeckvan den geslachte des bovengenoempden groeten coninc
Kaerls van zynre ouder moederwegen, der goeder coninginnen Elisabeth, die
den tweesten coninc Philippus getrout hadde, die aen hair wan den VIIen coninc
Lodewyc, die alten kerstelycken ende heiligen coninc was. Ende hii hadde getrout
Sinte-Blancke, dochter des conincx van Spaengien. Ende dairaen wan hy desen
voirs. coninc Sinte-Lodewyc den Achsten ende oic Kaerlen, den greve van Angouwen, die wert coninc van Cecilien ende Napels ende die was vader van SinteLodewyc, die mynrebrueder ende bisscop was. Dese coninc Sinte-Lodewiic nam
te wive die edel bloeme Margriet, des greven dochter van Prouencien, dairby hy
heylichlic leefden. /
XII genoten
Dese voirs. coninc Sinte-Lodewiic ordineerden ierst die XII genoten van Vrancryc omdatse in groten saken raet van der croenen zyn zouden, te wetene: sess
geestelycke by namen: die eertsbisscop ende hertoich van Ryemen, die sal¡t den
coninc metter olyen, genomen uuyter ampullen die uuyten hemel quam als SinteRemeys den voirs. coninc Clodoueus doepten; die bisscop ende hertoich van Louwen, die dreeght die ampulle; die bisscop ende hertoich van Langre, die dreegt des
conincx ceptre; die bisscop ende greve Beauays, die dreegt des conincx wapenroc;
die bisscop ende greve van Chalon in Champanien, die dreegt des conincx signet;
die bisscop ende greve van Noyon, die dreegt des conincx gordel; / ende die sess
werlycke genoten: die hertoge van Bourgoindien, die dreegt die coninclike croen
ende hy gort den coninc zyn zwert; die hertoge van Normandien, die dreegt des
conincx ierste banier; die hertoge van Aquitanien, dats van Gwiennen ende Gasconien, die dreegt des conincx tweeste banier; die greve van Vlaenderen, die
dreegt des conincx zwert; die greve van Champanien, die dreegt des coninx standart; die greve van Tholousen, die dreegt des conincx gulden spoeren.
In zynre tyt oeck wairt by den vierden paeus Vrbanus ingestelt die gloriose feeste
van den eerwerdigen Heiligen Sacrament metten a£aten. / Sinte-Lodewyc coninc
40
1249-1250
voirs. ster¡ int iair M CC LXX ende liet after enen soen, Philips, die wert coninc
nae zynen vader.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXVIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXVIIo.
Ten tyde van desen scepenstoel soe ster¡ hertoge Henric dieTweeste voirs. ende hy
wert begraven int cloester teVileer. /
ten tyde van den dorden hertoich henricken 1
fol. 53v
Hertoge Henrick die dorde van dien name voirs., wart hertoge terstont nae die
doot des voirs. hertoige Henricx des tweeste van dien name.
Waeromme Lothryck voir geset wordt
Hy scree¡ hem altyt hertoge van Lothryc ende Brabant. Hy setten Lothryc voir
om deswill dat Lothryck een eertshertoichdom is ende zynen name heeft van
den grooten coninc Lotharys van Vrancryc. Nochtans is thertoichdom van Brabant vele ouder.
Remigii confessoris anno Mo CCo XLVIIIo.
fol. 54
r
fol. 54v
Remigii confessoris anno Mo CCo XLIXo. /
Henrick die Dorde voirs., die men hyet die sachtmoedige hertoige, hy trouden ten
wive Aleyten, dochter des hertoigen van Bourgoindien, dairaen hy wan:
drie zoenen, by namen: Henricken, die was onbeset van synnen ende onbequaem
dlant te regneren, ende by onderwys van den heren van den lant ende des heren
van Mechlen, geheiten die grote Barthout, die nae die doot hertoich Henrix des
Dorden geheel raet was van vrouwe Aleiten, bega¡ hy hem in een abdye in Bourgoindien; Iannen, die wairt int achste iair nae zyns vaders doot hertoich van Brabant ende hy was dierste hertoich Ian; Godeuarden, die had voir zyn gedeelt in
Brabant Aerschot, Bierbeeck, Sichenem ende Sint-Aechten-Rode; hy creech een
edell vrouwe, dairmede hy gecreech dlant vanVierson; hy wan dairaen enen zoen,
geheiten Ian, ende twe dochteren; dese edel Godeuart ende Ian, zyn zoen, worden
nae- / maels verslagen in den vreeslycken strydt van Cortryc, dair vele edele bleven.
Dafcoempst der heren van Croy
Syn outste dochter ga¡ hy ten huwelic den greve van Harcourt ende ga¡er mede
dlant van Aerschot ende Bierbeecke; van hair als van der eenre zyden is gecomen
die heer van Croy, nu int iair XVC ende dartien levende; ende zyn ander dochter
trouden den greve van Loen ende ga¡er mede dlant van Sichenem ende SintAeghten-Rode; ende hy gewan aen hair een dochter die naemaels trouden den
greve van Guylic;
1
Herhaald tot en met fol. 56r.
41
1250-1251
ende een dochter Marie, die wairt coningin van Vrancryck, want zy trouden den
dorden coninc Philips voirs., Sinte-Lodewycs soen, naedat zyn ierste vrouwe
doot was, ende hy had van deser vrouwen enen zoen, geheiten Lodewyc, greve
van Eureux.
Remigii confessoris anno Mo CCo Lo.
fol. 55r
Tempore istius scabinatus incepit ordo heremitarum beati Augustini.1 Tempore
iamdicti scabinatus in ianuario composicio quedam facta est inter Iohannem,
dominum de Huesden, / et opidum de Buscoducis inter cetera quod omnia bona
opidanorum de Busco per dominium domini de Huesden transeuncia, sic2 in terris, sic2 in aquis, de theolonio libera erunt. Preterea, si contingat, quod aliquis
opidanus aliena bona transvexerit et inde convictus fuerit, domicilium domus
sue confringetur et per annum o¤cio suo carebit et super domo de Huesden iure
debito, si comprehendi poterit, tenebitur ad emendam. Insuper si a domino de
Huesden ex una parte et opidanis de Busco ex altera hec condicio, quod absit, neglecta fuerit, post septem dies monitione prehabita tenebitur emendari, interim
etiam non erit calumpniatum; prout in litteris3 ad signum (½7) et folio X.
Remigii confessoris anno Mo CCo LIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LIIo. /
fol. 55v
Remigii confessoris anno Mo CCo LIIIo scabini fuerunt hii.
Remigii confessoris anno Mo CCo LIIIIto.
Remigii confessoris anno Mo CCo LVto. /
fol. 56r
Remigii confessoris anno Mo CCo LVIto.
Remigii confessoris anno Mo CCo LVIIo : Makarius, Iohannes dictus Pape, Egidius Knode, Godescalcus de Hynden, Iohannes de Neysel, Nycholaus Fermentatoris, Ludingus.
Remigii confessoris anno Mo CCo LVIIIo. /
fol. 56v
Remigii confessoris anno Mo CCo LIXo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXo.
Fundacie van den predicaren te Loeuen
Ten tyde van den voirscreven scepenstoel soe ster¡ hertoge Henrick die Dorde
voirs. als hy XIII iaren regneert hadde ende hy wairt begraven te Loeuen indt
cloester van den predicaren, dwelcke hii gesticht ende fundeert hadde. /
1
2
3
Vertaling: in dit schepenjaar begon de orde van de heremieten van de heilige Augustinus.
Aldus hs., lees sit.
Hierna inferius insertis doorgestreept.
42
1269-1270
hiernae begonst te regeren dierste hertoige ian, zoen
van den dorden hertoich henrick
fol. 57r
Remigii confessoris anno Mo CCo LXIo.
Omtrent deser tyt hyelt paeus Gregorius die Xte dat consilie te Lyons inVrancryc.
Dair waren CCCCC bisscoppen, LX abten ende andere prelaten omtrent M.
Dair quamen oec Griecken endeTartaren.
Nae die doot van den voirs. hertoge Henricken den Dorden leefden vrouwe Aleyt
voirs. langen tyt, wyslyc dat lant regerende, want al hair kynderen ionck waren. Sy
ster¡ int iair M CCo LXXXIII ende wairt begraven int cloester van den predicaren voirs. Sy had groete conversacie metten heiligen man Sinte-Thomas van Aquinen, doen levende ende tot Parys woenende, ende als zy ennige twivelachtige
saken in hare consciencien hadde, soe scree¡ zy aen hem om raet ende hy scree¡
hair weder mintlike antwoerde.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXIIo. /
teser tyt began regneren dierste hertoge ian
fol. 57v
Remigii confessoris anno Mo CCo LXIIIo scabini fuerunt.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXIIIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXVto. /
fol. 58r
Remigii confessoris anno Mo CCo LXVIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXVIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXVIIIo. /
ten tyde van den iersten hertoich ian 1
fol. 58v
Ten tyde van den voirs. scepenstoel als int iair M CC LXVIII soe is Ian voirs., dierste van dien name, zoen van den voirs. hertoich Henricken den Dorden, int achste
iair nae dode zyns vaders voirs. worden hertoich van Lothryc ende van Brabant
ende oic voegt van Aken. Hii trouden vrouwe Margrieten, dochter des voirs. conincx Philips van Vrancryc. Ende coninc Philips voirs. hadde zyn suster te wive
als voirs. is. Margriet voirs. ster¡ in den arbeit van kinde ende dkinde mede.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXIXo. /
fol. 59r
Nae dode van vrouwe Margrieten voirs. soe trouden die voirs. ierste Ian die dochter van greve Gwydo van Vlaenderen, dairaen hy wan twee zoenen, by namen:
Ian, die wairt hertoich nae dode zyns vaders ende hy was die tweeste Ian; Godeuairt, die ster¡ ionck wesende; ende twee dochteren, by namen: Margriet, die
1
Herhaald tot en met fol. 68r.
43
1270-1271
wairt naemaels keyserinne, want zy trouden int iaer M CC XCII greve Henricken
van Lutzenborch, wiens vader doot blee¡ in den stryd voir Woeronck, welke Henric naemaels wert keyser ende men hyeten die goede keyser Henrick; Marie, die
wairt grevinne van Sauoyen.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXo. /
fol. 59v
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXIIIo. /
fol. 60r
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXIIIIo.
In den voirs. iair M CC LXXIIII soe heeft die ierste hertoich Ian voirs. dien van
Dordrecht verleent zeker vryheit van tol tot Lyt, prout in litteris incipientibus: `Iohannes, Dei gratia'et comprehensis folio CCCC LVII et ad signum (½8).
Remigii confessoris anno Mo CCo LXVto.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXVIto. /
fol. 60v
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXVIIo.
Dat dlant van Lymborch
Omtrent deser tyt hadde die voirs. ierste hertoich Ian enen zwaren strydt te Woeronck, die toequam aldus ende oirspronck hadde: want als hertoge Henrick van
Lymborch was gestorven ende hertoge Ian voirs. wittelic afgecoft hadde Adolphen, greve van Den Berge, die des voirs. hertoge Henricx naeste erfgenaem wass,
allen zyn recht dat hy hadde aen thertoichdom van Lymborch voirs., soe track hertoich Ian voirs. int lant van Lymborch om dat te bescickene. Mar greve Reynout
van Gelre, die des voirs. hertoich Henrix dochter hadde gehadt ende die sonder
oir was gestorven, setten hem dairtegen, seggende dat hem als vanwegen zynre
voirs. vrouwen, die dochter was des voirs. hertoich Henrix, die tocht toebehoirden. Hertoge Ian voirs. seeghden neen, want greve Reynoutz vrouwe voirs. voir
den voirs. hertoich Henricken, haren vader, weer gestorven. Ende alsoe socht
greve Reynout van Gelre voirs. tegen den voirs. hertoich Iannen al omme hulpe.
Ende hy creech te hulpen den eertsbisscop van Coelen, greve Henricken van Lutcemborch, hereWalrauen, zynen brueder, ende herenWalrauen vanValkenborch,
die all tegen hertoich Iannen voirs. zwoeren hem te hynderen. dWelck die hertoich
voirs. vernemende, track hy in den lande van den eertsbisscop ende van den greve
van Lutzemborch voirs., dair hy grote scaide dede, verdestruerende des bisscoppen lant. Hy toech metter macht opten Ryn ende dede zyn pert drincken in den
Ryn.1 Ende omtrent Bonne dede hy allen die wyngarden uuytsnyden. Dairnae, ter
begerten ende beeden des greve van Den Berge ende der edele van Coelen, beleeghden hy metten voirs. Godeuarden van Vierson, zynen brueder, tcasteel van
Woeronck, dat een roe¡huys was. Ende dairvoir liggende ten tyde van den voirs.
1
In margine nota.
44
1280-1281
fol. 61r
scepenstoel van LXXVII, quamen die voirs. eertsbisscop van Colen met vele edelen uuyt Ouerlant, met greve Reynout van Gelre, metten greve van Lutsenborch,
den heer vanValkenborch ende meynden hertoich Iannen voirs. aldair te overvallen. Hy trac met zynen heir hen tegen, alsoe datter quam tot enen strydt dair hertoich Ian te boven ginck ende dair doot bleven die voirs. greve van Lutzenborch
met zynen drie bruederen ende met wel M ridderen. Dair worden gevangen die
voirs. eertsbisscop, die greve van Nassou, heer Walrauen van Valkenborch ende
vele meer andere heren. / Ende die strydt gedaen wesende trac hy weder voirWoeronck voirs. ende destrueerden dat in den gront.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXVIII: Wellinus ¢lius Egidii dicti Knoede,
Godescalcus de Bladel.
Aengaet den Groeten Gasthuys
fol. 61v
Ten tyde van desen voirs. scepenstoel soe heeft heer Ian, bisscop van Ludick, onder zynre genaden brieven ingestelt den regule der nonnen ende bruederen van
den Groeten Gasthuys bynnen der stat van sHertogenbosch ende onder meer
dairinne ordineert:
dat zoe wat ziecke int voirs. gasthuys coempt, ten iersten sal men Gode genoch
doen met biechten den priester ende voirtaen zynen naesten dien hy mesdaen
heeft, nae synder macht genade heysschen;
ende zyn goet oft hy ennich heeft onder getuge datselve den gasthuys bevelen datselve alinge weder te hebbene oft hy geneest;
ende oft hy, staende perikel des dootz, diezelve alle tsyn dair nyet laten en wille,
zoe sal men dairaf nemen den cost / ende van dien dat dair overloept, mach hii
zyn testament maken; ende sterft hy sonder testament te makene, allen zyn goet
dan sall comen tot behoe¡ den armen des huys voirs.;
item oftyemandt van den ziecken sunderlinge ziect toequame oft heytte ende eens
meesters behoefde ende nyet en hedde den meester te geven, zoe zall tloen des
meesters van der meesterssen des gasthuys gegeven worden, alsoe verre zy mach;
item die werlycke gueden des gasthuys voirs. zullen werden gehanteert met raide
vier mannen vanwegen des bisscops ende by consent der scepenen ende der gesworen der stat van Den Bosch, dairtoe gecoren, diewelke den huyse voirs. trouwe
doen zullen; van welken brieven voirs. dbeginsel luydt aldus: `In den name der
heiliger Drieuoldicheit'ende is begrepen folio XI ad signum tale (½9).
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXIXo : Henricus de Neynsel, Amelius de
Bucstel. /
fol. 62r
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXo.
Omtrent deser tyt tot Sinte-Quintyns in Vermendoys vergaderden die bovengenoemde coninc Philips van Vrancryc ende hertoge Ian dIerste voirs., daerse tsamen feestelic hoveerden. Ende int sceyden vraeghden hem die coninc wye den
anderen die sceydelmaeltyt geven zoude, dairop hertoge Ian antwoerden: die
zyn spyse ierst gereet hedde; dwelc die coninc consenteerden. Mar hy dede verbyeden dat men des hertogen lyeden noch hout noch colen vercopen en zoude
omme alsoe metten hertoich te boerden. dWelc die hertoich verstaende dede hy
45
1281-1282
coepen allen die plattelen, nappen ende scotelen die hy crigen conde, ende dairmede wairt zyn spyse gecooct ende alreierst gereet.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXIo : Wellinus ¢lius Egidii Knoede, Iohannes Coman. /
fol. 62v
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXII.
fol. 63r
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXIIIo.
Ten tyde van desen scepenstoel ster¡ vrouwe Aleyt voirs.
Dese naevolgende carthe accordeert metter carthen, beginnende: `In den name
der herleiger1 ende ongesceyden Drievoldicheit', verleent by den dorden hertoich
Ian.
Tempore iamdicti scabinatus feria secunda ante festum Puri¢cationis Beate MarieVirginis supradictus Iohannes, primus illius nominis, dux Lottharingie et Brabantie, univer- / sitati burgensium de Buscoducis concessit subsequentia:
Die vryheit van tol in Brabant
in primis ipsos burgenses de Buscoducis ab omni theolonio ubicumque in sua potestate tam per aquas quam per terras liberavit ac liberos penitus et absolutos esse
voluit imperpetuum;
item eisdem adhuc concessit si alicui quidquam adversus aliquem burgensem de
Buscoducis displicuerit, idem nichil inde nisi iudicium scabinorum habere debet
nec etiam ipse aliquid de hoc requiret aut sua posteritas;
item si de circumiacentibus alicui burgensium aliquis iniuriam fecerit de bonis
suis que burgensis iuste et sine querimonia possedit, villicus de Buscoducis hoc
corrigere debet, etc.;
Aengaet die poirtscap
item porte et ingressus opidi de Buscoducis patebunt cuilibet et burgensis ¢eri poterit quilibet, etc., dando videlicet iudici quatuor denarios, preconi unum denarium et
sculteto unum denarium; cuilibet opidano, si necesse habuerit, cedent XLta dies in
iulio, totidem in augusto ad messes colligendas et totidem ad seminandum in autumpno extra limina dicti opidi, etc.;
Aengaet der bourgeren daginge
cum aliquis opidanus in causam fuerit trahendus, debet citari per iudicem vel per
preconem, venturus ad iudicium post duas ebdomadas a die citationis; sed opidanus citatus potest diem citationis anticipare et dictus modus citandi locum habet
tantum in causa que vertitur inter opidanos; si autem extraneus opidanum traxerit
in causam, iudex tenebitur ei iusticiam facere infra triduum; qui per testes se habet
excusare in iudicio, ille habebit iuducias per duas ebdomadas;
Aengaet tgetugenisse der bourgeren
item tantum opidanus ferre poterit testimonium contra opidanum et simplex opidanus, ferens testimonium, iurare tenebitur; /
1
Aldus hs., lees heiliger.
46
1283-1284
fol. 63v
Aengaet hoe scepenen tugen mogen
scabinus vel iuratus dicti opidi potest ferre testimonium sine iuramento;
Hoe men dagen sal
cum quis citatur de re pecuniali, debet citari per iudicem vel preconem in presentia
duorum opidanorum et in citatione debet taxari summa pecunie; et si citatus die
pre¢xa non comparuerit, conquerens tantum pecunie obtinuit quanta in citatione
fuerit taxata; et citatus, quia non comparuit, debet iudici de banno tres solidos;
item censuales alicuius domini spiritualis a nobis vel nostro sculteto ad iudicium
citati fuerint, dominus eorum spiritualis poterit eos a iudice eripere, ita quod promittat certa ¢de se debere iuste iudicare;
item cum aliquis super hereditate aliqua citatus ad iudicium prima die pre¢xa sibi
a iudice non comparuerit, citandus est secundo, et si secundo non comparuerit,
citabitur tercio, et si tunc non venerit, tenebitur satisfacere iudici de utroque excessu persolvendo ei duos solidos lovanienses; si vero tercio non venerit, cadit citatus a causa et hereditas, super qua citatus est, ipsi abiudicabitur; si autem
conquerens aliqua die non comparuerit de dictis tribus diebus citationis, cadit
penitus a causa;
Hoe men sal zweren
qui debet iurare de re pecuniali, poterit cadere a causa et eam amittere si verbotenus
male iuraverit vel contra modum iurandi venerit;
Den peen van qualic te zweren
qui iuraverit super hereditates in primo vel secundo iuramento, cadere non poterit;
si autem tercio iurans debitum modum iurandi excesserit, cadit a causa et quotiens
male iuraverit, tociens iudici duos solidos lovanienses persolvet;
fol. 64r
Van den drie iairgedingen
item in dicto opido tria placita annalia servabuntur, primum proxima feria tercia
post Epiphaniam Domini, secundum proxima / feria secunda post octavas Pasche,
tercium feria secunda post festum Nativitatis Baptiste et dicta placita sunt in ecclesia indicenda;
Den brueck die yemanden quetsten
si quis alium instrumento acuto vulneraverit et de hoc per scabinos convictus fuerit,
decem talenta domino persolvet vel manu prevabitur;1
dOvervallen bynnen huyse
si quis alium infra mansionem suam per se vel per alios occiderit, ipse cum suis
complicibus, si per scabinos convicti fuerint, erunt in potestate domini;
si quis aliquem infra mansionem suam vulneraverit, decem talenta et quilibet
complicum suorum XLta quinque solidos Lovaniensium domino persolvent, si
per scabinos convicti fuerint;
si is qui in propria mansione se defendendo aliquem occiderit, quatuor Lovanienses denarios persolvet et per hoc dominus eum tenebitur tueri et reconsiliare et
condere ¢rmam pacem;
1
Aldus hs., lees privabitur.
47
1283-1284
Ius talionis
item si aliquis quassator per scabinos convictus fuerit, caput pro capite, oculum pro
oculo et simile membrum pro simili membro de proprio membro tenebitur amittere;
De crimine capitali
qui super furto, incendio, rapina sive exhibitione veneni deprehensus fuerit et per
scabinos convictus, capitalem debet inire sententiam; et si non convictus per scabinos sala manu iurando se ab1 poterit excusare;
De fure deprehenso
qui furem in domo sua deprehenderit, poterit eum cum vicinis suis tenere et iudici
presentare; si vero deprehensum fuerit, dimiserit et de hoc per scabinos convictus
fuerit, id ad gratiam domini emendabit;
De debitoribus servandis
qui coram iudice super debitis convenitur et convincitur, iudex debet debitorem custodie preconi deputare per duas ebdomadas servandum et interim a precone pascendum; et post duas ebdomadas iudex tradet debitorem in potestate, cuius est
debitor, ita quod ille debitorem suum pascet non vexando corpus ipsius donec secum componat, etc.; /
fol. 64v
Van bourge te stellen in recht
si quis in iudicio coram iudice comparuerit, tenebitur iudici, si exigerit, quo ad ius
suum ponere ¢deiussores; opidanus vero, si in iudicio conveniatur et aliquid iuris
citra eum contigerit iudicem, poterit a iudicio recedere sine ¢deiussore, si tantum
possideat quantum in valore iudici citra eum competit; si non tantum possideat, tenebitur prestare ¢deiussoriam cautionem;
Van tegenseggen
si quis in iudicio obloquitur scabinis vel sentenciam ipsorum, etc. iniuste et contumaciter contradixerit, tenebitur domino persolvere decem talenta et cuilibet scabinorum unum talentum;
De percussis manu vel trusis pede
si quis alium irato animo manu percusserit primo vel pede truserit et de hoc per
scabinos convictus fuerit, solvet quindecim solidos, videlicet quinque domino,
quinque leso et quinque opido; si vero is, qui percussus fuerit, percussorem incontinenti repercusserit sine e¡usione sanguinis vel membri quassatione, que vulgo
leemde appellatur, nichil solvet; sed si repercussor primo sine e¡usione sanguinis
vel quassatione membri percussus fuerit et alium repercusserit ad e¡usionem sanguinis vel quassationem membri, extunc repercussor solvet penam debitam, etc.;
Dat die tepper van gedroncken bier hemselven aensweren mach. Oic van
wiin, mede, etc.
si quis tabernam intraverit et vinum illic biberit et ille, si opidanus sit, facta computatione statim non solverit sed recesserit usque ad mane ante meridiem crastine diei
1
Aldus hs., men verwacht hierna hoc.
48
1283-1284
soluturus; si autem ante idem tempus non solverit et querimonia super hoc ad iudicem delata fuerit, debitor ille vinitori persolvet tres solidos Lovanienses iudici et vinitori duos; si vero debitor debitum huiusmodi, quod de potu vinitori debet,
negaverit, ipse vinitor debitum tale suo proprio iuramento a¤rmare poterit usque
ad summam quinque solidorum Lovaniensium; idem ius erit si bibatur ad cervisiam vel medonem; /
fol. 65r
Altyt te moigen uuyten gelage te gaen ende te betalen
si plures ad potum vini, cervisie vel medonis simul biberint et aliquis eorum prius
aliis a potu recedere voluerit, quandocumque sibi placuerit recedere poterit, si partem que ipsum de potu tunc cum recedere voluerit, persolverit vinitori seu tabernario;
De correctione false mensure
qui de falsa mensura accusatus et convictus fuerit, tenebitur tres libras Lovanienses
iudici persolvere.
Hier nae volgt int dese selve previlegie oft ennich van man oft wy¡ storve oft deen
oft dander weder huwelic dede, hoe die gueden versterven zullen ende des dairaen cleeft; suecket int selver previlegie;
Van den brueck die den richter tziin ontdreegt
item qui aliquid iuris iudicem contingens violenter a iudicio detulerit et desuper per
scabinos convictus fuerit, dabit quindecim talenta iudici pro satisfactione;
Van den recht dat een bourger heeft als een vleeshouwer beesten coept
si carnifex bovem, vaccam seu ovem a Martini usque Nativitatis Domini ad mactandum pro usu hominum emerit et opidanus superveniens huiusmodi animal ad
proprium usum habere voluerit, si bos vel vacca fuerit, duos denarios, si porcus
unum denarium, si ovis obulum dabit carni¢ci magis ex quo emerat et sic opidanus
animal huiusmodi optinebit;
Wat een bourger verliesen mach by zyn huysvrou comanscappende
opidanus habens uxorem que piscare vel braxare solet, poterit per eandem panem
iuxta plenitudinem unius fornacis amittere, sic etiam de cervisia, sic etiam de ¢lis
laneis et lineis;
De re furtiva
item rem furtivam poterit verus possessor per testes iterum apprehendere et obtinere;
De duello
item quod nemo debet vocari ad duellum; /
fol. 65v
De homicidio perpetrato
si querimonia de homicidio perpetrato ¢at, reus homicidii ter quatuordecim et tribus diebus ante tribunal vocari debet et si non ad talem terminum comparaverit,
diiudicabitur et pro prescripto reputabitur; si autem infra terminum huiusmodi
quassator conductum requisierit a iudice nec obtinuerit, nequaquam diiudicari poterit;
49
1283-1284
De testimonio contra burgensem
extraneus contra burgensem nequaquam poterit testimonium perhibere;
De femina oppressa
si femina se vi oppressam seu stupro violatam a viro dixerit et de hoc querimonia
fecerit sine ydoneis testibus, processum in querimonia habere non debet;
De bonis titulo pigneris possessis
si quis bona titulo pigneris sibi obligata possederit sine reclamatione per annum et
amplius et quis eidem iniurietur super hiis, sola manu iurando a¤rmabit quidquam
iuris habuerit in illis bonis;
De expensis in iudicio factis
si duo coram iudice vocati causam tractaverint, alter qui cadit a causa reliquo expensas solvere tenebitur, ita quod ille qui causam suam defensaverit ipsas expensas
suo iuramento taxabit;
De citandis opidanis
preco burgensem non vocabit ad iudicium nisi ad domum suam coram duobus opidanis aut pluribus; ad consilium scabinorum nemo accedet nisi vocatus;
De sentenciis scabinorum
sentenciam scabini de Busco cum consilio aliorum scabinorum suorum factam et
stabilitam nemo poterit cassare;
fol. 66r
De servicio burgensium
burgenses de Busco non sunt obligati in servicio alicuius excepto domino; / si burgenses alicui in adiutorium processerint extra limina opidi, eodem die sole adhuc
splendente revertentur ad idem opidum, nisi cum dominus cum ceteris universitatibus aliorum opidorum communiter iverit; tunc enim burgenses cum domino sicut
relique universitates aliorum opidorum pro¢ciscentur;
De oppresione femine alicuius
qui super violacione alicuius femine competenti probatione in iudicio convictus
fuerit, erit plectendus sentencia capitali; et si femina ab huiusmodi probatione defecerit, domino solvet decem talenta, que si solvere non poterit, per decem annos exterminabitur seu proscribetur ab opido de Busco;
De possessione hereditatis per annum
qui patrimonium vel hereditatem alicuius mercatus fuerit et sub testimonium scabinorum sine reclamatione per annum et diem vel amplius possederit, nulli post dictum terminum, etiam si repetatur, desuper tenebitur respondere;
De arrestatis sine licentia recedendis
si arrestatus coram duobus opidanis in opido sine licentia iudicis ab opido recesserit et desuper convictus fuerit, XLta quinque solidos solvet iudici;
De testimonio conferendo super debito
qui aliquem debito aliquo in iudicio conveniat et testes desuper ydoneos habeat, testes iuramento tenentur testimonium perhibere, sed actor non tenebitur iurare;
50
1293-1294
De censu fundi solvendo
quilibet opidanorum de Busco quolibet anno Martini de integra area XII denarios
Colonienses et duos pullos, de dimidiaVI denarios et unum pullum domino solvere
tenetur; scabinus vero scabino exeunte huiusmodi non solvet;
De pascu scabinorum in placitis annalibus
iudex opidi pascet scabinos ter in anno ad tria iudicia annalia predicta, et ter ad
predictos terminos ipsis exhibebit maheriam;
De libertate burgensium
opidanus dicti opidi nulli debet esse servilis sed secundum iura opidi libertate fruetur; /
fol. 66v
Van hoetvairt te halen
item burgenses de Busco ius opidi sui extra opidum suum non requirent; si vero sentencias requirere voluerint, eas requirent apud Louanium;
Quod ¢lii sacerdotum et illegitimi non possunt testari
item ¢lii sacerdotum vel alii non legitimo thoro procreati non poterunt perhibere
testimonium in preiudicium bonorum vel vite alicuius opidani loci de Busco, etc.;
prout premissa1 in dicto previlegio lacius continentur, quodquidem previlegium
comprehenditur folio XVII et ad signum (½10).
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXIIIIto.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXVto. /
fol. 67r
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXVIto.
Van Huesden
Ten tyde van den voirs. scepenstoel toech die voirs. ierste hertoich Ian met groeter
macht voir Huesden ende hy wan die borcht aldair ende besettense met volck.
Ende vandair toech hy ne¡ens die Maze ende wan die borcht van Malrepas die
hy destrueerden.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXVIIo.
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXVIIIo. /
fol. 67v
Remigii confessoris anno Mo CCo LXXXIXo.
Remigii confessoris anno Mo CCo XCmo.
fol. 68r
Remigii confessoris anno Mo CCo XC primo: Alardus de Keent, Arnoldus Poldonck. /
Remigii confessoris anno Mo CCo XCIIo : Macharius de Gandauo, Arnoldus
Rouer.
Remigii confessoris anno Mo CCo XCIIIo : Wellinus ¢lius quondam Hille, Bartholdus de Hosdina.
1
Hierna inferius doorgestreept.
51
1294-1295
Remigii confessoris anno Mo CCo XCIIIIto : Wellinus ¢lius Egidii Cnode, Nycolaus de Megen,Thomas deVden. /
fol. 68v
Remigii confessoris anno Mo CCo XCVto : Wellinus ¢lius quondam Hille, Henricus de Neynsel.
nu sterf dierste hertoich ian
Omtrent der tyt van desen scepenstoel soe trouden die greve van Baren des coninx
dochter van Engelant, daer die voirs. ierste hertoich Ian ter brulochten was. Ende
in een tornoyspel datt daer gehouden wairt, wairt die voirs. hertoich Ian in de
muys van zynen arm geraect ende gequetst, daira¡ hy oudt wesende XLI iaren
ster¡ ende wairt gebracht tot Bruessell ende begraven aldair ter mynrebruederen.
Remigii confessoris anno Mo CCo XCVIto. /
teser tyt began te regneren die tweeste hertoich ian
fol. 69r
Nae dode van den voirscr. iersten hertoge Ian wairt hertoge van Brabant Ian
voirs., ziin zoen, wesende die tweeste hertoge Ian. Dese voirs. tweeste hertoge
Ian int ierste iair van zynen hertoichdom, als int voirs. iair M CC XCVI, track
hii met heircracht voir Wassenberge ende belach dat langen tyt ende ten eynde
creech hyt met all datter toebehoirden.
ten tyde van den tweesten hertoich ian 1
fol. 69v
Remigii confessoris anno Mo CCo XCVIIo : Wellinus ¢lius Hille, Arnoldus de
Waderle.
Omtrent deser tyt began dat vreeslike oirloge van den vierden coninc Philips van
Vrancryc, geheiten die Schoen Philips, tegens die Vleminge. Ende hadde / oirspronck omdat greve Gwido vanVlaenderen een zyn dochter, geheiten Philippa,
die de voirs. coninc uuyter fonten hadde geheven, tegens desselfs conincx wille
geven woude des coninx zoen van Engelant, welke dochter die coninc vanVrancryc voirs. by hem hyelt om thuwelic te beletten. Ende mitsdien die greve den coninc van Vrancryc nyet en woude gehoirsam wesen, trac die coninc op
Vlaenderen, destruerende vele lants aldair. Coninc Eduwart van Engelant voirs.
quam den greve te hulpen, mar hy en const hem alsoe nyet gehelpen. Coninc Philips voirs. vingt den greve ende beyde zyn zoen ende stelden greve Iacoppen van
Sympol regent inVlaenderen, die deVleminge ongenadichlic regeerden.
Remigii confessoris anno Mo CCo XCVIIIo.
1
Herhaald vanaf fol. 69v tot en met fol. 73r.
52
1305-1306
De libra seu statera1
fol. 70r
Tempore iamdicti scabinatus Iohannes, secundus illius nominis, dux Lotharingie, Brabantie et Lymburgie, / pro conservatione libre seu statere infra opidum
de Buscoducis inter cetera contulit et ordinavit, videlicet in primis quod libripendes seu librarii eiusdem de quocius centum cestarum argenti cer.2 plumarum recipient et habebunt tres antiquos Lovanienses; et de qualibet magna libra lane,
que continet et facit triginta sex libras unum antiquum Lovaniensem et sic de
aliis; prout in litteris3 comprehensis ad signum (½11) et folio C XXXVII.
Remigii confessoris anno Mo CCo XCIXo :Thomas deVden, Nycolaus de Megen.
Remigii confessoris anno Mo CCCo fuerunt scabini in Buscoducis sequentes:
Walterus ¢lius quondam dicti Nenne, Lupardus Merger.4
Den coep van half Mechelen
fol. 70v
Int voirs. iair creech die voirs. tweeste hertoige Ian / by coepe van bisscop Huge
van Ludick hal¡ Mechelen ende dander helfte behoerden heren Iannen Barthout,
die de5 te leen van denselven hertoghe Iannen hyelt.
Remigii confessoris anno Mo CCCo primo: Nycolaus de Ouden.
Remigii confessoris anno Mo CCCo secundo.
Remigii confessoris anno Mo CCCo tercio: Wellinus ¢lius Hille, Henricus de
Zonne. /
fol. 71r
Remigii confessoris anno Mo CCCo quarto.
Remigii confessoris anno Mo CCCo quinto: Gerardus de Neysel, Arnoldus ¢lius
Bartholdi.
Van den dootslach des heren van Kuyck tot Hyntham gesciet
fol. 71v
Tempore istius scabinatus seu anno iamdicto dictus Iohannes, secundus illius nominis, dux Lottharingie, Brabantie, etc., in certis suis litteris communitatem burgensium suorum de Buscoducis de et a certis suis forefactis, excessibus et delictis
et a quodam homicidio cuiusdam domini de Kuyck per ipsos burgenses in quodam insultu et con£ictu inter ipsos burgenses ex una et homines seu adiutores ducis ex altera partibus, inter villam de Roesmalen et Hyntham iuxta Buscumducis
commissis et perpetratis, occasione quinque milium et quingentarum / librarum
loco emende absolvit;
1
2
3
4
5
Vertaling: over het wegen.
Men verwacht een accusatief. De betekenis is onduidelijk, zie ook: Camps, ONB, I-2, 692,
nr. 576.
Hierna inferius doorgestreept.
Aldus hs., lees Niger.
Aldus hs., lees mogelijk die.
53
1305-1307
Prius concessus ad imponendas assisias
et concessit eidem communitati assisias imponere posse ad dictas libras solvendas
destituitque inter cetera in dicto opido magistratum; prout in litteris incipientibus:
`Nos Iohannes, Dei gratia Lotharingie, Brabantie', etc. et comprehensis ad signum
tale (½12) ac folio XXII.
Remigii confessoris anno Mo CCCo sexto: Wolterus dictus Nenne, Nycolaus de
Megen.
Aengaet Lytt
Tempore dicti scabinatus supradictus Iohannes, secundus illius nominis, dux,
etc., in certis suis litteris mandavit illis de Lytt, de Littoyen et de Herwarden, quatenus sentencias eorum, quociens indiguerint, apud Buscum requirant et ad idem
tamquam ad caput eorum pro iudicio habendo accedant, quia ut inibi quitquid
iuris episcopus Leodiensis apud eos habebat progenitoribus ducis causa permutationis dederat; quequidem littere incipiunt: `Nos Iohannes, Dei gratia dux Lotharingie, Brabantie et Lymburgie', etc. et comprehenduntur1 folio XXV et ad
signum tale (½13). /
fol. 72r
Remigii confessoris anno Mo CCCo septimo.
Remigii confessoris anno Mo CCCo octavo: Arnoldus Dicbier, Arnoldus Poeldonck,Thomas Valant, Iohannes Francke, Henrick van Neynsel.
Remigii confessoris anno Mo CCCo nono: Wellinus ¢lius quondam Hille, Iohannes Francke. /
fol. 72v
Van den heemael int Eygen
Tempore iamdicti scabinatus supradictus Iohannes secundus concessit cartham
di¤nitorie dicte des heemaels loci dicti van den Eygen. Et inibi loci predicti ordinavit septem iuratos di¤nitores, dictos heemraden, dans eisdem potestatem ut
inibi, qui vero locus predictus infra palos et terminos inibi in vulgari ideomate expressos et ut sequitur est situatus, videlicet: te beginnen van den dyck, geheiten
den Hoofdyck, streckende van der sluysen by Gewanden gelegen, geheiten gemeyntlic ter Druthuoert, totten seven vierdelen lantz heren Geerlix van den
Bosch, reyckende voirts totten gericht van Ge¡en ende totter stegen van Nulant,
die leeght tusschen die voirs. seven vierdelen lantz ende den gericht van Ge¡en,
van derselver stegen voirt boven die stege, geheiten Kepkens Donck, van der zyden voirt tot Ansems woeninge van Nulant totten dyc toe, geheiten Wolfsdyck,
ende van dien dyc voirt tot heer Henricx woeninge van Nulant, des ridders, ende
van derselver woeningen voirts totter kercken van Nulant, totter kercken van
Roesmalen ende van der kercken van Roesmalen voirt totter kercken van Orthen
ende van der kercken van Orthen al totter Diesen; quequidem cartha comprehenditur folio XXV.
1
Hierna inferius doorgestreept.
54
1312-1313
Oic van denselven hemael in dEygen
fol. 73r
Item nae derselver carthen volgt oic insereert dairnae een ander carthe van den
daet M CCC XLVI, oick van den heemael van / den Eygen sprekende, ende dairinne onder meer is begrepen dat van allen saken, behorende ter scouwenvan allen
gueden gelegen bynnen der vriheit der stat van Den Bosch ende bynnen den scouwen van den heemael van den Eygen, zullen wesen van nu voirtaen emmermeer
seven heemraiden; welke carthe begint: `Ian, by der gracien Goids', etc. ende is
begrepen opten blade XXVIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCo decimo: Nycolaus de Megen, Henricus de
Sonne.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XIo : Arnoldus Dicbier, IohannesVrancken. /
fol. 73v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XIIo : Wellinus ¢lius Hille, Arnoldus Poeldonc.
dat die tweeste hertoich ian sterff
fol. 74r
Ten tyde van den voirs. scepenstoel ster¡ hertoich Ian dieTweeste voirs. terVueren
van den steen ende hy waert begraven te Bruessel tot Sinter-Goedelen. Hii hadde
te wive vrouwe Margrieten, dochter coninx Eduwarts van Engelant, die de sale ter
Vueren dede maken. Hii wan dairaen enen zoen dien hii afterlyete, die geheiten
was oick Ian. Die was die dorde Ian ende men hyeten Ian van Coudenberch. Hy
was schoen, gracioes, zuet van synnen ende van sprake. Dese voirs. dorde Ian was
mer XII iairen oudt als zyn vader voirs. ster¡. / Ende als dieselver tweeste hertoich Ian, zyn vader, noch leefden, zoe was een huwelic begrepen tusschen den
voirs. dorden hertoge Iannen ende vrouwe Marie, dochter greve Lodewiicx van
Eureus, die des dorden coninx Philips van Vrancryc zoen was ende zynder tweester huysvrouwe, vrouwe Marie, dochter des yersten hertoge Ians van Brabant;
soe datse malcanderen bestonden in den tweesten ende dorden graed, mitz welken, eert huwelic bequam, zoe most dat gescieden by dispensacien van den Stoel
van Romen.
ten tyde van den dorden hertoich ian 1
Die voirscr. dorde hertoich Ian, die men hyet Ian van Coudenberge, wairt nae
zyns voirs. vaders doot hertoige van Brabant als int iair voirs. Ende int beginne
van zynen hertoichdom worden die coepluyden uuyt Brabant alomme rasteert
voir die sculden die zyn voirvaders mitz horen oirlogen ende die groete cabbas
van hoeren heren sculdich waren gebleven. Ende by zynen consent betaelden die
coepluyden die sculden ende ont¢ngen weder des hertoigen demaynen.
1
Herhaald vanaf fol. 73v tot en met fol. 101r.
55
1312-1313
Cartha de Cortenberch1
Tempore iamdicti scabinatus dictus Iohannes, tercius illius nominis, dux Lotharingie, Brabantie, etc., concessit cartham nuncupatam die carthe van Cortenberge et inibi inter cetera voluit:2 /
fol. 74v
Alleen bede te geven uuyt drie saken, etc.
quod nec ipse nec sui successores ullo tempore futuro precariam aliquam recipiant,
nisi ex causa milicie aut matrimonii aut captivitatis, etc.; et inibi adhuc:
Dat men vonness geven sal nae uuytwysen der brieven
dat hy houden sal zyn lant te witte ende te vonnesse ende vonnesse doen gelyc die
brieve spreken diere op gemaect zyn;
Dat men enen yegelycken recht sal doen nae zynrer statrecht
item dat hy ende zyn nacomelingen die goede lieden houden ende handelen zal nae
recht van elcker stat van allen dingen ende dairboven nyet werken noch laten werken;
Van den regenten in Brabant
item adhuc inibi habetur quod Brabantia admissione dicti domini ducis stabat sub
gubernatione quatuor militum, trium proborum virorum de Louanio, trium de
Bruxella, unius de Antwerpia, unius de Buscoducis, unius de Thienen et unius de
Leeuwen.
fol. 75r
Dese hebben die cartthe van Corthenberge metten voirs. dorden hertoich Iannen
bezegelt: greve Gerart van Guylic, greve Arnt van Loen, heer Reynout van Valkenborch ende van Monyoen, heer Florys Barthout, heer van Mechelen, heer Gerart, heer van Diest, borchgreve tAntwerpen, heer Raess, heer van Liedekercke
ende Breda, heer Gerart, heer van Hoerne, heer Arnt, heer vanWesemael, mairscalc van Brabant, heer Arnt van Wesemael, heer van Bergen, Henric van Louene, Philips, greve vanVyanen, heer Philips vanVyanen, heer van Rumste,Wouter,
heer van Edeghem, heer Henric Barthout, heer van Du¥e, van Gheel. /
Dese hebben oic besegelt als voir: heer Goessen van Godsenhouen, heer Philips
van Liedekercke, heer van Huluenhout, heer Ian Barthout, die men heet van Berlair, heer van Keerberge, heer Willem, heer van Craendonc, heer Henric Kemerlinc, heer van Heuerle, heer Ian, heer van Sembre¡e, heer Gerart van Quaecbeke,
heer Goyart, zyn brueder, ridderen, heer Daniel van Boechout, heer Gerart, heer
van Herlair, heer Raess van Grauen, ridderen, heer Meywe, heer van Wauere,
heer Arnout van Helbede, heer Arnout Lombart van Yssche, heer Willem van
Bouter, heer Robbert van Glore, ridderen, heer Nycoel van Dorne, heer Geerlic
van den Bosch, heer Henric van Meldert, heer Ian van Rasenhoue den ouden,
heer Ian van Rasenhoue den iongen, heer Kaerle van der Riuiyeren, heer Ian
van Ophem, heer Iacop van Gentinees, heer Ian, heer van Agimont ende van
1
2
Vertaling: het charter van Kortenberg.
Vertaling: ten tijde van voornoemd schepenjaar heeft genoemde Jan III, hertog van Lotharingen, Brabant, etc. het charter van Kortenberg gegeven, waarin hij onder andere vastlegde:
56
1314-1315
fol. 75v
fol. 76r
Waelhem, Gerart, heer van Merbeys ende borchgreve van Bruessel, Gerart, heer
van Ghete, Lodewyc van Lummele, voigt van Haspegouwe, heer van Chaumont. /
Dese hebben oic besegelt: heerWillem, heer van Rotselair, Alart, heer van Rieue,
Robbrecht van Assche, Gerart van der Aa, Reyner Bordon van Haley, heer Henric van Wanghe, ridder, Ian, heer van Kuyck, Arnout, heer van Crayengen, Ian
van Hoesden, heer Goyart van den Bosch, ridder, heer Reyner van Borlammont,
heer van der Bruyre, heer Ott van Kuyck, heer Arnt van Diest, heerThomas, zyn
brueder, heer Arnt van Leefdale,Wouter van Berthem; quequidem cartha1 comprehenditur folio XXX et ad signum (½14).
Remigii confessoris anno Mo CCCo XIIIo : Henricus de Aggere, Iohannes Dicbier iunior, Arnoldus Dicbier, Arnoldus Poeldonck.
Teser tyt was heer Geerlaec van den Bosch, dairaf die Geerlixe brug den name
heeft. / Ten tyde van den voirscr. scepenstoel ende int iair voirs. ster¡ die voirs.
keyser Henrick, die zwager des voirs. ierste hertoge Ians, want hy desselfs hertoich
Ians dochter hadde, geheiten Margriet, dairaen hy hadde gewonnen enen zoen,
geheiten Ian, die wert coninc van Behem, die opruerden doirloge der XVI lantsheren tegen den voirs. dorden hertoich Ian, als nae bliict; van welken keyser Henricken men seegt dat hy ontfangende dat Heilige Sacrament vergeven wairt, etc.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XIIIIto.
Die Walsche carthe
fol. 76v
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die dorde hertoge Ian voirs. verleent
een carthe die men heyt die Walsche carthe, /ende dairinne by raide heren Lodewycs, zoen sconinx van Vrancryc, greve van Euereus, ende anderen van zynen
rade geordineert:
Oft yemand voir scout sheren gevaen wordt
in den ierste, worde yemanden zyn goet genomen van zynre wegen, dat men dat van
zynen gereetsten goet lossen zal;
Van penningen te slaen
item dat men gheen penningen in Brabant en sal slaen, tenzy in vryen steden ende by
raide der steden in Brabant;
Con¢rmacie der previlegien
item oic con¢rmeert allen carthen ende letteren ende geloeften den steden, cloesteren ende den lande van Brabant verleent;
Van den vorsteriien, etc.
item dat men geen meyeryen, ondermeyeryen, voirsteryen en sal geven te lyve oft tot
enen tyde;
1
Hierna inferius doorgestreept.
57
1315-1316
Van den wegen
item dat nyemand en sal moigen ontfaen gelt om wege te maken, hy en zalt dairaen
leggen; welke carthe is begrepen nae opten blade XXXIIII.
fol. 77r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XVto : Arnoldus Dicbier, Arnoldus van Poeldonck, Iohannes Lysscop, Iohannes Dicbier iunior.
In desen scepenstoel ten versueck van Dircken Roeuerss. waert gedaen en1 beleydt van den heemraitscap van Empel ende van den recht der scepenenbrieven
deser stat, folio C LX.
Int iair voirs. zoe begonst te regenen in den meye / ende blee¡ regende omtrent
een iair lanck, alzoe dat coren ende die vruchten all meest verdorven. Oeck begonst een grote duer tyt, nyet alleen int coren, mar in alrehande nootdorften, alsoe dat vele menschen storven van honger. Ende int naevolgende iair quam een
grote sterfte.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XVIto : Henricus de Zonne, Iohannes Dicbier, Petrus deVia Lapidea, Henricus de Aggere, Nycolaus de Megen.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XVIIo. /
fol. 77v
Nota dat Tyel Brabant was
Item ten tyde van den voirs. scepenstoel stont op tegens den voirs. iongen hertoige
Ian den Dorden heer Ott van Bueren, die int lant van Gelre woenden, overmits
zekere vorwarden die hy seeghden hem van den hertoge nyet gehouden te wesen,
etc., ende quam met gewapender hant voirTyell, dat doen den hertoich toebehoirden, dair die van bynnen tegens hem uuytquamen. In welken uuytcomen hy die
versloech ende creech in die stat; dat hem nochtans saeftelic verginc, mitzdat hy
hadde die bastartdochter van greveWillemen van Hollant, die de overdaet metten
greve van Gelre tot Hoichstraten nederleeghden.
Aengaet Huesden
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft greve Dirck van Cleue het herscap,
toll ende alle alsulcken goet als gelegen is aen geen zyde der Ouder Mazen, gelyc
die heer van Huesden ende Ian, zyn zoene, dat van zynen alderen houdende had
geweest, overgegeven ende verlydt heren Gerarden, heer van Hoerne, van Altenaa, van Perewys, etc. ende van Herlair, ende Iannen van den Elshoute tot behoe¡
sheren zoen van Hoesden onder condicie dat hy zoude betalenVIM ponden zwairterTornoysen, etc.; prout in litteris comprehensis folio CCCC XXI.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XVIIIo. /
1
Aldus hs., lees enen.
58
1320-1321
fol. 78r
Aengaet assysen te hoigen, dalde mueren af te breken ende die huysen
af te breken
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoge Ian deser stat
geoirloft hoir assysen te moegen hoigen, die stat te moigen vesten, die aude mueren afbreken ende ennige huysen hen lettende oic af te moigen breken ende by redenen die proprietarys dairaf te vergeldene; prout in quadam cartha
comprehensa folio XXXVII.
Belech voer Zittart
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel beleeghden die voirs. dorde hertoich Ian
met groeter macht die stat van Zittart, toebehoerende heren Reynout vanValkenborch, die hy wan ende innecreech.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XIXo : Iohannes ¢lius Haykini, Ghiselbertus
Lysscap. /
fol. 78v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXo.
Concernit pannicidas et pannos vendendos1
Tempore dicti scabinatus scabini, iurati et consules opidi de Buscoducis inter2
statuerunt quod nullus burgensium dicti opidi et extraneorum quorumcumque
infra ambitum loci dicti opidi pannos vendere poterit inscidendos, nisi prius ad
guldam pannicidarum in domo pannorum domini nostri ducis fuerit acceptatus,
sub pena trium marcharum;
item et quod nullus burgensium et extraneorum predictorum lani¢cium exercens
pannos con¢ciendos pannos vendere poterit quovismodo inscidendos, sub pena
predicta; atque quod nullus ibidem pannos vendet inscidendos, nisi in dicta
domo pannorum in quantum marcatores omnes ibidem stare poterunt; prout in
litteris comprehensis folio XXXVIII.
Aengaet Huesden
fol. 79r
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel vyele twiste tusschen den voirs. dorden
hertoge Iannen ter eenre ende greve Willemen van / Hollant, overmits dlant van
Huesden, dwelck heer Ian van Huesden die gestorven was, te leen gehouden
hadde van den hertoich van Brabant. Die hertoge voirs. hadde tslot inne ende die
greve voirs. hadde die stat inne. Ende nae vele vechtinge wairt by seggers, zoe nae
in brieven blyct, daira¡ uuytgesproken dat die hertoge voirs. die stat ende dlant
van Huesden soude behouden. Ende den heer van Za¡enberge, die van zynre
huysvrouwen wegen erfgenaem was totten voirs. heer van Huesden, hoewel hy
zyn recht den voirs. greve vercoft hadde, waert toegeseegt CCC realen opte renten
der voirs. stat van Den Bosch te boeren, alst nae blyct.
1
2
Vertaling: over de gewantsnijders en de verkoop van laken.
Aldus hs., hierna ontbreekt alia zoals blijkt uit cartularium fol. 38r.
59
1321-1322
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXIo : Emondus ¢lius Roueri, Arnoldus de
Eynode.
Aengaet Huesden
fol. 79v
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben heer Florens, heer tot Mechelen,
Gerart, heer van Vorne, borchgreve van Zeelant, Ian, heer van /Arcle, ende Rogier van Leuendale, ridder, aengenomen een uuytspraeck te doen tusschen den
voirs. dorden hertoich Iannen ende den voirs. greve van Hollant ende van Henegouwe, etc. aengaende der stat ende lande van Huesden; prout in litteris beginnende: `Wii, Florens Barthout', etc. ende begrepen folio CCCC XXII.
Item tenselven tyde soe heeft hem die voirs. greve in de voirs. seggers overgegeven;
prout in aliis litteris beginnende:`Wy,Willem, greve van Henegouwe, Hollant', etc.
ende begrepen folio CCCC XXIII.
Item tenzelven tyde, mitsdien die seggers voirs. tot Hoichstraten, dair den dach
geleegt was, die uuytsprake tusschen die heren voirs. te doen, nyet en accordeerden, zy enen anderen dach malcanderen gesedt hebben tot Mechelen, ut inibi;
prout in litteris begrepen folio CCCC XXIIII.
Item ende noch tenzelven tyde soe heeft die voirs. greve van Hollant zyn consent
gedragen totten verleggen des voirs. daigz ende der plaetsen voirs.; prout in litteris
begrepen folio CCCC XXV.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXIIo : Emondus die Roeuer, Ghysbertus
Lysscap. /
fol. 80r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXIIIo.
Dopdracht gedaen den hertoich van Brabant van der stat van Den
Graue
Tempore iamdicti scabinatus dominus Otto, dominus de Kuyck et de Heuerle,
opidum suum de Grauia dedit in manus dicti ducis Iohannis, tercii illius nominis,
et idem dominus Otto dictum opidum cum suis iuribus iterum in feodum iure
Brabantino a duce predicto recepit et homagium sibi prestitit;1 prout in litteris
incipientibus: `Otto, dominus de Kuyck', etc. et comprehensis folio CC LXXVI.
Et subsequitur alia littera dicti domini Ottonis de donatione dicti opidi de
Grauia, incipiens: `Nos Otto, dominus de Kuyck',2 etc. et comprehensa folio CC
LXXVIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXIIIIto. /
fol. 80v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXVto : Rutgerus de Via Lapidea,Wolterus
Colen.
1
2
Vertaling: ten tijde van voornoemd schepenjaar heeft heer Otto, heer van Cuijk en Heverlee,
zijn stad Grave in handen gegeven van genoemde hertog Jan III en heeft diezelfde heer Otto
genoemde stad met haar rechten in leen terugontvangen van voornoemde hertog volgens
Brabants recht en heeft hij hem leenhulde gedaan.
Vertaling: en er volgt een andere akte van genoemde heer Otto over de schenking van genoemde stad Grave, beginnend:Wij, Otto, heer van Cuijk.
60
1328-1329
Aengaet den hemael van Nulant, Ge¡en, Os, Littoyen, Lyt
Tempore iamdicti scabinatus supradictus Iohannes, tercius illius nominis, concessit cartham di¤nitorie dicte des heemaels de Nulant, Ge¡en, Os,Tefelen, Littoyen et Lyt, iacentis infra palos infrascriptos, videlicet1 beginnende van den
gericht van Nulant totten gericht van Ge¡en ende van den gericht van Ge¡en totten gericht van Os. Ende dat gericht al doer ende van den gericht van Os doer tgericht van Tefelen al totten gericht van Littoyen, al totten gericht van Lyt doer die
weteringe ons heren shertogen voert varende all totter Mazen toe, ende heeft dair
gesedt seven heemraiden, etc.; welke carthe is begrepen opten blade CCCC
XIX. /
fol. 81r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXVIto : Petrus de Lapidea Via, Emondus
Roeuer.
Hier versocht coninc Ian van Behem van zynre moeder wegen deel in
Brabant
Omtrent deser tyt quam coninc Ian van Behem voirs., des voirs. keyser Henricx
zoen, totten voirs. dorden hertoge Ian te Bruessel, heysschende deell in Brabant
als tverster¡ van zynre moeder Margrieten, der keyserinne, die een dochter was
van den voirs. iersten hertoige Ian. Ende die voirs. dorde hertoge Ian antwoirden
den voirs. coninc dairop doer die stemme heeren Rogiers van Leuendale, dat geen
recht en wair dat een dochter in Brabant een deel hebben zoude ende presenteerden hem des ten recht.
Doirspronck des oirloigs der XVII lantsheren
Die voirs. coninc Ian wairt toernich, seggende hy zoudt crigen als hy conste, ende
wairt alsoe zyn vyant.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXVIIo. /
fol. 81v
Aengaet der weeckmarct deser stat
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoich Ian verleent
der stat van Den Bosch die weeckmarct ende gegeven allen comannen ende lieden, die comen willen ter voirs. marct, vast geleyde varende ende kerende van
gwoensdaigz ter noenen tot svrydaigz ter noenen dairnae volgende ende alsoe
dat men dair nyemanne en sal moigen houden noch rasteren van ennigen sculden, tenzy dat zy die sculde geloeft hadden bynnen den marctdaige voirgenoempt; prout in litteris comprehensis folio XL.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXVIIIo : Helias Pannicida, Gerardus de
Neynsel.
1
Vertaling: ten tijde van voornoemd schepenjaar heeft bovengenoemde Jan III hetcharter van
het rechtsdistrict van Nuland, Ge¡en, Oss,Tee¡elen, Lithoijen en Lith gegeven, liggend binnen de ondergeschreven grenzen, namelijk
61
1328-1329
Quitancie van den coep van Graue
fol. 82r
Tempore dicti scabinatus dominus Otto, dominus de Kuyck et de Heuerle, quitavit illustrem principem / Iohannem, tercium illius nominis, predictum de quinque milibus libris nigris Turonensibus in quibus idem Iohannes dicto domino
Ottoni tenebatur ex causa opidi de Grauia, quod ipse dicto duci supportabat;
prout in litteris comprehensis folio CC LXXVIII.
Van den ingebot1 ende pandinge in den lande van Herpen
Ex certis litteris inferius insertis et datis etiam tempore dicti scabinatus patet,
quod opidum de Buscoducis plenum habet ius videlicet van ingebot ende pandinge infra patriam de Herpen; incipientibus vero dictis litteris: `Nos Iohannes,
Dei gracia'et comprehensis folio CCC XLIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXIXo : Nycolaus de Megen, Rutgerus de
LapideaVia.
Teser tyt setten die alde scepenen die nyewe scepenen altiit, zoe oec in dit naevolgende previlegie verleent is.2
Die carthe van der heiliger Drievoldicheit
fol. 82v
Ten tyde des scepenstoels voirs. soe heeft die voirs. dorde hertoge Ian, die men hyet
hertoge Ian van Coudenberge, deser stat verleent een carthe die men gemeyntlic
noempt die carthe van der heiliger Drievoldicheit, welke carthe in vele poincten
accordeert met eenre carthen bovengeruert ende / verleent by hertoge Iannen,
den iersten van dien name, in den iair M CC LXXXIII.
Die poirteren deser stat zyn tolvry in Brabant
In welke carthe die voirs. dorde hertoge Ian heeft verleent deser stat vryheit van allen tolle overall te water ende te lande;
Dat die poirteren hier ten recht horen
item dat die poirteren van Den Bosch sullen alleen staen ten vonnisse der scepenen
aldair;
Dat die poirteren verantwoirt sullen werden
item zoe wie van den omseteren ennigen poirteren onrecht dede aen zyn gueden dat
hy met recht ende sonder clage beseten hedde, die scouthet met allen van der stat sal
dair varen ende dat afdoen;
Hoe men gedagen zal
item dat die gedagen zullen gescien in presencien van twee poirters ende ten huyse
van dengenen die men dagen sal ende int dagen die somme noemen; ende oft die
gedaighde nyet voirt en queem, zal hy gelden den richter enen ban van drie scillingen;
1
2
Het ingebod: het rechtom iemand voorde rechterstoel te dagen, zie: Coopmans,`HetBossche
recht van ingebod', 42-63.
In margine nota.
62
1329-1330
Hoe men zweren zall
item dat diegeen die zynen stever int zweren van geldelycken saken nyet en volgt,
vervalt voir dierste; mar zwerende op erve vervalt hy ierst ter dorder reysen, indien
hy zynen stever nyet en volgt; ende van elck qualyc zweren vervalt hy in den peen van
twe scillingen, etc.;
fol. 83r
Van den iairgedingen
item dat in de voirs. stat gehouden zullen werden drie iairgedingen: dierste / des
maendaigs nae Dertiendach, dander smaendaigs nae Beloeken Paeschen, tdorde
smaendaigs nae der geboerten Sint-Ians Baptisten; ende in elck iairgedinge sal die
scouthet den scepenen teten geven ende hoir gruyt;
Die den anderen wondt, verbuert X pont
item die den anderen met scerpen wapenen oft getouwe wondt, die sal geven X pont
ofte hant verliesen, indien hy met wittigen oirconden bedragen wordt;
Die enen in zynen huyse dootsleet oft quetst
item die by hemselven oft andere yemanden bynnen zynen huyse aenveerden ende
hy en dootsleet, die dootsleger met allen zynen medeplichteren, werden zy bedragen met wittigen oirconden, zullen zyn in der moigentheit des heren; ende oft die
dootsleger yemanden bynnen zynen huyse alleen wondt, die sals wesen op X pont
ende elc van den medeplichteren op XLV scillingen, werden zy dairaf bedragen;
Oft yemand bynnen zynen huyse wordt overvallen ende den overvalder
dootsloech
item ende oft yemand bynnen zynre woninge worde aengeveert ende hem verwerende den overdadigen dootsloege, hy sal alleene van elcken doden den heer gelden
vier penningen; ende dairmede sal hem die heer bescermen ende tegens die mage
verzoenen;
Ius talionis
ende een yegelyc ondedige, werdt hy van zynen moerde met wittigen orconden bedragen, hoeft voir hoeft, oige voir oige ende gelyc litt voir gelyc lyt van zynen eygen
lichaem zall hy verliesen; /
fol. 83v
Die betuygt wordt van hoeftmesdaden geet int vonnis zyns lyfs ende onbetuygt mach hy zwerende hem onsculdigen
item dat diegeen die van hoefmisdaden bedragen wordt, als van diefte, van brande,
rove, vergi¡enisse oft andere dootlike dingen, ende dat met wittigen orconden, die
sal gaen int leste vonnes zyns lyfs; ende en wordt hy met wittigen orconden nyet
overtuygt, die mach hem met zynrer hant alleen zwerende dairaf ontsculdigen;
Die poirter genoch geguedt wesende en der¡ voir sheren broecken geen
bourgen stellen
item oft den richter in den gedingen yet rechs gevyele aen enen poirter, is hy geguedt
dat hy den broeck beteren mach, die mach ewech gaen sonder bourgen te stellen,
ende anders moet hy bourgen stellen;
63
1329-1330
Dat men der scepenen vonnissen wederspreken mach op XVII pont
item dat men scepenen vonnessen mach wederspreken op X pont te verboeren aen
den richter ende op1 aen elcken scepenen een pont;
Overtuygt van valscher maten verboert III pont
item die van valscher maten gevroecht ende met wittigen orconden bedragen wordt,
die sal verboeren III ponden;
Aengaet die verster¡enisse der gueden, etc.2
item in derselver carthen volgt dairnae ende is begrepen hoe die gueden versterven
van den ouderen, wat recht dat die ouderen dairinne behouden alst deen ster¡t ende
hoe die kynderen hoer huwelixgoet inbrengen moeten, etc.; /
fol. 84r
Die den richter zyn recht in den gedingen ontdreegt, verboert XV pont
item oft den richter in den gedinge yet rechz aen yemanden geviele die hem dat met
gewaut ondroege ende dairaf met wittigen orconden bedragen worde, die zal wesen
om XV ponden den richter;
Wat een man doer zyn wy¡ backende oft brouwende verliesen mach
item een poirter, hebbende een wy¡ die pleech te backen oft te brouwen, die mach by
hair verliesen een geback broets oft een gebrouwt byers; ende en pleech zy nyet te
backen oft te brouwen, zoe en sal hy mar IIII penwart scaden lyden;
Van den camp te heysschen
item dat men enen poirter van Den Bosch nyet te camp en sal moigen heyschen;
Aengaet van yemanden te verdeylen
wordt yemandt berucht van dootslage ende daira¡ wordt geroepen voirt gericht
ende hy geleyde soect ende nyet crigen en can, dien en mach men nyet verwysen oft
verdeylen;
Van enen poirter te overtuygen
item dat een man van buyten nyet en zall moigen tuygen tegen eenen poirter;
Van der scepenen raide
item dat ter scepenen raide nyemand en sal comen ongeroepen;
fol. 84v
Van der scepenen vonnes
item tvonnesse eens scepens van Den Bosch, met raide zynre medescepenen gemaect ende / gestadicht, en sal nyemand moigen wederseggen noch onstadich maken;
Van den dienst der poirteren
item dat een poirter van Den Bosch nyet sculdich en is yemanden te dienen, mar
wairt dat hii metten scouthet voere buyten die paelsteden, zoe zal hy by zonnenschyn weder moigen keeren; mar vore hy tot gemeynen hervarde, dan zal hy doen
gelyc andere van den anderen steden;
1
2
Aldus hs.
In margine nota.
64
1329-1330
Van vercrachte
item oft een vrouwe vercrachticht worde, die overdadige zal zyn te pynigen metten
vonnes zyns lyfs, worde hy overtuygt; ende oft die vrouwe aen der proe¡enisse gebreke, zoe zoude zy tselver vonnes lyden;
Van gecoften erven iair ende dach beseeten
item zoe wie yemans erve coept oft onder getugenisse der scepenen sonder bestoren
iair ende dach oft langer besit, die besitter en sal nyeman nae dien tyde, al worde hy
oec geaentaelt, dairaf sculdich zyn tantwordene van zulken goede oft van zulken
erve des die vercoeper machtich is te vercoepen;
Van dengeenen die beset werden
item die in deser stat beset worde voir twee poirters ende daerenboven ewech vairt,
die eest op XLV scillingen;
Die scepenen zyn chynsvrii
item dat die scepenen, wesende scepenen, thynsvrii ziin; /
fol. 85r
Een poirter is vrii
item een poirter van Den Bosch en sal nyemans eygen wesen, mar sal nae der stat
recht vryheit gebruycken;
Van den dienste der poirteren
item als andere poirters dyenen van den andere steden van Brabant, zoe sullen oic
doen die poirters deser stat;
Van den vonnes te Loeuen te halen
item dat die scepenen hoir vonnesse alleen tot Loeuen zullen dorven halen;
Van den getuych tegen enen poirter
item dat diegeen die onwittich zyn, nyet en moigen tuygen tegen enen poirter;
Dat die aude scepenen die nyewe setten moigen1
item dat alst gheboert dat men die scepenen versetten zall, dat dan die aude scepenen, dats die dan scepenen zyn, kyesen zullen die nyewe scepenen;
Dat die scouthet den poirteren recht doen sal
item ende dat die scouthet den poirteren recht ende vonnesse doen sal nae vonnes
der scepenen ende anders nyet et etc. ut inibi;
Dat die scouthet bourgen nemen sal in recht te verbeiden, uuytgesceiden
dat den lyve aengaet
item dat die scouthet van enen yegelycken die broecachtich is ende zynen broec verborgen mach, bourge nemen sal vonnes ende recht te verbeyden, uuytgenomen dat
aent lyf gaet;
1
In margine nota.
65
1330-1331
Dat die scepenen hoer vonnesse nyet verseggen en zullen
item dat die scepenen die vonnesse ende getugenisse die zy eens gewyst ende gedaen
hebben, om nyemans wille en zullen anderwerf seggen oft verclaren, mar die partyen diese aengaen die zullen zy horen, verstaen ende wel houden oft zy willen; /
fol. 85v
Van clachten van dootslagen
item wairt dat clachten gedaen worden van dootslaige ende dairinne yemand die onsculdich weer beroepen worde, dat dan die cleger gelden sal ter beteringe XX ponden ende die beclaigt is X pont;
item die in dootslaige wordt geleegt ende hem dairaf die wairheit ontdreegt, die sal
quyt wesen ende dairvoir nyet dorven zweren, ende die cleger sal gelden den peen
van XXX ponden;
Wat hy geeft die poirter wordt
item diegeen die poirter wordt sal geven vy¡ ponden, hal¡ den heer ende half deser
stat;
item der kercken Sint-Ians enen grotenTornoysen, den richter twee groet ende den
vorster enen Engelschen;
fol. 86r
Het loen van ingebieden
item die van scout ingeboden wordt, dairaf sal hebben die scouthet enen grotenTornoysen, ende van der mylen voirt ende weder sal men gelden X penningen, die sal
diegeen hebben die de poirt huedt ende dairaf sal hy den bode loonen dien hy seyndt
om dengenen die men ingebieden sal; ende versit hy dan dingebot, soe sal die scouthet dien doen panden over X scillingen ende dairaf sal hy loonen dengenen diet
uuytpandt; welke carthe is begrepen folio XLI. /
Dese hebben die voirs. carthe helpen bezegelen: heer Ott van Kuyck ende van
Heuerle, heer Rogier van Leefdale, borchgreve van Bruessele,Willem, heer van
Cranendonck, heer Ian van Rasenhouen, heer van Lees, heer Roelof Pipenpoye,
heer van Blaesvelt, heer Gielis van Quaderibbe, drossaet van Brabant, heer Arnout, proest vanWassenberch, ende Herman van Os.
Van den lakenen opt gewanthuys uuyt te snyden
Oeck ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoich Ian deser stat verleent dat men egeenrehant wullen lakenen uuytsnyden en mach te vercopen dan opt gewanthuys, ten weer dattet naemaels te cleyne worde; prout in
cartha comprehensa folio XLVII.
Die destructie vanValkenborch
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel, mitsdien heer Reynout vanValkenborch
aengespannen was metten voirs. coninc Ian van Behem, soe toech die voirs. dorde
hertoich Ian voir Valkenborch, dat hii in den gront omwerpe. /
fol. 86v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXo : Iohannes Aykens,Wolterus de Bladel,Wellinus de Neynsel, Aelbertus Lose.
66
1332-1333
Van der Osser sluysen die heer Ian van Megen geloeft heeft te onderhouden; prout
litteris wesende van den daet M CCC XXXI, sabbato post Magdalene, begrepen
opten bladeVIC LI.1
fol. 87r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXIo : Daniel de Aggere, Elyas Pannicida,
Gerardus de Neynsel, Geerlacus de Zonne, Iohannes Lysscop, Bartholdus Stempels, Nycolaus de Ouden.
Omtrent deser tyt Philips vanValoys, coninc vanVrancryc, wairt des voirs. dorde
hertoige Ians vyant, omme des wil dat hii in zyn lant sustineerden greve Robbrechten van Artoys, zynen neve, die des voirs. coninx viant was. Ende naedien
die voirs. coninc Ian van Behem verstaen hadde dat coninc Philips vanVrancryck
voirs. vyant was des voirs. dorde hertoich Ians, soe trac hy totten selven coninc van
Vrancryc om hem tonderwysen hoe men den voirs. hertoge hynderen muchte.
Die voirs. /coninc vanVrancryc, dairtoe geneygt zynde, ga¡ hii den voirs. coninc
van Behem groet gelt om soudenyers te crigen.
Ende dbeginsel van zynen2 oirloge tegens die XVI lantsheren
Die coninc van Behem voirs., tvoirs. gelt ontfangen hebbende, socht alomme hulpe tegens den voirs. dorden hertoge Ian, die men noemden van Coudenberge,
ende creech tot hemwarts sestien lantsheren, by namen: die conincstabel van
Vrancryc, deertsbisscop van Coelen, deertsbisscop van Trier, die bisscop van Ludick, die greve van Gelre, die greve van Guylic, die greve van Baren, die greve van
Namen, die greve van Katzenelboge, die prince van der Marck, die heer vanValkenborch, die heer van Heynsberch, die heer van Beamont, die heer van Monyoen.3 Dese heeren zwoeren allen metten voirs. coninc van Behem tegen den
voirs. dorden hertoich Iannen ende worden zyn vyanden ende ontseeghden hem
ly¡ ende goet. Nochtans en had hy nyemanden van den heren leet gedaen. Ende
vele van hen waren zyn maigen ende sommige zyn vassallen ende leenmannen.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXIIo : Iohannes Aykens,Wolterus de Bladel, Wolterus de Oirle, Aelbertus Losen, Wellinus de Neynsel, Bartholdus de
Huesden.
Die vergaderinge der sestien lantsheren tegens hertoge Iannen
fol. 87v
Dese voirs. sestien lantsheren vergaderden sich tot Bruwilder by Coelen in een
abdye dair zy raet hyelden. dWelc vernemende hertoich Ian voirs. reet / omtrent
deser tyt derwarts ende quam heymelic ende onbekent in hoeren raet ende daerse
raet hyelden.
1
2
3
Gehele paragraaf door de tweede scriptor toegevoegd.
Namelijk Jan III.
Door Peter van Os worden maar veertien personen genoemd.Voor de problematiek ten aanzien van deze alliantie, zie: Avonds, Brabant tijdens de regering van hertog Jan III (13121356). De grote politieke krisissen, 78 e.v.
67
1332-1333
Hoe hertoich Ian voir al die heren o¡erden
Ende als hy hoeren raet verstaen hadde ende als die heren misse horden ende die
coninc van Behem ende die eertsbisscop van Coelen deen voir den anderen nyet
o¡eren en woude, trat hertoich Ian voirs. onbekent totten altair voir hen allen ende
o¡erden enen gulden penninc, des die heren hen verwonderden wye dat zyn
mochte. Ende geo¡ert hebbende ginck hy terstont uuyter kercken opt kercho¡
ende ga¡ den armen dair liggende oic enen gulden penninc ende aldaer op zyn
pert scryende seyden hy tot enen heralt die dair stont aldus: `Vrient, eest dat U
yemand vraeght wie die man is die dair ierst o¡erden, soe segt dattet Ian van Coudenberge is ende dat hii hoers raets getroest is ende hy ontbiedt hen velt ende
strydt wair zys begeren'. Ende zoe reet die hertoich haestelic ewech. dWelc die heren vernemende zyn hem gevolgt met gewapenden. Mar het was tevergeefs, want
zyn pert was averrechs beslagen ende hy reet tot Lymborch in zyn stat dair hy vrii
was. /
fol. 88r
Hoe die voirs. XVII lantsheren tegen een laigen
Die voirs. sestien heren togen tsamen dairnae uuyter voirs. abdyen tot Sint-Truyden omme dlant van Brabant vandair te beloepen. Die voirs. dorde hertoge Ian
beleeghden dairtegen met volke die stat van Leeuwen. Ende hy ginc liggen met
zynen Brabanders tot Helisem, dair tot hem quam die greve van Hollant op een
osbair om metten hertoich te spreken ende te besuecken oft hy vreede conste gemaken. Ende als hy des hertoigen meyninge wist, track hy tot Sint-Truyden by de
voirs. heren omme tselve te proeven. Ende mitsdien die heren voirs. dairnae nyet
en wouden hoeren, soe ontboot die greve voirs. dat den voirs. hertoich Iannen
ende dat hy zyn beste dede.
Hoe hertoich Ian tegen die XVI lantsheren begerden te stryden
fol. 88v
Ende want die voirs. hertoge Ian nyet gesint en was te borren oft te roven in zynrer
vyanden lant opte arme luyde als int land van Ludic, Loen, etc., dwelc nochtans
die heren voirs. deden op zyn onderseten, soe ontboot hertoich Ian voirs. den
voirs. heren datse nyet en dorsten roeven oft branden. Hy woude hun opte palen
van zynen lande strydt leveren ende hy setten hen enen sekeren corten dach oft
eer; wouden zii dat, hy begerden te weten.Van welker bootscappen die voirs. heren
zyn vyanden waren bevreest alsoe dat nyemand van hen allen te stryde comen /
dorste, hoewael zy dairtoe van den voirs. coninc vanVrancryck, Philips vanValois,
gelt hadden ontfangen. Nae denwelcken ende als hertoich Ian voirs. sach dat zyn
vyanden voirs. nyet stryden en dorsten, stelden hy hem met zynen heir op te trecken tegens zyn vyanden ende die te bevechten.
Hoe tusschen die XVII lantsheren dbestant wairt gemaect
In welcken optrecken als in der nacht quam weder tot hem die greve van Hollant
voirs. ende bracht tot enen bestant van sess weken tusschen den voirs. hertoge Iannen ende die XVI lantsheren. Nae welken gemaecten bestant als den XIIen dach in
68
1332-1333
meye int voirs. iair M CCC XXXII toegen op die voirs. hertoge Ian ende die XVI
lantsheren.
Hoe coninc Philips vanValois ontboot hertoich Iannen voirs.
Terstont dairnae als coninc Philips van Valoys voirs. vernam dattet bestant gemaect was tusschen die heren voirs. ende sach dat zyn gelt verloren was ende dat
zyn soudenyers hem seer qualic gedient ende gequeten hedden, soe wairt die
voirs. coninc Philips toernich ende veranderden zyn propoest ende keerden zyn
herte totten voirs. dorden hertoge Ian ende seynden hem den eertsbisscop van
Sens ende den bisscop vanTerwane, hem biddende dat hy by hem inVrancryc comen wilde. /
fol. 89r
Hoe die coninc vanVrancryc ont¢nc hertoich Iannen
Hertoige Ian voirs. maecten hem gereet ende toech totten voirs. coninc met schoenen staet. Ende die coninc ont¢nc hem met grooter eeren tot Compiendien. Zoe
oeck deden die coninc van Nauerre ende die greve van Stampes, die hem ten dorden leeden bestonden. Die coninc voirs. ende hertoge Ian die Dorde voirs. hadden
aldair tsamen vele conversacie.
Hoe die coninc zyn dochter ga¡ den zoen hertoich Ians.
fol. 89v
Ten eynde ga¡ die voirs. coninc van Vrancryc zyn dochter den iersten zoen des
voirs. hertoge Ians, genoempt Ian, met vele goets. Ende alsoe als den huwelic
was gesloten soe track die voirs. hertoghe Ian wederomme in Brabant. Ende in
Brabant weder wesende, soe sant die voirs. dorde hertoge Ian den voirs. Iannen,
zynen iongen zoen, eerlic in Vrancryc tot zynre bruyt, alsoe vorwairt was. Mar
nyet lange dairnae ster¡ die coninclycke maigt. Ende die coninclike maigt gestorven zynde, soe sandt die voirs. coninc eerlic wederomme den voirs. iongen Ian tot
zynen vader voirs. / Die voirs. dorde hertoich Ian hadde drie zoenen ende drie
dochteren, bii hem verwect by de voirs. edel vrouwe Marie, zynre geselinnen,
dochter des voirs. greve Lodewiics van Eureux, zoen des dorden conincx Philips
vanVrancryc, te wetene: Ian voirs., die zoe nu voirs. is, hadde die dochter des voirs.
coninc Philips vanValois, welcke Ian oic ster¡ sonder oir; Henrick, die wairt hertoich van Lymborch ende heer van Mechelen; hy nam te wive die dochter van hertoge Ian van Normandien, die des voirs. coninc Philips outste zoen was; mar zy en
was mer VI iaren oudt ende hii ster¡ oic sonder oir; Godeuart, die had te wive die
dochter des hertogen van Bouboin ende hy ster¡ oic sonder oir; Iohanna, die men
hyet die schoen Iohanna, hair yerste man was die vierde greve Willem van Henegouwe ende van Hollant, die van den Vriesen wairt verslagen; ende als die voirs.
greve Willem doot was, soe gafse hertoich Ian voirs. te huwelic Wencelyn van Behem, hertoige van Lutsenborch, greve van Cini ende voegt van Elsaten, des voirs.
Wencelyns vader was die voirs. coninc Ian van Behem, zoen des voirs. keyser Henrix, ende keyser Kaerle dieVierde was brueder des voirs.Wencelyns; Margriet, die
trouwden greve Lodewyc van Vlaenderen; Maria, die trouwden greve Reynout
van Ghelre den iongen, die dierste hertoich was van Gelre. /
69
1332-1333
fol. 90r
Alle dese huwelicken mosten toegaen by dispensacien, wantse gemaigen waren.
Ende die goede coninc Ian van Vrancryc hadde des voirs.Wencelyns suster, dairaen hy wan vier zoenen, bii namen: coninc Kaerle vanVrancryc, die men hyet die
Wyse; Lodewyc, die was hertoich van Angouwen ende van hem zyn comen die
coningen van Cecilien; Ian, die was hertoich van Berrii ende van Aluerne;
Philips, geheiten le Herdi, dats coen, hy was sonder lant, hii was seer wys, duegdelic ende vreedsam. Ende coninc Kaerle voirs., die men hyet dieWyse, zyn brueder, ga¡ hem naederhant dat hertoichdom van Bourgoindien, dat der croonen van
Vrancryc was aengestorven, want die hertoich van Bourgoindien was gestorven
sonder manlic oir. /
fol. 90v
Doirspronck des oirloigs der XV lantsheren tegen hertoge Iannen
om der stat van Mechelen wille1
fol. 91r
In den voirs. iair M CCC XXXII noch zoe eest geboert als greve Lodewyc van
Vlaenderen om hondertduysent realen gecoft hadde die helfte van Mechelen van
den bisscop van Ludick, die des geen macht en hadde langer te vercopen dan zyn
leven geduerende, ende die van Mechelen den greve voirs. nyet en wouden ontfangen, soe nam die greve voirs. dien van Mechelen hoir gueden diese hadden in
Vlaenderen; ende oick noch corts dairnae in denselven iair noch vercregen hadde
die ander helfte van Mechelen voirs. tegen greve Reynout van Gelre als mombaer
van zynre outster dochter, dairaf wylen heer Florys Barthout oudervader was,
want hair moeder, wyf greve Reynouts voirs., was desselfs heer Florys dochter,
soe sandt greve Lodewyc van Vlaenderen voirs. tot Mechelen omme ontfangen
te werdene. Die van Mechelen weygerden den greve voirs. tontfangene, wairomme
hy den poirteren allen hynder aen hoer gueden dede die hy conste. Die voirs. van
Mechelen sochten troest aen den voirs. dorden hertoich Iannen. Hertoge Ian
voirs., aenmerckende dat / mitsdien hy een overheer was van der helfte van Mechelen die greve Reynout vercoft had, ende dat tvercoepen buyten zynen consent
gesciet weer, zoe weer die helfte verbuert. Ende dander helft gecoft tegen den
voirs. bisscop, genoempt heer Adolph van der Marck, dachte hy te lossen mits
dairtoe nyemand naerder en weer, want die helft van Brabant gecomen weer ende
bynnen den palen van Brabant gelegen, soe zyn hertoge Ian voirs. ende die van
Mechelen overcomen tsamen hoir recht te houden tegens allen wyese weren.
Ende als greve Lodewyc voirs. vernam dat hertoge Ian dien van Mechelen bystant
doen zoude, zoe verwecten hy tegen denselven hertoich Iannen ende creech te
hulpen XV lantsheren, by namen: den greve van Henegouwe, van Hollant ende
Zelant ende dander bovengenoempt, uuytgenomen die conincstable van Vrancryc ende greve Eduwairt van Baren.
Die vergaderinge der XV lantsheren tegens hertoge Iannen
Dese voirs. XV lantsheren vergaderden tsamen tot Valenciin ende zwoeren Brabant te hynderen ende geloefden malcanderen dat deen sonder dander genen pays
maken en soude. Ende wantse nyet te stryde en dachten te comen, zoe overdroe1
In margine nota.
70
1334-1335
fol. 91v
gense dat een yegelyc van hen uuyt zynen quartieren op Brabant branden ende
roeven soude, opdat hertoige Ian tot allen plaetsen dat nyet /en soude cunnen gekeeren, ende ontseeghden die voirs. lantsheren den voirs. hertoich Iannen, wesende ter Vueren in zyn sale.
Hoe die heren Brabant bestieten
Ende dairnae gingen die voirs. lantsheren Brabant bestoten in allen hoecken. Die
bisscop van Ludick beleeghden die stat van Landen, die hy wanne. Die greve van
Gelre beleeghden die stat van Tyel, die hy wan mits der twedracheyt die dairinne
was. Die greve van Baren voirs. quam den voirs. hertoich te hulpen metten greve
van Psalmen ende deden hem alle bystant datse consten.
Uuytspraeck tusschen hertoich Iannen ende die XV lantsheren
Dairnae soe nam coninc Philips van Valoys voirs. tvoirs. oirloigh op ende dede
een uuytspraecke tusschen den voirs. hertoich Iannen ende die voirs. XV lantsheren aldus te wetene, dat die voirs. Ian, zoen des voirs. dorden hertoich Ians, zoude
hebben te wive des greven dochter van Henegouwe ende van Hollant ende dat die
voirs. Henrick, des voirs. hertoge Ians soen, zoude hebben die dochter van Normandien. /
fol. 92r
HoeTyel van Brabant is gesceyden
Ende dat die iongreve Reynout van Gelre zoude hebben hertoige Ians dochter
ende die greve zoude behouden die stat van Tyel. Ende hertoich Ian zoude dairtegens hebben ander goet gelegen aent lant van Huesden. Ende voirts seeghden die
voirs. coninc vanValoys dat die coninc van Behem zoude hebben een somme gelts
ende die bisscop van Ludic oick. Ende als van der stat van Mechelen, daira¡ en
woude die voirs. coninc Philips van Valoys zyn seggen nyet doen, hy en weer vorder informeert ende alsoe hyelt hy Mechelen in zynen handen.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXIIIo : Daniel de Aggere, Elyas Pannicida, Nycolaus de Ouden, Gerardus de Neynsel, Bartholdus Stempels, Gerlacus de
Zonne, Iohannes Lysscap.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXIIIIto : Gerardus de Neynsel, Iacobus
Groy.
Hoe Mechelen enen tyt wairt gehouden van den hertoich van Brabant
ende den greve vanVlaenderen
fol. 92v
Daernae ende omtrent deser tyt zoe overquamen underlinge die voirs. hertoich
Ian ende greve Lodewiick / van Vlaenderen alsdat zy ende hore beyder oir ende
erfgenamen die voirs. stat van Mechelen hal¡ ende hal¡ houden zouden, onder
vorwarde dat hertoich Ian voirs. ende zyn erfgenamen teeuwigen daigen hoir helfte te leen houden zouden van den greve vanVlaenderen, ende die greve vanVlaenderen ende zyn erfgenamen souden hoir helft te leene houden van den hertoich
van Brabant. Ende van hore beyder wegen zouden daer gestelt worden een scou71
1335-1336
thet ende een rentmeester, te wetene dat deen zoude setten den scouthet ende dander den rentmeester.
Den coep van der helft van Mechelen
Ende als hertoige Ian ende greve Lodewyc aldus Mechelen een wyle tyts hadden
gehouden, soe cochte hertoich Ian voirs. den voirs. greve zyn helfte a¡ voir
LXXXVM endeVC gouden realen.
fol. 93
r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXVto : Daniel de Aggere, Nycolaus de
Ouden, / Gerardus de Neynsel, ArnoldusYsboutz, Iacobus Groy, Bartholomeus
Diddericx, Goeswinus Steenwech.
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe ster¡ die voirs. edel vrouwe Maria, wy¡ des
voirs. dorden hertoich Ians ende dochter van greve Lodewyc van Eureux, zoen
des dorden coninx Philips van Vrancryc, ende wairt begraven tot Bruessel ter
mynderbruederen.
Dat dese stat hoir gemeynt mocht vercopen
Tempore dicti scabinatus supradictus Iohannes, tercius illius nominis, dux Lotharingie, Brabantie, dedit opido de Buscoducis potestatem vendendam suam
communitatem circa dictum opidum iacentem; ut in quadam cartha incipiente:
`Nos Iohannes, Dei gracia', etc. et comprehensa folio XLVIII.
Dat nyemand en mach laken maken dan bynnen deser stat ende hare
vryheit
Oeck ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoich Ian verleent deser stat dat nyemand die woenechtich is bynnen den scouthetampt deser
stat, lakenen maken en mach, noch doen maken, noch getouwe noch comme setten, tenzy alleen bynnen der voirs. stat, uuytgesceyden in de dorpen ende vryheiden dair andere heren in deylen met hem et etc.; ut inibi et folio XLVIII.
Dat dese stat hoir koeren mach hoigen, legen, etc.
Item ende dat dese stat by consente des scouthets hoir kueren ende bruecken hoigen, legen ende verwandelen mach, etc.; prout in litteris comprehensis folio
XLVIII. /
fol. 93v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXVIto : Iacobus de Zulikem, Henricus de
Arkel, Henricus de Aggere, Henricus deVden, Iohannes de Hees, Matheus Gegel,
Godefridus Sceyuel.
Aengaet den commer te stoppen
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoge Ian deser stat
verleent datse zoe vele maken, opsetten ende ordineren mach dairmede datse haren commer mach afdoen, etc.; ut inibi et incipit cartha: `Wy, Ian, by der gracien
Onss Heren', etc. ende is begrepen opten blade XLIX.
72
1336-1337
Dat die scepenen tot Bamisse afgaen zullen ende dat naeste iaer gesworen wesen1
Ende oick ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoge Ian
om deswille dat dese stat hem geconsenteert heeft emmermeer te moigen setten
seven scepenen ende seven gezworen derselver stadt wedergegeven alsdat die seven scepenen alle iair afgaen zullen tot elcken Sinte-Remeysmisse ende dat die
dat naeste iair gesworen wesen zullen;
fol. 94r
Dat die scepenen beyden moeten drie iaer eerse were scepenen werden2
item ende dat zoe wye scepenen is, dat hy geen scepenen werden en mach voirdat
drie iaren / leden zullen zyn naedien hy zyns scependoms afgegaen is;
Den ouder van den scepenen
item dat nyemand scepenen en sal werden, hy en zy geguet in Brabant ende twe iaren
poirter geweest ende oudt XXV iaren;
Dat ongeroepen van den scepenen nyemand tot horen rade en sal gaen
item dat nyemand ter scepenen rade en sal gaen, hy en zy van hen dairtoe geroepen;
Van den vonnissen te dragen ende ten hoofde te trecken
item dat die scepenen geen vonnissen langer onderhouden en zullen dan drie genechten ofte hoir hoot bevaen; ende zoe wanneer die partyen seker gedaen hebben
van den cost, zoe moeten zy hoir vonnesse halen tot horen hoode ende dat uuyten te
naesten genechten ende wair zy des nyet en doen, dat zy hoir scependom verloren
zullen hebben en daden kentliken nootsaken sonder argelist;
Den sallaris van dachvaerden ende hooftvonnisse te halen
item van ter dachvaerden te ryden sal elck scepen hebben sdaigs XV oude groten
ende nyet meer en zullen die scepenen hebben alse ten hoode om vonnesse ryden;
By wyen den commer gemaect mach werden
item dat die scepenen op dese stat egenen commer en moigen maken tenzy by raide
der gesworen, dekenen ende een deel der goeder knapen deser stat;
Die scouthet moet zweren recht te doen
item dat wie scouthet zyn sal, dat hy zweren sal elcken recht te doen; /
fol. 94v
Aengaet den bursdragers ende hoir loen
item ende dat in deser stat zullen wesen twee burzedragers, die ontfangen ende uuytgeven zullen ende geloent werden by den raide derselver stat, etc.;
Aengaet deser stat gemeynten
item ende dat dese stat hore gemeynten mach gebruycken sonder mesdoen;
Aengaet den commer te vynden
item ende dat dese stat altyt macht heeft haren commer te vynden, etc; prout in cartha beginnende: `Wy, Ian, by der gracien', etc. ende is begrepen opte blade L.
1
2
In margine nota hic.
In margine adhuc nota.
73
1337-1338
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXVIIo : Arnoldus Aykens, Yewanus de
Grauia, Gerardus Voss, Henricus Stierken, Nycolaus de Berkel, Henricus van
den Lair, Godescalcus Roesmont.
Aengaet den lombarden, etc.
fol. 95r
Ten tyde des voirs. scepenstoels soe heeft die voirs. dorde hertoge Ian con¢rmeert
die lombarden, etc. ende geloeft die scepenen deser stat scadeloos te houden, indien hen commer quame uuyt saken van wysen over der lombarden scepenenbrieven, etc.; ende dat diegeen die den lombar- / den scout willen bekennen, den
scepenen tot horen vragen moeten berichten uuyt wat saken dattet coempt, etc.;
ende begint: `Ian, by der gracien', etc. ende is begrepen opten blade LI.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXVIIIo : Ghysbertus de Vlochouen, Nycolaus Scilder,Theodericus Buxken, Godescalcus de Bladel.
Hoe coninc Eduwairt van Engelant quam tAntwerpen, etc.
Ten tyden van den voirs. scepenstoel quam coninc Eduwairt van Engelant, die
dorde van dien name, tot Antwerpen met zynre coninginnen ende zynen kynderen met CCCC hootschepen om te trecken inVrancryc opten voirs. coninc Philips
vanValoys voirs. denVyften omme te crigen dlant van Normandien. Ende by middele van greve Reynout van Gelre ende van den greve van Guylic creech coninc
Eduwart aliancie ende verbont met keyser Lodewyc van Beyeren overmits gelt
dat hy hem gaf.
fol. 95
v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XXXIXo : Thomas Meleman, Iohannes Iacopzs., / Godefridus uuyter Cameren,Theodericus Buxken.
Hoe coninc Eduwairt toech totten keyser
Ende als coninc Lodewyc1 omtrent een iair verbeydt had nae hulpe van den keyser die nyet en quam noch en sant, want coninc Philips voirs. hem afgecoft hadde
ende meer gelts gegeven, zoe men seeghden, soedat coninc Eduwart selver track
totten voirs. keyser te Couelens ende dair wesende ga¡ die keyser hem dwywater
van den hove ende maecten hem scalcklyc vicarys van den keyserryc.
fol. 96r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLo : Iacobus de Zulikem, Henricus de Arkel, Henricus de Aggere, Godefridus Sceyuel, Henricus de Vden, Iohannes de
Hees, Matheus Gegel.
Coninc Eduwart voirs. quam weder van den keyser ende sat te recht tot Eeke2
ende tot Mechelen als vicarys des keysers. Dairnae ginc hy totten voirs. hertoich
Iannen, die zynder moyen zoen was, ende versocht hem van skeysers wegen dat hy
hem / bystonde tegens den voirs. coninc Philips, die den keyser te nae getreden
hedde, indien dat hy die stat van Cameric ingenomen hadde, die onder den keyser
stont. Hertoge Ian voirs. beriet hem ende vernomen hebbende dat die Fransoysen
1
2
Aldus hs., bedoeld wordt Eduwairt.
Aldus hs., lees mogelijk Erke.
74
1344-1345
Cameric ingenomen hadden, wairt hy, gehoirsam wesende den bevelen des keyser, viant des voirs. conincx Philips vanValoys. Ende alsoe toegen die voirs. coninc
Eduwairt, hertoge Ian, die greve van Gelre, die mercgreve van Guylic, die mercgreve van Brandenborch ende meer heeren naeVrancryc. Nyettemin hertoge Ian
voirs. nam tot diere tyt doirloge op ende bracht tot enen bestande.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLIo : Arnoldus Aykens,Yewanus de Grauia,
Henricus Stierken, Nycolaus de Berkel, Henricus van den Lair, Godescalcus
Roesmont, Arnoldus de Globo.
Ten tyde van desen scepenstoel dede die voirs. dorde hertoich Ian bedycken Lillo,
dat wel LIII iaren toegevloyt ende verdroncken had geweest. /
fol. 96v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLIIo : Theodericus Bucxken, Godescalcus
de Bladel.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLIIIo : Thomas Meleman, Ghysbertus de
Vlochouen, Iohannes Basyn, Ludouicus Aelberti de Bussel, Rodolphus de Zulikem.
Ten tyde van desen scepenstoel soe heeft paeus Clement die VIte, uuyt Vrancryc
geboren, verandert dat Gulden Iair van Iubileen te Romen, dwelck paeus Bonifacius de Achste dair tevorens geordineert had te zyne alle hondert iaren. Mar Clement paeus veranderden dat te zyne alle vyftich iaren.
fol. 97
r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLIIIIo : Bartholdus Diddericx, Iohannes de
Hellu, /Arnoldus deWaderle, Arnoldus Berwout, Godefridus Sceyuel, Iohannes
de Hees, Matheus Gegel.
Hier waert den heer weder gegunnen die scepenen te setten ende des gunden weder die heer dat die scepenen die afgaen gesworen zullen wesen, etc.
Aengaet den gesworen
Ten tyde des voirs. scepenstoels soe heeft die voirs. dorde hertoich Ian deser stat in
eenre carthen verleent dat die scepenen die afgaen dat naeste iair gezworen zullen
blyven ende dat die gesworen sculdich zullen wesen ten raide te comen;
Aengaet vercopinge van LX margen gemeynten
dat oick dese stat vercopen mochte van hore gemeynten tsestich margen lantz, etc.;
welke carthe begint: `Ian, by gracien ons Heren', etc. ende is begrepen opten blade
LII.
Teser tiit leefden heer Willem van den Bosch, ridder.
Dat die scoubrief mar een iaer en duren
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoige Ian
noch in eenre andere carthen onder meer woerden gegeven ende geconsenteert
dat men met scoubrieve mane bynnen iaers nae den dach der gulden. Ende helt
mense daer en teynden, dat zy dan doot zyn, tenweer datse voir scepenen vernuwt
worden; welke carthe begint:`Ian, by der gracien ons Heren', etc. ende is begrepen
opten blade LIII.
75
1345-1346
fol. 97
v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLVo : Wolterus de Oirle, Arnoldus Ysbout,
Goeswinus Steenwech, / Henricus de Aerle, Henricus de Aggere, Arnoldus Aykens, Nycolaus de Berkel.
Hoe dierste man van vrouwe Ianna doot blee¡
Ten tyde van desen scepenstoel zoe wairt greve Willem van Henegouwe ende van
Hollant dieVierde voirs., die de voirs. vrouwe Iohanna, zoe boven verclairt staet,
getroudt hadde, met zynen edelen van denVriezen verslaigen.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLVIo : Godescalcus de Bladel, Iacobus
Coptyt, Ghysbertus de Spina, Rutgerus de Ouden, Andreas Valant, Geerlacus
Roeuer.
Van den heemael int Eygen
Tempore iamdicti scabinatus supradictus Iohannes tercius concessit secundam
cartham di¤nitorie dicte des heemaels int Eygen, de quaquidem cartha superius
facta est mentio et que cartha incipit:1 `Ian, by der gracien', etc. et comprehenditur
ad signum tale (½15) ac folio XXVIII.
Hoe coninc Eduwairt weder inVrancryc quam
fol. 98r
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe quam die voirs. coninc Eduwairt wederomme uuyt Engelant in Normandien met groeter machte ende wan die stat van
Cane.Vandaer / toech hy over die Seyne tot by Parys, rovende ende brandende,
ende vandair toech hy over die Ooze ende voirts over die Somme ende alsoe quam
hy int lant van Pontye.
Van den strydt des conincx van Engelant tegen den coninc van
Vrancryc
Ende dair wesende quam die voirs. coninc Philips tegens hem te strydt. In welken
strydt ende ter plaetsen geheiten Cressy doot bleven well XXXM mannen, onder
die welke doot bleven die coninc van Behem, die greve van Alenson, coninx Philips brueder, die hertoge van Loreynen, greve Lodewyc vanVlaenderen, die greve
van Bloys, van Haurcoirt, allen wesende van der zyden des voirs. coninx Philips.
Den tyt dat Caleys onder Engelant quam
Vandair track coninc Eduwairt voirs. voir Caleys, dat doen onder Vrancryc was,
omtrent Sint-Gielisdach. Ende hy laich ervoir omtrent een iair ende hy creech Caleys.
1
Vertaling: ten tijde van genoemd schepenjaar gaf bovengenoemde Jan IIIde tweede akte van
het rechtsdistrict van der Eigen, van welke akte boven melding gemaakt is en welke akte begint met:
76
1348-1349
Aengaet den hertoich van Gelre
Coninc Eduwairt voirs., liggende voir Caleys, hadde by hem den voirs. iongen Reynout die doen worden was hertoich van Gelre, ende dwanck denselven, wesende
zynre suster zoen, te trouwen die dochter des mercgreven van Guylic, denwelcken
zyn vader bevolen hadde te trouwen die dochter des voirs. dorde hertoige Ians. Mar
wat hy seeghden, ten mochte hem nyet baten. Nyettemin wachten die voirs. ionge
hertoich hem dat hy des voirs. mercgreven dochter nyet en bekenden, ende onreet
den coninc ende quam met zynen brueder die noch ionger was, totten voirs. dorden hertoich Ian tAntwerpen, diese myntlic ont¢nc ende onderhyeltsche. /
fol. 98v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLVIIo : Bartholdus de Huesden,Theodericus Bucxken,Thomas Meleman.
Aengaet den strydt der Ludickers
Ten tyde van desen scepenstoel op Sinte-Marie-Magdalenenavont waren die Ludickers in groeter macht, wel XXM, vergadert ende hadden horen bisscop veriaegt. Sii toegen voir Arkenteel, datse in den gront omworpen. Sy wouden voirts
tgeheel lant dwingen. Hoir hooftman was een mollener. Die voirs. dorde hertoich
Ian quam tegens hen ten strydt met Henricken, zynen zoen, met hertoich Reynout van Gelre ende metten greve van Loen ende versloech er XVM voir Maleyne
inWals-Brabant ende dander ontvloyen. Hy werp Maleyue, dat toebehoirden der
kercken van Ludick ende Brabant scedelic was, in den gront omme. Hertoich1
Henric voirs. hadde hem dair zeer vromelic ende corts dairnae ster¡ hy ende
bracht den bisscop weder int lant.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLVIIIo. /
Aureum previlegium2
fol. 99r
Tempore iamdicti scabinatus Karolus quartus, Romanorum rex et Bohemie rex,
concessit supradicto Iohanni tercio ob sue probitatis merita et sue circumspecte
¢dei puritatem quibus ipse unacum suis progenitoribus sacrum Romanum imperium debitis ¢delitatis obsequiis prestancius honoravit necnon suis heredibus et
successoribus ac subditis Brabantie, quod nullus iudicum cuiuscumque dignitatis, status aut conditionis ecclesiastici aut secularis fuerit, in quibuscumque causis civilibus, criminalibus et realibus aut personalibus aliquam iurisdictionem in
o¤ciarios servitores aut subditos dictum predictorum ad instantiam cuiuscumque persone intra vel extra limites ipsorum constitutos evocando, citando, appellando, abiudicando, banniendo, prescribendo aut alios actus iudiciarios faciendo
per sentencias interlocutorias aut di¤nitivas exercere presumat, nisi primitus
evidenter testimonio fuerit edoctum sive probatum quod a duce Brabantie etc.
aut eius iudicibus iusticie reddentibus presidentibus petenti seu petentibus iustitia
1
2
Hendrik wordt hier hertog genoemd, omdat zijn vader Jan III, hertog van Brabant, hem bij
zijn meerderjarigheid in 1347 beleend had met het hertogdom Limburg.
Vertaling: de Gouden Bul.
77
1349-1350
fuerit denegata sub pena centum marcharum puri auri etc.; quod quidem previlegium incipit: `Karolus, Dei gratia', etc. et comprehenditur folio CCCC XLV.
fol. 99
v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XLIXo : Bartholdus Diddericxs., Arnoldus
Berwout, /Arnoldus de Globo, Iohannes Basyn,Theodericus van Hoculem, Iohannes Dicbier, ArnoldusYsebout.
Littere executoriales super Aureo Previlegio1
Tempore iamdicti scabinatus Karolus Romanorum rex predictus super Previlegio Aureo predicto litteras executoriales concessit in quibus senescallis Lymburgie et Brabantie ducatuum necnon Rodensis et Carpensis provinciarum atque
balivo Nyuellensi et sculteto Antwerpiensi ac ceteris imperii ¢delibus ad quos
presentes littere devenerint, commisit et seriose mandavit omnes cuiuscumque
preeminencie iuxta penas pretactas corrigere etc. ut inibi; quequidem littere executoriales incipiunt: `Karolus, Dei gratia', etc. et comprehenduntur ad signum
(½16) ac folio CCCC XLVII.
Littere inquisitorie super premissis2
Tempore etiam iamdicti scabinatus supradictus Karolus adhuc concessit super
premissis suas litteras ad inquisitionem faciendam super attemptationem per
episcopum Leodiensem contra premissa ut inibi; quequidem littere incipiunt:
`Karolus, Dei gratia', etc. et comprehenduntur ad signum tale (½17) et folio CCCC
XLVIII.
Van den hemael Kessel, Maren, Alem
fol. 100r
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. dorde hertoge Ian verleent die carthe van den heemael van Kessel, Maren ende Alem ende dairinne
geordineert seven / heemraders genomen te werdene, te wetene drie uuyt Kessel,
drie uuyt Maren ende eenen uuyt Alem. Ende heeft gegeven denselven seker
macht ut inibi; que cartha incipit: `Iohan, by der gracien Goids', etc. et comprehenditur folio CCC LXVI.
Remigii confessoris anno Mo CCCo Lo : Petrus de Waderle, Henricus de Arkel,
Godefridus Sceyuel, Theodericus Bucxken, Lodouicus Aelbrechts van Bussel,
Hermannus de Eyndouia, Godefridus Heerken.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LIo : Bartholomeus de Megen, Godescalcus
de Bladel, Heymericus de Dordrecht, Ghysbertus Lyscap, Franco de Gestel, Iacobus Tyt, Coenrardus Writer.
Aengaet der statmuer ende er¡enis dairbuyten liggende
fol. 100v
Ten tyde van desen scepenstoel soe heeft dese / stadt Zeboden van Tyel, Iannen
1
2
Vertaling: executiebrieven bij de Gouden Bul.
Vertaling: brieven van onderzoek bij het vorige.
78
1354-1355
Dicbier, scouthet deser stat, cum suis gegeven die muer streckende van derVuchterpoirten totter Ortenderpoirten toe, alsoe verre als die muer volmaect is oft volmaect sal werden, om op te tymmeren met stenen gevelen ende met harden dackte
decken ende met zekeren er¡enisse dairbuyten liggende ut inibi, beheltelycken
nochtans deser stat den gemeynen stroom; prout in litteris incipientibus:`Wy, scepenen, gesworen, rentmeesteren', etc. et comprehensis folio LIIII.
Hoe men die voirs. muer houden sal et etc.
Oeck ten tyde desselfs scepenstoels nae Paesschen soe hebben die voirs. Zeboed,
Ian Dicbier cum suis op achtduysent ponden geloeft die voirs. muer te houden
ende te bewaren als mense hen leveren sal, ten weer datse met cracht neder geworpen worde, etc. Item ende datse opte muer voirs. nyet en zullen tymmeren dan met
steen ende harden daeck. Item ende als Zeboed, Ian cum suis die voirs. muer nyet
langer houden en willen, soe zullen zy die op moigen geven deser stat met achtdusent ponden ende metten er¡enisse voirs.; prout in litteris incipientibus: `Et zy
cond allen denghenen'etc., et comprehensis folio LV.
fol. 101
r
Remigii confessoris anno Mo CCCo LIIo : Henricus deVden, Gysbertus de Spina,
Rodolphus de Zulikem, Iohannes de Derentheren, / Iohannes de Eyndouia, Willelmus van der Aa, Arnoldus deVladeracken.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LIIIo : Goeswinus Steenwech, Iohannes de
Hellu, Arnoldus Roeuers, Gerardus de Eyndouia, Arnoldus Stamelart de Penu,
Gerardus Voss.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LIIIIto : Arnoldus de Globo, Henricus de
Gemart, Petrus de Waderle,Willelmus Vrancke, Godeschalcus de Bladel, Petrus
Steenwech.
Die annulatie der vonnisse des bisscops van Ludic
fol. 101v
Tempore iamdicti scabinatus Karolus Romanorum rex et Bohemie rex, etc. supranominatus annulavit omnes sententias / et prescriptiones factas per Engelbertum Leodiensem episcopum super iudicibus, scabinis et subditis supradicti
ducis Iohannis tercii; prout in litteris incipientibus: `Karolus, Dei gratia Romanorum rex', etc. et vidimus desuper confectis incipientibus: 'Universis presentes
litteras inspecturis'et comprehensis ad signum tale (½18) et folio LVII.
Verbont der steden ende vriheiden slantz van Brabant
Oeck ten tyde des scepenstoels voirs. soe is tusschen die steden van Brabant namentlic Loeuen, Bruessele, Antwerpen, sHertogenbosch, Thienen, Nyeuele,
Leeuwen in den name van hen ende der andere smaelsteden ende vryheiden
slants van Brabant als Tricht, Lymborch, Dalem, Rode, Carpen, Wassenborch,
Spremont, Lier, Herentals, Turnout, Geldenaken, Hannuet, Genepie, Landen,
Dormalen, Halen, Diest, Arschot, Sichen, Bergen opten Zoem, Steenbergen,
Breda, Huesden, Graue, Helmont, Eyndouen, Sint-Oedenrode, Oirle, Merchtene
ende van der Capellen opten Bossche, Eerssel, Oisterwyc,Waelwyc,Vilvoerden,
79
1355-1356
Tervueren, Oueryssche, Assche seker verbont gemaect ende hebben underlinge
geloeft, deen den anderen zekerheit gedaen ende ten heiligen gesworen die een
by den anderen te blyvene ewelick, eendrechtelic, ongesceyden ende ongesondert,
wat hen oickovergaen mucht; prout in litteris incipientibus:`In den name sVaders,
Soens ende sHeilich Geests, amen', etc. et comprehensis folio LVIII.
teser tyt sterff die dorde hertoge ian
fol. 102
r
Remigii confessoris anno Mo CCCo LVto : dominus Iohannes die Roeuer, miles,
dominus Henricus de Moerdrecht, miles, / Rutgerus de Ouden, Iohannes Dicbier, Henricus de Hoculem, Ghysbertus Lysscap, Arnoldus die Beuer.
Van der doot des dorden hertoich Ians
Ten tyde van den scepenstoel voirs. ende die voirs. dorde hertoge Ian XLIII iaren
regneert hadde, soe ster¡ hii in den iair voirs. op Sinterclaesavont ende wert begraven int cloester vanVileer inWals-Brabant.
ten tyde van vrouwe iohanna ende hertoge wencelyn
van behem 1
Nu worden vrouw Iohanna ende hertogeWenceliin gehuldt; huldinge
vrouwe Ianne ende hertoich Wencelyn
Ten tyde oickvan den voirs. scepenstoel ende als die voirs. dorde hertoich Ian doot
was, soe worden opten dorden dach ianuarii tot Loeuen gehult ende ontfangen die
voirs. vrouwe Iohanna ende hertoge Wencelyn ende voirts tot Bruessel, tot Mechelen ende elders. Welke vrouwe Ianna ende hertoich Wencelyn den lande van
Brabant verleenden dese naevolgende poincten:
Die bewaernisse van den previlegien
in den iersten dat men die previlegien ende cartheren slants van Brabant bynnen
denselven lande bewaren sal onder drie sloetelen, als den enen onder der voirs. vrouwen, den anderen tot Bruessel ende den dorden tot Loeuen, ende insgeliicx te bewaren den groeten zegel in Brabant;
fol. 102v
Van den raitsluden in Brabant
item dat nyemand in den geswoeren Raide van Brabant en sal wesen, hy en zy bynnen Brabant geboeren, / van wittigen bedde ende in den lande van Brabant woenende ende geguedt;
1
Herhaald vanaf fol. 102v tot en met fol. 124r; vanaf fol. 103v wordt Wencelyn als eerste genoemd; alleen op fol. 103v wordt syn geselinne toegevoegd.
80
1355-1356
Hier heeft men dat Huesden Brabant is geweest
item ende dat dlant van Lymborch, van Dalem, Spremont, Rode, Carpen, dlant van
Huesden ende vanWassenberch blyven sal versekert den lande van Brabant;
item dat men die straten oepen ende vry houden sal, elckermalc te varen ende te
keeren op zynen gerechten tolle;
Dat men dlant nyet sceyden noch minderen en zall
item dat zy dlant van Brabant geheel ende ongesceyden houden sullen sonder dat te
verpanden, te vercopen oft te versetten, etc.;
item hebben zy oic dairinne geloeft den lantvrede te houdene zoe hy gemaect is;
item hebben oic geloeft geen oirloige aen te nemen sonder wille der steden van
Brabant;
Dat men die meyeryen ende vorsteryen nyet verhueren en zal
item alle diegeen die meyeryen oft voirsteryen hebben, datse die selver zullen moeten bedienen;
Die bynnen Brabant gevangen wordt, buyten Brabant nyet vueren en sal
item zoe wie bynnen Brabant gevangen wordt, dat men dien buyten Brabant nyet en
sal vueren gevangen;
Van den gelt te slaen
item dat men geen gelt en sal slaen noch oic den penninc lichten, het en zy by raide
van den lande, ende dat men geen gelt slaen en zal dan in de vry steden;
fol. 103r
Van onwittigen personen geen o¤cie te hebben
item dat diegeen die van gheenen getrouden bedde comen en is, nummermeer o¤cie in Brabant / hebben en zal noch vueren;
Van der rekeningen der o¤cieren
item dat alle richteren ende o¤ciers in Brabant van iaer te iaren rekenen zullen ende
gerekent hebben a¡ wesen, etc. ut inibi;
Hoe die onsculdige vrede hebben
item dat die onsculdige vrede zullen hebben van der uren dat ennich gevecht gesciet
ware totter naester noenen des anderendaigz;
Dat men ierst den magen zoenen moet
item dat men nyemanden van dootslage dlant geven en zal, hy en zy ierst tegens die
mage verzuent;
Van te camp te heysschen
item dat men nyemanden te camp heysschen en zal opte verbuerte van lyf ende goet
ende zoe wie den anderen vogeren dade buyten lantz, dat hy in denzelven bruec zyn
zoude;
Van buyten lantz te dagen
item dat deen ingesetenen slantz van Brabant den anderen buyten lantz nyet en zal
dagen opte verbuerte van ly¡ ende goet ende ewelic slantz beroeft te wesen, tenweer
van testamenten, huwelixe vorwarden ende van aelmoessen;
81
1355-1356
Van den scaeck
item dat men nyemanden tegens zynen wille ontscaecken sal up verbuerte van lyve
ende goet ut inibi;
Van onmundigen te ontleyden
item dat men geen ion¡rouwen ontscaecken noch ontleyden sal die onder hoir iaren
ziin opte verbuerte van ly¡ ende goet; /
fol. 103v
Die bedragen wordt, moet overtuygt werden, salt hem onscade doen1
item dat men nyemanden bedragen en mach, dat hem onscaide doen mach van
quetsueren oft dootslagen indien hy hem der wairheit getroesten dar ut inibi;
Van wynninge by oirloge
item dat men met oirloge windt by hulpe van den lande van Brabant, aen Brabant
blyven sal;
Van der pelinge
item dat men eenen yegelycken pelinge begerende, pelinge sal doen gescien;
Van Sinte-Petersmannen
item dat men Sinte-Petersmannen houden ende handelen sal, gelyc dat men van
outs herbracht heeft;
Van twe leke personen dingechtich wesende
item oft sake wair dat ennige twee leke personen in recht dingden ende den enen
tvonnes tegenginc, dat die zyn sake nyet overgeven en sal ennigen paep oft clerc
omme den anderen te creyten, opte verbuerte van lyve ende goet, etc.;
Van honde te houden, van iagen
item dat elckermalc honde houden mach, die voete ongecoirt sonder calengieren
ende dat elc all Brabant doer hasen ende vossen iagen mach;
Noch van iagen
item ende dat alle ridderen ende knapen ende goede lyede uuyten steden ende lande
van Brabant moigen iagen alrehant groot wilt al Brabant doer, uuytgesceiden in
wouden ende waranden, etc. ut inibi; welke carthe begint: `Iohanna, by der gracien
Goids'ende is begrepen folio LX. /
fol. 104r
Dierste oirloge van hertoichWencelyn tegens den greve van Vlaenderen
Corts dairnae als vrouwe Iohanna ende hertoge Wencelyn tot Loeuen, tot Bruessel, tot Mechelen ende voirts elders in Brabant waren gehuldt ende oick ten tyde
van den voirs. scepenstoel, soe quam die voirs. greve Lodewyc van Vlaenderen,
die ten wive had die voirs. Margriet, dochter des voirs. dorden hertoge Ians ende
suster van vrou Iohanna voirs., ende heyschten een groete susterdeylinge in Brabant alsoe dat daira¡ tot Mechelen een dachvaert wairt geleegt dair zy beyde ter
dachvaert waren. Mar eer die dachvaert schyet, soe waest geordineert dat die
1
In margine nota.
82
1355-1356
fol. 104v
fol. 105r
voirs. hertoge ende die greve beyde uuyter stat ryden zouden, zoese deden. Ende
dairnae quam greve Lodewyc voirs. weder subtylyc bynnen Mechelen ende dede
zoevele met vrienden aen die van Mechelen, datse hem ont¢ngen voir enen heer,
nyettegenstaende datse den voirs. hertoich Wencelyn ende vrouw Iohanne eedt
gedaen hadden ende ontfangen. Ende dairomme ga¡ hy dien van Mechelen drie
mercten, van haver, vyssch ende zout, die de stat van Antwerpen tevoerens hadde.
Ende greve Lodewyc ginc zyn palen besetten ende desgelyc dede oic die voirs. hertoge Wencelyn. Ende hertoge Wencelyn zocht raet ende troest aen zynen voirs.
brueder Kaerle, die vierde keyser / ende coninc van Behem, zoe datter een dachvaert wairt geleegt tot Tricht, dair hertoichWencelyn ende vrou Iohanna quamen.
Ende dair by den voirs. keyser wairt gemaect een wonderlic verbont:1
in den iersten als dat thertoichdom van Brabant ende van Lymborch blyven souden aen hertoige Wencelyn ende vrou Iohanna als hoir natuerlycke, wittige princen ende dat hertoichWencelyn buyten consent van vrou Iohanna geen gueden oft
landen en zoude moigen versetten, vercopen, veranderen oft belasten;
item ende oft vrou Iohanna stor¡ voir hertoich Wencelyn sonder oir, zoe soude
hertoichWencelyn die landen behouden als natuerlyc heer;
ende stor¡ hertoichWencelyn voir vrou Iohanna sonder oir, zoe zoude zy hair leven lanc vrou blyven; ende creech zy nae enen anderen man ende daira¡ wittich
oir, dat soude nae hair succederen;
ende oft zy beyde storven sonder oir, zoe souden die landen van Brabant ende van
Lymborch blyven opten voirs. keyser Kaerle als op den wittigen successeur; ende
oft keyser Kaerle dan nyet en leefden, zoe souden die landen blyven op die naeste
levende geboert van Lutzenborch; daira¡ brieven worden gemaect van den daet
M CCC LVI, dwelc oic die gedeputeerden van den steden by goetduncken van ennigen edelen dairby wesende oic geloefden te doen volvueren. Ende vrou Iohanna
consenteerden oic dairinne om troest ende bystant te hebbene van den voirs. keyser Kaerle, / brueder van hertoich Wencelyn voirs., want greve Lodewyc voirs.
mechtich was.
Ende alsoe ten tyde van den voirs. scepenstoel, opten XVIIen dach in oext, geboerden dat greve Lodewyc voirs. quam voir Bruessel. Die van Bruessel lyepen tegens
hem uuyt, dair hyse versloech ende quam alsoe bynnen Bruessel dair hy zyn
banyeren uuytstack opter stathuys ende zyn wympelen ten poirten ende zy mosten hem hulden. Dairnae quam hy tot Loeuen, mar die en hulden hem nyet ende
hy bedree¡ vele gewauts in Brabant.
Daernae wairt tvoirs. oirloigh tusschen beyde opgenomen van hertoge Willem
van Beyeren, greve van Henegouwe, van Hollant, van Zeelant ende heer van
Vryeslant, wantse hem in beyden zyden bestonden ende alsoe van beyden zyden
verbonden zy hen met brieven ende zegelen, welke hertoichWillem, als nae blyct,
int iair LVII een uuytspraec gedaen heeft.1
1
In margine nota.
83
1356-1357
fol. 105v
Remigii confessoris anno Mo CCCo LVIo : Godefridus Sceyuel, Theodericus
Buxken, Godescalcus de Bladel, Arnoldus de Waderle, Iohannes de Gestel, Petrus Steenwech, / Henricus Loze.
Aengaet den houtscat
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben hertoichWencelyn ende vrou Ianna deser stat verleent die carthe van den houtscat, te wetene dat die poirteren deser stat tot ewigen daigen quyt zullen zyn ende vry van den houtscat die men hen
ende hoeren vorderen sculdich is te betalen, alsoe dat men den poirteren van hoeren bosschen oft anderen hout, wassende oft nyet wassende, vry van houtscat sal
laten, etc.; welke carthe begint: `Wencelaus', etc. ende is begrepen opten blade
CCC LXXIX.
Aengaet der pelingen vanVlymen, Engelen, dese stat ende Vucht
Oeck ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben die voirs. hertoich Wencelyn
ende vrou Iohanna con¢rmeert die pelinge gedaen by heren Bernart, heer van
Bourgevail, drossaet van Brabant, tusschen dese stat, den dorpe van Vucht ende
Cromvoirt ter eenre ende den dorpen vanVlymen ende Engelen ter andere zyden,
by welker pelingen bevonden is dat die palen hiernae bescreven deser stat van
outs toebehoirt hebben ende noch toebehoren, te wetene: begynnende aen dat
cruys dat voir Engelen te staen plach in der zyden tot Dyependyc wairt ende vandair recht lynrecht opte bleeken van der Engelscher Meeren ende vandaer recht
lynderecht opten Moelenwech ende vandair lyntrecht opten hoerinc van den
Amer voir Vlymen in der stegen aldair ende vandair lynrecht opten breeden wech
ende vandair lynrecht opten Dyselberch, etc. ut inibi; prout in litteris incipientibus: `Wencelaus', etc. et comprehensis folio LXVII. /
fol. 106r
Remigii confessoris anno Mo CCCo LVIIo : Iohannes de Hellu, Ghysbertus de
Spina, Gerardus de Eyndouia, Iohannes Enode.
Tempore istius scabinatus Iohannes de Lyemde tamquam magister domus van
der Eyendonck fuit adiusticiatus ad certas hereditates sitas in Vucht, etc., ex quibus habetur quod eo tempore dicta domus van der Eyendonck steterat.1
Aengaet den Hamdyc voir Den Graue
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe wairt den Hamdyc, gelegen voir Den
Graue, gemaect ende dat by hulpe der ingesetenen deser meyeryen dairomtrent
geseten van gracien wegen ende nyet van recht; welken Hamdyc heer Ian, heer van
Kuyck ende van Hoostraten, voir zyn voirs. stat van Den Graue ende zyn luyden
aldair geloeft heeft ten ewigen daigen te houden ende te doen houden; prout in
litteris incipientibus: `Allen denghenen', etc. et comprehensis folio LXVIII.
1
Vertaling: ten tijde van deze schepenstoel werd Jan van Liempde als meester van het Huis van
der Eyendonck gerechtigd tot zekere erven, gelegen in Vught, enz., waarvan men aanneemt
dat in die tijd het genoemde Huis van der Eyendonck daarop stond.
84
1359-1360
Hoe hertoich Willem van Beyeren zyn uuytspraec dede
fol. 106v
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel opten vierden dach van iunio dede die
voirs. hertoge Willem van Beyeren, etc. tusschen hertoge Wencelyn ende vrou Iohanna ter eenre ende greve Lodewyc vanVlaenderen ter anderen zyden syn uuytspraeck, wesende dairinne, zoe men hoeren mach, zeer gunstich den greve
voirs.:1 in den yersten, want sommige steden ende edelen in / Brabant den voirs.
greve eedt gedaen hebben, soe souden die steden van Loeuen, Bruessel, Nyvele,
Thienen denzelven greve eens siaers dyenen ten costen slantz van Brabant elck
met eenre banyeren sess weken lanc elc met XXV mannen gewapent alse van
den greve versocht worden ende des souden die steden ende edelen hoirs eedts
verdragen wesen;
item want die greve voirs. hem gescreven hedde hertoich van Brabant, zoe zoude
hy den titel moigen behouden zyn leefdaige lanc, oft hy woude;
Hier wairt MechelenVlaemsch
item dat die greve voir zyn costen ende scaden des oirloigs die hy gehadt hedde, hy
ende zyn nacomelinge zoude hebben ende wesen heren van Mechelen;
Hier wairt Antwerpen oic Vlaemsch
item ende dat die voirs. Margriet, suster van vrou Iohanna voirs. ende wy¡ van
greve Lodewyc voirs., ende hoir oir, te wetene hair dochter by namen Margriet
die zy van greve Lodewyc voirs. heeft ende vercrigen zal, sal hebben voir hair vaderlic verster¡ XM gulden £orynen er£ic ende dairvoir te leen ende in manscap
van vrou Iohanna voirs. ontfaen zal Antwerpen met hoer toebehoirten;
Hier wairt Huesden Hollantz
fol. 107r
item hoewael dat een gemeyn faem is dat die voirs. hertoichWillem int voirs. seggen geseegt zoude hebben: `Huesden myn', soe en eest nochtans alsoe nyet, mar
want hyt vrouw Iohanna afnam tonrechte, soe maecten hy er a¡ `Huesden myn'1.
Hertoich Willem voirs. wairt nae tseggen voirs. iammerlic geplaigt als sinloes te
zyn ende hertoich Aelbrecht, zyn brueder, die paleysgrave, / deden gevangen leyden ende leggen tot Keynout in Henegouwe, dair hy zyn leefdaigen buyten synnen
blivende gevangen blee¡. Ende nae den voirs. seggen soe worden die voirscr. greve
Lodewyc ende Margriet, zyn grevinne, tot Antwerpen ende Mechelen gehuldt.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LVIIIo : Iohannes Knoede, Iohannes de Derenthere, Gerardus Vosse, Henricus vanVden, Gerardus Vosse.2
Omtrent deser tyt dede hertoichWencelyn maken tslot tot Vilvoerden.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LIXo : Gerardus Wisseleer, Gerardus Steenwech.
1
2
In margine nota.
Aldus hs., abusievelijktweemaal dezelfde schepennaam optweeverschillende momenten geschreven.
85
1360-1361
fol. 107v
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXo : Arnoldus de Globo, / Ghysbertus Lysscap.
Ten tyde van desen scepenstoel dede heer Geerlic die Roeuer, scouthet van Den
Bosch, beleyde dat die scouthet deser stat altyt, alst noot is, scouwen mach op
dese zyde der Mazen tusschen de stat van Den Graue ende der Diesen; prout folio
C XXXVI.1
Aengaet den loss van Oisterwyc
Ten tyde van den voirs. scepenstoel wairt die meyerye van Oisterwyc gelost by deser stat met IIIM IIIÃÙÄ alden scilden die dese stat op hairselven ¢neert hadde;
Ende geen dorpen meer van deser stat te vervreemden
ende geloefden hertoge Wencelyn ende vrou Iohanna voir hen ende hoir oir, erven
ende nacomelingen die wederomme nummermeer te versetten, noch egeen andere
dorpen oft vryheiden in deser meyeryen gelegen, noch oic te vervreemden van deser
stat; prout in litteris incipientibus: `Wencelaus', etc. et comprehensis folio LXIX.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXIo : Iohannes de Hellu,WillelmusVrancke.
Confederationem opidorum Louaniensis et Busciducensis2
fol. 108r
Tempore iamdicti scabinatus scabini, iurati et communitas / de Louanio et de
Buscoducis puro corde invicem prehabitum rancorem remittentes confederationem mutue pacis et amicicie coniuraverunt et tamquam fratres inviolabiliter observantes unanimi voluntate fecerunt, ymmo etiam invicem promiserunt
ubicumque opus habuerint alterum alteri ad suum ius conservantes ¢deliter assistere contra unumquemque hominem salvo iure domini ducis; prout in litteris
incipientibus: `Universis tam presentibus', etc. et comprehensis folio LXXI.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXIIo : Henricus Stierken, Arnoldus Berwout, Arnoldus de Waderle de Andel, Goeswinus Moedel Dicbier, Ghysbertus
van den Doeren de Spina, Henricus de Kessel.
Van den toll omtrent deser stat
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben hertoich Wencelyn ende vrou Iohanna deser stat verleent ende den scouthet derselver stat bevolen dat hy sonder
wederseggen ten versueck deser stat hair bystendich zy af te doen allen onrechten
toll die men omtrent derselver stat van den poirteren nu nemende is, etc.; prout in
litteris incipientibus: `Wencelaus', etc. et comprehensis folio LXXII./
fol. 108v
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXIIIo.
1
2
In margine nota.
In margine nota; vertaling: het bondgenootschap tussen de steden Leuven en 's-Hertogenbosch.
86
1365-1366
Hoe die poirteren bynnen mosten comen woenen
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben hertoich Wencelyn ende vrou Iohanna deser stat verleent ende geconsenteert onder meer dat zoe wye voirtaen
poirter oft poirtersse worde bynnen deser stat, die zullen dairinne moeten comen
woenen bynnen sess weken naedien dat zy poirteren oft poirtarssen worden zyn
ende zullen gebruycken deser stat vryheit, gelyc andere gecofte poirteren oft poirterssen;
Hoe lange die poirters uuyt moigen wesen
voirtaen eest vorwarde al vueren dese poirteren oft poirterssen buyten deser stat om
comanscap, in pelgrimagien oft in sheren dienste ende dairomme langer buyten
bleven dan drie sess weken, dat zy dairmede hoir poirtrecht nyet verlyesen en zullen
moigen, mar zullen hoir poirtrecht gebruycken als zy wedercomen;
Geboeren poirters moigen altyt uuyt wesen
item die ingeboeren poirteren, hoe lange zy uuyt zyn, die en zullen dairmede hoir
poirtrecht nyet moigen verboeren; prout in litteris incipientibus:`Wencelaus van Behem', etc. et comprehensis folio LXXII.
Van coninc Kaerl vanVrancryc
fol. 109r
Ten tyde oick van den scepenstoel voirs. soe waert coninc vanVrancryc gecroent /
die vyfte Kaerle, die men hyet die Wyse, zoen van den voirs. coninc Ian vanVrancryc die te wive hadde die suster hertoich Wencelyns voirs., ende aldus was hertoichWencelyn voirs. oem van den voirs. Kaerle die Wyse.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXIIIIo : Henricus de Vden, Gerardus Voss,
Franco de Gestel, Coenrardus die Writer, Petrus Steenwech, Geerlacus de Keeldonc.
Ten tyde van desen scepenstoel trac hertoich Wencelyn voirs. met groeter macht
voir Rauensteyn tegens den heer vanValkenborch.
fol. 109v
fol. 110r
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXVto : Iohannes de Derentheren, Iohannes
de Gemart, Arnoldus Heym, Gerardus van der Aa, Ghysbertus deVlochouen, /
Iohannes van der Zydewynen, Otto Bilsemans.
Hier is te wetene hoe dat die ierste hertoge Reiinout van Gelre by zyn ierste
vrouwe hadde twee dochteren; doutste ga¡ hy den greve van Cleue, dair zy geen
kynder a¡ en creech, ende nae zynre doot trouden zy den greve van Bloys; ende die
iongste dochter trouden greve Willem van Guylic, die nae mercgreve wairt gemaect. Dese greve Willem van Guylic wan aen de voirs. zyn vrouwe, die iongste
dochter van hertoich Reynout voirs., enen zoen die hyet Willem, die wert naemaels hertoich van Guylic ende van Gelre ende die met synen hulperen, bisscoppen ende papen, die Lynde tot Oisterwiic bornden, als nae blyct in den iaer CCC
LXXXVIII.1 /
Die voirs. hertoige Reiinout, nae die doot van zynre voirs. ierster vrouwen, nam
des dorden coninx Eduwairts van Engelant dochter, dairaen hy wan twee zoenen
1
In margine nota.
87
1365-1366
by namen: Reynout, die nae zyns vaders doot trouden vrou Marien, suster van
vrou Iohanna voirs. ende dochter des voirs. dorden hertoge Ians van Brabant; hii
regeerden dlant van Gelre als hertoge een wyle tyts met rosten, mar nae wairt hy
van Eduwart naegescreven, zynen brueder, gevangen; ende Eduwairt, die hadde
dat zyn voirs. brueder hem ga¡. Beyde dese Gelderssche zoenen storven sonder
oir. Ende als die voirs. ionge hertoich Reynout die vrou Marien voirs. getroudt
hadde, een wyle tyts had regeert dlant van Gelre ende dat gehouden in vreeden,
stont op bynnen den lande voirs. twedrachticheit van tweer handen partien, deen
hyeten die Bronchorster, dander hyeten die Heeckerlinge.
Hoe deen brueder van Gelre den anderen vynck
Die Heeckerlinge voirs. worden verheven van den voirs. hertoge Reynout boven
die Bronchorsteren. Des claechden die voirs. Bronchorstere den voirs. Eduwart,
die tegens den voirs. iongen hertoge Reynout, zynen brueder, ende die Heeckerlinge opstont, vergaderende volc van wapenen ende quam tegens denselven zynen
brueder te velde ende ten stryde, alsoe dat die voirs. ionge hertoich Reynout wairt
gevangen. /
fol. 110v
Hoe die ionge hertoich Reynout uuyter gevenckenissen quam
Ende als vrou Marie voirscr. verhoirt hadde dat hair heer, die voirs. ionge hertoich
Reynout, gevangen was, toech zy by vrou Iohanna, hair suster, ende hertogeWencelynen voirs., hen clagende die gevenckenissen hairs heren. Hertoge Wencelyn
voirs. seynden terstont in den lande van Gelre vele volcx van wapenen, die BoemelreWert omsloegen. Ende voirts bleeft oirloge tusschen den voirs. hertogeWencelyn ende den voirs. Eduwairt ende zynen hulperen, ingesetenen slantz van
Gelre, eenen langen tyt, wael drie iaren. Ende ten laetsten in enen strydt die geboirden voir Bauswilder, weert Eduwairt voirs. dootgeslagen int lant van Guylic.
Ende die voirs. ionge hertoich Reynout van Gelre quam uuyter gevenckenissen,
mar ster¡ corts dairnae mits die veranderinge der locht ende sonder oir.
Hertoich Wencelyn wairt oic gevangen
fol. 111r
Ende dairnae in den voirs. strydt die geboerden voir Bauswilder als int iair M
CCC LXXI, wairt hertoich Wencelyn voirs. gevangen ende gevangen gevuert te
Nyegge, dair hy lange gevangen lach; welke oirloge oic mede toequam ende oic
was tegens den voirs. mercgreve Willemen van Guylic, omdat hy den coepluyden
van Brabant hoeren scade die zy in zyn lant geleden hadden ende hen was gedaen,
boven den gesworen lantvrede nyet / oprichten en woude, alsoe zyn vorders geloeft hadden te doen.
Die lossinge hertoich Wencelyn
Ende als die voirs. keyser Kaerle, brueder van den voirs. hertoich Wencelyn, vernam hoe zyn brueder gevangen was, was hy toernich ende begonst een process te
maken metten princen van den Ryc omme met vonnesse te beroeven den voirs.
hertoich Willem van Guylic van allen zynen heerlicheit. Die voirs. hertoich Wil88
1365-1366
lem van Guylic, dat vernemende, lyet hy uuyter gevenckenissen sonder rantson
den voirs. hertoichWencelyn. Mar die heren die met hem gevangen waren, mosten
geven IX hondertduysent Vilvoirtsche mottoenen. Daernae stont op grote twiste
tusschen den voirs. greve van Bloys ende den voirs. mercgreve Willem van Gylic
om des hertoichdoms van Gelre. Mercgreve Willem van Guylic voirs. woude
tvoirs. hertoichdom van Gelre trecken aen den voirs.Willemen, zynen zoen, zoe
hy oic dede, om deswille, zoe hy oic seeghden, dattet op geen vrouwen versterven
mochte, als er mans geslachte levende wair van den bloode gecomen.
Hier quamt lant van Gelre ende van Guylic aeneen
fol. 111v
Ende alsoe als omtrent den iair LXXII wairt die ionge greve Willem hertoich van
Gelre ende nae zyns vaders doot hertoich van Guylic / ende duss quam dlant van
Gelre ende van Guylic yerst tegader ende onder enen heer.
Dat Oyen endeTurnout fundeert worden
Item ende nae die doot van den voirs. hertoich Reynout, die als hy uuyter gevenckenissen was gecomen zeer corts ster¡, soe dede vrouwe Marie voirs., zyn wedue, maken op die eerde van Brabant tslot van Oyen ende die borch tot
Turnhout, dwelc hair guedinge was ende dair zy al meest was nae hairs heren
doot.
Aengaet den vrede te nemen
Ten tyde voirscrevens scepenstoels als van den voirs. iair M CCC LXVende LXVI
soe hebben hertoge Wencelyn ende vrou Iohanna deser stat verleent een carthe
dairinne datse enen yegelycken poirter deser stat in een ewelic recht gegeven hebben voir hen ende hoer nacomelingen vreede te moigen nemen, gelyc een scouthet
deser stat. Ende zoe den scouthet oft poirter in orconde van tween poirteren eenwer¡, anderwer¡ ende dordwer¡ weygerden vrede te geven, die zals wesen op
enen broeck van X ponden ende oft hy en nyet en conste betalen, die sals wesen
op zyn een hant a¡ te slaen; prout in litteris incipientibus: `Wencelaus', etc. et
comprehensis folio LXXIII. /
fol. 112r
Aengaet den Zegedyc tusschen Haren ende Duer
Oeck ten tyde desselfs scepenstoels soe hebben hertoich Wencelyn ende vrou Iohanna in een andere carthe bevolen den scouthet van Den Bosch het maken van
den Zegedyc tusschen Haren ende Duer altyt metter clocken ende dat te doen
doen denghenen diet sculdich zyn oft den gemeynen lande die wynre oft verlieser
dairaen zyn moegen, ut inibi; welke carthe begint: `Wencelaus'ende is begrepen
opten blade LXXIIII.
89
1365-1366
Van der stat ende vitte1 die dese stad heeft op Scoenrelande van den
coninc van Deenmarcken
Oeck ten tyde van den scepenstoel voirs. soe hebben noch hertoichWencelyn ende
vrouw Iohanna in een ander carthe deser stat geoirloft tegens den coninc van
Deynmarcken te moegen coepen een stat ende vitte op Scoenrelande, dair die scepenen ten tyde deser stat iairlix zullen moigen setten enen voegt die richten sal in
der vitten ende stat voirs. van allen saken nae deser stat rechten, gelyc andere steden die daer oeck vitten hebben, nae hoeren rechte doen, onder vorwarde dat die
voirs. voegt den scepenen deser stat tot behoe¡ derselver stat iairlix van allen foirfayten ende saken rekeningen sal doen; welke carthe begint:`Wencelaus', etc. ende
is begrepen opten blade LXXIIII.
Submissie gedaen by hertoich Wencelyn ende heer Walrauen van Valkenborch in de geswoeren des lantsvrede
fol. 112v
Oeck ten tyde van den scepenstoel voirs., den lesten dach van iunio, soe hebben
hertoge Wencelyn van Behem voirs., hertoge van Brabant, ter eenre ende heer
Walrauen, / heer tot Borne, Zittart ende slantz van Rauensteyn, ter andere zyden
op die oirloge diese met hoeren hulperen op malcanderen aengegrepen hadden,
overmitz der hersscap, borch, stat ende lant vanValkenborch ende oic mits zekeren brieven, sprekende van XXXVM alder scilden, als gemaect waren ruerende
die voirs. hersscap, borch, stat ende lant van Valkenborch, hercomende van enen
coep oft vercoepe die heer Henric vanVlaenderen, wilneer heer vanValkenborch,
gedaen hadde, ende oic omme alsulckenen bruecke die hertoich Wencelyn voirs.
meynden dat heer Walrauen van Valkenborch hem gebruect hedde, zoe om dat
huys van Herpen dat dair te staen plach, zoe om andere saken die tusschen beyde
gaende waren, hen verbonden ende submitteert in de gesworen des gemeynen
lantvrede tusschen Maze ende Ryn der doerluchtiger heren ende fursten des eerwerdigen in Gode Vaders heren Engelbrechs, archbisscop tot Coelen, des hertogen van Lutsenborch, etc. ende heren Willems, hertoige van Guylic, ende der
steden van Coelen ende Aken.
Noch submissie tusschen heren Walrauen voirs. ende den hertoich
van Guylic ende heren Reynout van Scoenvorst ende heeren Loe¡
van Hoerne
Ende oick in deselve geswoeren soe heeft heer Walrauen voirs. sich verbonden van
allen twisten wesende tusschen hem ende den voirs. hertoich van Guylic ende
noch tusschen hem ende heren Reynout, heer van Scoenvorst, ende oic tusschen
hem ende heren Loe¡, heer van Hoerne; welke submissiebrieve des voirs. hertoich Wencelyns beginnen: `Wencelaus', etc. ende zyn begrepen ad signum tale
(½19) ac folio CCC XCIX. Ende des voirs. heren Walrauens submissiebrieve be-
1
Vitte: naam der nederzettingen en factorijen van de Hanzeatische steden op de zuidkust van
Zweden, vooral ten behoeve van de vangst en verpakking van haring.
90
1365-1366
ginnen: `Wy,Walrauen van Valkenborch', etc. ende zyn begrepen ad signum tale
(½20) ac folio CCCC. /
fol. 113r
Hoe die stat houden sal hoir recht int lant van Herpen
In welke submissiebrieve herenWalrauens voirs. dieselver heer Walrauen hem onder meer verbonden heeft dat die voirs. hertoge van Brabant ende zyn stat van
Den Bosch in allen hoeren ouden rechten ende hercomen blyven zullen, etc.
Uuytspraeck der gesworen des lantsvreden volgt hier
Item ende dat1 in denselven scepenstoel in iulio, des saterdaigz nae Sinte-Margrietendach, soe hebben die voirs. gesworen des lantsvrede, nae aenspraec ende
verantwoerden van beyden partyen voirs., overgegeven ende oic naedien datse
hen met wysen papen die sich des rechz verstonden ende met wysen anderen luyden hadden besproken ende beraiden, tusschen partyen voirs. met recht ende voir
recht uuytgesproken als hiernae volgt:2
Van den afgebroken huys tot Herpen
in den iersten op die aenspraeck des voirs. hertoigen van Brabant ende antwoerden
herenWalrauens voirs., scriftelic overgegeven, dairinne die hertoich voirs. den voirs.
heren Walrauen aenspreect, omdat hy zyn oepenen huys tot Herpen afgebroecken
heeft ende ewechgevuert, dat heer Walrauen kenden; ende want geen man zyns heren huys noch zyn leene met recht ergeren en mach noch en zal, mar beteren, soe
hebben zy uuytgesproken dat heer Walrauen dat huys tot Herpen weder zal doen
maken alsoe goet oft beter ast was ende dat van nu Sinte-Remeysmisse naestcomende over een iair;
fol. 113v
Dat men shuys tot Rauesteyn nyet afbreken en sal
item op die aenspraeck dair die voirs. hertoich begeert het huys tot Rauesteyn weder
afgebroken te werdene, want / tegens zynen wille in zynen lande was gemaect, hebbense uuytgesproken dat heer Walrauen voirs. nyet sculdich en zal wesen dat a¡ te
breecken, etc.;
Van der tiende tot Nysterle, etc.
item op die aensprake dair die voirs. hertoich aenspreect herenWalrauen dat hy hem
genomen hadde zyn tiende tot Nysterle ende den ingesetenen aldair hoir erven met
gewalt genomen ende opt verantwoirden by heren Walrauen dairop gedaen, als dat
hem die thiende eertyts met gewalt genomen weer ende naederhant om diensts wille
van den hertoich van Brabant wedergegeven, hebbense uuytgesproken dat zoe verre
heer Walrauen voirs. des anderendaigz nae Sinte-Laureynsdach naestcomende bewyst dat die thiende ende die erven voirs. hem met gewalt genomen zyn ende hem
van den heer van Brabant wedergegeven, zoe zullense hem ewelic blyven, ende oft
hy des nyet en doet bynnen den tyde voirs., soe zal die thiend voirs. blyven aen den
1
2
Aldus hs.
In margine uuytspraeck.
91
1365-1366
voirs. hertoich van Brabant ende zyn erven ende zal oic heer Walrauen den goeden
luyden hoir erven laten, etc.;
fol. 114r
fol. 114v
Van den scaide gedaen den coeplieden van Zichen bii heeren Walrauenen
item op die aenspraeck des voirs. hertoigen dairinne hy aenspreeck heren Walrauen
dat hy die coeplieden van Zichen ende andere opter vryer straten gevangen ende
hoir goet genomen hedde, ten tyde als hy shertogen voirs. raet ende man was, ende
opt verantwoirden herenWalrauens, kennende dat hy sulcx gedaen hedde, mar voir
scult die hy seeghden aen den hertoich tachter te wesen des nochtans nyet, hebbense
met recht ende voir recht uuytgesproken dat heer Walrauen Sint-Andriesmisse
naestcomende weder betalen zall den voirs. hertoge XIIIC alde scilden die hy den
coepluyden betaelt hadde voir hoeren scaiden ende dat dairtoe heer Walrauen enen
yegelycken der coepluyden hoeren scaden / op hoir eeden richten sall;
item op die aenspraeck dair die hertoich voirs. aenspreeckt den voirs.Walrauen dat
Rycxken, zyn knecht, zekere bourgeren van Loeuen afgescat hadde VC alde scilden, hebbense uuytgesproken herenWalrauen daira¡ quyt, want hy darmede nyet
en hadde te sca¡en ende Rycxken zyn knecht nyet en was;
item op die aenspraeck shertogen voirs. dairinne hii aenspreect heren Walrauen
voirs., als dat heren Walrauens dienres ende huysgesynne weren comen tot Mechelen ende hedden dair geroeft ende gevangen allet datse dair vonden ende gevuert tot Borne opt huys, heren Walrauen des hertogen raet wesende, hebbense
dairop uuytgesproken, mitsdien heer Walrauen dat kenden, dat hy dat tusschen
dit ende Korsdach naestcomende zal oprichten; ende aengaende dat heer Walrauen dairaen verboirt hedde zyn have, leen ende goet, dwelc die hertoge voirs.
heyschten, hebbense uuytgesproken dat die hertoge daira¡ hebben zal des die
leenmannen dairop wysen zullen;
Aengaet den lant Valkenborch
ende aengaende der aenspraken shertogen dairinne dieselver hertoge aenspreect
heren Walrauen ende denzelven heyscht hem over te leveren enen brie¡ van
XXXVM scilden als van den coep der heerlicheit ende lande van Valkenborch dien
heer Henric vanVlaenderen gedaen had, ende hertoge Eduwart van Gelre een zoen
gemaect hadde tusschen heren Henricken voirs. ende vrouw Philippe, zynen / wive,
als dat zy den brie¡ hebben zoude ende zy hair recht dairaf bekent hadde den voirs.
hertoge, hebbense uuytgesproken, want heerWalrauen gelydt hadde den brie¡ voirs.
in zynre macht te wesen, dat hy dien leveren sal des sondaigz nae Sinte-Petersdach
ad Vincula naestcomende bynnen der stat Tricht in des dekens huys van Sinte-Seruaes tot behoe¡ shertogen voirs.;
Oeck aengaet den lant vanValkenborch
item op die aenspraeck des hertogen voirs. dairinne hy voir sich ende zyn geselinne,
die hertoginne vrouw Iohanna, aenspreect heren Walrauen van den lande van Valkenborch, dat hy in heeft ende dairinne heer Ian van Valkenborch bestorven is,
omme alsulkenen vorder recht als hy ercregen hadde van vrouwe Philippe van Valkenborch, die abdisse van Mabeuge, den gebruederen van Brederode ende van den
hertoge van Guylic, ende mits dat den geswoeren voirs. was gebleken met hertoge
Ians, hertoge van Brabant lest versceyden, segel, dat vrouw Philippe alle leen der
92
1365-1366
fol. 115r
heerlicheit vanValkenborch van den hertoge van Brabant alreierst ontfangen hadde
ende hair tselver leen met recht ende vonnes zynre mannen van Lymborch aengewyst was ende zy dairinne geset wairt ende oic zy ende heer Henrick van Vlaenderen, hair man, van den keyser dairinne gekent waren, nae luyde des keysers brieve,
met welken brieven die keyser voirs. voirt bekent had dat heer Reynaut, heer tot
Scoenvorst, in rechter geweer der voirs. hersscap ende lande geseten hadde om alsulkenen coep als heer Henric vanVlaenderen van zynre ende vrouwe Philippe wegen den / voirs. heren Reynaut gedaen hadde van den hersscap ende lande van
Valkenborch ende dat dairnae heer Willem, hertoge van Guylic, om alsulkenen vercopinge als die heer van Scoenvorst voirs. daira¡ hem gedaen hadde, geseten hadde
ende voir nae allet datse hadden gesien ende bevonden dat heer Walrauen voirs.
tvoirs. lant van Valkenborch met gewelt ingehouden hedde, hebbense uuytgesproken met recht ende voir recht dat die voirs. hertoich van Brabant ende zyn erven
tvoirs. lant van Valkenborch halden ende besitten zullen ende eewelic gebruycken,
beheltelic den voirs. hertoich van Guylic zyn recht in den lande voirs. nae inhout
zynre brieven; ende oft heer Walrauen dairtoe ennich recht vermeten woude, dat
hy dat nyet en zall zuecken met oirloge, mar hy mach dat heysschen voir den keyser
oft dairt te leen ruert, etc.;
item opt poinct dat die voirs. hertoge heyscht herenWalrauen voirs. allet dat hy in
den lande van Valkenborch opgeboert heeft ende met gewalt beseten, hebbense
uuytgesproken dat heer Walrauen dat allet keeren sal;
Aengaet dat dese stat tolvrii is tot Rauesteyn
item opt poinct dat die hertoich voirs. aenspreect heren Walrauen dat hy dien van
Den Bosch hoir hout hedde doen afhouwen, hoir coeren ende beesten genomen
ende tot Rauesteyn gevuert, oick met onrecht tot Rauesteyn getolt, want zy tolvry
zyn over all opter Mazen ende bynnen Gelrelant, hebbense uuytgesproken dat heer
Walrauen voirs. den voirs. van Den Bosch wedergeven ende betalen zall hoir hout,
coeren ende beesten ende oic dat hy hen afgetolt heeft tot Rauesteyn, zoe ende alse
dat by hoir eeden tot Graue zullen halden; /
fol. 115v
Dat die stat hoir pandinge in den lande van Herpen heeft
item op poinct dair die hertoge voirs. aenspreect heren Walrauen der pandinge in
den lande van Herpen gedaen die hy belet hedde, hebbense uuytgesproken met recht
ende voir recht dat die hertoge ende die stat van sHertogenbosch voirs. zullen blyven
by hoeren heerlicheyden, alden rechten ende herbrengen nae inhoude der voirs.
submissiebrieve, etc.;
item opt poinct van ioncker Reynaut van den Born daira¡ hy heyscht gebetert te
hebben zynen scaide, hebbense uuytgesproken dat ioncker Reynaut die gevangen
die hy heeft, loss laten zal ende des sal hem die hertoge zyn sculde betalen, etc.;
item onder vele meer andere poincten hebbense uuytgesproken dat alle gevangen
van beyden zyden die noch ongescat zyn oft die hoir rantsoen nyet betaelt en hebben al weren zy gescat, oeck alle brantscattinge die noch onbetaelt zyn, loss, ledich, vry ende quyt zullen wesen, etc.;
welke uuytsprake der voirs. gesworen des lantsvreden begint: `In Goidz namen,
amen. Allen luyden', etc. ende is begrepen opten blade CCC XIX.
93
1365-1366
Hoe die uuytspraeck voirs. by der keyser con¢rmeert is; den peen by
den voirs. keyser hierop geset
fol. 116r
Item ende oick ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft Kaerle voirs.,
Roemsch keyser ende coninc van Behem, in zekere zynre keyserlycke mayesteits
brieve ende uuyt volcomentheit der keyserlycker / machten die voirs. uuytsprake
gecon¢rmeert ende gewilt dat die stedich ende vast blyve ende oft ennich der partyen met woerden oft met recht dairtegens dede, die soude vallen in enen peen van
duysent marck fyns goutz ende dairtoe oick in des rycke achte vervallen wesen,
alsoe dat die brekende partye in egeen vry steden, sloten oft dorpen vry en soude
wesen, etc.; welke brieve beginnen: `Wy, Kaerle, van Goidz genaden Roemsche
keyser', etc. ende zyn begrepen opten blade CCC XCIX.
Beleydt gedaen van den rechten die de hertoge ende dese stat hebben
in den lande van Herpen ende andere heren lande bynnen deser
meyeriien
Oeckten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft die scouthet deser stat vanwegen
shertogen van Brabant een beleydt ende wairheit gedaen van den heerlicheit ende
rechten die de hertoge voirs. ende dese stat hebben ende geherbracht hebben boven mans gedenckenisse in den lande van Herpen ende in andere heren landen
bynnen deser meyeryen gelegen, dairinne die scepenen, geswoeren, raitslude,
mannen van leenen ende vele poirteren ten tyde deser stat ende dairtoe oick vele
goede, wittige mannen uuyter vryheit ende dorpen van Os, Ge¡en, Berchen, Littoyen ende Hees op hoir eeden ter manissen des scouthets deser stat hebben getuygt, te wetene:
fol. 116v
Dat onse genedige heer is een overheer van den lant van Herpen
in den iersten als dat die heerlicheit van Herpen / met allen hore toebehoirten is een
eygendom des hertogen van Brabant ende dat hy dair een overheer is ende dat mense
van hem te leen houdt, nae uuytwysen der brieven eertyts by den heren van Herpen
dairop besegelt, oudt wesende C LXXIII iair ende meer;
Hoe dat dlant van Herpen een Brabants leen is
bliict oeck boven tselve ad signum (½21) et folio,1 als dat heer Henric van Kuyck,
heer van Herpen, die heerlicheit ende dlant van Herpen te leen ontfangen heeft
van hertoge Henrick den iersten van dien name, hertoge van Brabant, ende dat in
den iair M C XCI;
Dat men int lant van Herpen ingebieden mach ende onder die smaelheren
item hebben noch getuygt zoe wat heren oft hoir onderseten van Herpen ende alle
andere heren ende hoir onderseten die in der meyeryen deser stat geseten zyn, voir
scepenen van Den Bosch oft voir poirteren derselver geloven hetzy have oft erve
ende nyet en voldeden, dat mense dairvoir mach ingebieden ende en voldoense dan
nyet, zoe machse die scouthet panden, etc.;
1
Hierna ontbreekt het folionummer, deze oorkonde staat niet in het cartularium.
94
1365-1366
Dat die poirteren hier te recht behoeren
item hebben oic getuygt dat nyemand van den heren van Herpen noch van ennigen
anderen heren die in deser meyeryen geseten zyn, oft hoir onderseten met deser stat
poirteren lyve oft gueden buyten in hoeren lande nyet dingen en moegen, noch der
poirteren lyve oft gueden arresteren, mar zoe wye totten poirteren oft hoeren gueden yet seggen wil, die zal daira¡ voir scouthet ende scepenen van Den Bosch recht
heysschen ende anders nergens;
fol. 117r
Dat men in den land van Herpen noch onder die smaelheren trecht deser
stat nyet beletten en zal
item hebben oic getuygt oft gevyel dat ennige heren / van Herpen oft andere heren
oft hoir richteren oft ennich van hen bynnen deser meyeryen trecht keerden van geloeften alhier gedaen, dat dan die scouthet deser stat van shertogen wegen dair
zoude ryden ende ontsetten dies heren richteren ende scepenen totdat dat gebetert
weer; daira¡ eertyts gesciet is in den lande van Herpen dat heer Ian van Born, heer
Walrauens vader, een gericht belette dat die scepenen van Den Bosch gewesen hadden, dat doen die scouthet van Den Bosch dair reet ende ontsetten zyn richteren
ende scepenen ende besetten thuys tot Herpen ende sloech zyn hant aen allen heren
Ians goet totdat hy dat gebetert had ende den cleger zyn gebreck voldaen;
Previlegien1
ende datse tselver oic moigen doen blyct uuyt sekere previlegien deser stat verleent,
inhoudende onder meer, weert sake dat yemand yet werrende weer tegen ennigen
poirteren deser stat, daira¡ en sal hy anders nyet hebben dan vonnes der scepenen,
etc.; item ende zoe wie den poirteren onrecht oft gewalt dede aen ziin gueden, dair
sal die scouthet ryden met allen dien van deser stat, arme ende ryck, ende dat onrecht afdoen, etc., ut in previlegio;
Dat die scouthet deser stat allomme die dycken mach doen maken ten
dobbelen costen
item hebben noch getuygt dat die scouthet deser stat allen vervallen dycken in der
voirs. heren landen mach doen maken ende dair hy enen penninc uuytleegt, mach
hy dair twe voir nemen ende die uuytpanden sonder die voirs. heren oft hoir onderseten te versuecken ende dat aen degeen dies die dycken zyn; ende oft dies gueden
nyet goet genoch en weren, dat alsdan, zoe heer Goyart van Os, riddere, Henrickvan
Dordrecht ende een deel mannen van Os getuygt hebben, als den scaide te nemen
die scouthet voirt tasten mach aen de heerlicheit daironder die dycken gelegen zyn
ende daira¡ den scaide innemen; /
fol. 117v
Van eenrer beslagen waden
item een deel knapen van Berchen hebben getuygt dat eertyts een wade tot Kessel by
Wouter Toyart, schouthet van Den Bosch, ende Iannen Wansem,2 scouthet tot Os,
beslagen is geweest met sheren bergen van Bucstel ende zynen stroe;
1
2
In margine nota.
Lees mogelijkWausem.
95
1365-1366
Ad idem
item tuyghden noch dat die scouthet deser stat eertyts tot Oyen Vden Hensensoens
huys nederwerp om mesdaet die hy hadde mesdaen tegens den hertoge;
item dat eertyts heer Dirck die Roeuer, scouthet deser stat, ende Wynric van
Oyen, scouthet tot Os, een wade tot Megen beslagen hebben;
item ende dat tot Megen gehaelt wart een mesdadich wy¡ ende tot Os gebrant;1
Dat die scouthet deser stat int lant van Herpen geboden gedaen heeft
item ende dat die scouthet deser stat gereden is geweest in den lande van Herpen
ende geboot die dycken te maken, daira¡ datse hem mosten versekeren oft hy hedse
doen maken;
item ende dat die scouthet van Os enen man die verken gestolen hadde ende in den
lande van Herpen gevangen was, tot Os dede hangen;
fol. 118r
Ad simile
item ende dat Ian van Beeck, scouthet tot Os, int lant van Herpen mannen gehaelt
hadde ende hincsche tot Os;
item ende dat die scouthet van Os vynck den scouthet van Herpen omdat hy een
wade in den lande van Herpen in had laten gaen;
item dat oick Ian van Zonne, onderscouthet deser stat, ende / IanWansem2, scouthet tot Os, reeden tot Oyen ende haelden enen poirter deser stat, denwelkenVdo
Hensen gevangen hadde ende worpen dairommeVden huys neder;
item ende dat een, geheiten Ceelken, in den lande van Megen waert gehaelt ende
by deser stat op een rat gesett;1
Hoe dat heer Walrauen verboden wert te tymmeren
item ende dat die scouthet van Den Bosch van shertogen wegen met een deel goeder
mannen van Os ende Berchen waren gereden ende gevaren tot Herpen ende verboden heren Walrauen te tymmeren opten wert by Rauesteyn in der Masen liggende,
zoe hy bestaen hadde, ende dat dairom blee¡ liggen;
item ende dat heer Walrauen oic versocht heeft gehadt Iannen Dicbier, scouthet
deser stat, dat hy hem soude helpen die palen bewaren;
Van gericht in den lant van Herpen gedaen
item ende Lambert van Strathen, sherouthet3 tot Os, van shertogen wegen was geset
scouthet tot Herpen, overmits bruecken die heer Ian van Borne had gebroect, ende
dat hy doen enen dye¡ van shertogen wegen hynck tot Vden;
Pelinge tusschen dlant van Herpen ende Nysterle
item ende dat die scouthet van Den Bosch, heer Ian van den Plasse, ende Mathys
Back, rentmeester van Den Bosch, zyn gecomen geweest tot Nysterle ende deden
dair een peelinge tusschen dlant van Herpen ende den dorpe van Nysterle ende namen aldair zeven mannen die op hoir eeden gingen tottenWitten Scilberge toe ende
wesen dair enen pael dair heer Ian, scouthet voirs., dede setten die galge met enen
1
2
3
In margine Megen.
Lees mogelijkWausem.
Aldus hs., lees scouthet.
96
1370-1371
fol. 118v
fol. 119
r
styll; ende voirt gingen die voirs. zeven mannen van denWitten Scilberge /all totten Dedwech ende van den Dedwech in de stege tot Slaebroeck ende vandair voirt
op Hanenberch, vandair voirt op Sleecberch tot midden in den Erpt; ende als dit
aldus was gedaen, seeghden die uuyten lande van Herpen dat die zeven mannen
van Nysterle voirs. weren wynres ende verlyesers in deser saken ende dat dairomme nyet recht gedaen weer; dwelc hoerende die scouthet ende rentmeester
voirs. namen zy zeven andere mannen uuyten dorpen van Os, Berchen ende Hees
die dairinne noch wynres noch verlyesers en waren ende gingen dieselve allen
denzelven ganck ende wesen dieselve palen zoe die ierste zeven mannen gedaen
hadden;
item ende is oick getuygt dat Rauesteyn staet bynnen shertogen palen van Brabant; van welken beleyde ende wairheyt dbeginsel luydt aldus:`Condt zy allen luyden die nu zyn ende naemaels wesen zullen, dat die scouthet', etc. ende is
begrepen ad signum (½22) ende opten blade CCCC II.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXVIto : Adam de Neynsel, Gerardus Scilder, Godefridus Sceyuel,Willelmus Eelkini, Bodo deTiela, / Theodericus Yewani, Iacobus Coptiten.
Ten tyde van den scepenstoel voirs. trac hertogeWencelyn metten Brabanders voir
een slot, geheyten Heymersbach, dat een roe¡huys was dair vele lyeden ende
coeplyeden beroeft wairden, ende werpt om in den gront.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXVIIo : Ghysbertus de Spina,Wellinus de
Neynsel, Ghyselbertus Lyscap, Henricus Maechelini.
Van den erven by den Caluwenberch
fol. 119v
Ten tyde van desen scepenstoel heeft dese stat kennesse gedaen aengaende den
er¡enisse die gelegen zyn by Caluenberch, streckende langs den grave die de heer
van Perewys heeft doen graven tot Vucht wairt, etc.; beginnende die brieve: `Wy,
scepenen', etc. ende begrepen folio CCCC LXI.
Greve Lodewyc van Vlaenderen voirs. hadde by vrouw Margrieten, zyn vrouwe,
suster van vrouwe Iohanna voirs., een dochter, oeck geheiten Margriet, die gegeven was enen edelen hertoich van Bourgoendien, die ster¡ sonder oir van hair te
latene. Ende mitsdien vyel shertoichdom van Bourgoendien opte croen van
Vrancryc ende zoeals voirs. is, creech die voirs. Philips le Herdy van den voirs. coninc Kaerle, zynen brueder, thertoichdom van / Boergoendien ende die voirs. wedue, greve Lodewycs dochter, ende oic Rysele, Duway, Oirchyes.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXVIIIo : Henricus Loze, Iohannes Boudewini, Ghiselbertus de Spina, Nycolaus Scilder.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXIXo : Goeswinus Steenwech, Iohannes de
Gemart, Arnoldus Dicbier, Iohannes de Zydewynen, Willelmus ¢lius Arnoldi
Tyelkini, Iohannes Sceyuel, Iohannes de Bruheze.
fol. 120r
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXo : Willelmus Eelkini, / Iacobus Coptyten, Gerardus de Berkel, Goeswinus Moel de Via Lapidea, Arnoldus Stamelart
van der Spanct, Iohannes Truden.
97
1371-1372
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXIo : dominus Arnoldus Roeuer, miles,
Arnoldus Stamelart de Penu, Arnoldus Heym, Iohannes ¢lius Leonii de Erpe,
Wolterus de Oirle, Gysbertus Lyscap iunior.
Dat Eduwart van Gelre, die hertoge Reynout, zynen brueder, had
gevangen, dootblee¡
Ten tyde van desen scepenstoel wairt die voirs. Eduwaert van Gelre, die hertoich
Reynout, zynen brueder, gevangen had, dootgeslagen te Bauswilder in een strydt
die hertoichWencelyn had tegen den voirs. mercgreef Willemen van Guylic, welcx
hulper Eduwairt voirs. was.
Die carthe van versueck
fol. 120v
Ten tyde van desen scepenstoel soe hebben hertogeWencelyn ende vrouwe Iohanna voirs. deser stat verleent een carthe die men noempt `die carthe van versueck'
ende oic sprekende van der stat knapen, etc. Ende dairinne hebbense voir / hen,
hoir oir ende nacomelingen deser stat verleent:
Oft yemand aengetast weer ende hy ten recht wordt versocht
oft gevyele dat die scouthet deser stat oft yemant anders van hoere wegen ennigen
poirtere oft poirtarssen aentasten aen lyve oft gueden ende drie scepenen oft meer
den scouthet versochten van rechzwegen op zynen eedt dat hy hoeren poirteren oft
poirtarssen hoir ly¡ oft hoer goet dat aengetast weer ten recht ende vonnesse sette
ende hy dan des nyet en dede opten zelven dach oft opten anderen dach dairnae metter zonnen, indien dat bynnen deser stat gesciet weer, dat hy dan van den scouthetambacht ontset sal wesen ende nummmermeer in deser stat oft meyeryen scouthet
zyn en sal noch ambacht vueren; ende gevyelt dat alsoe buyten deser stat ende die
scouthet des nyet en dede bynnen XIIII nachten nae den versueck der scepenen deser stat, zoe zoude hii ontset zyn als voir;
Aengaet den gruynroyen datse moegen deser stat renten ende assynsen
uuytpanden ende vangen ende datse die scepenen setten moigen
item ende dat deser stat knapen deser stat renten ende assynsen ten versueck der
scepenen uuytpanden moigen;
item ende dat zy van allen saken houden ende vangen moigen ende in gevenckenissen leyden, mar nyet laten gaen sonder will des scouthets ende deden zy dairtegens, zoe zouden zy hoirs ambachz quyt wesen ende scepenen zullen moigen
enen anderen setten;
item ende dat die knapen voirs. moigen hoir royen dragen sonder hoeren calange,
etc.; welke carthe begint: `Wencelaus', etc. ende is begrepen folio LXXV.
fol. 121r
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXIIo : Iohannes de Bruheze, / Laurencius
Boyen, Nycolaus de Oirle,Willelmus Coptiten.
Van der wetering te oepenen
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft vrouw Iohanna voirs. in eenre carthen bevolen den scouthet deser stat nu wesende ende namaels comende, dat hy
98
1377-1378
altyt ten versueck deser stat die gemeyn weteringe, tusschen desen lande ende den
lande van Megen gaende ende voirt doer dese lande tot in der Mazen, doe ruymen
ende oepen houden dattet water zynen ganc hebbe, etc.; welke carthe begint: `Iohanna, by der gracien Goids', etc. ende is begrepen opten blade LXXVI.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXIIIo : dominusTheodericus Roeuer, miles, Iohannes de Derenthere,Wolterus de Erpe, Iohannes de Erpe, Emondus die
Roeuer, Marcelius de Os,Yewanus Styerken.
fol. 121v
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXIIIIto : Gerardus de Berkel, /Arnoldus
Stamelart de Spanct,Willelmus de Ouden, Iohannes de Dordrecht, Arnoldus de
Beke, Gerardus deVden, Iohannes de Aggere.
Ten tyde van desen scepenstoel zoe is een erfdeylinge gemaect tusschen dese stat
endeVucht aengaende dat Vuchterbroeck; prout in litteris incipientibus:`Wy, scepenen', etc. et comprehensis folio CCCC LVI.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXVo : Gerardus Steenwech, Arnoldus
Heym, Iacobus Coptiten, Henricus Enode, Henricus de Erpe, Andreas deVden,
Iohannes Scrage.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXVIo : Leonius de Lancvelt, Arnoldus de
Andel, Iohannes de Bruheze, Symon de Myrobello, Iohannes Trude, Ghysbertus
Lysscap iunior, Iohannes de Outhuesden.
Ten tyde van desen scepenstoel soe heeft byscop Ian van Ludick in zekere brieven
verleent hoe men tGroot Gasthuys sal regeren; ende dieselve brieve beginnen:
`Iohannes, Dei gratia episcopus Leodiensis', etc. ende zyn begrepen opten blade
XV. /
fol. 122r
Van den strathen nyet te sluyten
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben hertoichWencelyn ende vrouw Iohanna deser stat verleent een carthe dat men die straten deser meyeryen nyet sal
sluyten noch besparren, mar dat die coepman sal moegen varen, wandelen overall
doer die voirs. strathen, ten weer dat openbair vyantscap weer ende dan dat gemeyntlic in den lande van Brabant geboden worde; welcke carthe begint: `Wencelaus', etc. ende is begrepen opten blade LXXVI.
Ten tyde oeckvan den voirs. scepenstoel op Sinte-Andriesdach quam keyser Kaerle dieVierde voirs., brueder van den voirs. hertoichWencelyn, tot Bruessel in Brabant, dair hy met groeter eeren onthaelt waert.
Van dat scisma van twee paeusen, duerende XL iaren
Ende omtrent derselver tyt zoe waert in der Heiliger Kercken scisma van twee
paeusen ende waerden gecoren die VIte paeus Vrbanus ende die VIIte paeus Clements ende alsoe voirt, altyt regnerende twee paeusen omtrent XL iaren lanck.
fol. 122v
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXVIIo : dominus Theodericus Roeuer,
miles,Wolterus de Erpe, Iohannes de Erpe, Goeswinus Moedel de LapideaVia, /
Laurencius Boyen, Marcelius de Os, Arnoldus de Gheel.
99
1378-1379
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXVIIIo : dominus Arnoldus Roeuer, miles, Ghysbertus deVlochouen,Willelmus ¢lius Arnoldi Tielkini, Gerardus de Berkel, Iohannes ¢lius Leonii de Erpe,Willelmus Coptiten, Iohannes de Dynther.
Aengaet der gruyten
Ten tyde van desen scepenstoel soe hebben hertoichWencelyn ende vrouw Iohanna deser stat verleent een carthe wat men van hoppenbier voir gruytgelt geven sal,
datz te wetene dat die rentmeester van XL vaten voir gruytgelt boeren sal enen
alden scilt ende dat men altyt bynnen deser stat hoppe mach brouwen; welke carthe begint: `Wencelaus'etc. ende is begrepen opten blade LXXVII.
Ten tyde oick van denselven scepenstoel soe is by heren Rycout die Cock, ridder,
hoichscouthet, scepenen, gesworen, rentmeesteren ende dekenen van den ambachten deser stat geordineert geweest te wetene: /
fol. 123r
Aengaet wat men geven sal opter fointen, yerster missen oft bruytten
in den iersten dat opter fointen int he¡en van enen kynt nyet meer en sal geven dan
enen alden groeten oft vy¡ scuerken; desgelycx oic enen paep zyn ierst misse singende ende oic nyet meer en sal men geven eenre bruyt enen man nemende; ende
all opten peen van X alde scilden ende hieraf is enen brief in der commen.
Van sekeren personen die gebannen worden
Tenselventyde oick waert Noertken HannenWreychalssoen gebannen C iair ende
enen dach ende oic mede die Noertken dootsloech, die soude hebben C alde scilde
ende dien gevangen brochte, die soude hebben CC alde scilde; ende die Claessen
den Bastart dootsloech soude hebben vyftich alde scilde ende dien gevangen
brochte zoude hebben C alde scilde; welke poincten zyn begrepen opten blade
LXXVII.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXIXo : Arnoldus Heym, Theodericus
Bartholomei, Henricus Knode, Iohannes Scrage, Leonius de Erpe, Iohannes de
Neynsel. /
fol. 123v
Aengaet het setten broet, byer, wiin
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben hertoge Wencelyn ende vrouw Iohanna voirs. deser stat verleent een carthe dairinne datse den scepenen deser stat
geconsenteert hebben die koeren van den brode, wyn ende byer te moigen hoigen
ende minderen tot XLV scillingen toe Bosch gelts, alst hen belieft;
Dat die gruynroyen moigen eyden die koermeesters
ende dat die dienres van der gruender royen die koermeesters moigen eyden by weygeringe des scouthets, ut inibi; welke carthe is begrepen opten blade LXXVIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXo : Arnoldus Stamelart, Leonius de
Lancvelt, Iohannes ¢lius Boudewini,Theodericus Lysscap iunior, ArnoldusVeer,
Willelmus Scilder, Iohannes de Ouden.
100
1383-1384
fol. 124r
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXIo : Arnoldus Stamelart de Spanct,
Marcelius de Vden, Iohannes de Aggere, Henricus Dicbier ¢lius Godefridi, Zebertus de Hoculem, / Gerardus de Wyel,Willelmus de Hees.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXIIo : Iohannes de Bruheze, Iohannes
de Erpe, Iohannes ¢lius Leonii de Erpe,Yewanus Styerken, Iohannes de Dynther,
Iordanus de Hoculem,Willelmus Scilder.
Dat men alleen daigen mach van testamenten, van geestelycken gueden, huwelix vorwarde
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe hebben hertoge Wencelyn ende vrou Iohanna voirs. deser stat ende meyeryen verleent dat zoe wye aldair citacien, inhibicien oft geestelycke geboden anders dan van testamenten, van geestelycken
gueden oft huwelix vorwarden brengt, dat die nummermeer aldair in ambacht
noch in recht en zullen zyn, etc. ende buyten hore hoeden zullen wesen; welke
carthe begint: `Wencelaus', etc. ende is begrepen opten blade LXXIX.
Van eenen oploep tot Loeuen
Ten tyde oeckvan den voirs. scepenstoel was tot Loeuen enen grooten oploep. Die
gemeynt vingt die heren ende hadse opter stathuys daira¡ datter tot XVI oft XVII
wairt geworpen van boven neder ende worden van der gemeynten in de pyecken
gewacht. /
fol. 124v
Hoe hertoich Wencelyn tot Loeuen die witt setten
Item nae den oploep voirs. wairt by hertoge Wencelyn voirs. geordineert tot ewigen dagen tot Loeuen souden wesen vier scepenen van den geslachten ende drie
van der gemeynten ende een commoingimeester ende die gesworen zouden van
beyden zyden genomen werden hal¡ ende hal¡.
teser tyt sterff hertoge wenceliin
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXIIIo : dominus Arnoldus Roeuer, miles, Arnoldus Heym, Willelmus ¢lius Arnoldi Tyelkini, Symon de Myrobello,
Henricus Dicbier,Theodericus Berwout, Henricus Scilder.
Dat die scepenen hier moeten woenen
In den iair voirs. soe hebben hertogeWencelyn ende vrou Iohannavoirs. deser stat
verleent een carthe dairinne datse hebben geordineert dat zoe wye voirtaen aldair
scepenen sal zyn, dat die dat iair dat hy scepenen is, stocvast woenen sal met
zynre meester familien bynnen deser stat opte verboeren vyftich alde scilden, etc.;
101
1384-1385
Dat scepenen ende dekenen moeten geboeren poirters wesen
item ende dat voirtaen nyemand scepenen oft dekenen en sal moigen wesen, hy en
zy geboeren poirter deser stat; welcke carthe begint:`Wencelaus', etc. ende is begrepen opten blade LXXXI. /
teser tyt waert vrouw ianna wedue; teser tyt sterff
hertoich wenceliin
fol. 125r
Ten tyde van den voirscr. scepenstoel toech die voirs. hertoichWenceliin nae Lutzemborch omme zyn lant aldair te visiteren, dair hii syeck wairt ende corteling
ster¡ als op Onser-Liever-Vrouwen-Conceptionisdach int iair voirs. ende waert
begraven te Oryuaels int cloester int lant van Lutzemborch. Hii hadde by vrouw
Iohanna enen zoen gehadt die ionck ster¡.
ten tyde van vrouw iohanna wedue wesende 1
Die lantcarthe;2 teser tyt was vrou Iohanna wedue
fol. 125v
Nae die doot van hertoich Wencelyn voirscr. in deselve maent opten XIXen dach
decembris dairnae soe heeft vrouwe Iohannavoirs., als nuu weduwe wesende, den
lande van Brabant verleent die lantcarthe, dairinne datse heeft bevolen ende geboden allen richteren slantz van Brabant dat zy, versocht wesende, enen yegelycken wit ende vonnisse doen bynnen den naesten dorden dach naedien dat die
persoen dair men over clagende is, gehacht is, ende dat zy dien persoen laten verbourgen rechz te plegen van allen saken dair hy nae den lant recht oepenbairlic
ly¡ noch lyt verboert en heeft. Ende oft ennich richter, versocht wesende, des weygerden, zoude hy zyns ambachz af wesen ende dairtoe verboert hebben des hy
dairop staende hadde. Ende voirt oft hy hem zyns ambachs vorder onderweynden, dat men hem vangen sal, etc. ut in eadem cartha;3 welke carthe is bezegelt
by vrouwe Iohanna voirs. ende by hoeren heren die baenroedsche slants van
Bra- / bant, namentlic: heer Zweer, heer van Gaesbeeck, heer Ian, heer van Wesemael, heer Ian, heer van Rotselair, heer Ian, heer van der Leck ende Breda, heer
Henric, heer van Dyest, heer Ian, heer van Bouchout, heer Henrick, heer van
Bergen opten Zoom, heer Willem, heer van Du¥e, heer Ian, heer van Wittham;
ende welke lantcarthe voirs. begint: `Iohanna', etc. ende is begrepen opten blade
LXXIX.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXIIIIto : Arnoldus Stamelart de Penu,
Leonius de Lancvelt, Iacobus Coptyten, Gerardus de Berkel,Willelmus Coptiten,
Theodericus ¢lius Bartholomei, Iacobus Loze.
1
2
3
Herhaald vanaf fol. 125v tot en met fol. 144v.
In margine nota.
Vertaling: zoals in hetzelfde privilege.
102
1384-1385
Dat payment bynnen deser stat ende meyeryen alleens sal wesen
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft vrouwe Iohanna deser stat ende
meyeryen verleent een carthe dairinne datse heeft gegeven dattet payment bynnen deser stat ende meyeryen alleens zal wesen; welke carthe begint: `Iohanna'
ende is begrepen opten blade LXXXII. /
fol. 126r
Van den toll tot Woudrichem
Ten tyde oick van denselven scepenstoel soe heeft vrouwe Iohanna deser stat noch
verleent een carthe dairinne datse die poirteren deser stat gevrydt heeft van den
onrechten toll die men hen tot Woudrichem afgenomen heeft, alsoe datse voirtaen dair varen moigen vry ende loss op hoeren rechten tolle, etc; welke carthe
begint: `Iohanna', ende is begrepen opten blade LXXXII.
Die carthe van der stillen van XXX iaren1
Oeck ten tyde van denselven scepenstoel soe heeft vrouw Iohanna deser stat ende
meyeryen verleent een carthe dye men heyt `die carthe van der stillen'oft besitt van
XXX iaren, dairinne datse heeft verleent dat zoe wie dartich iaren ende daige beseten heeft ende besit in erve alse voir zyn erve, dat die dairinne berusten sal nae
den rechte der stillen van Brabant; welke carthe begint: `Iohanna'etc. ende is begrepen opten blade LXXXIII.
Hoe ende wairom hertoich Willem van Gelre opstont tegens vrou Iohanna, wedue, ende tonrecht
fol. 126v
Item ende noch ten tyde des scepenstoels voirs., nae die doot van den voirs. hertoich Wencelyn ende als vrouw Iohanna noch met droefheiden bynnen Bruessel
sat, soe begonster discoert te rysen ende stont tegens vrouwe Iohanna op die voirs.
hertoichWillem van Gelre, mercgreveWillems van Guylic zoen, omdat men hem
nyet en wilde overgeven die heerlicheiden ende sloten van Vucht, Gangel ende
Mille, die van den heer van Heynsberch, diese er£ic toebehoirden, verset waren
aen den voirs. Eduwart van Gelre / ende dieselve Eduwart die voirts verset hadde
uuyt gebreke van gelde aen heren Iannen, sgreven van Moers iongen brueder, voir
XXXVM alde scilde1.Welke heer Ian die voirs. heerlicheit voirts vercoft hadde om
een grote somme van penningen den voirs. hertoichWencelyn ende vrouw Iohanne ende hadde dairaf allen zyn recht by raide van zynen mannen overgegeven
ende die penningen dairaf van die van Tricht ontfangen. Denwelken nyettegenstaende nae die doot van hertoich Wencelyn voirs. soe heeft hertoich Willem van
Gelre die voirs. heerlicheiden aen hem willen trecken, seggende hoe datse die
voirs. heer van Heynsberch die aen den voirs. Eduwart, zynen oem, verset hedde
ende dat die pantscap hem verstorven ware, nyet willende weten datse die voirs.
Eduwart, zyn oem, voirt verset hedde.
1
In margine nota.
103
1385-1386
Hoe hertoich Willem van Gelre seynden ontsegbrieve aen vrou Iohanna
fol. 127r
Ende alsoe ommedat men hem die nyet en wolde overgeven, wairt hy vyant slantz
van Brabant ende sandt ontsegbrieven aen vrouw Iohanna, noch in de roucamer
wesende. Ende als zy dese brieve ontfangen hadde, seyden zy: `Nu eest tyt dat ic
uuyt mynre cameren gae', ende ginc uuyt hare cameren ende het was meer dan
een iair dat hertoich Wencelyn voirs. gestorven was. Ende zy sant terstont haren
drossaet van Brabant tot sHertogenbosch met volc van wapenen die int lant van
Gelre groeten scaide deden ende / wederomme die Gelderssche in Brabant, zoe
datter een zwair rydende oirloich gerees ende duerden een wyle tyts.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXVto : Iohannes ¢lius Trude, Leonius
de Erpe, Iohannes de Neynsel,Willelmus Scilder, Emondus de Gemart, Henricus
die Raet, Goeswinus Steenwech.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXVIto : Iohannes de Gemart, Iohannes
de Erpe,Yewanus Stierken, Theodericus Roeuer, Iohannes de Ouden, Gerardus
de Aa, Arnoldus Berwout.
Een belech voir Den Graue
fol. 127v
Ten tyde van desen scepenstoel trac tgemeyn lant van Brabant voir die stat van
Den Graue, / daert voir lach een wyle tyts.
Hoe hertoich Aelbrecht van Beyeren dat oirloich opnam
Ende dairvoir liggende quam hertoich Aelbrecht van Beyeren voirs., palsgreve
ende ruwart van Henegouwe, Hollant, Zeelant, diens dochter die voirs. hertoich
Willem had getrouwt, ter beeden van denselven hertoich Willemen, tot sHertogenbosch by vrouw Iohanna ende hy creecht in handen van beyden zyden om
een uuytspraec te doen ende oft ennige die nyet en hyelden, zoe geloefden hy denselven dairtoe te helpen brengen.
Duuytspraec hertoich Aelbrechts van Beyeren
Uuytsprekende aldus als dat vrouw Iohanna al hair recht in Den Graue hebben
zoude, zoese pleech voir den oirloge, ende dat alle gevangen ende onbetaelde rantsoen loss ende quyt wesen zoude.
Hoe hertoich Willem van Gelre weder tegens die uuytsprake dede
Mar onlange waert dien pays voirs. gehouden, want als die Brabanders wederomme thuyswairt waren ende vrouw Iohanna tot Bruessel, soe versetten hertoich
Willem van Gelre voirs., contrarie der voirs. uuytspraken, die goede mannen die
vrouw Iohanna aldair in de witt ende recht gestelt hadde, ende dede die stat van
Den Graue sterck maken, noch en woude oic zyn gevangen nyet loss laten. Dwelc
vrouw Iohanna claichden den voirs. hertoich Aelbrechten, die dairop nyet vele en
achten.
104
1387-1388
Hoe die coninc van Vrancryc ende Philips le Herdii tracteerden om
pays metten heer van Gelre voirs., die evenwael des nyet en hyelt
fol. 128r
Daernae claechden zyt den voirs. coninc van Vrancryc, haren neve, ende den
voirs. / hertoge Philips van Bourgoingien, geheiten le Herdy, die getroudt had
Margrieten, dochter van den voirs. greve Lodewyc vanVlaenderen ende van Margrieten, suster van vrouwe Iohanna voirs., die welcke coninc ende hertoge Philips
le Herdy aen hertoige Aelbrecht voirs. screven dat hy hem dairinne zoude quyten.
Ende uuyt dien scryven quamt zoe verre dat den Raet des voirs. conincx van
Vrancryc ende die voirs. Philips le Herdy ende hertoich Aelbrecht van Beyeren
dairom vergaderden, ierst tAntwerpen, daernae tot Sinte-Geertrudenberch ende
dairnae tot sHertogenbosch, dairnae communicacie tsamentlic gehouden. Hertoich Aelbrecht beloefden den voirs. hertoige Willemen van Gelre, zynen behuwden zoen, te onderwysen dat hy vrouwe Iohanna laten zoude by hair rechten tot
Graue ende elders, des hy evenwel nyet en dede, mar brac weder allet dat tracteert
was, alst nae bliict ende hy gevordert had in den iair van LXXXVIII naevolgende.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXVIIo. /
fol. 128v
Teser tyt had hertoichWillem van Gelre tegens vrouw Iohanna oirlog
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft vrouw Iohanna voirs. deser stat verleent een carthe om die getrouwe diensten dyese hair gedaen heeft ende sunderlinge in dit iegenwoirdige oirloge van Gelre noch dagelix doende is; in welker
carthe zy deser stat verleent heeft die poincten hiernae volgende:
Dat dese stat hoir assynsen mach boeren, hogen ende nederen
in den iersten dat dese stat in haren drien leden hair assynsen altyt he¡en mach ende
die moigen setten, hoigen ende nederen;
Datse oic heeft die maten
ende datse oick die zoutmaet metten anderen maten hebben zal ende behouden
ende dairtoe dat strycambacht;
Aengaet denVIM ryalen dairvoir deser stat assynsen gecoft zyn
item ende dat dese stat die VIC ryalen die dese stat iairlix den greve van der Marck
van haren assynsen gibt, altyt af mach quyten met VIM ryalen oft die werde dairvoir
met der halver payen, te weten met IIIC ryalen;
Dat die gesworen scepenen setten moigen ofse bynnen acht dagen nae Bamis nyet geset en worden
item oft die seven scepenen deser stat bynnen acht daigen nae Sinte-Remeysdach
nyet volset noch geeydt en worden, zoe zullen die gesworen, te weten die int naeste
voirleden iair scepenen geweest hebben ende gesworen worden zyn, eendrechtelic
oft die meeste hoep van hen moigen kyesen ende setten ende sculdich zyn te kyesen
ende te setten op hoir eeden scepenen deser stat ende voirt alsoe altyt, etc. te moigen
setten seven scepenen oft die van hen gebraken, etc.; /
105
1387-1388
fol. 129r
Ende datse die scepenen setten moeten des anderendaigz nae den acht dagen
item ende datse die setten moeten des anderendaigz nae den voirs. acht daigen eerse
eten oft drincken, etc.;
Aengaet het kyesen der rentmeesteren
item ende als die seven scepenen geset zyn, zullen die nyewe scepenen ende gezworen oft dmeestedeel des anderendaigz moeten kyesen eerse eeten oft drincken twee
rentmeesteren die geboeren poirteren zullen wesen ende van wittigen bedde ende
die twewarven des iairs zullen rekenen ende nae hoeren afgaen en zullense bynnen
twee iaren in deser stat raide nyet moigen comen;
Dat die scouthet, scepenen, gesworen, roydregers assynsen nyet en moegen pachten
item ende dat noch scouthet, noch onderscouthet, noch scepenen, noch gesworen,
noch roydregers deser stat assynsen pachten en zullen moigen, etc.; welke carthe
begint: `Iohanna'ende is begrepen opten blade LXXXIII.
Dat dese stat enen wisseler mach stellen
Ten selven scepenstoel ende in dier tyt soe heeft vrouw Iohanna noch deser stat
verleent een carthe dairinne datse heeft consenteert deser stat datse altyt, gelyc
die van Loeuen ende Bruessel, enen wisseler zall moigen stellen die alre heren gelt
bynnen deser stat comende, werderen sal ende boven alle andere gelt hair ende
hare nacomelingen gelt gaende houden;
Aengaet tsetten der scepenen in der meyeryen
item ende dat men alle iair op Sinte-Remeysdach in den vryheiden van Rode, Oirle,
Eerssel ende Os nyewe scepenen setten sal;
Aengaet in der meyeryen vrede te nemen
item ende dat diegeen die scepenen oft gezworen zyn in deser meyeryen altyt zullen
moigen nemen vreede gelyc die scouthet ende vorster aldair, ende dyet hen vierenwer¡ weygerden, sal verboeren thien pont; /
fol. 129v
Aengaet den voirspreken
item ende dat een voirspreecke die yemanden bynnen deser stat int recht verantwoirt van onscout oft bytichten, hebben zal voir zyn loen III scillingen paymentz
ende in deselve saken buyten vy¡ scillingen ende van erftalen bynnen XX scillingen
ende buyten XL scillingen ende van dootslaigen buyten ende bynnen XX ponden
ende den cost; ende oft ennich voirspreeck des weygerden te dyenen, en zoude hy
nummermeer meer in deser stat oft meyeryen voir moegen spreeken; welke carthe
begint: `Iohanna', etc. ende is begrepen opten blade LXXXVI.
Dierste wisseler deser stat was Ian die Ioede
Ten tyde oeck van denselven scepenstoel soe hebben scepenen, gesworen deser
stat eenen, genoempt Ian die Ioede, wisseler gemaect, die op die voirs. carthe
ende naevolgende poincten zynen eedt gedaen heeft:
106
1388-1389
Wat men van wisselen sculdich is
ende dat hy van wisselen sal nemen te wetene van enen alden scilt ende van elcken
gulden penninc die van dier werden is ende dairboven XII penningen, datz te wetene een labbaye voir vier scillingen gerekent, ende van elcken gulden penninc beneden den alden scilt VI penningen, oic een labbaye voir vier scillingen gerekent, ende
desgelycx van allen zilveren gilt te wisselen;
Dat scepenen, gesworen den wisseler setten ende ontsetten moigen
item ende dat die scepenen ende gesworen altyt den wisseler setten ende ontsetten
moigen; prout in litteris incipientibus: `Wy, scepenen ende gesworen', etc. et comprehensis folio LXXXVIII. /
fol. 130r
Aengaet die forme van zweren
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel soe heeft vrouw Iohanna voirs. deser stat
ende meyeryen verleent een carthe, inhoudende zoe wye zweren sal van geldelycken saken oft van wat anderen saken, dat zii uuytgenomen van erftalen, dat die
zweren sal aldus: soe wes men hem tydt, dat hy des onsculdich is, zoe hem Got
helpe ende die heiligen;
Dat een vrouw zwerende nyet vervallen en mach, zoe lange die zon schynt
ende dat een wy¡ van den voirs. saken nyet en sal vervallen alsoe lange die zonne
schynt; welke carthe begint: `Iohanna'ende is begrepen opten blade LXXXIX.
Aengaet tstercken van Os ende anderswair dairt deser stat belieft1
Ten tyde oeck van denselven scepenstoel soe heeft vrouw Iohanna deser stat verleent een carthe dairinne datse gunt deser stat datse Os dairt verbornt is ende anderswair daert deser stat noot zall duncken, metten luyden deser meyeryen
begripen, mach stercken ende vesten met graven ende anderssins, lastende dairinne den scouthet deser stat ende allen anderen o¤cieren datse deser stat dairinne behulpich zyn; welke carthe begint: `Iohanna', etc. ende is begrepen opten
blade LXXXIX.
fol. 130
v
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXVIIIo : dominusWillelmus de Aa, miles, / Arnoldus Heym, Gerardus de Berkel, Willelmus Coptyten, Emondus
Roeuer, Iohannes de Dordrecht, Iohannes de Aggere.
Ten tyde van desen scepenstoel soe heeft vrouw Iohanna verleent den gesellen van
der Tae£en der stat van Den Bosch ende hen verlengt hoir iairscharen, etc. ende
des aen dese stat voirts versocht datse die voirs. gesellen, gelyc hoir poirteren, verantwoirden souden; dairaf die brieven beginnen:`Iohanne, by der gracien Goids',
etc. ende zyn begrepen ad signum (½23) et folio CCCC LX.
Teser tyt was Cleue noch een grefscap
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe begonst die voirs. hertoichWillem van Gelre wederomme op Brabant te scedigen met zynen hulpers die hy hadde gecregen,
1
In margine nota.
107
1389-1390
te weten den eertsbisscop van Coelen, den bisscop van Breemen, den bisscop van
Munster, den bisscop vanVtrecht, den greve van Cleue die dairnae hertoich wairt,
den greve van Moerss, zoedat hy wael sterc was XXIIIIC glavyen ende XXIIC
mannen te voet ende zyn capiteynen waren al meest geestelycke prelaten ende papen.
Dat die Liinde tot Oisterwyc verbrant wairt
fol. 131r
Ende hiermede trac hy tot Oisterwyc dat hy metter Lynden verbranden, ende
voirt tot Gestel, Beeck, Boxtel, dwelc zy oic verbranden, ende alsoe drie daigen
dair ende dairomtrent wesende toech hy weder met zynen bisscoppen ende papen
ende anderen heren in zyn lant ende het blee¡ voirt al den aenstaenden winter
doer een rydent oirloige.Vrouwe Iohanna voirs. creech te hulpen den voirs. hertoich Philips van Bour- / goindien, geheiten le Herdii, haren neve, die hair sant
uuyt Vrancryc drie maenden versout VC glavyen ende blee¡ alsoe een rydent oirloich totten iair toe van XC dat den pays gemaect wairt.
Remigii confessoris anno Mo CCCo LXXXIXo : Arnoldus Stamelairt de Penu,
Gerardus de Vladeracken, Arnoldus Stamelart de Spanct, Willelmus Scilder,
Goeswinus Steenwech, Iohannes de Gestel, Iordanus ¢lius Arnoldi Tyelkini.
Van der geloeften des heren van Helmont
Ten tyde van desen voirs. scepenstoel soe heeft heer Ian van Berlair, heer van Helmont ende van Keerberch, in presencien van scepenen, gesworen ende gemeynen
bourgeren deser stat geloeft nummermeer tegens deser stat rechten te doen, mar
die te helpen houden; daira¡ dbeginsel luydt aldus: `Int iair Ons Heren', etc. ende
is begrepen ad signum (½24) ac folio LXXXIX.
Ten tyde oic van denselven scepenstoel zoe heeft Aelbrecht, hertoich van Beyeren,
palsgreve, greve van Hollant, etc., verlyt Rycout den Cock versceyden gueden tot
Ge¡en van hem te leen te houden; prout in litteris incipientibus: `Aelbrecht, by
Goids genaden palensgrave opten Ryn', etc. et comprehensis folio CCCC LIX. /
fol. 131v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCo : Iohannes de Erpe, Gerardus de Vden,
Henricus Dicbier ¢lius Godefridi, Iacobus Loze, Gerardus de Aa, Hubertus de
Gemart, Iohannes Steenwech.
Aengaet hoe die voirs. heer van Gelre hem verbonden heeft in den
voirs. pays
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe cesseerden tvoirs. oirloge, dat was tusschen vrouwe Iohanna et den voirs. hertoichWillemen van Gelre ende daira¡ hertoichWillem voirs. zekere brieven van sich heeft gegeven ende geloeft te verhueden
dat van zynen landen, steden, sloten, luyden oft ondersaten oft oic yemanden anders, wie hy weer, egenen scaide en soude gescien der voirs. vrouw Iohanne, hoeren landen, sloeten, luyden ende onderseten op beyden zyden der Masen ende
sunderlinge Mil, Gangelt endeVucht;
108
1394-1395
fol. 132r
Dat Graue een Brabantz leen is1
ende dede yemant van zynen onderseten dairtegens, dat zoude hy richten met zynen
lyve ende gueden, ende dede oic yemand anders dairtegens in zynen lande ende dat
van den ampluyden oft onderseten der voirs. vrouw Iohanne, dien zoude hy moegen
vervolgen, dairtoe zyn onderseten behulpich zouden moigen wesen, all geduerende
den levenen van / vrouwe Iohanna voirs., onder bespreck dat heer Ian, heer van
Kuyck, van vrou Iohanna voirs. ontfangen zal te leen die stat van Den Graue ende
dat tusschen die tyt ende Korsmisse doen naestcomende; welke brieven beginnen:
`Wii,Willem van Guylic, by der genaden Goidz', etc. ende zyn begrepen opten blade
XC ende welke brieve oec mede zyn bezegelt van zynen Rait, namentlic heer Henrick van Steenbergen, proefst van Aldemunster tUtrecht, heren Reynalt, heer van
Oy, ende heren Iohan van Hoenselair, ridder.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCIo : dominus Goeswinus de Aa, miles,
Willelmus ¢lius Arnoldi Tielkini,Theodericus Roeuer, Iohannes de Neynsel, Iacobus Tyt, Arnoldus deVladeracken, Gerardus Raet.
Dat die assynsen deser stat zyn gecoft met VIM ryalen
fol. 132v
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft vrou Iohanna, want dese stat hair tot
hare vruntlycker beden hadde gelevert VIM ryalen, /dairop dese stat was sorteert
te geven den greve van der Marckvoir dieVIC ryalen die zy hair van horen assysen
sculdich was ende die dese stat van harewegen den greve voirs. te geven plach,
dairaf datse dese stat quytgescouwen heeft ende geloeft van denVIM ryalen ende
van der iairlixer betalinge derVIC ryalen aen den voirs. greve scadeloes te ontheffen; prout in litteris incipientibus:`Iohanna, by der gracien Goids', etc. et comprehensis folio XCI.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCIIo : dominusWillelmus de Aa, miles, Symon de Mirabello, Emondus Roeuer, Iohannes de Dordrecht, Iohannes de Aggere, Arnoldus Veer,Wolterus Coptyten.
Ten tyde van desen scepenstoel is gemaect een ordinancie van den perden te setten
bynnen der meyeryen van Den Bosch, beginnende: `Soe wye geguedt is tot der
werden', etc. ende begrepen opten blade CCCC LIX.
fol. 133
r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCIIIo : Gerardus de Berkel, Arnoldus Stamelart de Spanct, Ghysbertus Lyscap iunior, Goeswinus Steenwech, / Iohannes
de Gestel, Iohannes ¢lius Arnoldi Tielkini, Iohannes de Gemart.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCIIIIto : dominusTheodericus Roeuer, miles, Iohannes de Erpe, Theodericus Berwout, Theodericus Roeuer, Iohannes
Sceyuel, Iohannes deVladeracken, Heymericus Groy.
1
In margine nota.
109
1394-1395
Hoe die heer van Helmont geloeft heeft tegens deser stat rechten nyet
te doen
Ten tyde van desen voirs. scepenstoel soe heeft heer Ian van Berlair, heer van Helmont ende van Keerberch, ridder, onder zyn brieve ende zegele deser stat geloeft
nummermeer te doen tegens hair rechten, mar die altoes te hulpen te comen ende
te helpen houden ten versueck deser stat; welke brieven beginnen:`Wy, Iohan van
Berlair', etc. ende zyn begrepen opten blade XCIII.
Aengaet dat tanderen tyden heer Dirc die Roeuer die porcie van der
beden deser stat opgeboert heeft ende daira¡ betaelt die gevangen int
lant van Gelre ende andere; oeck aengaet die lossinge der vercofter
dorpen
fol. 133v
Ten tyde oeckvan den voirs. scepenstoel soe is vrouwe Iohanna voirs. eenss- / worden met deser stat aengaende haren aengedeelt der beden die vrouwe Iohannen
voirs. van den lande van Brabant consenteert was, in der ondergescreven voegen,
te wetene dat tgelt van der beden deser stat ende meyeryen comen soude in handen heren Dircx Roeuer, die dairtoe van den scepenen ende geswoeren deser stat
geset is rentmeester te wesen, als tot vier termynen te betalen ende daira¡ betalen
zoude diegeen die in den oirloge gevangen1 als van Gelre gevangen waren ende
gepant voir vrouwe Iohanna schout, ende oick heren Willemen van Broechuysen
die enen poirter deser stat voir vrou Iohanna scout opgehouden hadde, ende oeck
den heer van Kuyck onder condicie zoe verre dairover lyep, zoude men mede lossen die versette ende vercofte dorpen bynnen deser meyeryen, etc.; prout in litteris
incipientibus: `Iohanna', etc. et comprehensis opten blade XCIII.
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel soe heeft vrouwe Iohanna voir hair, hair
oire ende nacomelingen deser stat verleent:
fol. 134r
Aengaet het boeren van den thiins bynnen deser stat ende meyeryen
in den yersten dat die rentmeester deser stat ende meyeryen van den goeden luyden
dairinne geseten die thyns van hoeren erven sculdich zyn, voirtaen boeren sal alsoe
vele als hair rentmeesteren anderswair bynnen den steden /ende lande van Brabant
gemeyntlic voirtaen ontfaen zullen ende nyet meer;
Aengaet het boeren van thiins onder die smaelheren
ende desgelycx zullen boeren die rentmeesteren der smaelreheren deser meyeryen
den thyns hore heren ende nyet meer;
Dat deser stat toebehoeren allen die visscheryen ende stroomen bynnen
deser stat, haire vryheit ende tot Vucht
item ende dat dese stat haren wil mach doen op enen iairlycken thyns van enen alden
groten met allen die visscheryen ende stroomen in deser stat ende hare vryheit ende
in der prochien vanVucht, behoudelic hair nochtans dairinne hair hoge heerlicheit;
1
Aldus hs., dit is een cryptische samenvatting van een meer uitgebreide passage in het cartularium.
110
1397-1398
Aengaet dat elck mach voegelen vangen
item ende dat elckermalck in deser stat, vryheit ende meyeryen geseten mach vangen entvoegelen, plevieren ende alle andere smael voegelen;
Hoe dic ende hoe lange die rentmeester dingen sal
item ende dat die rentmeesteren nyet meer dan vierwer¡ siairs dingen en zullen
ende dat elck dingtyt nyet langer duren en zal dan een maent ten hoichsten;
Aengaet dat die onderscouthet nyet uuyt en moet wesen sonder enen stathelder te setten
item ende dat die onderscouthet deser stat uuyt deser stat nyet en sal ryden noch
trecken, tenzy dat hy yerst voir twee scepenen deser stat enen goeden man in zyn
stede geset heeft, etc., op beroeft te wesen van zynen ambachte after dien dach; prout
in litteris incipientibus: `Iohanna', etc. et comprehensis folio XCIIII. /
fol. 134v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCVto : dominus Goeswinus de Aa, miles,
Theodericus Roeuer, Willelmus Scilder, Ghysbertus de Spina, Martinus Berwout, Iacobus Coptiten,Theodericus Lu.
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCVIto : Gerardus deWiel, Arnoldus Heym,
Martinus Berwout, Iacobus Coptiten.
fol. 135r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCVIIo : Gerardus de Berkel, / Arnoldus
Stamelart de Spanct, Iohannes de Gestel, Hubertus de Gemart, Arnoldus deVladeracken, Henricus de Werthusen, Ludinc Pynappel.
Hoe hertoich Willem van Gelre teser tyt weder aenhye¡ oirloge tegens vrouwe Iohanna om Wouters van Ouerryn wille
fol. 135v
Ten tyde van desen voirs. scepenstoel soe hye¡ wederom aen die voirs. hertoich
Willem van Gelre oirloige tegens vrouwe Iohanna voirs., overmits eens dienres
des voirs. hertoich Willems, geheiten Wouter van Overryn, die met zynen hulperen, droncken zynde, dootsloech enen van vrouwe Iohanna dienre, dairomme hy
bynnen deser stat wairt onthoeft, ende seynden dairomme die voirs. hertoichWillem ontsegbrieve aen vrouw Iohanna voirs. Ende quam weder die voirs. hertoich
Willem met zynen voirs. bisscoppen ende hulperen verby deser stat tot Oisterwyc,
doende aldair groeten scaide.Vrouwe Iohanna, dat vernemende, ontboot hem
stryt te leveren, het weer in zyn lant oft bynnen Brabant, ende dat bynnen drie
dagen. Ende dat hy die arme onderseten lyet dair en bynnen onbescedicht, zy
soude hem / seynden C voeder wyns, CCC ossen ende broet ende ander gereetscap genoch. Mar hy en dorst nyet te stryde comen ende alsoe vertoech hy weder
uuyten lande, nae vele scaden tot Oisterwyc ende dairomtrent gedaen met zynen
bisscoppen ende papen ende geestelycke prelaten die hy by hem hadde.Vrouwe
Iohanna voirs., siende dat die voirs. hertoichWillem van Gelre nyet en dorste stryden, seynden zy metter hulpen die hair overdwerss comen was van den voirs. Philips le Herdy, hertoge van Bourgoindien, int lant van Guylic allen hair machte,
dair zy vele dorpen verbranden, scaiden deden ende vele stercten omworpen.
Die voirs. Philips le Herdii, hertoge van Bourgoindien, zoen van den voirs. coninc
Ian vanVrancryc ende zyn moeder was dochter des voirs. conincx Ians van Behem
111
1397-1398
fol. 136r
fol. 136v
fol. 137r
ende hertogeWencelyn voirs. was zyn gerechte oem ende die voirs. vrouw Iohanna
was rechte moye van vrouwe Margrieten, zynen wive, die een dochter was van den
voirs. greve Lodewyc van Vlaenderen ende van grevinne Margrieten, suster van
vrouw Iohanna voirs. Hii wan aen die voirs. vrouwe Margrieten, zyn geselinne,
dochter greve Lodewycx voirs., drie zoenen ende drie dochteren, daira¡ aen dander zyde van den naesten blade,1 /te wetene: Ian, die wairt nae zynen voirs. vader
hertoich van Bourgoindien ende greve van Vlaenderen, Artoys ende van Bourgoindien; hii trouden die dochter van hertoich Aelbrecht van Beyeren, palsgreve
ende greve van Hollant, Zeelant, Henegouwe, etc.; dese voirs. hertoich Ian, van
den Dolphyn van Vrancryc ontboden wesende, wairt te Monstruel opt slot in
Vrancryc dootgeslagen; dese hertoich Ian creech enen zoen, die hyet Philips van
Bourgoindien ende wairt nae hertoich van Bourgoindien, Brabant, etc.;
Anthonis, die wairt nae hertoich van Brabant; hy trouden vrou Iohanna, dochter
herenWalrauens van Sint-Pol, dair hy mede had tgreefscap van Sint-Pol ende van
Ligny ende meer sloten ende heerlicheden; zy was zoe schoen, dat men van haer
seeghden alse roden wyn dranc, dat men dien doer hair kele sach gaen; hy wan
aen hair twe zoenen: Ian, die nae hem hertoich wairt; Philips, die wert greve van
Sint-Pol ende van Lignii; ende een dochter, die ionck ster¡;
Philips, die wairt nae zynen vader greve van Nyuers ende van Rethel ende die
trouden die dochter van den greve van Eu, dairaen hy wan twee soenen, by namen: Philips, hy wairt nae greve van Nyuers ende van Rethel; Ian, die wert greve
van Stampes ende nae die doot van den voirs. Philips, zynen brueder, wert hy
greve van Nyuers ende van Rethel ende nae creech hy tgreefscap van Eu; hy
creech een dochter van zynen yersten wive, die trouden hertoich Ian van Cleue. /
Hertoich Philips le Herdy voirs. hadde oic by de voirs. vrouw Margrieten drie
dochteren, by namen:
die outste had te man hertoge Lupoldum van Oistryc ende zy ster¡ sonder oir;
die ander, geheiten Margriet, had te man hertoich Willemen van Beyeren, zoen
van den voirs. hertoich Aelbrechten; dese hertoich Willem wairt greve van Henegouwe, Hollant, Zelant; hii wan aen die voirs. Margriet een dochter, die Iacob
hyet; hair voirman was die Dolphyn van Vrancryc, hertoige van Touraynen, die
sonder oir ster¡; zii was zeer scoen ende by dispensacien van paeus Marten die
int consilie van Constans paeus gemaect wert, trouwden zy nae de doot van den
voirs. Dolphyn den voirs. hertoich Iannen, zoen van den voirs. hertoich Anthonys,
hairs oems, welken huwelic qualic bequam, want vrouw Iacob nae toech in Engelant by den hertoich van Gloucestre, brueder des conincx van Engelant, etc.;
die dorde dochter had te manne greve Amedeus van Sauoyen, die hertoge wairt
ende die hem ten eynde ga¡ ten geestelycken leven ende hy wairt int consilie van
Basel paeus gecoren ende hyet Felix die Viifste; naemaels wiickende den paeus
Nycolaes, was legatus a latere2 ende ster¡ cardinaell.3 / Ende naedien die voirs.
Philips le Herdy, hertoge van Bourgoindien, zyn voirs. kynderen ter eeren gehol1
2
3
Dit is een interne verwijzing naar fol. 136v.
Legatus a latere: legaat met een pauselijke volmacht voor een bepaald gebied of voor een
bepaalde opdracht.
In margine nota.
112
1398-1399
fol. 137v
pen ende gestelt hadde ende zynen voirs. drien zoenen, by namen Iannen, Anthonysen ende Philipsen, by consent des coninx van Vrancryc ende vrouw Iohanne
voirs., hoir landen hadde besceyden ende dairaf by der voirs. Margrieten, zynre
vrouwen, een sceydinge had gemaect, te wetene dat die voirs. Ian, zyn outste zoen,
zoude wesen hertoich van Bourgoindien ende greve van Vlaenderen, van Artois
ende van Bourgoindien, die voirs. Anthonys, zyn middelste zoen, nae doot van
vrouw Iohanna voirs. zoude zyn hertoich van Lothryc, Brabant ende Lymborch
ende mercgreve des Heilichs Rycx, ende die voirs. Philips, zyn iongste zoen,
zoude wesen greve van Nyuerss ende van Rethel, soe dede hy den voirs. zynen zoenen geloven malcanderen die voirs. sceydinge te houden, /onder vorwarde oft ennich van hen drien stor¡ sonder manlic oir van zynen lyve, soe zouden zyn landen
comen opten anderen outsten brueder oft op syns mans oiren. Dat dese geloefte
dienden hertoge Philips van Bourgoindien totten hertoichdom van Brabant te comen, alst nae blyct als hertoge Philips van Bourgoindien voirs. waert hertoge van
Brabant.1
Hoe Antwerpen weder aen Brabant quam
Daernae vercreech die voirs. hertoige Philips le Herdy aen de Staiten van Brabant
zoe vele, dat die voirs. Anthonys, zyn middelste zoen, als opten vyften dach iunii
int iair M CCCC ende vier ontfangen wairt voir ruwairt in Brabant, den levene
van vrou Iohanna voirs. geduerende. Ende des ga¡ die voirs. hertoich Philips le
Herdy denzelven Anthonysen, zynen soen, die stat van Antwerpen om altyt ongesceyden te blyven aen Brabant.
fol. 138r
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCVIIIo : Iohannes de Dordrecht, Iohannes
de Aggere, Heymericus Groy, Lucas de Erpe ¢lius Iohannis, Iacobus deWyel,Yewanus de Grauia, Goeswinus Moedel van der Donck.
Ten tyde van desen scepenstoel ster¡ die voirs. vrouwe Maria, wedue wilen hertoich Reynouts van Gelre voirs., suster van der voirs. vrouwe Iohanna. Sy stichten
in haren weduestoel die /canozye teTurnhout ende tcloester te Korssendonc ende
die borchten tot Turnhout ende Oyen.
Ten tyde van desen scepenstoel soe heeft vrouw Iohanna voirs. voir hair ende hair
nacomelingen deser stat verleent een carthe, dairinne datse heeft verleent:
Dat die bourgermeesters oec straetmeesters zullen wesen ende twewarven
tiaers rekenen
in den iersten dat die bourgermeesters deser stat mede straetmeesters zullen wesen
ende zullen deser stat goet ten oirbaer op horen eedt regeren ende tweewarven
tsiaers rekenen ende alse die doen sullen, dat sal men oepelic in der kercken seggen
ende verkundigen den scepenen, gesworen, raitsluyden ende dekenen van den ambachten;
1
In margine nota hic.
113
1398-1399
Daira¡ zullen hebben die scepenen, gesworen een boeck, die raitsluden
een ende die dekenen een
ende van derselver rekeningen zullen hebben een boeck oft rolle, te wetene die scepenen ende gesworen een, die raitsluyden een ende die dekenen een ende die rentmeesteren zullen een behouden;
Dat een yegelic die rekeningen der bourgermeesteren mach calengieren
bynnen den XIIII nachten, etc.
ende dat men hoir rekeningen bynnen XIIII nachten noch loven, noch prysen en sal
ende bynnen tyde mach een yegelic die calengieren; ende ofse calengiert worde ende
die bourgermeesteren des nyet en consten verantwoirden, zoe zouden zy tgeen datse
mysrekent hedden, deser stat weder bewysen ende dairtoe ter beternissen sculdich
wesen sesswerven alsoe vele alse mesrekent hedden, voir een dordendeel den heer,
dander deser stat ende tdorde dyese gecalengieert hedden; /
fol. 138v
Hoe die bourgermeesteren zullen rekenen
item dat die bourgermeesteren in hoir rekeningen zullen noemen die personen
diese gelt zullen hebben gegeven ende daira¡ datse gelt zullen hebben ontfangen;
Ofter yet oeverden, etc.
item dat oft die bourgermeesters yet overrekenden, datse dat bynnen twee maenden
leveren zullen deser stat om in der commen te leggen;
Wat scouthet, scepenen, gesworen ende die clercken hebben als gerekent is
item als die bourgermeesters gerekent hebben opten raethuse, sullen zy den scouthet geven een gelt wyns, elcken scepenen ende gesworen een gelt wyns, horen
clercken een gelt wyns ende elc bourgermeester een gelt wyns;
Van setten der scepenen sonder cost deser stat
item als die alde scepenen afgaen ende die nyewe aencomen, daira¡ en sal dese stat
genen cost hebben;
Aengaet den clederen der scepenen ende horen drincgelt
item die seven scepenen ende twe bourgermeesters zullen hebben voir hoir cleders
tsestich alde scilden;
item die seven scepenen zullen hebben te verdrincken een voeder wyns oftXXXII
alde scilden dairvoir;
Aengaet het scencken
item en sullen die scepenen noch bourgermeesters nyemanden moigen scencken
dan onser lantsheer; ende prelaten, baenroetsen, lantsheren, ridderen ende raiden
van goeden steden sal men moegen scencken tot VI kannen wyns naedat zys werdich zyn ende dat mer eens tsiaers;
Aengaet het ryden ter dachvaert
item en zullen die scepenen noch gesworen ter dachvaert ryden, tenzy by raide der
raitsheren ende dekenen; /
114
1403-1404
fol. 139r
Die opt Oetheren rydt, etc., sal alleen den cost hebben
item zoe wye van deser statwegen opte Oetheren rydt, oft zoeverre dat hy opten selven dach weder incoempt, die en sall geen loen hebben dan zynen redelycken cost;
Aengaet der stat clederen
item ende dat tsiaers elck scutte deser stat sal hebben 1ÃÙÄ peter tot drien ellen lakens
gecoft te werdenen by raide hore hoge dekenenmeester, tween dekenen ende twe
scutten;
Aengaet der scepenen, gesworen, scouthet ende bourgermeesteren capruynen
item die zeven scepenen,VII gesworen, twe scoutheten, twee bourgermeesteren zullen hebben IX gulden om lakenen te coepen tot horen capruynen metten scutten te
dragen;
Dat diegeen die poirter wordt, in een ambacht moet comen
item ende dat men nyemand poirter maken en sal, hy en sal mede in een ambacht
comen; welke carthe begint: `Iohanna', etc. ende is begrepen opten blade XCVI.
fol. 139v
Remigii confessoris anno Mo CCCo XCIXo : dominus Theodericus Roeuer, miles, Ghyselbertus deVlochouen, Iacobus Loze, IacobusTyt,Theodericus Roeuer,
Ghiselbertus de Spina, / Iohannes ¢lius Wolphardi.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo fuerunt scabini in Buscoducis: Goeswinus
Steenwech, Iordanus ¢lius Arnoldi Tielkini, Iohannes de Bruheze, Gerardus de
Vden,Yewanus Styerken, Iacobus Coptiten, Iacobus Neynsel.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo primo: dominus Willelmus de Aa, miles,
Emondus Roeuer, Arnoldus Veer, Hubertus de Gemart, Egidius de Gheel, Arnoldus Stamelart deVden, Iohannes de Best. /
fol. 140r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo secundo: dominus Goeswinus de Aa, miles, Iohannes de Dynther, Egidius Coptiten, Henricus deVden, Daniel Roesmont,
Nycolaus Scilder,Willelmus Broeder.
Aengaet VIC ryalen van den greve van der Marck ende der scadeloesser geloeften daira¡
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft vrouwe Iohanna in zekere brieven
deser stat verleent dat die scouthet ende rentmeester deser stat tot versueck der
scepenen derselver, eer zy hoir ambacht zullen aenverden, met goeden bourgen
verbourgen zullen aen den greve van der Marck iairlix te betalen al sulckenen
VIC ryalen als hy heeft op vrouw Iohanna voirs. ende dairvoir dese stat ende meyerye eertyts geloeft hebben gehadt, alsoe dat deser stat ende meyeryen dairaf genen
scaide en come; welke brieven beginnen:`Iohanna', etc. ende zyn begrepen opten
blade XCVII.
fol. 140
v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo tercio: Henricus Dicbier ¢lius Godefridi, /
Gerardus de Aa,Wolterus Coptiten, Theodericus Rouer, Arnoldus Heym, Bartholomeus Spierinc, Henricus Becker.
115
1403-1404
Ten tyde van desen voirs. scepenstoel soe heeft vrouwe Iohanna voir hair ende hair
nacomelingen deser stat verleent een carthe, inhoudende zekere vryheiden ende
previlegien van den iairmercten deser stat, welke vryheiden ende previlegie dese
stat eewelic sonder yemants wederseggen sal gebruycken, dats te wetene:
Die aude iairmerct deser stat daira¡ en is geen vorder besceyt gevonden
dat dese stat boven hair aude iairmerct die men hier alle iair pleech te houden ende
te hanteren, voirtaen ewelic hebben sal moegen twe nyewe iairmercten, behoudelic
den heer van desen lande van der voirs. aude iairmerct zynen auden tol ende rechten
soese plegen, ende in de nyewe marcten voirs. van allen tolber goet zoevele als men
buyten der voirs. ouder mercte gewoentlic is geweest te geven;
Aengaet der hal¡vastensmarct
ende dat die een van den voirs. twe nyewe mercten alle iair sal wesen des maendaigs
voir hal¡vasten ende dueren drie dagen, als smaendaigz, dynsdaigs ende gwoensdaigz ende het geleide daira¡ zal ingaen des saterdaigz voir den sondach Oculi ende
duren tot opten saterdach voir den sondach Letare Iherusalem ende dien dach al; /
fol. 141r
Aengaet Sinte-Bartholomeeusmarcte
ende die ander nyewe marct sal ingaen des anderendaigz nae Sinte-Bartholomeeusdach ende duren dien dach all ende twee dagen dair naestvolgende ende het geleyde
daira¡ sal ingaen op Sinte-Bartholomeeusavont ende dueren tot op Sint-Gielisavont
dair naestvolgende ende dien dach all;
item ende die genechten die bynnen die iairmercten voirs. comen, dat die scouthet
in absencien van partyen die van sheren wegen mach scorssen, totdat die iairmercten leden zyn; welke carthe begint: `Iohanna', etc. ende is begrepen opten
blade XCVIII.
Aengaet den signetten
Ten tyde oeck van denzelven scepenstoel soe heeft vrouwe Iohanna voir hair ende
voir hair nacomelingen deser stat verleent een carthe die men noempt `die carthe
van den signet', etc., dairinne datse heeft verleent dat zoe wanneer over ennigen
persoen een vonniss sal zyn gegaen by scepenen deser stat oft datyemand vervolgt
zal zyn nae deser stat rechten, dat dan die scepenen, als die dorde dach dairnae
leden sal wesen, dengenen die tvonnes behouden oft tvervolch gedaen sal hebben,
sculdich zullen zyn te geven een cedulle met enen signet geteykent, welke cedulle
die persoen die tvonness behouden heeft, sal moegen thoenen ennigen van den
drien knapen deser stat;
fol. 141v
Aengaet tgericht met signetten
ende die knape sal macht hebben den voirs. persoen zyn ge- / breck uuyt te panden
ende den sculder sonder vertreck met lyve ende met goede dairvoir te houdene ende
te vangen, behoudelic oft die sculder dair yet met recht tegenseggen woude, dat
nochtan hy ende zyn goet in hachten blyven zullen totdat hy bourgen geset zal hebben, etc., ut inibi;
116
1403-1404
Dat die dyenres van den gruynen royen richten moeten
item dat oick oft die knape des weygerden den lyeden recht te doen, zoe soude hy
zyns diensts beroeft wesen, etc;
Dat hen nyemand oploepen en moet op te Rutsemedau te gaen
item ende oft yemand den knaep om des uuytpandens, richtens oft vangens wille,
oplyepe oft ennich mesgryp dede, die zoude sculdich wesen te doen een bedevaert
tot Onser-Liever-Vrouwen te Rutsemedau, etc., ut inibi; welke carthe begint: `Iohanna', etc. ende is begrepen opten blade C.
Aengaet tvercopen van wullen lakenen
fol. 142r
fol. 142v
Ten tyde oeck van denselven scepenstoel soe zyn by deser stat aengaende het snyden van wullen lakenen dese navolgende poincten overdragen, te wetene dat een
poirter die lakenen snyden wille die in deser stat gemaect zyn, die zal hy thoenen
int gewanthuys deser stat dengeenen die dairtoe van deser stat geset zyn, eer hyse
sal moegen snyden, ende sal geven alsdan deser stat een Brabantsche schietley van
den alingen lakenen ende / van den halven een half Brabantsche schietley, opte
verboeren drie ponden payments;
item dat als die lakenen alsoe gethoent zyn, zoe zalse die poirter thuys moegen
uuytsnyden altyt anders dan sdonredaigz;
item dat die poirter die lakenen coept, zy zyn buyten oft bynnen gemaect, ende
voirt vercoept oft uutvuert, die sal dairaf geven een scyetley;
item die lakenen van buyten gebracht ende gemaect in vryen steden sal men altyt
moegen vercopen opten behoerlycken chyns;
item die gewantsnyders en sullen geen lakenen int gewanthuys noch bynnen horen
huyse snyden, die lakenen en zullen zyn gemaect bynnen deser stat oft anderen
vryen steden ende des zullen die lakenen hebben enen zegel, uuytgenomen wit
voederlakenen, strype lakenen ende kersey ende wit lakenen ongeverwet;
item nyemand van buyten en sal lakenen moigen vercopen bynnen deser stat dan
des donredaigz voir der noenen opt vreemde huysken ende in de iairmercten;
item ende dat men hetzy van lakenen oft van enniger ander waren gecoft oft vercoft buyten lantz, hetzy op Schoenen oft in Pruyssen oft tot Vranckevoirt oft wair
dat zy, egeenen chyns geven en zall indien die comanscap gevallen zy op geen
zyde van den Crommen Wyel van Werckendam ende voirt totter borch toe van
Nymmegen ende / op geen zyde van Den Graue ende alsoe voirt totter Catten
Ryt ende vandair voirt tot Turnoutervoirt toe ende zoe voirt wederomme totten
CrommenWyel toe;
item dat men brede lakenen sal maken van Engelscher wollen ende uuytdragender goeder Kempenscher wollen ende met twee zegelen bezegelen, etc.; van welken poincten die brieven beginnen: `Wii, scepenen, gesworen, rentmeesteren,
dekenen van den ambachten', etc. ende zyn begrepen opten blade C I.
Ende teser tyt wairt hertoge Anthonys ruwart van Brabant.
Aengaet die gouvernancie hertoige Anthoniis
Ten tyde oeck van denselven scepenstoel ende naedien vrouwe Iohanna voirs.
117
1404-1405
fol. 143r
overgegeven hadde ende consenteert der hertoginnen van Bourgoindien, hare
nichten, grevinne van Vlaenderen, van Artoys ende van Bourgoindien, moeder
van den voirs. hertoige Anthonys van Bourgoindien, greve van Rethel ende casteleyn van Ryssele, het regiment ende gouvernancie van den lande ende hertoichdom van Brabant ende dieselve hertoginne van Bourgoindien tvoirs. regiment
voirt bevolen hadde den voirs. hertoge Anthonys, soe heeft dieselver hertoge Anthonys geloeft ende gesworen dat naedien vrouw Iohannavoirs., zyn moye, zal zyn
comen van lyve ter doot, dat hy tvoirs. lant van Brabant sal laten gaen tot zynre /
voirs. moeder, die hertoichinne van Bourgoindien, als rechte erfgenaem derzelver; item ende dat hy dlant van Brabant houden zall by hoir rechten ende alden
herbrengen; item ende dat hy hem in Brabant houden sal oft in zynre absencien
enen lieutenant oft stathelder dair laten; van welken brieven dbeginsel luydt: `Anthonys van Bourgoindien', etc. ende zyn begrepen opten blade C III.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo quarto: Theodericus Berwout, Goeswinus
Steenwech, IacobusTyt, Ghysbertus de Spina, Iohannes ¢liusWolphardi, Iacobus
de Neynsel, Gerardus Bathenzoen.
nu sterff hertoich philips le herdy 1
Ten tyde van den voirs. scepenstoell opten XXIIen dach in aprille ster¡ die voirs.
hertoige Philips le Herdii ende wairt begraven tot Digoen in Bourgoindien./
nu wairt hertoich anthonys rouwairt 1
fol. 143v
Ten tyde oeckvan den voirs. scepenstoel denVten dach in iunio wairt die voirs. hertoich Anthonys ontfangen voir rouwairt in Brabant.
Aengaet XVIIIC cronen, verscoten aen den heer van Heynsberch by
deser meyeryen
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel soe hebben vrouwe Iohanna ende hertoich Anthonys voirs. den dorpen deser meyeryen, die omme te vervallen die achterstellen die de heer van Heynsberch tachter was van zyne iairgulden die hy
hadde opte demaynen van Loeuen ende diewelke achterstellen die rentmeester
aldair had laten verlopen, geleent hadden XVIIIC croenen, geloeft denzelven dorpen die te corten ter ierster beden die gegeven sal werden; prout in litteris incipientibus: `Wy, Iohanne', etc. et comprehensis folio C IIII.
1
In margine nota.
118
1406-1407
Aengaet VIC peters, verset aen den heer van Heynsberch, datse die
rentmeester betalen moet
fol. 144r
Ten tyde oeck van denselven scepenstoel zoe hebben vrouwe Iohanna ende hertoich Anthonys voirs. deser stat ende meyeryen gegeven zekere brieven aengaende den VIC peters die den heer van Heynsberch bewyst waren opte
demaynen van Loeuen ende nae waren bewyst te he¡en opte demaynen deser stat,
als dat hoir genaden rentmeester deser stat, eer hy zyn ambacht aenverden soude,
altyt ten versuecke / der scepenen deser stat met goeden bourgen geloven zoude
die voirs.VIC peters te betalen, dat deser stat ende meyeryen daira¡ genen commer en soude comen ter tyt toe hoir genaden die gequeeten hedden; prout in litteris incipientibus: `Wy, Iohanna'et comprehensis folio C V.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo quinto: Iohannes de Dordrecht, Iordanus
¢lius Arnoldi Tielkini, Theodericus die Lu, Lucas de Erpe, Egidius de Gheel,
Henricus Heym, Iacobus deVladeracken.
Ten tyde van den scepenstoel voirs. opten XXVIIIen dach van merte soe ster¡ die
voirs. vrouwe Margriet, dochter van den voirs. greve Lodewyc van Vlaenderen
ende van grevinne Margrieten, dochter des voirs. dorden hertoge Ians, suster
van vrouwe Iohanna voirs., moeder van den voirs. hertoich Anthonys. /
teser tyt sterff vrouwe iohanna voirs.
fol. 144v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo sexto: Yewanus Stierken, Theodericus
Roeuer, Iacobus deWyel, Arnoldus Stamelairt deVden, Egidius Coptyten, Iohannes Heyme, Petrus de Best.
Nu ster¡ vrouw Iohanna
Int beginsel des scepenstoels voirs. opten yersten dach decembris ster¡ die edele
vrouwe Iohanna, naedatse LI iaren had geweest hertoginne, ende waert begraven
te Bruessel totten bruederen van Onser-Liever-Vrouwen int choer.
Huldinge hertoich Anthoniis
Hertoge Anthoniis voirs., nae der doot van vrouwe Iohanna voirs., in den voirs.
iair opten XVIIIen dach decembris wairt ontfangen voir hertoich van Brabant
ende tot Loeuen gehuld, dairnae tot Bruessel ende voirt in de andere steden, zoe
gewoentlic was.1 /
1
Bovendeel van een custode zichtbaar.
119
1406-1407
ten tyde van hertoge anthoniis 1
fol. 145r
Incoempste hertoge Anthoniis
Ten tyde des voirs. scepenstoels den XVIIIen dach decembris int voirs. iair van
sess soe heeft hertoge Anthonys voirs. in zynre genaden incoempste voir hem, zyne oire ende nacomelingen den lande van Brabant verleent dese naevolgende previlegien, te wetene:
in den yersten dat hy den goeden luyden ende onderseten van den steden, vryheiden ende dorpen ende lande van Brabant zoude zyn een getrouwe heer ende die
handelen met recht nae den rechten van den steden ende bancken dair dat behoert;
Die bewaernisse der previlegien
item ende dat men die previlegien ende carthen slants van Brabant in goeder hoeden
in onse steden van Brabant houden zal, dairaf zyn genaden eenen sloetel, Loeuen
den anderen ende Bruessel den dorden hebben zullen;
Sonder consent slantz en sal men geen oirloge aennemen
item dat hy geen oirloge aennemen sal sonder raet ende consent der steden ende
slants van Brabant;
fol. 145v
Die raitsluyden in Brabant moeten zyn in Brabant geboren ende geguedt
ende van wittigen bedde
item ende dat hy tot zynen gesworen Raide nyemanden en zal neemen, het en zyn
goede luyden bynnen Brabant geboren, van / wittigen bedde, bynnen Brabant woenende ende geguedt ende die huysen ende slooten van Ouermaze wael doen bewaren, etc.;
item ende dat hy die goede luyden slantz van Brabant sal houden varende ende
vlietende op horen gerechten toll, etc.;
Men en zal nyemanden buyten Brabant vueren
item ende dat men egeenen gevangen bynnen Brabant buyten Brabant gevangen
vueren sal, etc.;
Van den penningen te slaen
item ende dat hy geen penningen en sal slaen dan by raide ende consent slantz van
Brabant ende in een vry stat, etc.;
Wye ambacht in Brabant mach vueren
item die van geenen getrouwden bedde en is, en sal nummermeer ambacht in Brabant hebben;
Aengaet den vrede
item alle onsculdige van gevechte zullen vrede hebben van der uren dat geboert is
totter naester noenen des anderendaigz, etc.;
1
Herhaald tot en met fol. 151v.
120
1406-1407
Die heer en sal nyet soenen sonder die magen
item ende dat hy nyemanden van dootslagen dlant sal geven sonder ierste metten
maigen versoent te wesen;
Aengaet den gedagen buyten lantz
item dat die een Brabander den anderen buyten lantz nyet en sal doen gedagen, tenweer van testamenten, huwelixe vorwarden, aelmoessen ende geestelycke gueden,
opte verbuerte van ly¡ ende goet;
Dat die steden bannen moegen
item die van den steden gebannen zyn ende zullen worden, dat die gebannen zullen
blyven;
item van den scaeck omnino ut supra; /
fol. 146r
Dat men onmundige kynderen nyet ontscaecken en moet
item die ennich onbeiairt kynt, hetzy knechtken oft meysken, ontscaecten, zal verboeren zyn lyf ende goet;
Dair die heer wynnen sal, dien moet hy overtuygen
item die van dootslaigen oft quetsuren bedragen wordt, wordt hy nyet overtuygt, zal
quyt zyn;
Van pelinge
item dat men enen yegelycken pelinge sal doen gescien;
Van Sinte-Petersmannen
item dat men Sinte-Petersmannen handelen sall zoe van outs gewoentlic is;
Nyemanden buyten te gedagen
item dat ennich leeck persoen zyn sake die hy vonneslic verloren hedde, nyet en sal
moigen opdragen omme buyten lantz yemanden te creyten;
Aengaet het iagen ende hont te houden ende met voegelen vliegen; vry waranden
item dat elckermalck mach honden houden sonder calengieren ende oic iagen hazen, vossen alle Brabant doer ende oick canynen buyten vryen waranden ende oic
met vogelen vlyegen ende oic iagen alrehant groot wilt, uuytgesceyden in de waranden, te wetene Zonyen, Mersdal, Zauentroe ende Groetheyst;
Scout van hout ende boschen hoirt ten woutrecht
item ende dat men geen scout te woudtrecht oft te boschrecht trecken en sal dan
scout comende van hout ende bosschen;
Van den richteren in Wals-Brabant
item dat die baeliuwe ende zyn clercke ende andere richteren inWals-Brabant zullen
wesen geboren Brabanderen;
121
1407-1408
fol. 146v
Hier quam Antwerpen weder aen Brabant metten lant van Ouermaze1
item ende dat die stat van Antwerpen met der bewysinge dairtoe behorende ende
metten / lande ende slote van Ouermaze wederomme vergadert zullen zyn ende blyven totten anderen steden ende lande van Brabant, zoese plegen eerse dairaf worden
gesceyden;
Con¢rmacie der voirgaender previlegien
item heeft oick alle previlegien den lande verleent con¢rmeert; prout in litteris incipientibus: `Anthonys'et comprehensis folio C VI.
Aengaet dat men den drossaet van Brabant tot zynen wilcome nyet
geven en zal
Ten tyde oickvan den voirs. scepenstoel den Xten ianuarii, soe is bynnen deser stat
in presencie des voirs. hertoich Anthonys alsdoen bynnen deser stat gehuld hebbende, geordineert dat men voirtaen nummermeer geven en zal ennigen drossaten in Brabant ennigerhant gelt tot zynen wilcome oft in ander voegen; van
welken ordinancie dbeginsel luydt: `Dit is die raminge ende ordinancie' ende is
begrepen opten blade C XI.
fol. 147
r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo VIIo : Gerardus de Aa, Iohannes de Gemart, domicellusTheodericus Roeuer, Henricus deVden, /Arnoldus Dicbier, Iohannes Ioede, Zybertus de Hoculem.
Dat Graue een Brabantz leen is1
In den voirs. scepenstoel op Sinte-Seuerynsdach tot Empel opten cant van der
Mazen uuyt bedwange des voirs. hertoich Anthonys soe ont¢nck hertoich Reynout, brueder van den voirs. hertoichWillem van Gelre, nae desselfs hertoichWillems, zyns brueders, doot, te leene dlant van Den Graue van den voirs. hertoich
Anthonys ende dede hem aldair oepenbairlic eedt.
Hoe hertoich Lodewyc van Orlyens tot Parys doot bleef
Ende corts dairnae int selver iair wairt hertoich Lodewyc van Orlyens, brueder
des coninx van Vrancryc, verslagen by nacht tot Parys by ennige lyeden hertoige
Ians van Bourgoindien, outste brueders hertoichs Anthonys voirs.
Aengaet scepenenbrieven, poirteryen ende Sinte-Petersmanscap te
Loeuen ende Bruessele
fol. 147v
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel nae altricacie2 wesende tusschen die steden van Loeuen ende Bruessel ter eenre ende der stat van Antwerpen ter andere
zyden, omme der scepenen brieven ende poirteryen der voirs. steden van Loeuen
ende Bruessel ende Sinte-Petersmansscap / der stat van Loeuen, diewelke die
1
2
In margine nota.
Altricatio: woordenstrijd.
122
1408-1409
voirs. van Loeuen ende Bruessel mainteneerden datse sculdich waren voirtganc te
hebbene doer allet lant van Brabant sonder in vryen steden, ende die van Antwerpen dairaf die contrarie sustineerden, etc., soe heeft hertoge Anthonys voirs. onder zynre genaden brieven, nae besceyde aen allen zyden gehoert, den voirs. van
Loeuen ende van Bruessel hoir scepenenbrieven, poirteryen ende Petersmanscappen gecon¢rmeert, etc.; welke brieven beginnen:`Anthonys', etc. ende zyn begrepen opten blade C XI.
Dat hertoge Anthonys ierste vrouw ster¡
In den voirs. scepenstoel ende ten tyde desselfs den XIIen dach in oecxt ster¡ die
voirs. vrouwe Iohanna, dochter des voirs. heren Walrauens van Sint-Pol ende ierste gesellinne des voirs. hertoge Anthonys.
In desen tyden oeck soe leefden tot Parys twee alte groete doctoren in theologien,
als meester Peter van Ailly, die nae wairt bisscop van Cameric ende cardinael,
ende meester Ian Gerson, zyn discipel, cancellier van der universiteyten van Parys.
In dier tyt sach men een vreeselycke comete in de lucht. /
fol. 148r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo VIIIo : Gerardus de Berkel, Henricus Dicbier ¢lius Godefridi, Arnoldus Heym, Iohannes de Best, Bartholomeus Spierinc,
Henricus Dicbier, Florencius de Aa.
Van den muermeesters ende straetmeesters
Ten tyde van den voirs. scepenstoel soe heeft hertoge Anthonys onder zynre genaden brieven deser stat geconsenteert, dat die scepenen ende gesworen derzelver
alle iair moegen kyesen twe oft drie personen van horen medepoirteren omme
muermeesters ende straetmeesters te wesen, etc.; welke brieven beginnen: `Anthonys', etc. ende zyn begrepen opten blade C XII.
Con¢rmacie der carthen van Roesmalen
fol. 148v
Ten tyde oeck van denzelven scepenstoel soe heeft hertoge Anthonys die carthe
dye men heyt `die carthe van Roesmalen', eertyts deser stat by hertoge Iannen,
den tweesten van dien name, hertoge van Brabant, etc., in den iair M CCC vy¡
verleent, beginnende / dieselver carthe: `Nos Iohannes, Dei gracia', gecon¢rmeert ende dairtoe voir hem, zyn oir ende nacomelingen in meerder cleernisse
der voirs. carthen ende omme dese stat in goede staet te houdene derselver verleent dese naevolgende poincten:
Dat die scepenen ende gesworen alle iair nyew dekenen souden setten
in den yersten dat die scepenen ende gesworen deser stat oft dmeeste deel van hen
voirtaen alle iair, wanneer die dekenen afgaen zullen, by den scouthet deser stat op
hoir eeden ander dekenen setten zullen ende by den scouthet doen eyden;
Die dekenen alse afgaen in drie iaren geen dekenen en zullen wesen
ende die dekenen die alsoe geset zullen werden, wanneer zy afgaen in drien iaren
dairnae egeen dekenen wesen en sullen van ennigen ambachten bynnen deser stat;
123
1409-1410
Dat scouthet, scepenen ende gesworen alle dese stat regeren zullen
item ende dat hem nyemand en sal onderweynden bynnen deser stat ennichz regimentz dan scouthet, scepenen ende gesworen deser stat opte verboren ly¡ ende
goet;
Geen gerucht te maken
item dat nyemand gerucht oft gedringe maken en sal in deser stat, heymelic noch
oepenbaer, tegens die hoichheerlicheit oft tregiment deser stat opte verboren als
voir;
Hoelange die geboden duren
item wat geboden die scouthet deser stat by consent der scepenen ende gesworen
gebieden sal, dat die duren zullen dien scepenstoel;
fol. 149r
Dat die dekenen hoirs ambachz bootscap doen zullen by eede ende elck
bysunder
item wanneer die scepenen ende gesworen deser stat die raetsluden ende dekenen
ontbieden, dat zy /dan zullen comen om te horen des zy hen zullen opdoen, dairop
te antwoirden ende oft die dekenen nyet vroet en weren tantwoirdene ende hoir ambachten begerden te spreken, datse dat zullen moegen doen, ende dat gedaen zal
elck dekenen op synen eedt sunderlinge zyns ambachs boetscap den scepenen ende
gesworen vercundigen sonder anders yemant dat tevorens te verclaren;
Aengaet den commer te vynden
item want dese stat in commer is, dat zy dien commer af mach doen ende zoe wanneer scepenen ende gesworen deser stat die raitsluden ende dekenen van den ambachten by hen ontbieden omme dien commer af te doen ende versynnen wair
men dien commer ter minster scaden nemen sal, dat zy dat ramen zullen onder
hen gemeyntlic bynnen eenre maent naedat die scepenen ende gesworen dien commer opgedaen zullen hebben;
Dat die twee ierste leden deser stat moegen sluyten
ende oft zys bynnen der maent nyet eens en worden, dat dan die scepenen, gezworen
ende dmeeste deel der raitsluyden dairop hen tsamentlic beraiden zullen ende accorderen ende wes zy dairaf overdragen, dat zullen die dekenen sculdich zyn te houdene ende met hen te volbrengen;
fol. 149v
Van den sloetelen der commen
item ende dat totter commen zullen wesen vier sloetelen, dairaf die scepenen den
enen, die gesworen den anderen, die raitsluyden den dorden ende die dekenen /
den vierden zullen hebben; prout in cartha incipiente: `Anthonys', etc. et comprehensa folio C XIII.
Dicta cartha ut fertur est annichillata seu rupta.1
Remigii confessoris anno Mo CCCCo IXo : Iohannes de Dordrecht, Iacobus de
Neynsel, Egidius de Geel, Nycolaus Scilder,Willelmus Broeder, Henricus Heym,
Goeswinus de Berkel.
1
In margine nota; vertaling: genoemde oorkonde is, naar men zegt, vernietigd.
124
1410-1411
Van den ingebot1
fol. 150r
Ten tyde van desen voirs. scepenstoel soe heeft die voirs. hertoge Anthonys, te wetene doer die stemme heren Ians van Ophem, ridder, ende in presencien des cancelliers van Bourgoindien, heren Peters van Campdonc, cancelliers van Brabant,
des ionckers van Nassou, des ionckers van Zeyn, des / heren van Wesemael, des
ionckers van Monyouwe ende Stevens van der Nederalphen, rentmeesters van
Brabant, ende Wouters van der Noot, ende oic in iegenwoirdicheit van den gedeputeerden der steden van Loeuen, Bruessel, Antwerpen,Thienen, Nyeuele, Lyere
endeVilvoirden, toegeseegt deser stat te houden in horen alden rechten van horen
pandingen ende ingebieden, zoese gehadt heeft by tyden vrouwe Iohanne ende
hertoige Ians, etc.; dairaf dbeginsel luydt aldus: `Onse genedige heer', etc. ende is
begrepen opten blade C XVI.
Hertoich Anthonys trouden hier zyn tweeste vrouw
Ten tyde oeck van desen voirs. scepenstoel soe trouden die voirs. hertoich Anthonys die scone Elisabeth, dochter des hertogen van Gourliez, beyde der coningen
van Hongeren ende van Behem brueders, dairaf die brulocht tot Bruessel gehouden wairt. Ende hertoge Ian van Bourgoindien, brueder van den voirs. hertoige
Anthonys, ende die greve van Cleermont, brueder des hertogen van Bourbon, leyden die bruyt.
Hoe Lutzenborch aen de hertoich van Brabant comen is
fol. 150v
Hair was te huwelic gegeven dat hertoichdom van Lutzenborch ende tgreefscap
van Cynni metter voechdyen van Elsaten om ewelic ende er£ic te besitten ende
van oir tot oir dairinne /te succederen ende dat van haren oem, coninc Wencelyn
van Behem, die oic Roemsch Coninc was.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo Xo : Yewanus Stierken, Theodericus
Roeuer, Iacobus Coptiten, Iacobus de Wyel, Iohannes Heym, Petrus de Best, Leonius de Erpe.
Hoese gestraft zyn die de pandinge des ingebotz wederspennich zyn
geweest
Ten tyde van desen voirs. scepenstoel soe heeft Goessen Moedel van der Donck,
die bynnen deser stat gerasteert ende gevangen was, mitsdien hii hem mesgrepen
hadde in der pandinge die aen zynen persoen by den poirtier gedaen was, gezekert ende geloeft ter beternisse deser stat hondertduysent gebackens steens; prout
in litteris incipientibus:`Ick, Goessen Moedel van der Donc', etc. et comprehensis
folio C XVI.
1
In margine nota hic.
125
1411-1412
Dat coninc Segemont wairt gecoren Roemsch Coninc
fol. 151r
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel soe ster¡ die Roemsche Coninc Robbrecht van Beyeren / ende doen wairt coninc gecoren Segemont, coninc van
Hoingeren, brueder des voirs. coninc Wencelyns van Behem van svaders wegen.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XIo : domicellus1 Theodericus Roeuer,
Daniel Roesmont, Iacobus de Vladeracken, Iohannes de Dussen, Gerardus de
Aa, Iohannes Dicbier, Petrus Ioede.
Huldinge hertoich Anthonys int lant van Lutsenborch
Ten tyde van den scepenstoel voirs. worden hertoge Anthoniis ende vrouwe Elisabeth voirs. ontfangen ende gehuld int lant van Lutsenborch.
fol. 151
v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XIIo : Henricus Dicbier ¢lius Godefridi, /
Arnoldus Heym, Henricus de Vden, Bartholomeus Spierinc, Henricus Becker,
Willelmus de Aa, Rodolphus Berwout.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XIIIo : Gerardus de Berkel, Gerardus Scilder, Henricus Heym, Gerardus de Aa, Henricus Dicbier, Iohannes Balyart, Gerardus de Beirck.
fol. 152
r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XIIIIo : Yewanus Styerken, Iacobus Coptiten, / Iacobus de Neynsel, Iohannes Heyme, Arnoldus Dicbier, Iohannes de Berkel, Rodolphus Loniis.
Submissie tusschen heren Henricken van der Leck, heer tot Hezewyc, ter eenre ende Goyarden van Brecht ter andere zyden
Ten tyde van den voirs. scepenstoel den XXIIIten dach in meye soe hebben heer
Henrickvan der Leck, ridder, heer van Hezewyc, Dynther ende Gestel by Oisterwyck, ter eenre ende Goyart van Brecht, tot Gestel voirs. groetelic geerft wesende,
ter andere zyden hen gesubmitteert van horen twisten ende gescillen diese een wylen hadden gehadt ter cause van warandien, vysscheryen, thienden, erftalen ende
van allen anderen saken diese tegens malcanderen hadden, etc., dats te wetene in
twee scepenen van Bruessel ende twee scepenen deser stat die de saken in alles
ondertasten ende ondersuecken zouden ende voirts in hoir medevennetten ende
gesellen als in myntlike arbiters omme die gescillen ende twisten voirs. nedergeleegt te wordene; prout in litteris incipientibus: `Heer Henrick van der Leck, ridder', etc. et comprehensis folio C XVII. /
fol. 152v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XVto : dominus Theodericus Roeuer, miles, Heymericus Groy,Theodericus Lu, Henricus deWeerthusen, Iacobus Monic,
Geerlacus de Gemart,Willelmus Brant Roeuer, Godefridus de Rode, pro Weerthusen deposito.
1
In margine.
126
1416-1417
Van tconsilium te Constans
Omtrent deser tyt was tconsilium te Constans in Almanien geleegt by den voirs.
coninc Segemont, die zeer arbeyden om tscisma neder te leggen dat lange in de
Heilige Kercke had geweest.
teser tyt waert aflivich hertoge anthoniis
Den stryt van Blangys,1 dairinne hertoich Anthonis doot bleef
fol. 153r
Ten tyde van den voirs. scepenstoel op Sinte-Crispyns ende Crispiniaensdach by
Blangiis geboerden enen zwaeren strydt tusschen den coninc van Vrancryc ende
coninc Henric van Engelant, in welken strydt metten voirs. coninc van Vrancryc
ende aen zyn zyde waren die voirs. hertoge Anthonys ende greve Philips van
Nyuers, zyn ioncste brueder, die beyde dair doot bleven ende noch vele / grote
edelen uuyt Vrancryc ende uuyt Brabant, dair die Engelsche den stryt wonnen.
Nochtans hadden die Fransoysen X mannen tegen enen Engelschen, mar mits
hore hoverdyen verloren die Fransoysen den stryt, wantse die Engelsche wouden
bevechten alleen metten edelen uuyt Vrancryc, Brabant, etc.
Wair hertoich Anthonys begraven wairt
Hertoge Anthonys voirs. wairt vandair doot gebracht terVueren, dair hy wairt begraven eerlic.
Uuytspraeck tusschen heren Henricken van der Leck, heer tot Hezewyc, ter eenre ende Goyarden van Brecht ter andere zyden
Ten tyde van den scepenstoel voirs. den sesten dach van merte soe hebben die scepenen van Bruessel ende deser stat sHertogenbosch tusschen den voirs. heren
Henricken van der Leck ter eenre ende den voirs. Goyarden van Brecht ter andere
zyden aengaende den voirs. horen gescillen ende twisten hoir mynlike uuytsprake
gedaen ende pronuncieert, dairinne Goyart voirs. ten meesten onrecht bevonden
is; prout in litteris incipientibus: `Want heer Henric van der Leck, heer van Hezewyc', etc. et comprehensis folio C XVIII.
teser tiit waert die vierde hertoge ian, soen van hertoge
anthonys, gehuldt
fol. 153v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XVIo : Sibertus de Hoculem, / Iohannes de
Dussen, Iacobus de Gheel, Reynerus Loden, Marcelius die Lu,Willelmus ¢lius
Willelmi Arnoldi Tielkini, Arnoldus Monic, Heymericus Groy, Godefridus de
Rode.
1
Dit is de slag bij Azincourt.
127
1417-1418
Dat hertoich Ian, zoen hertoge Anthonys, ontfangen wairt voir hertoch van Brabant; hy was die vierde hertoich Ian
Ten tyde van den voirs. scepenstoel ende als die voirs. hertoge Anthonys doot was,
soe wairt die voirs. Ian, zyn outste zoen, die mer XIII iaren doen oudt was, ontfangen voir hertoge van Brabant onder vorwarde dat als hy weer comen tot zynen
XV iaren, dat hy alsdan zynen eedt zoude vernyewen, zoe hy oeck dede.
Dat ennige die uuyt deser stat waren gebannen, dairaf quytgescouwen zyn
Ten tyde van den voirs. scepenstoel opten XXIXen dach van aprille soe heeft die
voirs. hertoge Ian, zoen hertoge Anthonys, zekere personen die gebannen waren
uuyt deser stat, ten bevele des voirs. hertoge Anthonys, zyns vaders, quytgescouwen van denselven banne ende die wedergegeven dlant ende te moigen comen tot
horen gueden, aengesien dat dese stat genen banne en heeft, etc.; prout in litteris
incipientibus: `Ian, by der gracien Goids', etc. et comprehensis opten blade C
XXV. /
fol. 154r
Int iair ons Heren doe men scree¡ M CCCC XVII bynnen der octaven van SinteRemeys soe worden scepenen gezett bynnen deser stat van sheren wegen ende by
den onderscouthet tot dier tyt Goeswyn Moedel van der Donc geeydt:1 Iacob van
Vladeracken, Roelo¡ Berwout, Henrick Dicbier, Ian die Lu, Dirck van Haestrecht, Ian Hoernken.
Dat die gesworen enen nyewen scepenen hebben geset
Ende mits dat bynnen derselver octaven die seven scepenen nyet volsett en waren
ende dairaf een scepenen gebrac geset ende geeydt te werdene by den scoutheten
van sheren wegen, soe waert Peter Steenwech des anderendaigs nae der octaven
voirs. scepenen in derselver stat gezett by den gesworen die int naest voirleden iair
scepenen waren, te wetene Sybrechten van Hoculem, Iannen van der Dussen, Iacoppen van Gheel, Reyneren Loden, Marcelissen die Lu, etc. ende by deser stat
gesworen knaep Gerarden Coenraetz geeydt nae begrip van enen previlegie deser
stat van vrouwe Iohanna verleent int iair M CCC LXXXVII. /
ten tyde van den vierden hertoge ian, soen van hertoge
anthoniis 2
fol. 154v
Die voirgenoempde hertoich Willem van Beyeren, greve van Henegouwe, van
Hollant, Zeelant, etc., wyens brueder was heer Ian, hertoich van Beyeren, elect
van Ludick, dairomme vele bloetstortinge gesciet is, hadde by der voirs. vrouwe
Margrieten, dochter des voirs. Philips le Herdy ende suster des voirs. hertoge An-
1
2
In margine nota.
Herhaald tot en met fol. 166r.
128
1418-1419
thonys, zynre gesellinnen, een dochter die Iacob hyet, die seer schoen was ende
had gehadt den Dolphyn vanVrancryc, die sonder oir ster¡.
Nu ster¡ hertoich Willem van Beyeren
Hii hertoich Willem ster¡ int voirs. iair opten heiligen Pinxtdach. Hy begeerden
in zynen uuytersten dat men die voirs. Iacob, zyn dochter, geven zoude te wive den
voirs. hertoich Iannen van Brabant, zoen van hertoge Anthonys voirs., nyettegenstaende datse waren brueder- ende susterkynderen. Ende als hertoich Willem
voirs. was overleeden, trac die voirs. hertoich Ian, zoen hertoich Anthonys voirs.,
met schoenen staet tot Mechelen ende voirt tot Ghent, dair hy met den voirs. hertoich Iannen van Bourgoindien, zynen oem, sprack om ten huwelic te crigene die
voirs. vrou Iacob, zyn nichte.
Hoe hertoich Ian, zoen hertoich Anthonys, ende vrouwe Iacob in huwelic vergaderden
fol. 155r
Ende dairnae wairt thuwelic gesloten tot Biervliet, dair die voirs. hertoich Ian,
zoen hertoge /Anthonys, quam met greve Philips van Chairlois, zynen neve, zoen
des voirs. hertoge Ians van Bourgoindien, zyns oems. Ende dairnae opten XXIIen
dach novembris int voirs. iair M CCCC XVII paeus Marten, die alsdoen int consilie van Constans paeus gemaect was ende die andere paeusen afgeset waren,
dispenseerden opt huwelic tusschen denselven hertoge Iannen ende vrouwe Iacoppen, die suster- ende bruederkynderen waren.
Dit was die vierde hertoge Ian
Ende hertoige Ian besliepse in Den Hage int slot aldair, dair vrou Margriet, moeder van vrouwe Iacoppen, oic was, ende voirt wairt hy aldair in Hollant, Zeelant
ende Henegouw gehuld ende voir heer ontfangen ende vrouw Iacob wert weder in
Brabant ontfangen ende zy leefden tsamen eendrechtelic een wyle tyts met groeter
vroeghden ende genuechten, dwelc lacy naederhant by quaden oirsteeckers omgestooten wairt, alsoe datse tot twedrachticheit quamen ten groeten verder¡enisse
der landen ende vele bloetstortinge, zoe nae blycken sal.
fol. 155
v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XVIIIo : Theodericus de Meerhem, dominus Willelmus de Ghent, miles, / Hubertus de Gemart,Theodericus die Roeuer,
Lucas de Erpe ¢lius Geerlaci, Theodericus die Lu ¢lius Theoderici, Iohannes
Loenman, Gerardus Monic, pro Roeuer defuncto.
In isto scabinatu in profesto Petri et Pauli apostolorum fuit magnum incendium
in isto opido.1
1
Vertaling: in dit schepenjaar was op de dag voor Sint-Pieter en Sint-Paul (= 28 juni) een
grote brand in deze stad.
129
1418-1419
Hoe zeker gescil in deser stat wesende nedergeleegt is byde van
Bruessel ende Antwerpen
Ten tyde van den voirs. scepenstoel zoe was bynnen deser stat tusschen die ingesetenen derselver ende ennige ingesetenen deser meyeryen oneendrechticheit, ongunste, rancoir, wrympinge, discort ende gescille dairaf datse hen hebben
submitteert in de steden van Loeuen, Bruessel ende Antwerpen, die dat voirts gestelt hebben by raide ende weten der scepenen deser stat, te wetene Dircken die
Lu, Huberden van Gemart, Heymeric Groy, Henrick Dicbier Goyartss., Bartholomeeussen Spierinc ende Peteren van Best, om alle becroen ende beclagen ter
eenre ende ter andere zyden te ondersuecken. Ende dairnae hebben die voirs.
van Bruessel ende van Antwerpen in den name van hen ende voirs. van Loeuen
geseegt die voirs. van Den Bosch ende die dair aen cleven moegen versuent te wesen, etc.; prout in litteris incipientibus: `In den iair Ons Heren duysent vierhondert ende achtiene', etc. et comprehensis folio C XXVI. /
fol. 156r
Uuytspraeck gedaen tusschen heren Henricken van der Leck ende
heer Willemen van Ghent
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel soe hebben die van Bruessel ende van
Antwerpen een uuytspraeck gedaen tusschen heren Henricken van der Leck,
heer tot Hezewyc, ter eenre ende heren Willemen van Ghent, heer tot Meerwyc,
ter andere zyden, aengaende den gescille tusschen hen wesende ten ocsuyne van
zekere toeseggen dat heer Willem voirs. den voirs. heren Henricken toegeseegt
soude hebben, dat hii ten Bosch geen regiment noch ambacht en soude, ten weer
by raide heren Henricx voirs., etc.; prout in litteris incipientibus: `Wy, commoingemeesteren, scepenen', etc. et comprehensis folio C XXVIII.
tVercriich van der vryheit des tols van Hollant ende Zeelant; Hollantschen tol
fol. 156v
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel soe hebben die voirs. hertoge Ian ende
vrouw Iacob van Beyeren als optenVten dach in februario int iair M CCCCXVIII
deser stat verleent voir hen, hoir oiren, erven ende nacomelingen greven ende grevinnen van Hollant ende Zeelant, dat hoir poirteren die nu zyn oft naemaels wesen zullen van desen dage voirtaen op allen steden bynnen Hollant ende Zeelant
te water ende te lant met horen gueden, pennewarden ende comanscappen vry
varen ende keeren zullen van allen tollen ende ongelde ende daira¡ ongehouden
ende ongelast zyn ende blyven tot ewigen daigen, / hetzy op hoers selfs bodem oft
op vreemde bodemen;
Wye ende hoe men den tol gebruycken sal ende vry varen sal
alsoe wie poirter wordt bynnen deser stat dat die een iair lanc oft meer dair poirter
zal zyn geweest eer hy der verleningen voirs. gebruycken sal, behoudelycken dien dat
die poirteren deser stat oft hoer zekere boden by horen gueden, penwairden ende
comansscappen wesende, aencomen zullen ende sculdich zyn aen te comen ten tolsteden dair dat gewoentlic is, om oirlof te heysschen voirby te varen aen de tolneren
aldair, die sculdich zullen zyn hen sonder vertreck oirlof te geven voirby te varen
130
1418-1419
fol. 157r
ende oft dair vertreck in vyele van oirlof te gecrigene, zoe zullen zy moegen voirtvaren sonder mesdoen;
weert oick sake dat zy den tolneren nyet en vonden als zy dus aencomen weren,
wanneer zy die tolneren kuntlic gesocht hedden, zoe zullen zy oirlo¡ heysschen
tot hore woenstat aen degeen die daer zyn ende nyet vorder ende dairmede voirtvaren, gelyc voirs.;
ende zullen die poirteren deser stat oft hen boden ten versueck van den tolneren
met horen eeden sculdich zyn te houden dat die gueden poirters gueden zyn van
Den Bosch ende nyemanden anders oft men hen des met horen simpelen woerden
nyet geloeven en woude;
ende gevyelt dat men vonde dat zy ander gueden geladen hedden dan die henzelven toebehoirden, daira¡ sal die heer zyn recht hebben, ende oft dair ander gueden in weren ende zy dat nyet en seyden ende dairmede verby vuren onvertolt, /
zoe sullen allen die gueden die zy geladen hedden, alsoe wael hoer gueden als andere verboert zyn; ende diegeen die de gueden verby vuerde ende den toll oft ongelde onsteecken, die zullen dat sculdich zyn te beteren tegens den heer in der
maten als dair toebehoert; prout in cartha incipiente: `Ian, by der gracien Goids
hertoge', etc. ende begrepen opten blade C XXIX. Ende by de voirs. verleninge
zyn by geweest die ioncker van Gaisbeeck, die heer van Dyest, die ioncker van
Monyoyen, die heer van Rotselaer, die heer van Zeuenbergen, Arnt van Zeuenbergen, zyn brueder, ende Willem van den Berge.
Van IIM croenen die dese stat tanderen den vierden hertoich Iannen
had geleent
Noch ten tyde van den voirscr. scepenstoel soe heeft die voirs. hertoge Ian, als optenVten dach van februario voirs., van deser stat by handen Ians de Boc, zynre genaden clerc ende rentmeesters van allen zynen ¢nancien, die somme van IIM
gulden cronen Vrancrycx die dese stat zynen genaden gedaen hadde van zekeren
lyfttochtrenten diese voir zyn genaden had vercoft ende dairvoir hy deser stat onderpant had geset die gruyte ende zyn demaynen bynnen deser stat ende meyeryen, etc.; prout in litteris incipientibus: `Ian, by der gracien Goids', etc. et
comprehensis folio C XXXI. /
fol. 157v
Dat die vryheit van den tollen Hollant, Zeelant zyn gecoft met IXM
cronen; van den Hollantschen tol
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel opten vierden dach in merte soe heeft die
voirs. hertoge Ian die Vierde van deser stat gekent ontfangen te hebbene die
somme van IXM Vrancrycsche croenen ter cause der verleninge der previlegie
ende vryheiden van tolvry te varen in Hollant ende Zeelant te water ende te lande
ende oic ten ocsuyne van zekeren anderen previlegien deser stat by hem verleent;
prout in litteris incipientibus: `Ian, by der gracien Goids', etc. et comprehensis folio C XXXI.
131
1418-1419
Hoe men behaudt zal doen opte verbornde brieven
fol. 158r
Oeck ten tyde van den voirs. scepenstoel den vierden dach in augusto soe heeft die
voirs. hertoge Ian, die vierde van dien name, naedien dese stat zynen genaden te
kennen had gegeven dat in den brant die doen had geweest bynnen deser stat die
poirteren derselver groten scade hadden gehadt ende dat hoir scepenenbrieven
weren verbornt etc., geconsenteert zoe wye van den poirteren ende ingesetenen
deser stat zyn erfbrieven in den voirs. brant verloren hedde, dat hy ly£ic sal ten
heiligen zweren dat zyn brieve in den brant verbornt zyn oft verloren ende dat
hy om dairtoe weder te comen hulpe suect sonder argelist, dairnae sal dieselve
persoen zyn behaudt doen met zynen eede wat brieve hy verloren heeft, wair zy
gemaect waren, van wat erfrenten oft pacht, / van hoe vele, wair ende wyen dat
men dien chyns plach te gelden ende met wat brieven ende geloeften ende wes
hem te gronde dairaf cundich is;
Hoe ende by wyen den eedt opt behaudt gesterct sal werden
ende dan zullen ten minsten twe goede wittige mans onbescaempt van mesdaden,
stentich van horen iaren, met hem ten heiligen zweren dat zynen eedt goet, gerechtich ende onmeynedich is; ende waert sake dat die persoen, man of wyf, dien aldus
zyn brieve verbrant oft verloren weren ennich besceydt hedden van transscripten
daira¡, het weer vidimus, instrument, prothocol oft ander vermanisse met ennigen
anderen brieven dairmede men bevuelen mucht dat dien persoen zyns behauts te
bat weer te geloeven, soe zullen die scepenen ende gesworen ten tyde wesende die
eede moigen sachten ende verlichten, indien dat die persoen van alsulker kennissen
ende werden weer, dat men hem bilicx soude kennen ende aensien ende hy nochtan
ten heiligen hielde dat hy tot zynen behoude te doen als voirs. is nyemand en cunde
gecrigen ende in all dierselver formen sal elck zyn behaudt doen van zynre scout;
Dat men dbehaudt cundigen sal1
ende dit behaut aldus gedaen cundigen in der kercken in der stat van Den Bosch
ende andere prochiekercken dair die erven, onderpanden ende pachten gelegen drie
sondaigen achtereen sonder middelt volgende; ende eest sake dat die persoen met
recht nyet en wordt wedersproken bynnen iaers nae die vercundinge, zoe sal hy dairinne berusten ter besceydenheit der scouthet ende scepenen nae gelegentheit der saken; /
fol. 158v
Hoe lange men behaudt mach doen
ende zullen die behauden moeten gescien bynnen van Sinte-Remeysdage naestcomende over een iaer ende nae dier tyt en sal men nyemand ontfaen zyn behaudt te
doen;
Hoe men uuytroepinge mach doen doen van erven, chynsen, pachten die
yemand gecoft heeft, dat men dairop geen wairscap en mach zuecken1
item zoe wye voirtaen erve, erfrenten oft erfpacht coept oft vercrygt, dat men ten
versueck des coepers bynnen iaers zal moegen gedagen enen yegelycken int gemeyn
1
In margine nota.
132
1419-1420
fol. 159r
met enen geruft voir der stathuys van Den Bosch twee vrydaigen achtereen volgende
ende nyet vorder, indien dat die erven oft onderpanden van dien chynsen oft pachten
bynnen der vryheit van Den Bosch geleigen zyn; zyn zy dair buyten gelegen, zoe sal
men nochtans cundigen als voirs. is ende dairtoe twe sondaigen dairnaest volgende
in der prochiekerken dair die erven oft onderpanden gelegen zyn ende dan sal men
seggen wie dat gecoft oft vercoft zullen hebben ende met wat commer ende hoevele
dat meer opte onderpanden gaet boven die voirs. chynsen ende pachten; ende eest
sake dat die coeper dairnae iaer ende dach berust in den voirs. erven, chynsen oft
pachten onbecalengieert met daigen ende met daiges recht voir scouthet ende scepenen dair dat behoert, soe sal die coeper dairinne er£ic berusten sonder meer
commers uuyten erven te gelden ende sal die coeper zynen chyns ende pacht er£ic
behouden onbelast, al worden dairop naemaels ander geloeften bevonden nae den
voirs. tyde; ende dat sal men moigen doen tot drie tyden siaers, te weten ten tween
iersten vrydaigen nae Alreheiligendach ende ten tween iersten vrydaige nae Beloken
Paeschen ende ten tween iersten / vrydaige nae Darthiendaige;
Aengaet den onmundigen ende die buyten lantz zyn
item zoe wie bynnen iaers coempt ende die pachten oft chynsen calengieren wil,
dien sal men dach setten te spreken met recht in deser stat, behoudelic oft yemand
onder zyn iaren weer oft buyten lantz, dat die bynnen iaers naedat hy comen weer
tot zynen iaren oft bynnen lantz, sall moegen calengieren, gelyc voirs. is;
Dat men alleen van drie iaren manen sal, ten weer met aensprake in recht
gesocht
item dat men iairrenten, chynsen oft pachten nyet en sal moigen manen vorder dan
van drie iaren, het en weer dat hy dat ter vorens in den recht met aenspraken gesocht
hedde;
Dat den Vuchterendyc ende voirts by tgasthuys goet buyten Pickepoirt
bynnen der vryheit deser stat zyn
item ende dat diegheen die woenen buyten die Pickepoirt, te weten optenVuchterendyck voirt tot Hessels Smolners hostat toe, aengaende des gasthuys goet totter leger
straten toe aen de Maet liggende, wesen ende blyven sullen bynnen der vryheit deser
stat, alsoe dat diegeen die dair bynnen woenen met deser stat te scote ende te lote
staen zullen; prout in cartha incipiente: `Ian, by der gracien Goids' ende comprehensa folio C XXXI. Die heren dairby wesende zyn geweest die ionckeren van
Gaesbeeck, vanWeesmalen, van Monyoyen ende die heer van Assche. /
fol. 159v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XIXo : dominus Theodericus Roeuer, miles, Hesselo de Drongelen, Godefridus Berwout, Henricus van den Borchacker,
Godefridus de Zeelst, Iohannes Berwout, Iohannes die Lu ¢lius Ade, Nycolaus
Hels, pro Hesselone defuncto.
Hoe hertoge Ian van Bourgoindien doot blee¡ te Monstruel opt slot
inVrancryc
In den voirs. iair van XIX in septembri wairt die voirscreven hertoge Ian van
Bourgoingien, zoen van den voirs. hertoge Philips, geheyten Le Herdy, brueder
133
1419-1420
fol. 160r
van den voirs. hertoich Anthonys ende vader van hertoge Philips van Bourgoindien die doen hyet greve Philips van Chairloys, te Monstruel inVrancryc dootgeslagen, dwelc aldus by quam. Naedat coninc Henrick van Engelant in
Normandien comen was, zoe wairt tusschen heren Kaerle, den Dolphyn van
Vrancryc, ende den voirs. hertoge Ian van Bourgoindien een heymelic verbont
van vrienscappen gemaect ende bezegelt. Dairnae wairt die Dolphyn die noch
ionc was van omtrent XIIII iaren, gebrocht tot Monstruel, / te wetene van heer
Tanneghy du Chastel, prevoost van Parys, ende den viconte van Narbone, die
huysgesin waren van den hertoich van Oirlyens, des Dolphyns oem, die te Parys
dootgeslagen was, die hertoge Ianne zeer haetten. Soe was hertoge Ian voirs. van
des Dolphyns wegen ontboden by hem te comen om te tracteren hoe men den coninc van Engelant wederstaen zoude die dmeestedeel van Normandien gecregen
hadde ende lach voir die stat van Ruaen. Ende hertoge Ian, betrouwende opt voirs.
verbont, trac opt slot te Monstruel met cleynder macht. Ende als hy dair bynnen
was, wairt die brug opgetogen ende in der presencien des Dolphyns comende zoe
dede hy hem reverencie zoe dat behoirde. Ende hem wairt gevraegt met scerpen
woerden wairom dat hy dEngelsche nyet wederstaen en hedde, etc. Ende terstont
wairt hy dair dootgeslagen van dengenen die dair by den Dolphyn waren. Die heer
van Sinte-George uuyt Bourgoindien vyel opten selven hertoge ende wairt aen
dootgeslagen.
Hoe hertoich Philips van Bourgoindien verbont maecten metten coninc van Engelant om te wreeken die doot des voirs. hertoich Ians,
zyns vaders
Hieraf wairt naemaels grote wrake gedaen van den voirs. hertoge Philips van
Bourgoindien, zynen zoen, die doe ionc was, ende maecte verbont metten voirs.
coninc Henric van Engelant. Ende hy bracht dairtoe dat coninc Henric creech te
wive vrouw Katherynen, die ioncste dochter des conincx vanVrancryc, Kaerls die
Seste. /
fol. 160v
Hoe Normandien aen Engelant comen is
Ende dese coninc Kaerle wairt dairtoe gebracht dat hy coninc Henric van Engelant met zynre dochter gaf te huwelic dat hertoichdom van Normandien ende hy
ont¢nc dat te leen van den voirs. coninc Kaerle vanVrancryc. Oeck waest vorwart
oft coninc Henric van Engelant manlic oir creech van vrouw Katherynen, zoe
zoude dat oir die croen vanVrancryc besitten nae des voirs. conincx vanVrancryc
doot ende die Dolphyn zoude dan daira¡ beroeft zyn. Mar die Dolphyn en woude
dat van geenre werden houden, seggende dat in zyns vaders macht nyet en was
hem te onterven.
Hoe coninc Henric van Engelant ende hertoich Philips van Bourgoindien inVrancryc met oirloge vele landen incregen
Soe dat oirlogen mennich iair durende opresen sonderlinge nae die doot des voirs.
conincx vanVrancryc, want die Dolphyn hem pynden dat ryc aen te verden tegens
134
1419-1420
den voirs. coninc Henric, die hem te Parys coninc dede croonen, ende tegens den
voirs. hertoich Philips van Bourgoindien als met hem verbonden, zoe datse
dmeeste deel van der croonen cregen, als Pickardien, Normandien, Gascoingien,
dlant omtrent Parys, die Champaingnie ende meer andere landen van Vrancryc
zeer destrueerden. Mar die hertoichdommen van Oirlyens, van Berry, van Tourayen, van Bourbon ende meer andere en creegen zy nyet, noch oic dat Dolphinaet.1
Hoe heer Ian van Beyeren verteech opt bisdom van Luydick ende
trouwden een wy¡
fol. 161r
Omtrent oeck deser tyt als die voirseyde heer Ian van Beyeren, brueder des voirs.
hertoich Willems van Beyeren, langen tyt elect van Luydic geweest hadde, verteech / hy op zyn kercke ende bisdomme van Ludick in handen van den voirs.
paeus Marten int voirs. consilie van Constans ende trouwden by dispensacien
desselfs paeus die voirs. vrouwe Elisabeth, hertoginne van Lutzenborch, wedue
van den voirs. hertoich Anthonys, nyettegenstaende dat hy subdiaken was ende
oic dat hy hair gevader was. Ende dairnae wer¡ die voirs. heer Ian van Beyeren
aen den voirs. Roemschen Coninc Segemont, dat hy hem die landen van Henegouwe, Hollant ende Zeelant gegeven heeft, want hertoich Willem, zyn brueder,
sonder manlic oir gestorven weer. Ende dairnae creech heer Ian voirs. inne geweltlic zekere steden in Hollant ende inhyelsche geweltlic zoelange hy leefden,
mar nae creechsche weder die voirs. hertoge Ian.
Hoe een maigt, geheiten Iohanna, gecomen uut Loraynen, den coninc vanVrancryck bystant dede
fol. 161v
Hier is oick te wetene dat als die voirs. coninck Henric van Engelant ende hertoge
Philips van Bourgoindien oirloighden tegens den voirs. Dolphyn die nae coninc
wairt vanVrancryc, dat zeer lange duerden, wael XVII iaren. Ende zy hadden biinae den coninc vanVrancryc zoe verdreven, dat hy hem nyewers te velde verweren
en conste. Mar mits eenre maigt ende hare hulpen zoe creech die voirs. coninc van
Vrancryc weder vele lantz op die Engelsche ende Bourgoenioene, welcke maigt
hyet Iohanna ende was vrome doende vele fayten van wapenen. Ende zii / was comen uuyt Loraynen, seggende datse die engel Goids totten coninc gesonden
hadde tot enen teken dat Got des lantz ontfermen wilde ende verlossen van zynen
vyanden. Mair hy voirseide hair dat ziier om soude sterven moeten, dwelc alsoe
geboerde, want ten eynde waertse van den Bourgoenioenen gevangen in een
1
Doorandere hand later in margine toegevoegd: ind eynd van desen oerloech soe waert tusschen hertoech Philips van Burghungien ende den coninckvanVranckryck een contrackt
ghemaeckt om te soenen den doot van hertoech Ian, syns vaders, hoe dattet hertoechdom
voirscr. van Burghungyen soude succederen moeghen op vrouwpersoenen o¡ op manspersoenen dye welck nae der rechterlyneen souden spruyten ende koomen uut dye lynden
van den voerscr. hertoch Philips van Burghunghien, nyetteghenstaende dye ghemeyn
usantyen ende lanthrechten van den coninckryck vanVranckryck; van welcken contrackt
my seet dat dye bryeven daera¡ syn in secrete bewaringh van onsen ghenadighen coninck
ende prins, etc.
135
1420-1421
sprinckreyse. Ende want vele lieden seggen wouden dat hair dingen tru¡erie waren, soe waertse van vele doctoren in der gotheit te Beauuays geexamineert op vele
articulen daerse alsoe kerstelic ende tamelic op antwoerde, dat mense nyet begripen en conste. Nyettemin zy wairt vercoft den Engelschen diese uuyt wraken verbranden.
Dattet dycrecht alleen staet ten vonnisse der heemraders
fol. 162r
Ten tyde van den voirs. scepenstoel den vyften dach in februario soe heeft die voirs.
hertoich Ian, die vierde van dien name, in eenre carthen aengaende den dyckrecht
tot Empel ende al omme opter Mazen, daira¡ die poirteren deser stat wouden
sustineren dat mense als geprevilegieerde nergent en zoude moigen verwynnen
dan voir scouthet ende scepenen deser stat ende egeenssyns metten vonnisse der
heemraders, verclairt dattet dycrecht nyet en behoirt tot deser statrecht oft ter manisse oft vonnisse van scouthet ende scepenen deser stat, mar aenruert zynrer genaden hoicheit ende heerlicheit, gelyc die leenen, vroenten, gemeynten, etc. die in
allen previlegien uuytgesceyden werden ende dat men alsoe tselver dycrecht /
hanteren ende regeren sal opte dycken by den dyckgreven ende den gezwoeren
heemraders ende by nyemanden anders; prout in cartha incipiente: `Ian, by der
gracien Goids', etc. et comprehensa folio C XXXIIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXo : Zibertus de Hoculem, Godefridus de
Rode,Wolterus Colen de Oirle, Nycolaus Loenman, Godefridus Smeeds, Godefridus de Dommelen, Iohannes van der Haghen.
Drielenders
Ten tyde van den voirs. scepenstoel dede die voirs. hertoich Ian, die vierde van dien
name, tot Bruessel munten penningen die drielanders hyeten, als geconsenteert
van drie landen, te weten Brabant, Henegouwe ende Hollant.
Teser tyt was vrouw Iacob tegens hertoich Iannen, haren heer, twistich
fol. 162
v
Omtrent oick deser stat1 mitsdien die voirs. hertoge Ian, die vyerde van dien name, zoe scadelycke dyenars by hem hadde, die zyn eer noch zynre / landen waelvaren nyet en besorchden, mar lyeten hem zyn goeden vercopen ende belasten
dairaf die penningen tot zynen oirbaer nyet en worden bekeert ende zy maecten
oic twist ende discort tusschen den voirs. hertoich Iannen ende zyn edelen; ende
oic die sake waren dat vrouw Iacob voirs., zyn geselinne, van den voirs. hertoich
Iannen gesceyden was, soe hebben die gedeputeerde van den steden van Brabant
sich versaempt tot Cortenberch, daerse zekere accoirt maecten tusschen den
voirs. hertoich Iannen ende zynen edelen ende dair gebandt worden sommige
des voirs. hertoge dyenars in Cypers te trecken.
1
Aldus hs., lees tyt of scepenstoel.
136
1423-1424
Teser tyt wairt greve Philips van Sint-Poul, brueder van den voirs.
hertoich Iannen, gemaect ruwart van Brabant, Henegouwe
Ende dairnae wairt die voirs. greve Philips van Sint-Poul, brueder des voirs. hertoich Ians, van desen lande ontboeden ende wairt by consent van denselven hertoich Iannen, zynen brueder, gemaect ruwart van den lande. Hy maecten weder
den pays tusschen den voirs. hertoich Iannen ende vrouwe Iacoppen ende vrouwe
Margrieten, hare moeder, welcken pays nyet lange en duerden, alst hiernae blyct.
fol. 163
r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXIo : Henricus Dicbier ¢lius Godefridi,
Henricus Heyme, / Willelmus Brant Roeuer,Theodericus de Haestrecht, Henricus Steenwech, Iohannes die Roeuer, Arnoldus Wolphardi.
Hoe vrouwe Iacob in Engelant toech ende dede hertoich Iannen, haren man, te Romen dagen
Ten tyde van desen scepenstoel den VIsten dach in merte soe trac vrouwe Iacob
voirs. op hairs selfs hant uuyt Henegouwe in Engelant ende dair wesende seynden
zy int ho¡ van Romen te kennen gevende dat tusschen hair ende hertoich Iannen
geen wittige huwelic en wair, soe dat paeus Marten die sake committeerde twee
cardinalen die den voirs. hertoige Iannen te Romen deden dach besceyden, dair
hertoich Ian by raide der landen van Brabant ende Henegouwe procureurs stelden
om zyn sake verantwoirden.
Hoe vrouw Iacob hair verselden metten hertoich van Glocestre,
brueder des conincx van Engelant
fol. 163v
Dwelcke vrouw Iacob syende en verbeyden zii nyet tvonnesse der Heiliger Kercken, mar verselden hair metten hertoge van Gloucestre, brueder des conincx
van Engelant, waira¡ den lande naemaels groeten scade quam, dwelcke die coninc van Engelant ende die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien gerne belet
hedden, wantse hertoge Iannen zoe verre hadden gebracht dat hy hem der voirs.
saken soude hebben submitteert, mar die voirs. vrouw Iacob ende die hertoge /
van Gloucestre en woudens nyet doen.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXIIo : Gerardus Scilder,Theodericus die
Lu, Henricus Dicbier, Iohannes de Berkel, Reynerus Loden, Iohannes Loenman,
Goeswinus Moedel van der Donck.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXIIIo : Theodericus de Meerhem, Petrus
Ioede, Iacobus Monic, Marcelius die Lu, Nycolaus Hels, Daniel Roesmont, Iohannes Monix.
Bynnen der octaven van Sinte-Remeys worden van sheren wegen ende by den onderscouthet geeydt Dirc van Meerhem, Iacob Monic ende Marcelis die Lu hier
genoempt. Ende mits dat bynnen derselver octaven die VII scepenen nyet volzet
en waren, soe worden Peter Ioede, Claes Hels, Danel Roesmont ende Ian Monix
des anderendaigs nae der octaven scepenen geset by den voirs. Geritden Scilder
cum suis als gezworen ende geeydt by deser stat knaep Ian Oedenzoen nae heysche eens previlegie gegeven by vrou Iohanna anno M CCC LXXXVII. /
137
1424-1425
fol. 164r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXIIIIo : dominus Willelmus de Ghent,
miles, Iacobus de Wyel, Nycolaus Loenman, Arnoldus Roeuer, Ghysbertus
Roeuer, Godescalcus Roesmont,Willelmus Reeuwe.
Hoe die hertoich van Gloucestre et vrouw Iacop innamen Henegouwe ende stercten Breyne
Ten tyde van den voirs. scepenstoel quam die voirs. hertoich van Gloucestre met
vrouwe Iacoppen voirs. uuyt Engelant wael met VM perden ende namen inne Henegouwe ende voirt stercten zy die stat van Breyne. Als dit gedaen wairt was die
voirs. hertoge Ian, die vierde van dien name, man van vrouwe Iacoppen voirs., in
Hollant ende Zeelant ende nam weder inne die steden in Hollant ende Zeelant
nae dode heren Ians van Beyeren, die deselve geweltlic by synen leven ingehouden
hadde.
Dat Breyne wairt gewonnen
fol. 164v
Ende die voirs. greve Philips van Sint-Pol, brueder van hertoich Iannen voirs.,
wesende ruwart van den landen voirs., vergaderden die Brabanders in groot getal,
dair die voirs. Philips van Bourgoindien biiscicten een groete mennichte van volck
te perde / ende te voete met drie capiteynen, als den heer van Croy, den heer van
Lyleadam ende heren Andries van Belly, ende toegen tsamen voir Breyn datse cregen als opten XIten dach merte int iair voirs. ende wairt in den gront verbrant.
Ende als die stat van Breyn aldus gewonnen ende dairmede gedaen was ende die
tydinge quam all Henegouwe doer, vele steden aldair, als Valencyn ende andere,
quamen te genaden ende iaechden uuyt die Engelsche die van den voirs. hertoge
van Gloucestre dairinne geleegt waren.
Van den banne Willems Steuens van Engelen
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel den XIIten dach merte wairt uuyt deser
stat gebannen vy¡ iarenWillem Steuenss. van Engelen, geloevende nummermeer
te doen tegens onsen genedigen heer, deser stat, meyeryen ende ondersaten;
prout in litteris incipientibus:`Willem Steuens van Engelen'et comprehensis folio
C XXXV.
fol. 165
r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXVto : Godefridus de Rode, Iohannes
Dicbier de Myerle, Bartholdus die Lu, / Rodolphus de Haestrecht, Iacobus
Groye, Iohannes de Berse, Arnoldus de Bladel, Henricus Dicbier ¢lius Godefridi, pro dicto Haestrecht defuncto, Godefridus die Lu, pro dicto Bartholdo defuncto.
Beleech van der stat van Bergen in Henegouwe
Ten tyde van den voirs. iair in den meye beleeghden die voirs. hertoge Ian met gro-
138
1425-1426
ter macht die stat van Bergen in Henegouwe, dair vrouw Iacob voirs. inne was.
Ende aldus liggende voir Bergen wairt hertoich Ian voirs. ontboden van den voirs.
hertoich Philips van Bourgoindien, zynen neve, by hem te comen in de stat van
Duway, dair hy toech, latende zyn heir voir Bergen liggen, ende vrouw Iacob
voirs. sant dair oic ennige van haren vrienden.
dOpgeven van Bergen in handen hertoich Ians
Dair, nae vele communicatie gehouden, wairt gesloten dat vrouw Iacob voirs. die
stat van Bergen in handen van den voirs. hertoich Iannen geven soude ende woenen int lant van Bourgoindien in ennige steden aldair totdat tvonnes van den huwelic tusschen hair ende hertoich Iannen int ho¡ van Romen gewesen zoude zyn
oft totter tyt toe dattet process zoude zyn voleyndt by de doot van ennich van hen
beyden.
Hoe vrouw Iacop onderhouden zoude werden
fol. 165v
Ende zy zoude hebben een redelycke somme gelts iairlix van den landen van Henegouwe, Hollant ende Zeelant om haren staet te houdene. Ende hertoich Ian
zoude restitueert zyn totten lant van Henegouwe als dat enen lantsheer toebehoirden. / Item ende dat alsoe gesloten wesende trac hertoge Ian voirs. van Duway
weder in zyn heir voir Bergen ende dair blee¡ hy totdat vrouw Iacob uuyt Bergen
quam in de handen der gedeputeerden des voirs. hertoge Philips van Bourgoindien ende uuytcomende bat zy zeer te moigen blyven in ennige steden in Brabant,
dwelc hair nyet en mocht geboren. Sy wairt gevuert tot Ghent daerse nae haren
staet onderhouden wairt. Ende alsoe nam hertoge Ian possessie van der stat van
Bergen.
Hoe hertoich Philips van Bourgoindien ruwart wert van Hollant
ende Zeelant
Ende in de maent van iulio dairnae die voirscr. hertoge Ian, aenmerckende dat hy
in persoen allen zyn landen nyet wel en soude cunnen regeren, wairt hy beraiden
ende ga¡ den voirs. hertoghe Philips van Bourgoindien, zynen neve, tregiment
van Hollant ende Zeelant ende daira¡ wairden brieven gemaect ende bezegelt.
Hoe vrouw Iacob heymelic vertrocken is uuyt Ghent ende gecomen
tot Scoenhouen
Nae desen als vrouw Iacob een wyle tyts geweest had tot Ghent, zoe is zy heymelic
dairuuyt vertrocken ende gecomen tot Schoenhouen in Hollant, dair die voirs.
hertoich van Gloucestre, als hem dat vercundicht was, gesonden heeft vele Engelschen om dlant aldair inne te nemen.
139
1426-1427
Van der stryt die hertoich Philips van Bourgoindien als ruwart in
Hollant, etc. hadde tegens dEngelsche dien hy wan
fol. 166r
Die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien is dairtegens gecomen met groeter
macht ende ten laetsten, als int voirs. iair XXVden XIIIen dach / in de loumaent,
quamt te Brouwershauene in Zelant tot enen strydt dair die hertoge van Bourgoindien voirs. den strydt wan, alsoe datter bleven doot meer dan IIIM Engelsche die
uuytgesocht waren voir die bloeme van den besten volcke van wapenen ende aertschyers.
Uuytspraeck by de cardinalen gedaen opten huwelic tusschen hertoich Iannen ende vrouw Iacoppen
In deselve maent hebben die cardinalen van Vrsine ende van Venegien, die richters waren van der saken des voirs. huwelix tusschen hertoge Iannen ende vrouw
Iacoppen, by overdrage van den anderen cardinalen by eenre uuytspraken gewesen, als dat vrouw Iacob onbehoirlic was gesceyden van hertoich Ians geselscap.
Ende hoewael datse mits desen bilcx den voirs. hertoich Iannen gerestitueert
zoude zyn, zoe ordineerden zy nochtans om redenen datse totten uuyterlycken
vonnesse van der principael der saken bewairt ende gehouden zoude werden op
haren cost by den hertoich van Sauoyen, die den voirs. hertoige Iannen ende hair
bestont van maescappen ten dorden leede ende van zwagersscappen ten tweesten leede, mar evenwael blee¡ zy tot Scoenhouen. Ende als die voirs. hertoich
van Gloucestre verstaen hadde die uuytspraeck, toech hy zyn herte van vrouw
Iacoppen voirs.
Teser tyt quam die universiteyt yerst tot Loeuen
fol. 166v
Ten tyde van den voirscr. scepenstoel die voirs. hertoge Ian, uuyt mynnen die hy
hadde totter / Heyliger Kercken ende totter clercgyen, heeft vercregen van den
voirs. paeus Marten die geprevilegieerde scole ende universiteyt van Loeuen ende
hy dede ontbieden vele doctoren ende meesters die hii stipendieren dede van der
stat van Loeuen ende die hoir ierste lesse aldair begonsten opten iersten dach van
novembri int voirs. iair XXV.
teser tyt sterff die voirs. vierde hertoge ian
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXVIto : Iacobus deVladeracken, Zibertus
de Hoculem, Iohannes Balyart, Reynerus Loden, Theodericus die Lu, Godefridus de Dommelen, Arnoldus Monix ¢lius Ghiselberti.
Dat die van Noereborch tolvry zyn in Brabant
In den voirs. iair XXVI denVten dach in iunio scree¡ die stat van Loeuen aen dese
stat ter instancien van zekere coepluyden van Noerenborch die hier voir toll aengesproken waren, daira¡ datse screven datse vrii weren mits dat zy onsen genedi-
140
1427-1428
gen heer iairlix scencken een zwert, een paer hantschoene ende een roede; prout
in litteris beginnende: `Lieve geminde vriende'et comprehensis folioVC XV. /
fol. 167r
Terminacien
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel op Sinte-Crispyn ende Crispiniaensdach worden IanWautgers van Helmont endeWillem Mostels mits horen mesdaden getermineert deser stat te geven XXVM steens ende zy geloefden tegens
deser statrechten nyet te doene; prout folio CCCC LXIII.Ten tyden oic van denselven scepenstoel opten XXIXen dach ianuarii wairt Arnt van Goch getermineert nummermeer in wynhuys oft bierhuys bynnen deser stat te drincken oft
messen te dragen met oirden op ewelic deser stat beroeft te wesen; prout folio C
XXXV.
Dat in Brabant om sheren scult nyet en sal werden arresteert deen onderseten in des anders stede oft iurisdictie
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel den XXVIIIen dach merte soe is by den
steden Loeuen, Bruessel, Antwerpen, sHertogenbosch, Thienen, Leeuwen,
Nyeuele, Herentals, Lyere, Bergen opten Zoem, Vilvoerden ende Steenbergen
overdragen omme mynne ende vruntscap in Brabant te houden dat egeen van
den steden, vryheiden oft dorpen des lantz van Brabant en zullen gedoegen dat
omme scout die onse genedige heer oft zyn voirvaderen gemaect muchten hebben, des anders ondersaten bynnen zynre stat oft zynre iurisdictien arresteert
werden, etc.; prout folio CCCC LXII.
Nu ster¡ die vierde hertoich Ian, zoen hertoge Anthoniis
fol. 167v
Ten tyde oic van den voirs. scepenstoel optenWitten Donredach, den XVIIen dach
van april ster¡ die voirs. hertoich Ian, die vierde van dien name, in den ouder van
XXIIII iaren /ende wairt begraven ter Vueren. Hy had hertoich geweest tusschen
el¡ ende XII iaren langh.
die ierste hertoge philips, zoen van hertoich anthoniis,
waert teser tiit gehuldt
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXVIIo : Henricus deVden, Bartholomeus
Spierinc, Henricus Heyme, Marcelius die Lu, Iohannes Monix, Gerardus die
Wael ¢lius Ghiselberti, Godefridus de Drueten, Ghysbertus Roesmont, pro Henrico Heym defuncto.
Nae die doot van den voirs. hertoich Iannen, den vierden van dien name, soe es die
voirs. greve Philips van Sint-Pol ende Lyney, zyn brueder, oeck zoen van den voirs.
hertoich Anthonys, die naeste erfgenaem geweest totten lande van Brabant.
141
1427-1428
Dat greve Philips van Sint-Pol, zoen hertoich Anthonys, wairt voer
hertoich gehuldt in Brabant
fol. 168r
fol. 168v
Dieselver greve Philips wairt int voirs. iaer XXVII in Brabant voir hertoich gehuldt, ierst tot Loeuen, dairnae te Bruessel ende voirts in de andere steden. /
Die voirs. Philips, alsnu wesende hertoge van Brabant, stelden zyn raetcamer
ende Raet in Brabant. Hy maecten meester Iannen Bont, doctoir in beyden rechten, zynen cancellier. Hem wairt van den Staiten slantz van Brabant een grote
bede geconsenteert omme dairmede te lossen sekere heerlicheiden die becummert waren. Hy stelden totten ontfanckvan dien twee van zynen edelen ende twee
bourgeren uuyten steden die dairinne getrouw waren, och oft noch alsoe geboerden.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XVIIIo : Iacobus de Wyel, Petrus de Best,
Gerardus de Beirck, Iohannes Loenman, Arnoldus Wolphardi, Iohannes de Erpe, Godefridus de Erpe.
Tempore istius scabinatus facta est unio camere secretariorum.1 /
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXIXo : Henricus Dicbier ¢lius Godefridi,
Gerardus de Aa, Godefridus Roesmont, Iohannes de Berse, Henricus Stierken,
Arnoldus Roeuer de Porta, Symon de Gheel.
die voirs. ierste hertoich philips, zoen van hertoich anthonys, sterff teser tyt in den oixt anno xxx
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXo : Willelmus de Aa, Rodolphus Lonys, Godefridus de Rode, Reynerus Loden,Theodericus die Lu, Iohannes de Erpe ¢lius Iohannis, Gerardus Balyart.
Van den huwelic hertoge Philips van Brabant
fol. 169r
Ten tyde van den voirs. scepenstoel was tracteert een huwelic tusschen den voirs.
hertoge Philips, zoen hertoge Anthonys, ter eenre ende vrouwe Yolente, dochter
conyncx Lodewycx van Cecilien / ende hertoige van Anyouwen.
Nu ster¡ hertoge Philips, zoen hertoge Anthonys
Mar eer die voirs. zyn bruyt dairomme zyn heren uuyt waren quam, ster¡ hii, te
wetene opten vierden dach van oext int voirs. iair van XXX, naedat hy drie iaren
ende drie maenden hertoge had geweest.
Hoe hertoge Philips van Bourgoingien aen Brabant quam
In der voirs. tyt, als die voirs. hertoge Philips van Brabant a£ivich wairt, soe lach
hertoge Philips van Bourgoengien, zoen hertoge Ians van Bourgoengien, metten
Engelschen voir die stat van Compyengien inVrancryc. Ende als hy, hertoge Phi1
Vertaling: in dit schepenjaar is een vereniging van de kamer van secretarissen gemaakt.
142
1430-1431
fol. 169v
lips van Bourgoengien, vernomen hadde die doot van den voirs. hertoge Philips
van Brabant, zyns neve, quam hy terstont neder tot Loeuen opte borcht dair des
voirs. hertoige Philips van Brabant lichaem noch onbegraven lach ende dair die
Staten van Brabant ende van Ouermaze vergadert waren. Ende dair quam oic
vrouwe Margriet, dochter wylen des voirs. hertoige Philips, geheiten le Herdy,
suster van den voirs. hertoige Iannen ende hertoge Anthonys van Bourgoingien,
wedue des voirs. wylen hertogeWillems van Beyeren, greve van Henegouwe, Hollant, Zeelant, etc. als hy leefden, ende moeder van vrou Iacoppen voirs., seggende
dat lant van Brabant op hair als naestlevende oir verstorven weer, oic gemerct dat
tshertoichdom van Brabant tanderen dycwylen comen weer op vrouwenpersonen.
Op dander zyde seeghden hertoge Philips van Bourgoengien voirs. want vrouwe
Iohanna, die / hertoichinne, een er¡vrouwe was van Brabant, zoe waren die landen van Brabant, van Lymborch ende van Ouermaze nae hare doot verstorven
opten voirs. hertoich Iannen van Bourgoingien, zynen vader, ende dieselver hertoich Ian, zyn vader, ga¡ die over den voirs. hertoge Anthonysen, zynen brueder,
onder vorwarde, zoe wanneer dat zyns gebrake oft dat zyn oir sonder manlic geboerte storve, dat dan die landen weder gaen souden tot des voirs. hertoge Ians
van Bourgoingien geboerte; daira¡ bezegelde brieven gemaect weren by consent
des conincx vanVrancryc, des voirs. hertoge Philips le Herdy ende vrouwe Iohanne, zynre moyen, dairaf hy thoenden vidimus auctentiic. Ende want dan die voirs.
hertoge Anthonys ende beyde zyn zoenen, by namen Ian ende Philips, a£ivich
weren sonder wittige geboerte after te latene, zoe weer hy die naeste.Welke redene
gehoert ende gewegen wesende van den Staiten der landen voirs., hebben dieselve
Staiten eendrechtelic overdragen den voirs. hertoge Philips van Bourgoingien voir
horen prince tontfangen.
teser tyt den vyften dach octobris int iair xxx waert
gehuldt die tweeste hertoich philips, wesende hertoich
philips van bourgoindien
Dat hertoge Philips van Bourgoindien gehuldt wairt voir hertoich
van Brabant
Ende alzoe es die voirscr. hertoge Philips van Bourgoindien den vyften dach octobris sdonredaigs int voirs. iair van XXX tot Loeuen gehuldt voir hertoich van
Brabant. /
fol. 170r
Die begrae¡enisse van hertoge Philips van Brabant
Ende des saterdaigz dairnae vuerde men tdoode lichaem van den voirs. hertoige
Philips van Brabant, zynen neve, ter Vueren dairt eerlic begraven wairt. Ende des
sondaigs dairnae wairt die voirs. hertoige Philips van Bourgoindien gehuldt te
Bruessel ende dairnae voirt in de andere steden. Hii was die meeste ende mechtichste heer die Brabant in meer dan CCCC iaren gehadt hadde.1 Hii was hertoich
1
In margine nota.
143
1430-1431
van Bourgoindien, van Lothryc, van Brabant, van Lymborch ende naemaels
creech hy by coep thertoichdom van Lutzenborch. Item hy was greve van Vlaenderen, van Artoys, van Bourgoindien, van Henegouwe, van Hollant, Zeelant ende
Namen, mercgreve des Heilichs Rycx, heer vanVrieslant, van Salins ende van Mechelen. Siin yerste vrouwe was dueghdelic, geheiten Mechtelt, dochter des sesten
conincx Kaerls van Vrancryc; siin ander vrouwe was die wedue van den voirs.
greve Philips van Nyuerss, zoen des voirs. hertoge Philips, geheiten le Herdy, zyns
oeme, ende dochter des voirs. greve van Eu; van welcken twee vrouwen die voirs.
hertoge Philips van Bourgoindien geen oir en hadde. /
ten tyde van den tweesten hertoich philips, wesende
hertoge philips van bourgoindien 1
fol. 170v
Ende nae die doot van den voirs. twe vrouwen soe trouwden als in den voirs. iair
XXIX die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien vrouweYsabelen, dochter des
coninx van Poirtegael, dairaen hii wan drie zoenen, by namen: Anthoniis, Ioest,
die beyde ionck storven, Kaerle, die was greve van Chairloys ende nae hertoich
van Brabant.
Incoempste hertoge Philips van Bourgoindien voirs., wesende die
tweeste van dien name, hertoge van Brabant /
fol. 171r
In den voirs. iair van XXX den vyften dach in octobri, soe heeft die voirs. hertoghe Philips van Bourgoindien, hertoge van Lothryc, van Brabant, etc., in zynre
incoempste den lande van Brabant et andere, etc. voir hem, zyne oire ende nacomelingen dese naevolgende previlegien verleent, te wetene:
Dat dlant van Brabant met vonniss ende recht zal werden gehandelt
in den iersten goet, gerecht ende getrouwe heer te zyn ende allen prelaten, goidshusen, baenroetsen, edelen ende onderseten van den steden, vryheiden ende lande van
Brabant ende van Ouermaze geloeft te handelen in allen saken met vonnissen ende
recht nae den rechten van den steden ende bancken dair dat behoert;
Dat die scouthet tgenecht mar eens uuytsetten en mach
ende dat die richteren hoer genechten zullen moeten houden sonder middel van
uuytset, behoudelic dat zy hoer genechten van der heerlicheit wegen eens zullen
moigen uuytsetten ende nyet meer;
Die bewaernisse der previlegien ende carthen
item dat die previlegien ende carthen slants van Brabant bewairt zullen werden
tAntwerpen ende daira¡ zullen wesen drie sloetelen, den enen voir zyn genaden,
den anderen tot Loeuen ende den dorden tot Bruessel;
1
Herhaald tot en met fol. 228r, waarbij de tweede vermelding van Philips soms achterwege
blijft; op fol. 186v een iets andere formulering: ten tyde van hertoich Philips den tweesten,
wesende hertoge Philips van Bourgoindien.
144
1430-1431
Van oirlogen aen te nemen
item egeen oirlogen aen te nemen noch ennich verbont te maken met yemanden, ten
zy by raide, wille ende consente der steden ende slants van Brabant;
Van der wapenen ende van den zegel
item dat zyn genaden zullen aennemen den tytel ende wapenen van Lothryc ende
van Brabant, van Lymborch ende mercgreve des Heilichs Rycx ende dairnae enen
zegel doen maken ende steecken, die altyt in Brabant zal moeten blyven; /
fol. 171v
Van den cancellier ende raitslieden in Brabant
item dat in Brabant zullen wesen zeven werdige mannen, daira¡ deen zal wesen cancellier oft zegeler, geboren in Brabant, drie talen te wetene Latyn, Walsch ende
Duytsch kennende, ende die vier daira¡ geboren, woenende ende geguedt in Brabant oft baenroetstammen hebbende ende die andere twee zullen wesen zulck als
zynen genaden genuegen zal, konnende die Duytsche tale;
Hoe die cancellier ende secretaris hen zullen reguleren
ende dat alle diegeen die voirtaen in Brabant raidt, segeler ende secretaris zyn zullen, eer zy hoir o¤cie aenverden, sullen geloven nummermeer dairby noch over te
comen brieve te tekenen oft te bezegelen dair ennige landen, steden, sloten, renthen
oft herlicheden verset, vercoft, vervreempt, bezwart, ewech gegeven oft quytgescouwen werden, tenzy by consente der drie Staten slants van Brabant op gecorrigeert te
werdene;
Dat men geen broeken en zal quytscelden noch giften geven, tenzy by raide
item ende dat hy geen broeken oft foirfayten quyt en sal geven noch o¤ciers setten
noch ontsetten noch dienste noch groete giften geven, tenzy by raide van den Raide
van Brabant oft tenminsten van vieren van hen die in den brieven getekent zullen
moeten werden;
Wie in den Raet van Brabant moegen wesen
item dat nyemand in den Raide van Brabant en sal wesen, zii en zyn in Brabant geboren van wittigen bedde ende aldair woenende ende geguedt, oft die baenroetstammen aldair besitten, uuytgenomen die voirs. twe dair voer gewach af gemaect
is;
Dat dlant van Lymborch aen Brabant blyven sal
item ende dat dlant van Lymborch aen Brabant blyven sal ende daira¡ nyet gesceyden werden; /
fol. 172r
Van Den Graue ende Oyen
item ende dat hii tot Brabant versamenen zal Graue ende Oyen met horen toebehoirten die dairaf vervreempt zyn;
Van den lande van Ouermaze
ende insgelycx dlant ende die sloeten van Ouermaze aen Brabant brengen sal ende
sonder sceyden dairaen doen blyven ende tselver nyet te belasten, mar met Brabanderen besetten, etc.;
145
1430-1431
Hoe een yegelic ten tollen passeren mach
item dat die ondersaten der steden ende lande van Brabant ende van Ouermaze in
Hollant, Zeelant ende in allen anderen landen zullen varen moigen op horen rechten toll, zoese van outs geplogen hebben ende dat dat letsel ten Hellegate ende Ausbruggen afgedaen sal wesen;
Van den tol tot Calloe
item ende dat den toll tot Calloe a¡wesen zoude, etc.;
Van den toll van Hollant, Zeelant
item dat hii deser stat ende horen poirteren con¢rmeren zall hoer brieven diese hebben ende hen van hertoich Iannen ende vrouw Iacoppen gegeven, aengaende van
tolvry te varen in Hollant ende Zeelant, etc.;
Van den tol van Gelre
ende als van den toll in Gelrelant zouden zyn genaden hoir vermoegen doen, dat zy
hoir vryheit aldair behouden zouden; item dat elckermalc varen ende keren mach
op zynen rechten tol, etc.;
Dat die hoeftsteden die wegen, bruggen ende passaigien onder hen gelegen
moigen doen maken ten cost, etc.
item oft yemand van zynrer er¡elicheit oft goeden wegen ennige wegen, bruggen oft
passaigien sculdich weer te houden ende des gebreckelic weer, dat die hoetstat dairt
onder gelegen is, dat sal moegen doen doen op sgeens cost ende last die dairinne
gehouden zall wesen ende dairtegens en sal nyemant verantwoirt werden gebuerlic
recht te plegen; /
fol. 172v
Die pechteners van tollen oft munten en zullen in recht nyet sitten
item die tollen pachten ende dairaen ende oic aen de munten deylen, en zullen hoir
pachtinge geduerende in den rechten der steden nyet ontfangen werden;
Die in Brabant wort gevangen, etc.
item die gevangen wordt bynnen den lande van Brabant oft van Ouermaze, dat men
dien dairuuyt nyet en sall vueren;
Van gelt te slaen
item dat men geen gelt en zal slaen dan by wil, rait ende consent van den gemeynen
lant ende den geslagen penninc nyet moigen lichten ende het slaen sal gescien in een
van den vryen steden, etc.;
Wie in Brabant geen ambacht en mach hebben
item die van geenen wittigen bedde en is, die en mach in Brabant rait, drossaet noch
richter wesen noch ambacht hebben;
Van vrede
item dat die ontsculdige van allen gevecht vrede hebben zall XXIIII uren;
Van dootslegers
item dat men den dootslagers dlant nyet en sal geven, tenzy dat ierst die mage versuent zyn;
146
1430-1431
Van den meyeryen ende vorsteriien
item dat men die vorsteryen ende meyeryen nyet verhueren sal, mar diegeen diese
hebben, zullense selver bedyenen;
Van den o¤cien in Brabant nyet meer te verpachten
item dat men die ambachten ende o¤cien in Brabant nyet meer verpachten en zal
noch beleenen;
Van buyten lantz te dagen; van ten camp te heysschen
item dat deen ingeseten in Brabant den anderen buyten lants nyet en zal rasteren,
commeren noch dagen, zy en weren voirvluchtich, sonder argelist, noch oic te camp
heysschen, opte verboerte van ly¡ ende goet, uuytgesceyden van testamenten, huwelixe vorwarden, van aelmoessen ende van geestelycken gueden, etc.;
fol. 173r
Wat hy verboert die Brabant oft ennige ingesetenen ontseegt, roefden, etc.
item oft yemand van uuyt Brabant dlant van / Brabant ontseeghden oft die ingeseten
derselver ontseyde, roefde oft brande, hoir vyanden succurss dede, huysden oft hoefden wetende, die sal verboeren zyn lii¡ ende goet ende nummermeer dlant weer te
crigen;
Van den scaeck als boven
item diegheen die een vrouwe ontscaect tegen horen wil, die ende alle zyn hulperen
ende oic diese wetens huysden oft hoe¡den, verboeren ly¡ ende goet;
Van onmundigen kynderen te ontleyden
ende insgelycx die ennich onbeiairt knechtken oft meysken ontscaecten oft ontleyden, zoude insgelycx met zynen hulperen verboeren lyf ende goet;
Die heer moet betugen dair hy sal wynnen, etc.
item dat men nyemandt bedragen en zal noch en mach dat hem ontscade zal doen
van quetsuren oft dootslagen, indien dat hy hem der wairheit getroesten darre ende
tsynre ontscout comen totter tyt toe hy verwonnen wordt met recht;
item dat men met oirloigen aen Brabant wynt, dairaen sal blyven;
Van palinge
item dat zoe wye meringe oft pelinge begeert, dat men hen die zal doen gescien tegens den heer ende enen yegelycken;
Van verdeylen
item ende dat men nyemanden voirtaen verdeylen en sal, hy en zy voir met recht verwonnen;
Van Sinte-Petersmannen
item dat men Sinte-Petersmannen handelen zall, zoe men nae recht sculdich;
Dat nyemand zyn zake om enen anderen te moyen, overgeven en mach
enen paep oft clerck
item oft twe leke personen van goede bynnen Brabant liggende dingende worden
ende deen verloert, dat hy dan zyn zake nyet overgeven en mach enen paep oft clerck
of om den anderen buyten lants te creyten oft oick ennige ander zyn saken nyet en
147
1430-1431
mach overgeven om den anderen buyten lantz te moyen, opte verbuerte van ly¡ ende
goet; /
fol. 173v
Dat men hont mach houden; van iagen
item dat elckermalc zyn goet hueden mach ende honden houden, die voete ongecoirt, ende dat elck iagen mach hazen ende vossen al Brabant doer ende oick conynen buyten vryen waranden ende oic overall met vogelen vlyegen;
Van iagen
item dat elck iagen mach alle Brabant doer alrehant groet wilt, uuytsceydende in
den waranden, wouden ende bosschen van Zonyen, van Zauenterloe, van Groetheyst, van Meerdael ende van Groetenhoudt;
Van den waranden
item dat bynnen Brabant geen waranden zyn en zullen noch gehouden werden, dan
die vry waranden geweest hebben van dat men scree¡ M CCC LXVII;
Van woutrecht
item dat men allene ten woutrecht trecken sal schout comende van hout ende boschen, etc., als van ouden boschen ende wouden, etc.;
Van den o¤cieren ende richteren in Brabant
item die baeliuwe, clerck ende andere ambachteren ende desgelycx die ambachteren
ende richteren van den anderen sess groeten ambachten zullen moeten wesen geboren bynnen Brabant;
item van den ho¡ van Genepie;
item van der banck vanVckel;
Dat Antwerpen ende Nyuel aen Brabant zullen blyven
item dat die stat van Antwerpen metter bewisinge dairtoe behorende ende die stat
van Nyuel ewelic blyven zullen aen Brabant;
Van den drossaet ende rentmeester in Brabant
item die drossaet ende rentmeester in Brabant zullen altyt geset werden by raide van
den gemeynen Raide in Brabant oft tenminsten van sess van hen;
fol. 174r
Van den cancellier
item dat die cancellier ende zegeler in Brabant cunnen moet Latyn, Walsch ende
Duyts ende zal sculdich / zynen eedt te doen in presentien van den drien Staten
slantz van Brabant;
Van den clerc des leenboecx
item ende dat die secretaris ende clerc van den leenboecken zullen wesen geboren
Brabanderen, uuytgesceyden dat twe secretarissen geset moigen werden al weren
zy geen geboren Brabanderen;
Van den dachvaerden
item dat men die dachvaerden altoes XIIII daigen tevorens sal bescryven, ten weer
groeten haest, ende dat men die bynnen Brabant houden sal;
148
1430-1431
Hoe elc zynen last opte dachvaert oepenen mach
ende dat elc ter dachvaert comende zynen last zall moegen opdoen ende dairmede
gestaen sonder abolch van den heer oft yemants anders oft oic dairomme wedersien
te werdene;
Van den leenen
item dat men die gedaigen van den leenen ende die genechten dairtoe dyenende
houden zal bynnen Brabant;
Den eedt van allen o¤cieren ende regiment hebbende ende die manen
ende wysen
item dat voirtaen die raitsluyden in Brabant ende alle andere dyeneren, richteren,
bourgermeesteren, scepenen, raetsluyden, mannen van leen, laten ende alle andere
die macht hebben te manen ende te wysen ende voirt die diensten oft o¤cien houden
in Brabant, nyemandt uuytgesceyden, zweren zullen dat zy gelt, goet, gifte, goet,
myede, geenrehande goetdoen nemen en zullen noch hen doen noch laten geloven
oft nemen by henselven oft by yemand anders omme yemanden in den rechte te vorderen oft te achteren, mar dat zy enen yegelycken, armen ende riicken, recht ende
vonnesse doen zullen sonder yet anders dairinne te trecken;
fol. 174v
Den eedt der scepenen, etc.
ende voirt dat zy om bourgermeesterscap, scependom oft raetscap gelt, goet, gifte,
myede, geenrehande dyenste noch goetdoen gegeven, geloeft noch / geboden en
hebben noch doen geloven, geven oft byeden yemanden van henre wegen noch oic
dairomme gebeden noch doen bidden in enniger manieren; ende zoe wye dairtegens dade, dat die nummermeer in ennigen dienste noch rechte oft regimente en
zullen moigen wesen;
Van der wett deser stat ende Lyer
item dat die previlegien ende brieven der steden van Den Bosch ende Lyere dyenende ten regimente ende wetten derselver steden die dair mesbruyct zyn geweest
voirtaen in hore machten zullen blyven, behoudelic die voirmaels scepenen zyn geweest, scepenen zullen moigen werden;
Aengaett den drossaten ende wethouderen in Brabant
item ende dat alle drossaeten, ambachteren ende wethouderen bynnen Brabant tot
horen aencomen zullen zweren allen die poincten voirs. zoe verre in hen is te houden;
item hoe hertoich Philips voirs. geloeft heeft die testamenten van hertogen Iannen
ende Philipsen, gebrueders, te volbrengen;
Van der mercten tAntwerpen
item hoe hertoich Philips voirs. geloeft heeft die iairmercten tot Antwerpen te water
ende te lande te vryen ende dat die scouthet ende bourgermeesteren aldair die XIIII
daigen moegen verlengen;
Die verkeringe van den coepluyden
item dat die ingesetenen van Brabant hoer gueden die zy hebben oft crigen zullen in
ennich anderen landen peyselic ende vredelic zullen gebruycken ende dat die coep149
1430-1431
luyden van allen des voirs. hertoich Philips landen underlinge moegen wandelen
ende coepslagen op horen rechten tol; /
fol. 175r
Van Huesden ende Sinte-Gertruyenberch
item ende dat ten ewigen daigen aen Brabant blyven zullen die landen, sloten, steden van Huesden ende Sinte-Geertruyenberch met horen toebehoirten, etc.;
Con¢rmacie der previlegien, etc.
item voirt onder meer zoe heeft die voirs. hertoich Philips van Bourgoindien gecon¢rmeert den prelaten, cloesteren, baenroetsen, ridderen, steden, vryheiden ende allen ondersaten in Brabant allen hoir rechten, vryheiden, previlegien, carthenen,
costumen, usaigien ende herbrengen die zy hebben ende verleent zyn ende oic diese
hebben useert ende herbracht; prout in cartha incipiente: `Philips, by der gracien',
etc. et comprehensa folio C XLIII.
Wie o¤cien in Brabant moigen hebben
Noch in den voirs. iair XXX ende opten vyften dach octobris voirs. soe heeft die
voirs. hertoge Philips van Bourgoindien, die tweeste van dien name, hertoge van
Brabant, onder andere den landen van Brabant geloeft ende gewilt dat voirtaen
alle smale ambachteren, richteren ende rentmeesteren particulieren ende alle
casteleynen in Brabant zullen wesen geboren Brabanders, tenzy dat zy stammen
van hoirsselfs oft huwelix wegen in Brabant besitten;
fol. 175v
Dat die VII raetsheren in Brabant moeten wesen geboren, geguedt in Brabant
item want in der voirs. ierster blyder incoempste aengaende den regiment slantz van
Brabant VII werdige personen te stellen, daira¡ die twee van den Raide zyn zouden
zulken als den heer / genuegen zoude, kunnende die Duytsche tale, al en weren zy
van bynnen Brabant nyet, soe is hier ordineert dat die twe oic zullen wesen bynnen
Brabant geboren van wittigen bedde, dairinne woenende ende geguedt oft die baenroetstammen aldair besitten van hoirsselfs oft van huwelix wegen;
Aengaet den vorsteriien
item es oeck hierinne ordineert dat dieghene die vorsteryen hebben by giften van
vrouw Iohanna oft by coep van dengenen diese van hoir gehadt hebben oft tenwair
dat diegheen diese hebben by giften van hertoge Anthonys, hertoge Ian oft hertoge
Philips, die zoe oudt ende zoe cranc weren dat zyse nyet verdienen en consten, oft
tenwair dat men die vorsteryen van outs in er£een gehouden hedde, etc., datse die
wael moegen verhuren;
Con¢rmacie
item ende ten lesten hebben zyn genaden con¢rmeert te houden ende te doen houden allen zynen ondersaten, ingeseten ende singularen personen van Brabant ende
van Ouermaze allen hoir redelycke bezegelde brieve vercregen van den voirleden
hertogen ende hertoginnen, behoudelic den steden ende landen hoir rechten; prout
in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goids', etc. et comprehensis folio C
LVII.
150
1433-1434
Omtrent deser tiit waest weer scisma van twe paeusen in der Heiliger Kercken
ende tconsilie was doen te Basell.1 /
fol. 176r
Aengaet den tolle van Hollant ende Zelant
Noch in den voirs. iair van XXX den XXVIIIen dach octobris soe heeft die voirs.
hertoge Philips van Bourgoindien, die tweeste van dien name, hertoge van Brabant, in con¢rmacien deser stat vryheit van tollen in Hollant ende Zeelant, allen
baeliuwen, scoutheten, richteren, dyeneren, tolners, pechteners, rentmeesters der
tollen in Hollant ende Zeelant bevolen datse deser statpoirteren zouden laten met
horen pennewarden, gueden ende comanscappen, hoedanich zy zyn gaen ende
keren, varen, comen ende blyven bynnen Hollant ende Zeelant, vry, loss ende
quyt sonder ennige rechten van tollen daira¡ te betalen oft hen te heysschen all
in der vuegen die brieven van hertoge Iannen ende vrouwe Iacoppen begripen,
etc.; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goidz', etc. et comprehensis folio CCC LXXIIII.
fol. 176v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXIo : Willelmus Brant die Roeuer, Petrus Steenwech, / Nycolaus Loenman, Mathias Back, Iohannes Bathens., Iohannes de Best, Iohannes Noeden ¢lius Henrici, Theodericus de Derentheren, pro
Nycolao Loenman ¢endo sculteto.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXIIo : Petrus de Best, Gerardus de
Berck, Iohannes Loenman, Iohannes Monix, Iohannes Dicbier, Godefridus de
Erpe, Rutgerus de Geldrop.
Aengaet den commanduer ende heren van der Duyscher oirdenen
datse vrii ziin
fol. 177
r
Ten tyde van den scepenstoel voirs. den XXIXten dach in augusto soe heeft die
voirs. hertoge Philips van Bourgoindien den commanduer / provinciael ende
bruederen van der Duyschen oirdene van der bailgien van den Byessen approbeert die verleningen ende gracien hen van wylen hertoge Anthonys in den iair
M CCCC ende negen gegunnen ende gedaen, als datse ewelic ende ummermeer
van allen diensten, corweyden, taillien, beden, tollen ende allen anderen saken
quyt, vry ende ongehouden ende blyven zullen tot ewegen daigen; prout in litteris
incipientibus: `Philips, by der gracien', etc. et comprehensis folio C XL.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXIII: Iohannes Balyart, Iacobus Monic, Godefridus de Dommelen,Willelmus Reeuwe, Arnoldus Monix ¢lius Ghysberti, Iacobus de Ge¡en, Iohannes Nolleken.
Aengaet den pays tusschen den coninc van Vrancryc ende hertoge
Philips van Bourgoindien
fol. 177v
In den voirs. iair paeus Eugenius / seynden den cardinael van Sinte-Cruys om
pays te maken tusschen coninc Kaerle van Vrancryc op deen zyde ende den co1
In margine nota.
151
1434-1435
ninc van Engelant ende den voirs. hertoge Philips van Bourgoindien op dander
zyde, daira¡ een dachvaert tot Atrecht wert geleyt, mar die Engelsche en waren
dairtoe nyet gesint.
Aengaende die doot zyns vaders
Hertoge Philips voirs. maecten zeer swair zyns vaiders doot ende en woudts nyet
vergeven. Die cardinael voirs., een heilich man wesende, nam dair een wit broet
ende vermalediden dat in de iegenwoirdicheit des voirs. hertoige Philips ende het
wairt al zwairt, seggende tot hertoge Philipsen, indien hy den doot zyns vaders
nyet en woude vergeven, hy soude hem oeck vermalendien. Dwelc hertoich Philips siende wairt hy vervairt ende verga¡ die doot zyns vaders by middele ende
vorwarde alsdat hy behouden zoude Amyens, Abbeuile, Monstroel, Sinte-Quintyns ende meer andere steden inVermendoys ende op die Somme gelegen, als veronderpant voir een somme van penningen dairmede datse die coninc soude
moigen lossen. Desgelycx behyelt hertoge Philips noch andere steden opten cant
van Bourgoindien, als Ausoire, Macons.
Van den huwelic hertoge Kaerls
fol. 178r
Ten selven tyde wairt oic gesloten een huwelic tusschen vrouw Katherynen, des
coninx dochter, ende den voirs. heer Kairle, greve van Chairloys, die noch iongh
kynderen waren. / In den voirs. tractaet was oec begrepen die coninc van Engelant opdat hy tshertochdom van Normandien behouden mochte, behoudelic dat
hy dat leen ontfangen zoude van den coninc vanVrancryc, mar die Engelsche coninc en woude dat nyet doen. Ende van dier tyt gingen die Engelsche achterwarts,
verliesende vele stryden ende warden van den coninc vanVrancryc ende heer Lodewyc den Dolphyn, synen zoen, verdreven uuyt Normandien, uuyt Aquitanien,
dats Gwienne ende Gascoingien, ende uuyt vele andere contreyen des rycx.
Hoe hertoich Philips voir Caleys trac
Oeck omtrent deser tyt track hertoge Philips van Bourgoindien metten Vlamingen voir Caleys dair zy noch prou¡yt noch eere en behaelden, want dieVlemingen
ontvloyen horen prince uuyten velde. Ende uuyt dien was groete commocie onder
die gemeynte inVlaenderen ende bysunder tot Brug.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXIIIIo : Bartholomeus Spierinc, Henricus Dicbier, Reynerus Loden, Marcelius die Lu, Petrus de Erpe,Theodericus de
Os,Tyelmannus de Spina.
Omtrent deser tyt was een groete duer tyt ende sterfte die meer dan II iaere duerden. /
fol. 178v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXVto : Arnoldus Stamelart de Vden,
Willelmus de Aa, Rodolphus Loniis, Godefridus die Lu, Arnoldus Heyme, Iohannes Spierinc,Willelmus Loyer, Henricus die Hoessche, pro Arnoldo Heym
¢endo sculteto.
152
1440-1441
Dat die scepenen buycvast hier moeten woenen opten peen van L
ouder scilt
fol. 179r
Ten tyde des voirs. scepenstoels den XVIIen dach februarii soe heeft hertoge Philips voirs. quytgescouwen den voirs. Arnden Stamelairt die helft van den peen van
vyftich alder scilden die hy gebroect hadde dat hy mit zynre meester familien nyet
quam woenende bynnen deser stat als hy scepen was, als dat behoirt uuyt crachten
van eenen previlegie deser stat verleent by hertogeWencelyn ende vrouw / Iohanna, wesende van den daet duysent driehondert ende drie ende tachtentich; van
welker quytsceldinge die brieven beginnen: `Philips, by der gracien Goids', etc.
ende zyn begrepen opten blade C XLII.
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel den XXVIen dach septembris soe is gemaect een ordinancie van craen bynnen deser stat, te wetene wat men van craengelt geven zal ende wat goet craengelt sculdich is; welke ordinancie is begrepen
opten bladeVC LXXXIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXVIto : Iohannes Monix, Bartholdus
die Lu, Godefridus de Drueten, Gerardus Balyart, Gerardus de Vladeracken,
Goeswinus Heym, Nycolaus de Berse. /
fol. 179v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXVIIo : Petrus de Best, Gerardus de
Aa, Theodericus die Lu, Arnoldus Monix ¢lius Ghiselberti,Willelmus Dicbier
¢lius Henrici, Leonius de Erpe ¢lius Leonii,Willelmus Dicbier ¢lius Iohannis.
DeseVII scepenen doen zii afgegaen waren, hebben zy dese naevolgendeVII scepenen geset, overmitz gebrec van den heer dat hyse bynnen der octaven nyet geset
en had ende tot dier tyt en had dese stat genen scouthet, hoich noch lege, ende die
dyenaer van den groender royen opt raithuys eyden die scepenen.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXVIIIo : Iacobus Monic, Marcelius die
Lu, Godefridus de Erpe, Iohannes Bathens., Petrus de Erpe, Henricus de Arennest, Iohannes de Ouden ¢lius Willelmi. /
fol. 180r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XXXIXo : Arnoldus Stamelart de Vden,
Henricus Dicbier, Iohannes Balyart, Rodolphus Loniis, Tyelmannus de Spina,
Henricus Berwout, Arnoldus Boest.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLo : Willelmus de Aa, Iohannes Monix,
Willelmus Loyer, Henricus die Hoessche, Gerardus de Vladeracken, Andreas
die Lu, Arnoldus Berwout.
In desen scepenstoel wert geordineert dat een yegelic zoude moegen comen tappen wyn bynnen deser stat op zynen chyns, te weten op die vyfte quaert.
Aengaet die belastinge der leengueden
fol. 180
v
Ten tyde des voirs. scepenstoels den Xten dach octobris aengaende die belastinge
der leengueden /ende dexecutie derselver, soe heeft die voirs. hertoge Philips van
Bourgoindien, die tweeste van dien name, hertoge van Brabant, geraempt ende
gesloten om tot ewigen daigen onderhouden te werdene die naevolgende raminge
153
1440-1441
ende poincten opte scepenenbrieven deser stat die bekent zyn ende zullen werden
op leengueden:
Wat die secretaris in der vesten vragen zal van leengueden
in den iersten wanneer yemand ennige gueden wil verthieren, bezwaren oft belasten
oft dairop yet verlyden voir scepenen deser stat, dat dan die secretaris dairvoir dat
geboirt gehouden sal wesen dengenen diese belasten wille te ondervragen wat gueden dat zyn, ende seegt hy dan leengoet te wesen, soe zal die secretaris den scepenen
dat te kennen geven ende die zullen den partyen seggen datse dat te leen moeten ontfangen; tot dier meyninge bevont men naemaels leengueden voir chynsgueden belast te wesen, dat dan die leengueden verbuert zouden wesen duerende den levenen
van dengenen diese belast hedden, tenweer datse by eeden a¤rmeerden des nyet geweten te hebben; ende eer men die brieven dairinne leengueden belast zyn, sal besegelen oft overgeven, sal den scepenen ierst bybracht wesen met brieven oft scriften
auctentyc dat den leenheer voldaen is;
fol. 181r
Wat die scouthet van den leengueden behoert te doen ende die secretarissen
item dat voirtaen die onderscouthet deser stat oft zyn / stathelder van maent te
maent sal overnemen van den secretarissen die contracten die opte leengueden gemaect zullen wesen ende voirt seynden den clerckvan den leenboeck ende die secretarissen zullen dieselver contracten sculdich wesen te reycken ten costen van
denghenen die de leenen vercopen oft belasten;
Wair men die leengueden opwynnen mach
item die den gront oft bodem van den leengueden uuytwynnen oft metten recht verreycken wille, die sal dat moeten doen voir den leenheer ende zyn mannen van leen
ten steden ende plaetsen dair dat behoert ende den gront hoeft;
Hoe men opte bladinge van den leengueden volgen mach met recht
mar en wairt nyet noot den gront op te wynnen voir renthen, pachten, etc., soe mach
men tgebreck volgen voir scouthet ende scepenen deser stat ende verhalen aen de
bladinge der leengueden nae der alder gewoente sonder dairomme vorder getogen
te werdene, by alsoe dat die leenheer yerst daira¡ gedyent zii, gelyc hiernae staet
vercleert;
fol. 181v
Hoe men opte bladinge van leengoet volgen mach
item want ennige goede luyde voirtyts chynsen, pachten op leengueden gecoft hebben, nyet vermoydende dat zy den leenheer dairaf souden moeten dyenen, van welcken chynsen, pachten, etc. die vercoeperen hebben geloeft in scepenenbrieven
deser stat wairscap, soe is hier overdragen / ende geraempt als die lieden oft hoer
erven den leenheer van den pachten, renthen oft commer sullen hebben voldaen,
die heer hen geven sal zyn oepenen brieven bezegelt met zynen ende zynre mannen
zegelen, in denwelcken hy bekennen sal dairaf voldaen te zyn ende overbrengende
die brieven sullen die goede lyeden ende hoir erven hoer gebreck voir scouthet ende
scepenen van Den Bosch moigen vorderen ende verhalen opte vercoepern ende geloeveren ende oic opte bladinge van den leen, zoe men tot hertoe geploegen heeft;
ende insgelycx sal oic gescien van den leenen gehouden van den smalenheren die
154
1441-1442
hoir leenen voirt houden van den hertoge; ende oft geboirden dat by aventuren ennige lieden die hoir lenen in der voirs. maten voirtyts belast hadden voir scepenen
van Den Bosch sonder lossinge metten gheenen die die commer te nyeute worde gedaen, die zullen hoir lenen houden geheel met eenrer mansscap van onsen genedigen heer ende der smaelrerheren, gelyc zy deden eer den commer dairop gemaect
wairt, betalende daira¡ een hergewey, by alsoe dat dat sculdich zal zyn te gescien
bynnen vier iaren naestcomende;
item als die renthen te loss staende op leengoet gelost werden, zoe en sal men den
leenheer daira¡ nyet meer dyenen, mar den gront sall verbonden blyven als voir; /
fol. 182r
Noch hoe men renthen, etc. op leengoet volgen mach
item oft yemand renthen, pachten, etc. met scepenenbrieven deser stat vercregen
hedde op leengoet ende chynsgoet tegader ende hem woude laten genuegen metten
chynsgoet, die sal ongehouden wesen van die pachten renthen te ontfangen te leen;
ende van den commeren die tot desen daige toe op leengoet zyn gemaect geweest
met scepenenbrieven deser stat, dair die heer ende die smaelheren in gebreck zyn
van horen hergeweden, diegeen die den commer heysschen zullen dien ontfangen
van den heer van den leene ende dair en teynden soude hen executie gescien, etc.;
prout in littera;
Noch van leengoet
item oft ennige gueden leen weren worden naedien den commer dairop was gemaect, dien commer oft die renten en zullen dairmede als metten leen te doen hebben;
item die secretaris oft clerc van den leenboeck sal tallen tyden ten versueck van
partyen tot horen redelycken costen hen in gescrift over te geven des van horen
leenen int leenboeck is begrepen; ende oft yemanden van noode were des kennesse te hebben, zal dairomme comen by den rentmeester van desen quartier oft
zynen stathelder, etc.;
fol. 182v
Aengaet den leen van den wyve gecomen
item nyemant die leenen hem comende van zyns wyfs wegen, en sal moigen belasten
voir scepenen deser stat, het en zy by consent zyns wyfs;
item die leengueden voir den voirs. iair becommert, sal geven een hergewede /
ende die syndert tot desen daige toe becommert zyn, sal men geven alsoe mennich hergewede als die mennichwerven becummert zyn geweest; ende des ziin
ter eenre ende andere zyden by den voirs. hertoge Philips ende deser stat brieven
bezegelt onder meer inhoudende, daira¡ die brieven beginnen: `Philips, by der
gracien Goids', etc. ende zyn begrepen opten blade C LXXXIX.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLIo : Godefridus de Rode, Theodericus
die Lu, Arnoldus de Erpe, Martinus Monic, Iacobus Steenwech, Ludolphus
Buck, Martinus Goevy.
In desen scepenstoel wairt gemaect den nuwen dyc tusschen Orten ende Den
Bosch.
In denselven scepenstoel ster¡ tercia maii ioncker Engelbert van Nassouwe, heer
tot Breda.
155
1441-1442
Aengaet tvercoep van wynen
fol. 183
r
fol. 183v
Ten tyde van den voirs. scepenstoel den XXIIen dach septembris / zoe is dese stat
overcomen dat alle coepluyde drincbair ende fentwynen hier tien iair lanc zouden
vercopen geheels coeps oft ten tappe tot horen scoensten ende op horen assyns
ende wes zy borchden, sal men hen nae den dorden dach uuytpanden, etc., gelyc
begrepen is in de brieven die dese stat daira¡ gesonden hadde aen de steden van
Coelen, Nuyss ende Nymmegen; welke brieven beginnen: `Allen denghenen', etc.
ende zyn begrepen opten bladeVC XVI.
Ten tyde oic van den voirs. scepenstoel ende opten voirs. XXIIen dach septembris
soe zyn dese naevolgende poincten by deser stat overdragen:
Aengaet den wynen
in den iersten dat die coepluden allen drincbair ende fentwynen die zy brengen zullen bynnen X naestcomende iaren, zullen vercopen geheels coeps oft ten tappe, alsoe hoich alse cunnen sonder te staen ter ordinancien der scepenen opten
gewoentliken chyns als opt voeder dat men geheels coeps vercoept enen alden scilt,
opt voeder van den lantwyn ÃÙÄ scilt ende optenVten penninc dat ten tap gaet;
item ende dat als die coepman een vol stuck op wil steecken om te tappen, dat zal
hy voir den kelder doen uuytroepen met enen bornende scoe¡ ende medecundigen hoe hoech hy tappen wil ende dat hy opsteecken wil, zal hy geheel verassynsen
alsoe hoech hyt opsteect; / nochtans mach die coepman dairuuyt vercopen geheels coeps tot eenre tonnen toe, datz tot LXXX quarten toe, oft dairboven;
item oftyemand yet geborcht van wynen word, dat men voir die coepluden dat nae
den dorden dach sal uuytpanden;
item ende oftyemand den coepluyden hoir gelaech ontdroech, die soudz wesen op
XLV schellingen;
Aengaet den muermeestren van X iaren
item dat die scepenen ende gesworen ten tyde wesende den voirs. tyt van thien iaren
gedurende, als zy die bourgermeestren deser stat kyesen, oic zullen kyesen twee erbare mannen om muermeesteren te wesen, etc.; prout in litteris incipientibus: `Wy,
scepenen, gesworen', etc. et comprehensis folioVC XVII.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLIIo : Iohannes die Roeuer, Daniel Roesmont, Goeswinus Heym, Godefridus Boest, Iohannes die Ioede, Iohannes de
Craendonc ¢lius Lodouici, Reynerus Loden ¢lius Reyneri. /
fol. 184r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLIIIo : Iohannes Balyart, Godefridus de
Drueten, Iohannes de Erpe, Arnoldus Roeuer de Porta, Arnoldus Heym, Willelmus Dicbier ¢lius Iohannis, Rycoldus die Borchgreue, Iohannes Waerloes, pro
Dicbier ¢endo sculteto,Willelmus die Ioede, pro Heym defuncto.
Hoe hertoge Philips quam aen Lutsenborch
In den voirs. iair creech die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien van der voirs.
vrouwe Elisabeth, hertoginne van Lutsenborch, wedue wilen hertoge Anthonys
voirs., dlant van Lutsenborch voir sekere penningen ende bewysinge van iairlycken renten.Want sommige ionckers ende ruyters in steden ende sloten maecten
156
1444-1445
hair des lantz ongebruykich. Ende dairnae want die greve van Stampes van wegen
hertoich Philips, zyns neven, hadde in die stercke stat van Lutsenborch ende voirt
creech hertoich Philips die ander steden metten lande. /
fol. 184v
Den toll ter Gheervlyet
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel den tweesten dach decembris zoe dede
hertoge Philips voirs. den Hollanders zekere bevelen totten onderhouden der tollen tot Gheervlyet ende Gorichem; prout in litteris gallicis incipientibus: `Philippe, par la grace'et comprehensis folio CCC LXXXV.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLIIIIo : Arnoldus Stamelart deVden, Rodolphus Loniis, Iohannes Monix, Willelmus Dicbier ¢lius Henrici, Rodolphus
Scilder, Amelius van den Hoeuel, Christianus Coenen.
In desen scepenstoel den XXIIIIen dach in merte aengaende den maelgelde dat
doen oec opgeset was, syn die heren des capittels, die Baselers, predicaers ende
mynrebrueders overcomen met deser stat dat onder meer hen maelgelt opscryven zal ende daira¡ hebben des geleert zoude werde by den heren van den Brabantsche Rade, dairaen datse van beyden zyden zouden scicken; prout in
instrumento comprehenso folio CCC XLII.
In desen scepenstoel ipso die Huberti doen behyelt die heer van Den Berge metten Gulixen tfelt tegens hertoich Arnden van Gelre ende der Gelresche wairt vele
gevangen ende dootgeslagen. /
fol. 185r
Een bede eertyts consenteert hertoge Philips van Bourgoindien van
hondert LXXVI dusent ryders; ende hoe men die gehauen heeft
In den voirs. iair den XXIIten dach van meye soe was den voirs. hertoge Philips
van Bourgoindien van den lande van Brabant consenteert een bede van hondert
ende LXXVI dusent riders, te boren in acht iaren, alle iair XXIIM onder dese naevolgende voegen ende vorwarden, te wetene:
in den iersten dat men elcken stad, vryheit ende dorpe nae der hertellingen zynen
tax ordineren sal ende dien betalene sal een yegelic dairmede gestaen;
Wat die richter oft vorster heeft voir panden om der beden wille
item dat die richter dair die persoen op bede geset onder geseten is oft die gueden
onder gelegen zyn, die bede aen hem uuytpanden sal op redelycken sallaris, alsoe
hy van anderen personen sculdich is te hebbene nae der bancken recht sonder anderen cost oft last; ende oft die richter gebreckelic weer, zoe sal hy gehouden zyn datselve op te leggen;
Wye mede gelden zullen
item ende dat in der voirs. beden alle werlycke personen gelden zouden, uuytgenomen die hoich heerlicheit hebben oft dier vader oft oudervader baenroetstammen
bezeeten hebben, etc., ende dat in der voirs. beden gelden zullen alle geestelycke
personen ende begynen van horen patrimonien ende vercregen gueden, etc. tot
hoirs selfs behoe¡; ende dat oic dairinne gelden sullen alle gueden bynnen Brabant
gelegen die de geestelycke personen totter geestelicheit behoe¡, hetzy nyewe cloes157
1445-1446
fol. 185v
tern /oft andere buyten oft bynnen Brabant gecoft oft vercregen hebben, uuytgenomen die gueden daira¡ zy over LX iaren geprevilegieert zyn ter contrarien, etc.;
Dat men namptiseren zal
item ende dat die gueden bynnen Brabant gelegen, toebehorende den uuytlendigen,
oic mede gelden zullen ende by gebreck van betalinge ende oft die uuytlendige dair
tegens woude seggen, sal hy ierst moeten verleggen ten eynde srechz;
Den eedt der bedezetteren
item ende dat die bedezetteren om die bede te setten eden zullen doen; prout in litteris gegeven te Brugge in presentien Henrix Magnus, Ians Hinckart, Symons van
Herbays, meester Claessen Clopper ende Ian1 die Groete, beginnende: `Philips, by
der gracien Goids'etc. ende begrepen opten blade CCCC XVI.
Van enen scyetspel
Ten tyde oic van den voirs. scepenstoel was dat groete scyetspel in de stat van
Bruessel, desgelycx in genen steden voir noch nae geweest en is.
Sinte-Bernardyn
fol. 186r
In desen tyden leefden Sinte-Bernardyn in Ytalien, die begonste een nyewe reformacie van der mynrebruederen oirdenen /die doe ter tyt zoe vervallen was al kerstenryc doir, dat nauwe drie cloesteren waren dair die oirdene te recht gehouden
wairt. Hy dede vele miraculen in zynen leven ende oic in zynre doot. Zynen dach
coempt opten XXen dach meye.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLVto : Godefridus de Rode, Arnoldus
Monix ¢lius Ghiselberti, Gerardus de Vladeracken, Arnoldus de Vladeracken,
Godefridus Scilder, Bartholomeus de Merlair, Goeswinus Toelinc.
Ten tyde van desen scepenstoel prima decembris was bynnen deser stat dmeeste
water dat yemand gewist.
Dat men van den lyken een kers sculdich is den capittel
fol. 186v
Ten tyde van den voirs. scepenstoel den XXen dach novembris soe is nederleegt die
discoirt wesende tusschen tcapittel als persoen der kerc- / ken bynnen deser stat
ter eenre ende dese stat ter eenre2 zyden, ruerende van den kerssen ende clederen
comende met den lyken in derselver kercken, ende ordineert ende gesloten dat
voirtaen van allen lyken die comen zullen in der voirs. kercken, dat tcapittel als
persoen hebben zal een kersse gelyc als men brengen zal metten zelven lyke, voirt
van denzelven persoen bekeert te wordene in derselver kercken tot den dienst
Goidz ende dairmede sal tselver capittel als persoen voirs. content zyn sonder
meer kerssen oft cleer daira¡ te heysschen, tenwair een lyck dat opten hoigen
choer stont, dat zal staen tot gewoentliken rechten; item ende dat men die ordi-
1
2
Aldus hs., lees Ians.
Aldus hs., lees ter andere.
158
1446-1447
nancie van den vier missen gemaect, sal doen volbrengen, etc.; alst blyct in een
instrument ondertekent by der hant heren Ians Amelryc, beginnende:`In nomine
SancteTrinitatis', etc. ende begrepen opten bladeVC LXXXV.
Dat men gheen cleder, capruynen, leveryen oft paluren van strypen,
van bourdueren gewracht yemanden geven sal, etc.
fol. 187r
Noch ten tyde van den voirs. scepenstoel den lesten dach in meerte soe heeft die
voirs. hertoge Philips van Bourgoindien, die tweste van dien / name, bevolen den
scouthet deser stat overall bynnen zynen ambacht in presencien van den wethouderen te gebieden ende onder die smaelheren te doen gebieden, dat nyemand van
den twe werlycken Staiten slants van Brabant noch oic geen ander personen van
buyten den lande voirs., wye hy zy, uuytgenomen hertogen, greven ende hoir kynderen, voirtaen ennigen persoenen bynnen denselven lande geseten cleders, capruynen, rocke, haycke noch ander palluren die gelyc zyn oft van strypen oft van
eenen teken van boirdueren gewracht oft ander, en sal moigen geven noch vercopen in steden noch in dorpen, dan alleen dengenen die hoir huysgesin zyn, in horen brode ende costen in horen huyse etende ende slapende, behoudelic dat die
baenroetse, edele ende goede mannen slantz van Brabant, hoer rentmeesteren,
schoutheten, meyeren ende horen wynnen in horen hove woenechtich, die voirs.
clederen wel zullen moigen geven, opte verboerte van den clederen ende thien
gouden ryders;
Dat men geen lange messen, gehackelde staven oft Ludicsche pyecken en
zal dragen
dat oick nyemand en zal dragen lange messen, Doernicsche gehackelde staven oft
Ludicsche piecken, opte verboerte van denselven ende den peen voirs.; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goidz', etc. et comprehensis folio CCC
LXXXIIII.
fol. 187v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLVIto : Goeswinus Heyme, /Andreas die
Lu, Godefridus Boest, Henricus Becker, Iohannes Kepken, Arnoldus de Gheel
¢lius Lamberti, Symon die Hoessche.
In isto scabinatu in profesto Mathie apostoli obiit Eugenius papa.1
tVercoep van der hopmaten
In den voirs. iair XLVI den XXten dach septembris soe heeft dese stat die hopmaet
oft assysse daira¡ mits tcleyn prou¡yt datse daira¡ had ende mits eenre sommen
van penningen, er£ic vercoft den ingesetenen der dorpen van Berlyckem, Scynle,
Gestel, Gemonden ende den goeden lyeden opte Dungen, onder vorwarde dat zy
noch nyemand anders van der hopmaten oft assyse daira¡ en zullen nemen;
prout in litteris incipientibus:`Wy, scepenen, gesworen', etc. et comprehensis folio
CCC LXX.
1
Vertaling: in dit schepenjaar stierf paus Eugenius op de dag voor Sint-Mattijs (= 23 februari).
159
1446-1447
Aengaet den leenen
fol. 188r
Ten tyde oick van den voirs. scepenstoel ende opten XIIIten dach novembris soe is
die ordinancie tanderen tyden als in den iair M CCCC XLI opte leengueden gemaect by den voirs. hertoge Philips van Bourgoindien, verclairt ende heeft voirt
ten onderhoudene van den leenrecht / voir hem, zyne erven ende nacomelingen
hertogen ende hertoginnen van Brabant, geordineert ende gestatueert tot ewigen
daigen in Brabant gehouden te werdene, te wetene:
Hoe men leengueden vercopen, versetten oft verobligeren mach, etc.
in den iersten dat van nu voirtaen geen mannen van leen, mansmannen oft anderen
leengueden houdende van onss oft anderen, etc., ennige wittelicheit oft vorderinge
en doe van oft op ennige van den voirs. leengueden, hetzii by coepe, vercope, wisselinge, giften, opdracht, obligacien, verpandingen, becommeringen met er¡ oft
lyfrenten oft anderssins, dan alleen voir den prince oft zynen stathelder ende mannen van leen oft voir die heren dairaf dieselve leenen werden gehouden oft horen
stathouderen, opte verboerte zyn1 leefdage tot behoe¡ des leenheere dieselve leengueden; ende nae zynrer doot ende nyet eer wederomme te comen aen zyn rechte
erfgenamen diewelke die dan zullen ontfangen, etc.; ende oec opte verboerte tot
sheren behoe¡ alsulkenen gelt als om alsulckenen leenen gegeven oft geloeft weer,
dat oec geen o¤cieren dair over en stae noch consent en geve dat ennige wittelicheit
dairaf gescyede dan alleen by ende overmits den leenheren oft horen stathouderen,
opte verboerte zynrer o¤cien ende nummermeer o¤cie te moigen vuren, behoudelic dat die leenmannen oft mansmannen die des van den prince oirlof hebben, zullen moegen by horen testamenten disponeren van horen leengoeden nae henrer
gelieften, by alsoe dat diegheen diese by testamenten crygt salse moeten te leen ontfangen; /
fol. 188v
Hoe die leengueden vercregen moigen wesen
item es noch by den voirs. prince statueert dat diegeen die nu besitten leengueden oft
renthen dairop onder tytel gemaect voir den iair M CCCC voir withouderen van
ennigen steden, sullen worden gehouden in denselven leengueden ende renthen, by
alsoe datse die hergewede dairaf betaelt hebben oft noch bynnen drie maenden betalen, ende oeck oft yemand alsoe in leengueden voirtyts voir wethouderen geguedt
weer ende bynnen twee iaren naestcomende daira¡ nyet en worde impugneert met
recht, dat die dairinne sal berusten, ende noch van gelycken; ut in litteris;
item ende van der deylinge der leengueden, etc., gesciet voir den iair CCCC;
Hoe men die leengueden lossen mach
item ende is noch by den voirs. prince geordineert dat alle leengueden oft renthen op
leengueden die comen zyn oft voirtaen comen zullen by coep, gifte oft anderssins
aen ennige cloesteren, goidshusen, kercken oft geestelycken bene¢cien bynnen oft
buyten Brabant gelegen, zoeverre die nyet en zyn admortiseert by des voirs. heren
bezegelden brieven oft gegeven ende gelaten totten principalen fundacien van den
cloesteren, etc. oft totten iairgetyden oft tot gespeci¢cierde missen oft aelmoessen
te doen, geloeft zullen moigen werden by dengenen dairaf datse comen zyn oft ho1
Aldus hs., men verwacht een genitief.
160
1447-1448
fol. 189r
ren erven oft dengenen diese gelden oft die die principael hostat besitten, etc., betalende / voir elcken penninc XX gelycke penningen vry ende commerloos ende in
coerne nae advenande, etc.;
Hoe men van leengueden dingt
item heeft noch ordineert dat van nu voirtaene in allen leenhoven bynnen Brabant in
allen saken die aldair te recht zullen comen, die verwerder naedat hy die aensprake
in den recht gehoirt heeft, sal hebben oft hem belyeft dach van beraede XIIII nacht
lanc, te weten totten naesten genechte, tot welcken genechte die verwerder sal moeten antwoirden; ende aensprake ende verantwoirdenen gedaen wesende, zullen die
partyen voirts moegen dingen overmits gemechtichde ende procureurs, nyettegenstaende dat die costume is geweest naedien die aenlegger zyn aensprake gedaen
hadde, die verwerder terstont ende opten selven dach most antworden, op zyn sake
te verlyesen, welke voirs. statuyten die voirs. prince heeft gewilt onderhouden te werden tot ewigen daigen; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goids'
et comprehensis folio CCCC XIII.
fol. 189v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLVIIo : Iohannes Loenman, / Rutgerus
de Geldrop, Willelmus Dicbier ¢lius Iohannis, Ludolphus Buck, Marcelius de
Vden, Arnoldus Berwout ¢lius Rodolphi, Nicolaus Spierinc.
In desen scepenstoel den XXVIen dach iulii op Sint-Ianskerckho¡ wairt gegoten
die zielmisseclock.
Dat men int geestelic nyemand en mach doen gedagen dan by oirlove
fol. 190r
Ten tyde oeck van den voirs. scepenstoel opten dorden dach in ianuario soe heeft
die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien in zynen brieven onder meer geordineert ende bevolen dat van nu voirtane nyemant van zynen ondersaten den anderen ondersate en dage noch en doe daigen noch en werve gedaigt te wordene by
hemzelven oft yemanden anders voir ennigen geestelycken richtere noch oic en
brenghe noch en exequere ennige geestelycke monicien, inhibicien oft ander geboden van ennigen o¤ciers, wetten oft anderen ondersaten desselfs lantz van
Brabant van oft omme zoe wat saken dat het zii, uuytgenomen alleen om zaken
van geestelycken bene¢cien,1 hy en come ierst by den o¤cier ende wethouderen
daironder diegeen dairop die geboden slaen zouden, weer geseten, ende gheve
denzelven te kennen die sake wairomme ende by wat redenen hy hem dairinne
metten geestelycken gerichte zoude willen / behelpen, ten eynde worde die sake
bevonden by den o¤cier ende wethouderen dat die kennesse behoirt den geestelycken gerichte, datse als dan zullen oirlo¡ geven, van welken oirlove die o¤cier
ende wethouderen geven zullen hoir oepenen brieven dengenen dies begeren;
Wat hy verboert, die geestelycke geboden brengt sonder oirlo¡
ende oft yemand sonder oirlof te hebbene geestelycke monitien oft geboden worve
oft exequeerde, die soude verboren alle ziin goet zoeverre hii die nae onsen lantrecht
van Brabant mach verbueren, ende bovendien aen zyn ly¡ enen wech tot Sinte-Peters ende Pouwels te Romen in persoen ende sonder dien wech te moigen a£eggen
1
In margine nota.
161
1448-1449
met gelde; ende dairtoe noch staen tot zulker correctien als by den Raide van Brabant oft by dengenen daironder die mesgrepen geboert zyn, op hem zal worden gegroet nae die gelegentheit van den mesdaet, etc.; prout in litteris incipientibus:
`Philips, by der gracien Goidz', etc. et comprehensis folio CCCC XLIX.
Van den zantbergen bynnen deser meyeriien in den gemeynten wesende
fol. 190v
Ten tyde oeck des voirs. scepenstoels den vyften dach in ianuario soe heeft noch
die voirs. hertoge van Bourgoindien aengaende den zantscellen ende zantbergen
in de gemeyntten ende / vroentten wesende te stoppen ende te bepoeten, geordineert ende gelast Goessenen Heym, rentmeester deser stat, ende met hem Iannen
Monix ende Dircken die Lu te trecken overall in deser meyeryen ende die zantscellen ende santbergen in den gemeynten wesende dairaf scaide gecomen is oft
comen muchte, by dien scepenen daironder gelegen te visiteren ende daeren teynden te bepoeten ende te stoppen, etc.; prout in litteris incipientibus: `Philips, by
der gracien Goids', etc. et comprehensis folio CCC LXXXII.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLVIIIo : Theodericus die Lu, Iohannes
Monix,Theodericus de Os, Rodolphus Scilder, Amelius van den Hoeuel, Wolterus deVucht, Petrus de Arennest.
In desen scepenstoel opten XXIen dach meye den iersten dynsdach nae Beloken
Pinxten doen wairt ierst bestaen die nyewe haven te maken buten der statboem ter
Mazen toe. /
fol. 191r
Dat men van den drien saken wael mach int geestelic doen gedagen
sonder oirlof, nyet wederstaende des voirs. is
Ten tyde van den voirs. scepenstoel ende in den iair voirs. den XXVIIIen dach in
augusto in der stad vanTricht in der dachvairden by den cancellier ende raitsluden
des voirs. hertoge Philips van Bourgoindien ter eenre ende den raitslyeden des
bisscops van Ludick ter andere zyden opt verbot met mandamenten gedaen den
ondersaten van Brabant datse deen den anderen nyet trecken en souden in ennich
geestelic ho¡ sonder consent te hebbene ende oirlo¡, etc., alst blyct in den brieven
in den voirgaende iaren verleent, is nae vele redenen tusschen beyde gesloeten dat
die voirs. heer van Luydick in den drien saken, te wetene op crachten van testamenten, van huwelixen vorwarden ende geestelycken gueden ende des aen deselve
drie saken cleeft, hebben ende behouden zal zyne iurisdictie in allen der manieren
als hy die in den lande van Brabant bynnen den crisdom van Ludick van auder
gewoenten gehadt heeft, alsoe dat deen ondersaet den anderen in den voirs. drien
saken sal moegen dagen voir den o¤ciael voirs. sonder hen te mesgrypen, etcetera; prout in acta incipiente:`Ter dachvairt gehouden XXVIIIa augusti'et comprehensa folio CCCC LIII. /
fol. 191v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XLIXo : Petrus de Best, Iohannes Spierinc,
Gerardus de Vladeracken, Iohannes Dicbier ¢lius Iohannis, Gerardus Boest,
162
1450-1451
Ghiselbertus Haeck, Rodolphus die Beuer,Willelmus Scilder, pro Dicbier ¢endo
sculteto de Oisterwyc, Arnoldus Heym ¢lius Iohannis, pro Best defuncto.
fol. 192r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo Lo fuerunt scabini in Buscoducis hii: Iohannes Bathens., Goeswinus Heym, Andreas die Lu, Martinus Goevy, Iohannes
de Aa, / Euerardus van denWater,Wolterus Pynappel.
In den voirs. iair den XIen dach in aprille soe zyn by den cancellier ende raitsluden
van Brabant ende den gedeputeerden van den steden desselfs lants dese naevolgende poincten overdragen ende voirts alomme in Brabant uuytgeroepen, te wetene:
Wie om broet gaen moegen
in den yersten dat nyemand bynnen Brabant om broot en zal gaen dan kynderen onder hoir XII iaren ende doense ambachten onder hoir XVI iaren ende oude, arme
luyde over hoir LX iaren wesende, ten weer datse gebrec hedden aen hoir synnen oft
leden, datse hoir broet nyet en consten verdienen, etc.;
fol. 192v
Dat die om broet gaen moegen, zullen dragen een teecken
item diegeen die aldus zullen moegen gaen om broet, zullen dragen om horen hals
een kennepen snoer met eenen loetken dairaen hangende, geprent met zulken teken
als in elck stat dairtoe ordineert sal wesen dair zy geseten zyn, ende dat snoir zal aen
den hals zyn zoe nauwe dat ment geheel over thoeft nyet en mach afdoen; ende sonder tselver teken en zullen zy nyet moegen bidden, opten peen van VII dagen ten
water ende broede geset te werdene;
item dese tekenen zullense alleen dragen ter steden dairse gegeven weren, ende
alleen mer een teken tenenmaele sullense moigen hebben / ende tallen plaetsen
daerse willen bidden ende buycvast blyven, dair zullense moeten hebben een teeken;
Van den vreemden pelgrymen
uuytgenomen in desen arme, vreemde pelgryme, die sullen moigen bidden sonder
teeken, by alzoe datse in de steden mar twe nacht blyven zullen ende opt platt lande
eenen nacht;
Die op saincten oft sanctinnen bidt
item die tvoirs. teken contrafeyt oft die op saincten oft sanctinnen bede sonder dairaf besmet te zyne, sal men gevangen houden een maent te water ende te brode;
Die visitatie van den gasthusen
item ende dat men in de gasthuysen te slapen nyemand sonder tvoirs. teken en zal
ontfangen, uuytgesceyden arme, lydende pelgryms;
item ende dat die wethouders die gasthusen besuecken zullen alle weken om te
weten wat gasten datter optrecken;
Van botteriien ende quaden terlingen
item dat nyemand hem sal behelpen met quaden terlingen oft botteryen met wat
spele dat zy, opte verbuerte van zynen rechterendume ende X iaren gebannen te
wesen;
163
1450-1451
Van ledigen wyven ende putyerscap
item ende dat men van ledigen wyven nyet en zal nemen noch putyerscap hanteren,
opte verbuerte van zynen twe cleynen vyngeren ende dairtoe X iaren gebannen te
wesen; /
fol. 193r
Die dreygen te bernen
item die gedreygt werden afgebrant te werdene, dat die met horen huysgesin, vrienden ende hulperen tallen plaetzen van den gewyden moegen vangen diegeen dairop
zy suspicie moigen hebben, ende die voirts in sheren handen leveren om dairaf te
gescien zoe behoren sal;
Die gedreygt wordt om gelt te brengen
ende oic oft yemand word vermaent gelt te brengen op ennige plaetse op afgebrant te
werdene, dat hy met zynen vrienden, dyeneren ende hulperen zal moegen uuytsyn
dien te wachten ende te vangen ende oft gevyele dootslage oft anders, dat diegeen die
dat dade dairaf ongehouden zal zyn tegens den heer ende partye;
Van peyss tusschen partyen te maken
item dat nyemand gelt noch goetdoen en neme om ennige payssen tusschen partyen
te maken van wat saken dat zii;
fol. 193v
Van yemantz recht over te nemen
ende dat oic nyemand des anders recht oft aensprake en coepe oft aenneme als zyns
selfs sake te vervolgen om prou¡yt dairaf te hebbene, op gebannen te zyn op enen
wech in Cypers oft dairvoir te geven vyftich Rynsgulden;
item dat alle o¤ciers diegeen die nae der voirs. oirdinancien ten borre ende ten
broode gehouden behoren te werden, sculdich zullen wesen die terstont sonder
simulacie te vangen, opte verbuerte van twee ponden audts;
item ende dat egeen o¤cier van den lande van Brabant van ennigen poincten
voirs. geleyde oft remissie en zal geven, tenzy datse yerst richtinge gedaen hebben
nae der voirs. ordinancie, opte verbuerte van zynre / o¤cien ende allet dat hy
dairop staende hadde; prout in acta incipiente: `Opten XIten dach der maent van
aprille', etc. et comprehensa folio CCCC XXX.
Aengaet particuliers vyanden die yemanden int particulier ontseggen
Oeck in den iair voirs. den XXVten dach in aprille soe heeft die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien in zynen brieven gemaect zekere ordinancie opte vyanden
deser landen ende die by den scouthet deser stat doen publiceren, te wetene want
tot dier tyt een, geheitenWynrich van Frentz, met zynen hulperen die sich onthielden omtrent der Mazen ende den Ryn, waren worden vyanden van ennigen ondersaten deser landen ende hadden die goede luyden ende onderseten
bescedicht; dat dairomme die voirs. hertoge Philips heeft geconsenteert dat alle
luyde ende zyn onderseten die by den voirs. Wynrick oft yemanden anders met
rove, met brande oft anders in enniger manieren onder schyn van enniger vyanscap gescedicht zyn oft naemaels gescedicht zullen werden, henzelven by hueren
vrienden, dyeneren ende hulperen zullen moigen richten in manieren van wraken
164
1451-1452
fol. 194r
ende wederpandingen op ende tegen alle diegeen die hen scade toegevuegt oft
dairinne ennichsins gemengt zullen hebben, ende oick tegens alle diegeen die
den heer oft zyn landen ende luden ontseegt hebben oft ontseggen selen, ende alle
hoir dyeneren, hulperen ende anderen hen ennich gunst oft bystant bewysende,
ende die oic moigen / vangen ende gevangen in Brabant brengen ende oeck moegen scatten, etc.; prout in litteris incipientibus:`Philips, by der gracien Goidz', etc.
et comprehensis folio CCC L.
tGulden iair
In den voirs. iair van L was dat gulden iaer van iubileen te Romen, dwelc van alrehande nacien van volcke in groter mennichfuldicheit begaen wairt met alre groter devocien by des vyften paeus Nycolaus tyde.
fol. 194v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LIo : Iohannes Loenman, Arnoldus Monix
¢lius Ghiselberti,Willelmus Dicbier ¢lius Iohannis, Martinus Monic, Ludolphus
Buck, Amelius de Boechem, Arnoldus Grotart de Os.
In den voirs. iair LI was den groeten a£aet van Romen tot Mechelen. / In den
voirs. iair LI den XXten dach in septembri soe heeft die voirs. hertoge Philips van
Bourgoindien, die tweste van dien name, hertoge van Brabant, aengaende den beleyde van den volck van wapenen, van der iusticien van den lande, van den tollen
ende van geestelycken gueden ende van der a¡quitinge van dien, den goeden luyden ende ondersaten slantz van Brabant voir hem, zyne erven ende nacomelingen, hertogen ende hertoginnen van Brabant, gegeven, verleent ende
gewillecoert dese naevolgende poincten ende articulen, te wetene:
Van den volc van wapenen doer dlant te leyden
in den yersten dat hy dlant van Brabant ten besten dat hy can, sal houden onbelast
van alle volc van wapenen ende oft van node weer volc van wapenen dair te hebbenen oft doir te leyden, dat dat gescieden zal sonder overdaet ende der goeder luyden
scaide;
Waira¡ men int geestelic recht betrocken mach werden
item ende dat die ondersaten van Brabant van wegen der geestelycken iurisdictien
van Ludic oft Cameric oft oic van wegen der universiteyt van Loeuen ten vervolge
van partyen oft by den o¤cieren van den hoeven derselver iurisdictien nyet en zullen
werden gedaigt, gemoydt oft belast vorder dan nae den rechten slantz van Brabant
behoirt ende men in tyden der voirseten hertogen ende hertoginnen geplogen heeft;
ende oft die contrarie geboerden, dat hy dat afdoen sal ende die dat gedaen hedden,
doen corrigeren ten exempel van anderen;
fol. 195r
Dat men eenen yegelic recht doen sal dair hy geseten is ende zoe behoert;
van uutstellen der genechten
item ende dat die goede luyde ondersaten slantz van / Brabant ende elc bysunder
zullen werden gehandelt in allen saken met vonnisse ende met recht nae den rechten
van den steden ende bancken dair dat ende zoe dat van outs heeft gehoirt sonder
simulacie ende sonder dat men die saken met zynen brieven anderswair sall doen
165
1451-1452
oft laten betrecken oft langer dan een genecht van heerlicheit wegen doen oft laten
uuytsetten;
Wat saken totten Brabantschen Raet behoren
item dat die cancellier ende andere van den Brabantschen Raide nyemanden voir
hen en zullen doen gedaigen noch in recht betrecken oft behouden dan alleen van
saken dairaf hen die kennisse nae der ouder costumen slantz van Brabant behoirt,
ende zy alle zaken voir hen comende tusschen partien zullen handelen sommeerlic
zoe verre moegelic is;
Van den gewysden vonnessen ende beroepe
item ende dat men alle gewysde vonnessen stellen sal ter executien, etc., het en weer
dat die wysers hoot hadden ende beroep ende dairaen beroepen weer;
Wanneer doude o¤cier verlaten is
item ende dat doude o¤cier blyven sal zyn o¤cie bedienende totdat die nyewe o¤cier zynen eedt sal hebben gedaen dairt behoirt;
Die con¢rmacie der previlegien
item ende dat tvoirs. lant van Brabant bliven ende behouden sal by allen poincten die
hy denselven lande verleent ende con¢rmeert heeft, etc.;
Dat men die rabauwen, moertbranders, etc. sal vervolgen
item ende dat alle o¤ciers, alsoe wael die onse als der smaelreheren, gehouden zullen wesen te onderhouden tgegeven gebot van den rabauwen ende alle andere gegeven oft noch te geven ende te vervolgen die transeneerders, moertbranders ende
andere quaetdoenres;
fol. 195v
Hoe eenen yegelycken recht sal gescien
ende datse oick enen yegelycken recht / ende vonnesse zullen doen van allen saken
die tot hore bancken recht behoren, sonder die langer dan een genecht van heerlicheit te vertrecken, etc.;
Van den toll te geven ende hoe men dien boeren sal
item ende dat tot allen plaetsen dair enen toll leegt, sal die wett hebben een boeck
van den rechten van dien toll om te wetene wye vry zyn ende wat die onvryde sculdich zyn, ende oic by den wethouderen beslicht te werdene oft twist gevyele tusschen
den tolneer ende den coepman ende oft zy die nyet en consten beslichten, zoe mach
die coepman pant setten ter sommen van den geheysten tolle dairmede hy gestaen
mach sonder in persoen arresteert te blyven; ende ter tyt toe dat by den meesters van
der tolcameren daironder dat behoert, oft den Raide van Brabant denwelcken die
wethouderen daira¡ alle gelegentheit zullen vercundigen, beslicht zal wesen;
Ende oft yemant meer van toll name dan behoerden
ende oft ennich tolneer meer name dan den rechten toll ende des by den wysers van
den Tolcameren oft Radt in Brabant alsoe bevonden worde, soe zal die tolneer gehouden wesen dat meer weder te keeren ende dairtoe aenleggen alle costen ende
scaiden die de partye dairom gedaen ende geleden hedde, ende dairtoe werden corrigeert nae gelegentheit der zaken, behoudelic in desen dat den wethouderen oic sal
166
1451-1452
blyven alsulkenen hanteringe op die questie van den tolle ende dat dairaen cleeft, als
zii in tyden voirleden gehadt hebben;
Van honden te houden
item ende dat elckermalc zyns selfs goet sal moegen hueden ende doen hueden ende
dairtoe honden houden, die voeten ongecort sonder calengieren; /
fol. 196r
fol. 196v
Van den verstorven gueden te moegen deylen sonder die ierst te dorven
ontfaen1
item als van ennigen doden vele erfgenamen blyven in der rechter nedergaender linien oft van bezyden, dat zy die goeden achter den doden op hen gebleven sullen
moigen deylen sonder die tierste te moeten ontfaen, ende dat die gedeylt zynde elck
van hen sal moegen ontfaen tgeen des hem te deel gevallen is, betalende daira¡ den
heer voir zyn rechte alsoe vele als men te dier plaetsen by tyden van wylen vrouwe
Iohanne ende hertoge Anthonys plach te doen; ende desgelycx zal gescien als mar
een erfgenaem nae den dooden en blyft; ende oic als yemand by cope ennige erfgueden vercregen heeft sonder dat yemand dairenboven belast zal werden; ende oft tusschen den rentmeester ende der partyen gescill rese, dat zal beslicht werden by den
wysers dairvoir dontfanc sculdich is te gescien;
item ende dat die voirs. hertoge Philips sal a£eggen alle erfrenten opte demaynen
vercoft, zoeverre zy te loss staen ende dairtegen lyfrenten totter selver sommen
toe moegen vercopen;
Aengaet der geestelicheit van gueden te coepen
item ende dat die geestelycheide van buyten lantz egeenrehand er£icheit bynnen
Brabant en zal moegen gecrigen ende dat die geestelicheit bynnen lantz insgelycx
geen er£icheit en sal moegen crigen by coope, dan op condicien dat die vercoper
oft zyn erfge- / namen die altyt zullen moigen quyten den penninc om achtien;
prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goidz', etc. et comprehensis
folio C XCIII, welke poincten ende articulen voirs. die voirs. hertoge Philips den
XXVIIIen dach novembris int iair LVII heeft con¢rmeert ewelic onverbrekelic onderhouden te werdene; prout in litteris incipientibus:`Philips, by der gracien Goids'
et comprehensis folio CCC XCV.
Consent van eenre beden van hondert ende XLIIIIM ryders
Oeck in den voirs. iair LI den XXen dach septembris soe is den voirs. hertoge Philips van Bourgoindien van den lande van Brabant geconsenteert een bede van
hondert ende XLIIII dusent ryders ende zynre geselinnen ende greve van Chairloys, zynen zoen,VIM ryders bynnenVI iaren te betalen. Ende des heeft die voirs.
hertoige Philips voir hem, zyne erven ende nacomelingen wederomme consenteert die poincten hiernae bescreven:
1
In margine nota.
167
1451-1452
fol. 197r
Die instructie hoe men die bede boeren sal
in den iersten dat den iersten termyn dairaf vallen sal te Korsmisse ende te Lichtmisse vol betaelt ende dat die Staten van den prelaten zullen gestaen betalende telken termyne IIIM ryders ende die twe werlike Staiten XXIIM ryders;
item dat men elcker stat, vryheit ende dorpe oirdineren sal zynen tax nae den
hertsteden ende dat in den steden die thienste hertstat ende int plat lant die vyfte
voir die arme afslaen sal ende die arme alsoe /afgeslagen wesende sal men voir elc
hertstat dan blyvende in elc van den vieren principalen hootsteden setten XI stuvers ende in dander stedenVIIÃÙÄ stuvers ende int plat lant VI stuvers;
Die hooftsteden zullen hebben copie van den taxen der beden hore onderseten
ende dat men elcker hootstat overseynden sal copie van den taxen die opte steden,
vryheiden ende dorpen onder hen liggende, zullen werden geset;
Die quitancie te geven sonder cost
item dat elck stat, vryheit ende dorpe, betalende zyn porcie, dairmede gestaen zal
ende elcken stat, vryheit ende dorpe, betalende zyn aengedeelt, geven sal quitancie
zonder zynen cost;
Van den sallaris des richters van pandinge der beden
item dat die richter ten versueck van den bedesetters tgebreck van ennigen nyet betalende sal uuytpanden op zulckenen sallaris als hy van anderen personen sculdich
is te hebben nae diere bancken recht, sonder vorderen cost oft last, welken sallaris
betalen zal diegeen dairt gebrec in is;
Dat die richter moet panden
ende oft die richter gebreckelic weer, zal hy selver tgebreck opleggen zoeverre die
persoen hem bedwenckelic is; ende en weer hy nyet bedwenckelic, die bedesetters
zullen dat voirt brengen aen de hootstat, die dat dan versuecken zullen aen den heer
uuytgericht te werde ende ofs noot weer voirts aen den Brabantschen Raet versuecken, etc.;
fol. 197v
Wat werlycke personen mede gelden sullen ende wair zy zullen gelden
item in der beden voirs. alle richteren, o¤cieren, dyeneren, scepenen, wethouderen
ende andere werlycke personen mede gelden zullen ter plaetsen dair zy nuu / woenechtich ende geseten zyn van allen horen gueden bynnen Brabant gelegen, uuytgenomen den verloefden gueden ende anderen die bynnen XXX iaren herwarts tegen
ongevryde persoenen gecregen zyn, ende oec uuytgenomen die hoige heerlicheit
besitten oft dier vader oft oudervader baenroedstammen beseten hebben, etc., behoudelic oft zy ennige gueden hyelden die voirmaels mede gegouden hebben datse
daira¡ gelden zullen, etc.;
Dat geestelycke persoenen ende begynen gelden zullen
item ende dat dairinne oeck zullen gelden alle geestelycke personen ende begynen
bynnen Brabant geseten van horen patrimonien ende vercregen gueden, etc.;
168
1451-1452
Wat geestelycke gueden gelden zullen
item dat oec gelden zullen ter plaetsen dairse gelegen zyn, alle gueden bynnen Brabant gelegen die geestelycke personen tot behoe¡ der geestelicheit, hetzy nyewe
cloesteren oft anderen, buyten oft bynnen Brabant geseten, vercregen hebben, uuytgenomen die totter ierster fundacien gegeven zyn ende voirts geamortiseert ende
oec uuytgenomen die gueden die totter geestelicheit langer dan over LXX iaren vercregen zyn ende ye syndert van beden vry zyn gebleven;
fol. 198r
Wair ende hoe stocgueden ende andere gelden zullen bynnen XXX iaren
vercregen
item dat van allen stocgueden ende anderen die over XXX iaren herwarts vercregen
zyn ende nyet verloeft ende desgelycx van gueden die bynnen XXX iaren herwarts
vercregen zyn ende nyet verloeft ende die ten tyde als zy vercregen worden ten laste
van den plaetsen dair zy gelegen zyn nyet en stonden, sal een yegelic / gelden ter
plaetsen dair hy nu bynnen Brabant woent ende geseten is;
Hoe ende wair der bourgeren gueden gelden zullen
item van den gueden die bynnen XXX iaren vercregen zyn ende nyet verloeft ende
die alse vercregen worden ten laste stonden daerse gelegen zyn, ende van den gueden die den tyt van deser beden duerende tegen ongevryde personen vercregen zullen werden, ende andere gueden dairaf scot ende lot geloeft is, zal een yegelic gelden
dair die gueden liggen; nochtans dat die ingeseten van den steden gestaen zullen
telken termyn nae die iairlixe werde der voirs. gueden van enen mud roggen Loevens
oft twe Hollantz gulden te geven enen halven stuver, ende desgelycx van allen coren
ende penningen nae advenande;
Hoe lyfrenten ende erfrenten gelden zullen
item dat van er¡ ende lyfrenten veronderpant op erven, staende ten laste van der
plaetsen daerse gelegen zyn, zal een yegelyc nae den ondersceyt boven verclairt mede gelden als die erfrenthen nae henre geheelre werden ende die lyfrenthen voir half
goet;
Dat die gueden der uuytlendige gelden zullen
item alle gueden bynnen Brabant liggende ende toebehorende uuytlendigen oft dien
van Mechelen, mede gelden zullen ter plaetsen dairse gelegen zyn ter tyt toe datse
bygebracht zullen hebben by previlegien datse vry zyn ende ye syndert dier vryheit
gebruyct;
Van dengenen die by den prince worden gevrydt
item oft ennige gueden oft persoonen die sculdich weren mede te gelden, by den
prince gevrydt worden, dat dat nochtans der stat oft dorpe daerse geseten oft gelegen zyn, afslach doen zal, etc.; /
fol. 198v
Hoe ende wair die laten gelden zullen
item dat diegeen die op vreemde gueden nu in pachtinge sitten ten uuytgang van horen termynen, moigen vertrecken dairt hen gelieft ende van dan voirt zullen zy van
horen gueden betalen daerse getogen zyn; ende die meester van den hoeven die zyn
hoe¡ weder aenveert, sal dan ten last staen die die wynne oft laet die dairaf getrocken is, droech, overmits dbedryf van dien hove; mar diegeen die bynnen den tyde
169
1451-1452
van deser beden anders vertrect, die sal dese bede duerende blivene betalene ter
plaetsen vandair hy vertogen is;1
Van den eedt der bedesetters ende hoer settinge
item ende dat die bedezetters zullen doen eedt dese instructie te achtervolgen ende
dairnae elcken te setten ende oic geen andere sommen dairinne te setten dan by consent dergeenre dient aencleeft, ende dat zy te hal¡ merte oft bynnen XIIII nachten
dairnae rekeningen doen zullen ende die tevorens op enen sondach vercundigen;
ende oft yemand sich over hen woude beclagen, dat zal staen ten berichte der hootstat, etc.;
fol. 199r
Van te beslicten die gescillen rysende om der beden wille
item dat die gescillen die gerysen om betalinge der beden tusschen die bedesetters
ende singulier personen, ingeseten van ennigen hootsteden, zullen beslicht werden
by der hootstat dair die ingeseten woent, ende die rysen tusschen die bedesetters
ende ander singulier personen zullen insgelycx beslicht werden; ende oft die reesen
tusschen steden, vryheiden ende dorpen onder een hootstat gelegen, die zullen hoir
gescillen ierst by hoer hootstat brengen ende die zalse / dairaf mintlic verlyken opdat vuechelic mach geschien; ende anders zal zy die gelegentheit van der saken den
Brabantschen Raet overscryven om die saken by hen bericht te werdene; ende oic oft
die resen tusschen steden, vryheiden ende dorpen onder versceyden hootsteden gelegen, oft ennigen van buyten lantz oft bynnen lantz, dairaf sal die questie in der
voirs. manieren comen voir die hootstat daironder tgoet daer men die bede af heyst
gelegen is, om by hen partyen myntlic verenicht te werden oft te werden geremitteert
in der manieren voirs.; welke poincten voirs. die voirs. hertoge Philips voir hem, zyne erven ende nacomelingen geloeft heeft tonderhoudene ende te doen onderhoudene, etc.; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goidz', etc. et
comprehensis folio CCC LXXXVI.
Van den drossaet ende warandmeester van Brabant
fol. 199
v
Oeck in den voirs. iair van LI den XXen dach septembris soe heeft die voirs. / hertoge Philips van Bourgoindien den lande van Brabant gegunnen ende verleent,
dat duerende den tyt van sess iaren die drossaet van Brabant nyet meer dan enen
onderdrossaet noch oic dieselve onderdrossaet oft warandmeester nyet meer o¤ciers, roeke oft andere dyeners onder hen en sullen moigen setten dan voirtyts geplogen is;
Van den ballingen
item ende dat men die sess iaren geduerende genen uuytlendigen ballingen geleyde
geven en zal dan om te comen woenen bynnen enniger genoempder beslotenen stat,
in manieren wairt datse gingen buyten mueren oft vesten, datse dairmede verlyesen
zullen hoir geleyde, etc.; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien
Goids', etc. et comprehensis folio CCC XCII.
1
In margine nota.
170
1452-1453
Van den lombarden
Oeck in den voirs. iair van LI den XXen dach septembris soe heeft hertoge Philips
voirs. den drien Staten slantz van Brabant toegeseegt dat men in denselven lande
nyet meer tafelen van lombarden en sal houden dan doen waren, ende alomme
evenvoel van woeker nemen sal ende oic nyet meer dan den dorden penninc
siaers; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goidz', etc. et comprehensis folio CCC LXVIII. /
fol. 200r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LIIo fuerunt in Buscoducis hii sequentes
scabini: Iohannes Monix, Christianus Coenen, Godefridus Scilder, Nycolaus
Spierinc,Willelmus de Ghent, Iohannes Monix ¢lius Iacobi, Gerardus de Berkel.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Ghyselen, Ghysbertus van den Broeck.
Constantinoplen wairt nu gewonnen
fol. 200v
In den voirs. iair van LII waert Constantinoplen, die hooftstat van den keyserryc
van Griecken ende die bloeme van den keyserryc, van den GroetenTurck gewonnen, diese L dagen lanc nacht ende dach bestormden ende ten eynde waertse /gelevert van eenen verrader Geneuoys, die corsten was, die van den Groten Turck
coninc gemaect was zoe hy hem gelooft hadde, mar als drie dagen leeden waren,
dede hy hem onthalsen als enen verrader toebehoirden.
Van der iamer als Constantinoplen ingenomen was
Van desen verlyes was groet iamer in kerstenheyt, want die Turcken deden daer
grote blasfemie Gode ende den heiligen dattet nyet te scryven en is. Den keyser
van Griecken dede hy onthalsen naedat hy doot was; dair was groeten bloetstortinge der kersten. Dese GroeteTurck creech oeck opte kerstene dat keyserryc van
Trapeson, vier conincrycken, XX provincien ende CC ander steden, dat zeer te
beclagen is.1
Hoe Ghent opstont tegens hertoge Philips, horen natuerlycken prince
fol. 201r
Oeck in den voirs. iair LII opstont die stat van Ghent tegens den voirs. hertoige
Philips, hoeren prince, dien zy nyet en wouden obedieren noch cesseren van vele
abuselycke dingen die zy voir recht houden wouden. Ende uuyt groeter verwaentheit trocken zy uuyt met groeter heyrcracht opten GoedenVrydach ende namen in
tslot van Gauer. Daernae in de Paeschdagen trocken zy met groter heyrcracht voir
Oudenarden, dair hertoghe Philips quam met cleynre mennichten ende sloech op
hoir heyr ende verdreefsche vandair. Ende doe versach die voirs. hertoge Philips
zyn steden inVlaenderen van volckvan wapenen /ende trac over die Sceld tot Rupelmonde int lant vanWaess, dair die van Ghent metten lantvolcktegens des voirs.
hertogen volc quamen. Ende int toeloepen wairt dair verslagen heer Cornelis van
Bourgoingien, gouvernuer van Lutsenborch, bastartzoen des voirs. hertoge Phi-
1
In margine nota.
171
1452-1453
lips, ende dairnae bleeft grote zwair oirloge tusschen beyde met roeven, branden
ende duerde wael twee iaren. Ende ten laetsten trac die voirs. hertoge voir tslot te
Gauere, daer die van Ghent quamen in groten getal om horen hertoich ende prince te bevechten, alsoe dattet quam tot enen strydt dien die van Ghent verloren,
want zy vloden ende al vlyedende opt velt wairter vele verslagen tot by Ghent
toe, mennich M ende vele verdrancker in de Sceld. Ende VIII daigen dairnae
namse die prince in genaden by middel van gelde ende dat hoir abusen tenyeute
worden gedaen. dWelc gescyeden int iair LIIII dairnae.
Ordinancie opte moertbranders ende brantscatters
In den voirs. iair LII optenVIten dach van merte soe heeft hertoge Philips voirscreven opte moertbranders ende brantscatters, diere doen vele waren, die goede lieden verbrandende ende anxtinerende om gelt te gecrigene, gemaect ende
geordineert zekere ordinancien ende die overal doen publiceren ende kundingen,
te weten:
fol. 201v
Dat mense nyet en huyse noch dat men hoir boetscappen nyet en drage
dat nyemand wetens die en huyse noch sustinere noch hoir dreygementen oft boetscappen aen yemanden doe noch en drage noch en doe doen oft / dragen, opten
peen van gecorrigeert te werdene van lyve ende goede;
Hoe men die moertbranders vervolgen sal
ende dat omme tegens die voirs. quaetdonres te versien sal men in allen vryheiden
ende dorpen tot allen ingangen stercke dreybomen maken, die des aivontz sluyten
ende totten dage gesloten houden; ende dat die o¤ciers wekers zullen moigen ende
moeten stellen ten versueck van den gedreyghden, bedwingende enen yegelycken
dairtegens te waken;
item ende dat een yegelic die moertbranders oft brantscatters wetende, sculdich
sal wesen aen te brengen, opten peen van drie gouden ryders;
item dat een yegelic die ennige moertbranders oft brantscatters zal weten, die sal
moigen vangen, aentasten ende vervolgen ende om by andere vervolgt te werdene
die clocke ende becken slaen, behoudelic als ennich van dien alsoe gevangen zal
zyn dat die voirts gelevert sal werden den o¤ciere van der plaetsen dair die aengetast is; ende oft die quaetdoenre gequetst oft dootgeslagen worde int vangen oft
vervolgen, dat diegeen die des dede daira¡ tegens den heer ende vrienden ongelast zal zyn; ende oick sonder mesdoen sal een ygelic die is gebrantscat oft gebrant
oft gedreygt met brieven oft verbodingen gebrant te werdene, den mesdadigen
moigen volgen ende dairop procederen als op des lantz van Brabant oepenbair
vyande;
fol. 202r
Dat men een somme gelts setten zal tot behoe¡ desgeens die de moirtbranders levert
item ende dat elcke stat setten sal een somme gelts / gegeven te werdene denghenen
die onder derzelver stat bedryve alsulkenen mesdadigen leveren zal, welke somme
die stat daironder dat gebuerde, betalen zall; prout in litteris incipientibus: `Philips,
by der gracien Goidz'et comprehensis folio CCC LXII.
172
1453-1454
In den voirs. iaer LII den XVIen dach in ianuario waert by den voirs. scepenen,
gesworen ende raetsluyden deser stat gemaect ordinancie van den gueden ende
erven die men te boeck brengen souden, als begrepen is opten bladeVC XCVIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LIIIo : Theodericus de Os, Henricus die
Hoesch, Gerardus de Vladeracken,Wolterus de Vucht, Iohannes Waerloes ¢lius
Iohannis, Goeswinus de Beeck, Godefridus de Lancvelt.
Burgimagistri seu receptores: Anthonius van den Broeck, Iohannes Reymbrantz.
Dat men die penningen opte moertbranders geset van deser stat ende
meyeryen halen sal bedesgewyse
fol. 202v
In den voirs. iair den XIIIIten dach iunii soe / heeft hertoge Philips voirs. ten versueck deser stadt geoirdineert dat men alsulckenen somme gelts, as in der voirgaender ordinancie geordineert is geset te werdene opte moertbranders, setten
ende halen zal gemeyntlic op ende van deser stat ende ingesetenen deser meyeryen bedesgewyse, etc; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien
Goidz', etc. et comprehensis folio CCC LXV.
Dat hertoge Philips tot IIIIM ryders zyn demaynen mocht belasten
Oeck in den voirs. iair LIII, den XIten dach iunii, nae vele dachvairden gehouden
by den drien Staten slantz van Brabant, hebben dieselve Staiten den voirs. hertoge
Philips tot zynre genaden versueck geconsenteert dat hy zyn renten ende demaynen zoude moegen bezwaren ende belasten ter sommen van IIIIM riders, hal¡ in
lyfrenten ende hal¡ in erfrenten, onder zekere vorwarde die altyt te moigen lossen
met gelycke penningen, etc.; prout in litteris incipientibus: `Nae vele dachvarden',
etc. et comprehensis folio CCC XLIX.
Van der scadeloesgeloeften der VC ryders die dese stat verzegelt had
voir hertoge Philips van Bourgoindien
fol. 203r
Oeck ten tyde ende iair voirs. den XVen / dach iulii, naedien den voirs. hertoge
Philips by den drien Staiten slantz van Brabant was geconsenteert zyn demaynen
te moigen belasten totter sommen van IIIIM ryders ende dese stat ter begerten des
voirs. hertoge Philips van Bourgoindien van der voirs. sommen sich hadde verzegelt ende verbonden in versceyden lyfrenten totter sommen vanVC gelycke ryders,
soe heeft dieselver hertoge Philips geloeft dese stat daira¡ scadeloes te houden
ende die voirs. lyfrenten by zynrer genaden rentmeester te doen betalen sonder
deser stat scoude, nae inhoude van zekeren brieven die zyn genaden daira¡ hebben bezegelt ende by den drien Staten slantz van Brabant doen bezegelen, te wetene by heren Henricken, abdt van Ha¥igem, ende heren Iannen, abdt van
Grymbergen, in den name der prelaten ende heren Henricken van Hoerne, heer
van Perewys, van Waelhem, van Du¥e, van Gheel ende van Herlair, ende heren
Daniel, heer van Bouchout ende van Loenhout, borchgreve van Bruessele, vanwegen der edelen ende by den bourgermeestren, scepenen ende raet der steden
van Loeuen, Bruessel ende Antwerpen vanwegen der steden, vryheyden ende
173
1453-1454
dorpen slants van Brabant; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien
Goidz', etc. et comprehensis folio CCC LI. /
fol. 203v
Aengaet den ingebode ende bescryven deser stat aen die van Herpen
Oeck in den voirscr. iair LIII ende als noch scepenen waren Ianne Monix, Corstiaen Coenen, Goyart Scilders, Claes Spierinc,Willem van Ghent cum suis, eest
geboert dat een, geheiten Elbout1 van der Gonde,2 wesende gecoft poirter deser
stat, by de voirs. scepenen clechtich es gecomen hoe dat hem zyn gueden tot Herpen ongebrueck worden gemaect, alsoe dat zy in den name deser stat screven
enen brie¡ aen den scouthet van Herpen ende zynen stathelder, hen verhalende
die clachte Elboutz voirs. ende begerende dongebruyck afgedaen te werdene oft
ten benoemden daigen ten verantwoirdene te comene. Ende Ott van Doernic,
knecht des voirs. Elboutz, metten voirs. brie¡ tot Herpen comende by Aernden
Claess., die dair stathouder te wesen plach, en woude dieselver Arnt den brie¡
nyet ontfangen, seggende dair nyemand te wesen die hem der herlicheit onderwonde. Nyettemin leyden Ott den brie¡ dair neder ende terstont dairnae wairt
hy dair vanwegen der heerlicheit gehouden. dWelc gesciet quam Elbout voirs.
ende gaf dat alsoe clechtich weder te kennen. Ende uuytdien scree¡ dese stat anderwarven, verhalende den iersten brie¡, ende als voir begerden dongebruyc afgedaen te hebbene ende Otten voirs. ontslaigen oft noch ten verantwoirdene te
comen ende seynden dien brie¡ met enen gesworen bode. /
Van geleyde te geven3
fol. 204r
Nae denwelken een, geheiten Willem Stuedman, amptman tot Rauensteyn,
scree¡ aen dese stat, verhalende hoe dat die voirs. brieven tot zynrer hant comen
weren ende dat Arnt Claess. geen stathouder en weer ende begerende van deser
stat geleyde metten genen die met hem souden comen om van der saken voirs.
metten scepenen deser stat te spreken. Dairop dese stat weder scree¡ den amptmannen geleyde te geven behoerden den scouthet van sheren weghen ende dat zy
uuytdien in absencien des scouthets gesproken hedden met zynen stathelder,
datse geleyde hedden zoe verre zy metten vonnisse der scepenen deser stat nyet
verreyct en weren oft tegens onser genedigen heren metter hant nyet gebruect en
hedden.Woude die amptman voirs. die voirs. sake dairomme twewarven gescreven weer, verantwoirden dat die heer dairaf geen geley geven en mochte, want dat
den rechten aenginc; mar een yegelic die dat aenginc oft doen woude, mucht dat
verantwoirden op zyn recht. Ende alsoe is gecomen die amptman voirs. met een
deel goede mannen, doende zyn verantwoirden. In den yersten seeghden die
amptman dat Elbout hed geweest gesworen dienre ende amptman heren Adolfs
van den Cleue ende noch bynnen iairs wair ende dat hy mitsdien nyet genyeten en
zoude die vryheit deser stat van saken aengaende zyns dyensts ende amptz; ende
1
2
3
Lees mogelijk Ewout zoals op fol. 208v en fol. 209v, beide varianten komen ook in het cartularium voor.
Lees mogelijk Goude.
In margine nota.
174
1453-1454
fol. 204v
dat dbeslach gesciet weer eer Elbout poirter was ende dat dat voir commer weer,
die hy geloeft hed a¡ te doen. Elbout voirs. seyden dairop dat die amptman voirs.
ende die scouthet van Rauesteyn hem toegeseegt hedden dat heer Adol¡ voirs.
hen gescreven hadde dat /die arresteringe zynre gueden zoude blyven staen totter
coempsten heren Adolfs voirs. oft dat hy yemanden gelast seynden ende dat bynnen middelen tyden nyemand ter eenrer oft ter ander zyden recht dairmede plegen
en zoude.
Spraken die scepenen, gehoirt die clachte ende verantwoerden, uuytdien dat Elbout, sint hy hem gegeven had tsynen eede onder den dienst heren Adolfs voirs.
ende noch bynnen iairs was dat hy ontlast was, hem die vryheit der poirteryen deser stat nyet dyenen en zoude van saken aengaende den dienst heren Adolfs voirs.,
tenwair dat tiair van zynrer ontlastinge omgaen weer. Item ende dat die amptman
den voirs. Otten quytscelden soude ende costeloes ende scadeloes ontslaen, dairop die amptman seyden dat hy gerne doen soude.
Van gelyke bescryven aen den scouthet van Herpen
fol. 205r
Ten tyde voirs. oic, ten versueck Heymericx van der Aelsuoert, poirter deser stat,
welcx gueden gelegen tot Herpen hem by Ian van Gael ongebruyck worden gemaect, scree¡ dese stat aen Henricken Snauel, scouthet tot Herpen, dat a¡gedaen
te werdene oft ten verantwoirdene te comen, des die scouthet ten iersten nyet en
dede, alsoe dat dese stat scree¡ anderwarven als voir. Ende want die scouthet des
noch nyet en dede oft dat die scouthet oft Ian van Gael ten verantwoirden quam,
scree¡ dese stat enen versueckbrie¡ aen den voirs. scouthet, verhalende des voir
gescreven was ende dat hy behoirden van zynrer ongehoirsamheit gestraft te wordene, welc versueck die scouthet voirs. noch nyet achtende, tselve versat ende ongehoirsam was. / Wairomme die scepenen deser stat versochten aen heren
Yewaen Moll, ridder, scouthet deser stat, dat hy den voirs. Henricken Snauel,
scouthet tot Herpen, vangen soude ende brengen bynnen deser stat ende houden
ter tyt toe hy Heymericken voirs. betaelt soude hebben ende opgericht alle scaden
die hy by gebreck van rechte geleden hedde, ende dairtoe seker te doen zulkenen
beternisse als twee van onss genedigs heren Raide ende die richter ende scepenen
deser stat hem seggen souden te doen. dWelc die voirs. heer Yewaen als scouthet
voirs. alsoe dede ende die voirs. Henric Snauel alsoe hier in der stat wesende, versochten die scepenen den voirs. herenYewaenen dat te willen verkundigen den heren van den Raide ons genedigs heren omme bynnen vyf daigen hier te comen
ende die beternisse dairaf nae der lantcarten te termineren.
Terminacie opte ongehoirsamheit des scouthets van Herpen
Ende mitsdien die voirs. heren van den Raide bynnen die voirs. vyf dagen nyet en
quamen ende Heymeric voirs. van den voirs. Henricken, scouthet tot Herpen, vernuegt was, hebben die voirs. scouthet ende scepenen deser stat op die ongehoirsamheit ende misdaet Henricx voirs. hoir terminacie gegeven, te wetene: in den
iersten dat hy die heerlicheit ons genedigs heren ende den rechten te beternisse
bidden sal den scouthet in den name der heerlicheit ende den scepenen in den name den rechte, dat zy hem om goidzwil willen vergeven des hy der herlicheit ende
175
1454-1455
fol. 205v
fol. 206r
den rechten voirs. hierinne mesdaen heeft, dwelc Henric voirs. terstont willichlic
ende oetmoedelic dede; / item ende dat Henric voirs. den heer ende deser stat sal
doen ter beternisse met zyns selfs lyve een bedevaert tot Onser Liever Vrouwen
ten Edezel tusschen dit ende Sinte-Mertensmisse naestcomende ende goet bethoen brengen, oft hy mach die a£eggen met X Rynsgulden tot Sinte-Mertensmisse naestcomende, half den heer ende hal¡ der stat, ende dairaf sal Henric
zynen koer hebben ende hy koer terstont tgelt te geven. Gesciet XI daigen in septembri anno LIII in orconden der voirs. scepenen Ians Monix, Corstiaens Coenen, Goyart Scilders,1 etc. cum suis; prout ad signum tale (½25) ac foliis CCC
LVII, LVIII, LIX.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LIIIIto : Nycolaus Loenman, Symon die
Hoesch,2 Arnoldus Berwout ¢lius Rodolphi, Martinus de Rode, Petrus Steenwech, Martinus Berwout ¢lius Arnoldi, / Iohannes Spiker.
Burgimagistri seu receptores: Nycolaus de Straten,Theodericus de Berse.
Dat den gouden leeuwe wairt geslagen
Oeck is hier te wetene dat in den voirgaende iair van LIII den XIXen dach ianuarii
die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien, die tweeste van dien name, hertoge
van Brabant, den gouden leeuwe voirV scillingen groet Vlemsch heeft doen munten; item noch enen gulden penninc, geheiten leeuken, voir drie scillingen IIII
penningen groet Vlemsch; item ende noch enen halven penninc, geheyten halven
leeu, voir II scillingenVI penningen.
Een valuacie3
fol. 206v
Ende voirt heeft dieselver hertoge Philips geordineert dat ganck hebben zouden
in Brabant metten voirs. gulden penningen dese naevolgende munten ende penningen ende geen andere, te wetene: die gouden croen voir IIII scillingen groet;
item den gouden Philippusryder by den voirs. hertoge Philips gemunt int iair
XXXIIII voir IIII scillingen III groet; / item denVlemsschen nobele voirVII scillingen X denieren groet, die halve ende vierendele nae advenant; item den Engelschen nobel voir VIII scillingen II penningen groet; item den halven nobele, die
saluyt van Vrancryc, tdordendele van der saluyt, tvierendeel van den Ingelschen
nobel, elck nae zyn grote nae gelande van den Engelschen nobel; item die ducaet
vanVenegien, van Ieneuen, van Florens, van Romen ende den Hongerschen gulden van LXXI op die marck, voir IIII scillingen I penninc groet; den Rynschen
gulden ende den gulden van Lutsenborch voir III scillingen III penningen groet;
item ende als van der witter munten, nu loep hebbende, ende oick van der ouder
munten, geheiten placken oft cromstarten, van vyf Engelschen Vlaemsch tstuc
ende den halven daira¡, dairaf die II gelden enen cromstart, ende andere cleyne
penningen van derselver munten van minderen pryse, die zullen blyven by horen
1
2
3
Aldus hs., men verwacht Goyarden Scilder.
In margine door andere hand 1453 ut ante (zoals voorheen) Henricus de Hoesch, Goessewinus de Beeck 1454.
In margine nota.
176
1454-1455
fol. 207r
alden ganck; item den postulaets Ludics gulden zoude loep hebben in Brabant
voir XXIIII groet Vlemsch totten lesten dach februarii; ende den Gwillelmusscilt
voir XL groet Vlemsch; /
Dat den peter was geset op XVIII stuvers1
den peter voir XXXVI groten ende Philippusclinckarts voir XXIX groet; met vele meer ordinancien ende verboden, begrepen in den brieven dairop gegeven, beginnende: `Philips, by der gracien Goidz', etc. ende begrepen opten blade CCCC
XXVI.
Aengaet trecht dat dese stat heeft int lant van Herpen
fol. 207v
In den voirscr. iair LIIII uuytdien die poirtier deser stat ende vanwegen derselver
in der stat van Rauesteyn, dair die edele heer Adolph van Cleue, heer tot Rauensteyn, hadde die heerlicheit, hoge, middel ende lege, hadde gedaen alrehande exploiten ende dairuuyt gehaelt ende geleyt Elbout van der Gonde, die aldair opt
gewydt lach, ende oick uuytdien dat die hoichscouthet deser stadt tot Rauesteyn
ende in den lande van Herpen scouthet, scepenen ende andere o¤cieren heren
Adolfs voirs. aldaer verlaten ende ontset hadde ende andere vanwegen onss genedigs heren in hoir stat gestelt, omdat die casteleyn tot Rauesteyn den poirtier deser stat overmits zynen voirs. exploiten enen nacht gevangen had gehouden ende
dairnae ontslaigen op geloeften die hy gedaen hadde, /als dair nyet meer sulkenen
exploiten te comen doen, die voirs. hertoge Philips ten vervolge heer Adolphs
voirs. heeft ontboden ende bevolen den voirs. scouthet te comene ende den scepenen ende raide deser stat hoir gedeputeerde gelast te seynden by den cancellier
ende raitsluden van Brabant omme opte clachten heren Adolphs voirs. te antwoirden ende dair en teynden dairaf te geschien, het weer by vruntlic appoinctement
oft strengheit van rechte, zoe behoren zoude.
Welke hoichscouthet ende ennige gedeputeerde deser stat, comparerende voir
den cancellier ende raitsluden voirs., opte clachten voirs. hebben geantwoirt:
Die macht der ingebyeders; van den ingebot
in den iersten dat onse genedige heer die hertoge in zynre stat van Den Bosch hedde
twee poirtiers die men hyet ingebieders, overmits denwelken die van Den Bosch voir
hen muchten doen ingebieden alle die ingesetenen deser meyeryen, zoe verre die
gedaen hedden ennige geloeften voir scepenen ofte poirteren deser stat oft dat zii
beseten oft hantplichten ennigen gront van erve die belast weer van ennigen erfcommeren, dairaf die vorwarden gesciet weren voir scepenen deser stat;
Van den getugen te doen gedagen
ende oic alle die getugen die geseten zyn in der meyeryen deser stat, beyde onder
onsen genedigen heer ende onder die smaelheren ende oic onder die heerlicheit
van Herpen,Vden ende Rauesteyn, om te comen tugen; /
1
In margine nota.
177
1454-1455
fol. 208r
Oft int lant van Herpen den poirtyers belet worde gedaen
item ende dat dese stat previlegieert is oft geboirde dat den poirtyers gewelt oft
belet worde gedaen om hore exploiten wille in der voirs. heerlicheit van Rauensteyn,Vden ende Herpen by de amptluden aldaer, dat die scouthet deser stat die
soude ontsetten ende van onss genedigs heren wegen andere in hoir stat setten, die
blyven zouden totdat onsen genedigen ende der partyen richtinge ende beternisse
gedaen zoude wesen;
Der poirteren recht
item seyden noch die voirs. van Den Bosch dat dese stat previlegieert is dat alle poirteren derzelver stat van allen personelen saken behoren te recht gestelt te werdene
voir scouthet ende scepenen deser stat ende dat dese stat daira¡ in goeder possessien weer geweest ende noch weer, dat nyemanden en gedecht van contrarien; ende
dat zoe wanneer ennige poirter deser stat tot enniger plaetsen bynnen deser meyeryen gevangen oft arresteert weer, het weer onder onser genedigen heer sonder middel oft onder die smaelheren, dat die wethouderen deser stat dan gewoentlic zyn te
versuecken den richter daironder die poirter gevangen is, dat dan die richter dien
poirter uuytlaet oft gevangen brengt bynnen deser stat omme aldair te recht te staen;
fol. 208v
fol. 209r
Aengaet den bescryven deser stat
item seyden voirt dat in der voirs. stat van Rauensteyn geweest weer die voirs. Elbout
van der Gonde, poirter deser stat, om hem aldair te presenteren te rechte van allet
geen dat men hem dair eysschen muchte; ende dat doende wairt hem aengedaen
zulkenen vrese van ennigen zynen quaetwilligen, dat hy vlyen / moste opt gewydt
in een capelleken aldair; ende dat mitsdien dieselver Elbout poirter was deser stat,
scree¡ dese stat hoir brieve in gewoentliker manieren tot tween stonden aen den
scouthet van Rauesteyn, dat hy den voirs. Elbout1 soude helpen vryen, dat hy ongevreest van zynen vyanden hem hedde moigen stellen van den gewydde ende gaen
daert hem gelieftde; ende mitsdien die scouthet voirs. des nyet en dede, soe scree¡
dese stat haren dorden versueck brie¡, denwelken dese stat sant metten poirtier deser stat ende met X oft XII scutten, diese hem met Willemen Dicbier toevueghden,
omme den voirs. Elbouden2 te halen ende te bescudden; die voirs.Willem Dicbier
reysden metten voirs. poirtier in der voirs. stat van Rauesteyn, daerse den scouthet
aldair deser stat brie¡ thoenden; die scouthet, dien ontfangen hebbende, dede oepenbairlic gebieden dat nyemand den voirs. Eewouden mysdaa, ende alsoe reysden
dieselver Elbout3 metten poirtier ende Willemen Dicbier voirs. uuyter stat van
Rauesteyn tot int geselscap der scutten voirs. die hen daer verwachten, ende vandaer
voir bynnen deser stat, sonder datyet anders dairtoe gesciede tegens den voirs. scouthet; in welken die voirs. van Den Bosch seyden dat zii geenssins vercort en meynden te hebbene den voirs. heren Adolphen aen zynre heerlicheit, etc.;
Aengaet den dagen der poirtieren onder die smaelheren
item ende dat dairnae die voirs. poirtier gereeden weer tot Rauensteyn om naevolgende den ouden costumen ende oic den rechten deser stat enen / geheiten Willem
1
2
3
Verbeterd uit Ewout.
Verbeterd uit Eewouden.
Verbeterd uit Eewout.
178
1454-1455
Scoermouw, scouthet aldair, te gedagen oft te doen dagen, dair diezelver poirtier
versocht enen diener onder den voirs. scouthet, dat hy denzelven scouthet daigen
woude omme te comen voir scepenen deser stadt om seker geloeften die hy voir
hen gedaen hadde; ende want die dyener dat weygerden, zoe daighden die voirs.
poirtier selver den voirs. Willemen; ende dairnae vertrock die voirs. poirtier uuyt
Rauensteyn om te gedagen sekere getugen aldair geseten, om der wairheit getuych
te geven voir scepenen deser stat; ende dat als die poirtier alsoe van den scouthet
vertrocken was, dede die scouthet denselven poirtier wederhalen tot Rauensteyn
ende wedercomende dede vangen denselven, zeer rudelic tracteerden ende vele onsediger woerden seeghden dat hy hem zoude hangen aen een venster van den sloot
die hy hem aldair wees, ende dairtoe dede hy denselven poirtier slaen in enen stock,
dairaen die scouthet groetelic hed gebruect tegen onsen genedichsten heren; dairomme die scouthet van Den Bosch getogen weer met zynen dieneren ende ennigen
anderen van deser stadt totten getale van XL, dair hy achtervolgende der voirs. previlegien met woerden ende anders nyet den scouthet ende scepenen tot Rauensteyn
ontlasten van horen ampten van ons genedigs heren wegen, daeraen die voirs. van
Den Bosch seyden dat nyet gedaen en weer dan alsoot behoerde.
Van recht deser stat in den lande van Herpen1
fol. 209v
fol. 210r
dWelc gehoirt by den cancellier ende raitsluyden voirs. hebben diezelve dairop geraempt, te wetene: in den iersten dat zoeverre aencleeft hen gescillen, / hetzy in
die proprieteyt by titule van previlegien oft anders oft oic uuyt crachte van possessien bii costumen oft gewoenten, die voirs. partyen zullen blyven geheel in sulkenen staet oft poincte als zy waren eer tvoirs. gescil opstont ende gelyc oft die voirs.
saken dairomme tselver gescille opgestaen is, nyet gevallen noch gesciet en weren;
ende dat alsoe die voirs. van Den Bosch zullen blyven geheel in horen rechten
ende previlegien om diere te gebruycken in den voirs. lande van Herpen, Vden
ende Rauensteyn, gelyc zy deden voir die toecoempste der voirs. saken; ende insgelycx zullen die van Herpen blyven by hoir alde vryheiden, etc., beheltelyc onsen
genedichsten heren zyn recht ende interest dat hy heeft totten partyen voirs. om
der saken wille voirs.; item ende aengaende den voirs. Eewouden, die had geweest
rentmeester ende naederhant poirter deser stat was worden, dat eest sake dat heer
Adolph voirs. wil doen voirt varen tegens den voirs. Eewouden om van hem te
hebben rekeningen ende bewys van zynen ampte, dat die voirs. van Den Bosch
hen verdragen zullen denzelven Eewouden dairaf te bescudden by zynrer poirteryen; item ende dat allet belet dat by den scouthet van Den Bosch van ons genedigs heren wegen gedaen is in der heerlicheit voirs. int ontsetten van den
ampluden ende dieneren voirs., a¡ zall zyn ende blyven, alsoe dat /dieselver ampluyden voirtaen recht ende vonnisse zullen moigen doen, het en wair dat by mynen
voirs. genedigen heer om zyns voirs. interests wille naemaels partyen gehoert, anders dairop worde geordineert; welke advys, aengehoirt by den gedeputeerden
deser stat, hebben dat aengeveert omme dat in allen zynen pointen van machten
te blyven ende gehouden te werdene tot ewigen daigen, by alsoe oec dat heer
1
In margine nota.
179
1455-1456
Adol¡ voirs. dat oic alsoe gelyeft taenverdene; dwelc oic meester Ian Soilloit, secretaris des voirs. heren Adolfs, aengenomen heeft denselven over te dragen ende
zyn antwoirde daira¡ by den voirs. cancellier ende raitsluden weder te brengene
des maendaigz nae halfvasten naestcomende; gedaen te Bruessel, XXI februarii
int iair XIIIIC LIIII.
Dairnae des dynsdachs nae halfvasten, den XVIIIen dach merte in den iair voirs.,
die voirs. meester Ian Soilloit, secretaris vanwegen heren Adolfs voirs. ter eenre
ende die gedeputeerde deser stat by namen Claes Loenman voirs., scepene ten
tyde, meester Gerart van Vladeracken, gesworen, meester Ian Monix, raitsman,
ende meester Arnt vanWeilhusen die ionge, secretarys deser stadt, ter andere zyden compareerden voir den voirs. cancellier ende raitsluden ende seeghden tevreden te wesen metten voirs. advyse; welke advys als den XIIen dach van merte int
iair voirs. tevorens met zynen brieven hadde approbeert nae inhoude van sekere
acten dairop gegeven, beginnende ad signum tale (½26) ende begrepen foliis CCC
LIII, LIIII, LV. /
fol. 210v
Van M ryders verscoten om die moertbranders te crigen
Oeck in den voirs. iair LIIII den XVIen dach decembris heeft die voirs. hertoge
Philips deser stat geoirloft bedesgewyse te setten op hairselven ende op allen den
ingesetenen deser meyeryen alzulkenen duysent ryders als dese stat had verschoten omme te gecrigene zekere moertbranders ende brantscatters dairmede dese
stat ende meyerye zeer gequelt hadde geweest; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goidz', etc. et comprehensis folio CCC LX.
Hoe hertoge Philips buyten lantz II iaren was
In den iair van LIIII voirscr. oeck zoe track die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien in Almanien tot eender dachvaert, die te Reynsberch lach, om te spreken
van een cruysvaert om te trecken op dieTurcken, dair nyet af en quam. Ende hertoge Philips was wel twe iaren absent uuyt zynen landen, zoedat men nyet en wiste
wair hy was, mar ten eynde quam hy weder int lant als int iair van LVI. /
fol. 211r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LVo : Godefridus de Dommelen, Goeswinus Heym, Arnoldus Berwout, Ludolphus Buck, Goeswinus Toelinc, Gerardus
Boest, Iohannes Loenman ¢lius Iohannis, Iohannes de Erpe ¢lius Arnoldi, pro
Dommelen defuncto, qui Iohannes prestitit iuramentum ultima augusti.
Burgimagistri seu receptores: Ghiisbertus Herinc, Andreas Berntz.
fol. 211v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LVIto : Iohannes Monix, / Ghyselbertus
Haeck, Amelius de Boechem, Theodericus de Aa, Henricus Monix, Adam die
Lu, Ghiselbertus van den Broeck.
Burgimagistri seu receptores: Nycolaus Oedeuair, Christianus Becker.
Die con¢rmacie van bisscop tot Vtrecht
Int voirs. iair vercreech hertoge Philips voirs. van den paeus Calixtus die Dorde
die con¢rmacie des bisdoms van Vtrecht voir heer Dauid, zynen natuerlycken
180
1456-1457
zoen, die doe bisscop van Truwane was. Mar die van Vtrecht ende oic dat Ouersticht ende dlant van Ouerysel en wouden hem voir genen bisscop ontfangen,
want tcapittel van Vtrecht had gecoren den doomproest, des heren zoen van Brederode, die dat zwert ende die iurisdictie oic van den keyser gecregen hadde.
Dat heer Dauid bisscop tUtrecht wert
fol. 212r
Nyettemin by middele des hertogen van Cleue overquam hertoge Philips metter
stat van Vtrecht ende met horen elect van Brederode, dat hy met Dauid, zynen
zoen, bynnen Vtrecht quam met groeter macht. Ende zii / ont¢ngen heer Dauid
voir horen bisscop. Ende die elect resigneerden zyn recht ende die elect wairt voirsiene met anderen bene¢cien.
Dat hertoge Philips voir Deuenter lach
Mar want dlant van Ouerysele den voirs. heer Dauid voir heer nyet en wouden
ontfangen, track hertoghe Philips metter macht voir Deuenter, dair hy voir lach
omtrent VIII weken. Ende in die tyt regendet dach by dach, zoe datter nyet vele
bedreven en wairt van wercken van oirloge, mar nyet min wert bededingt dat die
Ouerysele steden den voirs. heer Dauid oeck ont¢ngen.
Een victorie tegens den Turcke
Oeck int iair voirs. denVIten dach van oegmaent hadden die kersten in Hongeryen
over die Denouwe een myraculose victorie tegens den Groten Turck, die vloot.
Want dingelen Goidz worden dair gesien in hulpe der kersten. Die heilige Iohannes de Castistrano, mynrebrueder, stercten dat kerstenvolc. Dair bleven verslagen
omtrent CM heydenen.
Van derTrans¢guracien Ons Heren1
Ende tot dier gedenckenissen in dancbairheit tot Gode zoe instelden paeus Calixtus die Dorde op dien dach die feeste van der Trans¢guracien, verlenende dairtoe
diezelve a£aten als totter feesten van den Heiligen Sacrament gegeven zyn.
Dat die kynderen tot Sinte-Michiels toegen
Oeck omtrent deser tyt trocken die kynderen uuyt Almanien ende uuyt anderen
landen met groter scaren ende met groter devocien in pelgrimagie tot Sinte-Michielsberge in Normandien. /
fol. 212v
Dat coninc Lodewyc, noch Dolphyn wesende, by hertoge Philips
wert onderhouden ende veriaegt van zynen vader
Oeck in den voirs. iair van LVI quam heer Lodewyc, die Dolphyn vanVienne, des
VIIen coninx Kaerls vanVrancryc zoene, tot Loeuen, want zyn vader op hem verbolgen was ende had hem beroeft van den dolphinaet ende meynden zynen ionc1
In margine nota.
181
1456-1457
sten zoen Kaerle, hertoge van Berry, die crone te laten. Hertoge Philips voirs. ont¢nc den voirs. Dolphyn eerlic ende dede hem altyt coninclyke eere ende hyeltenV
iaren in zyn lant met zynre vrouwen, die Dolphininne, ende gaf hem groete pensien op te leven. Ende al meest waren zy tot Genapien inWals-Brabant, dwelc die
Dolphyn naemaels qualic bekenden. Ende hy had van hair enen zoen die Ioachim
hyet, die ionck sterf, ende een dochter die Anna hyet, die wert hertoginne van
Bourbon.
Dat die voirs. Lodewyc gecroent wert
Ende als die voirs. coninc Kaerle, zyn vader, gestorven was als int iair M CCCC
LXI, trac hertoge Philips ende die greve van Charloys, zyn zoen, ende die hertoich van Cleue ende vele andere heren ende edelen met groter macht ende schonen staet metten voirs. Dolphyn tot Ryemen in Vrancryc, dair hy gecroent wairt.
Ende dair dede hertoich Philips den coninc manscap van den hertoichdom van
Bourgoindien, van den graefscap vanVlaenderen ende Artoys.
Dat coninc Lodewyc losten die steden op die Somme ende in Vermendoys
fol. 213r
Ende corts dairnae losten die voirs. nyewe coninc met penningen aen hertoge
Philips die steden op die Somme ende inVermandoys, als Amyens, Abbeuyl, Sinte-Quintyns, Monstruel, Perone, ende hertoich Philips gafse over. / Oeck teser tyt
die voirs. hertoge Philips wesende tot Bruessel quam dair by hem vrou Agnes, hertoginne van Bourbon, wedue, zyn suster, die hii hoechlic ont¢nc.
Van eenre cruysvairt
Oeck teser tyt sant paeus Pius dieTweeste die een cruysvairt predicten op dieTurcken, aen hertoge Philips, hertelic begerende dat hy in persoene comen woude,
zoe hy hem toegeseegt hadde, om te trecken met hem opteTurcken. Hertoge Philips blee¡ thuys ende seynden hertoge Anthonys, zynen bastartzoen, met groeter
macht van volc ter zee om den paeus voirs. bystant te doen, die doen was gereyst
tot Ancone. Oeck trac derwarts vele gemeyns volcs metten cruce getekent. Oeck
teser tyt wert hertoge Philips zeer verbolgen opten greve van Chairloys, zynen
zoene, dien sommigen heeren tegens hem vermaect hadden, dat naederhant ende
corts uuytquam, dairomme een geheiten Iohan Consteyn1 ende noch een ander
tot Rupelmonde onthalst worden.
Oirspronc van den strydt die hertoge Kaerle had tegen coninc Lodewyc
Corts dairnae stonden tegens den voirs. coninc Lodewyc op die princen ende
meeste heren van Vrancryc, omdat hy by hem zeer verhie¡ onedele kerels ende
den hertoge van Berry, zynen brueder, ende andere princen zyns rycs lyet hy on-
1
Of Cousteyn.
182
1458-1459
geacht. Dairomme eenen groeten strydt toequam die gescieden tot Monthery int
iair LXVI, als nae blyct. /
fol. 213v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LVIIo : Gerardus deVladeracken, Petrus de
Arennest, Iohannes Monix ¢lius Iacobi, Iacobus de Berck, Symon de Gheel, Rodolphus die Beuer ¢lius Rodolphi, Henricus Noeden, Rutgerus Berwout, pro
Berck defuncto, qui prestitit iuramentum IXa augusti.
Burgimagistri seu receptores: Gerardus Symons, Gerardus Sanders.
Con¢rmacie van eenre carten aengaende den beleyde van den volc
van wapenen, verleent int iair LI
fol. 214r
In den voirs. iair LVII den XXVIIIen dach novembris soe heeft hertoge Philips
van Bourgoindien voirs. voir hem, zyn erven ende nacomelingen die verleninge
den lande van Brabant, by hem int iair LI lestleden den XXen dach septembris
gedaen, aengaende den beleyde van den volc van wapenen, van der iusticien van
den lande, van den tollen, van der / geestelicheit, hoe ende wye coepen moigen
ende voirts allen den articulen dairnae volgende, gecon¢rmeert, geapprobeert
ende gerati¢ceert om denzelven lande ewelic onverbrekelic onderhouden te werdene, metsgaders aengaende oft overdaden by volc van wapenen int lant geboerden ende die capiteynen oft o¤cieren versumelic weren die te stra¡en, hoe ende in
wat manieren die gericht ende gestra¡t zullen werden; dairaf die brieven beginnen: `Philips, by der gracien Goidz', etc. ende zyn begrepen opten blade CCC
XCV.
Consent van C L dusent ryders totter reysen opteTurcken
Oeck in den iair LVII voirs. den XXVIIIen dach in novembri soe hebben die drie
Staten slantz van Brabant geconsenteert een bede van C ende L duysent ryders in
hulpe der reysen te trecken opte Turcken, etc. den voirs. hertoge Philips die derwarts sant Anthonysen, zynen bastartzoen; ende hebben noch consenteert den
greve van Chairloys, zynen ennigen zoen,VIM gelycke ryders, tstuck van XXV
stuvers oft vierlenders, al bynnen sess iaren te betalen opte zelve instructie die by
denselven hertoge gemaect is int iair LI lestleden boven begrepen; prout in litteris
incipientibus: `Philips', etc. et comprehensis folio.1 /
fol. 214v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LVIIIo : Martinus Monic, Nycolaus Spierinc, Wolterus de Vucht, Willelmus de Ghent, Iohannes Monix ¢lius Iohannis,
Henricus Heym, Goeswinus van den Hezeacker.
Burgimagistri seu receptores: Henricus Ghysselen, Iohannes Witmerii.
Dat men tot Loeuen genen woeker oft voircoep en sal doen
In den voirs. iair denVIen dach februarii, naedien ter kennessen van den voirs. hertoge Philips van Bourgoindien was comen dat bynnen een deel iaren herwarts ver1
Hierna ontbreekt het folionummer, hoewel het desbetre¡ende stuk in het cartularium staat
op fol. 385v -391v en op fol. 394r.
183
1458-1459
fol. 215r
fol. 215v
fol. 216r
sceyden personen tot Loeuen ende in hare meyeryen aengenomen hedden hen te
generen met woeker ende voircoepe als gelt om wynninge oft / wasdomme te leenen, beyde op panden oft bourgen ende sonder panden ende bourgen, ende alrehande gueden ende penwairden te vercoepen hoge boven hore werden op lange
daigen ende respyt te geven, oft oic ennige gueden ende penwairden te coepen
met gereden gelde om andere wair oft anders verre beneden horen rechten priis
ende werde, om dieselve gueden ende penwairden tot zekeren langen toecomende
tyde hen te werden gelevert, ende dat oick ennige in alsulkenen comanscappen
onderwylen die gueden ende comanscappen die zy alsoe ten hogen pryse ende
boven hoir werde vercoft hebben gehadt, hebben plegen selve oft by horen wyven,
dyeneren, knechten oft anderen toegemaecten persoenen weder tegens die coeperen te coepen oft te doen coepen tot vele minderen pryse dan zy die hadden vercocht, ende van dengenen die zy hebben gecoft, den vercoperen horen afcoep te
laten doen tot vele hoegeren pryse dan die ierste comansscap gedroge, bedrivende
alsoe oepenbaren woekere, etc., soe dede hertoge Philips voirs. scerpelic gebieden
dat alle diegeen die sint den iair XIIIIC ende XXX, dat hy ontfangen heer is geweest, ennigen scade gehadt ende geleden hebben by leenen, coepe oft vercoepe
voirs., comen souden by zynrer genaden commissarissen tusschen die tyt ende
den iersten dach van april naestcomende omme te vercleren by eeden die
gelegentheit van den leeningen, coemanscappen, woekeren ende vercoepe, ende
dat nyemand, wye hy zy, geestelic oft weerlic, dairaf in gebreke zy, opte verboren
alsulkenen sommen als die ierste leeninge oft den / incoep gedroech, ende dairtoe
den pene van C leeuwen ende dat van gelycken nyet meer geschie, etc.; prout in
litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goidz', etc. et comprehensis folio
CCC LXXIX.
Oeck in den iair LVIII voirs. den XXVIIen dach in meye soe heeft die voirs. hertoge Philips van Bourgoindien voir hem, zyn erven ende nacomelingen, hertogen
ende hertoginnen van Brabant, mits eenre sommen van IIIM ende IIC Overlensche Rijnsgulden den scepenen, gesworen ende raidt deser stat gegevenen ende
verleent die disposicien ende giften van den naevolgende o¤cien ende diensten,
dat is te wetene die o¤cie van weertscap, van den mynen van den vissch, van den
ingelt, van den secretarisscap, van den knapen deser stat, van den steken van den
byer, van den herinc te packen, te bernen ende te werderen, van den lakenen, wullen ende lynen, te metene, / van den berderen te metene, van den lant te metene,
van den coren te metene, van den zout te metene, van der maten van den vissche,
van calc te metene, van yser te scrynene, van zegelmeestersscap van den wullen
lakenen, van den voegelen te werderen ende van anderen gelycken ende van gelycken condicien van der administracien, momberiien ende gubernancien der huysen van den heiligeest, van den gasthuysen, van der kercken, van den siecken ende
melaitsen ende anderen goidshusen oft gelycke der armen bynnen deser stat; gelyc die brieven dairop gegeven inhouden, die beginnen: `Philips, by der gracien
Goidz', etc. ende zyn begrepen opten blade CCC LXXVI. /
184
1463-1464
fol. 216v
fol. 217
r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LIXo : Arnoldus Berwout ¢lius Rodolphi,
Iohannes Dicbier ¢lius Iohannis, Martinus de Rode, Iohannes Steenwech, Iohannes Neue,Theodericus de Berse, Henricus van der Merendonc.
Burgimagistri seu receptores: Geradus van den Broeck, Ghysbertus Pels.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXo : Ghysbertus Roesmont, Ludolphus
Buck, Goeswinus Toelinc, Iohannes Spiker, Henricus deVden, / Iohannes Ghysselen, Henricus ¢lius Godefridi de Hedel.
Burgimagistri seu receptores: Gerardus de Achel,Theodericus de Wetten.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXIo : Theodericus de Os, Marcelius de
Vden, Iohannes Waerloes ¢lius Iohannis,Willelmus de Wyc ¢lius Leonii, Arnoldus Stamelairt ¢lius Henrici, Arnoldus Heer ¢lius Gysberti, Tyelmannus Pyckeuet.
Burgimagistri seu receptores: Wolterus deVucht, Martinus de Buchouen.
fol. 217v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXIIo : Symon die Hoesch, / Euerardus
van den Water, Petrus Steenwech, Godefridus van der Aelsuoert, Henricus Dicbier, Bartramus ¢lius Godefridi de Hedel, Iohannes Spiker ¢lius Iohannis.
Burgimagistri seu receptores: Andreas Berntz, Iohannes Zeelmeker.
In desen scepenstoel den XIIIen dach in iunio int iair LXIII bornden dese stat
ende ontstac in deVerwerstraet omtrent den bogarden.1
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXIIIo : Goeswinus Heym, Iohannes Monix ¢lius Iacobi, Symon de Gheel, Goeswinus van den Hezeacker, Iohannes
Ghysselen ¢lius Iohannis, Christianus Becker,Wolterus de Berse.
Burgimagistri seu receptores: Martinus de Elmpt,Willelmus Luedinx.
In desen scepenstoel den IIen dage in ianuario int iair LXIII soe heeft hertoge Philips van Bourgoindien ten versueck deser stat verleegt die veemarct des anderen
daigs nae Sinte-Seuerynsdach die te wesen plach des anderen daigz nae Sinte-Lucasdach; prout in litteris incipientibus: `Philips', etc. et folioVC XL. /
fol. 218r
Van den behaudt te doen opte verbernde brieven
In den voirs. iair LXIII den XXIten dach van oixste, naedien den brant bynnen
deser stat als den XIIIten dach van iunio doen lestleden had geweest ende die
goede luyde, bourgeren ende ingesetenen deser stat dairinne hoir brieven by den
brant hadden verloren, soe heeft die voirs. hertoge Philips, opdat die goede luyde
van horen gueden nyet en souden werden beroeft, geordineert ende deser stat geconsenteert die poincten hiernae volgende:
Vier scepenen zullen staen over dbehaudt te doen
in den iersten dat diegeen die zyn brieven, het zyn leenbrieven, erfbrieven, lyftochtbrieven, scoubrieven oft andere, hoedanich die zyn, mits den brant verloren hebben
ende begeren dairaf andere oft nyewe brieve te hebbene ende in hebbinge ende possessien van denselven gueden te zyn ende te blyven zoe hy was voir den brant, sal
1
In margine nota; hierna is doorlatere hand tinctor accendit lumen in Busco (vertaling: een
verver ontstak een lamp in's-Hertogenbosch) toegevoegd.
185
1463-1464
comen voir scouthet ende scepenen deser stat, derwelker scepenen vier ten minsten
zullen moeten zyn, ende zweren dat zyn brieve in den voirs. brant verbrant oft verloren zyn ende dat hy omme zyn goet te behouden ende dairaf in gebruyck te bliven,
hulpe suect sonder argelist;
fol. 218v
Hoe men zweren sal int dbehaudt te doen
item die persoen sal zweren ende vercleren wat brieven hy verloren heeft, waerse
gemaect zyn, van wat gueden oft renten die spreken, wair die gueden oft panden gelegen zyn ende wyen die aengingen;
item oft van den verloren oft verbornden brieven besceyt weer, het weer copien,
vidimus, transscripten, instrumenten, prothocollen, boecken, rollen, gescriften
oft registren, dat sal men brengen by scouthet ende / scepenen deser stat omme
dairuuyt ende nae andere brieven verleent ende gemaect te moigen werden opte
eeden voirs. in behoirlycken formen;
Hoe dbehaudt gescien sal
item die hoir brieven aldus verloren hebben, sullen in presentien dergeenre diet aengaet, te wetene die de gueden, rechten oft pachten hebben vercocht, die die gelden
oft die die sculden sculdich zyn ende bekent hadden, die men dairtoe sal daigen
ende roepen of mense weet te vynden oft anders in hore absencien, hoir behaudt
doen ende vercleren by hoer eeden wes brieven zy verloren hebben, waer zy gemaect
waren, van wat gueden, renthen, pachten, chynsen oft sculden, wair ende wye dien
pacht, chyns oft renthe plach te gelden, met wat brieven, guedingen ende geloeften
ende dat zii voir den brant dairaf in hebbinge ende gebruyck waren ende wes hen te
gront dairaf kundich is;
item oft den scouthet ende scepenen totten voirs. eede ende behaude ennich besceyt bybracht worde, het waer van prothocollen, registren, copien oft gescriften
dat hen dat genoch dochte, zoe sal die persoen dairmede gestaen sonder vorder
belast te wordene, altyt ten goetduncken van den scouthet ende scepenen;
Hoe men den eedt in dbehaudt sterct
item ende oft den scouthet ende scepenen den eedt ende verclernisse die degeen die
zyn brieve verloren had alsoe dade, nyet goet genoch en dochte, soe zullen ten minsten twee goede mans mettengenen die zyn brieve verloren had, eedt moeten doen
ende zweren dat zy houden dat dien eedt die de persoen gedaen heeft, is goet ende
gerechtich; /
fol. 219r
Hoe ment dbehaudt cundigen zal
item dit behaudt aldus gedaen sal men vercundigen hier ter poyen ende in de prochikercken dair die gueden, erven, pachten, chynsen ende onderpanden zyn gelegen
ende dair die personen woenen die die sculden sculdich zyn, drie sondaigen aftereenvolgende met intimacien oft yemand dairtegen woude seggen, dat die zoude comen bynnen XL dagen voir scouthet ende scepenen deser stat ende seggen
dairtegen; ende die XL daigen overleden zynde zal een yegelic versteken zyn van
tegenseggen;
186
1463-1464
Hoelange men behaud mach doen; van den behaud der onmundiger ende
uuytlendiger
ende dan zal men nyewe brieve maken ende die den voirs. persoen reycken, behoudelic oec dat dit behaudt zal moeten gescien tusschen dit ende Sinte-Iansmisse Baptist in den zoemer, die zyn zal in den zoemer int iair LXVI naestcomende; ende dien
tyt overleden en sal nyemand dairtoe moegen ontfangen wesen, uuytgenomen
ionge, onbeiairde kynderen, luyden buyten lantz wesende ende andere van zulker
condicien, die, te weten die ionge kynderen bynnen den tween iersten iaren datse
mundich zyn, ende die uuytlendige bynnen den iersten iair datse comen zullen
zyn, zullen nae den voirs. tyt hoir behaudt moegen doen;
fol. 219v
Van den behaud der onnosele, etc.
item oft ennich onnosele of onmechtige oft gebreck hebbende van zinnen ennige
brieven hadden verloren, zoe zullen hoir momberen oft naeste magen oft vrienden
tgeen dat voirs. is voir hen moegen doen; ende desgelycx oick van den cloesteren,
goidshusen, capittelen, kercken, gasthusen ende andere dieregelycke ennige brieven
verloren alsoe hebbende, sullen die / overste oft regeerders daira¡ alsoe voirs. staet
dbehaudt doen, etc.; ende oft yemand aldus bedriechelic eden dade, die sal men
stra¡en als men valsche ende meynedige sculdich is te stra¡en, etc.; prout in litteris
incipientibus: `Philips, by der gracien Goids', etc. et comprehensis folio CC IIII.
Ordinancie van den brand
Oeck in den voirs. iair LXIII den XVen dach septembris naedien den voirs. brant
bynnen deser stat als den XIIIen dach iunii lestleden was gesciet, omme te verhueden dese stat van gelycken brande, soe hebben scepenen, gesworen, raitsluyden
ende dekenen van den ambachten by gemeynen, eendrechtigen adviize geordineert ende overdragen dese naevolgende ordinancien, poincten ende articulen
omme van nu Bamisse naestcomende X iaren lanck deen nae den anderen volgende vast ende stede gehouden te werdene in der maten zy hiernae bescreven
staen:
fol. 220r
Dat men loss doen mach met XVI den penninc aengaende den renthen,
vercoft bynnen X iaren nae den brant
in den iersten dat men alle chynsen, renthen ende pachten die van nu voirtane vercoft ende vercregen zullen werden op ende uuyt ennigen huysen ende erven bynnen
deser stat liggende, a¡ sal moigen quyten ende lossen tot ewigen dagen den penninc
met XVI gelycke penningen ende metten chyns, rente ende pachte van den iair / dat
men lossen zal ende metten achterstellen ofter ennige weren; ende oft ennige alsoe
gelost worden daeraen ennige personen hoir tocht hedden, dat men die penningen
weder beleggen sal in staide zoese tevorens stonden;
Van den voirgecoften renthen a¡slach te hebbene
item ende alle persoenen die renten, chynsen oft pachten op ende aen ennige erven
bynnen poirten deser stadt liggende verbrant, geldende hebben, den goeden luyden
die verbrande erven toebehorende, die voirs. renten, chynsen ende pachten dese
naeste drie iaren geheel ende al quytscelden zullen; ende oft hen des alsoe nyet gelegen en is te doen ende zy shoers al nyet ontbeeren en consten, dat zy dan dese naeste
187
1463-1464
sess iaren lanc durende mar halven pacht en zullen boeren ende daera¡ zal diegeen
dien die toebehoren, zynen koer hebben; ende desgelycx sal men oic afslach doen
van den lyfrenten nae advenande;
Van den harden daeck
item dat men van nu voirtane in deser stat ende bynnen den uuytersten poirten derzelver egeen huysen, groot oft cleyn, dye men van nyews optymmeren wil, zall moeten decken met leyen, tychelen oft anderen harden dake ende dat men dairtoe allen
die stroyen daken bynnen deser stat ende horen buytenpoirten staende, bynnen dese
X iaren a¡ zal moeten breken ende met harden dack decken; ende sal des dese stat
den tymmerende geven van elcken royen leydacx XL ende van den tychelen XLIIII
stuvers; /
fol. 220v
Van den afslach der renten
item dat diegheen die van den renthen, pachten oft chynsen diese uuyt horen verbornden erven gelden, quytsceldinge willen hebben nae der ordinancie boven verclairt, sculdich zullen zyn te tymmeren tusschen dit ende Sint-Iansmisse
naestcomende oft bynnen drie iaren naestcomende;
Van te tymmeren
item ende alsoe vele van den verbranden huysen gestaen hebben op eenre mueren,
ennigen personen tsamen ende gemeyntlic toebehorende, ende den enen gelieven
mucht te tymmeren ende den anderen nyet, is overdragen dat diegeen die de voirs.
muer weder zal willen opmetsen, dat zal moegen doen van den steen die van der
andere mueren bleven is, alsoe verre hy reyct totter hoichden toe zoe die vanouts is
geweest; ende oft geboerde dat die ander dairnae oic op ende in derselver mueren
tymmeren woude, dat dien cost by1 iersten alsoe gedaen die muer gemetst ende betymmert hebbende, ende van den anderen die dairnae op ende in tymmeren soude
willen, half ende half gedragen soude werden; beliefdent oec dengenen die die muer
yerst gemetst hedde, diezelver muer hoiger te maken dan zy in voirleden tyden was,
dat hy dien cost die zy gecost heeft hoiger te metsen, by hemzelven ende sonder cost
van den anderen gelden alleen betalen sal; mar zoe verre die ander persoen in toecomende tyden ter zelver hoichden op ende in diezelver muer zoude willen tymmeren, zoe zoude hy dien cost half moeten dragen ter ordinancie van den wercluyden,
hen des verstaende;
fol. 221r
Aengaet hoe men tymmeren sal
item oft ennige personen verbornde erven beseten in tochten ende kynderen hedden
van den voirbedde, dairaf is geordineert dat die tuchter oft tuchtersse / tverbornde
erve zal moeten betymmeren bynneniaers, oft hy can, ende den chyns dairuuyt
gaende betalen, oft die voirkynderen zullen dat moegen optymmeren ende behouden oft die tuchter oft tuchtersse doot weren; ende oft die tuchter oft tuchtersse voir
ende naekynderen hedden ende zy tverbornde erven betymmeren wouden, dat zy
dat zullen moigen doen by alsoe dat deen helft van den voirs. erven alsoe betymmert
zynde nae die doot des tuchters oft tuchtersse versterven sal opte voirkynderen ende
metter andere helft zullen zy moigen disponeren nae henre gelieften; desgelycx zal
1
Aldus hs., hierna mogelijk dien weggevallen.
188
1463-1464
oic gescien van den tuchteren oft tuchterssen geen kynderen hebbende, dairaf deen
helft sal comen totten rechten erfgenamen ende metter andere helfte zullen zy moegen disponeren als boven; item van den huysen die ennige in tochten besitten ende
nae der voirs. ordinancie met harden dack gedect moeten wesen, soe is overdragen
dat die tuchter oft tuchtersse die decken moigen met harden dake op horen cost, welke costen ende tgeen dat zii dairomme aen den leydack, sparren, leyen, nagelen
ende dachveren oft anderssins gedaen ende uuytgeleegt zullen hebben, hen wederomme aengeleegt zal moeten wesen ende werden, eer zii dairaf dorven sceyden;
item dat men metten verbornden erven ende huysen die men ontdecken zal, toebehorende onmundigen kynderen ende onnoselen luyden, doen zal by raide van scouthet ende scepenen;
Van assiins te vergelden
item om die lasten van den leyen ende tycheldack te vervallen is overdragen dat den
auden assyns die op wyn, bier, meede, speceryedranc gestaen heeft, bliven sal X iaren nae der alder manieren; /
fol. 221v
Van opgesetten assyns
item dat alle wyn, egeen speceryedranc wesende, als van den nuwen assyns boven
den auden assyns voirs. op elc quaerte die men tappen in der voirs. stat dragen zal
II plac, die speceryedrancken vier plac ende die meede II plac Bosch gelts, gelyc dat
ten anderen tyde by der gemeynre stat overdragen is geweest;
Den vyften penninc assyns
item dat men boven den auden chyns boven gescreven van allen den bier, hoedanich
dat zii, geven sal den vyften penninc, zoeverre dattet bynnen deser stat getapt
wordt;
Van den oirt stuvers wechgelt
item is noch overdragen omme dese stat in refectien weder te brengen dat een yegelic, zy poirter oft geen, desen tyt van X iaren duerende bynnen deser stat wechgelt
geven sal, hetzy van wagenen oft van karren, ende van elcken een oirt stuvers;
Wye geen wechgelt sculdich zyn
uuytgenomen smaelheren hoichgerichten hebbende, die en zullen van horen ho¡
wagen oft karren, dairmede zy comen oft varen oft provand halen tot horen hoove
ende huyse dienende, nyet en zullen geven, ende oic uuytgenomen slyckarren slyc
vuerende, ende moelenkarren coren ter moelen vuerende;
Den Gwillelmusthuyn assyns
item is noch overdragen in behulpe als voir dat men van elcken vat byers geven zal
enen Gwillelmusthuyn dese X iaren gedurende;
item dat men alle gelt comende van den nyen wyn, bierassyns ende wechgelt, bekeren sal totten leyen ende tycheldack;
fol. 222r
dAfsetten des staets deser stat
item ende is oeck overdragen dat den staet der / voirs. stadt dese X iaren gedurende
afwesen sal ende dat men nyet ter dachvairt ryden en sal dan met enen secretaris, ten
weer dat der gemeynre stat noot dochte; dat oic die scepenen, bourgermeestren, se189
1463-1464
cretarissen, knapen, boden ende scutten op deser stat cost hoir clederen nyet en zullen hebben noch die scepenen hoir drinckgelt, etc.;
Van den cramen te gaen
item dat alleen in de cramen zullen moegen gaen eeten die gevaders die tkint geheven hebben uuyter fointen, ende oic vader, moeder, oudervader, oudermoeder,
brueder ende suster, oem ende moyen ende hoir huysvrouwen, opten peen van enen
alden scilt;
Hoe elck bynnen zynen huyse mocht brouwen; dat die raitsheren vry zyn
van den Gwillelmusthuyn
item ende dat, hoewael die poirters ende ingesetenen deser stat bynnen horen huysen tot hoirs selfs drincken brouwen mochten sonder assyns, nochtans omme dese
stat in tymmeringen te brengen is overdragen dat die poirters ende ingesetenen zullen moigen brouwen bynnen hoeren huysen, by alsoe dat zy van elcken mud mauts
dat zy brouwen zullen, sculdich zullen zyn te geven XIIII stuvers ende van elcken vat
byers enen Gwillelmusthuyn, beheltelic dat die raitsluyden van den Gwillelmusthuyn vry zullen wesen; prout in litteris incipientibus: `Wy, scepenen, gesworen,
raitsluyde die men noempt ledige luyden', etc. et comprehensis folio C XCVII. /
fol. 222v
Dat men in deser stat decken moet hard dac
Oeck in den voirs. iair LXIII den tweesten dach ianuarii soe heeft hertoge Philips
voirs. gestatueert dat men van nu voirtaen bynnen deser stat geen huysen decken
en sal met stroyen oft weken daken, mar met leyen ende tychelen ende die met
stroyen daken gedect zyn, bynnen X iaren afwerpen sal ende decken met harden
daken;
Watse hebben totten decken voirs. te baten
ende dat men elcken alsoe deckende geven sal van den gemeynen goede deser stat
als van elcker royen leydacx II Rynsgulden ende van der royen tychelsdacx XXIIII
stuvers;
Con¢rmacie van der ordinancie gemaect opten brant voirs.
ende voirt hebben zyn genaden die voirs. ordinancie ende poincten, by der voirs. stat
opten brande gemaect, gecon¢rmeert ende gewilt die onderhouden te werdene by
enen yegelycken, geestelyc ende weerlic, etc.; prout in litteris incipientibus: `Philips,
by der gracien Goids', etc. et comprehensis folio CC II.
Dat die cloesteren, religieuse ende geestelycken personen geen gueden en moigen vercrigen by coepe, gifte oft testamenten dan C stuvers siairs voir iairgetyde ende dat die mede gelden zullen
fol. 223r
Oeck in den voirs. iair LXIII den IIten dach ianuarii soe heeft die voirs. hertoghe
Philips voir hem, zyne oir ende nacomelingen hertogen ende hertoginnen van
Brabant, deser stat verleent, geottroyeert, geordineert ende gestatueert / dat van
nu voirtane tot egenen daigen die cloesteren, goidshusen, gasthusen, vergaderringen van mannen ende wyven ende alle andere geestelycke personen, noch nyemand van hore wegen, noch tot hore behoef egeen chynsen, renthen, pachten oft
190
1463-1464
erfgueden by coepe, transpoirte, testament oft anderssins en zullen moigen vercrigen bynnen deser stat oft meyeryen, tenzy bii zynre genaden oepenbaren oirlof
ende consent ende dat dacte dairaf by oepenen brieven blycke, behoudelic dat die
goede luyde in horen testamente oft anderssins wael moigen laten oft besetten
chynsen, renthen, pachten oft erfgueden totter sommen toe van C stuvers elx iairs
voir hoir iairgetyt ende dat die mede staen zullen totter contribucien ende gebuerlycken rechten;
Dat mense lossen mach den penninc met XVI
item ende oft zy ennige cregen by oirlove ende consent als voir, dat die oiren ende
erfgenamen oft maigen ende vrienden dergeenre diese beset oft vercoft hebben, zullen moigen lossen die renthen ende chynsen tot ewigen daigen den penninc met
XVI ende die erfgueden ende pachten nae advenande ende gemeynre taxacien van
den lande;
fol. 223v
Dat geestelycken personen nyet en sal aenversterven
item ende dat genen geestelycken personen in deser stat ende meyeryen, naedien zy
professie gedaen hebben, ennige chynsen, renten, pachten oft erfgueden van horen
alderen oft ennigen anderen personen aenversterven oft by successien aencomen en
zullen moigen, mar zullen die gueden die den voirs. persoen aen souden moigen comen, comen sterven ende succederen / op hoir naeste oir, erfgenamen ende nacomelingen in den werlycken leven blivende;
Dat men lossen mach die gueden die geestlycke personen in cloester brengen
ende dat die maige ende vriende der voirs. geestelycke personen die gueden die hen
toebehoerden, toecomen ende verstorven waren eer zy professie deden, nae der
doot der voirs. geestelycker personen ende nyet eer zullen moigen quyten den penninc met XVI gelycke penningen als voirs. is van den gueden by den geestelycken
personen vercregen, etc.; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien
Goidz', etc. et comprehensis folio CC VII.
Dat dontfangen der landen van Kuyc ende Kessel toegevuegt zyn
Brabant
Oeck in den voirs. iair LXIII1 denVIIten dach van oegxt soe heeft die voirs. greve
van Chairloys, ennige zoen van den voirs. hertoghe Philips, by name hertoge
Kaerle, in enen Walschen brie¡ toegevuegt het ontfanck van den demaynen ende
renthen van den lande van Kuyck ende Kessel totten ontfanck van der stat ende
meyeryen van sHertogenbosch ende totten rentmeester aldair als aen Brabant;
prout in litteris incipientibus: `Chairles, par la grace', etc. et comprehensis folio
CC LXXVIII. /
fol. 224r
Dat die lombarden op scepenenbrieven nyet en sullen lenen
Oeck in den voirs. iair LXIII den IIten dach ianuarii soe heeft die voirs. hertoge
Philips voir hem, zyn oiren ende nacomelingen gestatueert ende geordineert
1
Aldus hs., lees LXXIII als op fol. 287r.
191
1464-1465
ende deser stat geottroyeert ende verleent dat die lombarden nu in deser stat tafel
houdende ende in toecomende tyden tafel houden zullen, op geen scepenenbrieven deser stat noch op geloeften, obligacien, kennessen ende borgen en zullen
moigen te woeker leenen noch oic gelt dairop doen, mar zullen alleen te woeker
leenen op behoerlycke panden gelyc men in anderen steden van Brabant doet,
ende dat die scouthet ende scepenen deser stat over zulkenen vorwarden, geloeften, obligacien ende contracten nyet en zullen staen noch ennige brieve dairaf
maken noch oic ter executien stellen, etc.; prout in litteris incipientibus: `Philips,
by der gracien Goidz', etc. et comprehensis folio CCC LXIX.
Van den bier opt platlant te brouwen
fol. 224v
Oeck in den voirs. iair LXIII den IIten dach ianuarii soe heeft noch hertoghe Philips voirs. geordineert dat men int plattlant deser meyeryen geen bier van hogeren
pryse en sal brouwen dan van IX myten den pott ter tyt toe dat mits den hogen
ende dieren tyde / die hiernae wesen muchte int coren oft anderssins dairop geordineert sal zyn, etc.; prout in litteris incipientibus:`Philips, by der gracien Goidz',
etc. et comprehensis folio CCC LXXIIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXIIIIo : Gerardus de Vladeracken, Amelius de Boechem, Iohannes de Erpe ¢lius Arnoldi, Gerardus Balyart, Henricus
Ghysselen,1 Iohannes de Arkel ¢lius Petri, Lucas Pieck ¢lius Iacobi, Christianus
Becker.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Oedeuair, Christianus van den Meeracker.
Dat hertoich Arnt van Gelre wert gevangen
fol. 225r
In desen scepenstoel omtrent Sint-Anthonysdach in der nacht zoe vinck hertoge
Adolph van Gelre tot Graue hertoge Arnden, zynen vader, ende / vuerden hem
gevangen over Diiss tot Loobeck ende vandair voirt tot Bueren.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXVto : Iohannes Monix, Willelmus de
Ghent, Gerardus Symonis, Henricus de Kessel, Ghiselbertus Ghyselen,Theodericus de Wetten, Engelbertus deVden.
Burgimagistri seu receptores: Nycolaus Oedeuair,Wolterus de Palude.
Oirspronck des oirloigs tusschen coninc Lodewyc ende hertoghe
Kaerle2
fol. 225v
In desen iair gevyelt dat die princen ende meeste heren van Vrancryc tegens den
voirs. coninc Lodewyc begonsten op te staen, want hy by hem zeer verhye¡ onedele kerels als iegers ende andere oirstekers. Ende den hertoge van Berrii, geheiten Kaerle, zynen brueder, ende andere / princen zyns rycx lyet hy ongeacht.
Ende hy dede groete scattinge setten opt volck ende dat lant wairt qualic regeert
soedatter vele uuyt Vrancryc overdroegen metten voirs. greve van Charloys, her1
2
In margine Io[hann]es.
In margine nota.
192
1465-1466
fol. 226r
toge Philips zoen, die tsamen maecten een verbont met bezegelde brieven tegens
den voirs. coninc Lodewyc om die sake voirs. Oeck zoe was die greve van Chairloys voirs. qualic tevreden dat zyn heer vader, hertoge Philips voirs., den voirs.
coninc Lodewyc had laten quyten ende hem overgegeven had die voirs. steden opter Sommen ende inVermendoys die in den pays van Atrecht begrepen waren, etc.
Ende zoe wairt eenen sekeren tyt ende plaetse onder henlyeden gesloten datse te
samen met groeter macht in Vrancryc vergaderen zouden, te weten die voirs.
Kaerle, hertoge van Berry, des voirs. conincx Lodewycx brueder, hertoge Ian
van Calabren ende van Loraynen, conincx Renez van Sicilien zoen, die hertoge
van Bourbon, zwager des conincx van Vrancryc, die hertoge van Britanien, die
greve van Arminac, Charle van Angiou, oem des conicx vanVrancryc, ende meer
andere heren. Aldus dan zoe trac die voirs. greve van Chairloys met groeter macht
van edelen sonderlinger uuyt / Brabant die hem willichlic op hen zelfs cost te
dienst quamen, als die heer van Rauesteyn, die oude heer van Perewys ende noch
meer andere edele. Oec volchden hem die edelen uuyt Vlaenderen, Henegouwe,
Artoys, etc. ende die greve van Sint-Poul was hem zeer behulpich. Ende aldus
trocken zy over die Somme ende over die Maerne ende over die Seyne tot Montherrii boven Parys. Ende op dieselve tyt lach coninc Lodewyc voirs. in Bourbonnoys met macht om den hertoge met macht te dwingen, want hy mede van den
verbonde was.
Die macht coninx Lodewycs
Ende vernemende coninc Lodewyc voirs. dat die voirs. greve van Chairloys, te
wetene hertoge Kaerle, zoe dyep in zyn lant comen was, soe vergaderden hii zyn
capiteynen ende al tvolc van wapenen dat hy conste ende quam min dan inVI dagen tot Montherry met alte groter macht van zynre ordinancien te perde, vele
meer dan die voirs. greve van Chairloys. Ende uuyt Normandien ende anderssins
quam hem oic groot getal van archiers. Ende oic quam hem te hulpen heer Chairle van Anyouwen, greve van Meyne, coninx Renez brueder, die had VIC glavyen
endeVIM franc archiers, mair hy stont stille, ende die senescael van Normandien,
etc.
Den strydt tot Montherry
fol. 226v
Ende alsoe saen als coninc Lodewyc aencomen was, al vermoyt zynde, zoe en
woude hy zyn volc nyet laten rusten, mar met groter haesten ginc hii dat heyr van
den voirs. greve Chairloys, / by namen hertoge Kaerle, fellic bevechten, zoe dattet
denselven greve zeer scerp stont. Ende nauwe was hy dair bleven, want een
Vrancksch capiteyn hadden gegreepen metter banyen, seggende: `Rendez vous'.
Dit sach een edel man van Bruessel die dair ridder wairt geslagen, geheiten Robbrecht Cotereal, die stac selven Francksch capiteyn van den pert ende terstont
doot geslagen. Dair blee¡ alte vele volcx verslagen ende vele edelen gevangen aen
beyden zyden. Dair bleef verslagen die heer van Boechout. Ende ten eynde nae
vele vechtinge behiielt die voirs. greve van Chairloys, geheiten hertoge Kaerle,
tvelt ende die coninc ruymden tvelt ende vloot bynnen Parys. Desen strydt tot
Montherrii gescieden in den iair M CCCC LXVI den XVIen dach in iulio.
193
1466-1467
Hoe den pays gemaect wert; hier creech hertoge Kaerle weder die steden op die Somme ende inVermendoys
fol. 227r
Daernae quamen by den voirs. greve van Chairloys, geheiten hertoge Kaerle, die
voirs. hertogen van Bourbon, van Berry, van Calabren ende van Britanien ende
die greve van Arminac, elck met zynre macht, ende laigen lange omtrent Parys. /
Ende coninc Lodewyc voirs., siende dat hy dus overvallen was van zyns selfs princen ende oec overmerckende zyn verlyes voirs., zoe dacht hy subtylic te sceyden en
lyet tot Con£ans by Parys een tractaet van peys maken nae der begerten des voirs.
hertoge Kaerls, hem weder overlatende die voirs. steden in Vermendoys ende op
die Somme. Ende die hertoge van Berry soude zyn hertoge van Normandien ende
die greve van Saint-Pol wairt gemaect conincstabel, etc. Dairnae schieden die heren mintlic van malcanderen ende die voirs. greve van Chairloys, by name hertoge
Kaerle, is oec vandair gereyst als een vrome heer met victorien.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXVIto : Martinus Monic, Ludolphus
Buck, Rycoldus die Borchgreue, Iohannes Ghyselen, Gerardus Bathens., Martinus ¢lius Nycolai Martens,Willelmus Pyckeuet.
Burgimagistri seu receptores: Michael de Breda, Henricus Eelkens. /
fol. 227v
Doirspronc der Ludickers oirloge
In den voirs. iair LXVI ende ten tyde van den voirs. scepenstoel worden die van
Ludick met fellen moede verwect opten voirs. hertoghe Philips ende den voirs.
heer Kaerle, zynen enigen zoen, ter cause van Lodewyc van Bourbon, horen
elect, dair hertoich Philips oem af was, dien zy verdreven hadden, omdat hy noch
geen priester en woude werden, soedat die stat van Ludick ont¢nc den marcgreve
van Badem voir gouvernoir des lantz van Ludic ende zy deden hertoge Philips
ontseggen ende zyn landen. Ende hertoich Philips ontseegt wesende dede hy zyn
palen besetten met volc ende maecten sekeren capiteynen, zoedatter zomwylen
scharmust wert. Sunderlinge gevyel enen groeten slach voir Montenaken dair
wel IIM Ludickers verslagen bleven.
Hoe hertoge Kaerle ierst voir Ludic quam ende die in genaden ont¢nc ierstwerven
fol. 228r
Corts dairnae quam uuyt Vrancryc die voirs. hertoge Kaerle, die men noempden
greve van Chairloys, enige zoen des voirs. hertoge Philips, met zynen volc ten
lande van Ludic wairt ende hii quam in de stat van Sint-Truyen. Dairnae trac hy
nae Ludic ende als die van Ludic dat vernamen, zoe quamen tot hem vele goede
ende wyse mannen van Ludic die myshagen hadden van den voirtstelle der quaden ende baden om gracie, zoedat hy die landen van Ludic ende van Loen ont¢nc
in gracien by zekeren middelen van tractate. Dairnae quam die voirs. hertoge
Kaerle by zynen vader in Brabant ende doe was gestorven vrou / Ysabeel van
Bourbon, zyn geselinne, die begraven wairt tot Sinte-Michiels tAntwerpen, dair
hy zeer droeve om was, want hy dairaf mar een dochter behouden hadde.
194
1467-1468
Hoe die Ludickers weder opstonden tegen hertoge Philips ende zynen soen ende sunderlinge die stat Dynandt; dat Dynant gewonnen
wert
Dairnae woirden die Ludickers argere dan tevoren, zunderlinge ende boven all
die stat van Dynant, die oic lasterlycke woerden spraken op hertoge Philips ende
zynen soen voirs., soedat hertoge Philips selver in zynre outheit ende hertoge
Kaerle, zyn zoen, trocken met heyrcracht int lant van Ludic ende vyelen neder
voir Dynant ende wonnen die stat die zeer sterc was bynnen IX dagen ende wert
verdestrueert dat den enen steen opten anderen nyet en blee¡ ende dat gescieden
int voirs. iaer LXVI omtrent Sinte-Bartholomeeusdach.
Dat die stat van Ludic anderwerven in genaden wert genomen
Ende als dat gesciet was trocken beyde die voirs. princen te Ludic wairt ende die
Ludickers waren te velde. Mar aenmerckende die grote macht der hertogen baden
zy weder om genade. Ende die princen namen se weder in genaden by middele
van groten sommen van penningen voir hen scade ende behoudelic oic dat se
den voirs. heren Lodewyc van Bourbon, horen elect, innemen souden, hem
doende dat se sculdich waren te doen, ende dat gesciet trocken beyde die princen
tot Bruessel. /
teser tyt sterff die tweeste hertoge philips ende nae
hem began te regneren hertoge kaerle van bourgoindien, syn soen
fol. 228v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXVIIo : Iohannes de Aa, Martinus de
Rode, Symon de Gheel, Iohannes Steenwech, Iohannes Spiker ¢lius Iohannis,
Godefridus Cleynael, Petrus de Drueten.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Geronx, Hermannus Coenen.
In desen iair voirs. den XIIen dach in iulio nae huldinge hertoge Kaerls hebben die
Staten van den lande van Brabant versceiden gebreken die se hadden ende die in
zynrer incoempsten nyet genoch vercleert en waren, overgegeven, dairop hertoge
Kaerle beloefden hen te remedieren, nae inhoude van zekeren brieven, beginnende: `Kaerle, by der gracien Goidz'ende begrepen opten blade.1
Dat hertoghe Philips van Bourgoindien ster¡
In den voirs. iair LXVII opten XVen dach van iunio die voirs. hertoge Philips van
Bourgoindien, oudt zynde LXXII ende regneert hebbende XXXVII, ster¡ tot
Brugge in Vlaenderen ende zyn lichaem wert begraven tot Gedeon in Bourgoindien by zyn ouders totten chartroysen ende zyn hert wairt gevuert van den bisscop
van Doernic tot Iherusalem, zoe hy begeert hadde, want hy had grote mynne tot-
1
Hierna ontbreekt het folionummer, deze oorkonde staat niet in het cartularium.
195
1467-1468
ter heiliger plaetsen ende plach in zynen leven den mynrebruederen aldair woenende in den berch van Syon vele goetz te doen. /
Van den iuwelen hertoge Philips1
fol. 229r
Die voirs. hertoge Philips hadde in zynen leven vele gouden ende zilveren vaten
ende costelycke iuwelen ende dierbaer gesteynte als ennich prince die men wiste.
Sunderlinge had hy onder vele andere dingen een lelye, dairin was een stuck van
Onss Heren nagel, die gepresen was C L M gouden croenen. Ende oic had hy enen
groten balays die by nachte een geheel camer verlichte.
Dat die oirdene van den GuldenVlies ingestelt is van hertoge Philips
van Bourgoindien
Dese hertoge Philips in zynre tyt onderhielt zeer hoechelic ende eerlic die oirdene
van den GuldenVliese, die hy zeer princelic ingestelt hadde.
ten tyde van hertoge kaerle van bourgoindien 2
Dat hertoich Kaerle van Bourgoindien wairt gehuldt3
fol. 229v
Nae dode van den voirscr. hertoge Philips van Bourgoindien soe wairt die voirs.
heer Kaerle, die men hyet die greve van Chairloys, hertoge van Lothriic, van Brabant ende van Lymborch, etc. ende wairt gehuldt te Loeuen, Bruessel ende Antwerpen int tvoirs. iair LXVII. / Ende die voirs. hertoige Kaerle, als hy ierst tot
Ghent in Vlaenderen ontfangen wairt, gescieden zynen genaden enen oploep
van der gemeynten, zoe zy van oudts gewoentlic waren te vorderen. Ende zy creegen alsoe eensdeels met gewelde ende eensdeels anderssins van den voirs. hertoge
Kaerle als horen greve zekere previlegien, die zy nyet langhe en gebruycten, want
hy dwancse corts dairnae datse in zyn handen overbrengen mosten alle hore previlegien die zy hadden ende dairnae mosten zy voir den prince comen te Bruessel,
dair zy horen voetval deden.
Hoe die Ludickers weder begonsten te rebelleren tegen hertoge Kaerle
Item ende dat dairnae als hertoge Kaerle ierst ontfangen was begonsten die van
Ludickweder te rebelleren tegen horen voirs. bisscop Lodewyc van Bourbon ende
tegens den voirs. hertoge Kaerle, zynen swager ende neve, ende belagen die stat
van Hoye, die zy wonnen. dWelc hertoich Kaerle voirs. vernemende track hii
dordwer¡ int lant van Ludick met alter groter heyrcracht. Als die van Ludick dat
vernamen, quamen zy op enen avontstont met XXM mannen om die stat van
Sint-Truyen tontsetten ende dair gevyel enen strydt dair hertoge Kaerle victorie
1
2
3
In margine nota.
Herhaald vanaf fol. 229v tot en met fol. 251r.
Nota boven de tekst toegevoegd.
196
1468-1469
fol. 230r
hadde, ende die van Ludick verloren IIIM mannen die dair doot bleven. Ende die
voirs. hertoge dede dair CCC ridderen slaen. Ende die strydt gesciet quamen die
van Sint-Truyen ten genade ende worpen hoir torns neder ende wulden1 hoir graften ende van gelycke deden die van den lande van Loen, als Hasselt, Borchloen,
Harcke, / Maeseycke, Bilsen, Breen, etc. ende die vanTongeren.
Hoe hertoge Kaerle dordwer¡ voir Ludick quam
Ende dat gesciet trac voirt die voirs. hertoge Kaerle voir Ludick met zoe groten
volc dat sonder getall was, ende als tvolc was voir Ludic nedergeslagen, doen worden die bourgers aldair van bynnen zoezeer verveert dat zy weder grote genade
sochten ende quamen uuyt in hoer lynen clederen voir hertoghe Kaerls tente, biddende om zyn ontfermherticheit.
Hoe hertoge Kaerle die Ludickers weder in genaden nam
Als zii lange op hoir kniien gelegen hadden, zoe namse hertoich Kaerle in genaden op sekere condicien, te wetene dat zy allen hoir wapenen overgeven zouden
ende hoer poirten, torren ende mueren afwerpen ende graven vullen, dair die hertoge voirs. met zynen volc in comen soude, als zy deden. Ende naedatse horen
voetval gedaen hadden, soe quam die voirs. hertoge Kaerle metten voirs. heren
Lodewyc, horen bisscop, bynnen Ludick. Ende alsoe bynnen Ludic wesende
moesten die van Ludic allen hoir bussen, harnasch, zwerden, boogen, etc. overgeven ende allen hoir poirten, torren ende mueren moesten zy afwerpen. Ende
horen pyeroen, dair zy hoir iusticie voir hyelden op die merct, die wert afgebroken
ende die prince voirs. deden vueren tot Brugge, dair hy geset wert op die borse.
Dat hertoge Kaerle erfvoegt is slantz van Ludic
fol. 230v
Item ende wert die voirs. hertoge alsdoen gemaect een erfvoegt ende mombair des
lantz van Ludick ende van Loen ende oic allen zyn nacomeren, hertogen van Brabant zynde. Ende des zoude hy van den lande iairlycx he¡en ende er£ic menich
dusent gulden. Ende die steden van den lande van Loen zouden hoer hootvonnissen teeuwigen daigen halen tot Loeuen. Ende / oeck zouden zy horen bisscop
voirs. ontfangen ende doen alse sculdich waren. Ende dat hertoge Kaerle voirs.
die voirs. Ludickers aldus dwanc, dairtoe was hy versocht van den paeus Paulus
die IIte om hoere groete ongehoirsamheit. Ende aldus worden die landen van Ludic ende van Loen all bynnen eenre maent verwonnen ende tonderbracht die tevoren zoe sterc waren datse nyemanden en ontsaigen.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXVIIIo : Goeswinus Heym, pro Pyckeuet
defuncto, Symon die Hoesch, Iohannes Spiker, Tielmannus Pyckeuet, Iohannes
de Arkel ¢lius Petri, Ghiselbertus Pels, Daniel de Gewanden, Iohannes de Ham.
Burgimagistri seu receptores: Christianus van den Meeracker, Reynerus van den
Hoeuel.
1
Mogelijk verschrijving voor vulden.
197
1468-1469
In isto scabinatu quarta marcii prestitit magister Willelmus de Busco iuramentum secretariatus huius opidi in loco Lamberti de Doernen, secretarii, qui obiit
secunda marcii.1 /
fol. 231r
Dat hertoge Kaerle een wyf trouden
In den voirs. iair LXVIII omtrent Sint-Iansmisse trouden hertoge Kaerle voirs.
tot enen wive Margrieten van Yorck, suster conincx Eduwarts van Engelant, van
welken huwelic die voirs. coninc Lodewyc vanVrancryc nyet wel tevreden en was,
wanttet verboden was allen den heren onder croenen vanVrancryc datse in Engelant geen huwelic doen en mochten. Ende dieselver coninc Lodewyc was van synnen dat hy den pays, tracteert nae den strydt tot Montherry, nyet en woude
houden, mar dacht den voirs. hertoge Kaerle weder af te nemen die voirs. steden
ende sloten op die Somme.
Hoe hertoich Kaerle weder metter macht inVrancryck toech
dWelc die voirs. hertoich Kaerle verstaende, vergaderden hy vele volcx van wapenen ende trac int iair voirs. omtrent Bamisse weder naeVrancryc ende ginc liggen tot Perone, dair die greve van Sint-Poul ende een legaet van Romen seer
arbeyden om tusschen beyde pays te maken, ende brachtent zoeverre dat die voirs.
coninc Lodewyc ende hertoge Kaerle tot Perone vergaderden ende maecten underlinge pays, want die coninc dede al dat hertoge Kaerl begerden.
Hoe die Ludickers weder rebelleerden
fol. 231v
Bynnen welcken tyde maecten hen weder sterck die ballinge ende die GroenTente
van Ludic ende quamen bynnen Ludic ende bedreven dair wonder, want zy verdreven dairuuyt diegeen die hertoge Kaerle dairinne geset hadde. Ende bisscop
Lodewyc van Bourbon was op die tyt / tot Tongeren met vele edelen, als die heer
van Bergen ende andere, diewelc vernemende dat peys was tusschen den voirs.
coninc Lodewyc ende hertoge Kaerle, waren zy verblyt ende zy deden dair vieren
maken opte strate.
Hoe bisscop Lodewyc gevangen wert
Ende in derselver nacht quam die voirs. Groen Tente van Ludick subtylic bynnen
Tongeren al gewapent met mennichte van volc ende ryepen ter merct:`Vive le roy',
ende zy vingen horen bisscop ende vuerden hem tot Ludick ende zy maecten die
stat sterck met graven ende bolwercken. Ende hertoge Kaerle voirs. te Peronen
zynde ende vernemende dat zy sconinx roep hadden geroepen ende horen bisscop gevangen ende hoe die Groen Tente bynnen Ludic zeer sterc was, zoe wert
hy zeer gram ende hy ginc tot in des coninx camer, die noch te Perone was, ende
1
Vertaling: in dit schepenjaar op 4 maart legde meester Willem van den Bosch de eed op het
secretarisambt van deze stad af in plaats van secretaris Lambert van Deurne die op 2 maart
overleden was.
198
1468-1469
sprac hoe die van Ludic metter Groen Tenten waren comen tot Tongeren, roepende:`Vive le roy', ende hedden horen bisscop gevangen tot Ludick gevuert.
Hoe die coninc vanVrancryc met hertoge Kaerle voir Ludic quam
fol. 232r
Ende dat dit aldus gesciede dat woude hertoich Kaerle den coninc opleggen als
des medeplichtich zynde, aengesien datse des conincx roep geroepen hadden.
Mar die coninc loechende dat sterckelic ende zwoir dat hy van horen opsette nyet
en wiste noch dat by zynen consente oft wille nyet gesciet en was ende dat hy dat
verantwoirden woude. Ende oft noot wair, hy woude selve met hertoich Kaerle
voir Ludic trecken, zoe hy oic dede ende quam met hem voir Ludick ende beleyden die stat. Ende dair werden / buten Ludic vele Lukenaers gedoot van sheren
volc van Rauesteyn, die doe die vangaerde vuerde van hertoge Kaerls heyr. Ende
die van Ludic, dit wetende, quamen uuyt met Sint-Andriescruce ende zy dode vele
van hertoge Kaerls volc, eer dat ment wiste int heyr. Die van Ludic, vervairt
zynde, spraken tot horen bisscop dien zy gevangen hadden, dat zy hem zouden
laten gaen, woude hy henlyeden pays verwerven aen den hertoich, zynen neve,
dwelc die bisscop hen geloefden te doen. Ende zoe trac hy uuyt totten hertoge,
mar diewyle dat men van peys sprac, zoe zyn CC Lukenaers heymelic by nacht
uuytgecomen in hertoge Kaerls heyr tot by zyn tente ende zy staken tvier in sommige logisen, dodende vele goeder mannen eert men vernam, mar zy bleven dair
meest al verslagen.
Hoe hertoge Kaerl Ludic wan met gewalt
Doe wert hertoge Kaerle zoe gram dat hy die stadt woude bestormen ende dede
zoe vreeslyke assout op die stat, dat hyse wan met geweldiger hant.
Ende hoe hii metten coninc vanVrancryc binnen Ludic quam
fol. 232v
Ende hy quam metten coninc vanVrancryc dairbynnen met groten volc ende het
wairt al dootgeslagen dat men vant, mannen ende vrouwen, sunderlinge dat men
ter wapenen vant, ende dair wertter vele in der Mazen verdroncken.Vele vrouwen
worden dair gevioleert, dair en wairt nyemand gespaert. Aldus wairt die stat van
Ludic gewonnen met assaute int voirs. iair M CCCC LXVIII opten XXIXen dach
octobris des sondaigs voir /Alreheiligendach te hoichmisse tyde als den introitus
ende begin van der missen was, wel dienende ter materien `Omnia que fecisti nobis, Domine, in vero iudicio fecisti quia peccavimus Tibi', etc. Dairnae wert die
stat van Ludic al beroeft ende gespolieert ende die hertoge deedse tsamen verbranden ende die huysen afbreken. Dairnae reysden die voirs. coninc Lodewyc
inVrancryc ende hertoge Kaerle blee¡ dair, totdat hy dlant al in ordinancien had
gestelt alsoet hem gootdochte, ende dairnae quam hy tot Bruessel.
Van der feesten van den Gulden Vlies
Dairnae trac hertoge Kaerle tot Brugge dair hy zyn feest hielt van der oirdenen
van den GuldenVlieze. Ende dair waren bescreven allen die heren van der oirdenen om ter feesten te comen. Ende die heer van Croy quam dair uut Vrancryc,
199
1468-1469
want al was hy verdreven geweest, nochtan en konde men geen valsheit aen hem
gevynden. Mar die greve van Nyuers ende van Stampes en wouden dair nyet comen, overmit dien dat hy dair tevoren te Perone gevangen had geweest ende beschaempt van hertoge Kaerls wegen.
Aengaet den Groeten Gasthuys1
In den voirs. iair LXVIII den XXVIIIen dach februarii heeft hertoich Kaerle consenteert dat men den Groeten Gasthuys bynnen deser stat doen mach besetsel van
gueden, nyettegenstaende den previlegien gegeven by hertoge Philips van Bourgoindien in den iair LXIII twe dagen in ianuario; prout in litteris incipientibus:
`Kaerle, by der gracien'et comprehensis folio CCCC LXXVII.
Hoe hertoge Kaerle dien van Lyer gecon¢rmeert heeft die vedemarct
ende gewilt datse dair ewelic werde gehouden1
fol. 233r
Oeck in den voirs. iair LXVIII den VIIIen dach in merte soe heeft die / voirs. hertoge Kaerle van Bourgoindien, van Lothryc, van Brabant, etc. voir hem, zynen
oire, erven ende nacomelingen hertogen ende hertoginnen van Brabant, der stat
van Lyer gerati¢ceert, gecon¢rmeert ende geapprobeert die brieven van previlegien hen by zynen vorderen verleent van der vedemarct, ende denselven die vedemarct van nuwes verleent, verclerende dat van den XXen dage van ianuario
lestleden voirtane tot ewigen dagen die voirs. vedemarct aldair sal werden gehouden alle gwoensdage van elcker weken ende nergens elders bynnen Brabant ende
dat alle coepluyden van buyten ende van bynnen ende alle andere die ennige beesten bynnen denselven lande van Brabant zullen willen vercopen, die zullen brengen ende sculdich wesen te brengen tot Lyer, die aldaer te stapele te stellene ende
opten voirs. goensdach hoir merct aldair te houdene ende den heer dairaf betalen
den sculdigen tol, etc. ende dat altyt sonder preiudiis van den rechten ende previlegien der steden van Loeuen, Bruessel, Antwerpen ende sHertogenbosch ende
van Mechelen, all opte verbuerte van den beesten ende X ponden zwarter tornoysen, etc. ende dat alle coepluyden hoir ossen ende vede brengende ten versueck der
o¤cieren opte palen slantz van Brabant zittende, sculdich zullen wesen caucie te
setten, datse dairmede hoir mercte tot Lyer zullen houden, die aldair driven ende
vercopen, opte verbuerte van den ossen ende vede ende X ponden tornoysen
voirs. ende noch opten peen van VI Bourgoenssche gulden ende oic op zekeren
peenen die de o¤cieren verboeren zouden by gebreke, etc.; prout in litteris incipientibus: `Kaerle, by der gracien Goids', etc. et comprehensis folio CC VIII. /
fol. 233v
Van den toll tot Woudrichem ende Ghyessen
Oeck in den voirs. iair LXVIII den XXVIten dach merte2 soe heeft dese stat zekere
wairheiden geleydt aengaende van den toll van Woudrichem ende van tgeen dess
men aldair sculdich is, te wetene tot Woudrichem een Vlemsschen ende tot
1
2
In margine nota.
Deze datering wijkt af van die in het cartularium fol. 595r, waar sprake is van augustus.
200
1469-1470
Ghyessen een cleyken, etc.; prout in acta desuper expedita, incipientia: `Allen
ende enen yegelycken'et comprehensa folioVC XCI. Dit voirs. beleydt sal men bevynden in der scryfcameren after in der kisten aldair staende.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXIXo : Iohannes Monix ¢lius Iacobi, Rodolphus die Beuer ¢lius Rodolphi, Goeswinus van den Hezeacker, Iohannes
Ghysselen ¢lius Iohannis, Rodolphus Dicbier, Nycolaus de Berkel,Willelmus de
Busco.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Zeelmeker, Petrus Colen.
In isto scabinatu XVIta aprilis obiit Rutgerus de Arkel et institutus est in locum
eius in eodem scabinatu XVIIIa aprilis Franco de Langel, qui eodem die prestitit
iuramentum.1 /
fol. 234r
fol. 234v
Dat die cloesteren van den manspersonen verbonden zyn te comen
tot allen processien die men hier houden sal: hoese gaen moeten,
hoese singen zullen
In den voirs. iair LXIX den XXVIten dach februarii nae scryven des hoefs van Ludic soe hebben de cloesteren van den mannen bynnen deser stat ende hare parochien gelegen, onder den peen van hondert nobelen, hen verbonden te comen tot
allen den processien die bynnen deser stat gehouden zullen werden, ende dairinne te houden die ondergescreven manier van gaen, gelyc by zekere arbiters, by hen
dairtoe gecoren, uuytgesproken is onder dese navolgende woerden, te wetene:
`Nos Iohannes de Platea, decanus, Goeswinus Keymp et Iohannes de Andel, canonici ecclesie sancti Iohannis evangeliste opidi de Buscoducis, necnon Goeswinus Heym, Symon die Hoesch, Symon de Gheel et Iohannes Monix, scabini,
iurati et consulares dicti opidi per patres priores conventuum subscriptorum
electi, etc., dicimus, arbitramur et ordinamus quod in omnibus et singulis processionibus per clerum et populum huius opidi per idipsum opidum exnunc et in
antea perpetuis futuris temporibus tociens quociens facientibus, prior et conventus de Porta Celi, dum ad hoc vocati fuerint, impedimento glaciei ac legitimo ac
canonico cessante ante scolares dicte ecclesie in duobus lateribus iuxta modum
eiusdem ecclesie sine medio incedent ac ante eos prior et conventus fratrum predicatorum etiam in duobus lateribus ac ante eos guardianus et conventus fratrum
minorum etiam in duobus lateribus necnon prior et conventus fratrum cruciferorum consimiliter in duobus lateribus; eosdem guardianum et conventum fratrum
minorum precedent cum cruce cuiuslibet eorum in medio eorum, quos modum
et ordinem arbitramur et dicimus exnunc deinceps per patres, fratres et conventus
predictos perpetuo esse servandos, sub pena pretacta, eosdem religiosos pie exhortantes quatenus pro maiori populi devotione excitanda domino / Deo in ymnis et canticis spiritualibus voce et ore psallentes vices successivas, prout
quemlibet eorundem conventuum continget in cantu et orationibus Deo persolvendis, quilibet videlicet eorundem seorsum et per se iuxta consuetudinem cuius1
Vertaling: in dit schepenjaar op 16 april overleed Rutger van Arkel en in zijn plaats werd in
ditzelfde schepenjaar op 18 april Frank van Langel aangesteld, die op dezelfde dag de eed
a£egde.
201
1469-1470
libet eorum, collegio dicte ecclesie primitus inchoante et aliis successive prosequentibus peragere et in illis se exercitare velint'; prout in quodam instrumento
manu domini Iohannis Amelrici tamquam notarii conscripto et subsignato continetur lacius, incipiente vero:1 `In nomine sancte et individue Trinitatis, amen',
etc. et comprehenso folioVC LXXXVII.
Uuytspraeck tusschen tcapittel ende deser stat aengaende der ordinancie van den brande van den iair LXIII
fol. 235r
fol. 235
v
Oeck in den voirs. iair LXIX den XIIIen dach ianuarii oec nae scryven des hoefs
van Ludic, soe is tusschen den capittel deser stat ende den suppoisten desselfs ter
eenre ende dese stat ende haren ingesetenen ter andere zyden aengaende der saken van den brant die geweest is bynnen deser stat int iair LXIII lestleden, by heren Yewaen Moll, ridder, hoichscouthet deser stat, ende meester Gerarden
Hoernken, priester, een uuytspraeck gedaen als hiernae volgt, te wetene in den
iersten zoe noch vol nae V iaren zyn geordineert om die stat te repareren dat in
den eynde derselver vyf iaren egeen poincten onderbescreven der eender partyen
tegens die andere preiudiis doen en sullen, mar elc partye sal staen tot zynen rechte als hy dede voir den voirs. brant; / item die heren van den capittele ende hoir
supposten zullen moegen brouwen ende bier van buyten doen comen als zy tot
her toe gedaen hebben ende dat gebruycken sonder assyns voir henselven ende
dieners;
item die heren ende suppoisten van den capittele en zullen bynnen dese voirs. vyf
iaren egenen gemeynen wynkelder houden, etc.;
item als van den renthen ende chynsen gaende uuyten verbranden erven bynnen
deser stat, tcapittel ende hoir suppoisten zullen naevolgen die ordinancie by onsen genedigen heer dairop gemaect;
item dat dese stat den capittel ende horen suppoisten tot horen harden dack te baten comen zal gelyc anderen ingesetenen nae uuytwysen der ordinancie dairop
gemaect, te wetene aen de roy leydacx II Rynsgulden ende tycheldacx XXIIII stuvers, etc.; prout in instrumento manu domini Iohannis Amelrici conscripto et
subsignato lacius continetur incipiente:1 `Notum sit universis et singulis', etc. et
comprehenso folio CC LXXXVI.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXo : Gerardus de Vladeracken, Martinus Monic,Willelmus de Ghent, Amelius de Boechem,Willelmus Monix, / Arnoldus de Weilhuysen, Iohannes Witmerii, Gerardus de Eyck, pro Vladeracken
defuncto, qui prestitit iuramentum penultima iunii, Iohannes de Hedel, pro dicto
Witmerii qui obiit XXVta septembris.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Oedeuair, Henricus de Oyen.
In isto scabinatu prima februarii prestitit magister Henricus Pelgrom iuramentum secretariatus.2
1
2
Vertaling: zoals uitvoeriger beschreven staat in een zekere notarie«le akte die geschreven en
ondertekend is door de hand van heer Jan Amelrijk (als notaris) en die begint:
Vertaling: in dit schepenjaar legde meester Hendrik Pelgrom op 1 februari de eed op het secretarisambt af.
202
1470-1471
Aengaet der Gevangenpoirten
fol. 236r
In den voirs. scepenstoel den IXen dach in merte des saterdaigz nae den sondach
Invocavit soe es gecomen een bode onss genedigsten heren met Henricken Selen
als hoichrentmeester van Den Bosch met zekere brieven van mandamenten ende
stelden ArndenVrancken, die doen deen helfte van der Gevangenpoirten bedienden, opter selver poirten in der gevanckenisse in meyninge van onss genedigs heren wegen andere die hy presenteerden dairinne te stellen ende die o¤cie te doen
bedyenen, dairtegens Willem van den Velde ende Willem van Oisterwyc, dien die
proprieteyt van der poirten toebehoirden, hen heerlycken opponeerden ende des
aen den Hoigen Raet ons genedichsten heren appelleerden, hoepende ende meynende in hoer possessie te bliiven; dairaf een certi¢cacie voir scepenen /deser stat
wairt gemaect, beginnende:`Wy, Gerardt vanVladeracken', etc. ende is begrepen
opten bladeVC XCV.
Hoe coninc Eduwairt uuyt Engelant wert verdreven
fol. 236v
In den voirs. iair LXX wairt uuyt Engelant verdreven greve Ritzairt vanWeerwyc
ende hy trac by coninc Lodewyc vanVrancryc, hoepende by zynre hulpen coninc
Eduwart te verdriiven ende coninc Henricken, die gevangen lach, weder coninc te
maken. Want die prince van Galles, zoen coninx Henricx, had desen greve zyn
dochter te wive gegeven, welcke prince van Galles was coninc Lodewycken nae
belanck van zynre moederwegen, die coninc Ronez van Sicilien dochter was, bestaende den coninc in den IIten graed. Aldus pynden hem dese greve partye te maken tegens hertoge Kaerle ende hy roefden op die zee dieVlemssche, Hollantsche
ende Zeelantsche scepen. Ende hy trac alsoe met macht in Engelant, met hem
hebbende een deel Fransoysen, om coninc Eduwart te verdriven ende hy quam te
Dortemuye in Engelant, zoedat hy by conspiracien van zynen vrienden die hy in
Engelant hadde, coninc Eduwairt verdreef. Diewelc, siende dat hy verraden was,
weeck hy uuyt Engelant ende quam in Hollant omtrent Bamisse ende hii lach in
Den Hage tot Korsmisse. Dairnae track hy by hertoge Kaerle tot Hesoyn in Artoys ende by zyn suster, hertoge Kaerls huysvrouwe, om hulpe / van hem te hebbene ende Engelant weder te crigen.
Hoe coninc Eduwairt weder in Engelant quam ende coninc wert
Ende hertoge Kaerle dede hem bystant van volcke ende van scepen, zoedat hy in
den vasten dairnae trac in Engelant ende opten heiligen Paeschdach by de stat van
Londen hadden zy enen stryt tegen coninx Henricx soen ende den greve van
Weerwyc voirs. ende coninc Eduwart had victorie mits sommige heren ende die
greve van Weerwyc bleef dair verslagen. Ende coninc Henric wert weder gevangen ende zyn zoen en woude coninc Eduwairt nyet kennen voir coninc ende hy
wert gedoot. Ende coninc Eduwairt wert weder geweldich coninc van Engelant.
Oeck in den voirs. iair LXX den XXVIIIen dach merte voir Paeschen hertoge
Arnt van Gelre, wesende tot Ghent, heeft voir notaris ende getugen bekent te wesen een leenman als van ennigen plecken des hertogen van Brabant, etc. ende onder meer heeft geloeft die bourgers deser stat hoir vryheit van tol te houden in den
203
1471-1472
lande van Gelre; prout in instrumento incipiente:`In nomine Domini, amen', etc.
et comprehenso folio CCCC LXIII.
fol. 237r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXIo : Martinus de Rode,Theodericus de
Aa, Adam die Lu,Willelmus de Buchouen, Theodericus die Borchgreue, Petrus
Pels, Iohannes Pynappel. /
Burgimagistri seu receptores: magister Ghyselbertus Luey, Arnoldus ¢lius Willelmi Heymans.
In den voirs. iair LXXI den XVIIIen dach in oixt seynden hertoge Kaerle van
Bourgoindien sekere vermaenbrieven aen Nymegen, Zuytphen, Arnhem, etc.,
datse souden ophoren van versceyden overdaden diese vorderden in achterdeel
hertoge Arnts van Gelre; folioVC LIII.
Hoe die coninc vanVrancryc weder innam Amyens ende Sinte-Quintyns
Ende bynnen den voirs. tyde als die voirs. greve van Werwyc tusschen den coninc
vanVrancryc ende hertoge Kaerl weder twist gemaect hadde, soe nam die coninc
weder inne die steden van Amyens ende Sinte-Quintyns, etc. dWelc hertoge Kaerle vernemende vergaderden hy grote volck ende trac als int voirs. iair LXXI nae
Dertiendach weder inVrancryc, slaende zyn perck voir Amyens, dair hy bleef liggen tot in den meye. Ende dair wert dycwyle gescarmust, want die Grote Salizairt
lach bynnen Amyens ende quam dycwyle uuyt op des hertogen volc ende worden
dan dycwyle in de stat gedreven, vele min dan zy uuytquamen. Ten eynde wert
dair een bestant gemaect, een iair lanc durende.
In den voirs. iaer LXXI denVIIen dach in merte dede heer Peter vanVertaing zynen eedt opt hoichscouthetscap der stat van sHertogenbosch ende geloefden mede voir notaris ende getugen bynnen acht1 naestcomende wittelic te doceren dat
hy was een geboren Brabander ende oft hy des nyet en dede, zoude den voirs. eedt
wesen nul, crachteloes ende van onwerden.
fol. 237
v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXIIo : Theodericus de Os, Henricus
Monix, / Symon de Gheel, Arnoldus de Campen, Iacobus deVladeracken, Godefridus die Lu, Hermannus Coenen.
Burgimagistri seu receptores: Arnoldus Pels ¢lius Petri, Arnoldus Eelkens.
Dat hertoge Arnt van Gelre overgaf dlant van Gelre voir III CM gouden gulden, die hy van hertoge Kaerle ont¢nck
Anno predicto septima decembris Arnoldus, dux Gelrie et Iulie, post suam liberationem a sua capitivitate ducatum Gelrie et comitatum Zuytphanie cum omnibus eorum civitatibus, opidis, castris, villis, territoriis, nemoribus, silvis, aquis,
etc. pro summa trecentorum millium £orenorum Renensium boni auri et iusti
ponderis dicto duci Karolo de Bourgoindia cessit et tradidit; prout in litteris incipientibus: `Arnoldus, Dei gratia', etc. et comprehensis folio CCCC LXVIII.
1
Aldus hs., hierna ontbreekt waarschijnlijk daigen.
204
1472-1473
Aengaet der hertellingen
fol. 238r
In den voirs. iair LXXII den XXten dach in april soe heeft hertoge Kaerle van
Bourgoindien voirs. den scouthet deser stat oft zynen stathelder bevolen dat zy
achtervolgende den slote van der hertellinge iegenwoirdelic by den tween werlycken Staiten genomen te byzyne van den wethouderen oft gedeputeerden deser
stat op zyne ende hoir eeden ende consciencie zouden tellen ende in den steden,
vryheiden ende dorpen bynnen deser meyeryen by den o¤cieren, wethouderen,
parochianen ende heilich-geestmeesteren van elcker stadt, vryheit ende dorpe
doen tellen elken die hertsteden onder elcken staende, te weten een woenhuys
dat bewoentlic is, groot oft cleyne, het1 dat teser tyt bewoent is oft nyet, by rycken
oft armen, geestelic oft weerlic, ende tgetal dairaf setten ende doen setten by goeder declaracien in gescrifte, van strathe te strathen, ondersceydende die hertsteeden van elcken plaetsen zoe die in der beden / gewoentlic zyn gesedt te werdene,
ende die plaetsen dair die contribucien der beden gedaen wordt, ende die goedshusen die nyet gewoentlic zyn mede te gelden, ende tgetal daira¡ setten in gescrifte oft doen setten ende bezegelt overseynden met enen wairechtigen bode in
handen van den commissaryssen dairtoe gestelt tusschen die tyt in den sondach
van Pinxten doen naestcomende, verstaende dat die voirs. tellinge by den voirs.
scouthet ende den voirs. anderen o¤cieren gedaen sal werden sonder loen, behoudelic dat die boden die de tellingen voirs. zullen brengen, dairaf zullen hebben
horen redelycken sallaris, die onsen genedige heer voirs. zal doen setten met zynrer genaden beden ten naesten termyne totter plaetsen, etc.; prout in litteris incipientibus:`Kaerle, by der gracien Goids', etc. et comprehensis folio CCC LXXXI.
In den voirs. iaer LXXII den XXXen dach in meye geloefden hertoge Kaerle van
Bourgoindien te betalen die er¡- ende lyfrenten die dese stat voir hem geloeft ende
vercoft had; prout in litteris folio C LXXXII.2
Hoe hertoge Kaerle weder in Vrancryc trac, doende dair groeten
scade
fol. 238v
In den voirs. iair LXXII, naedien dattet voirs. bestant in den voirgaende iair gemaect tusschen den voirs. coninc Lodewyc ende hertoge Kaerle voirs. uuytgegaen
was, soe is dieselver hertoge Kaerle weder met groeter heyrvairt gereyst inVrancryc ende hy belach ende wan die steden van Nelle inVermendoys, die al gedestrueert wert. Desgelycx wan hy Roye ende Mondidier. Dairnae trac hy voir die stat
van Beuays, die hy mett groeter haest / vreeslic bestormden met assaute, mar die
van bynnen weerden hem vromelic van des smorgens totten donckeren avont ende
des avontz quam dairbynnen versch volc van sconincx ordinancie. Ende als die
opte mueren begonsten te comen, zoe trac shertogen volc a¡ ende hy ginc liggen
dairby int cloester van Sinte-Luciaen. Dairnae ginc die voirs. hertoge Kaerle die
stat noch vreesliker bestormen, mar wantter vele volcx versschelic incomen was,
zoe en const hyse nyet gewynnen in dien male.
1
2
Aldus hs., hierna ontbreekt waarschijnlijk sy.
In margine nota.
205
1472-1473
Hoe hertoge Kaerle verbranden vele dorpen inVrancryc
Soe opbrac die voirs. hertoge Kaerle ende trac met overmoede te Rouwaen wert
ende onderwegen verbranden hy dlant van Caux in Normandien, wel M dorpen
ende meer. Ende comende voir Rouwaen was dair zeer sterc bynnen die conincstabel ende dair wesende wairt bestant gemaect totten iair LXXIIII. Ende zoe
keerden die voirs. hertoge weder tot zynen lande.
Van eenre cometen
Oeck in den voirs. iair LXXII omtrent Sinte-Agnetendach in de loumaent sach
men in de locht alten vreesliken comete ende duerden langen tyt tot by Paesschen
ende zy was vlammich met enen langen, breeden stert, by nachte luchtende als die
maen.
Aengaet der gevenckenis hertoge Arntz
fol. 239r
Oeck in den iair voirs. want die voirs. Adolph, zoen hertoge Arnoutz van Gelre,
zynen / vader gevangen had ende gehouden hadde well VII iaren ende maecten
hemzelven heer by toedoene van sommigen heren ende steden slantz van Gelre,
soe wasser grote partysscap ende oirloge opgeresen tusschen hem op deen zyde
ende hertoge Iannen van Cleue, zynre moeder brueder, ende den heer van Egmont, zyns vaders brueder, met zynen kynderen op dander zyde, dairafvele blootstortinge ende scaden quam. Papa Paulus scree¡ aen hertoge Adol¡ zynen vader
loss te laten; patet in littera1 ad signum (½27) ac folio CCCC LXXV.
Dat hertoich Arnt uuyter gevenckenisse quam
Soe is wair dat die keyser Frederic ten versueck van den heer van Egmont den
voirs. hertoge Kaerle commissie gaf ende maecten hem richter in der saken tusschen den voirs. hertoge Arnout ende Adolphen, zynen zoen. Soe dede hertoge
Kaerle zoevele aen den voirs. Adolphen, dat hy zynen vader uuyter gevenckenisse
lyet.
Hoe hertoich Adolph quam tot Hesdyn by hertoge Kaerle
fol. 239v
Ende hertoge Kaerle ontboet denselven Adolphen bii hem te comen tot Hesdyn,
dair hy quam. Ende zoe hy zeer onbehoedt van woerden was, zoe sprac hy spitige
woerden in shertogen presencie, zoedat hy dair gehouden wert ende en mocht
nyet wederkeren noch van hertoge Kaerle oirlo¡ crigen. Mar heymelic met hem
ander ontreet hy ende quam tot Namen ende vandair meynde hy te sceep te varen
lancx die Maze neder, mar hy wert dair bekent van zynen werdt, die dat te kennen
ga¡, zoedat hy gevangen wert ende wederbracht by hertoge Kaerle, die welke /den
voirs. Adolphen vast gevangen dede leggen tot Vilvoerden ende hy bleef gevangen
zoelange als die voirs. hertoge Kaerle leefden.
1
Vertaling: het blijkt uit een brief.
206
1472-1473
Afcoep des rechtz van Gelre aen den hertoich van Guylic gedaen
fol. 240r
Voirt meer want hertoge Kaerle metter wairheit bevant dat hertoge Arnt ende
Adolph, zyn zoen, dlant van Gelre tonrecht besaten, als comen zynde van der
ioncster dochter ende dat die hertoge van Gulic was als afcomen zynde van der
oudster dochter ende hem oic by keyserlycken vonnisse aengewesen was, soe heeft
hertoghe Kaerle den hertoge van Guylic a¡gecoft zyn recht om LXXXM gouden
gulden, die dairvoir betaelt worden. Oeck had hertoge Arnt den voirs. Adolphen,
zynen zoen, onterft overmits die grote mesdaet die hy tegens zynen vader begaen
had, ende overgaf zyn recht den voirs. hertoge Kaerle. tSelve, als dat die voirs. hertoge Arnt ende Adolph, zyn zoen, dlant van Gelre tonrecht besaten, blyct oeck
claerlic uuyt tgeen des hiernae volgt.
Linea1 ducum Gelrie et quomodo femineus sexus / in ducatu succedere non potest, quia feodum masculinum est. Primus Gelrie dux vocatus est Reynaldus, qui
1
Vertaling: de afstamming van de hertogen van Gelre en dat vrouwen in het hertogdom niet
kunnen opvolgen, omdat het een zwaardleen is. De eerste hertog van Gelre heette Reinoud,
die tot wettige vrouw nam Alienora, dochter van de koning van Engeland, bij wie hij drie kinderen kreeg, en wel twee zonen en ëën dochter. De oudste zoon heette Reinoud, gewoonlijk
Reinoud de Dikke genoemd, de jongste zoon heette Eduard en de dochter, naar men meent
Maria geheten, trouwde met de eerste hertog van Gulik. Eduard voornoemd, hoewel jonger
dan zijn broer Reinoud die krijgsgevangen werd gehouden, nam het hertogdom Gelre in bezit. Deze Eduard stierf. Reinoud echter werd in de stad Tiel uit zijn krijgsgevangenschap bevrijd na de dood van zijn voornoemde broer, regeerde daarna het hertogdom en hij stierf
zonder een wettige, levende nakomeling. Na de dood van beide broers was de hertogszetel
van Gelre vacant, niemand immers durfde die zich toe te eigenen. Als eerste scheen de voornoemde hertog van Gulik, die vanwege zijn voornoemde echtgenote Maria, zuster van genoemde Reinoud en Eduard, de naaste erfgenaam, maar hij nam zich voor het hertogdom
Gelre niet in bezit te nemen. Hij wist dat dat hertogdom een zwaardleen was en dat het daarom aan de keizer teruggevallen was.
En in die tijd regeerde Karel IVals keizer, die als broerWenceslas van Bohemen had, hertog
van Brabant via diens wettige vrouw hertogin Johanna. Deze Wenceslas ging oorlog voeren
tegen de voornoemde eerste hertog van Gulik, waarbij hij werd verslagen en doordeze hertog
van Gulik gevangen genomen. De Brabanders konden deze Wenceslas die lange tijd krijgsgevangen werd gehouden, niet vrijkopen wegens het door hem verslapte en verwaarloosde
bestuur en ze deden ook niet veel moeite voor zijn vrijlating. Daarom reisde genoemde keizer
Karel naar Aken waar in vreedzame gesprekken en vriendschappelijke besprekingen met de
keurvorsten, vooral echter met de paltsgraaf, overeengekomen en besloten werd dat hertog
Wenceslas uit krijgsgevangenschap bevrijd zou worden en dat genoemde keizer KarelWillem, zoon van de voorschreven hertog van Gulik, in het hertogdom Gelre zou aanstellen en
hem ermee zou belenen. Genoemde Willem, zoon van de hertog van Gulik, ontving dit hertogdom dan ook in leen van de keizer, omdat zoals gezegd het hertogdom aan de keizer vervallen was. Na rijp beraad met de voornoemde eerste hertog van Gulik, hoewel die voogd was
van zijn genoemde echtgenote, de dochter van genoemde Reinoud, eerste hertog van Gelre,
wilde genoemde keizer Karel het niet schenken, opdat later door niemand gezegd kon worden dathet in de vrouwelijkelijn gee«rfd was doordeze hertog van Gulik als voogdvoornoemd,
hetgeen opnieuw tweespalt teweeggebracht zou hebben tot groot nadeel van het rijk. Daarom
gaf hij het hertogdom Gelre in leen aan de zoon van deze hertog van Gulik en niet aan de
hertog zelf.
De reeds genoemde eerste hertog van Gulik verwekte bij zijn genoemde echtgenote Maria,
dochter van genoemde Reinoud eerste hertog van Gelre, drie kinderen, te weten: ten eerste
Willem, voornoemde hertog van Gelre, die na de dood van zijn genoemde vader hertog van
Gelre en Gulik werd en die overleed zonder wettige overlevende nakomelingen'; ten tweede
w
207
1472-1473
fol. 240v
Alienoram, ¢liam regis Anglie, in legitimam duxit conthoralem, ex qua tres proles genuit, duos scilicet ¢lios et ¢liam unicam; et maior natu ¢lius Reynaldus vulgo Reynaldus Pinguis dictus est et minor natu Eduwardus, ¢lia quoque Maria, ut
creditur, dicta, primo duci Iulie nupsit. Eduwardus predictus licet iunior fratre
suo Reynaldo in captivitate detento occupavit ducatum Gelrie. Obiit idem Eduwardus. Reynaldus autem, in opidoTyela liberatus a captivitate post mortem dicti
sui fratris, eundem rexit ducatum et decessit absque prole legitima superstite permanente. Post quorum fratrum obitus vacavit ducatus Gelrie, nemo enim illi se
intromittere ausus fuit. Primus dux Iuliacensis predictus, qui ex parte dicte Marie,
conthoralis, sororis Reynaldi et Eduwardi predictorum, proximior heres videbatur, ipsum tamen Gelrie ducatum occupare non presumpsit. Scivit eundem ducatum feodum masculinum et ita ad imperatorem esse devolutum. /
Et eo tempore Karolus Quartus regnavit imperator, cui frater erat Wenceslaus de
Bohemia ex parte ducisse Iohanne, sue legitime coniugis, Brabancie dux. Quiquiw Reinoud, die na de dood van zijn genoemde broer beide hertogdommen tegelijkertijd re-
geerde zonder wettige nakomelingen tot op de laatste dag van zijn leven; ten derde kreeg hij
een dochter die trouwde met de heer van Arkel. Heer Jan van Egmond schaakte een wettige
dochter van genoemde Gulikse dochter, uit welke heer Jan van Egmond en genoemde dochter van genoemde dochter van de voornoemde eerste hertog van Gulik geboren is Arnold van
Egmond, welke Arnold hertog van Gelre genoemd werd en die de grootvader was van heer
Karel van Egmond, nu namelijk in het jaar 1514 levend, en welke heer Arnold naliet bovengenoemde Adolf, zijn zoon, door wie hij in gevangenschap werd gehouden. Omdat de instelling in en de schenking van het leen, het hertogdom Gelre, gedaan is als een vacant
zwaardleen, toegevallen aan de keizer, en niet als van een leen van vaderszijde, zoals heel
duidelijk opgemaakt wordt uit de akte van genoemde keizer, uitgevaardigd voor hertogWillem, zoon van de eerste hertog van Gulik, in het hof of het huis van Gulik, blijkt hieruit helder
dat dit veelgenoemde hertogdom Gelre een zwaardleen is en dat dit hertogdom aan het huis
van Gulik gekomen is, niet krachtens opvolgingsrecht, maar door een keizerlijke schenking.
Uit dezelfde akte blijkt immers dat er belening gedaan is van een vacant en teruggevallen
leen, hetgeen duidelijk een schenking is, aangezien immers noch de dochter van de eerste
hertog van Gelre, gehuwd met de eerste hertog van Gulik, noch hun zonen in het hertogdom
hadden kunnen opvolgen zonder keizerlijke schenking zoals voorschreven is, enz.
Vraag is hoe heer Arnold van Egmond, die gewoonlijk hertog Arnold genoemd wordt, in dat
hertogdom Gelre kon opvolgen, omdat hij zelf geboren is uit een dochter van de zuster van
Willem en Reinoud, hertogen van Gelre en van Gulik, en wel uit de dochter van de dochter
van de eerste hertog van Gelre en aangezien die opvolging tegen de wil van keizer Sigismund
was en ten nadele van Adolf, hertog van Berg, welke Adolf rechtstreeks afstamde van een
broer van de eerste hertog van Gulik. Onder aansporing van onze heer de paus deed Gerard,
hertog van Gulik en Berg en graaf van Ravensberg, afstand van de keizerlijke schenking en
droeg hij het vaakgenoemde hertogdom Gelre overaan Karel, hertog van Bourgondie«.Daarna nam deze hertog Karel de wapens op tegen het voornoemde hertogdom Gelre, voerde hij
oorlog en onderwierp hij het, aan welke hertog Karel de inwoners van dat hertogdom in het
openbaar de eed van trouw die 'huldinge' genoemd wordt, a£egden. Na de dood van hertog
Karel ontving de zoon van keizer Frederik, Maximiliaan, die een wettig huwelijk gesloten
had met Maria, dochter van de reedsgenoemde hertog Karel, opnieuw de eed van trouw van
de Geldersen. Filips, zoon van de genoemde Maximiliaan en Maria, ontving dit hertogdom
op gelijke wijze en onder de vereiste vorm van zijn vader Maximiliaan, Rooms Koning, die
zich toen ophield in de stad Hagenau. Deze Filips, koning van Castilie«, overwon gewapenderhand Arnhem en enkele andere Gelderse steden en hij heeft ze aan zich onderworpen.
Maar deze onderneming moest onafgemaakt blijven wegens zijn vertrek naar Spanje. Deze
koning Filips stierf in Spanje een zeer droeve dood, zijn ziel regeert samen met deAllerhoogste in eeuwigheid. Karel wordt erkend als opvolger van deze koning Filips.
208
1472-1473
fol. 241r
fol. 241v
fol. 242r
demWenceslaus contra prefatum primum ducem Iuliacensem bellum in quo succubuit, gessit et ab ipso duce Iuliacensi captus est. EundemWenceslaum diu captivum detentum propter ipsius remissam et negligentem regiminis operam
Brabantini redimere non curaverunt neque liberationi eiusdem multum studuerunt. Quapropter dictus Karolus imperator in Aquisgranum descendit, ubi electorum imperii, precipue autem comitis palatini, paci¢cis orationibus et
amicabilibus interlocutionibus accordatum est et conclusum, quod dux Wenceslaus a captivitate liberaretur et quod dictus Karolus imperator Willelmum, ¢lium
prefati ducis Iuliacensis, in ducatu Gelrie institueret et infeodaret. Quem vero ducatum dictus Willelmus, ¢lius ducis Iuliacensis, ab imperatore in feodum recepit,
quia ad imperatorem, ut premittitur, ducatus erat devolutus. Dictus Karolus imperator maturo consilio prehabito primo duci Iulie predicto, licet tutori et mamburno dicte sue conthoralis, ¢lie dicti Reynaldi, primi ducis Gelrie, donare non
voluit, ne imposterum a quopiam diceretur quod ad ipsum Iulie ducem, tamquam tutorem et mamburnum predictum, et ita ad femininum /sexum devolutus
esset, quod in imperii magnum redividisset preiudicium. Hanc ob causam ¢lio
eiusdem ducis Iuliacensis et non ipsi duci ducatum Gelrie in feodum contulit. Sepedictus primus dux Iuliacensis ex dicta Maria, sua coniuge, ¢lia dicti Reynaldi
primi ducis Gelrie, tres proles suscitavit: primo scilicet Willelmum, ducem Gelrie predictum, qui post decessum dicti sui patris erat dux Gelrie et Iuliacensis
defunctusque est nulla post eum prole legitima ex corpore suo superviva relicta;
secundo Reynaldum, qui post dicti fratris sui decessum eosdem duos rexit ducatus similiter absque prole legitima diem sue vite clausum extremum; tercio genuit
¢liam quandam que nupsit domino de Arkel. Dominus Iohannes de Egmonda
quandam ¢liam legitimam dicte ¢lie Iuliacensis rapuit /ex quibus domino Iohanne de Egmonda et dicta ¢lia dicte ¢lie primi ducis Iuliacensis predicti natus est
Arnoldus de Egmonda, qui Arnoldus dux Gelrie appellatus est quique fuit avus
domini Karoli de Egmonda, pronunc videlicet anno M CCCCC XIIIIto viventis
et qui dominus Arnoldus reliquit supradictum Adolphum, suum ¢lium, a quo in
captivitate tenebatur. Quoniam quidem institucio et concessio feodi ducatus Gelrie tamquam de aperto et masculino feodo devoluto quod ad imperatorem et non
tamquam de feodo paterno facta est, prout in dicti imperatoris litteris pro duce
Willelmo, ¢lio primi ducis Iuliacensis, expeditis in curia seu domo Iuliacensi extantibus evidencius colligitur, hinc patet manifeste sepedictum Gelrie ducatum
feodum esse masculinum eundemque ducatum domui Iuliacensi non iure successionis sed imperatoria donatione esse devolutum. Patet enim ex eisdem litteris
quod illa infeodacio facta est de feodo aperto et devoluto que notorie est donacio,
cum enim neque ¢lia primi ducis Gelrie primo duci Iuliacensi nupta neque sui
¢lii in ducatu succedere potuisset absque imperiali donatione, ut premittitur,
etc. /
Questio est quomodo dominus Arnoldus de Egmonda, qui dux Arnoldus vulgo
nuncupatus est, in eodem ducatu Gelrie succedere potuit, cum ipse sit natus ex
¢lia sororis Willelmi et Reynaldi ducum Gelrie et Iulie, hoc est ex ¢lia ¢lie primi
ducis Gelrie cumque illa successio fuerit contra voluntatem Sigismundi imperatoris et in preiudicium Adolphi ducis Montensis, quiquidem Adolphus a fratre
primi ducis Iuliacensis inmediate descendit. Exhortatione domini nostri pape
209
1473-1474
fol. 242v
fol. 243r
imperiali donatione cessioneque et transportatione sepedicti ducatus Gelrie per
Gerardum ducem Iuliacensem et Montensem comitemque de Rauensberge Karolo Bourgoindie duci factis, idem dux Karolus contra ducatum Gelrie predictum
arma sumpsit, bellum gessit et eundem sibi subiugavit, cui duci Karolo incole
eiusdem ducatus iuramentum ¢delitatis quod huldinge dicitur publice prestarunt. Post mortem ducis Karoli Maximilianus, Frederici imperatoris ¢lius, qui
Mariam, ¢liam ducis Karoli iamdicti, duxit in conthoralem / legitimam, denuo
a Gelrensibus ¢delitatis iuramentum recepit. Philippus, dictorum Maximiliani et
Marie ¢lius, eundem ducatum ab eodem Maximiliano suo patre Romanorum
rege in opido Hagenauw existente modo congruo debitaque forma recepit, qui
Philippus Castelle rex armata manu Arnhem ac alia quedam Gelrie opida vicit
sibique subiugata sunt. Sed hoc negocium ob Hispanicam profectionem relinquere oportuit inexpeditum. Qui rex Philippus in Hispania prochdolor mortem
obiit, cuius anima cum Altissimo regnet in evum cuiusque regis Philippi Karolus
successor esse dinoscitur.
In den voirs. iair LXXII scree¡ papa Sixtus brieven aen den hertoge van Bourgoindien ende aen de steden slants van Gelre; prout in litteris folioVC LV.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXIIIo : Iohannes Monix ¢lius Iacobi,
Iohannes Loenman ¢lius Iohannis, Iohannes de Erpe ¢lius Arnoldi, Gerardus
de Haestrecht,Willelmus Steenwech, Gerardus Kuyst, / Iacobus van den Hoeuel,
Wolterus van den Broeck, pro dicto Iohanne Monix facto sculteto et prestititWolterus iuramentum XIIIa septembris, Goeswinus Steenwech, proWillelmo Steenwech, suo fratre, qui Willelmus ex causa suo scabinatu privatus est et prestitit
Goeswinus iuramentum XXIIIIta septembris.1
Burgimagistri seu receptores: Gerongius de Busco, Henricus van den Hoeuel.
Van sekere verbont dat hertoge Kaerle maecten metten hertoich van
Guylic als hy hem had overgegeven zyn recht van den lant van Gelre
fol. 243v
In dicto anno LXXIII, XXIa iunii cum illustris princeps Gerardus dux Iuliacensis et Montensis comesque de Rauensberge suum ius, quod ad ducatum Gelrie et
comitatum Zuytphanie ut proximior agnatus habuit et per imperialem donationem investituram di¤nitivamque sentenciam obtinuit, supradicto Karolo duci
Bourgoindie, Brabantie transportasset, idem Karolus dux cum prefato duce Iuliacensi ad pacem et tranquilitatem suarum hinc inde terrarum quasdam confederationes perpetuas ymmo ligas et amicicias fecit, inivit et contraxit. In primis
quod ipse Karolus /dux omnem commoditatem prefati ducis Iuliacensis promoveret ac dampnum, dedecus et dispendium eiusdem et suarum terrarum vitaret,
nec quacumque occasione dominia, terras et subditos ducis Iuliacensis predicti
invadere seu invadi permitteret atque subditos eiusdem ducis tamquam suos per
suas terras et dominia sub consuetis theoloniis et vectigalibus ire.Voluit ymmo
1
Vertaling:Wouter van den Broek legde in plaats van genoemde Jan Monix, die schout werd,
de eed af op 13 september, Gozewijn Steenwech kwam in plaats van zijn broerWillem Steenwech, die wegens een rechtszaak uit het schepenambt werd gezet, en Gozewijn legde de eed af
op 24 september.
210
1473-1474
fol. 244r
etiam inferentes subditis ducis Iulie per rapinam seu spoliam dampna in dominio
ducis Karoli non haberent salvum conductum. Item et si quis in terris et dominiis
dicti ducis Iulie forefecerit seu male¢cium commiserit quod penam sangwinis
seu ultimum supplicium requireret, talis in patriis ducis Karoli nullum salvum
conductum haberet sed iuxta rigorem iuris communis seu municipalis condignam penam sortietur. Item et si aliqua di¡erencia seu contraversia inter dictum
ducem Karolum et ducem Iuliacensem seu suos heredes et successores aut eorum
subditos post datam presentium exorta fuerit, ad huiusmodi sedendam et dirimendam ordinatum est inter eos quod quilibet duos consules de consilio Brabantie ad certum locum et diem infra mensem per actorem pre¢gendos mittere debet
et debet actor ex consilio domini nostri conventi nominare et eligere super arbitrum communem quem reus rogare debebit ut in loco et tempore per ipsum reum
pre¢gendis comparere et contraversiam terminare velit, sic quod quatuor commissarii ab utrisque dominis electi debent et tenebuntur actiones utrarumque
parcium recipere et receptis primitus per vias amicabiles ¢nire quas si nequiverint extunc debent sententialiter unacum quinto superarbitro desuper decernere.
Et quidquid dicti arbitri desuper decreverint, hoc inviolabiliter / observabitur. Si
autem subditi contra subditos seu vasallos aliquam actionem movere voluerunt
aut econtra, tunc actor sequi debet competens forum rei conventi si personali actione vel rei site de qua fuerit questio si actione reali agatur cui iudex rei conventi
vel rei site iusticiam brevem et condecentem ministrare tenebitur. Quod si actor
de denegata iusticia conquestus fuerit eo casu duces contra iusticiarios et o¤ciarios suos remediabunt, etc.; prout in litteris incipientibus: `Karolus, Dei gracia
dux Bourgoindie', etc. et comprehensis folio CCC XLVII.
Hoe hertoge Kaerle met heyrcracht int lant van Gelre quam
fol. 244v
Dus in den voirs. iair LXXIII naedien hertoge Kaerle voirs. zulcken recht als
voirs. is hadde vercregen, soe is dieselver hertoge Kaerle getrocken met heyrcrachte nae den lande van Gelre al doer Maestricht ende dair vant hy gereet hertoge Iannen van Cleue, zynen neve, ende den heer van Egmont met zynen
kynderen, die hem te hulpen quamen. Ende ierst belach hyVenloe dwelc hem opgaf, ende voirt al meest creech hy dat lant inne, want vele edele heren van den
lande waren bleven gevangen binnen Hesdiin, als Adolph hoer/ heymelic vandair
reet.
dBelech voir Nymegen1
Ende mitsdien die stat van Nymegen hair nyet overgeven en woude, soe trac hertoge Kaerle dairvoir met groeter macht op deen zyde van denWale. Ende die hertoge van Cleue ende zyn brueder heer Adolph, heer van Rauensteyn, ende die
heer van Egmont met zynen zoenen lagen op dander zyde van den rivieren.
1
In margine nota.
211
1474-1475
Dat Nymmegen gewonnen waert
Ende op die stat wairt zeer gescoten ende werden hair cloetelic, mar int leste gaven zy hen op in handen hertoge Kaerls voirs. ende hy nampse in genaden mits
zekeren tractate ende hy waert aldaer gehuld voir horen lantsheer. Ende die oude
hertoge ster¡ dairnae in die stat van Den Graue. Ende hertoge Kaerle vuerden
met hem uuyt Nymmegen twee ionge kynderen van hertoge Adolph voirs., enen
soen ende een dochter, ende deedse in Brabant eerlic ophouden, want die overleeden vrouwe hertoge Kaerls voirs. ende diere kynderen moeder waren twe gesusteren van Bourbon. Oeck was hertoge Kaerle voirs. ende deser kynderen moeder,
brueder ende suster kynderen. Ende dit gesciede int voirs. iair LXXIII, dairaf
men seegt aldus: `Als hertoge Kaerle voir Nymmegen lach, men noyt zoe heeten
zoemer en sach'. /
fol. 245r
Hoe keyser Frederic ende hertoge Kaerle tot Trier vergaderden
Item dairnae int selve iair LXXIII omtrent Sinte-Michielsdach soe is die keyser
Frederick nedergecomen tot Trier met vele bisscoppen, hertogen, marcgreven
ende heren om te tracteren met hertoge Kaerle van vele saken. Welke hertoge
Kaerle met groten state ende vele costelycheiden totten keyser trac, dat des gelycx
nyet gesien en heeft geweest, soedat die keyser ende die hertoge voirs. dair versaemden in groeter minnen ende vruechden ende elc dede dair den anderen groete chier ende werdicheit ende zy vergaderden mennichwerven alle dage by
malcanderen omtrent VIII dagen lanc. Ende ten laetsten dede hertoge Kaerle
een alten costelycken maeltyt bereyden ende noeden den keyser ten eeten met allen zynen heren. Dair thoende hertoge Kaerle zyn costelycke iuweelen van goude,
van zilver ende van gesteynte in der maeltyt, zoedat nyeman desgelycx en sach.
Ende men seyde dat die keyser dair comen was om hertoge Kaerle coninc te maken van Bourgoindien, begripende dairinne alle dese Nederlanden. Mar die keyser wart anders van synne ende trac heymelic uuyt Tryer tscepe om dwelcke
hertoge Kaerle zeer geturbeert wert ende quam weder in zyn lant.
Dat Perlement tot Mechelen ingestelt wert
Ende in de vasten dairnae volgende instelden hii tot Mechelen een Walsch Perlement van XXX heren, dwelc hem die keyser also men seyde tot Trier verleent
had. /
fol. 245v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXIIIIo : midsdien op Sinte-Remeysdach
noch bynnen acht dagen dairnae bynnen deser stat van sheren wegen egeen scepenen gesett oft by den onderscouthet te diere tyt wesende aldair geeydt en worden, soe hebben die gezworen die int voirleeden iaer scepenen hadden geweest oft
dmeestedeel van hen, by namen Ian Loenman Ians soen, Dirck van Haestrecht,
Iacob van den Hoeuel,Wouter van den Broeck ende Goessen Steenwech, dairenteynden gecoren ende geset om scepenen te zyne bynnen deser stat op hoir eeden
voir tvoirs. iair LXXIIII, dats te wetene Ludolphus Buck, Ghiselbertus Haeck,
Amelius de Boechem, Goeswinus van den Hezeacker, Gerardus Symonis, Rodolphus Dicbier, Iohannes Kanapart ¢lius Iohannis, diewelke by Bartram Ianss.,
212
1474-1475
fol. 246r
deser stat gesworen knaep, geeydt worden ende dit nae begrip / ende uuytwysen
van enen previlegie, gegeven by vrouwe Iohanna opten XVIIIen dach van merte
int iair M CCC LXXXVII, etc.
Burgimagistri seu receptores: Coenrardus Keymp, Symon Scheenken.
In desen voirs. iair LXXIIII alst bestant uuytginc tusschen coninc Lodewyc van
Vrancryc ende hertoge Kaerle, zoe isser weder een bestant gemaect, een iair lanck
duerende.
Oirsaeck dat hertoge Kaerle nae Nancii toech dair hy blee¡
Oeck int voirs. iair LXXIIII vernam hertoghe Kaerl tydinge van den lande van
Ferretten, dwelc hy gecoft had tegen hertoge Zegemont van Oistryc, ende hy had
dair enen capiteyn gestelt, geheiten Peter Hackeback, diewelcke om zyn tyranscap
dair gevangen was ende ter iusticien gestelt ende dairnae onthoeft in een stat, geheiten Brisack; om dwelck hertoge Kaerle zeer gestoirt wairt ende vermat hem
dat op henlyeden te wreken, wairomme dlant van Ferretten uuyt vresen sloech
ende sich ga¡ onder Zwitselant. /
fol. 246v
Oirsaeck dat hertoge Kaerle voir Nuys quam
Oeck int voirs. iair LXXIIII ende opte selve tyt quam heer Robbrecht van Beyeren, eertsbisscop tot Colen, ende claechden hertoge Kaerle, zynen neve, over die
stat van Coelen, van Nuys ende andere datse hem onthielden zyn rechten ende
demaynen die hem toebehoirden. Alsoe dat hertoge Kaerle den voirs. eertsbisscop consenteerden zyn wapen bynnen Coelen voir zyn ho¡ te slaen, dwelc hy
dede, mar zy wairt by nachte afgetrocken ende int slyc getreden.
dBelech voir Nuyss
fol. 247r
dWelc vernemende hertoge Kaerle, wairt hy toernich ende alsoe is hy met groeter
heyrcracht te perde ende te voet uuyt zynen lande getrocken doer Tricht, hebbende oic met hem vele Engelsche ende Lombarden, ende ginc liggen voir die stat
van Nuyss omtrent Sinte-Marie-Magdalenendach int voirs. iair. Ende hy hinck
zyn wapenen costelic aen eenen staeck in enen scilt midden int velt. Ende hy dede
mennich zwair assaut ende storm op die stat, mar die van bynnen werden hen vromelic, want zy waren bynnen waell bewaert van cloecken lyeden, dair thooft af
was heer Herman, des lantgreven brueder van Hessen, die van Sinte-Lysbetten
bloede is ende wert namaels ertsbesscop van Coelen. Ende die keyser Frederick
had der stat ontboden dat hyse ontsetten zoude, mar het vyele zoe lange dat die
van bynnen Nuyss by gebreck wael aten CCCC perden, nochtans en gaven zy
hen nyet op. / Item den tyde dat hertoge Kaerle dus voir Nuyss lach, maecten keyser Frederick ende die koerfursten ende die rycsteden een grote aliance ende verbont met coninc Lodewyc van Vrancryc. Ende omtrent Sinte-Barbarendach
quam by hertoge Kaerle voirs. voir Nuyss in den leger die coninc van Deenmercken, van Romen comende, ende hy had by hem greve Gerardt van Oldenbrugge,
zynen brueder, ende hertoge Henrickvan Bruynswyc ende meer andere grote heren ende arbeyden zeer om pays tusschen beyde te maken, mair twas om nyet ende
213
1474-1475
zoe vertrocken zy. Item dairnae in de vasten togen die van Coelen uuyt ende maecten hoir logys ne¡ens die stat van Nuyss over den Ryn ende deden groeten scaide
in hertoge Kaerls heyr.
Hoe die keyser quam om Nuyss tontsetten
Daernae quam die keyser met groeter heyrcracht om Nuyss tontsetten ende
sloech neder omtrent een myle van Nuyss ende van hertoge Kaerls heyr, dair hy
hem begroe¡ in enen wagenborch ende zy schermutsten dycwilen tegens malcanderen.
Van pays voir Nuyss
fol. 247v
Dairnae begonst men te spreken van payss, dairin zeer arbeyden heer Alexander,
bisscop van Forluuen, legaet van den paus gesonden, ende hy dede die uuytsprake
dat die paus die sake soude eynden bynnen eenen iair ende hier en bynnen zouden
partyen a£aten van oirlogen ende die stat van Nuyss / zoude blyven staen onder
die protectie van denselven legaet. Ende alsoe dairnae zyn beyde die heyren opgebroken omtrent Sint-Iansmisse ende hertoge Kaerle quam weder in zyn lant.
Dat die bruederscap van den Rozenhoet ingestelt wert
Item in den voirs. tyde dat hertoge Kaerle voir Nuyss lach, zoe wert die salige
bruederscap van Onser LieuerVrouwen Souter oft Roesenhoede tot Coelen ingestelt ende vernyewt by der erwerdigen heer meester Ian Sprenger, doctoir in der
gotheit, prioir van den predickercloester tot Coelen, ende wert van den voirs. legaet ende dairnae van den paeus Sixtus con¢rmeert met vele schoene a¥aten
dairtoe gegeven. Ende een yegelyc mensche mach dese bruedersscap aennemen
tusschen Got ende hem oic sonder ingescreven te zyn ende lesen daigelix, gaende
oft staende, knyelende oft sittende, een roesenhoyken, dat zyn vy¡ pater noster
ende nae elcken pater noster X ave maria, oft hy sal lesen ter weken enen souter
van Onser Lieuer Vrouwen, dat ziin III hoykens, te weten XV pater noster ende C
L ave maria. Ende oft yemand nyet en leest, hy en doet geen sonde, mar hy derft
alleen die mededeelachticheit van alden anderen bruederen ende susteren die op
die tyt lesen.
Van coninc Eduwart van Engelant
fol. 248r
Oeck want in der tyt dat hertoge Kaerle voirs. voir Nuyss lach een verbont gemaect was tusschen / coninc Eduwart van Engelant ende hertoge Kaerle tegen
den coninc van Vrancryc, soe is coninc Eduwart met groter machten comen to
Caleys ende trac voirt in Pikardien om dlant van Normandien weder te wynnen.
Mar mitsdien hertoge Kaerle nyet en woude sceyden van Nuyss ende coninc Eduwart mercten dat coninc Lodewyc van Vrancryc hem te mechtich was, soe trac
coninc Eduwart wederom over in Engelant, dairop dYngelsche zeer murmureerden, want hy had enen groten scat van den Engelschen op die reyse ontfangen.
214
1475-1476
Van den bestant tusschen coninc Lodewyc ende hertoge Kaerle; van
den greve van Sint-Pol die tot Parys onthalst wert
Ende hertoge Kaerle vernomen hebbende dat coninc Eduwart weder terugge was
nae Engelant, maecten hy bestant met coninc Lodewyc van Vrancryc IX iaren,
want hy dacht te oirlogen in Loraynen ende op die Zwitsen, in welcken bestande
wast vorwarde dat die greve van Sint-Pol, conestable vanVrancryc, dairbuyten gesloten zoude blyven, want hertoge Kaerle oec op hem vergrampt was. Ende want
hy uuyt Vrancryc tot Bergen in Henegouwe gevloyen was, soe deden hertoge
Kaerle des voirs. conincx volck leveren tot Perone ende vandair wairt hy gevuert
tot Parys dair hy van LX heren van den Perlament ter doot wert verwesen ende hy
wert onthalst als in den iair van LXXV. /
fol. 248v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXVo : dominus Iohannes Back, miles,
loco Petri Steenwech prestitit iuramentum IXa iulii, Iohannes de Craendonc, Petrus Steenwech, obiit XXIIa iunii in suo scabinatu, Iohannes Ghysselen, Henricus deVden, obiit VIta septembris in suo scabinatu, Iohannes de Ham, Iohannes
de Os, Reynerus van den Hoeuel, Hubertus Steenwech, loco Vden prestitit iuramentum XIIa septembris.
Burgimagistri seu receptores: Gerardus de Palude, Alardus Spiker.
Van den heemraiden in Maeslant
In den voirs. iair LXXVden XVen dach van merte soe zyn geraempt by den heemraiden van Maeslant ende sekere gedeputeerde bynnen deser stat zekere goede ordinancie denselven aengaende; beginnende die brieven dairaf:`Wy, Ian van Ham
ende Reyner van den Hoeuel', etc. ende begrepen opten blade CCCC LXXI.
Hoe hertoge Kaerle Nancii eens had gewonnen
fol. 249r
In den voirs. iair LXXV omtrent Sinte-Michielsdach trac hertoge Kaerle met
groeter macht int hertoichdom van Baren ende Loraynen, want Renez, greve
vanVaudemont, die hertoich van Loraynen worden was by a£ivicheit van hertoge
Nyclaes van Calabren, hertoge Kaerle ont- /seyt had als hii voir Nuyss lach, meynende coninc Lodewyc van Vrancryc dairmede vruntscap te doene, ende quam
alsoe voir Nancii die hii wan ende desgelycx die andere steden ende sloten van
den lande. Ende die hertoge van Loraynen weeck in Vrancryc, die op die tyt omtrent XX iaren oudt was.
Den iersten stryt die hertoich Kaerle verloes in Zwitserlant
Ende als hertoge Kaerle dlant aldair beset had, toech hii in Sauoyen om den hertoge van Sauoyen te helpen tegens die Zwitzen, dairop hy oec actie hadde wantse
dlant van Ferretten tegens hem wouden bescudden, ende trac alsoe ierst voir die
stat van Granzoen in Zwitserlant, die hy wan ende dair hy vele Zwitsen dede hangen. Hy had by hem vele vrome Lombarden, dair die greve van Campebas capiteyn af was, die hem, zoe men seeghden, nyet alte getrouw en was. Oeck had hy
vele vrome artchiers uuyt Engelant. Ende aldus hertoich Kaerle dair int lant we215
1475-1476
sende, hielden die Zwitsen groten raet hoe zy hem zouden moegen wederstaen.
Ende zy vergaderden vele volcx van Zwitsen ende quamen omtrent Garisoen daer
die hertoich lach. Ende die mer lyep in shertogen heyr dat die keyser ende alle die
macht van Almanien aenqueem, ende dairomme vloetter vele als zy die Zwitsers
sagen aencomen. Ende hertoich Kaerle, syende zyn volc vluchtich, vloet insgelycx
ende verloes dair een groot volc ende alle zyn costelycke artilrye van bussen ende
zyn costelycke iuwelen, zynen scat cleders ende tapeten als in de vasten int iair
LXXV. /
fol. 249v
fol. 250r
Aengaet der visscheryen bynnen deser stat, hare vryheit, in den dorp
vanVucht ende tot Berlykem
In den voirs. iair LXXVdenVten dach in meye op zekere request by deser stat overgegeven den heren president ende anderen van der Rekeningen tot Mechelen residerende, soe hebben dieselve heren by appoinctemente vercleert aengaende der
vysscheryen die dese stat altyt vredelic had gebruyct bynnen derselver stat ende
hare vryheit, in der prochien van Vucht ende Berlyckem mits previlegien diese
dairaf heeft ende boven incorporeert zyn, ende den ouden groeten diese dairaf
geldende is ende die Henric Celen, rentmeester, alsdoen woude seggen nyet betaelt te wesen, seggende oic dat dese stat vorder hed gebruyct dan die vrydicheit
strecten ende dat in den dorpe van Berlyckem:
in den iersten dat dese stat boven de ouden groeten die zy iairlix betaelt onsen genedigen heer ende begrepen staen in den chynsboecken ter cause van der visscheryen nae inhoude des voirs. previlegie, noch sal betaelen er£ic in handen des
rentmeesters enen anderen ouden groeten Turonensis ten termyn als andere van
gelycken alder verschynen, welcken ouden groten van nyews sal werden gestelt
op hemselven int chynsboec, besceidelic verclerende wairaf men dien sal betalen;
ende sal dese stat hierenboven oic ten ocsuyne van den onbetaelden achterstelle
van desen opleggen onsen genedigen heer X derselver ouder groten;
item als van tgeen dat dese stat die visscherye vorder hed gebruyct dan nae inhoude des voirs. previlegie als in den dorp van Berlykem, sal dese stat dair- / voir
er£ic betalen onsen genedigen heren noch enen anderen ouden grotenTuronensis,
die de rentmeester oec stellen sal int chynsboeck; ende overmits desen soe sal dese
stat voirtaen ewelic gebruycken hoir visscheryen zoese van oudts geplogen had,
daira¡ oic die rentmeester voirs. deser stat geven soude zyn behoirlyke brieve onder zynen zegel, zoe hy oic gedaen heeft ende die beginnen: `Ick, Henric Celen,
raedt myns genedigs heren shertogen', etc. ende zyn begrepen folio CC LXXXII.
Hoeverre deser stat visscherye reyct in der prochien van Berlykem
In welke voirs. brieve die voirs. Henric Celen als rentmeester voirs. in den name
ons genedigs heren deser stat boven hair voirs. previlegie heeft gewillecoirt hair
volcomen gebruyc van der voirs. visscheryen in deser stat ende vryheit ende insgelycx in der prochien vanVucht ende oic buyten derzelver vryheit in der prochien
van Berlykem, al soeverre zy dier tot her toe gebruyct heeft, te wetene beginnende
ende aengaende ter zyden van Roesmalen van eenrer gemeynre stegen genoempt
die Hynthamsche Stege, ter zyden ende by den dreyboem bynnen deser meyeryen
216
1476-1477
fol. 250v
gelegen, ende vandair voirt allet water langs tot verbii die Engelantsche moelen
ende voirt tot enen gemeynen waterlaet, comende van Den Dungen ende vandair
loepende doer die Sporcsche Brug ende voirt int voirs. water loepende tegen een
er¡enisse genoempt die Caluer Straet, den goids- / huys van Berne toebehorende;
gelyc dieselve brieve breder inhoudende ende zyn van den daet den XVIIIen dach
novembris int iair M CCCC LXXV.
Vonnisse interlocutorie aengaende den Loeuensche toll ende oude
geleyde
Oeck in den voirs. iair LXXVden Xen dach in aprille, naedien questie was geresen
tusschen Arnden Schriine1 ende Anthonys vanWinge, als pechteren des tols ende
oude geleyde van Loeuen, ende Iannen van Arkel, als onderscouthet, den wethoudren deser stat ende Willemen van der Hellen, als pechter des tols bynnen deser stat aengaende den voirs. toll van Loeuen, dairaf dat die voirs. Arnt ende
Anthonys meynden ende sustineerden dien te moigen leggen, he¡en ende ontfangen van gueden ongevryde personen toebehorende, alsoewael bynnen deser stat
als in anderen steden, dorpen ende plaetsen des lants van Brabant, soe hebben die
president ende andere heren van den Raide geordineert in Brabant, dairvoir die
questie voirs. was gecomen nae vele allegacien ter eenre ende ter andere gedaen,
voir recht declareert ende appoincteert dat die namptisacie by den voirs. Arnden
ende Anthonysen versocht, nyet en sal werden gedaen ende dat duerende tprocess
tusschen beyde geport ende hangende ongedecideert, sullen allen die gueden
ende comansscappen daira¡ Arnt ende Anthonys voirs. pretenderen te hebben
recht van toll, ten versueck van denselven werden geset in gescrifte by den rentmeester van Den Bosch oft zynen dairtoe gecommitteerden, naevolgende in desen zekere andere appoinctemente in der voirs. saken gegeven; prout in litteris
beginnende: `Kaerle, by der gracien Goids'ende begrepen folio CC XII. /
teser tyt waert aflivich die voirs. hertoge kaerle van
bourgoindien
fol. 251r
fol. 251v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXVIo : Willelmus de Ghent, Iohannes
Waerloes ¢lius Iohannis, Iohannes Steenwech, Henricus de Kessel, Willelmus
Pyckeuet, Ghyselbertus Pels, Iohannes deVladeracken.
Burgimagistri seu receptores: Bernardus Ianssoen,Theodericus van den Hoeuel.
In den voirs. iair LXXVI nae den verlyes des voirs. striitz in den voirs. vasten gehadt, soe heeft hertoge Kaerle voirs. weder vergadert vele volcx ende ginc liggen
voir die stat van Morat by Losanen in Sauoyen, die de Zwitzen inhadden, ende
altemet trac zyn volc opten kant van Zwitzenlant ende schermutsten metten Zwitzen, mar zy en dorsten nyet dyep int lant / ryden om tgroet gebercht dat dairin
leegt ende die Zwitsen laigen in de valeyen dat mense nyet en zach.
1
Lees mogelijk Schriiue.
217
1476-1477
Den IIten strydt die hertoich Kaerl verloes tegens die Zwitsen
Ende aldus hertoch Kaerle voirs. voir Morat liggende vergaderden die Zwitsen
een groot volck ende heyr, dairtoe zy oic te hulpen creegen hertoge Zegemont
van Oistryc ende den hertoich van Loraynen met vele gebannen Fransoysen, ende
vyelen alsoe den voirs. hertoich aen zeer fellick als op Sint-Ians-Baptistendach te
midsoemer des smorgens vroech, alsoe dat alle diegeen die consten ontcomen,
vloeden om hair lyf te salveren, alsoe datter van hertoge Kaerls volc doot blee¡
wael XVIM menschen, ende hertoich Kaerle voirs. ontquam met luttel volcx ende
quam int greefscap van Bourgoingien in zyn lant. Ende alsoe geringe als men vernam dat hertoge Kaerle noch leefden, waren zyn vrienden blyde ende doe wyes
hem weder groot volc aen, zoedat hy een groet volc byeen had vergadert ende
doe vernam hertoich oic dat het lant van Loraynen weder overgegaen was aen horen hertoich, dairinne hy qualic tevreden was.
Dat hertoge Kaerle weder voir Nancy ginc liggen
fol. 252r
Ende dairomme versaemden hy alle tvolc dat hy konde ende quam wederom liggen voir die stat van Nancii int hertoichdom van Loraynen ende /als hy vaste dairvoir blee¡ liggen zoe en quam hem nyet victalie genoich noch provande aen. Oeck
conden zy qualyc voragie crigen voir hoir perden ende dat dairomme want allen
die straten ende passaigien waren beleegt van zynen vyanden zeer sterckelyc, alsoe dat hy ende zyn volc dair mosten blyven liggen in groeter armoeden van honger ende andere gebreken, zoedattet heyr zeer machteloes wairt. Oeck was doen
alten couden winter zoedatse groten couden leden. Ende hertoge Kaerle scree¡
vele brieven zeer compassilic aen sommige heren van zynen landen om bystant
van volc, van gelde ende vitailie te hebbene, want sonder hulpe en mecht hy vandair nyet geraken. Mar lazen, hy en creech geen bystant; hem wairt gesonden enen
wagen met gelt geladen, mar hy blee¡ onderwegen verdonckert tot Lutzenborch,
etc. zoedat hertoge Kaerle voirs. troesteloes blee¡. Dit vernemende die hertoich
van Loraynen zoe vergaderden hy groot volc. Oeck creech hy uuyt Vrancryc heymelic IXC lancien, oeck creech hy een groot heyr van Zwitsen dairmede hy hem
verbonden had.
Nu blee¡ hertoge Kaerle doot
fol. 252v
Opten heiligen Dartienavont op enen sondach int voirs. iair LXXVI quam die
hertoge van Loraynen met zynen volc te perde op deen zyde ende die Zwitzen op
dander zyde ende bevyelen hertoich / Kaerlen vreeslyken die dair den strydt verloos, mitz dat zyn volc crachteloes ende moedeloes was, geen groete were byedende, mar een yegelic pynden hem te vlyen. Ende zoe blee¡ dair vele volcx
verslagen alsoe dat hertoge Kaerle ten eynde oic vliedende met vele volcx verslagen wert omtrent een cleyn ryvierken dair hy bynnen drie dagen vonden wert ende
wert te Nancy bynnengebracht ende aldair begraven. Ende dair wairt gevangen
die greve van Nassou, die greve van Chymay, heer Anthonys, bastart van Bourgoindien ende vele andere.
218
1476-1477
ten tyde van iouffrouwe marien, dochter hertoge kaerls
van bourgoindien 1
Hertoge Kaerle voirs. lyet after van ziinre middelster huysvrouwen, vrouwe Ysabelen van Bourboen, een eenige dochter, geheiten Maria, dairop Brabant ende die
andere landen van hertoge Kaerle verstorven ende zii wairt alom gehuld. Nae die
doot hertoge Kaerls voirs. stonden op die gemeynten van den steden tegens die
wethouders, diese vyngen ende qualic tracteerden. /
fol. 253r
fol. 253v
Previlegie van sekere goeden poincten verleent bii iou¡rouwe Marie,
hertoginne van Brabant
In den voirs. iair LXXVI den XIten dach in februario nae der a£ivicheit hertoge
Kaerls voirs. ende als die voirs. iou¡rouwe Marie gehuld was wesende tot Ghent,
dair by hair comen waren heer Lodewyc van Bourboen, bisscop van Ludic, hair
oem, hertoich Ian van Cleue ende heer Adol¡, zyn brueder, heer van Rauensteyn,
hair neven, ende dair die gedeputeerde van den landen oic waren, soe heeft die
voirs. iou¡rouwe Marie voir hair, hair oiren, erven ende nacomelingen hertogen
ende hertoginnen, princen ende princerssen der voirs. hare landen geconsenteert, gegeven ende verleent generalic ende particieerlic elcken lande bysunder
die poincten hiernae verclairt tot ewigen daigen te gebruycken ende onderhouden
te werden sonder breken:
in den iersten dat zy zoude stellen enen Groten Raedt van personen ende condicien die hoir residencie zouden houden dair zy bynnen haren lande zoude wesen,
daira¡ alleen deen principael hoot ende cancellier sal wesen, connende Lattyn,
Walsch ende Duytsch, ende datse voirts soude stellen uut harenWalschen landen
vier heren ende goede mannen, uuyt den lande van Burgoindien twe, uuyt den
lande van Artoys ende Pickardyen twee, uuyt den lande van Henegouwe enen,
ende /enen uuyten lande van Namen, uuyten Duytschen landt vier, uuyt Brabant
vier, uuyt Vlaenderen vier, uuyt Hollant ende Zeelant twee, uuyt Lutsenborch
ende Valkenborch twee, uuyten lande van Lymborch ende Ouermaze twe, dairaf
deen helft altyt zal wesen edel ende dander helfte clercken van recht, ende dat tot
dien die princen ende heren van horen bloede zullen moigen comen, etc.; ende dat
die secretaryssen tot haren Raide behorende, zullen wesen in alsulcken getal ende
uuyt haren landen als heur verduncken soude, connende ten mynsten Walsch
ende Duytsch;
item dat die voirs. van den Groeten Raide zullen eeden doen die rechten, previlegien, aude ende nyewe, ende oic die costumen ende usaigien van elcken lande
ende steden te onderhouden;
item dat die saken voir hen comende zullen werden gehandelt in der talen die men
spreect daer die verwerders woenen;
item ende datgeen dat tegens die previlegien ingebroken is van onwerden sal wesen;
1
Herhaald tot en met fol. 264v.
219
1476-1477
fol. 254r
fol. 254v
item ende dat men die brieven die men sal uuytseynden uuyter raetcameren, sal
seynden in der talen dye men spreect daer mense seyndt, ende ofse anders gesonden worden, soe en sal mense nyet dorven obedieren noch die gedaighde en dorven nyet compareren; /
item ende dat die Consistorie tot Mechelen opgeset te nyeute zyn zoude tot ewigen
daigen ende afgestelt blyven sonder ennige gelycke in toecomende tyden op te
stellen;
item dat alle saken int Parlament tot Mechelen by evocacien, betogen ende die
noch aldair hangen onbeslicht, gesonden zullen werden ter plaetsen dairse evoceert ende uuytgeroepen zyn; insgelycx sal gescien van den saken die by appellacien int Parlament voirs. betogen zyn;
item ende dat zii geen oirlogen en zoude moigen aennemen buyten rade der Staten van allen haren landen;
item oft oirloige aengenomen worde by gemeynen overdrage, dat men dat sal publiceren ende nae der publicacie zullen die persoonen van der wederpartyen XL
daigen geleyde hebben om te moigen met horen gueden vertrecken;
item ende als ennige oirloge aengeheven sal wesen, alsdan zullen hair vasallen
ende mannen van leen leen houdende tot dyenst van wapenen, moeten dyenen
tot op die frontieren van den lande dair hoir leenen gelegen zyn ende nyet vorder,
het en zy dat hen gelieft, etc. ende dat nae der ouder costumen als die leenmannen
hen zullen opsetten dat zii alsdan van den heer daironder zy dienen, zullen hebben hoir gagien oft soudye alsoe lange zy in den dyenst zullen wesen, des zullen
die mansmannen leene houdende tot gelycken dienste van wapenen /staende, den
vasallen te hulpen zullen comen nae der ordinancien van den Staite van elcker
landen ende dat alle andere ordinancien dairop gemaect zouden wesen casseert;
Dat die Staiten van den gemeynen landen ende van elcken lande bysunder
moigen vergaderen alst hen belyeft1
item dat die Staiten van haren landen generalic om saken ende prou¡yten denselven
aengaende insgelycx die Staiten van elcken lande particuleerlic om saken elcken
aengaende zullen moigen vergaderen ter plaetsen dairt hen sal gelieven ende underlinge communiceren alsoe dick alst hen gelieft, sonder dairop te moeten verwerven
hare oft hare naecomelinge consent, etc.;
Van den geboden oft verboden tegens die previlegien comende
item oft geboerden dat by hair oft haren nacomelingen oft by haren Groeten Raet oft
Particulieren Raet ennige bevelen, geboden oft verboden uuytgesonden worden, gedragende tegens die generael oft particuliere previlegien van haren lande, dat die
geen stat en zullen grypen;
item ende dat die ondersaten van elcken lande zullen staen te recht ende iurisdictien van horen ordinarisen ende in mediaten richteren daironder zy nae den rechten, previlegien, costumen ende usaigien van ouden tyden geresorteert hebben,
sonder vorder oft elders betogen te werdene in der ierster instancie;
item dat men geen o¤cien van iusticien der landen verpachten en zal;
1
In margine nota.
220
1476-1477
fol. 255r
item dat men geender comanscappen loep hebbende, horen loep benemen en zal
by verboden oft restrictien; /
item ende dat men geenderhande abdyen, prelaturen oft digniteyten van nu voirtane in commenden laten geven en sall in enniger manieren;
Dat men geen tollen opsetten en sal noch wachten derselver
item ende dat men geen nyewe tollen oft wachten van nyewen tollen en sal opsetten
ende alle nyewe tollen sonder consent van den lande opgeset, te nyeute gedaen zullen worden;
tot onderhoudenisse van welken poincten voirs. soe heeft iou¡rouwe Marie voirs.
hair, hair oir ende nacomelingen zeer zwairlic verobligeert, verlooft ende verbonden; prout in litteris incipientibus:`Marie, by der gracien Goidz hertoginne'etc. et
comprehensis folio CCCC XXXVende die voirs. brieven tot hare vorder sterckenissen zyn oic bezegelt geweest by den voirs. bisscop Lodewyc van Bourbon ende
den heer van Rauensteyn.
Item ende in den voirs. iair nae dode van hertoge Kaerle voirs. zoe verhyelt hair
iou¡rouwe Mariavoirs. tot Ghent, dair die voirs. bisscop van Ludick, hertoich Ian
van Cleue ende heer Adolph van Rauensteyn by hair quamen om die landen in
pays te houdene. /
fol. 255v
Dat die cancellier ende Humbercourt worden gericht
Ende terselvertyt optenWitten Donredach werden tot Gent onthalst die cancellier
van Bourgoindien ende die heer van Humbercourt ende dat ende diergelycken
aenmerckende, vele van hertoge Kaerls heren toegen over bii coninc Lodewyc
vanVrancryc, als die prothonotarys van Cluygny, heer Philips van Creuekur, heer
van Cordes, die heer van Rochen, dairmede die coninc zeer wairt gesterct ende hy
creech heer Anthonys den Bastart die te Nancy gevangen wart. Ende die stat ende
dlant van Ludic begonst oic te morren, zoedat men hen wedergeven moest haren
peroen, die doe stont te Brugge opte borse. Die coninc vanVrancryc voirnam dat
by der doot van hertoich Kaerle dbestant uuyt was, dwelc hy met hem had gemaect. Hy ginc innemen vele steden in Vermandoys ende op die Somme, die hertoich Kaerle syndert der reysen van Montherry behouden had, ende dair noch
sekere steden in Henegouwe ende Artoys.
Dat coninc Lodewyc Bourgoindien innam
Hy creech oec in dat hertoichdom van Bourgoindien, dwelc hy meynden dat der
cronen aengestorven was ende dattet op geen vrouwen versterven en mocht. Oeck
creech hy die greefscappen van Bourgoindien, van Artoys ende van Boulonoys./
fol. 256r
Dat Auennes van den Fransoysen wairt gewonnen
Ende dat omme die palen te bewaren van Henegou worden uuyt Brabant gesonden tot Auennes die heren van Parweys, van Ghete, heer Ian van Rotselair ende
die ioncker van Culenborch, heer van Hoichstraten, met groten volck. Mar die
Fransoysen wonnen die stat ende die voirs. heren worden gevangen ende zwairlic
gescat. Item alsdoen oeck leyden die coninc stercke garnisoen in de stat van Doer221
1476-1477
nickvan vele Fransche capiteynen, die vele scaden scaden inVlaenderen, in Artois
ende Henegouwe.
Dat heer Adolph van Gelre voir Doernic doot blee¡
DieVleminge stelden hen dairtegens ende namen heer Adolphen, zoen van Gelre,
die tot Cortryc lach gevangen, tot enen capiteyn ende die Vleminge trocken met
hem uuyt met groeter macht. Ende hy leydense voir Doernic, dair zy roefden ende
branden al dien dach, ende den Fransoysen verdocht tyt, zoe sloegen zy uuyt
Doernic comende op die Vleminge. dWelc siende heer Adolph van Gelre nam
een glavie ende sloech uuyt met zyn dorde zeer onwyselic om hoir glavien te breken, die oic zoevele dair tegens quamen. Mar heer Adolph wairt dair van enen
Fransoys ter eerden gevelt ende wairt verslagen, want hy zoe verre uuyt zynen
hoep gereden was dat hem in tyts geen ontset en conste gecomen, ende die Fransoysen vuerden den doden lichaem mede bynnen Doernic, dair hy wairt begraven. /
fol. 256v
Van der commocien die bynnen deser stat was nae der doot hertoge
Kaerls voirs.
Oeck in den voirs. iair LXXVI den XVIIIen dach in merte zoe geboerden een grote commocie bynnen deser stat, dat die gemeynte opstont tegens die heren ende
dat vele van den heeren worden gevangen ende opter poirten in gevenckenisse gestelt ende dairinne gehouden totten XXVIen dach toe van meye dair naestvolgende; ende totdatse verborcht hadden tot behoe¡ deser stat VIIM ende VIIC
Rynsgulden, van denwelcken zii evenwael nyet en gaven, mar worden daira¡ naederhant quytgescouwen ende voir alle costen, onmoytten ende scaden geleden
opter poirten ende by pandinge op hoir gueden buyten gelegen gedaen ter cause
der voirs. verborch der penningen, wairt hen toegevuegt VIIC ende XXV Rynsgulden; gelyc dit al breder blyct in eenre uuytspraken dairaf gedaen ende dairaf
die brieven beginnen: `In den name der heiliger ende ongesceydenre Dryevoldicheyt, amen.Wy, scepenen, gezworen'etc. ende zyn begrepen opten blade.1
Van der commocien tot Loeuen
fol. 257r
Die gemeynte van Loeuen rees oeck tegens hoir heeren op ende maecten hoiren
capiteyn enen vleeshouwer, geheiten Pouwels Loenken, die tot zynen raide had
enen smet die de / quade smiit hyet, ende zy deden groete fortsen ende excessen
tegens die wethouders, mar ten eynde worden zy veriaecht ende Pouwels wairt
gegrepen in Zeelant van den heer van Cruningen ende wert aldair onthalst als
een muytmaker.
Oeck nae der doot van der voirs. hertoge Kaerle begonsten die van Nymegen
ende andere steden slantz van Gelre hen oic af te keren van den huyse van Bourgoindien ende van Brabant, dairtoe zeer behulpich was iou¡rouw Katheryn van
Gelre, zuster van den voirs. hertoich Adolph.
1
Hierna ontbreekt het folionummer; deze oorkonde staat niet in het cartularium.
222
1477-1478
fol. 257v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXVIIo : Goeswinus de Beeck, Martinus
de Rode, Theodericus de Aa, Adam die Lu, Henricus Sanders,Willelmus Luedinx, Gerardus deVladeracken./
Burgimagistri seu receptores: Willelmus de Poppel, Egidius Zecker.
Incoempste iou¡rouwe Marie
In den voirs. iair LXXVII den XXIXen dach in meye soe heeft iou¡rouwe Maria,
hertoginne van Bourgoindien, van Lothryc, van Brabant, etc., voir hair, hair oiren
ende nacomelingen tot hare blyder incoempsten ten bywesen van hertoge Iannen
van Cleue, van den heer van Rauesteyn, van heer Iorys van Baden, bisscop van
Metz, heren Lodewyck, hertoge van Beyeren, greve vanVeldens, van meester Iannen van den Boeuerye, heer van Wyerts, hooft van den Groeten Raide, ende vele
meer andere heren, etc. wesende tot Loeuen, den lande van Brabant verleent vele
ende versceyden poincten ende vesticheiden van rechte.
Hoe men die ingesetenen handelen sal
In den iersten dat men die ingesetenen van den lande van Brabant, Lymborch ende
van Ouermaze sal handelen nae den rechten van den steden ende bancken daerse
geseten oft aengetast werden, uuytgenomen de crimien lese maiestatis;
Van der bewaernisse slants previlegien
item dat die previlegien ende carthen hair ende den lande aengaende bewairt zullen
werden tAntwerpen; /
fol. 258r
Van oirlogen aen te nemen
item dat men geen oirloige aennemen en sal sonder consent der steden ende slants
van Brabant, noch geloven noch bezegelen ennige saken dairmede dlant gecrenct
mucht wesen oft bescedicht werden;
Van den titel, wapenen, zegel ende die brieven te tekenen
item dat zy aennemen sal den titel ende wapenen van Lothryc, van Brabant, van
Lymborch ende van Gelre, etc. ende dairnae enen zegel doen steeken dairmede alle
saken zullen werden bezegelt ende die brieven getekent;
Van den lant van Gelre, Graue, Kuyc ende Oyen
item dat zy thertoichdom van Gelre ende gree¡scap van Zuytphen ende die stat van
Den Graue, dlant van Kuyc ende Oyen aen Brabant zal houden annexeert;
Van der qualiteyten der raitsluden van Brabant ende hoere residencie
item dat zy in Brabant zoude ordineren acht wittige, werdige personen, geboren
ende geguedt in Brabant oft int lant van Ouermaze, dairaf die vier sullen wesen edele
ende sciltboertige, ende dander vier clercken van recht, dairaf deen sal zyn cancellier, cunnende spreken Latyn,Walsch ende Duytsch, ende die den zegel bewaren sal,
ende datse houden zullen hoir residencie in Brabant;
item dat die raitsluden alleen zullen hebben kennisse van den saken zoe des geploegen is geweest by tyden wylen hertoge Philips van Bourgoindien;
item dat den Raet van Brabant sal kennesse hebben van alle Brabantsche ende
Lymborchsche saken, oic in absencie van den prince.
223
1477-1478
fol. 258v
fol. 259r
Item die voirscr. incoempste inhelt oic van den naevolgenden poincten ende articulen:
item van den getale der secretarysen van den Brabantschen Raide diere sess zullen
wesen ende nyet meer, ende hoir tekenen; /item dat die raitsluyden, meesters ende
auditeurs van der Rekencameren zweren zullen dlant recht ende dat zy nyet wesen en zullen noch tekenen dair men yet sal versetten oft vercopen, etc.;
item van wat saken dat men sal moigen appelleren ende reformacie begeren ende
bynnen wat tyde dat sal moiten gescien ende oick op wat peen, etc. ende dat men
sal moigen accuseren die scepenen van corrupcien;
item van den beroep aen de hooftbanck ende van den hoeftvonnissen te halen;
item dat die steden ende vryheiden sullen hebben dbericht van horen scepenen
brieven, poirteren ende van weygeringe van recht ende dat zy die o¤ciers zullen
moigen corrigeren civilic ende dat tvonness van Sint-Odemairs casseert is;
item dat die hertoge geen broecken quytscelden noch groete giften geven en sal
dan by den Raide ende hoe dat men die brieven dairaf sal tekenen;
item dat dlant van Lymborch ende van Ouermaze sal blyven aen Brabant, dat men
dlant ende die sloeten nyet meer belasten en zal ende dat men alle sloten sal doen
bewaren ende casteleynen stellen, geboren ende geguedt in den lande;
item dat alle o¤cien zullen moeten werden bedient by den principalen ende sonder gesubstituerde persoenen, uutgenomen dat do¤ciers van iusticien stedehouders zullen moigen zetten in horen absencien;
item dat alle nyewe tollen ende nyewe wachten van tollen af zullen wesen ende dat
alzoe af zelen wesen vele diverse wachten ende dat een yegelic sal varen ende vlyeten op den auden toll ende last; /
item van tolle van den wyn die doer dlant passeert;
item van den toll van den lantwyne;
item van den toll van tapisseriien;
item dat men in Brabant gestaen sal met enen geleyde;
item dat questien van den tolle zullen sommeerlic werden appoincteert by den
wethouders alsoe verre zy cunnen;
item dat men van gueden dye men in Brabant tot Bergen scepen sal, gestaen zal
metten tol van Antwerpen sonder den Zeeusschen toll te betalen, ende dat men
alle tolpenningen sal werderen ende die tot allen tolsteden in een boert oepelic
hangen;
item dat die ryvier van den Hont tollvry zal wesen ende dat die Brabanders egeenen tol en zullen geven tot Myddeborch,Vlissingen, ter Veere, Rammekens ende
Arremuyden;
item dat een yegelic tot Antwerpen sal gestaen metten auden tol ende sonder geleyde ende die hertoige alle ingeseten slantz sal vryen van den sculden ende geloeften die hy gemaect oft geloeft hedde; ende dat die poirters van Den Bosch zullen
behouden hoir vryheit van toll in Hollant ende Zeelant ende dat die stat van Den
Bosch zal behouden hoir previlegie aengaende den vercrych, verster¡ ende besetsel der geestelycker personen;
item dat een yegelyc doer die Eendrecht zal vry moigen varen van den Zeeusschen
tol ende dat die poirters van Den Bosch zullen tollvry wesen in den land van Gelre
te water ende te lande;
224
1477-1478
fol. 259v
fol. 260r
fol. 260v
item dat men die straten sal vryen ende oepen houden, uuytgenomen van personelen saken, sculden, broecken oft mesdaden; /
item dat men alle diegeen die sculdich zyn te maken wegen oft bruggen, dairtoe
zal bedwingen ende dat in hore gebreck die hootstat dat zal moigen doen doen;
item dat die tolleners, muntmeesters ende wysers van der tolcameren nyet en zullen moigen wesen in den Raide noch der steden rechten;
item dat men geen gevangenen bynnen Brabant buyten Brabant vueren en zall;
item dat men egenen penninck en sal slaen, het en zy by den Staiten, noch egenen
penninc lichten noch argeren; ende dat men slaen sal in den vryen steden ende
assayeren eens siaers ende dat oic egenen penninc bynnen oft buyten den lande
geslagen en sal curs hebben, hy en zy ierst geassayeert;
item dat die bastarden oft die in overspel sitten egeen o¤cie en zullen moigen bedienen, uuytgenomen diegeen die sonder middel van hertogen oft greven zyn
descendeert, ende dat een yegelic zyn o¤cie selve in persoen sal moeten bedyenen;
item dat alle onsculdige van gescille oft gevecht vrede zullen hebben XXIIII uren;
item dat men geenen personen van dootslage dlant en sal moigen geven, hy en heb
ierst versoent die mage, ende dat men hem gene geleyde en sal moigen geven van
den gewyde te gaen;
item dat een yegelic zyn o¤cie selve sal bedienen sonder die te moigen overgeven,
vercopen oft verhueren, ende dat / alle vroenteners ende andere o¤ciers sullen
moeten caucie zetten ende dat een yegelic zyn selfs cost zal moigen doen ende betalen sdaigs den vroenteneer eenen stuver;
item dat men nyemanden en sal vangen bynnen zynen huyse noch huyssueckinge
doen, het en weer, etc.;
item dat diegeen die bynnen horen huysen overvallen werden, sullen die overvalders moigen vangen ende oft zyse in dien dootsloegen, dat zy daira¡ quyt zullen
zyn; ende diegeen die in evelen moede yemants doer, venster oft huys opsloege,
dat die by dach dat doende verboeren sal enen wech tot Sint-Iacops in Galissen
ende by nacht enen wech in Cypers;1
item dat men geen o¤cie en sal verpachten noch belenen ende hoe dat men die
geleende penningen vanauts sal betalen;
item dat dingesetenen slantz malcanderen buyten lantz nyet en zullen moegen
cummeren noch dagen, uuytgesceyden van testamenten, huwelicsche vorwarde,
aelmoessen ende geestelycke gueden, ende wat die overtreders souden bruecken
ende dat men nyemanden te camp en zal moigen heysschen;
item dat die ontseggers, roevers, branders ende diegeen die die succursde, huysde
oft hoefde, zullen verboren lyf ende goet ende dat men hen dlant nyet en zall moigen geven; /
item van den scaecke dair die persoen cryt oft zwycht ende van den ontleyden der
onmundiger kynderen ende die verbuerte;
item dat men nyemanden van dootslaige en zal bedragen die hem der wairheit
derre getroesten;
1
In margine nota.
225
1477-1478
fol. 261r
fol. 261v
item dat die bastarden hoir testament zullen moegen maken ende dat men hen sal
succederen;
item dat een yegelic sal vry blyven van kenlycken ongevalle over zyn kynderen,
booden, etc. ende dat men die con¢scacie van simplen dootslagen sal moigen lossen met XXXI Rynsgulden;
item dese vorste ende naevolgende articulen in de incoempste begrepen zoe die
dair int lanck staen, zyn allen van den verboert van dootslage ende van der con¢scacien van den gueden, etc.;1
item dat men die wethouders, sheren knapen, serganten sal punieren by den gerichte ende ter plaetsen dair zy geseten zyn;
item dat in gevalle do¤cier weygerden recht, publicacie oft geboden te doen, dat
die wethouders dat by eenen anderen zullen moigen doen doen;1
item dat men nyemanden en sal ontdecken dan by den bourgermeesters oft scepenen;
item van den zeentscepenen2 ende dat men nyemanden dair egeen oepenbair
fame af en is en sal accuseren ende dat men / buyten die zeentdagen nyemanden
en sal daigen;
item dat alle plaetsen met den lande gewonnen oft te wynnen aen dlant zullen blyven;
item dat men eenen yegelycken palange3 sal doen dies begeert;
item van den buytenpoirters ende Sinte-Petersmannen;
van den buytenpoirters ende Petersmannen wair die te recht behoren sonder van
gebuerlycken rechte;
dat die dorpluyde oeck nyet meer dan twewerven tiaers ter eeningen oft wairheyt
en zullen dorven comen;
dat egeen o¤cier van buyten lantz executie en sal moigen doen in Brabant;
dat een leeck persoen den anderen egeen sake overgeven en sal noch en mach, die
met vonnisse weer verloren ende op wat peen dat dat zoude wesen;
dat donderseten van Brabant van saken den geestelycken gerichte behorende, nyet
en sullen moigen worden getogen tot anderen gerichte van personen oft gueden;
dat diegeen die in overspel sitten oft vrouwen buyten horen huysen houden, geen
o¤cie en zullen hebben ende dat diegeen die in keesdomme4 hebben geseten, zullen moigen vergaderen in huwelic sonder afcoep; /
dat een yegelic zyns selfs goet sal moigen hueden ende honde houden ongecort
ende dat elc sal moigen iagen hazen, vossen, etc. ende vliegen ende vangen oft
schyeten mussen, vincken, sneppen, etc.;1
dat alle ridderen ende goede luyde zullen moegen iagen alrehande groet wilt,
uuytgesceyden in den vryen waranden;
van den vryen waranden;
wat sculd dat men sal trecken ten woudtrecht ende waer die kennesse van dien sal
wesen;
1
2
3
4
In margine nota.
Seentschepen: schepen die als vertegenwoordiger van het wereldlijk gezag zitting heeft in de
seent of kerkvergadering.
Palange: grensregeling.
Kevesdoem: overspel.
226
1477-1478
fol. 262r
fol. 262v
dat die drossaet van Brabant, bailiuwe van den Walschen lande, die meyere van
Loeuen,Thienen, mercgreve van Antwerpen, scouthet van Den Bosch ende alle
rentmeesters zullen zyn geboren Brabanders;
van den bancken van Zanthouen ende vanVcle;
dat Antwerpen metter bewysinge sal blyven aen Brabant;
dat men die dachvairden sal bescriven XIIII dagen tevoren ende tot gelegenen
plaetse die veylich is, ende hoe die Staiten hoir lasten sullen moigen oepenen ende
dat men die Staiten nyet en sal arresteren ende dat die Staiten by henselven zullen
moigen vergaderen;1
van den leenhove ende gedingen ende dat die stathoudere sal zyn residencie houden in Brabant ende Brabander zyn ende van den stathouders der Mechelse leenen in Brabant gelegen;
dat die raitsluyde van Brabant vasallen, o¤cieren, dienders, scepenen, bourgermeesters, raitsluyde, leenmannen ende alle / andere, etc. zweren sullen, etc. dat
zy nyemanden en zullen veronrechten ende dat zy om horen dienste nyet gegeven,
geloeft noch gebeden en hebben;
dat die commissarysen die tot der veranderinge van der witten worden gestelt, oic
zullen zweren;
van zekeren previlegien van dien van Den Bosch, Herentals, Lyere zullen blyven
in hoer macht;
dat die drossaet ende andere groete o¤ciers ende wethouders zullen zweren die
heerlicheyt ende die rechten van den lande te verwaren;
dat men die mercten van Antwerpen sal vryen ende oic nyet turberen met geboden oft verboden van der munten, noch nyemanden aldair arresteren ende oic van
der merctvrede;
van den nacien die inVlaenderen hoir statie houden ende horen previlegien;
dat die Brabanders ende van Ouermaze hoir goede die zy in anderen landen hebben, zullen rastelic moegen gebruycken sonder gebode oft verbode ter contrarien;
dat die coepluyden van allen den lande sollen underlinge moigen verkeren ende
coepslaigen op horen gerechten tolle ende ongelde;
dat dlant, slot ende steden van Huesden en van Sinte-Gertruyenberge aen Brabant zullen blyven;
dat men der stat van Antwerpen zal verlenen scadeloes- / brieve van lyfrenten die
zy voir den hertoge gevest ende gezegelt hebben;
item dat die hertogen alsulckenen lyfrenten als die steden in tyden voirleeden hebben gevest, zullen betalen ende enen yegelycken van dien ende oic die opte goidhusen van Luydic lyfgoet hebben, trecht doen ende laten gescien;
dat die hertoge van Brabant den hertoge van Guylic zall betalen LXXXM gulden
ende dat die ingesetenen van den lande zullen worden gevrydt van den gueden die
men den Coelschen oft anderen afgenomen heeft mitz den veeden;
dat men den ingesetenen van Brabant die lyfpensien hebben opte steeden van Hollant ende Zeelant, het recht sall doen gescien van dien, etc.;
1
In margine nota.
227
1477-1478
fol. 263r
fol. 263v
dat nyet meer dan een doerwerder in Brabant wesen en zal ende dat do¤ciers
die executien zullen doen ende dat die doerwerder ende boden caucie zullen
stellen;
van den opsetten van grontchynsen ende boeten;
dat alle mandamenten geworven oft te werven inhoudende peenen van horen
chynsen te betalen tot zekeren daigen oft plaetzen, doot zullen zyn ende dat men
die gebreken sal volgen met der bancken recht ende hoe men beslichten sal die
questie van der betalinge ende dat men nyet dan een recht en zal nemen van diverse erfgenamen ende dat die richters van eenre executien oft exploite nyet meer
dan een recht hebben en zullen;
ende wat men sal geven van op- / setten ende boeten van den grontchynsen ende
dat die rentmeesters hen nyet en zullen onderweynden dan van horen o¤cien;1
dat die o¤ciers oft wethouders van egeenen zaken oft exploiten meer nemen en
zullen dan men en pleech int iair XIIIIC XXX ende dair tevoren;
dat een yegelyc zyn verdroncken goet oft verdreven sceepen zal moigen aenverden
ende dat men hetselve goet een iair verwaren sal, het en weer verder¡elic;
dat do¤ciers nyemanden moyen en sullen met korweyden, scapen houden oft yet
anders te houden, schoove te geven oft tavern te houden om die luyden te bescatten;
dat nyemand gelt en sal nemen om tvolc van wapenen te verloigeren noch die dorpen dairmede scatten;
dat men nyemanden en sal bedwingen om gelt te leenen;
dat men egeenen procureur oft conterolleur en sal hebben, mar dat alle excessen
zullen werden gecorrigeert, etc.;
van den saken die gehangen hebben int Parlement, hoe men die zal remitteren
ende oic van den saken hangende in den Raet van Brabant, hoe die gewyst oft geremitteert zullen werden;
van anderen saken die int Parlement ierst in zyn gezett, hoe men die sal remvoyeren; /
dat men tot Repelmonde,Worcum, Gyessen, Gorichem, Zeempse ende Aelsuoirt
nyet meer en zal geven van tol dan men pleech by den aencomen van hertoge Philips van Bourgoindien;
dat die Rekencamer sal vertrecken in Brabant ende dat zy geen appoinctementen
en zullen geven dan by den Raet, het en weer, etc.;
hoe die Staiten van Brabant als zy vergadert zyn hoir lasten zullen oepenen ende
dat enen staet den anderen nyet belasten en zal;
van den sallaris der raitsluyde, secretarissen ende van den recht dat men van den
zegel van Brabant zal geven ende den loen der commissarissen;
dat die raitsluyde van Brabant, o¤ciers van iusticien oft ontfange nyet en zullen
comen ten raide der Staiten, noch in de witte der steden, etc.;
van den woecker der lombarden ende wat zy zullen nemen ende enen yegelic gerieven ende hoe men die pande sal vercopen;
dat die ketten te he¡en af zal zyn;
1
In margine nota.
228
1477-1478
fol. 264r
fol. 264v
dat die hertoge oft die smale heren die penningen, gulden oft zilveren, van horen
chynsen nyet hoiger en moigen nemen dan die hertoge oft dan nu gaen;1
hoe men dat gelt van den houtscat sal he¡en;
dat men nyet en sal verpachten bolbanen, clootbanen, closbanen, kegelbanen,
queeckscoelen, dobbelscoelen, / rincscolen, mar zullen die afwesen;
bynnen wat tyde dat men die vonnissen van alrehande zaken zal moeten wysen oft
het hoet bevaen;
dat men geen commissarysen oft raitsluyde en zall zetten boven het getal voir vercleert;
dat die o¤cier alle gestolen goet wederkeren sal der partyen diet gestolen is;
dat men geen quinquernellen noch brieven van respyt en zal verlenen om sculd te
vertrecken;
dat alle ottroye van chynsen ende wechgelt zall blyven gecontinueert X iair nae
den uuytganck van denselven ottroye;
dat met salvigardien nyemand en sal worden gepraempt dan die dairinne zyn genoempt;
dat men tot egeenen o¤cien en sal stellen ennige personen die men metten werlycken gerichte van horen abusen nyet en soude moigen corrigeren;
Aengaet yemanden te vangen
dat men nyemanden vangen en sall die tot goeder famen staet ende dat men die gevangen zoeverre zii des begeren tot egenen examen en sal stellen, men sal ierst hebben informacie van der suspicien;
welke poincten allen ende een yegelic voirs. iou¡rouwe Maria voirs. opt heilige
evangelium ly£ic gesworen / ende geloeft heeft te houden ende te doen houden
ewelick, con¢rmerende voirts alle andere previlegien, costumen ende herbrengen, etc.; gelyc dit all breeder begrepen is in zekere brieven beginnende: `Marie,
by der gracien Goidz'ende begrepen opten blade CC XIIII.
Remissie opte commotie die was bynnen deser stat nae hertoich
Kaerls doot
Oeck in den voirs.2 van LXXVII den XXen dach in iunio soe heeft die voirs. iouffrouwe Marie, hertoginne etc., voir hair, hair oiren, erven ende nacomelingen deser stat remitteert ende vergeven die commotie ende handelinge die de gemeynt
hair had gevordert den XVIIIen dach in merte lestleden tegens die wethouderen
ende raitsluyden diese had gevangen, by namen Iannen van Arkel, onderscouthet,
ioncker Willemen van Gent, meester Henrickvan Kessel, alsdoen scepenen, Reyneren van den Hoeuel, gesworen, Ludolfen Buck, Iannen van Erpe Arntss., Symon van Gheel, Goessen van den Hezeacker ende Henricken Noede,
raitsluyden; prout in litteris incipientibus: `Marie, by der gracien Goidz' etc. et
comprehensis folio CCC XL. /
1
2
In margine nota.
Aldus hs., lees hierna iair.
229
1477-1478
ten tyde van hertoge maximiliaen, soen van den keiser
frederick, en van vrouw marien voirs.
fol. 265r
Dat hertoge Maximiliaen ende iou¡rou Marie voirs. in huwelic vergaderden1
Oeck nae dode van hertoge Kaerle voirs. ende omtrent deser tyt wairt tracteert
den huwelic tusschen heer Maximiliaen, zoen van keyser Frederic, ter eenre ende
der voirs. iou¡rouwe Marie ter andere zyden, die oeck in huwelic vergaderden,
nochtans by voirgaender dispensacien van den Stoel van Romen, want zy malcanderen bestonden ten dorden lede van der zyden van Portegael, want die keyserinne, hertoge Maximiliaens moeder, was des coninx dochter van Poirtegael,
ende hertoge Kaerls van Bourgoindien moeder waren beyde van brueder ende
suster kinderen.
ten tyde van hertoge maximiliaen ende vrouwe maria,
syn geselinne 2
Approbacie van der incoempst vrouw Marie ende alles datse had verleent
fol. 265
v
Daernae in denselven iair LXXVII denVten dach in decembri soe heeft die voirs.
hertoge Maximiliaen allen die poincten ende / articulen, by zynen voirvorderen
ende nae by zynre geselinnen vrouw Marie int generael oft int particulier den
lande van Brabant verleent, als nu in zyn yerste incoempste ende ontfangen geapprobeert ende die van nyews verleent ende consenteert te gebruyckene; ende heeft
voirts geloeft opt heilighe evangelium voir hem, zyn oiren ende nacomelingen
hertogen ende hertoginnen van Brabant, allen die poincten ende articulen vast te
houden en doen houden tot ewigen daigen, gelyc in de brieven dairop gegeven
breder wordt begrepen, ende dairby waren die bisscop van Metz, die heer van
Chymay, ierste camerlinc, die greve van Nassou, meester Ian van der Boeueryen,
heer vanWyeres, hoot van den Raide, meester Geldolph van der Noot, cancellier
van Brabant, die heer van Bersele, heer Robbrecht Coutereau, etc.; welke brieven
beginnen: `Maximiliaen, by der gracien Goidz' etc. ende zyn begrepen opten
blade CC XLVIII.
Addicie van der incoempsten vrouw Marie gegeven by hertoge Maximiliaen
fol. 266r
Daernae oeck in denselven iair LXXVII opten dorden dach in ianuario naedien
die Staten slantz van Brabant den voirs. hertoge Maximiliaenen / hadden overgegeven zekere poincten ende gebreken die zy hadden ende ingebroken waren tegens
die previlegien van den lande ende sunderlinge tegens die provisie van vrouwe
1
2
In margine nota hic, waaronder de rubriek herhaald wordt.
Vanaf fol. 266v tot en met fol. 287r herhaald.
230
1477-1478
fol. 266v
Maria, verleent tot Ghent, boven geruert, ende oic tegens hair incoempste die de
voirs. Staiten begerden afgestelt te werdene, etc. soe heeft hertoge Maximiliaen
voirs. nae deliberacien dairop gehadt denselven Staten dairop verleent ter remedien ende provisien om voirtaen onderhouden ende achtervolgt te werdene des
hiernae volgt:
in den iersten dat die previlegien slantz van Brabant zouden blyven tot Vilvoirden
ende nyet tot Antwerpen comen, dat nochtans die incoempst inhelt om redenen
daertoe allegeert;
item dat die cancellier ende raitsluyden en zullen hebben geen vordere kennesse
van saken danse hadden voir der tyt als hertoge Philips van Bourgoindien aen
Brabant quam;
item dat die meester van der Rekencamer ende die auditeurs derzelver voir die
Staiten eeden zullen doen ten onderhouden slantz previlegien nae begrip der incoempst, etc.;
item dat die van den Raide geen kennesse nemen en zullen noch partyen voir hen
betrecken van saken die gewyst zyn by wetten van steden oft van anderen plaetsen,
dan alleen in saken van reformacien, etc.;
item dat elck coepman van buyten ende bynnenlantz met zynen gueden sal moegen trecken ter venten dairt / hem gelieft, betalende zynen rechten toll ende ongelt;
dat men mar eens in Brabant tol sculdich is ende die revocacie des den tollere tot
Loeuen dairaf is verleent;
item in gevalle dat men bevonde die coepluyden van buytenlantz oft andere ongevryde, lydende met horen gueden ende comanscappen doer deser stat, den tolle
aldair betaelt hebbende, dat zy dan te Moll ende elswair ter merct in Brabant treckende van toll sullen blyven onbelast ende van des ter contrarien den tollere van
Loeuen verleent is, dat dat af sal wesen;
item dat men van den tol tot Antwerpen, int Wyel te Repelmonde, te Turnhout
noch elders nyet meer he¡en en zal van fusteyn, van corten roeden ende witten
wynen noch oic van anderen gueden dan dat van ouden tyden gewoentlic is geweest, etc.;
Van den toll tot Ysickeroirt
item dat die praminge dien van Bruessel ende anderen in Brabant geseten aen horen
gueden die zy doen vueren voirby Antwerpen tot Bergen toe ende die zy van Bergen
opwairt tot Antwerpen ende dair voirby doen vueren by den wachter van den Zeeusschen toll tot Ysickeroirt gedaen is geweest, afgestelt sal wesen;
item van den penningen die hy sal doen slaen, ende van horen assay;
item dat die o¤cieren moeten zweren die previlegien van den lande ende bysunder van der incoempste tonderhoudene alsoe die uutwyst;
fol. 267r
Van der warande des meesters van Postel
item dat zyn genaden alsulckenen gebode als ten / vervolge des meesters van Postel
van zynre genaden wegen gedaen zyn in preiudicie van dien van Eerssel om warande
aldair te houdene, af zullen doen;
231
1477-1478
Van den drossaet van Brabant
item dat nyemand als drossaet van den lande exploiteren sal, hy en hebbe ierst zynen
eedt gedaen nae der incoempst;
item van der geloeften dier van Antwerpen gedaen van der borchtochten aen den
hertoich van Guylic;
fol. 267v
Van gewynnen ende scryfgelt der rentmeestren
item dat die rentmeester van den verstorven gueden gewynnen oft scryfgelt nyet
meer en sal nemen dan zoe die incoempst uuytwyst;
item dat men alle saken ten Brabantschen Raide behoerende dairby sal handelen;
ende die vonnissen van den Leenhoeve zullen stat grypen by arrest sonder reformacie;
item van den sallaris ende rechten van den zegele, secretaris, commissaris ende
anderen;
item van der con¢scacien der Cameren van der Financien;
van den process aengaende den coepluyden van Leoens ende Geneuen van horen
afgenomen gueden in Henegouwe;
van den Coelschen, aengaende hoir gueden die in Brabant vanwegen hertoge
Kaerls aenverdt waren;
van den cloesteren ende cloesterhoven, datse, onbelast, zullen blyven onbelast;
van honden te houden, van den warandhueder, warandmeester, onderdrossaet,
velkener, van den volckvan wapenen, etc.; welke poincten al breder zyn begrepen
in zekere / brieven die beginnen: `Maximiliaen' etc. ende zyn begrepen opten
blade CC XLIX.
Den eedt die iou¡rouw Maria voirs. tot Loeuen in hare huldinge den
XXIXen dach meye dede
Ick gelove ende zwere ten heiligen ende opt heilige evangelie dat ick allen den prelaten, cloesteren, kercken, goedshuysen, baenroedschen, ridderen, steden, vryheiden, dorpen ende allen mynen ondersaten ende goeden luyden myns lantz
van Brabant int gemeyn ende bysunder sall houden ende doen houden wael ende
getrouwelic als een goet ende getrouwe heer sculdich is te doen allen hoer rechten,
previlegien, charten, gewoenten ende herbrengen, gelyc zy die hebben van onsen
lieven vorderen, hertogen ende hertoginnen in Brabant, ende gelyc zy diere gebruyct hebben sonder innebreken, zoe my Got helpe, dese heiligen ende alle Zyn
heiligen.
Ende meer eeden opten bladen CCC LXXVIII. /
fol. 268r
Den eedt die die Staiten van Brabant wederomme deden der voirs.
iou¡rouw Marie opten dach ende plaetse voirs.
Wy allen gemeyntlic ende elckvan onss sunderlinge ende voir hemselven geloven,
zekeren ende zweren onser geduchtiger vrouwen der hertoginnen van Brabant,
die hier iegenwoirdich is ende haren eedt gedaen heeft als een hertoginne van Brabant sculdich is te doen, dat wy hair voirtane goet ende getrouwe zyn zullen, in
allen saken onderdanich ende gehoirsam ende hair heerlicheyt, landt ende palen
232
1478-1479
ende hair onrecht helpen bescudden ende keren tegen elker malc ende hair dyenen
ende doen in allen saken als goede, getrouwe luyde horen rechten heer ende
vrouwe sculdich zyn te doen, zoe moet ons Got helpen ende allen Zyn heiligen.
fol. 268
v
fol. 269r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXVIIIo : Iohannes Monix ¢lius Iacobi,
obiit in aprili, Symon de Gheel, / Gerardus Symonis, Theodericus die Borchgreue, Hermannus Coenen, Hubertus Monic, Petrus Colen, Christianus Becker,
loco Iohannis Monix defuncti.
Burgimagistri seu receptores: magister Arnoldus van der Cluyten, Iohannes
Vuchz.
In den voirs. iair LXXVIII den XXIIen dach in iulio had die voirs. vrouwe Maria
by den voirs. hertoge Maximiliaen eene zoen die geheiten wairt Philips, nae zynen
oudervader Philips, ende die in Spaengien ster¡.
In den voirs. iair den lesten dach decembris dede /die voirs. hertoge Maximiliaen
deser stat desen eedt als hii dair wairt gehuldt:
Ick gelove ende zweere dat ick der stat van sHertogenbosch houden sal ende doen
houden wael ende getrouwelic, als een goet ende gerecht heer sculdich is te doen,
allen hoir rechten, previlegien, charten, costumen, usaigien ende herbrengen, gelyc dat zyse heeft van onsen lieven vorderen, hertogen ende hertoginnen in Brabant, ende gelyc dat zyse herbracht heeft sonder innebreken, zoe help my Got,
dese heiligen ende alle Goidz heiligen.
Den eedt van der gemeynten deser stad weder gedaen
fol. 269v
Wy allen gemeyntlic ende elc van onss sunderlinge ende voir hemselven geloven,
zekeren ende zweren onsen geduchten heer, den hertoge van Brabant, die hier iegenwordich is ende zynen eedt gedaen heeft als een hertoge van Brabant sculdich
is te doen, dat wy hem voirtane goet ende getrouw zyn zullen ende in allen zaken
onderdanich ende gehoirsam ende zyn heerlicheyt, lande ende palen ende zyn
onrecht helpen bescudden ende keren /tegen elcker malck ende hem dyenen ende
doen in allen saken als goede, getrouwe lyede horen rechten heer sculdich zyn te
doen, zoe moet onss Got helpen ende alle Zyn heiligen.
Dattet oirloge van Gelre began
fol. 270r
Omtrent ende nae derselver huldinge begonden die Gelderssche op te rysen ende
oirloge aennemen tegens dese stat ende der meyeryen van derselver. Sii creegen
voir eenen heer den hertoge Frederick van Bruynswyck, die hen bystant dede
ende die welke heer van Bruynswiic metten Gelderschen wel VIM sterck wesende
omtrent Vastelavont int iair voirs. quam uuyt der stat van Den Graue ende afbranden een groot deel van Oss, mar by zonnenschiin was hy weder bynnen der
stat van Den Graue met zynen volcke. Dese stat, alse vernam dat die voirs. hertoich van Bruynswyc metten Gelderschen tot Oss brandende was, tracse uuyt
metten clockenslach ende comende tot Oss was die voirs. hertoich metten Gelderschen, als voirs. is, vandair vertoogen. Ende / alsoe track dese stat voirts metter
macht tot Driel datse verbranden, mar mits der plonderinge van ennigen vertoech
die reyse tot in den avont, mits denwelken zii den bourgeren deser stadt qualic ver233
1479-1480
fol. 270v
fol. 271r
ginc, want zy mosten benachten tot Hedel, dair een zeker getal van bourgeren iamerlic worden vermoerdt, etc. Dese stat metter meyeryen ordineerden goede
mannen die bevele hadden die palen ende frontieren deser meyeryen te besetten
met ruyters, datse oeck nernstelic deden, te wetene: sy besetten Empel met XXII
knechten, op een blochuys after Engelen X knechten, op een baerdsche LXV
knechten, tot Kessel opt huys XLVI knechz, tot Alem XLVI knechs, tot Buchouen XXX knechs, tot Littoyen XL knechz, tot Megen opt huys XII knechz,
tot Megen in de stat X knechz, tot Druenen XXV knechs, / tot Waelwyc XX
knechz, tot Os, Berchen, Hees C VIII knechs, tot Erpe XXV knechs, tot Vechel
XXV knechs, tot Bakel, Milheze, Doernen, Asten, Lyessel, Zoemeren C XXV
knechz, opt blochuys tot Lytt XXXIII knechz; item voirt dede dese stat metter
meyeryen slaen voir die stat van Den Graue twe groete blochuysen ende bracht
alsoe dlant van Gelre weder totter onderdanicheyt van onsen genedichtsten heren
met groete zware costen, want tselver oirloge duerden omtrent drie iaren lanck.
In den voirs. iair LXXVIII optenVten dach van aprille opten Palmsondach wairt
alhier payen afgepubliceert een ordinancie, by den drien leden deser stat gemaect
op byer te brouwen, te tappen, etc.; welke ordinancie begint: `Te dien eynde' etc.
ende is begrepen opten blade.1 /
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXIXo : Rodolphus die Beuer ¢lius Rodolphi, Goeswinus van den Hezeacker, Henricus ¢lius Godefridi de Hedel, Arnoldus de Campen, Godefridus Dicbier, Arnoldus Roeuer Boest, Herbertus
Hals.
Van sekere certi¢cacie gegeven by desen scepenen, aengaende sekere hooftvonnissen tot Loeuen gewesen tusschen den commanduer van Gemart ende Andriessen Bernts, alst blyct opten bladeVIC LVI.2
Burgimagistri seu receptores: Iohannes de Kessel, Godefridus die Bye.
Con¢rmacie van tolvrii te varen in den lande van Gelre, gedaen bii
hertoge Maximiliaen ende vrou Marie
fol. 271v
In den voirs. iair LXXIX in de maent van meye soe hebben hertoge Maximiliaen
ende vrouwe Maria als hertoge ende hertoginne van Gelre, etc. in zekere hoir genaden brieven die vryheit van tolvrii te varen ende te keren in den lande van Gelre,
deser stat ende haren bourgeren / verleent int iair M CC ende drie, daira¡ datse
nae der verleninge voirs. ierst spolyeert3 waren geweest by tyde des oirloigs dat
was tusschen vrouw Iohanna ende hertogeWillemen van Gelre, ende wederomme
in de possessie gestelt by tyde hertoge Anthonys in eenre dachvart tot Empel, alsdoen gehouden tusschen denselven hertoge Anthoniis ende hertoge Reynalt van
Gelre, ende daira¡, naedatse weder in possessie van haer vryheit voirs. hadden
geweest, wederomme dairuuyt met crachte ende gewelt gestoten zyn geweest by
tyden van hertoge Arnt van Gelre ende hertoge Adolph, zynen zoen, ende wederomme in possessie gestelt by hertoge Philips van Bourgoindien ende hertoge
1
2
3
Hierna ontbreekt het folionummer; deze oorkonde staat niet in het cartularium.
Vanaf van sekere tot en met VIC LVI toegevoegd door de tweede scriptor van de kroniek.
Spoliare (Lat.): beroofd worden van.
234
1480-1481
Kaerlen, zynen zoen, nae vele beleyt ende informacie dairop gedaen ende genomen, etc. voir hen, hoir erven ende nacomelingen hertogen ende hertoginne van
Gelre, tot ewigen daigen deser stat ende haren bourgeren con¢rmeert ende denselven die vryheit voirs. van nyeuws geottroyeert ende gegunnen; gelyc in sekeren
brieven breder is begrepen, die beginnen: `Maximiliaen ende Marie, by der gracien Goidz'etc. ende zyn begrepen opten blade CC LVIII. /
fol. 272r
Consent te moigen setten bedesgewyse die penningen van den oirloge
Oeck in den voirs. iair LXXIX den VIIen dach in ianuario soe hebben hertoge
Maximiliaen ende vrouwe Marie deser stat consenteert XXVIIIM C LXXI Rynsgulden ende X stuvers noch van den oirloge tachter staende, metgaders die penningen die men voirtane totten oirloge behoeven soude, bedesgewyse te moigen
setten, he¡en ende boren op ende van den ingesetenen gemeyntlic beyde van deser
stat ende van der meyeryen derselver; prout in litteris incipientibus:`Maximiliaen
ende Marie, by der gracien Goidz'etc. et comprehensis folio CC LIII.
fol. 272v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXo : Ludolphus Buck, Ghiselbertus
Haeck, Engelbertus de Vden, Iohannes de Ham,Willelmus Monix, Henricus de
Berck, Henricus die Leeuwe. /
Burgimagistri seu receptores: Arnoldus ¢lius Willelmi Heymans, Iohannes
Oems ¢lius Iohannis.
Hollantschen tolle; con¢rmacie van den tolvryheit van Hollant ende
Zeelant ende declaracie hoe men dien sal gebruycken; dat ierstwer¡
worden ordineert tolbrie¡
fol. 273r
In den voirs. iair LXXX in iulio soe hebben hertoge Maximiliaen ende vrouwe
Marie voirs. die verleninge deser stat gedaen by hertoge Iannen van Brabant, den
vierden van dien name, hertoge van Brabant, ende vrouwe Iacoppen van Beyeren,
zynre geselinnen, als den vyften dach in februario int iair M CCCC XVIII aengaende der vryheit van tolvry te varen in Hollant ende Zeelant, nae inhoude der
brieven dairop gemaect, inhoudende onder meer aldus dat die poirteren deser
stat op allen steden bynnen den lande van Hollant ende Zeelant te water ende te
lande met horen gueden ende pennewarden vry varen ende keren zullen van allen
tollen ende ongelden, hetzy op hoirs selfs bodemen oft op vreemde bodem, by alsoe datse een iair oft meer poirteren zyn geweest, behoudelic dat die poirteren oft
hoir boden oirlof zullen heysschen ten tolsteden ende die tolneer zalse sculdich
zyn oirlof te geven terstont ende oft des nyet en geboirden, mogense voirtvaren
sonder mysdoen. Ende in absencie van den tolnaer / moigense voirtvaren alse
aen zyn woenstat oirlo¡ hebben geheyst, ende zullen die poirteren oft hoir boden
ten versueckvan den tolneer by horen eedt sculdich zyn te houdene dat die gueden
poirtersgueden zyn van Den Bosch ende nyemants anders, of men des hoiren
sympelen woirden nyet en woude geloeven, etc. metgaders oic die brieven van
con¢rmacien, dairnae als den XXIXen dach decembris int iair M CCCC
XXXIIII by hertoge Philips van Bourgoindien aengaende der vryheit voirs. deser
235
1480-1481
fol. 273v
fol. 274r
stat verleent, gecon¢rmeert ende gerati¢ceert, ende hebben by advyse ende goetduncken van den tolneren aldair, van den lieden van der Cameren van den Rekeningen aldair in Den Hage ende tot Bruessele ende van den lieden committeert
opt stuck van den demaynen ende ¢nancien, ende oeck van den lieden van den
Groeten Raide, voirts verclairt dat altyt, zoe dick ende mennichwerven alst geboren zal dat een scip geladen in al oft in deel met goeden, pennewarden ende comanscappen tot wat plaetsen oft mercten zy gehaelt oft gecocht zyn, enen oft
meer poirteren oft poirterssen van Den Bosch toebehorende, comen, lyden, passeren, keren oft weerkeren sal voirby ennige tollen van Hollant ende Zeelant, dat
dan die poirter oft poirtersse allen die gueden, pennewarden ende comanscappen
in den voirs. scepe wesende ende den voirs. poirteren oft poirterssen toebehorende, zullen doen verantwoirden met enen poirter oft enen anderen goeden
man van kennessen, brengende ende thoenende met hem enen brie¡ geheiten tolbrie¡, bezegelt met / deser stat zegele van den poirteren, inhoudende dat hy zal
zyn een man van geloven, van goeder famen ende name ende dat hy voir scepenen
van Den Bosch by manissen des richters by zynen eedt ten heiligen gehouden
ende gezworen heeft dat hy op dien voirs. brie¡ noch poirterye, egeenrehand goet,
comanscappen of penwarden en zal vueren oft doen vueren, passeren oft repasseren voirby ennige van den voirs. tollen van Hollant ende Zeelant dan zyn eygen
proper ende zynrer medepoirteren oft poirtarssen goet, pennewairden ende comansscappen die iair ende dach poirter oft poirtarssen der voirs. stat zyn geweest
ende dat egeen ongevryde personen dairaen oft mede en deylen in al oft in deel in
enniger manieren; verclarende die voirs. een poirter oft goede man by monde wat
gueden, pennewarden ende comanscappen die voirs. poirteren oft poirtarssen in
den voirs. scepe oft anderssins hebben, noemende dair oic met namen ende
toenamen diegeene dien die voirs. gueden toebehoren ende dat by zynen eede
ende a¤rmacie die hy sculdich zal zyn te doen in den handen des voirs. tolners
ende horen committeerden alsoe verre hy des dairtoe versocht zal wesen. Ende
alst geboren sal dat vele scepen geladen als boven oft andere goede luyden, passeren, wesen ende comen zullen tsamen ende met eenre vloeten voirby ennige van
den tollen voirs., dat desgelycx een goet man, brengende enen tolbrie¡, zulc ende /
van zulcke inhoudt als voirs., sal moegen verantwoirden voir alle die gueden ende
comanscappen die de poirters oft poirterssen dairinne hebben, noemende oec
die namen ende toenamen dergeenre die de toebehoren sonder dat die poirters
oft poirterssen gueden in de scepen hebbende, gehouden zullen wesen in horen
persoen oft by horen boden oft dieners op ende by hoir voirs. gueden moeten wesen oft elck enen tolbrie¡ te moiten brengen, anders dan by der manieren boven
vercleert. Ende dat mits desen die tolneren oft hore committeerde zullen die poirteren ende poirterssen deser stat, nu zynde ende naemaels wesende, vredelic laten
gebruycken die vryheit van den voirs. tolrecht, nae inhoude der brieven dairop gemaect, die beginnen: `Maximiliaen ende Marie, by der gracien Goidz' etc. ende
zyn begrepen opten blade CC LXIX, op welke brieve voirs. als opten rug derzelver staet gescreven aldus: `die luyde ende committeerde op tstuck van den demaynen ende ¢nancien onss genedichsten heren ende ¢nancien, etc. residerende in
Den Haghe', consenteren in alsoe verre alst in hen is dat dinhoudt in de witte van
desen volcomen zii in alle der vuegen ende manieren als onse genedige heer ende
236
1480-1481
fol. 274v
vrouwe voirs. dat willen ende bevelen gedaen te hebbene, by denselven gescreven
onder thantteken van eenen van den gecommitteerden, den lesten dach van iulio
int iair M CCCC LXXX, etc. /
Die luyden van der Rekeninge onss genedichsten heren ende vrouwen voirs., etc.
residerende in Den Hage, consenteren zoeverre het in hen is dat die poirters ende
poirterssen deser stat gebruycken die vryheit der tollen voirs. in alle der formen
ende manieren gelyc die brieven voirs. dat willen ende bevelen, uuytgesceiden
van enen poincte dairinne begrepen, inhoudende die vryheit voirs. te gebruycken
van allen gueden, pennewarden ende comanscappen tot wat plaetsen oft mercten
die gehaelt oft gecocht waren, enen oft meer poirteren oft poirterssen van Den
Bosch toebehorende; welke poinct zy gebruycken zullen nae inhoude der ierster
previlegien, hen by hertoge Iannen ende vrouwe Iacoppen gegunt, ende gelyc zy
die vryheit uuyt machte van dier tot hertoe gebruyct hebben. Ende oft dair ennige
questie in vyelen dat zy hen dairaf stellen zullen in iusticie voir dengenen ende ter
plaetsen daer ende zoet behoren sal;
Waer men in Hollant tprevilegium van den tol van Hollant sal vynden registreert
welke brieve geregistreert zyn int registre gehouden in der Cameren van der Rekeninge in Den Haghe, beginnende in de maent van novembri XIIIIC ende LX, folio
C LX, C LXI, C LXII, etc. /
fol. 275r
fol. 275v
Aengaet den tol ende oude geleyde van Loeuen
Oeck in den voirs.1 LXXX den XXVIIten dach in novembri naedien een geheiten
Daniel Boxhoern als pechtener van den ouden tolle ende geleyde van Loeuen boven die verclaringe eertyts daira¡ gedaen, inhoudende dat die coepluyden van
buyten lantz oft andere onvry personen in der stat van Den Bosch tol betalende
te Mol ende elswair in den voirs. lande van Brabant ter merct treckende, souden
vry ende ongehouden zyn elswair ennigen tol in Brabant meer te betalen, hem gevordert hadde mits brieven van onsen aldergenedichsten heren ende vrouwen
voirs. subrepticelic by hem geworven, den voirs. tol ende oude geleyde van nyeuws
in der stat van Bergen te heysschene ende te ontfangen, ende hoewel die voirs. van
Bergen hem presenteerden bystant te doen zoeverre ennige coepluyden hen pynden den voirs. tolle te ontvueren oft hedden ontvuert, soe persisteerden hy nochtans in twachten des voirs. tols tot Bergen te doen. Ende nae appellacie by den
voirs. van Bergen dairop gedaen ende den voirs. Danelen des was dach besceyden
voir den Raide van Brabant, ende nae allegacie ter eenre ende ter andere zyden
gedaen, soe is by den cancellier ende Raide van Brabant uuytgesproken dat die
voirs. van Bergen, mits der voirs. presentacien by hen gedaen, te desen male gestaen zullen ende dat die voirs. Daniel, / die aenverdende, hem verdragen sal te
desen mael in der voirs. stat van Bergen den voirs. tol ende oude geleyde aldair te
heysschene, op te boeren oft tontfangene, mar die personen denselven toll ende
oude geleyde sculdich zynde ende dien ontvuert hebbende, zoeverre hy die bynnen Bergen weet te vynden, dat hy die aldair sal moegen aentasten ende aenspre1
Aldus hs., lees hierna iair.
237
1480-1481
ken, etc.; gelyc breeder is begrepen in eenre acten dairop gegeven, beginnende:
`Alsoe als opten XVIIen dach der iegenwoirdiger maent van novembri' etc. ende
begrepen opten blade CCC XII.
Con¢rmacie van den previlegien slantz van Brabant
fol. 276r
Oeck in denselven iair LXXX denVIen dach decembris naedien die gedeputeerde
van den drien Staten slantz van Brabant aen onsen genedichsten heren versocht
ende clachten gedaen hadden dat hen hoir previlegien, voirtyts gegeven, nyet en
worden onderhouden mar worden gebroken, soe heeft onse genedichste heer
voirs. vercleert ende geordineert dat zyn gelyefte is ende wille dat allen hoir previlegien alsoe wel deen als dander henlyeden onder- / houden worden van poincte
te poincte, gelyc oeck in eenre andere acte vorder blyct, beginnende: `Alsoe als
myn genedige heer'etc. ende begrepen met eenreWalscher acten dairaen volgende
opten blade CCC XIIII.
Aengaende den onderhoude der previlegien
Nae welcker acten in Walschen gescreven volgt dat die Staiten slantz van Brabant
begeerden aen den cancellier ende Raide van Brabant datse hen allet dairinne begrepen wouden onderhouden ende dat die voirs. cancellier ende raitsluden, obtempererende1 den bevelen ons genedichsten heren voirs., hebben vercleert,
abolerende ende te nyeuwte doende alles sgeens des ter contrarien den previlegien gedaen is ende dairaf die processen in den Raide van Brabant hangende
zyn, contrarierende denzelven ende tgeen des ter contrarien van den previlegien
gedaen is oft naemaels worde, dat zy dat nu voir alsdan stellen in zynen iersten
staite, naevolgende den bevelen voirs.;
fol. 276v
Hoe men in der cancelreyen sal procederen
ende dat zy voirtaen achtervolgen zullen die manieren ende costuymen van procederene in der cancelreyen nae die previlegien wylen hertoge Philips, in ende voir den
iair van LI onderhouden, sonder die onderseten / dairbuyten te leyden oft te belasten in enniger manieren; nae inhoude der acten dairop expedieert van den daet den
dorden dach in merte int iair M CCCC LXXX, folio CCC XVII.
Noch van den toll van Loeuen; appoinctement van den Louenschen
tolle
Ende dairnae int selver iair opten dorden dach aprilis voir Paeschen, nae versueck
aen den cancellier ende raitsluden van Brabant by de gedeputeerde der stat van
Dyest gedaen vanwegen der coepluyden van ossen, die by tyde van den iair gewoentlic zyn tot Dyest ter merct te comene, dat achtervolgende den bevele gedaen
Danelen Boxhoern van den tol tot Loeuen by ons genedichs heren brieven van
panden den coepluyden afgenomen tot Mol in de dryftyt, mits nyet betaelt hebbende den tol tot Mol uuyt saken van horen beesten, den voirs. coepluyden restitueert worden als dat behoerden ende zunderlinge nae uuytwysen der provisien
1
Obtemperare (Lat.): besluit ten uitvoer brengen.
238
1480-1481
fol. 277r
fol. 277v
gedaen den voirs. Staten op zekere hoir gebreken drie dagen in ianuario int iair
LXXVII. Ende dairop gehoirt den voirs. Danelen, seggende onder dander in substancie dat alle ongevryde persoonen zoe schiere zy met horen gueden lantrueringe in Brabant deden, den toll van Loeuen sculdich weren, welken tolle men
van hen alomme in Brabant he¡en muchte. Ende want die voirs. coepluyde dewelke / bedwongen hadden geweest den voirs. tol te namptiseren oft panden dairvoir
te stellen, ongevryde personen weren, sustinerende dieselver Daniell dat tvoirs.
namptissement oft die a¡pandinghe wair wael ende terecht gesciet, nyettegenstaende den voirs. brieven onss genedichs heren aen hem gescreven ter contrarien. Die voirs. van Dyest blyvende by horen versueck voirs., gemerct
sunderlinge die voirs. provisie diewelke onder dander inhelt dat die coepluyden
van buyten lantz oft ander ongevryde, lydende met horen gueden ende comanscappen doer die stat van Den Bosch ende den tol aldair betaelt hebbende, gelyc
die voirs. coepluyden hadden gedaen tot Mol ende elswair ter merct in Brabant
treckende, van tol zouden blyven ongelast ende des hen ter contrarien van dien te
Moll by namptisacie afgenomen weer, hen zoude moeten zyn gerestitueert, etc.
soe is by den voirs. cancellier ende Raide van Brabant, partyen gehoert, geseegt
dat achtervolgende der voirs. provisien int iair LXXVII voirs. verleent, die voirs.
panden alsoe den voirs. coepluyden in contrarie van dier te Molle voirs. afgenomen by den voirs. Danelen oft zynen dyeneren, zullen denselven coepluyden als
voirs. is restitueert worden; gelyck breeder in eenre acten dairop gegeven, is
begre- /pen, welke acte begint:`Opt versueck, gedaen aen mynen heren'etc. ende
is begrepen opten blade CCC XVIII.
Alsnu wairt pays van den oirloge dat dese stat ende hair meyerye tot
horen groten costen met victorien tegens die Gelderssche hadden beleyt
Oeck in den voirs. iair LXXX opten GoedenVrydach den XXen dach in april nae
scryven deser stat, soe is vanwegen onss aldergenedichsten heren ende vrouwen
ende by horen consent, by heren Philips, greve van Nassouw, heren Henricken
Lotthemss., persoen tot Bucstel, als raiden ons genedichsten heren voirs., Willemen Monix, Symonen van Gele ende meesterWillemen van den Bosch als raitsluden deser stat, tusschen dese stat ende der stat van Boemel, Boemelre Wert ende
Tyelre Wert een mynlike dedinge ende tractaet geordineert, gemaect ende gesloten, inhoudende onder dander:
fol. 278r
Tractaet tusschen dese stat ende der stat van Boemel, Boemelre endeTyelre
Werden
in den iersten dat allet geen dat by tyden hertoge Kaerle ende nae zynrer doot in den
lande van Gelre verlopen ende gesciet is tot desen dage toe, van den bourgeren ende
ingesetenen aldair als van Zautboemel ende Boemelre endeTyelreWert ende desgelycx van den ridderscap die dairmede gehouden hebben, sal wesen vergeven ende
vergeeten ende / dat onse genedige heer die hertoge van Oistryck enen yegelycken
aldair lantrecht, statrecht, dyckrecht ende leenrecht sal doen ende laten wedervaren,
etc.;
239
1480-1481
Van Hemart, den doersteeck ende lynpaden aldair
ende dat heer Ian van Hemart zyn goet, sloot ende heerlicheyt wederomme sal moegen aenverden metten renthen, gelyc hy die sal vynden, ende dat hy den doersteeck
tot Hemart oepen sall laten ende dairtoe die lynpaden verlenen, dwelc heer Ian ende
Ioest, zyn zoen, alsoe zullen geloven onder zegele ende brieve ende dairtoe den
doersteeck nyet te becummeren noch ennigen tol oft ongelt dair leggen ende dat voir
hen, hoir oire, erve ende nacomelingen, etc.;
Dat Boemel tolvry soude wesen tot Loebeeck, Megen ende Lyth
item dat die stat van Zautboemel zal blyven by horen rechten, previlegien ende vryheden die zy heeft te water ende te lant, bynnen ende buyten den lande van Gelre
ende bysunder aen de tollen van Loebeeck, Megen ende Lyt, gelyc zy die gebruyct
heeft by tyde hertoge Arnts van Gelre;
fol. 278v
fol. 279r
Van den toeleggen des doersteecs tot Herwarden
ende dat die stat van Boemel onder zegel ende brieve deser stat geloven sal geen belet te doen in haren toll int lant van Gelre, noch om het toedycken van den doersteeck van Herwarden tot egenen toecomende tyde noch oic tselver gat nyet weder
doersteeken en zullen;
item dat die stat van Boemel, die bourgeren ende ingesetenen aldair ende het ridderscap onbelast zullen blyven van allen tichten hercomende / van ennigen penningen die by tyden hertoge Kaerls hen geheyst waren, zoeverre zy die nyet geloeft
en hebben; ende oft geboirden dat die van Nymegen hoir gaven ter obediencien
dat dieselver van Nymegen oft ander steden genen onraet en zullen zetten op die
van Boemel ofte op triddersscap aldair, etc.;
item dat die bourgeren ende ingesetenen van Boemel, Boemelre endeThielreWerden, tridderscap ende mannen van leene die hoir leenen opgescreven hebben
ende noch nyet versocht en hebben, sich aen hoer rechte nyet versuympt en zullen
hebben ende dat alle vesten voir scepenen oft leenmannen syndert gescyet stat
zullen grypen, etc.;
item dat men die bourgeren ende ingesetenen van Boemel duerende dese vede
nyet en zal belasten van dyenste opte ongehoirsame noch oic met scattinge bynnen twee iaren, etc.; ende dat men in derselver stat geen ruyters en sal leggen dan
tot L oft LX personen toe;
item dat men die steden noch hoir ingesetenen ter eenre noch ter andere zyden
nyet en sal besetten om ennige penningen die den vyanden oft hoir wederpartye
ontweldicht oft ontvuert zyn, etc.;
item dat onse genedige heer die voirs. van Boemel, Boemelre en Thielre Werden
helpen zal aen / hoir zegele ende brieve den bisscop van Munster gegeven om bystant van hem te crigene;
item dat die stat van Boemel ende triddersscap aldair ontfangen zal onsen genedigen heer voir horen gerechten lantzheer ende denselven oft zynen genaden dairtoe huld ende eeden doen;
item oft der voirs. van Boemel scepen worden gehouden tot Venle, Nymegen, Arssen oft tot andere plecken, datse dat wederomme by arrestamente opte selve zullen moegen verhalen;
240
1481-1482
fol. 279v
fol. 280r
item dat die giften by onsen genedigen heer gegeven van gueden den ingesetenen
van Boemel, Boemelre ende Tyelre Werden oft den ridderscap toebehorende,
crachteloes zullen wesen, etc.;
item ende dat in desen versoent zal wesende te beyden zyden heer Bartram van
Oppurgen, ridder, etc.; prout in litteris incipientibus:`Wy, Philips, greve van Nassouw'etc. et comprehensis folio CCC XXXVI.
Omtrent Sint-Iansmisse int iair LXXX voirs. quam die groete Turcke Mahumet,
wesende een monster in der naturen, met groeter onsprekelycker macht ende belach zeer haestelic / Rodes, dair hy vromelic wairt wederstaen ende groeten scade
leet. Ende dairnae toech hy int conincryck van Naples ende wan dair een mechtige stat, geheyten Ydrunte, dair hy den eertsbisscop, geheiten Symon, wesende
een oudt man, met eenre sagen onttwee dede sagen. Ende corts dairnae ster¡
dat ondyer, dat zoevele landen den kerstenen afgenomen hadde.
Remigii confessoris anno M CCCC LXXXI: Iohannes de Aa, Willelmus de
Ghent,Willelmus Steenwech, Reynerus van den Hoeuel, Iohannes Scilder, Iohannes ¢lius Godefridi de Hedel, Godefridus Zweders. /
Burgimagistri seu receptores: Matheus de Gunterslair,Thomas die Coster.
Dat Dordrecht ingenomen wairt
In den voirs. iair LXXXI int beginne nae Paesschen in den aprille quam heer Ian
van Egmond voir Dordrecht met drie cleyn sceepen, geladen met LXXX gewapende ende nam die stat inne, dairuuyt hy veriaechden die Hoecken die Dordrecht in hadden ende die den Geldersschen in den oirloge tegens dese stat
waren groot onderstant ende zeer behulpich geweest, zoe men bevant. Want als
Dordrecht ingenomen was, gaven die van Nymmegen hen corts dairnae in handen.
Aengaet den doersteeck tot Hemart
fol. 280v
Oeck in den voirs. iair LXXXI den XXIIIten dach in aprille des anderen daigz nae
Paeschdach soe hebben heren Ian van Hemart ende Ioest, zyn zoene, ridderen,
voir hen, hoir oiren ende nacomelingen deser stat geloeft ende toegeseegt den
doersteeck gemaect by deser stat in horen dorpe van Hemart, altyt / oepen te laten ende dien tot egenen tyde wederomme toe te leggen ende omme dien gevuechelycker te gebruycken, hen aen beyden zyden te houden die lyndepade alst van
node is;
Die lyndpaden
ende denselven doersteeck noch die lyndpaden nyet te becommeren noch te beletten
noch oic ennigen tol oft ongelde dair te leggen, etc.; prout in litteris incipientibus:
`Wy, Iohan van Hemart'etc. et comprehensis folio CC LXXX.
241
1481-1482
Aengaet dat die stat van Boemel geloeft geen belet te doen in onsen
tol ende vryheit in den land van Gelre ende den doersteec tot Herwarden toe te leggen
Oeck in den voirs. iair LXXXI den XXIIIten dach in aprill des anderen daigz nae
Paeschdach soe heeft die stat van Zautboemel onder horen zegel ad causas1 voir
hair erven ende nacomelingen deser stat toegeseegt ende geloeft hair noch haren
bourgeren tot egeenen tyde belet te doen in de vryheit die dese stat heeft van den
tol int lant van Gelre, etc.; ende noch heeftse geloeft deser stat te gedoegen toe te
leggen den doersteeck tot Herwarden ende denselven tot egeenen tyde wederomme te oepenen; prout in litteris incipientibus: `Wii, scepenen, bourgermeesteren, raet ende die gemeyn stat van Zautboemel' etc. et comprehensis folio CC
LXXXI. /
fol. 281r
Dat die stat vanThiel geloeft deser stat geen belet te doen in hare vryheit van tolvry te varen int lant van Gelre ende den doersteec tot Herwarden toe te laten dycken
Oeck opten Beloeken Paeschdach int voirs. iair LXXXI soe heeft die stat van
Thiel onder haren groeten zegel voir hair erven ende nacomelingen deser stat geloeft noch haren borgeren nummermeer belet te doen in de vryheit van tolvry te
varen in den lande van Gelre; ende noch heeftse geloeft te gedoegen den doersteeck tot Herwarden toe te leggen ende tot geenre tyt wederomme te oepenen,
etc.; prout in litteris incipientibus: `Wy, scouthet, bourgermeesteren, scepenen,
raet ende ganse gemeynte der stat van Thiel' etc. et comprehensis folio CC
LXXXII.
Tractaet van peys tusschen den hertoich van Oistryc ende der stat
Boemel, Boemelre endeTielre Werden
fol. 281v
Oeck in den voirs. iair LXXXI in den meye soe zyn die van Zautboemel, Boemelre ende Tyelre Werden ontfangen in genaden van hertoge Maximiliaen ende
vrouwe Marie onder zekere articulen metten selven vanwegen des hertogen voirs.
accordeert:
in den yersten datse hem oepeninge zullen doen van der stat ende vierdel voirs.
ende ontfangen voir horen wairechtigen natuerlycken heer ende vrouwe, etc. ende
dat doende sal vergeven ende vergeten wesen allet verloep syndert hertoich Kaerls
tyde gesciet;
ende dat men enen yegelycken aldair sal doen gescien / lantrecht, statrecht, dycrecht ende leenrecht;
ende voirts soe hebben hertoge Maximiliaen ende vrouwe Marie den voirs. van
Boemel, Boemelre ende Tielre Werden approbeert ende con¢rmeert die voirs.
poincten opten GoedenVrydach int iair LXXX by heren Philips, greve van Nassouw, heren Henricken Lotthemss., persoen tot Bucstel,Willemen Monix, Symonen van Gheel ende meester Willemen van den Bosch aengaende den pays voirs.
1
Sigillum ad causas: het zegel ter zake, een bepaald type stadszegel.
242
1481-1482
concipieert ende gemaect, etc.; prout in litteris incipientibus: `Maximiliaen ende
Marie, by der gracien Goids'etc. et comprehensis folio CCC LXXI.
Dat Nymegen Graue metten rittersscap ende ingesetenen dairinne
ende in den Ryck van Nymegen ende Ouerbetu geseten, in handen
comen zyn
Oeck in den voirs. iair LXXXI in den meye soe hebben hertoge Maximiliaen
ende vrouwe Marie onder zekere dedingen, presentacien ende vorwarden hen by
die van Nymegen ende Graue ende ritterscap ende ingesetenen van den Ryc van
Nymegen ende Ouerbetu geo¡ereert ende metten selven aengegaen, dieselve ontfangen in genaden gelyc dat breet ende int lange staet vercleert ende verhaelt in
sekere brieven dairop bynnen deser stat gegeven; van welken brieven dbeginsell
luydt aldus: `Maximiliaen ende Maria'etc. ende zyn begrepen opten blade.1 /
Die feeste van den Gulden Vlyes2
fol. 282r
Daernae in deselve maent van meye int iair LXXXI soe hielt hertoghe Maximiliaen voirs. bynnen deser stadt die feeste van der oirdene van denToysone oft GuldenVlyes, in welker feesten voirs. hertoge Philips, zyn zoen, wairt ridder geslagen
ende ont¢nck tGuldenVlyes.2
Die huldinge van vrouw Maria
Nae welker feesten in deselve maent van meye, den XXVIIen dach opten sondach
als men singt Vocem, wairt bynnen deser stat gehuld vrouw Maria ende dede desen eedt:
Den eedt van vrouw Maria
Wy geloven ende zweren dat wy der stat van sHertogenbosch houden zullen ende
doen houden wael ende getrouwelic als een goede ende gerechte lantsvrouwe sculdich is te doen, allen hair rechten, previlegien, carthen, costumen, usaigien ende
herbrengen gelyc dat zyse heeft van onsen lieven vorderen hertogen ende hertoginnen in Brabant, ende gelyc dat zyse herbracht heeft sonder inbreken, zoe helpe
ons Got, dese heiligen ende alle Goids heiligen.
Den eedt van der gemeynten
fol. 282v
Wy allen gemeyntlic ende elc van ons sunderlinge ende voir hemselven geloven,
zekeren ende zweren / onser geduchtiger vrouwen der hertoginnen van Brabant
die hier iegenwoirdich is ende haren eedt gedaen heeft als een hertoginne van
Brabant sculdich is te doen, dat wy hair voirtaen goet ende getrouwe zyn zullen
ende in allen saken onderdanich ende gehoirsam ende hair heerlicheyt, lant ende
palen ende hair onrecht helpen bescudden ende keeren tegen elker malc ende
1
2
Hierna ontbreekt het folionummer; deze oorkonde staat niet in het cartularium.
In margine nota.
243
1481-1482
hair dyenen ende doen in allen saken als goede, getrouwe ondersaten hare gerechter lantsvrouwen sculdich zyn te doen, zoe moet ons Got helpen ende alle
Zyn heiligen.
Aengaet den toll van Gelre ende die con¢rmacie dairaf
Dairnae int selver iair LXXXI in iunio soe hebben hertoge Maximiliaen ende
vrouw Maria aengaende der vryheyt van tolvry te varen in den lande van Gelre
deser stat ende haren borgeren verleent int iair M CC ende drie in der composicien tusschen wilen hertoge Henricken, hertoge van Brabant, ende greve Otten
van Gelre gemaect voir hen, hoir oiren, erven ende nacomelingen deser stat, die
voirs. vryheit ende alle brieven hen dairop verleent, gecon¢rmeert ende gevesticht;
fol. 283r
fol. 283v
Ende die nyewe verleninge ende die declaracie hoe men die gebruycken sal
ende hebben voirts uuyt meerder ende sunderlinger gracien voir hen, hoir oiren, erven ende nacomelingen hertogen ende hertoginnen van Gelre, greven ende grevinnen van Zuytphen, gegunt, / geottroyeert ende gewillecoirt deser stat ende horen
bourgeren, nu wesende ende naemaels comende, dat zy voirtaen in den lande van
Gelre ende greefscap van Zuytphen met horen comanscappen, gueden ende pennewarden te water ende te lande moigen gaen, driven, varen, vlieten, keren ende verkeren sonder ennigen toll oft ongelde dairaf te geven oft te betalen in geender
manieren, beloevende den voirs. bourgeren ende poirteren in de voirs. vryheit ende
exemptie tonderhoudene ende doen onderhouden, sonder die meer dairuuyt te laten stoten met forse, crachte oft gewelde;
Hoe men den tol van Gelre sal gebruycken
behoudelic dien dat die voirs. poirteren in alsoe verre als zy by horen gueden zyn oft
anders hoir facteurs, dyeners, wagenluyde, scipluyde oft vlutteners by den voirs. gueden wesende, sculdich zullen wesen aen te comen aen de tolsteden omme aen die
tollmeesters oft hoir dyeners oirlo¡ te heysschen voirby te varen, diewelke tolmeesters oft hoir dyeners voirs. sculdich zullen wesen henlieden sonder vertreck oft yet
van henlieden daira¡ te nemen, oirlo¡ te geven vry voirby te varen; ende oft die
voirs. tolmeesters oft hoir dyeners henlieden den voirs. oirlo¡ terstont nyet en geven
oft dat dieselve tolmeesters oft hoir dyeners aen de tolstad nyet en weren ende mense
aldair gesocht hedde, soe zullen alsdan die voirs. poirters, hoir facteurs, dieners, wageluyde, scipluyde oft vlutteners vry voirt ende voirby moegen / varen, sonder mesdoen oft yet te broecken oft te verboeren, mitz dat dieselve poirteren oft hoir
facteurs, dyeners, wageluyde, scipluyde oft vlutteners oft die een van hen by eede nemen zullen als zy des versocht zullen wesen dat die voirs. gueden dairmede zy voirby
meynen te varen, toebehoren poirteren deser stat ende nyemanden anders; ende of
men bevonde dat yemand ennige gueden, ongevryde personen toebehoerende,
hadde verantwoirt voir vry gueden oft dat hy alsulkenen ongevryde gueden alleene
oft by vry gueden wesende, wetende hed verzweegen, oft diezelve ongevryde gueden
met poirteren goeden voirby die tolsteden hedde gevuert sonder van den ongevryden gueden te betalen oft oirlo¡ te hebben, zoe zoude dat goet geheelic verboert worden ende insgelycx al dat goet dat dair bevonden zoude werden toebehoerende
244
1481-1482
dengenen diet alsoe verzwegen hedde, tapplicerene voir deen helft onsen genedichsten heren ende dander helfte den tolmeesters, etc.; gelyc in de brieven dairop verleent breder is begrepen, welke brieven beginnen: `Maximiliaen ende Marie' etc.
ende zyn begrepen opten blade.1
Dat den o¤ciers in den lande van Gelre wordt verkundicht ende oic
den tolners bevolen datse dese stat zouden laten by hair vryheit van
toll aldair
fol. 284r
Dairnae in de voirs. maent van iunio den vyften dach int voirs. iair LXXXI soe /
hebben hertoge Maximiliaen ende vrouw Maria voirs. allen horen genaden stedehouderen, richteren, amptluyden, tolneren, rentmeesteren, o¤cieren, dieneren
ende onderseten scerpelic bevolen datse deser stat ende horen borgeren die vryheit van den toll van den lande van Gelre ende grefscap van Zuytphen nae inhoude horen vercrych vry van allen tolle doen ende laten passeren ende dat oic
allomme verkundigen, etc.; prout in litteris incipientibus:`Maximiliaen ende Maria'etc. et comprehensis folio CC LXIII.
Van der vryheit des tols tot Batenborch die dese stat heeft
fol. 284v
Dairnae int zelver iair ende in deselve maent van iunio den XXVen dach, nae zekere dedinge ende zoene gemaect tusschen ioncker Iacoppen van Bronchorst,
heer tot Bathenborch, Aenholt, etc. ende vrouwe Agnees vanWisch, zyn moeder,
wedue, ter eenrer ende dese stat ter andere zyden aengaende der nederlagen die
deser stat, bourgeren ende volc van wapenen aldair hadden geleden, soe hebben
ioncker Iacop voirs. ende die voirs. vrouw Agnees voir hen, hoir erven ende nacomelingen in recompense der voirs. nederlaigen ende des scadens by deser stat
dairby geleden, gegunt, gegeven ende verleent allen den bourgeren ende poirteren
deser stat nu zynde ende naemaels wesende, dat zy ten ewigen daigen met horen
lyven ende met allen horen gueden, comanscappen ende pennewairden / vry zullen moegen varen ende vlieten, keren ende verkeren te water ende te lande met
scepen, karren, wagen, perden, vlutten oft hoe zy gaende, staende, rydende, varende oft vlietende voirby allen hoir tolle van Bathenborch, het zy in mercten oft
buiiten mercten, ende dat zy aldair van allen horen tollen, het zyn mercttollen oft
andere, ten ewigen daigen vry zullen bliven sonder ennige tolle oft ongelde te dorven betalen, het zy op hoirs selfs bodem, karren oft wagen, oft ander vreemder
bodem, karren oft wagen, het zy oick die gueden by henzelven alleen oft oic by
ander gueden wesen moigen; by alsoe dat die bourgeren zoeverre zy by hoer gueden weren oft anders hoir facteurs, dieners, boden, vlutteners, scipluyden, wagenluyden oft andere die by de gueden zullen wesen, sculdich zullen wesen te comen
aen de gewoentlicke tolsteden ende aldair oirlof heysschen aen de tolners ten tyde
wesende, zoeverre die opte tolsteden zyn oft anders aen hoir dyeners oft gebueren
op die tolstat voirs., ende alsdan zullen die tolners oft hoir dyeners sculdich wesen
die bourgers oft hoir facteurs voirs. terstont sonder vertreck oirlof te geven vry
1
Hierna ontbreekt het folionummer, hoewel de oorkonde in het cartularium staat, zie aldaar
fol. 258r-262v.
245
1481-1482
fol. 285r
voirby te laten passeren; by alsoe oeck dat zy met horen scepen ende vlutten aent
lant leggen zullen zoelange zy om den oirlof te halen uuyt zullen wesen, ende ofse
terstont nyet oirlof en geven datse sonder mesdoen voirby moigen passeren, by
alsoe datse sculdich zullen wesen of ment begeert tot horen eeden te houden dat
poirtersgueden zyn ende oft yemand onvry goet alsoe verantworden, dat alsdan
tselve met allen den gueden die voir vry gepasseert / zullen zyn, sullen wesen verbuert; prout in litteris incipientibus: `Wy, Iacob van Bronchorst, heer tot Bathenborch ende Aenholt'etc. et comprehensis ad signum tale (½28) ac folio CC LXIII
ende van welken brieven voirs. die copie aen den voirs. teken ende opten blade
voirs. staet insereert in zekere brieve beginnende: `Wii, scepenen, raet ende gemeyn bourgeren ende ingesetenen der stat van sHertogenbosch' ende begrepen
opten blade CC LXII, by deser stat den voirs. ioncheer Iacoppen ende vrouwe Agnesen wederomme gegeven des anderen daigz, te wetene den XXVIen dach van
iunio, dairinne dese stat wederomme geloeft die vryheit des tols voirs. te gebruycken nae inhoudt des voirs. briefs ioncker Iacops voirs. ende nyet vorder noch anders, etc.
Van den toll tot Woudrichem
fol. 285v
Daernae int selve iair LXXXI opten lesten dach van october soe is tusschen heren
Iacoppen, greve van Hoerne, heer tot Altenae, tot Craendonck, tot Cortersschem, etc. ter eenre ende dese stat / van sHertogenbosch ter ander zyden aengaende den tollen tot Woudrichem ende Ghiessen gelegen, een er¡elycke
raminge ende ordinancie gemaect ende gesloten ten ewigen daigen onderhouden
te werdene:
Datse bynnen mueren moeten zyn woenechtich;1 den toll tot Woudrichem
te wetene dat tot allen tyden den voirs. tol ingegangen zynde, staende ende duerende alle scepen hoedanich die zyn, groet oft cleyn, die poirtergoet deser stat
bynnen den mueren derzelver woenende inhebbende ende anders egeen, comende aen de wachte der voirs. tollen, hoir zeylen zullen stryken omme die wechters van denzelven tollen dairaen te comen, zoe geheerbracht is, aldair zy dan enen
orcontspenninc van den toll zullen geven, zoe mennichwerven zy bynnen den tyde
der tollen alsoe comen gevaren, te wetene eenen witten Vlemsschen oft anderhalven grotenVlemss payments dairvoir; ende zullen die coepluyde van den goede oft
scipper in hore absencien, zoe die tolner des begeert, by hoer eeden beweynen
tgeen dat deser poirter goet is; ende weren dair ander gueden in, die sullen tol betalen; ende hiermede zullen zy voirt voirby ombelett moegen varen sonder dairaen te mesdoen;
Die renthe die men van den tol tot Woudrichem gilt
ende hiertoe sal dese stat alle iair op Sinte-Remeysdach oft bynnen XIIII daigen
dairnae onbevangen den rentmeester des heren van Altenae bynnen der stat van
Woudrichem loss ende vry XXXV Overlensche gulden, tstuck tot XX stuvers gere1
In margine nota.
246
1481-1482
fol. 286r
kent, opten peen van enen der voirs. gulden, alle daige nae den voirs. toldaige te verboren, half tot behoe¡ des heren oft vrouwen van Altenae ende half tot behoe¡ des
richters diet versuect; /
item want den voirs. toll den heer van Altenae van den Roemschen keyser verleent
is op zekere afquitinge ende oft alsoe die a¡quytinge geboerden, soe zal die heer
van Altenae voirs. overdragen, loss ende vry zyn ende zal alsdan mits den voirs.
afquyten staen in zynen volcomen recht van den voirs. tol, gelyc die voirs. heer bis
in desen daige dairmede gestaen heeft, ende zal die voirs. renthe alsdan doot zyn
ende zal die heer sculdich wesen deser stat te betalen die somme van hondert
Rynsgulden eens die de voirs. greve nu gereet heeft ontfangen, etc.; gelyc breeder
in de brieven, diere twee all eensluydende gemaect zyn, is begrepen ende beginnen: `Condt ende kenlic zy allen luyden' etc. ende zyn begrepen opten blade CC
LXXIIII.
Dat die stat Graue, dlant van Kuyck ende Oyen annexeert zyn aen
Brabant
Oeck in den voirs. iair LXXXI den XXVIen dach in novembri soe hebben die
voirs. hertoge Maximiliaen ende vrouw Maria voir hen, hoer oir, erven ende nacomelingen dlant ende die stat van Den Graue metten lande van Kuyck ende van
Oyen met horen toebehoirten annexeert ende appliceert tot ewigen daigen te blyven aent dlant ende hertoichdom van Brabant, etc.;
fol. 286v
fol. 287r
Datse hoir hoetvonnisse hier zullen halen
ende dat die van Den Graue, Kuyck ende Oyen hoer hoetvonnessen halen zullen
aen scepenen deser stat / ende dat dingesetenen der voirs. landen zullen gebruycken ende genyeten allen der rechten, vryheiden ende previlegien slantz van Brabant;
Van den o¤ciers tot Graue, Kuyck ende Oyen
ende dat die o¤ciers aldair van iusticien ende ontfange ende alle andere hoedanich
die zyn, zullen wesen geboren Brabanders, wel ende behoerlycke in den lande van
Brabant geguedt ende geneem den drie Staten slantz van Brabant ende datse zullen
doen eeden gelyc do¤ciers in Brabant, etc.; prout in litteris incipientibus: `Maximiliaen ende Marie, by der gracien Goidz'etc. et comprehensis folio CC LXXIX.
Hier is te wetene dat heer Ott van Kuyck ende van Heuerle opten dach der geboerten Sint-Ians Baptisten int iair M CCC XXIII die stat van Den Graue metter toebehoirten vercoft ende opgedragen heeft hertoge Iannen van Brabant, den dorden
van dien name, als boven blyct. Dat oic dieselver heer Ott int iair M CCC XXVIII
dairnae gekent heeft ten ocsuyne der vercopinge voirs. ontfangen te hebbeneVM
ponden groetenTournoysen, als boven blyct./
Dat oeck dairnae int iair M CCCC LXIII hertoge Kaerle van Bourgoindien toegevuegt heeft het ontfanck van den demaynen ende renthen van den landen van
Kuyck ende Kessel totten ontfanckvan der stat ende meyeryen van deser stat ende
totten rentmeester aldair als aen Brabant, als boven blyct.
247
1481-1482
Hoe die HoyckenVtrecht innamen
Int voirs. iair LXXXI omtrent Korsmisse began tot Vtrecht te wassen die partye
van den Hoycken, dair die heer van Mointfoirt met ennigen Hoycken een grote
commocie maecten tegens bisscop Dauid van Vtrecht; ende omtrent ten eynde
van der loumaent innamen die voirs. van Vtrecht heren Engelbert van Cleue om
hem oft Philipsen, zynen brueder, bisscop te makene, dair bisscop Dauid voirs.
noch leefden.
teser tyt sterff vrouwe marie, geselinne van hertoge
maximiliaen voirs.
Dat vrouwe Maria ster¡
fol. 287v
Int voirs. iair LXXXI in den merte omtrent Onser-Liever-Vrouwendach Annunciationis / die voirscr. vrouwe Maria, synde te perde in de iacht ende springende
metten perde, zoe vyel zy ter eerden, bevrucht zynde, ende wairt zeer gequetst van
den perde dat op hair trat, datse dairaf ster¡ zeer coirts dairnae als den XXVIen
dach in merte.
ten tyde van hertoge maximiliaen als weduwer van
vrouw marien 1
fol. 288r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXIIo : dominus Iohannes Back, miles,
Gerardus de Berkel, Iohannes Kanapart ¢lius Iohannis, Iohannes Heym, Willelmus de Haestrecht, Bernardus Ianss. de Ouermeer, Iohannes de Aerle.
Burgimagistri seu receptores: Wolterus Bolck, Godefridus Pottey./
In den voirscr. iair canoniseerden paeus Sixtus Sinte-Bonauentura ende noch vy¡
martelaren van der mynrebruederen oirdene.
Aengaet Oyen
In den voirs. iair LXXXII den XXVIen dach van aprille des vrydaigs nae den sondach Misericordia soe is by dese stat ter eenre ende Willemen van Ghent ter andere zyden gemaect ende genomen een tractaet ende concept aengaende den
vercrige ende coepe van der borch ende sloote metter heerlicheyt van Oyen, met
allen horen rechten ende toebehoerten;
Dat dese stat vercoft heeft IIC Rynsgulden die ioncker Willem van Ghent
geloeft heeft te gelden ende te lossen, ende oic Oyen te bewaren
in den iersten als dat dese stat van stonden aen zoese gedaen heeft, zoude vercopen
IIC Rynsgulden er£ycke renthen op losse ende die penningen dairaf comende ter
sommen van IIIM Rynsgulden, tstuck tot XX stuvers, by hair gereet houden liggen
1
Herhaald tot en met fol. 302r met de variant op fol. 300v -301r: Ten tyde van hertoge Maximiliaen, weduwer van vrouw Marien ende mombaer synre kynderen.
248
1482-1483
fol. 288v
totdat die voirs. ioncker Willem van Ghent tvoirs. borch, slot ende hoir toebehoirten
tegens heren Iannen van Bronchorst ende van Bathenborch, domproest tot Munster, tytlyc heer wesende tot Oyen, gecoft hedde ende daira¡ hedde ontfangen behoerlycke veste ende oic ontfangen hedde van onsen genedichsten heren te leene
als hertoge van Gelre; ende oick totdat hy ioncker Willem voir scepenen deser stat
geloeft zal hebben die voirs. IIC Rynsgulden /er¡elycke renthe te betalen ende te lossen dat hy oec gedaen heeft met vele meer andere poincten dairnae in denselven iair
LXXXII den XXIIIen dach in iulio, gelyc dit all breeder blyct in zekere brieven onder den zegelen der scepenen deser stat ende des voirs. ioncker Willems ende oic
onder den groeten zegele derselver stat; welke brieven beginnen:`Wy, scepenen, gesworen, raitsluyden'etc. ende zyn begrepen opten blade CCC XXXIII.
Veste van Oyen gedaen ioncker Willemen van Ghent
fol. 289r
Item is hier oeck te wetene dat den voirs. ioncker Willemen van der voirs. borch,
slote ende heerlicheyt van Oyen gedaen is veste voir scepenen van Den Bosch onder dese woerden, getogen uuyten prothocol dairaf wesende:
dominus Iohannes de Bronchorst et de Bathenborch, archiprepositus Monasteriensis, castrum et villas de Oyen et de Dyechden unacum omnibus et singulis
iuribus et attinentiis suis quocumque locorum consistentibus, sitis solvendas vel
reperiendas sibi per et post mortem quondam domini Theoderici de Bronchorst
et de Bathenborch, etc. sui patris, militis, iure successionis hereditarie advolutas
quas castrum et villas cum suis iuribus /et attinentiis prescriptis domicellus Willelmus de Gent in presentia domini nostri ducis Austrie, Brabantie et Gelrie, etc.
erga predictum dominum Iohannem acquisierat iuxta continentiam litterarum
desuper ut asseruit confectarum, legitime et hereditarie supportavit predicto domicello Willelmo de Ghent, similiter cum dictis litteris aliis et iure, promittens
super omnia et habenda ratam servare, obligationem et impetitionem ex parte
sui deponere. Testes Berkel et Bernardus, datum XVta maii anno LXXXIII.
Quitancie van den coep van Oyen, gegeven by den domproest van
Munster
Dictus dominus Iohannes palam quitavit et quitum proclamavit predictum domicellumWillelmum de Ghent eiusque bona proles et ¢deiussores de omni regimine
per ipsum de o¤cio senescallatus castri et villarum de Oyen et de Dyechden seu
alias huiusque ab ipso quovismodo habito seu exercitato necnon de omnibus et
singulis computacionibus suis sibi desuper hactenus factis atque de huiusmodi
somma sex milium centum et quadraginta £orenorum renensium eidem domino
Iohanni a dicto domicello Willelmo ratione emptionis et comparationis castri et
villarum de Oyen et de Dyechden unacum suis iuribus et attinentiis addicta seu
promissa inde quitans prescriptum domicellum Willelmum et suos liberos eorumque bona et omnes alios huiusmodi quitantia indigentes, dolo et fraude seclusis. Testes, datum supra.
249
1482-1483
Quitancie dairinne ioncker Willemen ontfangen heeft XXXC vyftich
Rynsgulden ende noch een somme int contract van Oyen begrepen
fol. 289v
fol. 290r
Ioncker Willem van Ghent, heer tot Oyen, Rycstel, etc. heeft oepenbairlyc bekent
dat hii van der stat van Den / Bosch by handen van Bartramen Ianss., hoirs dyeners, gehauen ende geboert heeft in den iersten die somme van dartichhondert
ende vyftich Rynsgulden, den gulden tot XX stuvers, die welke die voirs. stat sculdich was ioncker Willemen voirs. ende comen wairen van den vercope der IIC
Rynsgulden er£ycken renthen die die stat met horen brieven van den groten zegel
vercoft heeft aen diverse personen, naegaende den contract van Oyen onlancx
tracteert tusschen dese stat ter eenre ende den voirs. ioncker Willemen ter ander
zyden, nae begrip der brieven dairop gemaect; item kenden noch die voirs. ioncker Willem by der voirs. stat ende by handen van Bartramen Ianss. voirs. ontfangen te hebbene alsulckenen somme van Rynsgulden van den pryse voirs., dair die
stat aen hem noch verobligeert was overmitz enen poinct oft articule int selver
contract begrepen, ruerende van den weckeren ende poirtieren des slootz van
Oyen ende van den costen derzelver, gelyc dat poinct dairaf int lanck inhelt, etc.
ende helt hem alsoe die voirs. ioncker Willem van allen desen voir vernuegt ende
wael betaelt, sceldende die voirs. stat ende Bartramen voirs., horen dyenaer, ende
die poirters ende ingesetenen derselver stat ende alle andere des quitancie behoevende dairaf loss, quyt ende vrii. Getugen waren hierover scepenen in sHertogenbosch,Willem van Ghent voirs. ende Willem Steenwech. Gegeven opten vierden
dach der maent van septembri int iair ons Heren M CCCC LXXXII. /
Quitancie dairinne ioncker Willem van Ghent noch ontfangen heeft
VC Rynsgulden als van der meyeryen
Alzoe die stat van sHertogenbosch ende die goede luyde van den plattenlande der
meyeryen derzelver ioncker Willemen van Ghent, heer tot Oyen, gegunnen ende
toegeseegt hadden te gevenVC overlens Rynsgulden, tstuck tot XX stuvers oft die
werde dairaf in anderen gelde gerekent, welke VC Rynsgulden Ian van Arkel gekent hadde ontfangen te hebbene in zynrer rekeningen van der stat ende den plattenlande der meyeriien voirs., ende dairnae die voirs. Ian van Arkel denselven
ioncker Willemen in afcortinge ende afslage derselver VC Rynsgulden gegeven
heeft IIC ende XLVIII ende Reyner Loyen ende Dirck Hagens, nu ter tyt bourgermeesteren derzelver, oeck in afcortinge derselver VC Rynsgulden denselven ionckerWillemen gegeven hebben IIC ende LII Rynsgulden, maken tsamen die voirs.
VC Rynsgulden als zy seeghden, soe is gestaen voir scepenen hieronder gescreven
die voirs. ioncker Willem ende heeft oepenbairlic gelydt ende gekent dat hy dieselve VC gulden by handen des voirs. Ians van Arkel, Reyneren ende Dircx voirs.
ontfangen heeft van der voirs. stat ende plattenlande, sceldende dairaf quyt die
stat, het platlant, Reyneren ende Dircken voirs. ende allen anderen des quitancie
behoevende. Getugen hebben hierover geweest scepenen in sHertogenbosch Gerart van Eyck ende Ian Pynappel. Gegeven den XXVIen dach der maent van merte, des woensdachs nae den sondach als men singt Iudica, int iair ons Heren
dusent CCCC LXXXVII. /
250
1482-1483
fol. 290v
Item dat dairnae opten XXIIen dach van iulio int iair M CCCCC ende acht soe
heeft dese stat, omme die voirs. IIC Rynsgulden losrenthen te vervolgen op Oyen,
gegeven Zweren van Gerwen procuracie onder die forme hiernae volgende:
Procuracie om op Oyen te vervolgen die IIC Rynsgulden
fol. 291r
fol. 291v
Wy, scepenen, gesworen, raitsluyde ende dekenen van den ambachten der stat van
sHertogenbosch doen condt allen luyden alsoe naedien die drie leeden derselver
stat, dats te wetene wy, scepenen ende gesworen representerende dierste lyt, raitsluden dander lyt ende dekenen van den ambachten voirs. tdorde lyt, in der cameren van den raithuyse der voirs. stat staidzgewyse versaempt wesende, collacie
ende spraecke hadden underling gehadt opte materie van den penningen die de
voirs. stat by vercope van IIC Rynsgulden er£ycke renthen eertyts heeft ¢neert
ende geworven ende voirts in den handen ioncker Willems van Ghent gelevert
ende verschoten totten coepe des slootz, dorpe ende heerlicheyt van Oyen met
allen hoer toebehoirten, etc. ende oic van der scadeloesgeloefte dairop by denzelven ioncker Willemen gedaen, als die voirs. renthen van IIC Rynsgulden iairlix
ende er£ic te betalen, te lossen ende te quyten dat der voirs. stat dairaf ghenen
scaide en zoude comen, des evenwael alsoe nyet en weer achtervolgt, mar die
voirs. stat dairby grotelic bescedicht / geweest ende hedde die voirs. renthen by
bedwange van rechte moeten betalen. Ende omme dan dien scaide te vervolgen
ende opten voirs. sloote, dorpe ende heerlicheyt van Oyen met hore toebehoirten
met recht alst behoren sal te verhalen ende trecht dairaf aen te nemen, soe eest dat
wy, scepenen, gesworen, raitsluyden ende dekenen van den ambachten voirs. in
den name van onss ende der voirs. stat ter bester formen, voegen ende manieren
dat wy ennichsins cunnen ende moegen hebben geconstitueert, geset ende geordineert ende mits desen brieve constitueren, setten ende ordineren Zwederen van
Gerwen in onsen wittigen procureur ende facteur, gevende ende verlenende denselven vry ende volcomen macht ende sunderlinge bevele voir ons ende in den name ende vanwegen der voirs. stat in der voirs. saken te ageren die voirs.
scadeloesgeloefte te vervolgen, den voirs. scaide by de voirs. stat dairaf geleden
opten voirs. slote, dorpe ende heerlicheyt met horen toebehoirten te suecken ende
te verhalen ende dairinne mede ende op te procederen zoe nae rechte sal behoren
ende van noode wesen, ende generalic allet dairinne te doen, te procureren ende
voirt te keren des ennige wittige procureurs in dien zouden moegen doen ende
voirtkeren nae recht. Ende des wy selver doen zouden moegen ende / geloven alsoe voirts in den name van onss ende der voirs. stat in goeden trouwen ende by
obligacien der gueden derselver stat den voirs. Zwederen van allen costen die hy
doen sal int vervolch der voirs. saken ende van allen lasten die hem dairaf comen
muchten te quiten, te onthe¡en, scadeloes te houden, te defenderen ende te verantwoirdene sonder wederseggen. Des torconden soe hebben wy dese lettren metten
zegel ad legata1 der voirs. stat doen bezegelen. Gegeven opten XXIIen dach der
maent van iulio int iair ons Heren M CCCCC ende acht.
1
Sigillum ad legata: een bepaald type stadszegel.
251
1482-1483
fol. 292r
fol. 292v
Ende achtervolgende der voirs. procuracien dede Zweer voirs. by den poirtyer deser stat ingebyeden tot Oyen ende tot Diechden Seynen Mulart, drossaet tot
Oyen, ende vele meer andere personen als bruyckeren van der heerlicheit van
Oyen ende der gueden, erven ende landen dairtoe behorende ende procedeerden
dairop met recht voir scouthet ende scepenen deser stat ende zoeverre dat by scepenen deser stat, te wetene Back, Brecht, Erpe, Kuyst, Colen, Geck ende Broeck
vonnislic wairt gewesen dat die verwerderen sculdich zullen zyn dese stat te releveren van den erfrenten van IIC Rynsgulden voirs. met restitucie van den verloepen renthen ende allen commer dairomme geleden, costen ende allen scaiden van
recht oft hantlichtinge te doen. Actum Vta septembris anno M CCCCC acht. /
Item tvoirs. vonnisse gewesen zynde, die voirs. Seyn ende andere personen deden
hantlichtinge ende die gedaen wesende, soe bracht Zweer voirs. die voirs. heerlicheit van Oyen met allen horen toebehoirten te boeck als int iair van acht voirs.
ende meester Henrick die Bye tot behoe¡ der voirs. stat vercreech daira¡ den coep
voir IIIM IIC Rynsgulden achterstellen den XXIIIIen dach in septembri int iair M
CCCCC XIII, all nae inhoude van den vonnesboeck in der scryfcameren deser
stat berustende.
Item is hier oeck te wetene dattet voirs. huys ende heerlicheit van Oyen eertyts als
int iair M CCCC XXXI oeck opgewonnen is geweest, nae inhoude des vonnesboecx onder die forme hiernae volgende: Iohannes Noeden ¢lius quondam Henrici fuit adiusticiatus ad domum et dominium de Oyen, olim domini Iohannis de
Arkel, militis, domini temporalis de Oyen, nunc domicelli Iohannis, domini temporalis de Wezemael et de Phalleys, et ad attinentia earundem domus et dominii
singulas et universas ubicumque locorum consistentes sive sitas, insuper ad universas et singulas alias hereditates ac hereditaria bona olim dicti domini Iohannis
de Arkel quocumque locorum in parochia de Oyen consistentes sive sitas occasione defectus solutionis hereditarii census quingentorum aureorum denariorum,
communiter cronen vocatorum monete regis Francie, quem censum dictus domicellus Iohannes promiserat se daturum et soluturum dicto Iohanni Noeden hereditarie ex premissis; prout in litteris quarum data continet XVIIIa iulii anno M
CCCC XXXI et supportavit Gerardo Mol de Driel et proclamavit primo, 2o, 3o
et vendidit Iohanni Loenman. Testes Petrus Steenwech, Nycolaus,1 / Mathias
Back, Iohannes Bathen, Iohannes de Best et Iohannes Noeden ¢lius Henrici. Datum VIIa aprilis 2a post Iudica anno Domini M CCCC XXXI. Et solvit CCCC
cronen Francie et onera.
Is hier oeck te wetene dat int iair M CCCCC ende acht dese stat by haren gedeputeerden is aengegaen een dedinge oft pachtinge met heren Florys van Yselsteyn,
die hem rechz tot Oyen vermatt ende dat onder dese forme ende woerden: in deser
vuegen ende manieren hiernae bescreven zoe zyn die gedeputeerde der stat van
sHertogenbosch overcomen metten edelen waelgeboren heren heeren Florys van
Egmont, heer tot Sinte-Martensdyc, etc. stathelder slantz van Gelre, etc. aengaende den huyse, slote ende heerlicheit van Oyen ende Dyechden met allen horen toebehoirten, te weten dat die stat van sHertogenbosch behauden hebben
ende besitten zal enen tyt van vyf iaren lanck geduerende, ingaende op datum
1
Aldus hs., na Nycolaus ontbreekt Loenman.
252
1482-1483
fol. 293r
fol. 293v
van desen ende zoe voirtduerende die voirs. vy¡ iaren, deen dander sonder middel volgende, het voirs. huyse, slote ende heerlichheit van Oyen ende Dyechden
met allen horen appendencien, tollen, rechten, nyet dairvan uuytgesceiden, des
sal die voirs. stat denselven heren Florysen elcx iaers van den voirs. vyf iaren alle
iaer geven ende betalen die somme van IIC ende L Rynsgulden, XX stuvers voir
den Rynsgulden gerekent. Ende omme den voirs. heren Florysen van Egmont, etc.
naerder te believen /ende gerieven, sal die voirs. stat die voirs. penningen van den
voirs. vy¡ iaren int gereet ende terstont betalen op condicien ende voegen dat oft
geboerden dat die voirs. stat bynnen den voirs. vyf iaren uuyten besit oft possessie
der voirs. heerlicheit van Oyen ende Dyechden met horen toebehoirten by mynen
genedigen heren oft yemant anders partye ons genedichs heren houdende, afhendich gemaect worden zoedat die voirs. stat in die possessie ende gebruyck nyet
blyven en mochte, soe zal myn heer heer Florys van Egmondt, etc. goede su¤ciente bourgen setten bynnen der stat ende meyeryen van sHertogenbosch genoch
geguedt zynde, die welc geloeven zullen in scepenen brieven van Den Bosch dat
zy alsdan die penningen, te weten nae advenand van den voirs. vyf iaren opleggen
ende betalen sullen in handen der voirs. stadt in der bester formen. Oick tsynt vorwarden dat die voirs. teynden den vyf iaren voirs. blyven zal ende behouden alle
alsulkenen IIC Rynsgulden iairlycxe renthe als zy iairlix tachter is ende gelden
moet opte voirs. heerlicheiden, des zoe sal die voirs. stat om beterswil alle hair afterstedigen pachten quytscelden ende die tot egenen tyden te heysschen mynen
voirs. heer Florys van Egmont oft zynen erven. Mar oft geboerden dat dat voirs.
huys ende heerlicheit van Oyen ende Diechden met horen toebehoirten quamen
in anderen handen, soe zal die voirs. stat hoir actie van den achterstelligen pachten altyt op die heerlicheit voirs. moigen heysschen ende verhalen sonder argelist.
Van Oyen
Oick tsynt vorwarden alsoe die bewaernisse des huys van Oyen voirs. voele ende tot
groten costen belopen zoude, soe sal myn heer heer Florys van onsen genedigen /
heren, etc. werven oft zyn vermoegen doen dat men dat voirs. huys van Oyen sal
moegen afwerpen ende crencken oft dat myn genedige heer hoesschelycken doer
den vyngen sien sal dat men dat huys laet vervallen, opdat die vyanden myns genedigs heren ende des lantz van Brabant nyet in en nemen. Dit is gesciet op Sinte-Petersdach ad cathedram, anno XVC acht.
Van Oyen
Onder dese naevolgende forme is die geloefte gesciet by heren Floryssen ende zynen bourgen van Oyen in der voirs. cedullen begrepen. Alzoe op Sinte-Petersdach
ad cathedram int iair XVC ende acht die gedeputeerde der stat van sHertogenbosch overcomen zyn metten edelen waelgeboren heren heren Florys van Egmont, heer tot Sinte-Martensdyc, etc. stathelder slantz van Gelre, etc. aengaende
den huyse, sloote ende heerlicheit van Oyen ende Dyechden met allen horen toebehoirten, te wetene dat die stat van sHertogenbosch voirs. behouden hebben
ende besitten zal enen tyt van vyf iaren lanck geduerende, ingaende opten dach
ende iair voirs. ende zoe voirtduerende die voirs. vyf iaren, ende dat nae inhoude
eenre cedullen van den daet voirs. dairop gemaect, dairaf die tenuer van woerde te
253
1482-1483
fol. 294r
fol. 294v
woerde inhelt aldus, in deser voegen ende manieren hiernae bescreven et sic ultimus ut iam supra et ¢nita /sit,1 soe is gestaen voer scepenen hieronder gescreven
die voirs. heer Florys ende heeft oepelic bekent die voirs. vorwarden in der voirs.
cedullen begrepen metten gedeputeerden der voirs. stat gemaect ende aengegaen
te hebbene, geloevende heer Florys voirs. ende met hem ioncker Maximiliaen van
Bergen, zoen wilneer des edelen heren heren Cornelis van Bergen, heer tot
Zeuenbergen, Greuenbroeck, etc. ende Ian van der Aa, heer van Buchouen, etc.
als sculderen principael onversceyden op hen ende allen hoir gueden die zy nu
hebben ende naemaels vercrigen moeghen, als dat heer Florys voirs. die vorwarden ende condicien voirs. ende in der voirs. cedullen begrepen zoeverre hem die
aengaen, sal achtervolgen, vast ende stedich houden ende metten werck volbrengen oft by gebreke van dien dat zy ioncker Maximiliaen ende Ian van der Aavoirs.
dieselver vorwarden ende condicien denselven heren Floryssen zullen doen achtervolgen ende volbrengen oft selver volbrengen sonder wederseggen, droch ende
argelist. Testes Campen et Doerne, datum XIIIa aprilis, quinta post Pasche anno
XVC negen.
Ende bynnen den voirscr. vy¡ iaren dat Oyen in der stat handen stont, soe wairt
tslot tot Oyen ten vervolge deser stat by oirlove van vrouwe / Margrieten van Oistryck, dochter van hertoge Maximiliaen ende vrouwe Maria voirs., douagier van
Sauoyen, hertoginne van Oistryc, Brabant, etc. ende alsdoen regent, etc. van der
voirs. stat van Den Bosch mineert ende omgeworpen als nae blycken sal.
Van Oyen
fol. 295r
Oeck in den voirs. iair LXXXII den XIIten dach in iulio soe hebben die voirs. hertoghen Maximiliaen, weduwer wesende, ende Philips, zyn zoene, voir hen, hoir
oiren, erven ende nacomelinghen hertogen ende hertoginnen van Gelre, ioncker
Willemen van Ghent, voir hem, zyne erven ende nacomelingen, voir die penningen by hem aen heren Iannen van Bronchorst ende van Batenborch, domproest
van Munster, overgegeven ende in zynen handen gestelt tslot van Oyen metten
tol, gerichte ende anderen zynen toebehoirten, nyet dairaf uuytgesceyden, allet
in der maten als heer Dirck van Bronchorst ende van Batenborch voir ende heer
Ian voirs., zyn zoen, nae dat gehadt hebben, uuytgesceyden dat hy van XXVIIen
dach meye int iair M CCCC LXXIIII ende voirts genen opslach en sal rekenen
van IIC clinckarts by hertoge Arnden van Gelre voir dbewaren dairop consenteert, / ende dat hy ioncker Willem gehouden soude wesen tot zynen laste tvoirs.
slot te mannen, te stercken ende te onderhouden; item ende dat hy tselver slot den
hertoge van Brabant ende deser stat in tyden van oirloge soude oepenen; item
ende dat hy alsulckenen IIC Rynsgulden er£ike renthen als dese stat vercoft heeft
ende die penningen dairaf hem gelevert om Oyen van heren2 voirs. te lossen,
soude betalen sonder deser stat scaide; item ende dat die poirters deser stat tolvry
souden wesen; item ende dat die scepenen van Oyen hoir hootvonnissen halen
sullen aen de scepenen deser stat; item ende dat ioncker3 tvoirs. slot ende heerlic1
2
3
Vertaling: en zo verder tot het einde als boven.
Aldus hs., lees hierna mogelijk Iannen.
Aldus hs., lees hierna mogelijkWillem.
254
1482-1483
heit nyet en soude vercopen, versetten noch laten bedienen van yemanden, het en
zy by consent des hertoigen van Brabant; ende dat dieghene aen denwelken men
dat verbynden, versetten oft zoude willen laten bedienen, sal wesen geboren Brabander ende bynnen den lande van Brabant merckelic geguet, etc.; gelyc breder
begrepen is in de brieven dairop gegeven, beginnende: `Maximiliaen ende Philips'etc. ende zyn begrepen opten blade CCCC XXXIX.
Van Oyen
fol. 295v
fol. 296r
In welken voirs. brieve staet insereert eenen brie¡ van den daet M CCCC XL des
sondaigz nae Sint-Ians-Baptistendach te midzoe- / mer, gegeven by hertoge Arnout van Gelre, inhoudende dat heer Dirckvan Bronchorst, heer tot Batenborch,
Aenholt, geleent hadde den voirs. hertoge Arnden in gereden gelde, dairmede hy
heer Iannen van Rossem tslot van Oyen met zynre toebehoirten afgelost hadde,
ende voirts opten voirs. daet noch dairby geleent metten voirs. gelde, tsamenVIM
overlens Rynsgulden. Ende dat dairvoir hertoge Arnt voirs. tvoirs. slot van Oyen
metter heerlicheit ende Diechden metten toebehoirten, metten toll ende metten
gerichten den voirs. heren Dircken ingedaen heeft te besitten ende te gebruycken
tot zynen scoensten sonder rekeningen ende voir den cost ende bewaernisse
tsiaers hebben IIC nyewe clinckarts, etc. By alsoe dat hy hertoge Arnt tvoirs. slot
Oyen ende Diechden met horen toebehoirten wederomme soude moegen lossen
altyt metter sommen voirs.; gelyc in de voirs. brieven claerlic blyct, beginnende:
`Wy, Arnout, van der genaden Goidz hertoge van Gelre ende van Guylic'ende zyn
begrepen ad signum tale (½29) ac folio CCCC XL.
In de voirs. brieven by hertogen Maximiliaen ende Philips gegeven, wordt oec geruert ende narreert hoe in den iair LXXIIII den XXVIIen dach meye hertoge
Kaerle van Bourgoindien den voirs. heren Iannen van Bronchorst, domproest
van / Munster, hadde geconsenteert tvoirs. slot Oyen met zynen toebehoirten te
moigen besitten achtervolgende zynen brieven, behoudelic dat hy van doen voirtane genen opslach meer rekenen en soude van den voirs. IIC clinckarts by hertoge
Arnden voirs. consenteert voir die costen ende bewaernisse, etc.
Istud iuramentum dux Maximilianus post decessum ducisse Marie, sue conthoralis predicte, prestitit suis Statibus Brabantie in presencia eorundem Statuum in
opido Louaniensi XXIIa1 iulii, anno LXXXIIo :2 Wy, hertoge Maximiliaen, vader ende mombaer van hertoge Philips, hertoge van Brabant, van Lymborch ende
anderen landen van Ouermaze, ende van iou¡rouw Margrieten, onser wittiger
ende onbeiaerden kynderen, geloven, zekeren ende zweren dat wy als vader ende
mombaer derselver kynderen die previlegie van wyle onser liever geselinne incoempst ende alle andere previlegien,3 rechten, costumen, usaigien ende herbrengen der voirs. landen ende der prelaten, edelen, steden, vryheiden, dorpen
1
2
3
Deze datum wijkt af van de datering in het cartularium fol. 378, waar de eedformulieren op
20 juli gedateerd zijn.
Vertaling: deze eed zwoer hertog Maximiliaan na het overlijden van hertogin Maria, zijn
voorschreven echtgenote, ten overstaan van zijn Staten van Brabant in aanwezigheid van
diezelfde Staten in de stad Leuven, 22 juli van het jaar (14)82:
Vanaf van tot en met previlegien in margine.
255
1483-1484
fol. 296v
ende ondersaten derselver tsamen ende elck bysundere nyet dairinne uuytgesceyden, houden zullen ende doen houden wael ende getrouwelic ende voirt doen al
dat een goet vader ende / mombaer zynen onbeiairden kynderen sculdich is van
doen, zoe moet ons Got helpen ende alle Zyn heiligen.
Istud iuramentum prestiterunt Status Brabantie dicto duci Maximiliano viceversa in dicto opido Louaniensi die predicto:1 Wy geloven, zekeren ende zweren u,
genedige heer, hertoige van Oistryck, etc. als vader ende mombaer van hertoge
Philips, hertoge van Brabant, van Lymborch ende andere landen van Ouermaze,
onsen er¥ycken ende natuerlycken heer, ende iou¡rouw Margrieten, uwen onbeiaerden kynderen, goet ende getrouwe te zyne ende all te doen dat goede ende getrouwe luyde sculdich zyn van doen, zoe moet onss Got helpen ende allen Zyn
heiligen.
Oeck omtrent deser tyt begonst die munte te clymmen van tyde te tyde ende waert
zeer lycht dat den gouden gulden quam op drie gulden, etc. /
fol. 297r
Dat Horen in Hollant gewonnen wairt
Oeck in den voirs. iair LXXXII zoe wonnen die Calbeliaus, die by den Hoecken
uuyter stat van Horen waren verdreven, wederomme dieselve stat van Horen by
hulpe van heer Ioest van Lallayn, regent in Hollant, ende den heer van Egmondt
ende dair gescyede groete bloetstortinge ende doen begonsten die van Vtrecht te
vresen.
Van den huwelic tusschen coninc Kaerle van Vrancryc ende vrou
Margrieten
Item int selver iair in novembri wairt tracteert een huwelic tusschen heren Kaerle
den Dolphyn, zoen conincx Lodewycs van Vrancryc, bynnen zyn iairen zynde,
ende der voirs. iou¡rouw Margrieten van Oistryck, dochter hertoge Maximiliaens ende vrouw Marie voirs., oudt omtrent vier iaren, ende was dat hair huwelicxgoet zoude zyn tgraefscap van Artoys ende van Bourgoindien, dat die
Fransoysen inhadden, ende die herlicheit van Macons, Noyers met meer andere
articulen tot C ende een.
Ende dairnae omtrent Paesschen int iair LXXXIII int beginne van iunio wairt
iou¡rou Margriet voirs. ontfangen met groter blyscappen tot Pariis.
Dat coninc Lodewyc vanVrancryc ster¡
Naedat den huwelic voirs. was gesloten, ster¡ coninc Lodewyc voirs. in den oixt. /
fol. 297v
Dat coninc Kaerle vanVrancryc coninc wairt
Ende die voirs. heer Kaerle die Dolphyn, zyn zoene, wairt coninc van Vrancryc,
oudt zynde XIIII iaer.
1
Vertaling: deze eed zwoeren de Staten van Brabantop hun beurtten overstaan van genoemde
hertog Maximiliaan in de genoemde stad Leuven op voornoemde dag:
256
1483-1484
Dat coninc Eduwart ster¡
fol. 298r
Item dairnae ster¡ coninc Eduwaert van Engelant ende lyet after twee zoenen
ende een dochter. Doen was Rychart, hertoich van Glocestre, brueder conincx
Eduwarts voirs., wesende een boess man, zeer arbeydende om beyde die zoenen
te gecrigene om alsdan zelver coninc te werden. Mar want die zoenen op vrydom
waren te Londen, zoe en mocht hii dairaen niiet comen dan by practycken ende
schoonen woerden ende geloeften. Ende die twee soenen alsoe hebbende, stelden
hy die in handen ende bewaernisse van greve Henricken van Bockingem, die den
enen, zoe men seyde, dede doden ende den anderen, dien hy uuyter fonten had
geheven, dede vueren uuyten lande ende dacht oick coninc te werden uuyt dien
dat hy had gelesen in een pronosticacie van enen toecomenden coninc van Engelant die Henric zoude heyten, die groot ende mechtich zyn zoude ende die hy
meynde selver te wesen. / Ende die voirs. een zoen des voirs. conincx Eduwarts,
geheyten Rychart, als hy een wyle tyts buyten lantz in Poirtegael had gewoent,
quam hy nae by den voirs. coninc Kaerle in Vrancryc ende dairnae by vrouwe
Margrieten, zynre moyen, wedue wylen hertoge Kaerls van Bourgoindien. Die
voirs. hertoge Rychart van Glocestre maecten hemzelven coninc van Engelant
ende hy dede den voirs. greve Henricken van Bockingem vangen ende dooden,
dat den Engelschen zeer mishaechden.
Dat coninc Henric van Engelant coninc wairt
fol. 298v
Alsdoen oeck was uuyt Engelant vluchtich greve Henrick van Richemont, houdende hem in Vrancryc by den voirs. coninc Kaerle van Vrancryc, want zyn neve
was. Dieselver coninc Kaerle versach denselven greve Henricken met vele volcx
van wapenen ende gelde, dairmede dieselver greve overtrack in Engelant. Ende
in Engelant wesende quam die voirs. hertoge Rychart, die hemselven coninc gemaect hadde, om den voirs. greve Henricken te bevechten ende alsoe in den strydt
blee¡ dieselver hertoge Rychart doot. Ende als hy doot was, wairt die voirs. greve
Henric van Rychemont /tot Londen coninc gecroent ende hy trouden die dochter
van coninc Eduwart voirs., omdat hy beter recht zoude hebben totter croonen.
Ende dat kint van den hertoich van Clarencen, die coninc Eduwarts bruederzoen
was, hielt men lange gevangen opdat coninc Henric voirs. dairby nyet en zoude
werden verdreven.
Hercoempste van den VIIten coninc Henric van Engelant
Om te weten tgeslachte van desen voirs. coninc Henrick van Engelant, wesende
dieVIIte, soe is wair dat vrouw Katheryn vanVrancryc, dochter des VIten conincx
Kaerls van Vrancryc ende moeder des sesten conincx Henrix van Engelant, die
heilich gerekent wordt, nam nae dode van den vader des voirs. seste conincx Henricx, geheiten coninc Henrickvan Engelant dieVyfte, te man enen ridder uuyt Engelant dairop zy verlyefden, die aen hair wan enen zoen, geheyten Henrick,
welken zoen die voirs. coninc Henric van Engelant die Seste als zynen brueder
tot hemwairt nam ende dede hem hebben die dochter van den greve van Riche-
257
1483-1484
mont. Ende is dieselve soen geweest die voirs. coninc Henrick van Engelant die
VIIte. /
fol. 299r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXIIIo : Martinus de Rode, Henricus
Heym, Rodolphus Dicbier, obiit XXa ianuarii in suo scabinatu, Petrus Pels, Iohannes deVladeracken, Goeswinus de Brecht, Iohannes Monix ¢lius Martini, Iohannes Dachuerlyes, loco Rodolphi Dicbier defuncti et prestitit iuramentum
XXVIIIa ianuarii.
Burgimagistri seu receptores: Daniel Bruystens, Iacobus de Hall.
Belech voir Vtrecht
In den voirs. iair beleeghden hertoge Maximiliaen voirs. die stat van Vtrecht, in
welken belech heer Ioest van Lallayn, alsdoen stathelder van Hollant, dootgeschoten wairt.
fol. 299v
Anno LXXXIII predicto ego Petrus de Os ¢lius Iohannis / Rutgerss. incepi ingrossare litteras scabinales de Buscoducis et in illa practica procedere ad promotionem magistri Franconis de Langel, secretarii dicti opidi, cuius anima
requiescat in pace.1
dBelech voir Vtrecht;2 verclaringen gedaen van den tol tot Tyel
Oeck in den voirs. iair LXXXIII den vyften dach in iulio in den belech voir
Vtrecht, naedien versceyden tolneers in den lande van Gelre als tot Rueremunde,
Arnhem, Myddelaer,Thiel, die de tollen aldair hadden beleent, den poirters deser
stat int gebruyc van hore vryheit van aldair tolvrii te varen, vele stootz hadden gedaen ende bysunder Lambrecht van Bueren als tolneer ons genedichs heren tot
Tyel en nae alles dat van allen zyden allegeert ende dairop bybracht was, soe is
by onsen genedichsten heren hertoge Maximiliaen verclaert dat dese stat naevolgende hore previlegien die zy heeft van zynen vorderen, greven van Gelre, van
tollvry te varen ende oick naegaende den brieven van con¢rmacien dairop by zijnen genaden dairop verleent, tolvrii varen zullen, vlieten ende verkeren te water
ende te lande, etc.; prout in litteris incipientibus: `Alsoe die scepenen, gesworen'
etc. et comprehensis folio CC LXVI.
Oeck van den tol tot Tyell
fol. 300
r
Oeck int selver iair dairnae den Xten dach van iulio soe hebben Lambert van Bueren / ende heer Henrick van Zelem Lotthemsoen, persoen tot Bucstel, die den
Geldersschen toll tot Tyell van onsen genedigen heer pandsgewysen besaten, voir
hen ende hoir erven geloeft die poirteren deser stat tolvry te laten varen ten ewigen
daigen sonder letsel ende dat zii den voirs. tol tot Thyell noch hoir erven dien nyet
en sullen versetten oft vercopen, zy en zullen alle wege besceiden die poirteren
1
2
Vertaling: in voornoemd jaar (14)83 begon ik, Peter van Os, zoon van Jan Rutgerss., schepenakten van 's-Hertogenbosch te ingrosseren en in deze praktijk verder te gaan door toedoen van meester Frank van Langel, secretaris van genoemde stad, wiens ziel ruste in vrede.
In margine nota.
258
1484-1485
deser stat tolvry te varen voir denselven toll, etc.; prout in litteris incipientibus:
`Wii, Lambert van Bueren'etc. et comprehensis folio CC LXVIII.
Compromiss tusschen dese stat ende meyerye van den iersten oirloge
van Gelre
fol. 300v
fol. 301r
Daernae int selver iair LXXXIII den VIIIen dach in ianuario nae scryven des
hoefs van Ludick opte twisten ende gescillen die geresen waren tusschen dese stat
ter eenre ende den plattenlande deser meyeryen ter andere zyden overmits den
oirloge tegen dlant van Gelre gevuert ende die grote zwair costen in denselven oirloge gedaen, soe hebben dese stat van Den Bosch ende die voirs. van den plattenlande deser meyeryen hen gesubmitteert, te wetene dese stat in Iannen Heym,
Iannen van Arkel, Goyarden die Bye ende Dircken van Hynden ende die van den
plattenlande in heren Henricken van Lotthem, persoen tot Bucstel, heren Natael
Robbillart, canonic tot Oirscot ende Rode, Ansemen vanTuldel ende Lamberden
Willemssoen van / Broegel, ende voirts geloeft opten peen van LM Rynsgulden
vast te houden dat by hem tusschen die tyt ende Paeschen naestcomende opte
voirs. twisten uuytgesproken zoude werden onder zekere vorwarden nochtans in
der submissie begrepen ende conditioneert; prout in certis litteris et instrumentis,
etc. incipientibus:`Allen ende een yegelycken'etc. et comprehensis folio CC XCII.
Dairnae int voirs. iair LXXXIII den XXIIIIen dach van iunio nae scryven deser
stat soe hebben die voirs. arbiters gedaen opte twisten voirs. hoir uuytsprake, beginnende aldus: `Soe eest dat wy, Henric van Lotthem'etc. ende begrepen ad signum tale (½30) ac folio CCC II.
Daernae int selver iair den XVen dach octobris hebben die voirs. arbiters gedaen
zekere hoir verclaringe opte duysternisse, etc. beginnende aldus: `Want wy, seggers, arbiters'etc. ende begrepen ad signum tale (½31) ac folio CCC VIII. /
Van den transpoirten ende vonnes dairop gegeven
Oeck in den voirs. iair LXXXIII den XXIIIen dach in februario, naedien questie
was geresen voir den cancellier van Brabant aengaende den brieven van transpoirten die in buytenbancken geboeren waren ende voir scepenen deser stat transpoirteert ende opgedragen waren, etc. ende dairop die partye diese transpoirteert
waren vonnesse hadden vercregen uuyt crachte van denselven transpoirt, etc. ende
dat by scepenen deser stat, welke partye dairomme met oepenen brieven te hove
waren bescreven, etc. soe is te hove vonnislic vercleert dat die voirs. oepenen
brieve zyn subrepticelic geworven, verseyndende die sake metten partyen voir
die wethouderen van Den Bosch om by hen getermineert te wordene, zoe nae
recht behoeren sal, ende condempnerende den impetrant in de costen van den
process; prout in litteris incipientibus: `Maximiliaen ende Philips, by der gracien
Goidz'etc. et comprehensis folio CC LXXXIX. /
fol. 301v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXIIIIto : Henricus Monix, Goeswinus
van den Hezeacker,Theodericus die Borchgreue, Hubertus Monic, Iohannes Millinc, Petrus deVladeracken,Willelmus de Ghent ¢lius Willelmi.
Burgimagistri seu receptores:Yewanus Kuyst, Iacobus Sanders.
259
1485-1486
Van den tol tot Zoens
fol. 302r
In den voirs. iair LXXXIIII opten XIIIIen dach van ianuario soe heeft dese stat
met versceydene haren innewoenenden poirters die hen geneerden metter comanscappen van den wynen een beleydt / gedaen als dat die poirteren deser stat
opten toll tot Zoens behoiren te gestaen met halven toll aldair te betalen; prout in
litteris incipientibus: `Allen denghenen die dese onse lettren zullen werden gethoent'etc. et comprehensis folio CCC XLVI.
teser tyt waert die voirs. hertoge maximiliaen coninc
van romen
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXVto :Willelmus de Ghent, Symon de
Gheel,Willelmus Pyckeuet,Willelmus Steenwech, Henricus die Leeuwe, Rutgerus de Erpe,Theodericus de Hynden.
Burgimagistri seu receptores: Gerardus van der Heyden ¢lius Egidii, Henricus de
Aerle.
Hoeftvonnes van Oyen
fol. 302v
In den voirs. scepenstoel zoe haelden die van Oyen alhier hoir hoeftvonnes, zoese
oic sculdich / waren te doen uuyt crachten van sekeren ons genedichsten heren
Maximiliaen, etc. gegeven int iair LXXXII alst oec boven blyct.
Van heer Willemen van Arenberch
Int voirs. iair zoe vinck heer Frederick van Hoerne, heer van Montigny, buyten
Sint-Truyen heer Willemen van Arenborch ende leverden hem te Maestricht, dair
hy wairt onthalst.
Dat hertoge Maximiliaen wert Roemsch Coninc
Oeck int voirs. iair LXXXV in ianuario soe wairt te Franckevoirt gecoren
Roemsch Coninc hertoge Maximiliaen voirs. van den seven koerfursten in presencien van keyser Frederick, zynen vader. Ende nae Paeschen den tweesten sondach wert hy tot Aken gecroent.
260
1486-1487
ten tyde van den voirs. hertoge maximiliaen, roemsch
coninc wesende 1
fol. 303
r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXVIo : dominus Iohannes Back, miles,Willelmus de Busco,Willelmus de Buchouen, / Gerardus Kuyst, Iohannes de
Haren, Henricus deVden, Iohannes deVucht.
Burgimagistri seu receptores: Lambertus van den Hezeacker, Gerardus Ketheler.
Dat keyser Frederic quam in Brabant, etc.
In den voirs. iair LXXXVI omtrent der maent van iulio quam keyser Frederick,
vader van den voirs. coninc Maximiliaen, met groten staet in Brabant,Vlaenderen
ende Hollant, dair hy eerlic wert ontfangen.
Van den wolven te vangen
fol. 303v
Oeck in den voirs. iaer LXXXVI den XXIIIen dach in aprille soe heeft die voirs.
Maximiliaen, Roemsch Coninc, aengaende ende op die wolven te vangen sekere
provisie verleent opte scoutheten ende o¤cieren die de wolven alleen wouden
vangen, ende alse enen hadden gevangen wouden zy hebben een blanck van elker
koye, etc. dats te wetene dat zyn genaden den ingesetenen van den plattenlande /
deser meyeryen van Den Bosch hebben geconsenteert ende geoirloft dat zy tsamentlic ende een yegelic van hen van nu voirtane altyt metten clockeslach zullen
moigen die wolven iagen ende vangen, etc. van denwelcken willen nochtans zyn
genaden dat zii ierst den o¤cieren cundigen zullen, etc.; prout in litteris incipientibus: `Maximiliaen, by der gracien Goids Roemsch Coninc'etc. et comprehensis
folio CCCC XLIIII.
Van den geestelycken geboden
Oeck in den voirs. iair LXXXVI denVIen dach in novembri aengaende den geestelycken geboden, monicien, inhibicien, etc. dairmede die ingesetenen worden
dagelix groetelic bezwaert, etc. soe hebben die twee weerlycke Staiten slantz van
Brabant overdragen ende malcanderen geloeft oft contrarie der provisien, tanderen tyden den ondersaten slantz van Brabant bii hertoge Philips van Bourgoindien verleent, den ondersaten scoot geboerden by enniger geestelycheit, dat zy
ende een yegelic van hen malcanderen ende oic den gemeynen ondersaten dairinne assistencie zullen doen zonder vertreck ten gemeynen coste van den lande, alsoe dat die provisie voirs. sall werden onderhouden, etc.; prout in acta incipiente:
`Naedien dat die twee werlycke Staiten'etc. et comprehensa folio CCCC LI.
1
Herhaald tot en met fol. 312v, met de variant ten tyde van den Roemschen Coninc Maximiliaen van fol. 307v tot en met fol. 312v.
261
1486-1487
Versceyden ordinancie omme die haven omtrent den craen ruym te
houden; van scepen
fol. 304r
fol. 304v
Oeck in den voirs. iair LXXXVI den XXVIen dach / novembris, sonnendach nae
den vesperen, soe is hier te poyen vercundicht ende publiceert die raminge ende
ordinancie by deser stat gesloten, te wetene:
in den iersten dat alle coelscepen, calcscepen, leyscepen, grote torfscepen, steenscepen ende andere soedanige grote scepen, geladen met alsulkenen groven gueden die men aen den craen nyet ontlossen en dar¡, zullen moeten blyven liggen
beneden sVeren Gat een dick ende oec aen beyden zyden oft hen gelieft, alsoe dat
dair tusschen beyde int dyep van den stroem mach blyven een spacye van XX voeten omme corenscepen ende andere scepen te moigen passeren;
ende desgelycx sullen alle ydele ende geloste scepen, alse gelost zyn, hen moeten
vuegen ter plaetsen voirs., opten peen van enen pont paymentz, etc.;
item ende dat alle pleyten, scuyten ende andere cleyn scepen, geladen met coren,
dairaf dat men die masten vuechelic nederleggen mach, zullen moeten comen ter
statwairt inne tusschen dieVyschbrug ende Corenbrugge ende aldair lossen ende
nergens anders, opten peen voirs.;
ende die grote corenscepen sal men moegen lossen als gewoentlic is, beheltelyc
den stroom zyn ruymde om te passeren als voir;
Daer men coren copen ende vercopen sal
item dat nyemand uuyten scepen coren coepen noch vercopen en zal dan alleen tot
dier plaetsen voirs., opten peen van drie ponden;
item ende dat alle andere scepen, die tusschen sVeren Gat / ende der Vyschbruggen sullen moigen comen in den stroem aldaer, die ruymde sullen moeten laten
van XIIII voeten om te moigen passeren;
item ende dat alle ledige pleyten zullen moeten liggen beneden sVeren Gat om den
stroem ruymde te hebbene, opte verbuerte als voer;
Van den houtcolen
item dat die houtcoelen uuytmeten sal by den gesworen meter ende metter statmaet,
hebbende den brant;
Van den mandmekers, hoese opte merct sullen staen
item dat die mandmekers hoir manden opte marctdage opte merct brengende die
van eenre sorten zyn die een in dander setten zullen om min plaetse te bespreyen,
opte verbuerte van enen pont paymentz; prout in acta incipiente:`Want men bevonden heeft'etc. et comprehensa folio CCCC LXXIX.
fol. 305r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXVIIo : Martinus de Rode, Engelbertus deVden, Gerardus de Eyck, / Iohannes Pynappel, Iohannes Dachuerlyes, Godefridus Grotart de Os, Arnoldus deVucht.
Burgimagistri seu receptores: Reynerus Loden,Theodericus Hagens.
In den voirs. iair in den meye wairt die stat van Sint-Oemers by nachte den Fransoysen overgegeven van ennige aldair van den meesten die de wake hyelden. Mar
naemaels waertse van deser zyden weder by nachte gecregen.
262
1488-1489
Die scepenen deser stat hebben kennissen van den dycken
Oeck in den voirs. iair LXXXVII den lesten dach aprille soe hebben die voirs.
Maximiliaen, Roemsch Coninc, ende hertoge Philips, zyn soen, bevolen ende comitteert den scepenen deser stat totter kennessen van den dycken; prout in litteris
incipientibus: `Maximiliaen, by der gracien Goids' etc. et comprehensis folio
CCCC LII./
fol. 305v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXVIII: Henricus Heym, Goeswinus
van den Hezeacker, Theodericus die Borchgreue, Petrus Pels, Henricus Dicbier
¢lius Willelmi, Arnoldus Monic ¢lius Martini, Gerongius de Busco.
In isto scabinatu ipso die beati Huberti resignavit magister Willelmus de Busco
o¤cium secretariatus in manibus istius opidi et iterum institutus est magister
Godefridus de Dommelen.1
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Oedeuaer, Adam Roempot.
Hoe die leenmannen van horen leenen te dienen hebben; van den
dienst der leenen
fol. 306r
In den voirs. iair LXXXVIII den XXIIIen dach in iulio soe zyn by onsen genedichsten heren Maximiliaen, Roemsch Coninc, ende Phylips, den eertshertoghe,
zynen zoene, uuytgesonden geweest in Brabant zekere oepene brieve van mandamente, daerinne allen edelen, mannen van leene ende mansmannen bevolen
wairt hen op te setten ende ten dienste /te comen onsen genedichsten heren voirs.
ter ordinancie van den heer van Chierue als horen hoeftman, dats te wetene dat
alle mannen van leenen ende mansmannen, hoige, middele oft leghe heerlicheit
hebbende oft andere lenen die egeen bedry¡ en hebben, tweehondert croenen
tsiaers wert ziinde, zullen dienen met eender glavyen, toegemaect zoe dat behoert;
item dat andere die gelyc heerlicheiden hebben ende hondert croenen er£ic wert
zyn, dienen sullen met enen man te perde;
item dat andere oec diere gelycke heerlicheiden hebbende ende vyftich croenen
er£ic wert synde, dienen zullen met enen man te voet ende alsoe voirts nae advenande oft gelande van werden van hueren leenen;
item dat van allen anderen lenen beneden den voirs. vyftich croenen ende boven
die sestien derselver croenen er¡elic men sal twee oft drie oft meer mannen moegen tsamenvuegen om den dienste dairaf oec gedaen te werdene, het zy te perde
oft te voete nae den ondersceyden voirs., te wetene comende tot IIC croenen een
glavie, tot hondert croenen eenen man te perde, tot vyftich enen man te voete, alsoe men dat gevuegen zal cunnen gedoen ende die heer van Chierue dat ordineren sal;
item dat alle andere leenen onder die voirs. XVI cronen er£ic wert synde sullen
gestaen mits contribuerende in den beden die men in den lande van Brabant hef1
Vertaling: in dit schepenjaar deed meesterWillem van den Bosch op 3 november afstand van
het ambt van secretaris in handen van de stad en vervolgens werd meester Godfried van
Dommelen aangesteld.
263
1489-1490
fen sal; prout in litteris incipientibus: `Maximiliaen, by der gracien' etc. et comprehensis folio CCCC LXXXI. /
fol. 306v
Dat coninc Maximiliaen tot Brug wert gevangen
Oeck in den voirs. iair LXXXVIII als onse genedichste heer Maximiliaen,
Roemsch Coninck voirs., een wyle tyts had gehadt een groete garde wael tot IIM
mannen toe te perde ende te voet, die den lyeden ende onderseten groten overlast
deden ende die groeten onwil bedreven, dairmede die van Ghent ende Brug ende
meer steden nyet wael tevreden en waren ende en wouden dairomme nyet doen
nae des voirs. conincx synne ende nae zynen raet, dairaf Peter Langhals, zyn tresorier, een van den meesten wass, soe quam die voirs. coninc tot Brug ende die
garde blee¡ dair buyten ligghen. Ende alsoe tot Brug wesende, versochten die
van der garden ennige dingen aen de stede van Brug ende Ghent, dat hen geweygert wairt. Dairomme dat in der stat van Brug een commocie gevyele, in welker
commocien wairt gevangen die voirscr. coninc met zynen cancellyer ende den
heer van Polen. Ende die coninc voirs. wairt bewairt tot Brug in Cranenborch.
Die voirs. hertoge Philips, zyn soen, was doen tot Mechelen, dair hy bewairt
wairt. Ende als die voirs. coninc een wyle alsoe bewairt had geweest waert hy
uuytgelaten op eeden ende vorwarden die hy dede.
Dat keyser Frederic voir Gent lach
fol. 307r
Die voirs. keyser Frederick quam neder met groeter macht om te wreecken des
zynen soen was gesciet ende ginc liggen voir Ghent, dair hy / groten scade leet
ende oick dede int lant. Ende als hy dair een wyle had gelegen, vertoech hy weder
in Almanien, latende by hertoge Philips hertoge Aelbrechten van Zassen, die
dairnae zwair oirloge vuerden in Brabant.
Dattet oirloich in Brabant wass
Die van Mechelen ende Antwerpen had hy met hem ende tegen hem waren
Bruessel, Loeuen,Thyenen ende meer andere cleyn steden, dair heer Philips van
Cleue, zoen des heren van Rauensteyn, capiteyn was mettenVlemyngen, ende gescieden alsdoen aen allen zyden groten scaide met brant, roven, dootslaen, etc.
Ende alst oirloigh aldus een wyle gestaen had, wert dairnae in de oixtmaent int
iair LXXXIX den pays int Brabant gemaect, etc.
fol. 307v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo LXXXIXo : Iohannes deVladeracken,Willelmus Luedinx, Hubertus Monic, Henricus die Leeuwe, Goeswinus de Brecht,
Henricus Pelgrum, Henricus Kuyst. /
Burgimagistri seu receptores: Theodericus van den Hoeuel, Leonius de Wyck.
Dat den peys in Brabant gemaect waert
In den voirs. iair LXXXIX in de oixtmaent wairt den pays in Brabant gemaect
tusschen den voirs. hertoge van Zassen ende den steden.
264
1490-1491
Item nae den voirs. pays int selver iair quam die voirs. hertoge van Zassen met
groeter macht tot Oisterwyc, dair dese stat, hoewael datse neutrael geseten had,
met hem tracteerden ende geloeftden te geven XXXVIM gulden ende dat gedaen
quam hy bynnen deser stat.
Dattet gelt geheel leech wairt geset
Oeck in den voirs. iair LXXXIX als des vrydaigz voir Korsdach waert afgestelt
tgelt dat zeer hoech verlopen was, te wetene den gouden gulden, die verlopen
was op drie gulden, wairt geset op XVIII1/2 stuver, den Philippusstuver, die verlopen was op drie stuver, wairt geset op enen Gwillelmusthuyn, etc. Nyettemin
corts dairnae verlyep tgelt wederomme eewenich, etc. /
fol. 308r
Van den toll tUtrecht
Oeck in den voirs. iair LXXXIX des donredaigs XXIen dach in meye soe hebben
Ian van Amerongen, scouthet, Alfer Ruysch, Henrickvan Ghent, Arnt Ram ende
Iohan van Raephorst, scepenen der stat van Vtrecht, onder hoir zegelen certi¢ceert, dats te wetene dat die voirs. Iohan van Amerongen tuyghde als dat hy den
toll tUtrecht van den heer vanVtrecht gehadt heeft omtrent XXI iaer ende dat hy
van den bourgeren deser stat nyet meer en nam dan van elc scip met enen hangende roeder VIII penningen ende van enen scip sonder roeder IIII penningen,
ende zoe mennich bourger als in dat scip goet had van elcken VIII penningen;
item dat oick voir hen tuyghde Ian van der Schoer ende Cornelis Steuens als dat
zy die van Den Bosch hebben laten varen ende weten passeren op enen boddreger
ende op hoir goede recht, etc.; prout in litteris incipientibus:`Wy, Iohan van Amerongen'etc. et comprehensis folioVIC XLI.
fol. 308
v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCo : dominus Iohannes Back, miles, Willelmus de Busco, / Iohannes Kanapart ¢lius Iohannis, Iohannes deVucht, Arnoldus Keymp, Iohannes de Achel, Iordanus de Boert.
Burgimagistri seu receptores: Wolterus de Hall, Aelbertus de Maren.
Belech voir Montfoirt
In den voirs. iair XC als die heer van Montfoirt ende die Hoecken met hem tegens
die Hollanders vast roe¡ deden ende brant stichten, soe belach die hertoge van
Zassen dat stedeken Montfoirt ten costen van den Hollanders ende ten versueck
van den Calbeliaus. Mar ten eynde wairt daer enen heymelycken payss gemaect
ende die hertoge schyet vandair.
Mandament tegens den o¤ciael van Ludic om af te stellen zekere citacien van den voirs. o¤ciael geworven
fol. 309
r
In den voirs. iair XC den XIIIIen dach iulii naedien contrarie den previlegien
slants van Bra1 / by wylen hertoge Philips van Bourgoindien in den iair XLVII
1
Aldus hs., lees Brabant.
265
1490-1491
fol. 309v
verleent, met sekere citacien oft inhibicien by den o¤ciael van Ludick, te Diest
residerende, ter instancie Iuliaens van der Moelen, procureurs ¢scaels, gedaigt
waren die wethouderen deser stat om deswille dat zy tvoirs. previlegien wouden
useren, onder meer inhoudende dat die ingesetenen slantz van Brabant, die hen
met inhibicien oft geestelycken geboden wouden behelpen, eer zy die souden doen
executeren ierst sculdich souden wesen te comen metten selven geboden voir die
wethouderen der stat daerse geseten weren, ende hen te kennen geven die sake
wairop die geestelycke geboden weren fundeert oftse van den drien saken weren
oft nyet; ende werense dairaf, soe soudense oirlof hebben ende anders nyet;
item ende dat noch gedaigt waren Henric vanVden ende Ian Kanapart met horen
adherenten, acht mannen wesende, ende oic die dekenen van den ambachten om
deswille datse enen, genoempt meester Peter van Cortenbach, zegeler ende canonic van Ludick, ende heren Librechten, su¡ragaen van Ludick, die in den oirloge
nae den sluyten van den poirten deser stat nyet als geestelycke persoonen mar als
ruyteren, gewapent met stelen bogen versien, gereden quamen by der nacht nyet
in en lyeten, mar die poirten gesloten hyelden;
item ende naedien datse noch gedaigt waren datse seker hout, staende opt Eyckendonc, in noot deser stat hadden doen afhouwen ende oeck om deswille datse
sekere metseren ende tymmerluyden, die int werck van ennigen vrouwencloesteren / bynnen deser stat waren, in nootoirbaer derselver stat hadden doen gaen
wercken aen deser statmueren ende poirten, etc. soe hebben die voirs. Maximiliaen, Roemsch Coninc, ende hertoge Philips, zyn zoen, met horen genaden oepenen brieven van mandamenten scerp beveelen doen doen den voirs. o¤ciael
ende procureur ¢scael op sekere groete penen te verbueren ende te verhalen op
hoir gueden in Brabant gelegen opdat zy ennige hebben te cesseren ende hen te
verdragen van den voirs. horen vervolge, revocerende, casserende ende annullerende die voirs. geboden ende citacien, ende oft zy yet heysschen willen dat zy
dat doen ter plaetsen dair dat nae den lantrechte behoert ende die voirs. gedaighde geseten zyn, etc.; prout in litteris incipientibus:`Maximiliaen, by der gracien Goids'etc. et comprehensis folio CCCC LXXXVI.
tVonnesse dat die scepenen deser stat kennesse hebben van den leengueden; dat men opte bladinge ende vruchten van den leengueden
mette recht deser stat mach procederen; dat men die leengueden nyet
opwynnen en mach voir scepenen deser stat sonder gewonnen te zyn,
etc. van den leenheer
fol. 310r
Oeck in den voirs.1 XC denVIIen dach merte naedien process was geresen voir den
cancellier ende Rade van Brabant tusschen heren Ianne, greve van Oetingen, heer
van Conde ende van der Hameyden, als impetrant van sekeren oepenen brieven
van mandamenten ter eenre, ende Henricken van Doerne ende Henricken Brebaert, als procureurs Dircx van Blitterswyc, gedaigde, ter andere zyden, uuyt saken van sekere proceduren / oft rechtvorderinge gedaen by den voirs. gedaighden
met scepenenbrieven deser stat op die o¤cieren, wynnen oft pechteneren ende
1
Aldus hs., lees hierna iair.
266
1491-1492
fol. 310v
fol. 311r
gueden des voirs. impetrants tot Dynther ende Hezewyck by gebreck van betalinge van XV Rynsgulden die wylen heer Peter vanVertaing uuyten voirs. gueden
van Hezewyc ende Dynther voir scepenen deser stat geloeft hadde te betalen, etc.
dairaf die voirs. impetrant sustineerden, mitsdien die voirs. gueden van Heezewyc
ende Dynthere leengueden weren, dat men dairop nyet en mochte ingebieden oft
dairmede ageren voir scepenen deser stat, etc. soe es by den voirs. cancellier ende
Raide geseegt ende vercleert dat die voirs. oepenen brieve van mandamente by
den voirs. impetrant in deser saken geworven zyn tonrechte ende met quader saken geworven ende dat die nyet en zullen worden geinterineert,1 mar dat dien
ende den geboden ende bevelen dairuuyt geprocedeert, nyettegenstaende die
voirs. gedaighde zullen hoir voirs. begonste procedure ende rechtvorderinge voir
die wethouderen deser stat voirts moegen continueren opte vruchten ende bladinge van den voirs. leengueden van Hezewyc ende Dynther den voirs. impetrant
toebehorende, ende op die wynnen, pechters ende bloeters derselver gueden,
daerinne versien dat by alsoe die voirs. gedaigde zouden willen pretenderen ende
meynen recht te hebbene totten renthen van denselven leengueden ende dieselver
renthen he¡en ende opboren, zy in dien gevalle zullen gehouden zyn te kennen
den leenheer van denwelcken die leengueden zyn gehouden ende hoer devoir
aen hem / te doen, zoe behoren sal, achtervolgende indien dien previlegien dienaengaende deser stat van Den Bosch verleent, condempnerende den voirs. impetrant in de costen van deser instancien, etc.; prout in litteris incipientibus ad
signum tale (½32): `Maximiliaen, by der gracien Goids'etc. et comprehensis folio
CCCC LXXXIX.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCIo : Rodolphus die Beuer ¢lius Rodolphi,Willelmus de Buchouen, Iohannes Heym, Godefridus Grotart de Os, Lucas
de Erpe,Yewanus Kuyst,Willelmus Hagens.
Burgimagistri seu receptores: Aelbertus Ketheler, Iohannes Hermans. /
In den voirs. iair was enen vreesselycken couden wynter ende den naevolgende
was zeer nat van reegen ende den dieren tyt waert meerder dan tevoerens.
Dat die secretarysen nyet en moigen scepenen wesen ende secretarys
blyven
Oeck in den voirs. iair XCI denVIen dach augusti soe is by den drien leeden deser
stat eendrechtelic statueert ende gesloten, dat van nu voirtane ingevalle dat ennige van den secretarysen deser stat scepenen geset worden bynnen deser stat,
dat die alsdan van stondenaen zynre o¤cien ende eets van den secretarisscap zal
zyn ende bliven verlaten ende die stat sal dairmede moigen ordineren zoe behoren
sal; ende dat diegeen die alsoe zynre o¤cien verlaten worde, tot egenen tyde totter
o¤cien van den secretarisscap wederomme en zal worden gestelt; prout in litteris
incipientibus: `Wii, scepenen, gesworen, raitsluyde' etc. et comprehensis folio
C LXII.
1
Interineren: een onderzoek instellen.
267
1491-1492
Van der lossinge van renthen gecoft sindert den iair LXXVII tot iair
LXXXVII ende met lichten gelde
Oeck in den voirs. iair XCI den XVen dach novembris, naedien op eenre dachvaert
tot Bruessele gehouden die gedeputeerden van den drie Staiten slantz van Brabant hadden overgegeven zekere puncten ende articulen omme die auctorizeert
te hebben, inhoudende dieselve articulen aldus van woerde te woerde:
fol. 311v
fol. 312r
Lossinge der renthen vercoft Sint-Iansmisse LXXXVII tot LXXXIX, etc.
ierst, hoewael in der reductien van den penningen by onse genedigen heren ende
Staiten van / allen den landen overdragen ende gesloten is onder den anderen aengaende den commeren, ¢nancien ende renthen gemaect bynnen den tyde dat die
penningen hoegen curs hadden, te wetene sindert Sint-Iansmisse LXXXVII totten
tyde van der publicacien van den mandament op die reductie gemaect, dat die lossinge van alsulkenen renthen ende commeren zoude geboren in alsulcker werden
van penningen als curs hadden ten tyde van der constitucien derzelver renthen, ende
nochtans die iaerlixe betalinge zoude geboren met penningen loep hebbende nae
uuytwysen der voirs. reductien, dairuuyt die voirs. Staten beviinden naedat hen
merckelic bybracht is geheel destructie, verder¡enisse van den ondersaten des voirs.
lantz ende dat die nyet moegelic en weren den onderseten te moegen supporteren
want dat alsoe blivende ende onderhouden soude worden, die goede luyde ende onderseten van den lande souden moeten geven bynnen den dorden iaer bynae die
principael hoetpenningen, dwelc ende meer andere redenen considereert ende bysunder dat die voirs. onderseten daermede souden verarmen, dat zy onser genedigen heren beden oft dienst en souden cunnen gedoen, by den voirs. Staiten ter
remedien van desen es overdragen dat van nuu voirtaen allen die voirs. renthen er£ic
ende lyftochten, sint den voirs. Sint-Iansmisse LXXXVII gecoft, men sal moegen
betalen den loep van der iairlixer renthen metter werden van penningen alsoe men
die soude mogen lossen oft met zulkenen penningen als curs hadden ten tyde van der
constitucien derselven renten;
Lossinge ende betalinge der renten vercoft sint LXXXVII voirs. totten afsetten, etc.
item want in ennigen plaetsen bynnen den lande vercoft zyn diverse renthen ende
bevorwairt is in de brieven van den constitucien derselver renten, dat die iairlixe betalinge ende oec die lossinge, /als die geboerde, souden gescien in penningen alsoe
die in buersen loep hebben souden ten tyde van der iairlixer betalingen oft lossinge
derselver, soe es overdragen dat in alsulkenen plaetsen men die voirs. betalinge ende
oic die lossinge sal moegen doen in penningen alsoe die curs hadden ten tyde van der
constitucien van alsulkenen renten, nyettegenstaende den vorwarden ende der ordinancien ter contrarien van dien gemaect; desgelycx sal gescien van den corenrenten
bynnen den voirs. tyde vercoft;
Lossinge ende betalinge der renthen vercoft sint LXXVII tot LXXXVII
item desgelycx sal men moegen afquyten alle renten ten lyve ende er£ic vercoft sindert den iair LXXVII incluys totten iair LXXXVII met zulckenen gelde als zy in
der constitucien van den renthen gegeven ende betaelt hebben; mar die iairlixe betalinge sal gescien met penningen achtervolgende der ordinancien voirs., tenwair
268
1493-1494
dat anders bevorwart weer oft bebrieft, wel verstaende alleen van deser clausulen, te
wetene van den iair LXXVII tot Sint-Jansmisse LXXXVII, etc.; soe hebben onse
genedigen heren Maximiliaen, Roemsch Coninc, ende Philips, ertshertoge, die
voirs. poincten ende articulen geauctoriseert, verclerende dat van nu voertane
men in de iairlixe betalinge oft oec lossinge van den renten, dairaf in denselven
poincten mentie gemaect is, het zy er£ic oft te lyve, in gelde oft in coerne, hen yegelic
sal moegen reguleren; prout in litteris incipientibus: `Maximiliaen, by der gracien
Goids'etc. et comprehensis folioVC XVIII. /
fol. 312v
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCIIo : Goeswinus van den Hezeacker,
Theodericus die Borchgreue, Petrus Pels, Arnoldus de Campen, obiit in suo scabinatu VIIIa octobris, Gerardus Kuyst, Petrus de Vladeracken, Anthonius Spierinc, Adam Roempot, loco dicti Arnoldi de Campen.
Burgimagistri seu receptores: Gerardus Ketheler, Iohannes Ghysselen.
Dat Garnade gewonnen wairt
In den voirs. iair, naedat coninc Fernant van Argon ende Spaengien met zynre
coninginnen thien iair die stede van Garnade belegen hadde, zoe wan hii die stede
ende vinck den coninck ende besettense met kersten. /
fol. 313r
Dat vrouwe Margriet weder uuyt Vrancryc in Brabant wairt gesonden
Oeck omtrent den voirs. iair XCII seynde die voirs. coninck Kaerle vanVrancryc
die voirscr. vrouwe Margriet van Oistryck, zyn bruyt, oudt omtrent XI iaren, weder in Brabant, etc.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCIIIo : Iohannes de Arkel ¢lius Petri, Engelbertus deVden, Iohannes de Hedel, Bernardus Ianss. de Ouermeer, Iohannes
de Aa, Henricus Eyckmans, Iohannes Alardi.
Burgimagistri seu receptores: Arnoldus Arntzs. alias Barbier, Hermannus Henricxs. de Orthen.
In desen scepenstoel soe is by Maximiliaen, Roemsch Coninc, ende Philips, zynen zoen, gemaect seker raminge opt tstuck van der munten, alst blyct opten
bladeVIC LII.1
ten tyde van den ertshertoge philips 2
Dat hertoge Philips, ertshertoge, gehuldt waert
fol. 313
v
Anno XCIIIo predicto supradictus Philippus, archidux Austrie, dux Bourgoindie, Lotharingie, Brabancie, etc. presente Maximiliano Roma- / norum rege pre1
2
Vanaf in desen tot en met VIC LII toegevoegd door de tweede scriptor van de kroniek.
Herhaald tot en met fol. 344r met de aanvulling op fol. 314v tot en met fol. 318r soen van den
voirs. Roemschen Coninc.
269
1494-1495
dicto, suo patre, et ipsum patrie presentante receptus et intronisatus est Louanii,
ubi fecit iuramentum consuetum nona septembris.1
Van den straten te veghen
Oeck in den voirs. iair XCIII is gemaect by den drien leeden deser stat zekere ordinancie van den straten te veegen ende omme die schoen ende reyn gehouden te
werdene; welke ordinancie alsoe gepubliceert is geweest ende begrepen in eenre
cedullen beginnende: `Item opdat die straten dairaf die stat iairlix grote sommen
van gelde geven moet'ende begrepen folio CCCC XCIIII.
fol. 314r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCIIIIo : dominus Iohannes Back, miles,
e¡ectus est burgimagister in suo scabinatu,2 Iohannes Pynappel, Iohannes de
Vladeracken, Henricus Dicbier ¢lius Willelmi, / Lucas de Erpe, pro dicto domino Iohanne Back qui e¡ectus est burgimagister,3 Raso Raessen, Theodericus
Pels,Yngramus de Achel.
Receptores: Iohannes van den Steen,Theodericus de Dyeperbeeck.
Dat bynnen deser stat yerst worden gestelt bourgermeesteren
In dicto scabinatu in decembri per dictos Maximilianum regem et archiducem
Philippum quo ad consilium presentis opidi facta est reformacio et institute sunt
septem naciones loco decanorum et etiam ordinati sunt ad instar aliorum opidorum Brabancie duo burgimagistri, videlicet dictus dominus Iohannes Back et
Goeswinus de Brecht, et in locum dicti domini Iohannis Back, qui fuit scabinus,
institutus est pro scabino Lucas de Erpe.4
Dat den raet deser stat verandert wairt ende bourgermeesteren geset
worden
fol. 314
v
Hier is te wetene dat in den voirs. iaer XCIIII den XXIIen dach decembris soe
hebben die voirs. Roemsch Coninck Maximiliaen ende / voirs. eertshertoge Philips den raet deser stadt verandert, in welker veranderinge geordineert zyn te wesen twee bourgermeesteren gelyc in de stat van Loeuen ende die gelycke beweyndt
zullen hebben, dairaf die een geset sal werden van den prince uuyten gesworen
ende rade deser stat ende sal wesen buytenbourgermeester ende dat die bourgermeester, scepenen ende gesworen kyesen zullen uuyt den raitsluden drie goede
mannen, dairvan tdorde lyt deser stat kyesen sal den bynnenbourgermeester,
1
2
3
4
Vertaling: in het voornoemde jaar (= schepenjaar)(14)93 werd Filips, aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondie«, Lotharingen, Brabant, etc. in aanwezigheid van de voornoemde
Maximiliaan, Rooms Koning, zijn vader, en zijn vaderland vertegenwoordigend, ontvangen en
ingehuldigd te Leuven, waar hij de gebruikelijke eed afgelegd heeft op 9 september.
Vertaling: heer Jan Back, ridder, is benoemd tot burgemeester in zijn schepenjaar.
Vertaling: in plaats van genoemde heer Jan Back, die benoemd is tot burgemeester.
Vertaling: in het genoemde schepenjaar in december is door genoemde koning Maximiliaan
en aartshertog Filips voorde raad van deze stad een hervorming gemaakt en zijn zeven naties
ingesteld in plaats van dekens; ook zijn, evenals bij de andere Brabantse steden, twee burgemeesters aangesteld, namelijk genoemde heer Jan Back en Gozewijn Brecht, en in plaats van
genoemde heer Jan Back, die schepen was, is als schepen Lucas van Erp benoemd.
270
1494-1495
fol. 315r
fol. 315v
ende dat in derselver veranderinge die achtien ambachten wairden gestelt in zeven
nacien oft gilden, te wetene:
bontwerckers, verwers, cremers voir een;
louwers, cuypers, spelmekers voir een;
wollewevers, lynwevers voir een;
vyscoepers, vleyshouwers, hoymekers voir een;
gewantsnyders, nastelmekers voir een;
smede, plattynmekers voir een;
beckers, mollers, corencoepers voir een; /
ende dat alle bourgeren deser stat, geboren oft gecochte, gehouden waren te zyne in
een van den zeven nacien voirs., uuytgesceyden scepenen, gesworen, raitsluyden;
item ende dat die zeven nacien elck van hen kyesen souden acht notabele mannen
uuyt hore nacien, elck geguedt tot VIC gulden eens oft L gulden er¡elic, hetzy geboren oft gecochte poirteren, ende dairuuyt souden kyesen die twe overste leden
twee mannen de1 voir dat iair te raide zouden comen gelyc die dekenen pleegen;
ende die zullen heyten gesworen van den nacien ende zal alle iair die een afgaen
ende die ander blyven ende dat ten koese van den oppersten lett;
item ende dat die dekenen van den ambachten die nu zyn ende namaels wesen sullen ende blyven ende hoir ambachten regeren, koeren ende bruecken innenemen
alse gewoentlic zyn, sonder hen vorder in ennige lasten te moyen, etc.; welke veranderinge zyn breder begrepen in zekere brieven dairaf dbeginsell is: `Maximiliaen, by der gracien Goids'etc. ende die begrepen zyn opten blade CCCC XCV.
Ende welcken veranderinge ende reformacie van den raide deser stat stont totten
iaer XCVIII Remigii excluys ende die wert doen weder afgestelt. Ende is hier oeck
te wetene dat dbeweynde ende die gagien der voirs. bourgermeesteren in de
voirscr. / brieven wairden gestelt nae der ordinancie der bourgermeesteren van
Loeuen, die dairaf den raide deser stat scriftelic overgesonden waert ende die begint: `Van der gagien der bourgermeesteren'ende begrepen is opten bladeVC II.
Ordinancie om dlant van Brabant van volc van wapenen ende horen
overlast vry te houden ende dairtoe te kyesen vrome mannen
Oeck in den voirs. iair XCIIII den XVIen dach in merte, naedien die prelaten, edelen ende gedeputeerde van den steden ende vriheiden slantz van Brabant underlinge opte grote clachten die de arme ondersaten van den lande dagelix van der
garden ende anderen luyden ende ruyteren te perde ende te voete leeden ende deden, tsamentlic hadden communiceert ende in remedien van dien hadden overdragen ende onsen genedigen heren den ertshertoge overgegeven dese
naevolgende articulen ende poincten, te wetene:
in den iersten dat men van stonden aen om dlant van Brabant van den volck van
wapenen vry te houden in elcker stat, vryheit ende dorpe, alsoe wel onder onsen
genedigen heer als onder die smaelheren, kyesen sall een zeker getal van personen
totter wapenen nut wesende, die sonder verdrach gereet zullen wesen tallen tyden
alst te doen sal wesen, welcken personen versien zullen wesen van te mynsten enen
1
Aldus hs., lees die.
271
1494-1495
fol. 316r
halven creeft, van pyecken, bussen, bogen oft ander gheweren, te wetene in elck
stat ende quartier III oft IIII duysent manspersonen oft dair beneden nae gelegentheit der saken; /ende oft die gecoren personen nyet mechtich en weren geweren te
coepenen, zoe zullen hoir steden, vryheiden ende dorpen sculdich zyn die te leveren op borchtocht om die weder te leveren alse hoir exploit zullen hebben gedaen,
zoeverre die in den exploit nyet en weren gebroken;
item ende als men die personen sal besigen, sal men elcken o¤cier int tsyne den
weet doen, die alsdan zyn luyde metten clockenslach sal vergaderen ende selve in
persoen met hen comen ter plaetsen ende tyde soe men hen dat ontbieden sal;
item die o¤cier sal met hem moeten vueren gelt oft provande voir twee oft drie
daigen ten coste van der stat, vryheit oft dorpe dairaf zy uuytreysen zullen;
item sal elck stat, vryheit oft dorpe geven elcken persoen die uuytgescict sal werden voir zyn soude van elcken daige drie stuvers ende elc cleyn o¤cier sal hebben
sdaigz VI stuvers ende die hoge o¤ciers sdaigs voir elc pert X stuvers, etc.;
soe heeft die voirs. eertshertoge Philips die voirs. articulen ende poincten geconsenteert; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goids eertshertoge'etc. et comprehensis folioVC IIII.
Incoempste des eertshertoge Philips
fol. 316
v
Oeck in den voirs. iair XCIIII den IXen dach in septembri soe heeft hertoghe /
Philips, eertshertoge van Oistryck, hertoge van Bourgoindien, van Lothryc, van
Brabant, in zynre genaden blyder incoempste ende ontfange zynre landen van
Brabant, Lymborch ende van Ouermaze, by wille, weten ende consente des
Roemschen Conincx, zyns vader, verleent ende geconsenteert deze naevolgende
previlegien ende poincten, hen geloevende ende zwerende voir hem, zyne oire
ende nacomelingen die te houden ende te doen houden ten ewigen daigen:
Dat men enen yegelycken handelen sall met recht dair ende zoet behoert
in den yersten te wesen hen goet ende getrouwe heer ende die nyet te handelen buyten vonnes ende rechte, mar handelen in allen saken met vonnis ende recht nae den
rechten van den steden ende bancken dair dat behoren ende sculdich zal zyn te gescien, ende dat die richteren hoir genechten sullen moeten houden sonder ennich
middel van uutsetten by hueren ocsuyne, behoudelic dat die richteren huer genechten van heerlicheiden eens sullen moegen uuytsetten ende nyet meer;
Die bewaernis der previlegien
item dat men die previlegien ende charteren die tot Nyuele oft ander plaetzen gelegen hebben, vergaderen sal bynnen Andtwerpen ende die aldair in hoeden houden
ende bewaren;
Van oirloge aen te nemen
item dat hy geen oirloge aennemen en sal dan by consent der steden ende lande van
Brabant, etc.;
Van den zegel
item dat hy aennemen sal den titel ende wapenen van Lothryc, van Brabant, Lymborch ende mercgreve des Heilichs Roemsch Rycx ende dat nae dien titel ende wa272
1494-1495
fol. 317r
penen enen zegel gemaect sal werden die men nyet en sal veranderen / dan by consente der drie Staiten slantz van Brabant ende sal altyt moeten blyven bynnen Brabant ende dairmede sal men besegelen alle saken den lande van Brabant ende den
onderseten aengaende; ende die brieve die men dairmede sal bezegelen, zullen gemaect worden by ennige van zynen secretarissen die totten Brabantschen Raet geordineert zullen worden, ende zullen vier van den Brabantschen Raide dairby
getekent zyn;
Van den cancellier ende raitsluden in Brabant ende van hore geloeften
item dat hy in zynre genaden absencien ordineren sal VII werdige personen, dairaf
deen cancellier oft zegeler wesen zal, geboren in Brabant, cunnende Latyn,Walsch
ende Dyetsch; ende die vier sullen wesen geboren, woenende ende geguedt in Brabant oft hebben baenroetsestammen in Brabant, ende die ander twee zullen wesen
zulc als zynen genaden believen sal, cunnende die Dietsche tale, welkeVII in zynre
absencien zullen hebben tregiment der landen van Brabant;
ende diegeen die zynre genaden raet oft secretaris zyn zullen, eer zy hen van horen
raetscap oft o¤cien onderweynden sullen moegen, den drien Staiten tot behoe¡
slantz geloven ende toeseggen zullen nummermeer dairby noch overcomen en
sullen brieve scryven, tekenen noch bezegelen dair ennige landen, steeden, sloten,
luden, renten oft heerlicheiden verset, beleent, vercoft oft vervreempt werden in
enniger manieren, het en zy by consente der drie Staten voirs., etc.;
fol. 317v
Van den o¤ciers te setten oft te ontsetten, etc.
item dat hy geen foerfayten noch broecken en sall / quyt geven, o¤ciers setten oft
ontsetten, dienste oft groete gifte geven, dan by raide ende goetduncken des voirs.
Rade, oft tenmynsten van den vieren van hen die in de brieve getekent zullen zyn;
Van den raitsluden in Brabant
item dat nyemand totten gesworen Raide in Brabant genomen en sal worden, hy en
zy geboren in Brabant, van wittigen bedde, bynnen Brabant woenende ende geguedt, oft die baenroetstammen hebben oft bezitten in Brabant, uuytgenomen die
twee dair voir gewach af is gemaect;
Van den landen Lymborch ende Ouermaze
item dattet lant van Lymborch ende van Ouermaze ewelic zullen blyven aen Brabant
ende dat hy dat lossen sal als hy sal cunnen ende moegen;
Van Graue ende Oyen
ende dat aen Brabant versaempt zullen blyven Graue ende Oyen met hore toebehoirten, etc.;
Van den toll in Hollant, Zeelant ende meer ander
item dat hii alle die onderseten der steden ende lande van Brabant ende van Ouermaze ende allen anderen landen sal houden varende ende vlyetende los ende vry op
horen gerechten toll, zoe van outs geplogen is; ende dattet belet opgeset ten Hellegate ende te Ausbrugge van den thienden vysch terstont afgedaen sal wesen, etc.;
273
1494-1495
Con¢rmacie van tolvry in Hollant ende Zeelant voer deser statpoirteren
item dat hy heeft den poirteren deser stat van Den Bosch con¢rmeert zulcken brieven als zy hebben van hertoge Iannen van Brabant ende van vrouwe Iacoppen, hertoginne, ruerende van tolvry te wesen in Hollant ende Zeelant;
Oic tolvry in Gelre
ende als van den lande van Gelre dat hy daira¡ doen sal datse oic vry zullen varen
nae inhoudt hore brieven; /
fol. 318r
Van den straten oepen te houden
item ende dat zyn genaden die vry straten oepen ende vry houden zullen om by elckermalc daerover ende doer te moegen varen op zynen gerechten toll, uuytgenomen van sculden oft geloeften die hy sculdich waer oft zoude moegen geloeft
hebben oft broecken oft mesdaden die hy muchte mesdaen hebben;
Van den wegen ende bruggen te maken
item dat zyn genaden dengenen die uut saken van horen erven wegen, bruggen oft
passaigien sculdich zyn te houden, zullen bedwingen die te doen maken ende by gebreke mach die hooftstat daeronder die behoren ten costen die daerinne gehouden
zyn te doen maken;
Van den tollen
item dat diegeen die de tollen pachten oft aen de munt deylen, in der stedenrecht
nyet zullen werden gestelt;
Die in Brabant wort gevangen, dairuuyt nyet en zal werden gevuert
item die bynnen Brabant gevangen wordt, dairuuyt nyet en zal werden gevuert;
Van penningen te slaen
item dat men geen penningen en sal slaen dan by consent des gemeynen lantz ende
dat men nergens munten en sal dan in ennige vry steden;
Van den o¤cieren
item die van ghenen getrouwden bed en is, nyet en sal moegen wesen drossaet oft
richter;
Van den vrede
item dat alle onsculdige van gevecht vrede sullen hebben XXIIII uren;
Van dootslagen dlant te geven
item dat men van dootslage nyemanden dlant geven en sal, hy en heb yerst gesuent
den magen;
Van den meyers ende vorsters
item dat die meeyers ende vorsters die meyeryen ende vorsteryen selver zullen bedyenen ende datse bourgen zullen stellen, etc.; /
fol. 318v
Van verpachtinge der o¤cien
item dat men geen ambachten oft o¤cien van den lande van Brabant meer verpachten sal, etc.;
274
1494-1495
Van dagementen
item dat deen Brabander den anderen buyten lantz nyet en sal moegen rasteren,
commeren noch dagen, hy en weer voervluchtich, uuytgesceiden van testamenten,
van huwelixe vorwarden, van aelmoessen ende van geestelycken gueden, opte verbuerte van lyve ende goet;
Van te camp te heysschen
ende oeck opte selve verboerte en zall deen ondersaten den anderen nyet te camp
heysschen;
Van den ontseggers oft roevers des lantz
item oft yemand van den onderseten des lantz in den lande roefden oft pande oft
ontseeghden oft den roevers bystant dede, huysden oft hoofden, dat die verbueren
zal zyn ly¡ ende goet;
Van den scaken
item van den schaken ende van den ontleyden van ennigen onmundigen meyskens
oft knechtkens, daerinne is te verbueren lyf ende goet;
fol. 319r
Van dengenen die bedragen wordt
item dat men nyemanden bedragen en sal noch bedragen moigen, dat hem onscaide
doen zal moegen van quetsueren noch van dootslage indien dat hy hem der wairheit
getroesten derre ende tot zynre ontscout comen wil totter tyt toe dat hy verwonnen
zy met rechte;
item dat men in Brabant enen Brabantschen Raet oft raetcamer houden sal; /
item dat zoe wat landen met gemeynen heer gewonnen wordt, blyven zullen aen
Brabant;
Van pelinge
item zoe wye peelinge begeert, dat men hem die zal doen gescien;
Van verdeylinge tAntwerpen
item dat men nyemanden die in Brabant geseten is, tot Antwerpen verdeylen en sal,
hy en zy met recht verwonnen;
Van Sinte-Petersmannen
item dat men Sinte-Petersmannen handelen sal gelyc mense van rechzwegen sculdich is te handelen;
Van yemanden buyten lantz te betrecken
item waert zoe dat twe partyen leeckeluyde dingende worde van ennigen gueden
bynnen Brabant gelegen ende die dairaf in vonnisse comen waren ende diet verlore,
zyn sake overgave enen priester, clerck oft anderen geestelycken persone oft yemanden anders om den anderen buyten lantz te creyten, oft oic yemand bynnen Brabant
geseten die saken te vorderen hedde, oft oic yemant bynnen lantz die saken overgave
yemanden anders om zynen wederman buyten lantz te creyten, dat diegeen die des
ennich dade, zullen verbueren lyf ende goet ende en zullen in Brabant nyet moegen
comen;
275
1494-1495
Van iagen ende vlyegen
item dat elckermalc zyns selfs goet sal moigen hueden ende doen hueden ende dairtoe honden houden die voeten ongecort ende dat elc zal moigen iagen hazen, vossen
alle Brabant doer ende desgelycx conynen buyten vryen waranden ende oic met vogelen overal vlyegen; /
fol. 319v
Van iagen, waranden ende bosschen
item dat alle ridderen, knapen ende goede luyde bynnen Brabant geseten zullen
moegen iagen alle Brabant doer alrehant groet wilt, uuytgesceyden in den waranden, wouden, bosschen van Zonyen, Zauenterloe, Groetheyst, Merdal ende van
Grotenhout;
Van den waranden
item dat voirtane in Brabant geen waranden en zullen werden gehouden dan die vry
waranden geweest hebben als men screef M CCC LXVII ende die men alsoe lange te
leen gehouden heeft;
Van den woutrecht
item dat men geen scout ten woutrecht en sal trecken dan scout comende van comanscappen van hout ende van boschen als van ouden bosschen des princen ende
van anderen bosschen die van outs ten woutrecht hebben gestaen;
Dat die o¤cieren Brabanders wesen zullen geboren
item dat die baeliuwe in Wals-Brabant sal wesen geboren in Brabant ende oic zyn
clerc ende onder ambachteren ende desgelycx die ambachteren ende richteren van
den sess groeten ambachten zullen zyn in Brabant geboren;
item alle smael ambachteren, richteren, rentmeestren particulieren zullen wesen
bynnen Brabant geboren ende insgelycx alle casteleynen van sloten in Brabant,
het en waren dat zy baenroetstammen besaten, etc.;
fol. 320r
Van den bancken van Zanthouen ende Verle
item dat die gereformeerde bancken van Zanthouen / ende van Verle in state zullen
werden gehouden alse nu zyn ende dat die scepenen van Verle hoir residencie houden zullen in Bruessel;
Dat Antwerpen aen Brabant sal blyven ende oic Niuele
item dat Antwerpen metter toebehoirten ende Niuele tot ewigen daigen aen Brabant
blyven zullen;
Van den drossaet ende rentmeester van Brabant
item dat die drossaet oft rentmeester van Brabant nyet en zullen werden ontset oft
geset sonder goetduncken van den gemeynen Raide van Brabant;
Van den cancellier van Brabant
item dat die cancellier oft zegeler van Brabant geset zal werden ende gemaect by
goetduncken van den Brabantschen Raide oft tenminsten van den sessen van hen
ende dat hy eedt sal doen in presencien van den prince ende van den drie Staiten
slantz van Brabant;
276
1494-1495
Van den clerc van den leenboeck
ende dat die Brabantsche secretarissen ende clerck van den leenboeck geboren Brabanders zyn zullen, uuytgesceyden twee secretarysen die geen Brabanders en dorven wesen;
Van den dachvaerden
item dat men die dachvairden XIIII daigen tevorens zal bescriven ten dede haest, dat
mense op een veylich plaetse sal leggen ende dat elc van den Staten zyn lasten sal
moegen oepenen sonder indignacie van den prince ende geboerden yemanden dairomme van yemanden yet, dat men des houden sal dien aen zyn lyf ende goet;
fol. 320v
Van den gedingen der leenen
item dat men die gedingen van den leenen ende genechten dairtoe dienende ordineren zal ter plaetsen dair die prince zyn residencie in Brabant houdende is; ende alst
geboren sal den prince buyten Brabant te / wesen, dat hy dan mechtigen sal enen
eerbaren man die raet in Brabant zyn mach, die ontfanck sal hebben sal van den
leenen ende die genechten van den leenrecht houden, etc.;
Den eedt der o¤cieren ende wethouderen, scepenen, etc.
item dat alle raetsluyden, dieneren, richteren, bourgermeestren, scepenen, mannen
van leene, laten ende alle andere die macht hebben te manen ende te wysen ende
desgelycx die diensten oft o¤cien houden in Brabant, in steden, vryheiden, dorpen
zullen zweren dat zy gelt, goet, gifte, myede noch geenrehande goet doen noch nemen en sullen, hen doen noch laten geloven oft nemen by henselven oft yemanden
anders oft yemanden in den recht te vorderen oft te verachteren, mar dat zy enen
yegelycken, arm ende ryck, recht doen zullen; ende dat zy om bourgermeestersscap, scependomme oft raetscap goet, gelt, gifte noch myede geenderhant dienste
noch goetdoen gegeven, geloeft noch geboden en hebben noch doen geloven, geven
noch byeden yemanden van huerenwegen noch dairomme gebeden noch doen bidden in enniger manieren; ende zoe wye dair tegen dede, dat hy nummermeer in raet,
dienste, rechte oft regimente en sal moigen comen;
Van den previlegien der steden Bosch ende Lyere
item dat sulcke previlegien ende brieve als die steden van Den Bosch ende Lyere
hebben, dyenende totten regiment ende wetten derselver steden, die mesbruyct zyn
geweest, voirtaen in hore machten gehouden zelen worden ende die rechten ende
wetten dairnae gestelt, behoudelic dat diegeen die ten Bosch voirmaels scepenen
zyn geweest ten scependomme zullen moegen comen; /
fol. 321r
Van den eedt des drossaet, ambachteren ende wethouderen in Brabant
item dat die drossate ende die andere grote ambachteren van Brabant ende die wethouderen van den steden zullen zweren tot horen aencomen te onderhouden allen
die poincten voirs. zoeverre in hen is;
Van der iaermercten van Antwerpen
item dat onse genedige heer die vry iaermercten van Antwerpen te water ende te lant
vryen sal ende ofse by den scouthet ende wethouderen van Antwerpen den tyt van
XIIII nachten oft daironder verlengt worde, dat zyn genaden die verlenginge geduerende oic vryen sal;
277
1494-1495
Van den nacien inVlaenderen
item dat hy den nacien in Vlaenderen hoir stacien houdende, geen previlegien oft
vryheiden geven en zal die ten achterdeel comen muchten den lande van Brabant;
Van den gebruyck der gueden in anderen landen
item dat hy den ingesetenen van Brabant hoir goeden diese in ennigen anderen zynen landen oft gebieden hebben oft hebben zullen ende die vruchten dairaf vredelic
sullen doen gebruycken, nyettegenstaende ennige geboden ter contrarien;
Van der verkeringe der coepluyden
ende dat die coepluyden van allen zynen landen, heerlicheiden, machten ende gebieden met horen gueden onder malcanderen zullen moegen verkeren ende hoir
gueden brengen ten mercten daer hen dat beste zal gelieven op horen rechten tol
ende ongelde;
Van Huesden ende Sinte-Geertruyenberge
item dat hy aan Brabant zal doen blyven die landen, sloten ende steden van Huesden
ende van Sinte-Geertruyenberge met horen toebehoirten, indien dat hyt met recht
doen mach;
fol. 321v
Van vercoften renthen
item dat hy die renthen eertyts vercoft by wylen hertoghen Ians, hertoge Philips,
dairvoir die steden van Antwerpen ende Bosch geloeft ende gesegelt hadden, sonder
derselver steden last betalen sal; / item van gelycken sal hy oeck doen van den renthen vercoft by wylen hertogen Philips van Bourgoindien, hertoge Kaerle, vrouwe
Marien ende den Roemschen Coninc, etc.;
Van den pensionarysen opte Hollantsche steden hebbende
oft gevyele dat die steden van Hollant ende Zelant sulcken tractaet tusschen1 ende
den pensionarysen gemaect, nyet en onderhielden, dat hy dan den pensionarysen
opten voirs. steden volcomen recht sal doen ende laten gescien, gelyc oft van enniger
ander schout ware;
Con¢rmacie der previlegien ende costumen
item voirt heeft hy con¢rmeert den prelaten, cloesteren, baenroetsen, ridderen, steden, vryheiden ende ondersaten van Brabant allen hoir rechten, vryheiden, previlegien, charteren, costumen, usaigien, herbrengen; item den toebrie¡ van wylen
hertoge Philips van Bourgoindien den drie Staiten verleent ten tyde van zynrer incoempst van denselven daet; desgelycx twe brieven by denselven verleent, den enen
van den daet M CCCC LI, XXa septembris, den anderen van den iaer M CCCC
LVII, XXVIIIa novembris, diewelke zyn genaden voir hem, zyne oir ende naecomelingen sonder breken geloeft hebben vast te houden;
Abolicie van der incoempsten vrouw Marie ende van der con¢rmacie des
Roemsschen Coninx
item hy heeft tenyet gedaen ende geaboleert die incoempste van vrouwe Marie,
zynre moeder, van den daet XXIX meye int iaer LXXVII ende die con¢rmacie
1
Aldus hs., lees hierna hen, zie het cartularium fol. 527r.
278
1495-1496
dairop verleent by zynen vader, den Roemsschen Coninc, by tyde zynre moeder
ende oic nae haren overlyden; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien
Goids'et comprehensis folioVC XXI. /
fol. 322r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCVto : Willelmus de Busco, Henricus die
Leeuwe, Iohannes ¢lius Godefridi de Hedel, Theodericus de Hiinden, Godefridus Grotart de Os, Godefridus die Bye, Iohannes Pels.
Burgimagistri: domicellus Iohannes de Aa, dominus de Buchouen, Goeswinus
van den Hezeacker.
Receptores: Martinus de Elmpt,Wolterus Bolcx.
Van den gebruycke des tols van Hollant ende Zeelant; certi¢cacie
Ten tyde van desen scepenstoel is beleyt zekere certi¢cacie daerinne genoch blyct
van der vryheit des gebruycx van den tol van Hollant; alst blyct opten blade VIC
LVIII.1
In dicto anno Henricus Dicbier e¡ectus est iterum scultetus superior dicti opidi
de Buscoducis et dominus de Bucstel destitutus est.2/
fol. 322v
Raminge tusschen dese stat ende meyerye gemaect
In den voirs. iair XCVden XXVIen 3 dach augusti ziin gemaect, overdragen ende
gesloten tusschen dese stadt ter eenre ende den plattenlanden deser meyeryen ter
andere zyden zekere raminge ende overdrach, inhoudende vele diversche ende
goede poincten ende articulen zoe int cort hiernae volgt:
Van den transpoirten
in den iersten dat alle erfbrieven van transpoirten die uuyt erfbrieven geboren in ennigen bancken deser meyeryen voir scepenen deser stat in waerechtigen contracten
totten deser dage toe zullen zyn van werden ende staen ten ingeboden; ende als van
den toecomenden tyde, soe zullen sulckenen transpoirten in waireftigen contracten
wael moigen gescien, mar die kennesse dairaf sal wesen daer die brieven yerst geboren zyn, etc.;
Van den ingeboden van den transpoirten
item oft yemanden ennige scultbrieven in buytenbancken passeert voir scepenen
deser stat eertyts opgedragen weren, oft naemaels opgedragen worden, die en zal
ter cause van dien hem nyet moegen behelpen metten ingebode deser stat;
item als van den ingeboden die geboren zullen van den transpoirten hier voirmaels gedaen, zoe sal diegeen die wil doen ingebieden, yerst sculdich zyn te manen zynen sculder oft tot zynen geweer in presencien van twee poirters ende
dairnae een maent geleden mach hy dien doen ingebieden, tenweer dat die brieven inhielden bynnen deser stat te leveren;
1
2
3
Vanaf ten tijde tot en met VIC LVIII toegevoegd door de tweede scriptor van de kroniek.
Vertaling: in genoemd jaar is Hendrik Dicbier opnieuw aangesteld als hoogschout van genoemde stad 's-Hertogenbosch en is de heer van Boxtel afgezet.
Aldus hs., lees XXV, zie hierna fol. 349r en het cartularium fol. 174a r.
279
1495-1496
fol. 323r
Van der spleytinge der onderpanden
ende oft die onderpanden sonder consente van den proprietaris gespleyt weren, zoe
sal men gestaen met eenre maninge van dengenen /die den chyns oft pacht gewoentlic is te vergeldene; mar onder die smaelheren die alleen die heerlicheit hebben, sal
die ingebieder in persoen dat versuecken aen den scouthet oft voirster oft tot horen
geweer ende dat op zynen eedt veri¢ceren eer men dairop vonnisse geven sal, ende
dat is te verstaen van allen ingeboden; ende in absencie oft weygeringe van den scouthet oft vorster zal die ingebieder den weet doen aen dengenen die ingeboden wordt
oft tot zynen geweer;
Van den gericht der ingebiederen
item die ingebieder naedien yemandt bevonnest is, sculdich sal wesen ende moegen
dat gericht alomme doen ende oft die bevonnesden hem afhendich maecten, zoe sal
men hem verleenen iuris subsidium, etc.;
item ende oft die scouthet oft voirster dan dairinne simuleerden den bevonnesden
aen te tasten, zoe sal die partye zyn gebreck opte selve moigen verhalen, etc.;
Van den costen der bevonnesden
item als die poirtier den bevonnesden opter poirten heeft, zoe en sal die poirtier die
costen nyet moegen verhalen anders dan alleen opten bevonnesden die gevangen is
oft op zyn gueden, etc.;
Hoeverre men manen sal
item dat men vortaen nyet vorder manen en sal van achterstellen, pachten oft chynsen dan van drie iaeren, tenweer dat die heysscher zyn gebreck met proceduren van
recht vervolchden, ende die dan vorder verlyepen, zoe sal hy dat metten drien iaren
moigen heysschen ende hebben;
fol. 323v
Dat die vercoper sculdich is zyn lasten te noemen
item wye ennige erve vercoept oft opdreecht oft renten oft pachten dairuuyt vest, die
sal sculdich zyn te noemen allen die lasten dairuuyt gaende die hy dairuuyt gegouwen heeft oft selve vercoft, opte verbuerte van / tsestich gouden Bourgoensche gulden, hal¡ onsen genedigen heer ende hal¡ der plaetsen dair die gebreken geboren,
oft opte verboerte van den rechterhant indien hy die nyet mechtich en weer te betalen, oft een gelycke correctie nae goetduncken der wethouderen;
Den peen dergeenrer die rente vercopen uuyt gueden hen nyet behorende
item oft yemand ennige renthen vercoft uuyt onderpanden hem nyet toebehorende,
die zal verboren zyn lyf oft alsulckenen correctie als den heer ende wethouderen
goetduncken sal;
Van pachten te geldene
item nyemand en sal op hem nemen pachten te geldene dairaf hy die onderpanden
nyet en heeft, opte verboerte van tsestich Bourgoensche gulden oft deen hant; ende
omme dat te onderhauden is overdragen dat die kynderen oft erfgenamen van den
gueden diese deylen zullen dairuuyt men versceyden pachten vergeldende is, sculdich zullen wesen den renthiers pachten dairuuyt hebbende, van der deylinge copie
te geven ende die renthiers wederomme den deylers copie van horen pachtbrieven te
geven sonder weygeringe, opten peen als voir, etc.;
280
1495-1496
fol. 324r
Van der betalinge der huerlinge
item dat een huerlinc oft pechtener, uuytgesceyden erfpachtinge, betalende zyn
huere ende zyn hantlichtende, sal dairmede gestaen, te wetene oft die huerlinc zynen meester betaelt hedde eer hy van den chynsen oft pachten gemaent weer, soe sal
hy in der manieren voirs. gestaen, beheltelic hem zyn ploechrecht; mar weer hy gemaent ende dairenboven zyn huer zynen meester betaelt, zoe en sal hy nyet gestaen
zyn handen te lichten, mar sal sculdich zyn die pachten ende chynsen / van zynen
tyde te betalen, zoeverre die penningen van derselver hueren oft pachtingen hen zoe
verre strecken;
Van den alden pachten te manen
item dat men van alden pachten dairaf die geloever doot is ende die renthyer zyn
onderpanden nyet en can bewysen, sal men moegen ingebieden den lesten herbrenger ende betaelder totdat hy enen sculdiger wyst, etc.; tselve van den tween voirs.
poincten sal men onder onderhouden opt plat;
Wat erven op te wynnen
item dat men die erven die men wil opwynnen, nyet en der¡ ledich laten liggen, mar
sal die moegen bruycken tot behoe¡ dergeenre die dairtoe zullen wesen gerecht, beheltelic den bruycker zyn ploechrecht, ende dat men dairop weder sal zitten ten
eynde van den iair ende tselve sal oic gescien opt plattlandt;
Van der geldinge der beden
item dat die ingesetenen van den plattenlande als steden, vryheiden ende dorpen
hoir bede gelden zullen daer zy buycvast oft huysraet houdende ziin, het en weer
datse toegen ten Bosch, Megen, Gemart, Rauensteyn oft diere gelycke oft buyten
deser meyeryen; in dien gevalle zullen hoir gueden gelden daerse gelegen zyn;
Van der geldinge der geestelycker personen
item dat alle geestelycke personen die geenen onraet dagelix en gelden met horen
gebueren dair zy woenechtich zyn, dat zy sullen staen nae der instructien van den
iair LI;1
fol. 324v
Van der geldinge der poirterengueden opt platlant1
item die gueden opt platlant gelegen toebehorende den ingesetenen deser stat die
metten plattenlande syndert den iair LXXX lestleden gegouwen hebben, noch mede- / gelden sullen alse doen gouwen in alsulkenen staet alse doen waren, ende die
gueden die men syndert den voirs. iair vercregen heeft ende noch vercrigen sall, mede contribueren sullen, te wetene als den tax der stat ende meyeryen isVM Rynsgulden, zoe sall een Bosch mud rogen gelden II Brabantz groet ende twe Beyers gulden
twee Brabants groet ende dairnae op ende meer;1
Oeck van der geldinge deser poirterengueden
item deser stat poirterengueden voir den voirs. iaer LXXX by deselve vercregen,
zullen vrii zyn; ende oft ennige poirteren syndert tiair LXXX vercregen hedden
oft alnoch vercrigen tegen enige poirteren oft gevryde personen ennige gueden, dat
dieselve vrii zullen blyven zoelange alse gevryder hant zyn;1
1
In margine nota.
281
1495-1496
Ad idem
ende die gueden die by ennige in gevryde plaetsen gecoft zyn oft noch zullen werden,
zullen vry zyn in der manieren voirs.;1
item dat opgewonnen erven voir poirterspachten van auderen daet dan LXXX
lestleden oft die noch alsoe opgewonnen zullen werden, vry zullen zyn, tenweer
datse beter weren; in dien gevalle zy van der beternisse gelden zullen;1
item dat chynsen ende pachten den poirteren deser stat syndert den iair LXXX
geloeft vry van beden te leveren, dat men den brieven achtervolgen sal;1
fol. 325r
Dat die gueden buyten opgewonnen een iair te verbueten staen
item alsoe in sommigen plaetsen bynnen deser meyeryen opgewonnen erven altyt te
verbueten staen, soe / is overdragen dat alsulckenen opgewonnen erven oft gueden
te verbueten staen sullen een iaer lanck, gelyc dat in der stat van Den Bosch gewoentlic is, ende teynden den iaer sal men die doen veylen ende dairop sitten om
ten hoichsten te vercopen;
Ad idem
item die gueden die hier voirmaels opgewonnen zyn, die sal men bynnen iaers moeten verbueten, indien men dair weder aen wil comen;
Ad idem
item ende dair die gueden tot genen verbueten en staen, dairaf sal men oec onderhouden trecht deser stat;
Van den onmundigen ende uuytlendigen
in desen altyt uuytgesceyden trecht dergeenre die buyten lantz zyn ende der onmundiger kynderen;
Van den costen aen de opgewonnen gueden gedaen
item dat die verbuetter sal den opwynre sculdich wesen aen te leggen alle nootlyke
reparacie ende costen ende zyn ploechrecht laten volgen;
Van der bloetinge der opgewonnen gueden
item dat men die opgewonnen erven oft gueden bynnen iaers nyet en sal bloetten;1
Van den commer gemaect op vercofte erven
item oft yemand ennigen gueden cofte ende die coeper den vercoeper geloefden in
scepenenbrieven pachten oft penningen dairvoir te betalen oft af te leggen ende die
coeper daernae in denselven erve anderen commer maect ende dien in scepenenbrieven geloeft oft voir den coep van den gueden ennigen commer gemaect hedde
ende geloeft in scepenenbrieven, dat nochtans den daet van den voirs. scepenen by
den coeper geloeft voir dat erve voirgaen sal; desgelycx van allen scultbrieven duerende den tyt in denselven brieven begrepen;1 /
fol. 325v
Van den costen te doen voir tplatlant
item dat die stat van Den Bosch egeen costen doen en sal voir tplatlant van dachvaerden oft anderssins, zy en sal van denselven plattenlant yerst consent hebben,
tenweer dat die saken haest hedden;
1
In margine nota.
282
1496-1497
Ad idem
item dat men sulcken costen den plattenlant sal moeten heysschen bynnen iaers oft
bynnen eenre maent daernae onbegrepen;
Van der interpretacie der poincten voirs.
item ende dat alle twivelaigien die rysen muchten in de poincten voirs. oft tusschen
partyen dienaengaende, sullen staen ten beslichte der withouderen deser stat, etc.;
gelyc in enen boeck oft brieve dairop gemaect breder is begrepen, beginnende
tselve: `Alsoe in tyden voirleden vele di¡erenten'ende begrepen folio C LXVI; ende
welke raminge ende overdrach voirs. metgaders die articulen ende poincten dairinne begrepen, uuytgesceyden die poincten getekent ende noteert in mergine signo,
die voirs. eertshertoge Philips den XXIXen dach augusti int iair M CCCCC ende
sess, doen wesende coninc van Castillien, van Leoen ende van Grenade, etc. heeft
con¢rmeert, gelyc nae blycken sal. /
fol. 326r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCVIto : Goeswinus van den Hezeacker,
Willelmus de Buchouen, Iohannes Kanapart ¢lius Iohannis, Anthonius Spierinc,
Martinus de Campen, Henricus Ghiselen ¢lius Henrici, Lambertus van den Hezeacker.
Burgimagistri: Iohannes Heym, Gerardus Kuyst.
Receptores: Lambertus Bogart, Henricus de Ophouen.
Dat meester Clais Kuyst secretaris wert
fol. 326v
In dicto scabinatu tercia iulii Franco de Langel secretarius / in opido de Buscoducis resignavit o¤cium suum secretariatus in manibus dicti opidi et ipsum opidum in loco eius instituit magistrum Nycolaum Kuyst, qui eodem die suum
iuramentum secretariatus prestitit.1
Quod archidux Philippus intravit opidum de Buscoducis2
In dicto anno XCVIto feria tercia videlicet decima tercia decembris, circiter horam quintam post meridiem, supradictus dux Philippus, archidux Austrie, dux
Bourgoindie, Brabantie, etc. cum magna pompa suum opidum de Buscoducis intravit ubi etiam magni¢ce receptus est.3
1
2
3
Vertaling: in genoemd schepenjaar op 3 juli deed secretaris Frank van Langel afstand van
zijn ambt van secretaris in handen van de genoemde stad en de stad heeft in zijn plaats Nicolaas Kuyst aangesteld, die diezelfde dag zijn eed op het secretarisambt afgelegd heeft.
Vertaling: dat aartshertog Filips de stad 's-Hertogenbosch binnengetreden is.
Vertaling: in genoemd jaar (14)96 op dinsdag, namelijk 13 december, is rond het vijfde uur
na de middag bovengenoemde hertog Filips, aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondie«, Brabant, etc. met groot vertoon zijn stad 's-Hertogenbosch binnengetreden, alwaar
hij ook glorieus ontvangen is.
283
1496-1497
Propina facta archiduci Philippo1
Altera vero die hora septima post meridiem iuxta eiusdem opidi Busciducensis
antiquam consuetudinem eidem duci Philippo facta est propina per idem opidum de duobus bobus et duabus plaustratis vini dictis twe voeder wyns.2
Intronisacio archiducis Philippi in opido Busciducensi3
fol. 327r
Sequenti vero die videlicet decima quinta eiusdem mensis decembris, hora decima ante meridiem, ante domum consulum eiusdem opidi Busciducensis supradictus archidux Philippus intronisatus est et prestitit iuramentum solitum dicto
opido et villicatui eiusdem, quod quidem iuramentum eidem prestitit Iohannes
burgimagister pro tempore eiusdem opidi. Quo vero / iuramento a dicto duce
Philippo prestito burgimagistri, scabini, consules et tota communitas presentis
opidi eidem Philippo archiduci viceversa homagium prestiterunt et iuramentum
et hoc per organum reverendissimi et nobilis domini Iohannis de Houthem, domini de Houthem, de Huldebergen, etc. cancellarii Brabantie, in qua quidem intronisacione presentes fuerunt dictus dominus cancellarius, dominus Philebertus
deVeray, nuncupatus La Mouche, grote ende ierste ioncker van der escuirye, lator
aurei gladii, dominus Iohannes de Egmonda, dominus Iohannes de Bergis, dominus de Bergen, de Wailhain, dominus Fredericus de Yselsteyn, dominus Cornelius de Bergis et plures alii domini.4
De baptisatione unius iudei5
Intronisatione facta idem Philippus archidux versus ecclesiam sancti Iohannis
equitavit, ubi in summo choro ante summam altare ecclesie per magistrum
Ghysbertum die Bye, decanum pro tempore eiusdem ecclesie, quidam iudeus
nuncupatus Iacob ex Almania in sacro fonte baptismatis est renatus et baptisatus.
Quem iudeum idem Philippus archidux, domini Iohannes de Bergis, Cornelius
de Bergis et plures alii domini de sacro fonte levarunt et vocatus est Philippus
cum cognomine de sancto Iohanne, qui depost ut dicebatur apostotavit. Et dicto
1
2
3
4
5
Vertaling: de schenking aan aartshertog Filips.
Vertaling: de volgende dag echter, het zevende uur na de middag, is naar oude gewoonte van
de stad 's-Hertogenbosch door deze stad een geschenk aangeboden aan hertog Filips van
twee ossen en twee karren wijn, genaamd twee voeder wijn.
Vertaling: de intronisatie van aartshertog Filips in de stad 's-Hertogenbosch.
Vertaling: de volgende dag echter, namelijk 15 december, het tiende uur voor de middag, is
voornoemde aartshertog Filips voor het raadhuis van de stad 's-Hertogenbosch ge|« ntroniseerd en heeft hij de gebruikelijke eed aan genoemde stad en burgers afgelegd, welke eed
aan hem afgelegd is door Jan, op dat moment burgemeester van de stad. Na welke eeda£egging door genoemde hertog Filips de burgemeesters, schepenen, consuls en de gehele raad
van deze stad op hun beurt aan aartshertog Filips hulde brachten en de eed a£egden en dit
bij monde van de meest eerbiedwaardige en edele heer Jan van Houthem, heer van Houthem,
van Huldenberg, etc. kanselier van Brabant; bij deze intronisatie waren aanwezig genoemde
heer kanselier, heer Filibert van Veray, genaamd La Mouche, opperstalmeester, drager van
het gouden zwaard, heer Jan van Egmond, heer Jan van Bergen, heer van Bergen, vanWalhain, heer Frederik van IJsselstein, heer Cornelis van Bergen en vele andere heren.
Vertaling: over het dopen van een jood.
284
1496-1497
iudeo baptisato idem archidux Philippus eodem die circiter horam duodecimam
ab hoc opido recessit.1 /
fol. 327v
Dat hertoge Philips huwelic dede ende vrouwe Margriet dede oick
huwelic
Oeck in den voirs. iair XCVI, naedat twee huwelycken gesloten waren, te wetene
tusschen den prince van Spaengien, des conincx van Spaengien ende van Argon
zoene, ende der voirs. vrouwe Margrieten, dochter des Roemschen Conincx
Maximiliaens, ende tusschen den voirs. hertoge Philips ende vrouwe Iohanna,
die tweeste dochter van den voirs. coninc van Spaengien, soe wairt vrouwe Iohanna voirs. met groten state te sceep overgebracht in Zeelant ende voirt tot Antwerpen ende hertoghe Philips voirs. troudense te Lyer ende over een iair dairnae
baerden zy tot Bruessel een dochter, genoempt Leonora. Ende vrouwe Margriet
wairt oeck overgevuert in Spaengien ende zy trouden aldair den voirs. zoen van
Spaengien, daira¡ zy een vrucht creech die terstont ster¡. Ende insgelycx ster¡
haestelyc hair man, die voirs. prince ende zoen van Spaengien. Ende vrouwe
Margriet voirs. wairt weder overgebracht in desen lande ende wairt bestaedt aen
hertoge Philibeert van Sauoyen. /
fol. 328r
Addicie van der incoempste hertoge Philips, eertshertoge, etc.
In den voirs. iair XCVI in de maent van merte soe heeft die voirs. eertshertoghe
Philips in manieren van addicien tot zynre genaden incoempste van den daet
XCIIII lestleden den lande van Brabant verleent, gewillecoert ende geconsenteert dese naevolgende poincten ten ewigen daigen denselven te onderhouden
ende te doen onderhouden, te wetene:
Dat Graue, dlant van Kuyc, Kessel, Oyen aen Brabant zullen blyven
in den yersten dat die stat ende lande van Den Graue metten lande van Kuyck, Kessel ende Oyen zullen blyven annexeert aen Brabant ende dairaf nummermeer werden gesceyden;
Van der verkeringe der coepluyden ende stapelen
item dat alle coepluyden alsoewael van buyten als van bynnen lantz met horen comanscappen zullen moegen varen, vlyeten ende verkeren in den lande van Brabant
ende Ouermaze vredelic, dair hen sal gelieven op horen rechten tolle sonder bedwongen te werden hoir comanscap te moeten doen meer in een plaetse dan in dander; ende datse moegen woenen in den voirs. lande dairt hen gelyeven sal sonder ter
saken van ennigen stapelen oft anderssins in horen vryen wil belet te moigen worden, behoudelic dat dat nyet vorder en sal moegen worden geextendeert dan totten
1
Vertaling: na de intronisatie reed deze aartshertog Filips naar de Sint-Janskerk, waar in het
hoogkoor voor het hoogaltaar door meester Gijsbert de Bye, op dat moment deken van de
kerk, een zekere jood genaamd Jacob van Duitsland in de heilige doopvont herboren en gedoopt is. Deze aartshertog Filips, de heren Jan en Cornelis van Bergen en vele andere heren
hebben deze jood uit de doopvont geheven en hij is Filips genoemd, met als bijnaam van SintJan, en later, naar men zei, is hij afvallig geworden. En deze aartshertog Filips is, na de doop
van genoemde jood, diezelfde dag rond het twaalfde uur uit deze stad vertrokken.
285
1496-1497
stapelen die nu in Brabant zyn, ende dat aengaende dien van Lyer ende Dyest ende
den stapele van den vede zouden zyn genaden ordineren zoe men bevynden sal behorende; /
fol. 328v
Van dengeenen die om civile saken gevangen zyn
item dat men in Brabant om civile saken geen ondersaten in sloten sal houden gevangen, mar dat die hoir gevenckenisse zullen houden in de vroenten ter plaetsen
daerse aengetast zyn zoeverre dair vroenten zyn, ende dat mense ontslaen sal op
caucie terecht te staen ende den gewysden te voldoen, ten weer datse gevangen weren
voir gewysde dingen oft voir penningen den prince aengaende;
Van kenlycken ongevallen
item dat alle lyeden ende onderseten van Brabant van kentlycken ongevalle die hen
aen hoir personen oft aen hoir kynderen, dyeneren, boden oft huysgesynne zouden
moigen geboren dairaf zy oft ennige van hen van lyve ter doot quamen, sullen staen
ende blyven vry ende onbelast van enniger verbuerten oft con¢scacien van horen
gueden, van welken ongevallen die wethouderen van der plaetsen ten versueck van
den o¤cier aldair die zaken zullen aensien ende visiteren ende dat gedaen vercleren
oft dat voir ongevalle zal behoren gehouden te werdene oft nyet; ende tgeen des zy
dienaengaende vercleren zullen, sal men sculdich zyn te achtervolgen;
Van den mercten Bruessel, Antwerpen, Bergen
item dat men die iaermercten van Bruessel, Antwerpen ende Bergen opten Zoom
nyet en sal turberen by ennige execucien, bevelen oft verboden, het en zy met brieven van marcke, contramarcke, arresten oft diergelyc, in desen uuytgesceyden des
prince sculde oft die ordinancie gemaect oft te makene opte munte die men onderhouden sal in de iaermercten als dair buyten ende die overtreders stra¡en; /
fol. 329r
Van der visscheryen opter Zinnen
item dat een yegelic sal moegen visschen op die rivyer van der Zinnen zoe men plach
oft mochte doen ten tyde van hertoge Philips van Bourgoindien;
In wat tale men uuyten hove die brieven seynden sal
item dat men alle brieven die men uuyten hoeve van Brabant uuytseynden zal, maken sal in der talen als men spreect daerse gesonden zullen werden;
Van gestolen goet
item als die o¤cieren gevangen hebben yemanden die enen anderen zyn gelt oft goet
gestolen oft ontvreempt heeft ende tselve goet noch hedde oft in zynen name wiste
onverthiert, zoe en sal dat nyet verbuert zyn, mar sal die o¤cier gehouden zyn dat
der partyen te restitueren oft doen restitueren, zoeverre die partye dat zyn maecte
oft wittelic bleeck zyn te zyne, behoudelic dat men den o¤cier sal gehouden zyn
dairaf zynen redelycken sallaris te geven ter discrecien der wethouderen dair dat geboren sal;
Dat men nyemanden en sal vangen die ter goeder famen staet
item dat men voirtaen nyemanden egeen vryheit van steden oft anderssins hebbende, en zal moegen aentasten noch vangen die ter goeder namen ende famen
286
1496-1497
staet, do¤cier en sal ierst volcomen informacie genomen hebben van der suspicien
dairomme hy dien aentasten oft vangen soude willen;
Van yemanden te pynen
ende dat men nyemanden en sal pynen, do¤cier en zal zyn informacie den wethouderen gethoent hebben ende hy en zy met vonnisse derselver dairtoe gewesen, etc.;
fol. 329v
Dat die o¤ciers uuyt crachten van transpoirt oft procuracie nyet en mogen
cummeren
item dat van nu voirtaen ten ewigen daigen geen drossaet, amman, scouthet, meyere
oft ander o¤cier / uuyt crachte van transpoirte oft procuracie die zy van yemanden
zouden moigen hebben oft aennemen, arresteren, cummeren oft belasten en zullen
moegen bynnen horen bedryve by hen oft yemanden anders ennige ingesetenen van
Brabant oft hoir gueden uuyt saken van sculden die de steden, vryheiden oft dorpen
sculdich zyn van lyfrenthen oft andere sculden, opte verbuerte van thien Andriesgulden; prout in litteris incipientibus:`Philips, by der gracien Goids'etc. et comprehensis folioVC XLII.
Van den penningen heren Cornelissen van Bergen geloeft, etc. ter
cause van Den Graue, etc.
fol. 330r
Oeck in den voirs. iair XCVI den dorden dach augusti, naedien die voirscr. eertshertoge Philips die drie Staten slantz van Brabant versocht hadde hen te willen
verbynden aen heren Cornelissen van Bergen in de somme van XXVIIIM IXC
XXXIIII ponden, XIIII scellingen, XI obolen, ten pryse van XL groeten
Vleemsch elck pont, ende dat by redenen van der bewaernisse der stat ende slote
van Den Graue ende van den onderhouden der ruyteren aldaer by heren Cornelissen voirs. gedaen tot den XXVIIIen dach van iulio int iair XCVI lestleden, ende
van der reparacien ende forti¢cacien aen de voirs. stat gedaen tot1 VIen dach april
int iair XCIIII lestleden, als te wetene denselven heren Cornelissen die te betalen
tot X iaren, als te wetene ten iersten iair IIIM / ponden ende alsoe negen iaren
lanck vervolgende elcx iaer IIIM ponden ende ten Xten iaer trest, etc. onder condicien dat die voirs. somme den voirs. Staten afslach soude wesen van iair te iaer
aen de beden diese geven souden, etc. ende naedien dieselve Staiten den voirs. hertoge Philips dairinne hadden belyeft onder zekere versceyden vorwarden ende
condicien, soe heeft dieselve hertoge Philips die voirs. Staiten daira¡ gedanct
ende hen zekere versceyden vorwarden accordeert; prout in litteris incipientibus:
`Philips, by der gracien Goidz'etc. et comprehensis in een vidimus by der stat van
Bruessel gegeven, beginnende:`Allen denghenen die dese letteren'etc. et comprehensis folioVC XI.
Geloeft van der stat van Den Graue gedaen by heren Cornelissen van
Bergen
Oeck in den voirs. vidimus ad signum tale (½33) staet begrepen enen brie¡ die
heer Cornelis voirs. den voirs. Staten van hem heeft gegeven van den voirs. daet
1
Aldus hs., men verwacht hierna den.
287
1497-1498
fol. 330v
fol. 331r
VIta augusti M CCCC XCVI, daerinne heer Cornelis voirs. den voirs. Staten heeft
geloeft, dat hy ende zyn nacommers, amptmannen ende bewaerders van der stat
ende slote van Den Graue dieselver stat ende slot voirtaen sullen moeten onderhouden metten renten, prou¡yten, beden, gratuiteyten ende vervallen van denzelven sonder cost oft last van den / lande van Brabant, tenwaer by oirloge by
consente van den prince ende Staten van Brabant aengenomen, etc.;
item ende dat hy noch zyn nacommers en zullen moegen aennemen ennige oirloge noch oic feyten van oirlogen doen uuyten Graue, het en zy by bevele van den
prince ende der drien Staten slantz van Brabant;
item ende dat hii noch zyn nacommers in den voirs. ampte ende bewaernisse van
der stat ende slote van Den Graue dieselve in all noch in deel overgeven en zal
noch stellen in anderen handen dan in handen van den prince ende der Staten
voirs. tot behoe¡ derselver ende des lantz.
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCVIIo : Iohannes deVladeracken, Iohannes Heym,Yewanus Kuyst, Raso Raessen, doctor in medicinis, Anthonius Hinckart, / Willelmus de Achel, Lambertus die Wol¡, Ghysbertus ¢lius Godefridi
Gielis, loco dicti Hinckart ¢endo sculteto.
Burgimagistri: Willelmus de Busco, Petrus Pels; cum istis cessavit magistratus.1
Receptores: Theodericus ¢lius Godefridi Gieliss.,Willelmus ¢lius Iohannis Willemss.
Dat Os zoe ruekeloes van den heer van Gelre overvallen wairt
fol. 331v
In dicto anno ac scabinatu altera festi beati Luce evangeliste in die Iouis dominus
Karolus de Gelria sine di¤datione aliqua previa clam et subito illis de Os adhuc
de mane in lecto iacentibus et nichil quam pacem et bonum scientibus cum sua
potentia intravit libertatem de Os et totum combussit, similiter partem de Ge¡en
quod postea vindicabatur auxilio ducis Saxonie qui devicit Bathenborch et multa
villagia in patria Gelrensi combussit, et eodem anno in die Nativitatis Domini
sequente iterum factus est tractatus treugarum inter ducem nostrum et dictum
dominum Karolum de Gelria.2
In dicto scabinatu XVIIIa iulii anno XCVIII prestitit Philippus Hinckart iuramentum super o¤cio scultetatus inferioris in Buscoducis / et dictus Anthonius
Hinckart e¡ectus est locum tenens dicti Philippi inferioris sculteti et institutus est
1
2
Vertaling: met dezen eindigde het burgemeesterschap.
Vertaling: in genoemd jaar en schepenjaar daags na Sint-Lucas op donderdag (= 19 oktober) is Karel van Gelre zonder enige voorafgaande waarschuwing heimelijk en plotseling,
terwijl de inwoners van Oss vroeg in de morgen nog in bed lagen en van niets anders wisten
dan van vrede en goedheid, de vrijheid van Oss binnengedrongen met zijn legermacht en
heeft haar geheel in brand gestoken, samen met het deel van Ge¡en, dat later verworven werd
met hulp van de hertog van Saksen, die Batenburg veroverde en vele dorpen in Gelderland in
brand stak, en datzelfde jaar op Kerstmis daaropvolgend is opnieuw een verdrag gesloten
tussen onze hertog en genoemde heer Karel van Gelre.
288
1498-1499
in loco eius scabinus dictus Ghysbertus ¢lius Godefridi Gielissoen, qui prestitit
iuramentum XXXa iulii.1
In dicto scabinatu XIa augusti anno XCVIII obiit Bruxelle magister Godefridus
de Dommelen, secretarius presentis opidi de Buscoducis, et in loco eius ego Petrus de Os ¢lius Iohannis Rutgerss. institutus sum et prestiti iuramentum super
o¤cio secretariatus in die Exaltationis sancte Crucis inmedietate dictam undecimam diem augusti sequente.2
Nu ster¡ coninc Kaerle vanVrancryc sonder manss oir ende hertoghe
Lodewyck van Oirliens wairt coninc vanVrancryck
Oeck in den voirs. iair XCVII naedat coninc Kaerle van Vrancryck die groote
reyse gedaen hadde ende conquesteert tconincryc van Napels dat hem gebleven
was van coninc Renez, zynen ouden oem, die recht coninc was van Napels ende
Secilien, quam hii weder in Vrancryck ende zynde te Ambose in Vrancryck met
zynder coninginnen ster¡ hii, oudt wesende omtrent XXVI iaren, zeer ruekeloess. /
fol. 332r
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCVIIIo : dominus Iohannes Back, miles,
Iohannes Pynappel, Goeswinus de Brecht, Iordanus de Boert, Arnoldus Monix,
Matheus Kuyst,Wolterus deVucht.
Hic cessavit iterum burgimagistratus seu magistratus opidi Busciducensis et destituti sunt nationes predicte.3
Receptores: Iohannes de Wyck, Ghysbertus de Hulst.
In dicto scabinatu XIIIa ianuarii circiter quintam horam intravit supradictus archidux Philippus hoc opidum de Buscoducis. XXIXa ianuarii sequente que fuit
dies Martis supradictus Romanorum rex Maximilianus intravit dictum opidum,
veniens de Grauia.4 /
1
2
3
4
Vertaling: in genoemd schepenjaar 18 juli (14)98, heeft Filips Hinckart de eed van laagschout in 's-Hertogenbosch afgelegd en genoemde Anton Hinckart is als plaatsvervanger
van genoemde laagschout Filips aangesteld; in diens plaats is genoemde Gijsbert, zoon van
Godfried Gieliszn., tot schepen benoemd; hij heeft de eed afgelegd op 30 juli.
Vertaling: in genoemd schepenjaar stierf op 11 augustus (14)98 te Brussel meester Godfried van Dommelen, secretaris van deze stad 's-Hertogenbosch, en in diens plaats ben ik,
Peter van Os, zoon van Jan Rutgerszn., aangesteld en ik heb de eed afgeled op het secretarisambt op Kruisverhe¤ng (= 14 september), volgend op elf augustus.
Vertaling: hier hield het burgemeesterschap van de stad 's-Hertogenbosch op en zijn de voornoemde naties weer afgeschaft.
Vertaling: in genoemd schepenjaar op 13 januari rond het vijfde uur is voornoemde aartshertog Filips deze stad 's-Hertogenbosch binnengekomen. Op dinsdag 29 januari daaropvolgend is voornoemde Rooms Koning Maximiliaan deze stad binnengekomen, komend
van Grave.
289
1499-1500
fol. 332v
Een nederlage diere van Nymegen
Eciam in dicto scabinatu et anno XCVIIIo sabbato post Invocavit circiter horam
quartam circiter Hoemen nobilis dominus Fredericus, dominus de Yselsteyn,
cum suis ruteris et certis armigeris ducis Cleuensis prostravit de Nouomagensi
circiter mille armatos.1
Remigii confessoris anno Mo CCCCo XCIXo : Iohannes de Arkel ¢lius Petri,Willelmus de Busco, Godefridus Grotart de Os, Henricus Kuyst, Iohannes Monix,
Iohannes Ghysselen, Arnoldus Beys.
Dat hertoge Kaerle, zoen van den ertshertoghe Philips, wairt geboren
fol. 333
r
In dicto scabinatu et anno XCIXo predicto XXIIIa februarii natus est in Gandauo comes Flandrie, ¢lius supradicti / ducis Philippi, archiducis Austrie, ducis
Bourgoindie, Brabantie, etc. et baptisatus est ibidem in ecclesia sancti Iohannis
VIIa marcii et accepit sibi nomen supra sacram fontem Karolus et eundem de sacro fonte levarunt princeps de Symay, dominus Iohannes de Bergis, domina Margareta de Oistenryck et domina Margareta, relicta quondam ducis Karoli, soror
regis Eduwardi Anglie.2
Dat meester Arnt van Weilhusen ster¡
In dicto scabinatu VIta februarii obiit magister Arnoldus de Weylhusen, secretarius in Buscoducis, et institutus est in locum eius magister Raso Raess., doctor in
medicinis, qui prestitit iuramentum secretariatus XVta februarii inmedietate sequente.3
Receptores nomine et secundum quid: magister Franciscus Toelinc, Iohannes
Vrancken, et absque receptione sed solum constituti privilegio presentis opidi satisfaciendo.4
1
2
3
4
Vertaling: ook in genoemd schepenjaar en het jaar (14)98 heeft de edele heer Frederik, heer
van IJsselstein, op zaterdag na Invocavit (= 23 februari) rond het vierde uur in de buurt van
Heumen met zijn ruiters en zekere schildknapen van de hertog van Kleef ongeveer 1000 gewapenden uit Nijmegen verslagen.
Vertaling: in genoemd schepenjaar en het voornoemde jaar (14)99 is op 23 februari in Gent
de graaf van Vlaanderen, zoon van de voornoemde hertog Filips, aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondie«, Brabant, etc. geboren en hij is in de Sint-Janskerk aldaar gedoopt op 7 maart en heeft bij de doopvont de naam Karel ontvangen; de prins van Chimay,
heer Jan van Bergen, vrouwe Margareta van Oostenrijk en vrouwe Margareta, weduwe van
hertog Karel, zuster van koning Eduward van Engeland, hebben hem uit de doopvont geheven.
Vertaling: in genoemd schepenjaar stierf op 6 februari meester Arnold vanWeijlhuijsen, secretaris van's-Hertogenbosch, en in zijn plaats is meester Raas Raess., arts, aangesteld, die
de eed op het secretarisambt afgelegd heeft op 15 februari daaropvolgend.
In margine nota; vertaling: en zonder ontvangstbevoegdheid, maar alleen aangesteld om te
voldoen aan het privilege van deze stad.
290
1499-1500
Dat alreyerst bynnen deser stat ordineert worden sess mannen totter
policien derselver; die macht der voirs. sess
fol. 333v
fol. 334r
Want dese stat mits versettinge des raetz derselver gedaen int iair XCIIII
lestleden / ende anderssins, etc. seer ten achteren was gegaen ende in groten sculden comen, alsoe dat die bourgeren, coepluyden ende ingesetenen derselver hoir
hoeft uuyter poirten nyet en dorsten steecken, zy en worden arresteert voir deser
statrenten ende sculden die zeer hoich verlopen waren, soe heeft dieselver stat, nae
vele vergaderinge by haren raide gehadt als den XIIen dach augusti in den voirs.
iair XCIX totter policien der voirs. stat ende totten regimente ende beweynde
dat die rentmeesters oft bourgermeesters deser stat hadden gehadt, gecoren sess
goede mannen by namen: Aelbert Keteler, Gerart Ketheler, Rolo¡ Noppen,
Dirck van Hedel, Ian Pynappel, Henrick van Deuenter, welken sess mannen die
voirs. stat den tyt van sess iaren beginnende Remigii anno XCIX voirs. ende sonder myddelt volgende geordineert heeft te hebbene auctoriteyt ende macht, te wetene in den iersten in allesgeens daermede zy moigen helpen dese stat uuyt haren
commer ende wes zy by hore redelicheit ende consciencie ordineren dairmede
dese stat geholpen werde, des zullen / zy van boven tot beneden tot hore consciencie geloeft wesen ende moegen doen ende dat durende den tyt van sess iaren
ingaende te Bamisse XCIX;
item dat die sess mannen daerenbynnen nyet en zullen werden gecoren tot ennigen staet oft regimente deser stat;
item datse geen assynsen en zullen pachten oft dairinne mededeylen;
item datse ten versuecke der drien leden deser stat alle iaer sculdich zullen wesen
te doen rekeningen et reliqua;1
Dat den staet deser stat wairt afgeset
item ende dat den voirs. tyt gedurende den staet deser stat afwesen sal, etc.;
Con¢rmacie der voirs. sess
welke ordinancie ende koere der voirs. sess mannen die voirs. hertoge Philips, eertshertoge van Oistryc, etc. heeft gecon¢rmeert ende geapprobeert;
fol. 334v
Datse respyt had denVIII iaer die sculden te betalen op sekere form, in den
Brabantschen Raet verleent
ende dairtoe verleent deser stat tyt ende respyt van acht iaren naestcomende, beginnende opten voirs. XIIen dach augusti anno XCIX omme deser stat sculden, renthen, commeren ende lasten daerenbynnen te moegen betalen in der manieren
hiernae volgende, te wetene die twee ierste van den voirs. acht iaren, dairaf dierste
iaer vallen sal tSint-Iansmisse naestcomende anno XVC, iairlix alleenlic die loepende renthe sonder bynnen die II iaren ennige achterstel te betalen, ende durende
die andere sess iaren oec iairlix die loepende renthe ende oic een sestendeel van den
achterstellen, etc.; ende heeft dairtoe accordeert deser stat geleyde den voirs. tyt gedurende te moigen reysen ende alomme verkeren; gelyc breder begrepen is in de
brieve / by onsen voirs. genedigen heer dairop van den voirs. daet verleent, begin-
1
Vertaling: en bewijs.
291
1500-1501
nende dieselve brieve:`Philips, by der gracien Goids'etc. ende begrepen opten blade
VC LVI.
Dattet respyt van acht iaren is verandert ende gestelt op XII iaren beginnende prima octobris XCIX, in den Hoigen Raet verleent
fol. 335r
Oeck in den voirs.1 XCIX nae der voirs. con¢rmacie ende respyt by onsen voirs.
genedigen heer onder zynre genaden brieven in den Brabantschen Rade gedaen,
verleent ende geexpedieert, soe hebben zyn genaden als den XXVIIIen dach septembris in denselven iaer naedien zynen genaden verthoent was dese stat ten achteren te wesen in de sommen van CM ende IIIM IXC XXII Rynsgulden, VII
scillingen, IIII penningen in den Groten Rade den tyt oft respyt van den voirs.
acht iaren verandert opten tyt van XII iaren beginnende den iersten dach octobris
naestcomende in den voirs. iair XCIX, omme dairenbynnen deser statsculden te
betalen onder deser manieren, te wetene die twe eerste iaren alleenlic die loepende renthen ende die andere thien iaren elcx iaers die loepende renthe ende
thienste deel van den achterstel, etc.; ende dairtoe hebben zyn genaden die voirs.
iaren gedurende vast geleyde verleent deser stat overall / in zynre genaden landen
te moegen verkeren, behoudelic dat in desen respyt nyet en zyn begrepen, mar
exempt, alle miserabel personen, nyet mechtich te verbeyden ende dies van nootsaken nyet en moigen onberen ende insgelycx zynre genaden dyeneren ende huysgesynne by den estron,2 etc.; prout in litteris incipientibus:`Philips, by der gracien
Goidz'etc. et comprehensis folioVC LXI.
Dat dese stat die sess mannen geloeft te bescudden, etc.
Oeck in den voirs. iair XCIX den XVIen dach septembris soe heeft dese stat den
voirs. gecoren mannen geloeft voir alle fortse te bescudden ende te verantwoirdene, etc.; prout in litteris incipientibus: `Wy, scepenen, gesworen, raitsluyde'etc. et
comprehensis folioVC LXVI.
Van der scadeloesgeloeften dienende voir die bourgeren deen tegen
dander
Des anderendaigs daernae namentlic den XVIIen dach der voirs. maent septembris int voirs. iair XCIX soe is gedaen by den raet deser stat een scadeloesgeloefte,
dienende malcanderen van den geloeften den sess mannen van deser stat gedaen
scadeloess te houdene; prout in litteris incipientibus: `Wy, scepenen, geswoeren'
etc. et comprehensis folioVC LXVIII. /
fol. 335v
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo fuerunt scabini in Buscoducis:Theodericus die Borchgreue, Gerardus Kuyst, Iohannes Kanapart, Henricus die Leeuwe,
Iohannes de Berkel, Martinus de Elmpt, Rodolphus van den Broeck.
Receptores nomine et secundum quid: magister Henricus ¢lius Theoderici Henricxs., Petrus de Hynden.
1
2
Aldus hs., lees hierna iair.
Staat vermoedelijk in verband met escroisen: de o¤ciers en bedienden van het hof.
292
1500-1501
Die voirseide sess gecoren mannen hebben noch dit iair gehadt dbeweyndt als
voirs. /
Magister Symon de Couderborch e¡ectus est secretarius1
fol. 336r
In den voirs. iair CCCCC quinta februarii supradictus magister Raso Raess. o¤cium suum secretariatus resignavit in manus presentis opidi et ipsum opidum in
loco eius instituit magistrum Symonem de Couderborch, qui prestitit desuper iuramentum XXIIda iunii anno primo.2
De anno iubileo3
Eciam in eodem scabinatu in profesto Ascensionis Domini in hoc opido introductus est annus iubileus et erecta est crux in ecclesia Sancti Iohannis evangeliste
et iterum deposita XXIIda augusti.4
Reformacie opte conservatorye van Loeuen
Oeck in den voirs. iair XVC den XXVen dach decembris soe heeft die voirs. hertoge Philipz, naedien zyn genaden alle conservatorien in zynre genaden landen
hadden interdiceert ende verboden, der universiteyt van Loeuen tot hore oetmoedeger beden gewillecoirt hair conservatorie tot zynre genaden wederroepen, onder die forme van woerden aldus:
Ius conservatoris
in primis dominus conservator habebit de sigillis quarumcumque litterarum monitorialium, inhibitorialium, etc. videlicet de quolibet sigillo, unum stuferum; de interlocutoriis, de di¤nitivis, quia compositas per assessorem solum pronunciat,
nichil; de absolutione, si pars absolutavelit litteras levare, pro iure sigilli habebit tres
stuferos; et si duo vel plures sint, habebit sex stuferos; /
fol. 336v
Ius assessoris
item dominus assessor habebit pro laboribus ab universitate quolibet anno centum
Peters et a partibus nihil, si agitur vigore conservatorie;
Ius notarii
item notarii habebunt de qualibet littera monitoriali, contumaciali, excommunicatoriali, aggravatoriali IIos stuferos;
1
2
3
4
Vertaling: meester Simon van Couderborch is aangesteld als secretaris.
Vertaling: in het voorschreven jaar (1)500, vijf februari, heeft voornoemde meester Raas
Raess. afstand gedaan van zijn ambt van secretaris in handen van deze stad en deze stad
heeft in zijn plaats meester Simon van Couderborch aangesteld, die de eed daarop afgelegd
heeft op 22 juni in het jaar (150)1.
Vertaling: over het Jubeljaar.
Vertaling: ook in hetzelfde schepenjaar de dag voor Hemelvaartsdag (= 27 mei) is in deze
stad het Jubeljaar ingesteld en is in de Sint-Janskerk het kruis opgericht en weer verwijderd
op 22 augustus.
293
1501-1502
item pro littera inhibitoriali quatuor stuferos; de litteris absolutionum, salvo quod
vadat aut mittat cum parte ad iudicem, tres stuferos; si sint plures, habebit sex stuferos;
item pro litteris cum cruce quatuor stuferos;
item de notulis sententiarum sive di¤nitivarum sive interlocutorialium nichil sed
habebit terminum suum;
item pro quolibet termino habebit a qualibet parte non ultra quam consuevit habere;
item si aliquo termino producta fuerint quecumque iura partium ad statim, saltem infra triduum, copiabuntur et partibus restituentur, habebitque pro quolibet
folio scripture instar curie Leodiensis;
Ius procuratoris
item procuratores habebunt de quolibet termino utili non ultra quam consueverunt;
de termino inutili vel iterato, neuter procuratorum aliquid habebit neque eciam notarius, et solvet propter hoc in peciam; procurator terminum iterans vel alias inutilem terminum agens unum stuferum; poterit nichilominus iuxta qualitatem
negligencie aut certe doli acrius punire iudex procuratorem;
De ¢ctis scolaribus
item ¢cti scolares reicientur, secundum formam statutorum universitatis; /
fol. 337r
De transportibus
item in transportibus ordinabitur per universitatem vir probus et legalis ad cuius
manus deponi habebit omnis pecunia, proveniens ex transportibus; qui iuramento
sit astrictus pecuniam illam solum convertere in necessarium usum victus, librorum vel similium necessitatum scolaris pro tempore studii in quem factus est transportus;
Super quibus transportibus debet agi
item non permittetur agi super transportu cuiuscumque debiti quod neglectum fuerit sedecim annis;
item nec permittetur scolaris agere super summa maiore ex transportu, quam
personam scolarem deceat, singulis consideratis, nec certe pro minore ad eandem personam quam unius libre Brabancie si pars evocari debeat ultra unam
dietam;
Processus ¢ent ad instar curie Leodiensis
item processus ¢ent instar curie Leodiensis, poterunt tamen termini ad longum non
extendi, etc.; prout in litteris incipientibus:`Philips, van Goidz genaden'etc. et comprehensis folio CCCC LIIII.
Oeck in den voirs. iair oft dairomtrent began men tgelt met gewichte uuyt te geven
ende te ontfangen ende alle uuytlendige penningen worden verboden.
fol. 337
v
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo primo: Goeswinus van den Hezeacker,
Iohannes deVladeracken, / Theodericus de Hynden,Yewanus Kuyst, Lambertus
Bogart, Franciscus Toelinc, Arnoldus Paeuweter.
294
1502-1503
Receptores nomine ut supra quia dicti sex habebant adhuc eorum regimen: magister Lambertus Zweders, Symon de Noddenvelt.
fol. 338r
Remigii confessores anno Mo CCCCCo secundo: dominus Iohannes Back, miles, Iohannes Heym, Goeswinus de Brecht, Raso Raessen, doctor in medicinis,
Lambertus Millinc, Gerardus de Berkel, Petrus die Borchgreue. /
Receptores nomine ut supra: Iohannes Eyckman, Nycolaus Coenen.
Van der contribucien der geestelicheit bynnen deser stat
fol. 338v
fol. 339r
In den voirs. iaer den XXIIIen dach in iulio, naedien process was geresen tusschen
den heren van den capitele bynnen deser stat ter eenre ende dieselve stat ter andere
zyden aengaende der contribucien die dieselve stat van den voirs. capitelen ende
horen suppositen versochte, by middel van den sess mannen voirs. dairop te beyden zyden vele getuygen waren geleydt, soe eest zoeverre becomen dat partyen
voirs. hen hebben submitteert in myntlike arbiters, te wetene meester Lodewycken Roelantz, meester Iannen van Coudenberge, meester Goyarden van Groussele1 ende meester Iannen van der Vorst, raitsheren in Brabant, ende in den
cancellier van Brabant als overman, etc. diewelke uuytgesproken hebben in den
iersten dat die van den capitele ende hoir gueden, renten, huysen die den capitele,
provanden, bene¢cien, aelmoessen ende anderen gotliken diensten van outs toegevuegt ende geincorporeert ziin, ongehouden zullen zyn te contribueren, etc;
item van den geestelycken vercregen gueden hebbense geseegt dat zoeverre die
bynnen XXX iaren herwarts vercregen zyn geweest ende voir tvercrigen van dien
tot contribucien ende werlyken lasten gestaen / hebben, sullen noch staen ten laste ende beden, gelyc die andere erfgueden bynnen der stat van Den Bosch gelegen
tot hertoe gestaen hebben;
item van den patrimonie ende vercregen gueden den capitele ende suppoisten toebehorende ende die tot werlycken lasten gestaen hebben eerse tot hen quamen,
dat die van den capitele sullen uuyt saken van horen patrimonie gueden, zoeverre
die bynnen den bedryve der stat voirs. gelegen zyn, metten ingesetenen derselver
staen tot allen werlycken lasten, gelyc den anderen gueden den werlycken personen toebehorende;
item als van den penningen ende lasten by der stat gedragen in den oirloge van
Gelre ende Hamont, hebbense uuytgesproken dat dat poinct nyet en mach met
recht beslicht worden sonder naerder informacie te nemen op die nootsaken
daerinne die voirs. stat ende die werlycke ingesetenen derselver ende van den
quartier aldaer waren ende van den saken ende materien dairmede die penningen
ge¢neert zyn, dat dairomme men sal ten coste van den partyen naerder informacie nemen omme, die gesien, dan te appoincteren zoe behoren zal;
item want den tax van den werlycken patrimonien ende vercregen gueden nu ter
tyt zeer onbereet is ende quaet te maken sonder naerder informacie te nemen van
den werden ende gelegentheit van dien, hebbense uuytgesproken dat by provisien
ende sonder preiudiis van den recht van beyden den partyen, int principael die
van der geestelicheit / sullen ter goeder rekeningen verleggen ende namptiseren
1
Lees mogelijk Gronssele.
295
1502-1503
die somme van XIIC Rynsgulden alle iair IIIC, vier iaer lanck ende dat tot allen
Korsmisse ende Sint-Iansmisse hal¡ ende hal¡, des zullen dieselve van der geestelicheit hoir patrimonien ende vercregen gueden weder die hen uuyt saken van
horen patrimonie ende successien oft horen kercken ende bene¢cien toebehoren,
vry ende onbelast houden ende besitten van den settingen ter tyt toe die voirs. informacie genomen ende den staet ende den tax van den werden derselver gemaect, anders met recht oft metter mynnen sal dairop zyn ordineert;
item hebben noch uuytgesproken dat die van den capitele horen wynkelder ende
vryheit van den assysen van horen wynen die zy voir hoirselfs drincken ende slyten inleggen, hebben ende behouden zullen, behoudelic dat zy den werlycken
ende onvry personen egenen wyn vercopen en zullen ende horen kelder gesloten
sal wesen van smorgens tot X uren toe ende van een ure tot vy¡ uren ende insgelycx nae IX uren;
fol. 339v
Van den kerckmeesters
van den kerckmeesters hebbense geseegt dat zy beyde die partyen dairaf stellen ende
laten in horen rechte;
item van der contribucien der hertellingen uuyt saken van den huysen der capitelaren hebbense geseegt dat hoir huysen ende gueden, zoeverre zy den capitele oft
horen bene¢cien over XXX iaren ende meer toegevuegt ende incorporeert zyn,
dat die dairaf vry ende exempt zyn, mar zoeverre die den / voirs. van den capitele
uuyt saken van horen patrimonie oft werlycken vercregen gueden toebehoren, dat
die zullen staen ten gemeynen laste van den hertellingen gelyc andere huysen, behoudelic dat die betalinge dairaf gescorst zal zyn ende blyven, mitz der betalingen
der XIIC Rynsgulden totter tyt toe dat die voirs. informacie genomen ende gesien
anders dairop sal zyn geordineert; ende voirts hebben die arbiters voirs. reserveert hoir vercleren; prout in litteris seu acta que reservatur ut creditur apud sex
deputatos predictos.1
Van der reductien gedaen van den renthen syndert tiair LXXX vercregen, welke reductie ende die betalinge dairnae staende is X iaer
fol. 340r
Oeck in den voirs. iair van twee den XXVIIIen dach in iunio, naedien die voirs.
sess gecoren mannen, by namen als voir, aen den voirs. eertshertoge Philipz
omme dese stat uuyt haren sculden te helpen hadden vervolgt te hebbene reductien van allen renthen, ten erve ende ly¥ic vercoft beneden den behoerlycken
pryse ende metten lichten gelde, soe heeft die voirs. eertshertoge Philips deser stat
ende den ingesetenen derselver gewillecoert ende geconsenteert dat geduerende
den tyt van thien iaren naestcomende ende opten dach voirs. ingaende, dese stat
sal moegen / betalen die voirs. renthen syndert den iair LXXX vercoft tot lichten
pryse ende in lichter munten, te wetene die erfrenthen reducerende tot XVIII den
penninc, die lyfrenthen tot twee lyven reducerende tot thien den penninc ende
andere lyfrenthen tot enen lyve reducerende tot acht den penninc;
1
Vertaling: zoals in een oorkonde die waarschijnlijk bewaard wordt doorde zes genoemde gekozen mannen.
296
1504-1505
Respyt van vier iaren ingaende int iair II
ende heeft dairtoe die voirs. onse genedige heer dairtoe verleent dat by provisien den
tyt van vier iaren ende opten dach voirs. ingaende, die ingesetenen deser stat nyet en
zullen moegen bedwongen worden om ennige achterstellen, verschenen ter saken
van den voirs. renthen, te betalen, mar den voirs. tyt van vier iaren gedurende dairaf
ongemoyt blyven ende gestaen, mitz voirtaen durende denselven tyde horen
renthieren betalinge doende van horen loependen renthen; prout in litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goids'etc. et comprehensis folioVC LXX.
fol. 340v
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo tercio: Willelmus de Busco, Henricus
Kuyst, / Iordanus de Boert, Lucas de Erpe, Iohannes Ghyselen, obiit IXa marcii
in suo scabinatu, Iohannes Monix ¢lius Iohannis, Geerlacus die Roeuer, Mathias
Brugman, loco Ghysselen defuncti.
Receptores seu burgimagistri nomine et secundum quid: Theodericus ¢lius Godefridi Gielis, Andreas Mol Geritz.
Maintenue van der weeckmarct deser stat
fol. 341r
In den voirs. iair van drie den XVIen dach ianuarii soe heeft die voirs. eertshertoge
Philips dese stat in de possessie van hare weeckmarckt, derselver stat verleent by
hertoge Iannen van Brabant, den dorden van dien name, int iair Ons Heren duysent driehondert ende XXVII den1 gemaincteneert als dat die coepluyden uuyt
deser meyeryen ende van anderswaer zullen moigen ter merct voirs. comen, te
water ende te lande, vry met horen gueden ende comanscappen ende dair thueven, vandair sceyden ende wederkeren, zoese van outs gedaen hebben, sonder /
duerende die vryheit der weeckmarct voirs. gehouden te werdene, etc.; prout in
litteris incipientibus: `Philips, by der gracien Goids'etc. et comprehensis folio VC
XLVIII.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo quarto: Theodericus die Borchgreue,
Gerardus Kuyst, Henricus die Leeuwe, Arnoldus Monix ¢lius Martini, Martinus
de Campen, Iohannes de Erpe, Franco de Langel.
Receptores seu burgimagistri nomine et secundum quid: Hermannus ¢liusTheoderici Pelgrums, Iohannes Gheck. /
fol. 341v
Vergaderinge van vele heren bynnen deser stat
In den voirs. iaer van vier soe vergaderden bynnen deser stat in de maent van septembri vele groete versceyden heren, te wetene in den iersten als den VIIen dach
septembris quamen bynnen deser stat heer Ian van Hoerne, bysscop van Luydick,
ende die hertoge van Guylic ende die hertoge van Cleue2 van zynen zoen.
1
2
Aldus hs., hierna ontbreekt de dagtekening van de desbetre¡ende oorkonde uit 1327 (o.s.).
Aldus hs., waarschijnlijk werd de hertog van Kleef vergezeld van zijn zoon.
297
1504-1505
Dat hertoge Philips dede uuytroepen oirloge tegens die Gelderssche
Ende opten IXen dach dairnae quam bynnen deser stat heerlycke die voirs. eertshertoge Philips, dairmede die voirs. heren vele daigen communiceerden, etc. ende
nae lange communicacie underlinge gehouden, soe dede die voirs. eertshertoge
Philips ter poyen met eenre trompet oepenbair oirloge uuytroepen tegens heren
Kaerle van Gelre ende den lande van Gelre als den XXIIIIen dach in de voirs.
maent van septembri.
Dat Hemart gewonnen waert
Ende des anderendaigz als den XXVen dach septembris seynden hertoge Philips
voirs. zyn capiteynen met volck van wapenen voir Hemart, die hen des anderendaigz als den XXVIen daigh septembris opgaven.
Dat Lyt gebrant wairt
fol. 342r
Item dairnae als den tweesten dach octobris int iair voirs. bornden die Gelderssche Lyt;
item opten vyften dach octobris verdingden heer Kaerl van Gelre die dorpen Kessel, Maren, naedien /dese stat vertogen was vandair daerse gelegen hadde, sterck
van bourgeren omtrent IIIIC.
Dat Veen gebrant waert
Item den XIIen dach in octobri branden die GeldersscheVeen by Huesden metter
kercken aldair.
Dat Apeltern, Alfen, Maesboemel verbrant worden
Item den XXen dach octobris dairnae verbranden heer Florys van Yselsteyn met
zynen volc die dorpen van Apeltern, Alfen, Maesboemel ende oic die kercke tot
Maesboemel, mitzdien datse gebolwerct was ende men dairuuyt weere dede.
Dat Oyen ingenomen waert
Item dairnae den XXIIen dach octobris nam heer Florys voirs. Oyen inne.
Belech voir Hedel
Item den XXVIIIen dach octobris waert belech gemaect voir Hedel, welcke belech
naedien dattet aldair geweest was ruekeloes weder optoech.
Dat Buedel gebrant wert
Item opten lesten dach octobris verbranden die Geldersche uuyt Rueremunde
Buedel.
Opten avont Remigii naestcomende gingen a¡ die voirs. sess mannen, gecoren in
den voirs. iair XCIX.
298
1505-1506
fol. 342
v
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo quinto: Iohannes Kanapart ¢lius Iohannis, Henricus deVden, /Arnoldus Monix, Lambertus Bogart, Otto Back, Christianus Coenen, Iohannes Keymp.
Receptores seu burgimagistri: magister FranciscusToelinc,Wolterus Oems. Dese
rentmeesters oft bourgermeesters hebben gehadt beweyndt, wantse onder die
naevolgende sess waeren gecoren.
In desen iaer in decembri ster¡ heer Ian van Hoerne, bisscop van Ludick.
Van den anderen sess nyewe mannen
fol. 343r
fol. 343v
In den voirs. iaer van vii¡ voir Bamisse, als die voirs. sess mannen gecoren int iair
XCIX lestleden a¡gingen ende sess iaren tregiment ende dbeweynde van der policien deser stat hadden gehadt, soe heeft die voirs. stat nae vele communicacie
tsamentlic gehouden wederomme totten beweynde ende regimente van der policien voirs. ende omme dese goede stat te vorderen weder- / omme gecoren sess
andere goede mannen, by namen Iannen Kanapart, Yewaenen Kuyst, meester
Fransen Toelinc,Wouteren Oems, Dircken Scoercop, Iannen van Hedel Iacopzs.;
Die macht deser sess mannen
denwelcken sess dese voirs. stat nae overdrach tsamentlic gehouden, gegeven heeft
dese naevolgende macht, te wetene datse zullen ontfangen alle penningen deser stat
toebehorende;
item datse van den ingehauen penningen zullen betalen die credituren lyfrenten,
erfrenthen die dese stat geldende is ende verschenen zyn syndert Bamisse vy¡
voirs. ende voirts iairlix alsoe lange als hoir regiment duren sal ende alsoe verre
die assysen reycken;
item dat die voirs. sess mannen geloeft zullen zyn by hore redelicheit te vynden die
lasten deser stat boven die lyfpensien ende renten voirs., het zy by imposicien oft
settinge, zoe zy dat zullen cunnen gevynden, etc.;
item dat die voirs. sess zullen moegen impetreren brieven van respyt opte achterstellige renten, vervallen voir den ottroy van den iersten sess mannen; /
item dat die voirs. sess nyemanden van den ingesetenen moyen oft in recht betrecken en zullen voir ennige andere richteren dan alleen voir die wethouderen deser
stat, tenweer by manieren van reformacien ende dat by raide der drien leeden deser stat;
item die voirs. sess mannen zullen dyenen deser stat drie iair lanck, ingaende int
iair vy¡ te Bamisse voirs. incluys ende uuytgaende tot Bamisse int iair VIII excluys, etc.;
item dat die mannen voirs. sculdich sullen wesen alle iaer die grote assynsen deser
stat te verpachten, tenwair dat deser stat in haren drien leden verdochte beter te
wesen dats mense nyet en verpachte, etc.;
item dat die voirs. sess mannen ten versueck deser stat alle iaer sullen doen goede
rekeningen, te wetene tusschen Bamisse ende Sinte-Martensmisse ende des zullen die drie leden deser stat sculdich wesen die te loonen oft te calengieren ten
lenxten op Sint-Thomasdach dairnae, etc.;
ende welke sess mannen dese stat geloeft heeft te verantwoirdene te bescuddene,
etc.; gelyc in zekere brieven dairop by der voirs. stat gegeven den VIten dach no299
1505-1506
vembris op Sinte-Lenartsdach int iaer XVC vy¡ volcomentliken is begrepen, welke brieven beginnen:`Wy, scepenen, gesworen'etc. ende zyn begrepen opten blade
VC LXXIIII. /
fol. 344r
Respyt van vy¡ iaren beginnende XIII merte int iair vy¡
Item dairnae in den voirs. iair vy¡ den XIIIen dach merte soe heeft die voirs. eertshertoge Philips, nuu wesende coninc van Castilien, van Leoen, van Grenaden,
den voirs. nyewen sess mannen die brieven van state ende respyt den iersten sess
mannen verleent, gecontinueert ende verlengt den tyt van vyf iaren, beginnende
opten daet voirs. achtereenvolgende, willende ende consenterende dat zy noch
die andere ingesetenen deser stat den voirs. tyt van vy¡ iaren uuyt gedurende nyet
en zullen moegen bedwongen worden ennige achterstellen, verschenen uuyt saken van den renten die dese stat vergeldende is, te betalen, mar zullen denselven
tyt van vy¡ iaren durende dairaf ongemoydt blyven ende gestaen, mits voirtaen
van denselven tyt gedurende hueren renthieren oft pensionarysen betalinge
doende van horen loependen renthen, al nae inhoude van den voirs. anderen brieven, etc.; gelyc in sekere brieven dairop gegeven begrepen is, welke brieven beginnen: `Philips, by der gracien Goidz' etc. ende zyn begrepen opten blade VC
LXXVII. /
ten tyde des voirs. eertshertoge philips, nu coninc van
castilien wesende
fol. 344v
Dat die coninginne van Spaengien ster¡; dat die voirs. eertshertoge
Philips coninc wert
In den voirs. iair vyf oft dairomtrent ster¡ die edele ende vrome coninginne Elisabeth van Spaengien ende mitz die zoen van Spaengien ende die outste dochter,
coningin van Portugale, haestelic waren gestorven sonder wittige oir, soe wairt
die voirs. eertshertoge Philips coninc van Spaengien, van Leoen, van Grenaden,
etc.
Iohannes Heym e¡ectus est scultetus superior1
Anno quinto predicto ultima septembris Iohannes Heym prestitit iuramentum
super o¤cio scultetatus superioris in Buscoducis.2
1
2
Vertaling: Jan Heym is aangesteld als hoogschout.
Vertaling: in het voornoemde jaar (= 150)5 op de laatste dag van september heeft Jan Heym
de eed afgelegd op het ambt van hoogschout in's-Hertogenbosch.
300
1505-1506
Iohannes Kanapart e¡ectus est magister Mense Sancti Spiritus1
Anno etiam quinto predicto XXVIIa marcii sexta post Letare electus est dictus
Iohannes Kanapart in magistrum Mense Sancti Spiritus in Buscoducis.2
Iohannes de Scoenvorst e¡ectus est scultetus inferior3
Etiam dicto anno quinto secunda octobris Iohannes de Scoenvorst prestitit iuramentum super o¤cio scultetatus inferioris in Buscoducis.4 /
ten tyde van den voirs. coninc philips van castilien, soen
van den voirs. coninc maximiliaen 5
fol. 345r
Dat die voirs. hertoge Philips, nu coninc wesende, bynnen deser stat
quam
In den voirs. iair vii¡ den XIXen dach meye soe quam bynnen deser stat zeer costelic opgeseten die voirs. coninc Philips van Castilien, eertshertoge van Oistryc,
ende den XXIIen dach derselver maent, wesende des heilichs Sacramentzdach,
volgende hy gaende den eerwerdigen Heiligen Sacrament in der processien met
zynen edelen, dragende elck een barnende tortse, ende den lesten dach meye
voirs. reysden hy uuyt deser stat nae Den Graue, dair die coninc van Romen,
zyn vader, by hem quam.
Dat die voirs. coninc Philipz opte Gelderssche te velt toech
Item vandair reysden coninc Philips voirs. over der Mazen tot Nederasselt ende
dairomtrent met zynen gansen hoep van volc van wapenen, dair hy int velt als den
XIten dach iunii benachten, ende vandair toech hy voirts met zynen ganssen her
tot Elten opten Berch.
Belech voir Arnhem ende innemen van vele steden dairomtrent
fol. 345v
Ende vandair sceepten hy over den Ryn ende maecten zyn belech voir Arnhem als
den XXIIIen dach in iunio opten avont der Geboirten Sint-Ians Baptisten. Ende
opten sesten dach van iulio daernae ga¡ die stat van Arnhem hair op ende in handen des voirs. conincx van Castilien. Dairnae quamen in handen die steden Haerderwyc,Ter Elborch ende oic mede Doesborch, Groll, Lochem ende Wilpt ende
dairnae Hatthem metten slote, dairinne waren / Ian die bastart van Gelre, die aldair by hem in bewaernisse hadde die witte rose van Engelant, by name den greve
1
2
3
4
5
Vertaling: Jan Kanapart is aangesteld als meester van deTafel van de Heilige Geest.
Vertaling: ook in het voornoemde jaar (150)5, op 27 maart, vrijdag na Letare, is genoemde
Jan Kanapart gekozen als meester van deTafel van de Heilige Geest in's-Hertogenbosch.
Vertaling: Jan van Schoonvorst is aangesteld als laagschout.
Vertaling: ook in het genoemde jaar (150)5, op twee oktober, heeft Jan van Schoonvorst de
eed afgelegd op het ambt van laagschout in's-Hertogenbosch.
Herhaald tot en met fol. 349r.
301
1505-1506
van So¡oc, wesende die zoen van der suster coninc Eduwarts van Engelant, welken greve die voirs. coninc Philips tot hem nam ende deden vueren in Brabant
ende voirt tot Namen ende dair dede hy hem bewaren.
Dat weder pays wairt in Gelrelant
Ende als coninc Philips voirs. vele steden aldus alleynsen increech ende vele Gelderssche heren ende ioncheren hen gegeven hadden onder die onderdanicheit des
voirs. coninc Philips ende het alsoe gestelt was dat hy tgeheel lant van Gelre, hed
hy persevereert, zoude hebben geconquesteert, soe geboerdent by raide van sommigen zyn raetsluyden die begeerlic waren te reysen nae Spaengien, dat dair wairt
gemaect als den XXVIIIen dach iulii eenen dwasen peys van te behouden dat hy
gewonnen had.
Concept van der reysen in Spaengien die coninc Philips qualic bequam
Ende dat heer Kaerle van Gelre met hem trecken soude in Spaengien ten coste
van coninc Philips voirs., mar heer Kaerle voirs., naedat hy int ho¡ tot Bruessel
als den XVIIIen dach septembris int voirs. iair van vy¡ hadde geweest ende, soe
men seeghden om hem op te setten, van coninc Philips voirs. had ontfangen
XXVM Philippusgulden, zoe waert hii gesint nyet mede te reysen. /
fol. 346r
Consent dat coninc Philips zyn demeynen mocht vercopen ende belasten
Item ende omme die voirs. reyse in Spaengien te doen, soe behoefden coninc Philips voirs. vele geltz ende al had hy vele beden ende scattingen van den lande gehadt, zoe most hy vele meer hebben ende vergaderden alsoe die Staten van zynen
landen om hoir consent te crigen te vercopen een deel van zynen dameynen ende
heerlicheiden, dat hem dwaesselic wairt consenteert van den Staten van Brabant,
van Henegouwe, Hollant ende Zelant, mar dieVlamynge en dedens alsoe nyet.
Van den vercope der demaynen
fol. 346v
Ende als coninc Philips voirs. aldus consent hadde te moegen vercopen, soe worden bynnen deser meyeryen van sHertogenbosch vercoft dese dorpen ende heerlicheiden, te wetene: Berlyckem, Scynle, dairaf coeper heer Cornelis van Bergen,
Nulant, dairaf was coeper meester Ian vanVladeracken, Bakel,Vlierden, emptor1
magister Iohannes de Doern, canonicus Leodiensis,2 Vucht, emptor Lambertus
Millinc, Roesmalen, emptor dominus Iohannes de Baecx; dese twee dorpen
Vucht ende Roesmalen zyn weder bii myddel deser stat gelost, van welker vercopinge sekere acten zyn expedieert, dierste van den daet den XXIen dach der /
maent van meye int iair vive voirs. ende dander van den daet den XXVen dach
octobris oeck in den voirs. iair vive ende dierste inhoudende tconsent van den
1
2
Vertaling: koper.
Vertaling: Luiks kanunnik.
302
1505-1506
Staiten tot VIM Rynsgulden toe er£ic ende dander tot IIM croenen tsiaers ende
elcken penninc weder te moigen lossen met XVI gelycke penningen;
Condicie dairop die vercopinge is gedaen van den heerlicheiden, dorpen,
etc.
ende welke vercopinge gesciet is op vorwarde dat diegeen die ennige heerlicheiden
oft andere porcelen van den demaynen copen oft vercrigen zullen, hoer dyeneren
oft o¤cieren die nyet vorder oft anders en zullen besitten, gebruycken oft doen bedienen dan alzoe die onder onsen genedigen voirs. ende zynen voirvorderen beseten,
gebruyct ende bedient zyn geweest, zoedat die prelaten, edelen ende steden dairby
in hoeren rechten nyet vercort oft vermindert en worden; dat oic die vercrigers oft
coepers hoir ondersaten nyet en zullen moegen belasten met incoempsten oft aenverdinge der voirs. heerlicheiden oft porcelen, beden, subvencien, gratuiteyten oft
andere belastinge, hoedanich die zyn oft genoempt zouden moigen worden; prout
in actis incipientibus: `Naedien onse heer' etc. et comprehensis foliis VC XLVI,
XLVII.
Dat Tyel ende Boemel Bourgoens wairden
fol. 347r
Oeck ten tyde als den voirs. pays tusschen den voirs. coninc Philips ende heren
Kaerle van Gelre was gemaect, in denselven pays was vorwairt dat heer Kaerle
voirs. soude overleveren / den voirs. coninc Philips die steden van Tyel ende Boemel met horen toebehoirten, dwelc hy oeck dede, ende heer Kaerle voirs. gincse
a¡ ende zy deden huldinge den voirs. coninc Philips ende geloefden ende zwoeren
hem trouwe, hulde ende onderdanicheit, nae denwelken coninck Philips dede bewarenTyel by Iannen van Balueren ende Boemel bii enen Die Ioede genoempt, die
beyde, als nae blycken sal, hoesschelic doer die vynger siende beyde die steden
weder nae dode conincx Philips voirs. heren Kaerle van Gelre lyeten innemen.
Dat coninc Philipz te scepe ginck, reysende nae Spaengien
Nae denwelcken ende als coninc Philips dit al aldus gescict hadde ende naedat hy
herenWillemen van Croy, heer van Chyeuere, van Arschot, etc. zynen stadhelder
hadde gestelt, soe vuechden hy hem met vrouwe Iohanna, zynre coninginnen,
ende met vele edelen, all meest ionc van iaren, opte reyse nae Spaengien, reysende
nae Zeelant, ende ginc te scepe tot Armuyen des anderendaigz nae Dartiendach
in den voirs. iaer vy¡.
Van den pericule opte zee, coninc Philips
fol. 347v
Ende opter zee wesende opstont al ten groeten tempeest ende storm van winde,
zoedat ennige scepen verdroncken ende die voirs. coninc Philips ende vrouwe Iohanna, /zyn coninginne, met allen horen lieden waren in uuytnemenden groeten
periculen van uren te uren verwachtende die doot, mar Got ga¡ gracie datse quamen gedreven in Engelant ende gingen te lande.
303
1505-1506
Hoe coninc Philips onthaelt wert van den coninc van Engelant
Ende zy allen beduchten hen van den coninc van Engelant beschaempt te zyne,
zoe thoenden nochtans die coninc van Engelant zyn edelheit ende onthaeldense
zeer costelic, allen zyn costen daer betalende.
Hoe die greve van So¡ock wert gehaelt
fol. 348r
Mar die coninc van Engelant versochte nernstelic op coninc Philipz dat hy hem
overleveren woude den voirs. greve van So¡ock, die gevloyen was uuyt Engelant
ende denwelcken coninc Philipz gecregen had tot Hatthem int lant van Gelre,
van welken greve men seeghden dat hy stack nae die crone van Engelant, want
hy conincx Eduwarts suster zoen was. Ende dieselve greve had noch enen brueder
die oeck vluchtich was uuyt Engelant. Dus dan zoe consenteerden coninc Philipz
dat men den voirs. greve van So¡ock halen zoude in de stat van Namen sonder
mesdoen aen den lyve ende alsoe wairt die voirs. greve gehaelt ende in Engelant
gevangen gelevert. Ende dairnae als coninc Philips ende vrouwe Iohanna voirs. in
Engelant by den coninc aldair hadden geweest tot Sint-Iorysdach toe daer naestvolgende, reysden zy voirts uuyt Engelant nae Spaengien in Compostella dair hy
zyn pelgrimagie als opten Pinxtavont daer naestvolgende int iair sess dede. /
Ende dairnae wairt hii ontfangen coninc van Castilien, van Lyon ende Grenaden,
mar nyet lange en leefden hii want hy wairt vergeven, zoe die fame ginc, ende
ster¡ den XXVIen dach septembris int iair sess naestvolgende.
Aengaet den beggynen
fol. 348v
Oeck in den voirs. iair vy¡ den XVen dach augusti soe hebben scepenen ende raet
deser stat onder den zegel ad legata1 derselver ten versuecke van den meesterssen
van den Groten Beggynhove bynnen der voirs. stat ende Henricx die Leeuwe
ende Ioirdaens van Boert als provisoren derselver, zekere poincten den voirs.
meesterssen ende hove voirs. accordeert die int coirt hiernae volgen, te wetene
dat van nu voirtane die voirs. beggynnen hen zullen dragen eerlic ende hair in
der comanscappen, indien zy ennige deden, rechtverdelic hebben sonder yemanden met opset te bedriegen, ende oft naemaels bevonden worde ennige begynen
die hair vorderden te coepslagen, alsoe dat zy die goede luyden bedroegen oft
oeck yet afcoften dat zy nyet en conste betalen ende dairomme vertoech oft in
der gevenckenissen queme ende den meesterssen dairover clachten quemen, dat
die begyne hare cameren beroeft / zal wesen ende die camer sal den hove vervallen wesen, beheltelic nochtans dairinne den provisoren ten tyde hoir vercleren;
item dat voirtane altyt omtrent Sinte-Martensmisse ende voir Sinte-Andriesdach
twe van den meesterssen zullen afgaen ende twe dair aenblyven ende die aenblyvende zullen altyt twee nae hore consciencien sculdich wesen te kyesen;
item dat voirtane nyemand opten hove voirs. voir begyn zal werden ontfangen oft
camer dair hebben die ennige andere regulen houden dan die men opten hoeve
1
Sigillum ad legata: een bepaald type stadszegel.
304
1506-1507
voirs. gewoentlic is te halden, etc.; prout in litteris incipientibus: `Wy, scepenen
ende raet'etc. et comprehensis folioVIC I.
Oeck in den voirs. scepenstoel waert meester Ghysbert Hollander ordineert pensionaris deser stat, mar hy en waest nyet lange, etc.
fol. 349
r
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo VIto : Iohannes de Vladeracken,Yewanus
Kuyst, / Raso Raessen, Lambertus dieWol¡, Lambertus Millinc, Goeswinus van
den Broeck, Rodolphus Noppen.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Kanapart,Theodericus Scoercop; recepti ex dictis sex electis viris et habent cum aliis onus policie presentis opidi.1
In desen iair soe stelden op dese stat een loetinge om uuyt haren commer te comen, welcke lotinge began men te doen op Sinte-Lenartsdach den VIten novembris nae middach omtrent drie uren ende opten IXen dach novembris dairnae
quamen uuyt die grote loten, te weten die VI silveren cannen, wert wesen2 VIC
gulden, ende XII scalen, welke lotinge duerden tot op Sinte-Martensdach dairnae.
Con¢rmacie van der raminge, gemaect int iair XCV tusschen dese
stat ende meyerye
fol. 349v
In den voirs. iair VI den XXIX dach in augusto soe heeft die voirs. coninc Philips,
eertshertoge van Oistryc, etc. die raminghe ende poincten ende articulen dairinne
begrepen, gemaect ende overdragen tusschen dese stat ende den plattenlande deser meyeryen den XXVen dach augusti int voirs. iair XCV, gecon¢rmeert ende gerati¢ceert, uuytgesceyden zekere articulen dairinne begrepen ende noteert signo;
prout in litteris incipientibus:`Philips, by der/gracien Goidz'etc. et comprehensis
folio C LXXIIII.
teser tyt sterff die voirscr. eertshertoge philips, coninck van castilien
In den voirs. iair van sess den XXVIen dach septembris soe ster¡ die voirscr. coninck Philips van Castilien, etc. eertshertoge van Oistryck, hertoge van Brabant,
in de bloeme synrer ioncheit in Spaengien in een stat aldair, geheiten Borges, ende
lyet after twee soenen, by namen Kaerle, die wert hertoich van Brabant gehuld tot
Loeuen als hy mundich was worden, te weten den XXIIIen dach ianuarii int iair
XIIII; Fernandt; ende vier dochteren, by namen Leonora, Maria,Ysabeel ende
een die in Spaengien is; verwect bii vrouwe Iohanna, zyn coninginne voirs. /
1
2
Vertaling: genomen uit genoemde zes gekozen mannen en zij hebben met de anderen de last
van het bestuur van de huidige stad.
Aldus hs., lees wesende.
305
1507-1508
ten tyde van der onmundicheit hertoge kaerls, zoen des
voirs. coninx philips van castilien 1
fol. 350r
Hoe heer Robbrecht van Arenborch quam in deser meyeryen, daer
hy groeten scade dede
In denselven iair sess, corts nae doot van den voirs. coninc Philips, gereess weder
twist ende oirloge tusschen desen lande ende den voirs. heer Kaerle van Gelre,
soedat heer Robbrecht van Arenborch met groeter macht quam uuyt Vrancryc
tot Rueremunde ende voirts te wetene den tweesten octobris quam tot Heze,
Leende, Zoemeren, daer hy vele huysluyden vynck ende enen groeten roe¡
creech. Dairnae den VIIen dach octobris quam hy in de vryheit van Loemel, die
hy eensdeel verbranden ende eensdeels verdinghden ende voirts verbranden hy
Dessel, Rethy ende allen die scaepzkoyen van Postel.
Dat heer Robbrecht tot Turnout quam
fol. 350v
Ende voirts opten selven dach des savontz sloegen zy neder tot Turnout, daer die
mannen all gevloden waren, ende alsoe verdinghden ende brantscatten hy Turnout voir een grote somme, gedragende wael IXM Rynsgulden, ende voirts vandair nemende met hen IX vrouwen te ghysel vertogen zy in de vryheiden van
Eerssel ende Bercheyck, diese verdinghden, ende voirts vandair tot Rueremunde
ende dairnae metten groeten roe¡ ende gewynne naeVrancryck. Ende denselven
en wairt geen wederstant gedaen by den voirs. heer Willem van Croy, stathelder,
ende heer Kaerle van Gelre nam weder inne / die steden Doesborch, Grol, Lochem, etc. ende Brabant, dat edel lant, had luttel troest.
Dat die furst van Anholt hoeftman wert gestelt
Nyettemin quam die voirs. coninc Maximiliaen neder ende voir bewaerdersse des
lantz vrouwe Margrieten, zyn dochter ende suster van den voirs. coninc Philips,
stelden hii ende vuechden dairby tot enen hoeftman ende capiteyn den edelen heren Rodol¡, furst tAnholt, prince tot Aschanien ende heer tot Bernburch, etc.
fol. 351r
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo VIIo : dominus Iohannes Back, miles,
Willelmus de Busco, obiit XVIIIa novembris in suo scabinatu, Goeswinus de
Brecht, Lucas de Erpe, loco Busco defuncti, qui Lucas prestitit iuramentum penultima novembris, Matheus Kuyst, / Gerardus Colen, Iohannes Gheck, Lambertus van den Broeck.
Burgimagistri seu receptores: Yewanus Kuyst, qui habuit onus policie cum dictis
sex electis viris, Gerardus de Wyck, iste nullum habuit onus, sed solum nomine
fuit burgimagister.2
1
2
Herhaald tot en met fol. 383r.
Vertaling: burgemeesters of ontvangers: Iwaan Kuyst, die de last van het bestuur had met
genoemde zes gekozen mannen, Gerard van Wijck, die geen enkele last had, maar alleen in
naam burgemeester was.
306
1507-1508
Dat die furst van Anholt yerst in deser stat quam
fol. 351v
In den voirs. iair van seven in profesto1 Ascensionis Domini waert bynnen deser
stat statelic ingehaelt die voirs. heer Rodol¡, furst tzoe Anholt, greve tzoe Aschanien ende heer tzoe Bernburch, die gestelt was voir eenen oversten capiteyn dit
lant te helpen bewaren tegen die quaetwilligen Gelderssche. Terstont dairnae des
anderendaigz nae Pinxtdach als die heer van Gelre in den lande van Val- / kenborch zynen wille met bornen ende blaken vorderende was, soe toech die voirs.
furst van Anholt derwarts met IIC bourgeren uuyt deser stat ende XVIIIC lantsaten uuyt deser meyeryen die tsamen opten beenen waren omtrent Eyndouen.
dWelc vernemende heer Kaerle van Gelre voirs. vertoech hy uuyten lande tot
Rueremunde bynnen ende die bourgeren deser stat quamen wederomme.
Dat die Hollanders Poederoyen beleechden
Oeck in den voirs. iair VII, denVIIIen dach iulii in den naenacht, soe maecten die
Hollanders hoir belech voir Poederoyen ende hadden voir horen principael capiteyn heren Iannen van Egmondt ende die ondercapiteynen waren, soe men seeghden, die alde greve van Hoerne, die ioncheer van Hedel, heer Ian van Baecx,
ridder, drossaet tot Gorrichem, ende die heer van Buchouen.
Van den drossaet tot Poederoyen
Op Poederoyen was capiteyn oft drossaet een genoempt Henric van Ensche anders Sneeuwynt, die hem screef mairscalc slantz van Gelre ende die ten wive
hadde die weduwe van Willemen van Ghent Willemss., die hem heerlicken had
tegens die Hollanders.
Dat die Hollanders van Poederoyen vertogen
fol. 352r
Ende als die Hollanders voir Poederoyen gelegen hadde tot in der maent van septembri daernae, soe maecten heer van Gelre hem sterckomme Poederoyen te ontsetten ende quam den XIIen dach septembris van Nymmegen neder in de /
Voeren, daer die Hollanders hoir scepen liggende hadden met knechten, dair hy
met zynen knechten totten getale van XIIIIC oft XVC doerbraecten ende reysden
voirts nae Poederoyen. Ende comende omtrent Poederoyen was den leger van den
Hollanders metten voirs. heren horen capiteynen omtrent twe uren tevoerens opgebroken ende vertogen, sommige van den heren tot Gorrichem, sommige tot
Woudrichem, sommige tot Loeuensteyn ende den hoep van den leger tot Aelst
in een dorp dairby liggende, latende after in den leger allet gescutt, groet ende
cleyn, des vele was, alsoe dat die voirs. heer van Gelre dair nyemanden en vant
ende ginck alsoe voirts te Poederoyen op ende dede tgescutt boven ende in den
wall aldair brengen. Ende dat gedaen smorgens omtrent VIII oft IX negen den
XIIIen dach septembris vertoech weder vandaer heer Kaerle van Gelre voirs.
met zynen volck nae zynen scepen tot Vauderic, daer zyse hadden gelaten. Ende
als dit aldus geboerden, quam dairaf die tydinge bynnen deser stat in der nacht
1
Vertaling: de dag voor.
307
1507-1508
fol. 352v
ende dese stat die tydinge hebbende, smorgens vroech den raet der stat voirs. vergaderden ende dede slaen die groete clock opt raethuyse ende toech uuyt dese stat
smorgens omtrent VII uren metten clockenslach ende metter gansen macht ter
Orthenpoirten uuyt nae den scepen der voirs. Geldersche tot Vauderick, dair
dese stat ennige van den schepen der Geldersschen voirs. namen ende die andere
die Gelderssche selver verbranden. Ende heer Kaerle voirs. met zynen voirs.
knechten / lyepen voirts te voet naeWageningen ende dese stat quam des anderendaigs wederomme thuyswaert.
Hoe die furst van Anholt in Maze endeWaele omtrent Nymegen ende
voirt alle die dorpen verbranden ende tcoren opt velt
fol. 353r
Is hier oeck te wetene dat als die voirs. Hollanders hoir belech aldus hadden voir
Poederoyen, soe is die voirs. furst van Anholt by deser stat met vele ruyteren ende
ingesetenen ende oic een zeker getale van bourgeren uuyt deser stat gesterct, dairmede dieselver furst den XVIIen dach iulii int voirs. iaer seven uuyt deser stat ende
meyeryen getogen is ende namen thoeft nae Nymegen, mede hebbende vele zeyssen ende zichten, ende begonnen ende afbranden yerst in Maze ende Wale aldair
alle die dorpen ende tcoren aldair opten velde staende, uuytgesceyden Alfen,
Droemel ende Wamel, die genomen waren onder die protectie der stat van Thiel,
die tot dier tyt noch dese zyde haldende was. Item voirt waerden verbrant alle die
dorpen omtrent Nyemegen ende het coren aldair eensdeels verbrant ende eensdeels afgemeydt.Vandair toech die voirs. furst metten ruyteren, bourgeren ende
lantsaten voirs. nae Wachtendonck, dairvoir heer Kaerle van Gelre had geslagen
twe blochuysen die hy wan ende slecht dede maken.Vandaer toech die furst voirs.
voir een stercke kercke die sterckelic was gebolwerckt ende dairop waren vele ruyteren ende een deel huysluyden die hy oeck / wan ende van den ruyteren dede hy
dier thien hanghen ende die andere lyet hy loepen.Vandair toech hy voirt int lant
ende quam omtrent Aldekercken voir een stercke moelen, die gebolwerct was
ende die hy stormenderhant terstont wanne, dootslaende ende verbrandende
daerinne vele volcx, ende voirts dairomtrent vele dorpen metten coeren noch
opt lant staende.Vandaer toech die voirs. furst van Anholt naeWildenborch, dairvoir heer Kaerle van Gelre oft Egmond hadde doen slaen twee blochusen, die hy
stormenderhant wanne, dairinne worden dootgeslagen ende verbrant vele lyeden
ende ruyteren, ende hy dede die blochuysen slechtmaken ende spysden Wildenborch.Vandair toech hy weder nae Nymegen ende Persicken, dairop Gelderssche
lagen, ende hy wan Persicken ende besetten dat met volck ende voirt nam hy inne
Herren ende Doddendael, al omtrent Nymmegen liggende, ende voirt verbranden hy uuyt een slott, geheiten Oy, oick omtrent Nymmegen liggende. Ende alle
den tyt dat die voirs. furst van Anholt die voirs. grote reyse dede, soe en oepenbaerden hem nergens tegens den furst voirs. die voirs. heer van Gelre omme die
ondersaten, die hy seggen woude zyn onderseten te wesen, te bescudden. /
308
1507-1508
fol. 353v
Hoe heer Robbrecht van Arenborch ende heer Kaerle van Gelre
Thienen innamen
Oeck in den voirs. iair seven, den XXVIIIen dach septembris, quam weder uuyt
Vrancryc die voirs. heer Robbrecht van Arenborch met vele Fransoysen, dairby
hem vueghden heer Kaerle van Gelre voirs. ende quamen tsamen tot Rueremunde ende vandair toegen zy tot Thoren, daerse oversceepten, meynende Diest
in te nemen, dat hen belet wairt by den heer van Nassouwe die dair metter macht
was. Ende vandair toegen zy voir die stat vanThiene, diese op Sinte-Michielsdach
dairnae omtrent drie uren nae der noenen fortselic innamen, dairse in bleven
ende deden groete gewalt totten negensten dach octobris daernae; nae welcken
IXen dach des snachs dairnae vertogen zy uuyt Thienen, nemende met hen gevangen vele bourgeren ende ingesetenen, mannen ende vrouwen, ende allet datse
consten gevueren ende gedragen. Ende alsoe buyten Thienen wesende, sceyden
hen die voirs. heren, want heer Robbrecht toech metten Fransoysen naeVrancryc
ende heer Kaerle van Gelre met zynen Geldersschen nae Rueremunde.
Hoe die Fransoyen in Ardennen nedergetogen zyn
fol. 354
r
Nae denwelcken, Got heb lo¡, zoe eest gesciet, als die voirs. Fran- / soysen een
deel in getal van VIC perden ryckelic opgeseten, die oic met heer Robbrechten
voirs. tot Thienen hadden geweest, waren comen tot Sinte-Hubrechts in Ardennen, by hen hebbende vele gevangen ende grote gewynne, saten zy a¡ ende gingen
maken goede chiere ende voirts slapen, wanse moeyde waren gereyst. Ende alsoe
gevyelt als zy in ruste waren, quamen zekere Namureusen, dats uuyter stat van
Namen, willende aventuer besuecken ende hebbende voir horen capiteyn Iohan
Desponteyn, ende sloegen op diegeen die de wake van den voirs. Fransoysen hielden, die terstont rug gaven.Vele blee¡ diere doot ende vele lyeper in de bosschen
ende creegen alsoe die voirs. Namureusen wel VC perden, vele costelycke clederen, iuwelen, bagagien ende vingen diere vele ende verlosten gevangen van Thienen, die de Fransoysen by hen hadden.
Oeck in den voirs. iair seven, des maendaigs voir Sinte-Marten, soe wan die voirs.
furst van Anholt stormenderhant tslot, genoempt Rosant, ende die dairop waren
worden gekeelt ende X oft XII gevangen. /
fol. 354v
Afcoep des bierassyns der Susteren van Orten
Oeck in den voirs.1 seven, denVIen dach iulii, soe hebben die Susteren van Orthen
des huys van Sinte-Andries bynnen deser stat aen deselve stat afgecoft den bierassyns als van allen byer dat in den voirs. huyse van den susteren ende hore familien
gesleten zal werden ende dat voir die somme van achtienhondert Rynsgulden,
tstuck tot XX stuvers, onder vorwarde dat dese stat dien weder sal moegen lossen
altyt met XVIIIC gelycke Rynsgulden ende dat den voirs. susteren een hal¡ iaer
tevorens te vercundigen; prout in litteris incipientibus: `Wy, scepenen, gesworen'
etc. et comprehensis folioVIC IIII.
1
Aldus hs., lees hierna iaer.
309
1508-1509
Opten avont Remigii confessoris anno octavo gingen a¡ hoirs diensts die voirs.
sess mannen, gecoren in den voirs. iair vy¡ lestleden.
fol. 355
r
fol. 355v
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo VIIIo : Gerardus Kuyst, obiit XXIIIa marcii VIta post Letare, / Henricus die Leeuwe, loco Kuyst defuncti, Iordanus de
Boert, Martinus de Campen,Willelmus de Achelen, Euerardus de Doerne, Iohannes die Beuer, Philippus Sanders.
Burgimagistri seu receptores: Ghysselen, Henricus de Broechouen; solum nomine et absque regimine quia infrascripti sex viri electi habuerunt onus policie, etc.
In desen iair VIII den XXIIIen dach decembris ster¡ heer Cornelis van Bergen in
opido de Grauia.1
In den voirs. iair VIII soe zyn weder by deser stat in septembri gecoren sess mannen, by namen Dirck van Hedel, Dirck Scoercop, Mathys Lamberts, Ian dieWolf
Claess., Dirckvan Creyelt, Claes Coenen, welke sess mannen onse aldergenedigste heren Maximiliaen, / gecoren keyser, ende eertshertoge Kaerle den XXIIIIen
dach septembris in den voirs. iaer acht ten versueck deser stat hebben geottroyeert
tot selven beweynde ende regimente dat hadden die sess mannen, gecoren in den
iair XCIX lestleden, ende dat geduerende den tyt van drie iaren, ingaende tot Bamisse naestcomende int iair acht; prout in litteris incipientibus:`Maximiliaen, by
der gracien Goidz gecoren keyser'etc. et comprehensis folioVC LXXX.
Dat coninc Maximiliaen keyser wairt gecoren
In den voirs. iair VIII naedien die voirscr. coninc Maximiliaen gecoren was keyser, soe maecten hy groete vergaderinge omme te Romen te comen ende gecroent
te werdene ende was comen in Lombardien, daer hem van denVenechianen waert
wederstant gedaen, die doen dair lagen ende verbonden waren metten coninc van
Vrancryc, die doen Mylanen inhadde. Ende mitsdien hy daer belet waert ende hy
zyn beste gedaen had te Romen te comen, soe consenteerde hem paeus Iulius dat
hy hem scriven mochte gecoeren keyser. /
fol. 356r
Den scenck den keyser gedaen
In den voirs. iair VIII den XXVIen dach iulii omtrent acht uren nae middach
quam die voirs. Maximiliaen, gecoren keyser, bynnen deser stat ende dieselve stat
scencten hem des anderendaigz voir der noenen omtrent acht uren twel¡ amen
wyns ende hondert malder haveren.
Dat Maximiliaen, die keyser, bynnen deser stat waert gehuld
Ende den XXVIIIen dach derselver maent iulii omtrent ter twelfter uren opten
middach soe wairt die voirs. keyser Maximiliaen als voegt der kynderen van coninc Philipz, zynen zoen, bynnen deser stat gehuldt.
Dat deser stat den aern verleent wairt
Ende alsdoen verleenden die voirs. keyser deser stat tot haren versueck boven deser stat wapene boven den boem te stellene eenen aern.
1
Vertaling: in de stad Grave.
310
1508-1509
Belech voir Poederoyen gedaen by den furst van Anholt
fol. 356v
fol. 357r
In den voirs. iair van VIII des nachs nae den iersten woensdach nae Paesdach, te
wetene opten XXVIIen dach aprilis donredach, snachs tevoerens, soe heeft die
voirs. furst / van Anholt ten nernstigen versueck ende vervolge ende oeck ten costen deser stat zyn belech gemaect ende zynen leger genomen voir den slote van
Poederoeyen, dat zeer sterckwas met enen groten walle omset ende dair deser stat
ende lande ende den onderseten ons genedigsten heren groten commer uuyt ende
overlast dagelix by den drossaet, geheiten Henrick van Ensche anders Sneeuwint,
geboirden ende waert gedaen oic mede van zynen ruyteren. Die voirs. furst van
Anholt aldus voir Poederoyen liggende vorderden hy subtylic zyn belech ende
nam dien van den slote dwater ende ondergroe¡ den wall alleynsen. Heer Kaerle
van Gelre maecten hem sterck ende vergaderden vele volcx om Poederoyen te ontsetten. Dairtegens ende omme dat te beletten wierden ten versueck des voirs. furst
van Anholt gesonden tot opten Ham tot Lytt, dair die heer van Gelre lyden most,
te wetene in den iair voirs. den VIIen dach meye, uuyt deser stat IIIIC bourgeren,
tgeheel quartieren van Oisterwyc ende Maeslant ende uuyten lande van Breda
IIIIC mannen metten drossaet aldaer ende bleven dair liggen totten XXen dach
meye ende doen vertogen zy tsamentlic vandair weder thuyswairt ende dese
stat / lyet dair liggen omtrent VC knechten ende III veerdel bourgers tot Oyen opten slote totdat Poederoyen was gewonnen. Item den thiensten dach meye ten versueckvan den voirs. furst worden bynnen deser stat versament allen die yserhoede
ende gesonden voir Poederoyen omme dairmede te stormen.
Dat Poederoyen gewonnen wert
Mar evenwael en geboerden dair genen storme, want die van Poederoyen, nae vele
spraken diese hadden gehouden metten voirs. furst, gaven zy hen op in der genaden desselfs furst als opten dorden dach iunii smorgens omtrent sess uren ende
opten selven dach deder die furst voirs. voir denselven huyse ende langs der Mazen een deel hangen van dengenen die dairop hadden gelegen. Ende tvoirs. slot
van Poederoyen wairt voirt mineert ende omgeworpen ende den wall geslicht
metten ingesetenen deser meyeryen ende dairomtrent geseten ende dairtoe dese
stat een wyle houdende was IIC bourgers.
Omwerpen ende slecht maken van den nyewen thoren by Oyen ende
den wal aldaer
fol. 357v
Oeck in den voirs. iair VIII ende in de voirs. maent van iunio, des dynsdaigz in de
heilige / dage van Pinxten, began men ten versueck deser stat by den ingesetenen
van Maeslant den nyewen thoren by Oyen gemaect te mineren ende te slichten den
wall dairomme liggende dwelcke al zeer zwair waren.
Dat heer Ian van Baecx scouthet wairt
Oeck in den voirs. iair acht, omtrent Lichtmisse, wairt heer Ian van Baecx, ritter,
leechscouthet deser stat van sHertogenbosch.
311
1509-1510
Oeck in den voirs. iair van acht den XVIIen dach novembris ten versueck der voirs.
scepenen deser stat quamen die mynrebrueders alhier opten raethuysen omtrent
acht uren celebreren ende continueren die misse, die lange ongedaen was bleven.
Van den tollen van Hollant, Zeelant, Gelre, Zuytphen is geworven dit
previlegie van den keyser, wesende tot Schoenhouen, by ennigen
uuyt deser stat die nyet en verstaen watse hebben geworven, want het
contrarieert onser previlegien, want dair die bourgeren met enen tolbrief plegen te gestaen soudense noch moeten hebben certi¢cacie,
dairomme tevergeefs geworven
fol. 358r
fol. 358
v
Oeck in den voirs. iair van acht, den XIIIIen dach octobris, soe hebben die voirs.
keyser Maximiliaen ende die eertshertoge Kaerle, naedien hen vanwegen deser
stat clachtelic te kennen was gegeven van den travellacien die den bourgeren deser
stat alomme van den tolleneren geboerden, derzelver stat /gewillecoert ende verleent dat van nu voirtane op allen die tollen gelegen in Hollant, Zeelant, Gelrelant
ende Zuytphen, aldaer die poirteren deser stat tolvry zyn ende geweest hebben,
dieselver poirteren ende poirtarssen, die voir die o¤ciers deser stat horen behoerlycken eedt zullen doen dattet goet dat zy vueren willen, hemlieden toebehoirt
ende nyemand anders, ende oic mede certi¢cacie van denzelven o¤ciers ende
bourgermeesteren deser stat getekent ende gesegelt met horen zegel zoet behoert,
by denwelcken zy certi¢ceren die tolleneren ende anderen o¤cieren dat alsoe is,
mitz oic seyndende hueren tolbrief by den scippers oft bode, die poirters ende
poirterssen dairmede ontstaen ende genoch doen zullen sonder dat van ghenen
noode en zy dat de poirters oft poirtarssen aldair in persoen zullen moegen gaen
oft wesen; prout in litteris incipientibus: `Maximiliaen, by der gracien Goidz'etc.
et comprehensis folioVIC XVI.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo IXo : Iohannes Kanapart ¢lius Iohannis,
Henricus de Vden, / Arnoldus Monix, Iohannes de Berkel, Lambertus Bogart,
Godefridus Symonis, Gerardus van der Bruggen.
Burgimagistri seu receptores nomine et secundum quid.
In isto scabinatu Xa iulii magister Henricus, secretarius, resignavit suum o¤cium
secretariatus ad manus istius opidi et eadem die ipsum opidum in loco eius instituit magistrum Martinum die Greue, qui eadem die desuper suum prestitit iuramentum.1
Dat men in criminalibus2 ten hoefde wyst
In den voirs. iair negen den yersten dach septembris waert by scepenen deser stat
tot Loeuen ten hoefde gewesen een vonniss van enen process in criminalibus als
van enen die van den lyve was aengesproken, wesende van Broegel oft Zonne.
1
2
Vertaling: in dit schepenjaar deed meester Hendrik, secretaris, op 10 juli afstand van het
ambt van secretaris in handen van deze stad en dezelfde dag stelde de stad in zijn plaats
meester Maarten de Greve aan, die hierop dezelfde dag de eed a£egde.
Vertaling: in criminele zaken.
312
1509-1510
Dat Ian van den Wygart hoichscouthet waert
Eciam anno nono predicto XXIIIIta iulii Iohannes van den Wigart prestitit iuramentum suum super o¤cio scultetatus superioris in Buscoducis.1 /
fol. 359r
fol. 359v
Van den pays van Cameriic
Oeck ten tyde van den voirs. scepenstoel wairt tot Cameric gemaect een grote vergaderinge van ambassaden van Vranckryc, van den coninc van Argon, van den
keyser aengaende desen landen Brabant, Vlaenderen, Henegouwe, etc. dair die
bisscop van Gurtz ende vrouwe Margriet, dochter des keysers voirs., eertshertoginne van Oistryc, hertoginne ende grevinne van Bourgoingien, hertoginne douagiere van Sauoyen, etc. worden gesonden ende oic van den ambassaiden van
Gelre, zoedatter een tractaet van peyss gemaect wairt van allen zyden bezworen.
Mar aengaende den lande van Gelre was wat duysterheiden van woerden, dairaf
vele twist ende scaiden gescieden ende oirloge quamen. Die coninc vanVrancryc
betrouwende op dit verbont, trac selver met vele volcx uuyt Vrancryc ende oic
uuyt Lombardien op die Venechianen, hebbende by hem den marquis van Mantua, die een wys ende vrome prins was, verwachtende die hulpe van den keyser
ende andere, die nyet en quamen. DieVenechianen quamen tegens hem met meerdere macht, alsoe dat omtrent Cremona vyel enen grooten stryt, dair die Fransoysen hadden victorie ende versloegen mennich M mensche. Ende dairnae terstont
creech die coninc meestdeel al die steden hem toebehorende, desgelycx die paeus
ende die keyser ende die coninc van Argon int lant van Napels creech weder mits
desen hair steden ende sloten. Mar nyet lange en stont dit, / want dieVenechianen
die doe bescaempt waren, veroetmoedichden hen voir den paus ende wisten met
wysen ende subtylen rade hoir vyanden te verscalken. Oeck ster¡ die cardinael
van Rouwaen, legaet in Vrancryc, ende die den coninc van Vrancryc onderhyelt,
die al te swaren scat achterlyet, soe woude die paus den scat hebben, dat die coninc weygerden, seggende dat dien nyet alleen gecomen was van zynre administracie int geestelic als legaet, mar oic in der administracie hem van den coninc
gegeven. Ende mits desen worden die paus ende die coninc contrarie malcanderen ende die paus verwecten tegen den coninc van Vrancryc vele coningen ende
princen om hem uuyt Lombardien endeYtalien te verdriven.
Dat die coninc vanVrancryc zyn recht van Napels over heeft gegeven
den coninc van Argon
Die coninc van Argon wert oic vyant des conincs vanVrancryc, nyettegenstaende
dat een wyle tyts dair tevorens die coninc van Vrancryc peys met hem makende
hem gegeven had te huwelic die dochter van den greve van Foys, die zynder suster
dochter wass, hem dairmede overgevende zyn recht totten conincryc van Napels,
alsoe verre als die coninc van Argon wettich oer van hair creech, etc. Ende die
ionge coninc van Engelant, die zyns brueder wy¡ doen getroudt had by dispensa1
Vertaling: ook in het voornoemde jaar (150)9 legde Jan van denWijngaard op 24 juli de eed
af op het ambt van hoogschout in's-Hertogenbosch.
313
1510-1511
fol. 360r
cien, die een dochter van Spaengien was, wert oec getrocken van den paus ende
van den coninc van Argon tegens den coninc van Vrancryc te / oirlogen, mar
nochtans en consten zy den keyser nyet getrecken om van den coninc vanVrancryc te sceyden, want hy trac selver met groten heyr in Ytalien te Verone ende te
Paduwa opten cost van den keyserryc ende verenicht metten Fransoysen dair hy
ende zyn capiteynen deden schone feyten van oirlogen tegens die Venechianen
voir Paduwa ende elders.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo Xo : Raso Raessen, Iohannes Monix, Rodolphus van den Broeck, Arnoldus Paeuweter, Lambertus Millinc, Geerlacus die
Roeuer, Gerardus de Wyck.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Cock, Iohannes Claess. /
fol. 360v
Lossinge vanVucht, Roesmalen
In den voirs. iair thien dese stat vercreech weder tot behoe¡ons genedigs heren die
dorpen vanVucht ende Roesmalen, die vercoft waren als voirs. is in den iair vy¡,
ende heer Ian van Baex, leechscouthet, ont¢nc die weder tot behoe¡ ons genedichz heren int iulio.
Oeck in den voirs. iaer, den XIIIIen dach septembris, naedien heer Kaerle van Gelre, die genen vrede en begeert, ingenomen hadde ende een wyle tyts ingehadt
hadde dat stedeken van Oldenzeel ende die biscop vanVtrecht dairvoir had gelegen, creech hy dat weder.
Van den alden toll van Loeuen
fol. 361r
Alzoe naedien die tollener van den alden toll oft geleyde van Brabant tot meer
stonden had versocht aen dese stat den voirs. toll alhier te leggen, doen he¡en
ende ontfangen, tselve hem te gunnen ende toe te latene ende dese stat dat vast
weygerende, gemerct dat hy noyt hier en had gelegen ende dese stat dairby grotelic verachtert zoude wesen, ende mitsdien den tolneer voirs. dat wairt geweygert
ende hii als in den iair voirleden dairomme ennige van den scepenen ende dekenen deser stat by enen mandamente had doen gedagen ende /executie doen, voirnemende dieselver tolneer den voirs. tol alhier ende bynnen deser meyeryen daer
hem belieftden te leggen ende te doen ontfangen, soe heeft dese stat in denselven
voirleden iair van IX den XIIIIen dach decembris staitzgewyze versaempt wesende, den voirs. tolleneer zeekere presentacie gedaen als hem trecht deser stat
tallen tyden te oepenen ende assistencie te doen totten exploiteren des tols voirs.
opte overtreders end opte geen die hem den tol ontvuerden, begerende die voirs.
stat den voirs. tolneer dairmede tevreden te wesen, sonder den ontfanck van den
voirs. tol bynnen deser stat oft meyeryen te leggene.
Appellacie van den tol van Loeuen
Ende mede oft hy dairmede nyet tevreden en weer, soe appelleerden dese stat voir
notaris ende getugen van allen executien ende onbillicheiden des tolners voirs.; nae
inhoude van enen instrument dairop gemaict, beginnende;`In den name Onss Liefs
Heren Goids amen'etc. ende begrepen opten bladeVIC XVII.
314
1510-1511
Omtrent deser stat in aprili anno X hadden die voirs. sess mannen
noch geworven respyt vanV iaren van den iersten achterstellen
In den voirs. iair X den XXen aprilis des saterdaigz nae den sondach Misericordia
omme die appellacie voirs. te vervolgen ende te solliciteren te hove dat men van
den toll ledich mucht blyven, soe reysden derwarts Ian Kanapart, Lambert Bogart ende zekere dekenen, die vervolchden zoe verre dat die sake van den voirs. toll
in sorsiancie blee¡ ende dat den tolleneer silencium1 wairt imponeert. /
fol. 361v
fol. 362r
Van den nyewen brant den herinck aengaende
Oeck in den voirs. iair X, den XXen dach augusti, soe is geordineert bynnen deser
stadt by den Raet derselver een nyewe maniere van packen ende kueren ende enen
nyewen brant den herinc te geven boven den alden brant, te wetene:
in den iersten dat men allen herinck die men voirtane den nyewen brant geven sal,
dat dien gepact, verleegt ende oversien zal werden van bodem te bodem, van onder te boven ende dien herinc bevonden zuet ende zuver sal men den nyewen
brant geven ende dbrantyseren zal zyn ¢gureert met deser stat boem ende aen
elc zy van den boem een croen ende dat men den bodem ende die tonnen met circulen sal teken;
item dat men tot desen sal kyesen nae den vischcoeper carthe vier koermeesters
ende vier peckers die dairop hoer eden zullen doen, ende elc pecker sal zyn tonnen tekenen met zynen marck;
item dat die peckers dairtoe geen knechten vuegen en zullen als om dien te bereyden ende te wercken, zy en zullen ierst gecomen zyn uuyt horen leeriaren;
item dat egeen slytsteren ende die herinc dagelix voir hoer doren met cleynre penwart vercopen ende uuyttellen, egenen herinc en zullen doen packen noch desen
nyewen brant doen geven, / tenzy dat zy dien herinck in yemants plaetse van den
coepluyden van buyten oft van bynnen metten last oft lasten gecoft hedden, ende
alsdan in derselver plaetsen te laten kueren, packen ende den brant geven, eer zy
ennigen oft dien herinc van derselver plaetsen zullen moegen vervueren, doen oft
laten vervueren, opten peen van drie alde scilden, te deylen in drien als gewoentlic
is;
item dat die koermeesters zullen hebben van elcken last herinx diese kueren ende
branden in der manieren voirs. twe stuvers by der vercoeper te betalen ende dat
die koermeesters tallen tyden gereet zullen wesen, opten peen van drie ponden
payments, te deylen in drien als gewoentlic is;
item dat die peckers sculdich zullen zyn den herinckten versueck als boven te packen die tonnen met dobbelen banden tot drie plaetsen te spylen, te pluggen met
gecroender pluggen ende dicht lofbaerlic aen beyde den eynden te makene ende
dat zy dairaf zullen hebben voir horen sallaris, loen ende arbeyt XII stuvers te betalen hal¡ by den coeper ende hal¡ by der vercoeper;
insgelycx van allen herinc die gepact wordt van bodem tot bodem ende die nochtans nyet en wordt gebrant, dairaf zullen die peckers oick hebben XII stuvers te
werden betaelt als voir;
1
Vertaling: spreekverbod.
315
1510-1511
fol. 362v
item dat zoe wye voirtaen den voirs. nyewen brant metten last oft halven last herinx sal coepen, / dat die sculdich zal wesen in den last mede te ontfangen twe
tonnen wracx ende een tonne in den halven last ende dat voir elc tonne wracx die
vercoeper zal corten den coepmanVIII stuvers;
item dat men genen herinc kueren noch den nyewen brant geven en zal, tenzy ierst
XIIII nacht nae Bamisse overleden, nae inhoude der carthen van den vyschcoeperenambachte; prout in litteris incipientibus: `Wy, scepenen, gesworen' etc. et
comprehensis folioVIC XIX.
Van eenre peticien by vrouwe Margrieten begeert
fol. 363r
Oeck in den voirs. iair X, omtrent den hoichtyde Assumptionis Marie, dede
vrouwe Margriet bescryven die Staten van Brabant ende in iegenwoirdicheiden
van den doerluchtigen hoichgeboren ende vermoegende furst hertoge Kaerle,
noch onmundich wesende, begeren die somme van LXXXVM Rynsgulden den
termyn van IIII iaren omme dairaf XVM te bekeren tot forti¢cacie van ennigen
steden in Brabant ende LXXM tot lossinge van den demaynen by den voirs. coninc Philips vercoft ende tot onderhoudenisse van den voirs. hertoge Kaerle. Die
twee iersten staet, te wetene die prelaten ende die edelen, consenteerden dairinne
terstont mede; die gedeputeerden van den steeden vertogen after/rugge ende nae
vele dachvairden dairop gehouden, hebben consenteert Loeuen, Bruessel ende
Antwerpen in de LXXM Rynsgulden voirs. ende afgeslagen die XVM als den
XXVIIen dach octobris int voirs. iair X.
Dat heer Kaerle van Gelre die dochter van Brabant ten huwelic versueckende was
fol. 363v
Ten selven tyde waren tAntwerpen die gedeputeerden van heer Kaerle van Gelre,
by namen doctoir Langh, Henric van Ghent, Pyetyt Ian ende zekere bourgers van
Nymegen tot XXV perden toe, om te vervolgen voir horen heer, heer Kaerle van
Egmondt, die men heyt heer Kaerle van Gelre, te hebbene die dochter van den
voirs. coninc Philips, genoemt Ysabeel. Dieselver gedeputeerden, alse dair hadden een wyle geweest, vertogen zy weder by heren Kaerle van Gelre, horen meester voirs., ende dairbii geweest hebbende toegen zy weder doer dese stat nae den
hove, all hoepende ende hen latende duncken datse der voirs. dochter van coninc
Philips zeker hedden geweest, dat nochtans verre te halen was, etc. Item hoewael
die voirs. drie steden hadden consenteert in der peticien voirs., soe excuseerden
dese stat hair in dien, wantse arm weer ende oic die bede van LXXXM noch loepende weer, metgaders oic die bede van den driehondertdusent croenen den keyser consenteert ende /oick die LXM consenteert der voirs. vrouw Margrieten voir
de costen gedaen tot Cameryc indt tracteren van den pays, etc. alsoe dat hoir nyet
moegelic en weer totter contribucien voirs. te verstaen ende alsoe smelten die peticie voirs.
316
1511-1512
Belech voir Yselsteyn
Oeck in den voirs. scepenstoel int iair XI, den XXIIIIen dach in aprill des donredaigs in den avont nae Paeschdach, beleechden die van Vtrecht die stat van Yselsteyn.
Op desen toecomenden Remigii gingen a¡ die voirs. sess gecoren mannen, in den
voirs. iair van acht geordineert.
fol. 364r
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XIo : Iohannes de Vladeracken, Goeswinus de Brecht, Lucas de Erpe, Lambertus van den Hezeacker, Nycolaus de Buchouen, / Mathias ¢lius Lamberti Stoeters, Henricus de Broechouen.
Burgimagistri seu receptores: Segerus ¢lius Iohannis Goyarts, Arnoldus Dirc
Arntzs., nomine et absque regimine et onere.
In desen scepenstoel in decembri int iair XVC XI is ordineert dat voirtaen die scepenen deser stat voir zyn ierst wordt, geven sal derselver stat een serpenteyn oft
dobbel haecbusse ende in ennige van den ambachten bynnen deser stat meester
wordt, geven zal een haecbusse; prout in acta incipiente: `Alsoe in de maent van
decembri'etc. et comprehensa folio CCCC LXVII.
Oeck in denselven iair XI, den XVIen dach meye, wert ordineert by deser stat die
voirtaen poirter worde derselver stat geven soude IX stuvers om salpeter te coepen; folio etc. CCCC LXVIII.
In den voirs. iair van XI voir Sinte-Remeysdach voirs. syn weder by deser stat gecoren dese sess mannen: Henrick Glauyman,Willem Henricxs., Marcelis van den
Hoeuel, Dirck vanVechel, Ian die Sceper, Iacob Coelborner.
Die macht deser sess mannen
fol. 364
v
Denwelken sess mannen dese stat geordineert / heeft te hebbene allet geheel regimente ende beweynde dat hadden gehadt die sess mannen gecoren int iair XCIX
ende nae int iair XVC VIII ende by onsen genedigen heer geottroyeert gedurende
den tyt van drie iaren, ingaende te Bamisse voirs. int iair XI, beheltelicken dat zy
geen nyewe assynsen, imposicien oft neringe bynnen deser stat van nyeuws en
zullen belasten oft opsetten, tenzy by advyse, consent ende accoirt der drien leden
deser stat; prout in litteris incipientibus:`Wy, scepenen, gesworen, raitslude'etc. et
comprehensis folioVC LXXVIII.
Belech voir Yselsteyn
In den voirs. iair van XI den XXIIIIen dach aprilis des donredaigs in den avont
nae Paeschen beleechden die vanVtrecht Yselsteyn, dairaf principael hoeftluyden
waren heer Iacob van Apeltern, intrusus1 domdeeken, Euerart Zouderbalch,
bourgermeester, ende Egbert van Gruenenberch, die heer Florysen vanYselsteyn
heel contrarie waren, ende zy hadden oic mede te hulpen heer Kaerle van Gelre
anders van Egmond.
1
Vertaling: diegene die door usurpatie het ambt verkregen heeft.
317
1511-1512
Ontset van Yselsteyn
fol. 365r
Heer Florys voirs. creech vele heren te hulpen uuyt Henegouwe, uuyten lande van
der Marck omme Yselsteyn weder te ontsetten ende / als hy een groete vergaderinge van perden byeen hadde, zoe toech hy dairmede naeYselsteyn omme dat te
ontsetten. Ende comende omtrent Yselsteyn die voirs. van Vtrecht als den tweesten dach iunii int iair XI toegen roekeloess op sonder den voirs. heren Floryssen
te verwachten ende vloyen in tot Montfoirt.
Dat Boemel ingenomen wairt
Ende dairnae den XXVIIIen dach iunii op Ascensienavont int iair el¡ zoe waert
die stat van Boemel weder van den Gelderschen ingenomen by quaden toesiene
van den capiteyn aldair,Willem die Ioede, die een Geldersman was, ende doer die
vinger gesien mocht hebben.
Dat die coepluyden worden gevangen
Ende hier tevorens in de maent van aprille voir Paesschen int iair X, die voirs.
heer Kaerle van Gelre ocsuyn nemende van dat heer Florys vanYselsteyn ennige
in Boemelre Werdt hedde gescat die hem nyet en behoerden te scatten ende dat
den pays van Cameryc dairomme gebroken weer van deser zyden, dede hy belagen die coepluyden van Antwerpen, van Mechelen, etc. by Coelen treckende totter merct vanVranckevoirt, die al te wagen saten ende die vangen ende gevangen
brengen tot Geldre, daerse wredelic worden tracteert ende zwaerlic gescat voir
vele M gouden gulden. /
fol. 365v
Dattet slot van Oyen omgeworpen waert
Oeck in den voirs. iair XI, den XXVIen dach iunii, naedien dese stat van vrouwe
Margriete, eertshertoginne van Oistryc, hertoginne ende grevinne van Bourgoindien, douagiere van Sauoyen, regente, etc. oirlof ende consent had omme tslot van
Oyen te mineren ende om te werpen, soe is uuyt elcken ambachte deser stat geleegt een zeker getal van mannen, tsamen wesende IIC mannen, die derwarts
nae Oyen toegen met vele werclieden van metsers ende tymmerlyede ende waren
dair totten vyften dach iulii dair naestvolgende, datse tvoirs. slot geheel hadden
mineert ende uuytgebrant ende quamen weder hierinnen ten voirs.Vten dage, medebrengende omtrent XXVI wagens, geladen met yserwerck.
Ende opten IXen dach dairnae stelden dese stat enen, genoempt Ian Crabbe,
scouthet tot Oyen.
Dattet weder oirloge waert tegens die Gelderssche
fol. 366r
Dairnae in de voirs. maent van iulio int iair XI soe nam die voirs. vrouwe Margriet
aen oirloge tegens heer Kaerle van Gelre voirs. ende zy dede denselven heer Kaerle ontseggen. Sy vergaderden allet volck datse conste gecrigen omme te treckene
metter macht in den lande van Gelre ende dat te brengene /onder die gehoirsam-
318
1511-1512
heit van onsen aldergenedichsten heren hertoge Kaerle, haren neve ende zoen van
den voirs. coninc Philipz, haren brueder.
Van den Engelschen hier ten oirloge gecomen
Die coninc van Engelant sant der voirs. vrouwe Margrieten te dyenste XVC vrome
Engelsche, all van hem versout, dairby waren omtrent vyftich perden, diewelcke
bynnen deser stat quamen in den voirs. iair XI op Sinte-Peters-apostels-ad-vincula-avont ende dat omtrent II uren nae myddach.
Dat vrouwe Margriet bynnen deser stat quam om op Gelrelant te
trecken
Ende opten zelven dach quam oick bynnen deser stat die voirs. vrouwe Margriet,
by haer hebbende groet getal van perden ende ennige grote capiteynen uuyt
Spaengen ende heren Philips, bastart van Bourgoingien, ammirael van der zee.
Uuyttrecken nae Venloe
Dairnae den vyften dach augusti in den voirs. iair XI te middage toegen uuyt deser stat nae den lande van Gelre allet tvoirs. volck van wapenen dat vrouwe Margriet vergadert had ende die voirs. Engelsche ende van al was geordineert van
vrouwe Margrieten voirs. capiteyn die voirs. heer Philipz, die bastart van Bourgoingien, welcke vrouwe Margriet met haren gesynne voiruuytgereden was tot
by den cloester van den Coudewater, daerse den voirs. heren Philipsen ende die
andere capiteynen te Gode beval. /
fol. 366v
Dat Gribbenvorst wairt gewonnen
Ende alsoe die voirs. capiteynen, metten voirs. volck treckende ende by hen hebbende X groete cortouwen ende XXIX andere mynder busschen al van metale
ende C ende XX wagens met andere bussen, cloten, buscruyt ende tenten, quamen als den IXen dach augusti voir Gribbenforst, dat eenen quaden roe¡nest
was, liggende op dese zyde der Mazen, ende datse stormenderhant wonnen ende
dairinne omtrent IÃÙÄC Geldersche dootgeslagen worden ende Gribbenvorst waert
uuytgebrant ende slecht gemaect als den XIIen dach augusti dairnae.
Dat Aersschen wairt omgeworpen
Ende vandair toegensche voirt terstont naeVyersen datse omsloegen, ende Aerssen dat slot worpensche om in der Mazen.
Dat Stralen ingenomen wairt
Vandair toegensche voirt nae Stralen, dairvoir datse laigen totten XXIIIIen dach
augusti ende opten selven dach dieselver van Stralen gaven hen op, beheltelic hen
hoir leven, mar tgoet verloren.
319
1511-1512
Belech voir Venloe
Vandair toegensche voirt nae der stat vanVenle, dairvoir datse hoir belech namen
den XXVIIen dach augusti in denselver iair XI ende opten selven dach verbranden
die van Boemel voir Huesden twee dorpen als Aelborch ende Ael.
Van den ingesetenen deser meyeryen voir Venle gesonden
fol. 367
r
Dairnae als den IXen dach septembris int zelver iair XI worden uuyten
quartieren / van Kemplant, Pedelant ende Oisterwyc gecoren duysent mannen
ende geseynt int belech voir Venle voirs. Item den XVIIen dach septembris op Sinte-Lambrechsdach toegen uuyt deser stat nae Boemel ennige dekenen deser stat
om dairvoir blochusen te slaen, dair groeten cost wairt gedaen ende nochtans en
worden die blochusen nyet gemaect.
Dat die hertoich van Guylic ster¡
In den voirs. iair van XI in augusto ster¡ hertoge Willem van Guylic ende in denselven iair in septembri wairt als hertoge van Guylic gehuldt die zoene des hertogen van Cleue die des voirs. hertoghe Willems dochter hadde ten huwelic.
Den XIIIen dach octobris in den voirs. iair XI quam bynnen deser stat by vrouwe
Margrieten voirs. greve Henrickvan Nassouw, denwelcken van deser stat wairden
gescenct II amen wyns.
Dat Venle wairt bestormpt
fol. 367v
Dairnae in denselven iair el¡ op Sinte-Hubrechzdach began men ten stormen te
scyeten voir Venle ende tselver scyeten nacht ende dach duerden tottenVIIen dach
novembris daernae. Ende denselven dach waert Venle bestormpt ende dair bleven
vele volcx ende ruyteren doot van deser zyden ende Venle blee¡ ongewonnen,
want den storm pertydichlic toeginck ende in denselven storm / was die overste
capiteyn heer Floriis vanYselsteyn, want die voirs. heer Philipz van Bourgoingien
was vandair lange vertogen geweest. Ende sdaigz tevoerens voir denzelven storm
wairt uuyt Venle gestoten een groot capiteyn van den Spaengiaerts ende hy bleef
doot.
Dat die Engelsche vanVenle optoegen
Ende des thiensten daigs novembris dairnae ende nae den storm voirs. vertoegen
die voirs. Engelsche vanVenle ende quamen bynnen deser stat ende nae twe dagen
vertogen zy voirt uuyt deser stat nae Engelant, mar henre wasser voir Venle vele
bleven.
Dat den heelen leger vanVenle opbrack
Ende dairnae den XVIen dach novembris int selver iair toech voirts op den heelen
hoep vanVenle ende lyeten dat met scanden ongewonnen. Men seeghden dat dair
meer volcx versout waert dan dair was: tgelt vant zynen meester zoe hy was.
320
1511-1512
Dat vrou Margriet uuyt deser stat weder vertoech
Daernae den XVIIIen dach novembris int selver iair die voirs. vrouwe Margriet
die den voirs. geheelen tyt hair bynnen deser stat had gehouden, doende vele processien gaen om victorie te crigen, vertoech voirs.1 opbrekende uuyt deser stat nae
Breda, daertoe datse met IIIC bourgeren van deser stat waert geleyt. /
fol. 368r
Dat Woudrichem ingenomen wert
Item ende naedien dat den voirs. storm voir Venle van deser zyden nyet wael en
was vergaen, soe heeft heer Kaerle van Gelre voirs., die hem duerende tvoirs. belech voir Venle nergens en had oepenbaert, hem bestaen te oepenbaren ende als
den XIIIen dach novembris in den voirs. iair XI nam hy inne die stat van Woudrichem, vangende den greve van Hoerne, dairuuyt hy vele quaetz dede aen dese
zyde, ende bleven dieselve Geldersche ruyteren ende knechten bynnen Woudrichem totten IIen dach van merte daer naestvolgende ende vloyen dairuuyt ende
namen met hen al datse consten gedragen ende ten scepe gevuren. Ende teser tyt
ende nae den opbreken van den voirs. belech vanVenle was dese stat sonder troest
van yemanden dan van hairzelven; zii most hairselven ende die arme ingesetenen
deser meyeryen bewaren zoese const ende mocht. Die van Antwerpen dede hair
wat bystants, mar die van Loeuen ende Bruessele en wouden dairtoe nyet doen
noch helpen.
Dat Bakel ende Doern gebrant wert
Die Gelderssche deden groeten scaide bynnen deser meyeryen met branden ende
roeven, wantse uuyt Rueremunde endeVenle den Vten dach ianuarii in den voirs.
iair el¡ branden Bakel ende een deel van Doerne. /
fol. 368v
Dat Engelen gebrant wairt
Ende denVIIIen dach ianuarii dairnae verbranden die van Boemel met horen toestenderen tdorp van Engelen.
Dat Asten gebrant wert
Ende den XXIIen dach ianuarii die Geldersche verbranden uuyt Rueremunde
tdorp van Asten.
Dat Ge¡en ende Nulant gebrant wert
Ende dairnae den XXVIen dach ianuarii tusschen den maendach ende dynsdach
des nachz die Gelderssche, comende uuyt Boemel, verbranden Ge¡en ende Nulant.
1
Aldus hs., lees hierna vrouwe Margriet.
321
1511-1512
Van denVy¡ Ventkens
Tot deser tyt lagen bynnen deser meyeryen opte Langhstraet een zeker getal van
knechten die gelegen hadden oic voirVenle ende die gemeyntlic hyeten die knechten van denVyf Ventkens, ende waren in getal omtrent X oft XIIC. Dese knechten
oft Vyf Ventkens waren vele tachter aen vrouwe Margriet voirs., soese seeghden,
ende en wouden nergens henen noch hen sceyden om dese meyerye te helpen bescudden, zy en weren ierst versekert van hore souldyen. Dus blevense dair stil liggen sonder yet te willen doen, wat versueck dese stat aen hen dede om hulp te
hebben.
Van der nederlagen die dese stat had in Boemelre Wert
fol. 369r
Ende hoewel dese stat cleynen troest hadde, soe heeftse nochtans wat willen doen
opte vyanden ende heeft alsoe uuyt deser stat gecoren omtrent IIIC mannen ende
daerby geroepen metten clockenslach die lantsaten omtrent deser stat geseten, /
wesende tsamen in getal met sekeren knechten deser stat omtrent IIM, die tsamen
als den lesten dach ianuarii in den voirs. iair XI tot Hedel over der Mazen toegen
nae Boemelre Wert, latende after bynnen deser stat staen tveltgescut, dat nochtans hen gereet was gemaect. Ende aldus over wesende begonsten zy ten lantwairt
aldaer in te branden, te wetene ierst Driel ende voirt nae Rossum. Ende aldus int
werck van branden wesende, loepende deen hier, dander derwarts sonder ordinancien in vyander lant, meynende dat hen nyet en hed moegen gescien, soe eest
leyder geboert dat terselver tyt die van den blochuyse dat die heer van Buchouen
over denWael tot Tuyl had doen leggen ende maken ende dairvoir die Gelderssche
in stercker macht lagen, hen opgaven. Ende opgegeven hebbende soe zyn dieselver Geldersche met horen knechten tot onsen lyeden waert overcomen, dairse
vast branden ende geen ordinancie en hyelden, ende hebbense geheelic ende all
nedergetogen ende gevangen ende met hen gebracht tot Boemel, daerse wredelic
ende onmenschelic tracteert worden ende zwairlic gescat.
Dat heer Kaerle van Gelre voir Hoculem was
fol. 369v
Dairnae den XIIIIen dach februarii in den voirs. iair XI zoe toech die heer van
Gelre met zynre macht ende een groet1 bourgers uuyt Boemel nae Hoculem, dat
hy meynden in te crigen. Mar die van Hoculem / werden hen alsoe dat heer Kaerle
bescaempt aftoech ende lyet dair wael IIIC dooden, onder welcke vele bourgers
van Boemel waren. Dairnae den vyften dach in merte in den voirs. iair XI, nae
vele vervolchs gedaen aen den knechten van der Langerstraten oft VyfVeentkens,
toegen zy met een zeker getal van knechten, in deser stat souldyen wesende, over
der Mazen nae BoemelreWert, dair zyt al afbranden ende hadden by hen een cortauwe ende acht slangen om Boemel te benauwen, dairaf evenwael nyet en quam,
want die boeven kenden malcanderen ende omme dieselve Vy¡ Veentkens op te
brengen ende datse aldus nae Boemel trecken souden omme Boemel te benau-
1
Aldus hs., bedoeld is een groot aantal.
322
1512-1513
wen, ¢neerden dese stat overdwerss XVM Rynsgulden, mar nae der maent vertoegen dieVyf Veentkens weder in horen alden leger opte Langhstraet.
fol. 370r
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XIIo : Theodericus die Borchgreue, Martinus de Campen, Franciscus Toelinc, Iohannes de Erpe, Rodolphus Noppen,1 /
Aelbertus de Berkel, Henricus Kuyst ¢lius Gerardi.
Burgimagistri seu receptores: Iohannes Pynappel Ianss., Iohannes ¢lius Iohannis
Hermanss., nomine et absque onere.
Dat Henric Kuyst heilich-geestmeester wairt
fol. 370v
In dicto scabinatu XXVIIIa maii sabbato post octavas Penthecostes obiit Iohannes Kanapart, magister Mense Sancti Spiritus in Buscoducis, cuius anima requiescat in pace.2
Et in eodem scabinatu VIta iunii electus est Henricus Kuyst in magistrum eiusdem Mense.3
In den voirs. iair XII des maendaigz nae den sondach Misericordia4 toech dese
stat uuyt met een zeker getal van knechten diese in hare souldyen hadde, over
der Mazen nae Boemel omme Boemel te benauwen ende aent Oenselsche veer
een blochuys op te slaen, dwelc aldair zeer wael soude hebben gedyent. Mar hoewael tvoirs. blochuys begonnen was, soe bleeft noch onvolmaect by toedoene van
ennigen die tregiment van deser stat dair hadden ende oic by der onwillicheit /der
knechten, die naedien dat die maent daerse in waren was overleden, waren zy te
bidden ende wouden weder hoir souldye opte hant hebben, dairtegen dese stat
quade gereetscap had, wantse syndert den opbreken van Venle groete penningen
had verscoten ende die nederlage voir Boemel omtrent Rossem had geleden, dairaf dese stat vele moetz had verloren.
Dat Megen gebrant wert
Ende oic blee¡ tvoirs. blochuys onvolmaect, mitzdien dat dien5 die Gelderssche
innamen Megen ende tslot aldair, datse geheelic uuytbranden als den VIIen dach
meye, vrydach in den voirs. iair XII.
Dat Os ende die kerck aldair ende oic Berchen worden gebrant
Ende oick opten selven branden zy die vryheit van Os metter kercken aldair ende
die capel van Sint-Anthonis op Scadewyc ende tdorp van Berchen. Ende alsoe
blee¡ tvoirs. blochuys onvolcomen, want die ruyters alsdoen vandair vertogen
nae Megen, mar evenwael beyden zy zoe lange dat die Gelderssche wael te pass
1
2
3
4
5
Rechtsonder rest van custode.
Vertaling: in genoemd schepenjaar stierf op 28 mei, zaterdag na het octaaf van Pinksteren,
Jan Kanapart, meester van deTafel van de Heilige Geest in's-Hertogenbosch, wiens ziel ruste in vrede.
Vertaling: en in hetzelfde schepenjaar werd op 6 juni Hendrik Kuyst gekozen als meester van
dezelfdeTafel.
Namelijk 26 april 1512.
Aldus hs., verschrijving.
323
1512-1513
weder ewech waren, ende alzoe kenden die boeven malcanderen dat deser stat
ende ingesetenen deser meyeryen een lestich oirloich was.
Dat die keyser Maximiliaen in Brabant gehuldt wairt
fol. 371r
Dairnae quam die voirs. keyser Maximiliaen weder in Brabant, dair hy als voegt
van den voirs. eertshertoge Kaerle, te wetene tot Loeuen1 / den XXIIIIen dach in
meye ende tot Bruessel den XXVen dach meye in den voirs. iair XII, wairt gehuldt.
Dat Tiiel weder van den Geldersschen ingenomen wert
fol. 371v
Dairnae ende als die stadt van Tyel syndert dat die voirs. coninc Philips uuyten
lande van Gelre toech, aen dese zyde hadde geweest ende bewairt met ruyteren,
daira¡ Ian van Balueren capiteyn ende hooftman was, die tsamen van deser zyden
worden onderhouden, soe zyn die Gelderssche als opten dorden dach septembris
in den voirs. iair XII des smorgens omtrent zeven uren by slappen toesien des
voirs. Ians van Balueren, die een Gelderssche man was, bynnen Tyel gecomen
ende hebben die stat ingenomen, daerse uuytiaechden alle diegeen die van deser
zyden dairinne waren ende lyeten Iannen van Balueren voirs. goetzmoetz uuyt
trecken, quare,2 etc. In deselve maent septembris die voirs. Geldersche merckende datse vast voirspoet hadden, dat dese stat luttel troest hadde ende dat die
knechten van denVyf Ventkens, liggende opte Langstraet, geen feyten van oirloge
opte Gelderssche en wouden doen, wantse vele tachter waren ende noch van datse
/ voir Venle hadden gelegen, soe maecten dieselver Gelderssche hen sterck ende
een grote vergaderinge van knechten ende huyslieden, in getal omtrent XXIIC
soe men seeghden, dairaf overste capiteyn was een die men noempden die greve
van Moerss, een bastart wesende, etc. die hem tot Boemel verhyelt, ende quamen
als den XXIIIIen dach septembris in den voirs. iair XII, bii hen hebbende een deel
parden in getal omtrent IIÃÙÄC, van Thiel, die voren inne met scepen omtrent den
avont tot opten Ham ende namen inne thuyss tot Kessel, daerse op3 ende tot Kessel zy hen onthielden dien nacht.
Dat Hyntham wert gebrant met VII moelens
fol. 372r
Ende des anderendaigz, te wetene den XXVen dach septembris smorgens, toegen
dieselver Geldersche vandair op te richz doer dbroeck ende quamen tot Roesmalen
ende tot Hyntham voir den boem, dair zekere van den bourgeren deser stat sonder
ontheyt met drie oft vier veltbussen henen waren gevaren ende geloepen, stellende
dieselver bussen dwaeslic buyten den boem. Die Gelderssche oepenbaerde hen
subtylic met een deel van hoiren perden by den camp der Zusteren van Oirten ende
hoeren hoep van den voetknechten lach omtrent die Mutze. Ende die bourgeren
deser stat, siende die voirs. Gelderssche perden, hebben zy dairnae metten voirs.
veltgescut gescoten. dWelc siende die Gelders-4/ sche dat die bussen gelost waren,
1
2
3
4
Rechtsonder rest van custode den XXIIIIen dach.
Vertaling: daarom.
Aldus hs., hierna is een werkwoord weggevallen.
Rechtsonder rest van custode sche dat die bussen.
324
1512-1513
soe zynse met enen gedruyss aen comen slaen ende vyngen dair dieselver bourgeren, diere XVoft XVI wass oft meer, ende namen die bussen ende reden voirts met
enen gedruyss, sonder marren verbrandende Hyntham ende VII moelens van den
IX moelens die dair stonden. Ende dit gedaen hebbende, toegen zy voirts terstont
mede nae Middelrode, datse verbranden, ende voirts tot Scynle, dairse benachten.
Ende in der nacht toegen zy op van Scynle, datse verbranden metter kercken aldair,
ende vandair toegensche voirt brandende nae Lyeshout, Stiphout ende voirt tot
Geldrop, daerse die kerck verbranden met vele lyeden opten thoren wesende, sonder nochtans dairaf were te doen. Ende vandair toegensche voirt tot Nederweert
dairse benachten, ende vandair voirt tot Rueremunde inne.
Dat dese stat ende meyerye tsamen vercoften M Rynsgulden
fol. 372v
Terselvertiit die voirs.Vy¡ Veentkens lagen noch bynnen deser meyeryen ende toegen van dorp te dorp, uuyterende die arme ingesetenen boven die groten lasten
diese te dragen hadden. Ende zy en wouden den voirs. Geldersschen genen stoot
doen, wantse nyet betaelt en weren. Ende dairnae als den XIen dach octobris dese
stat, ziende datse hoir selver must helpen /zoudtse behouden blyven, heeft zii die
vryheiden ende dorpen deser meyeryen bescreven ende hier wesende is een accoert genomen tsamentlic te ¢neren XVIC Rynsgulden ende hebben alsoe dese
stat ende die steden, vryheiden ende dorpen deser meyeryen tsamentlic aen versceyden personen verset ende gevest in er£osrenten duysent Rynsgulden ende geloeft malcanderen die nae gelycke porcien te gelden ende bynnen XII iaren
naestcomende af te quyten, met welcken penningen ende meer andere die de van
Antwerpen dairby deden, worden betaelt die voirs. knechten van den Vy¡ Veentkens. Ende betaelt zynde, worden dairuuyt gecoren M knechten ende noch M
knechten die tot Wissem hadden gelegen, ende dairtoe nochVC ruyteren te perde,
die tsamentlic by de van Antwerpen ende by deser stat worden aengenomen ende
geleegt alomme tegens die Gelderssche omme noch van vorderen last ledich te
blyven.Want all was die keyser in Brabant gehuldt ende bilcken troest desen lande
gedaen zoude hebben, vertoech hy nochtans weder opwaert.
Hoe die keyser deser stat screef enen brie¡, onder meer alhier te seynden tonser hulpen den hertoge van Bruynswyck met zynen brueder
fol. 373r
Nyettemin hy troesten sunderlinge dese stat met brieven zoe hy meest conste, seyndende dieselver keyser onder meer brieven deser stat enen brie¡, besloten, gegeven
in der stat Coelen den XIIen 1 / dach augusti in den voirs. iair XII ende by zynrer
hant getekent `per regem'2 ende van deser stat ontfangen dairnae den XIXen dach
derselver maent augusti, beruerende dieselver brieven onder meer dat die koerfursten, fursten ende Staiten des Heylychz Rycx in eygen persoen weren geweest tot
Coelen ter dachvaert, daerse om die expedicie van den oirloge van Gelre tesamen
een eendrechtige conclusie hedden genomen ende der keyserlyke maiesteyt consenteert op horen cost te dyenen met een groet getal van volck, te voet ende te perde,
1
2
Rechtsonder custode dach augusti.
Vertaling: voor de koning.
325
1512-1513
fol. 373v
ende die ongehoirsame Gelderssche te helpen stra¡en, dairaf overste capiteynen
weren geordineert hertoge Henrick ende hertoge Erith van Bruynswyck, gebruederen, die bynnen XVdaigen hier int landt zouden wesen. Ende dairnae zoude hy oick
comen om des oirloigs een eyndt te maken, etc. dwelke die voirs. keyserlyke maiesteyt deser stat hare vertroestenisse ende verblydinge alsoe onder meer woerden vercundichden, datse goeden moet zoude nemen ende den voirs. corten tyt paciencie
hebben ende daerentusschen dbeste doen.Want hy en zoude dese stat nummermeer
begeven alsoe lange als Got hem op dese werelt lyet leven, etc.; prout in litteris incipientibus:`Maximiliaen, van Goidz genaden Roemssche keyser, altyt vermeerder
srycx, lieve bysundere'etc. et comprehensis folioVIC XXXVI./
Op welke scryven dese stat wat moetz weder nam, verlangende zeer nae den voirs.
XVen dach, bynnen welcken tyde evenwael die hertogen voirs. nyet en quamen,
mar vertoech hen coemste tot Sinte-Hubrechsdach toe dair naestvolgende.
Dat hertoge Henrick van Bruyswyc in deser stat quam
Ten welken Sinte-Huybrechsdach wesende woensdach in denselven iair XII omtrent drie uren nae myddach bynnen deser stat quam die voirs. hertoge Henrick
van Bruynswyc, die hem screef Henrick der Altste, met VC perden endeVC voetknechten oft dairomtrent, latende den voirs. hertoge Eritden, zynen brueder, met
een deel volcx tot Goch ende dairomtrent.
Dierste reyse van den hertoge van Bruynswyc
fol. 374r
Ende die voirs. hertoich Henric reysden des anderendaigz met zynen volck ende
met IIIC knechten, dairaf Hanss Keyser hoeftman was, uuyt deser stat nae Gorinchem ende vandaer naeTyelre Wert ende in de Neder-Betuwe, dair hy drie daigen
naesteen bornden. Ende dat gedaen quam hy weder bynnen deser stat. End alsoe
bynnen deser stat wesende, dieselver stat als den XXen dach novembris anno XII
dede noch onder den voirs. Henric IIIIC knechten diese hem versouten ende dairaf hy hoeftman setten enen genoempt Iheronimus Nyerss, dairmede hy die palen
ginc besetten. /
Item den XXIIIen dach novembris dairnae zoe leenden dese stat den voirs. hertoich tot zynre begerten XVC gouden gulden, die hy guetelic wedergaf dairnae
den XXVIIen dach novembris.
Die ander reyse van den hertoich van Bruynswyc
Item opten voirs. XXVIIen dach novembris anno XII omtrent IX uren voir myddach reysden die voirs. hertoge Henrick met allen zynen lyeden ende onsen
knechten nae Den Graue ende te Graue over der Mazen wesende, quam dair by
hem die voirs. hertoge Erith, zyn brueder, met zynen volck, diewelke alsoe tsamen
reysden nae der voechdyen van Gelre, voirts nae Stralen ende voirts omtrentVenle
ende Rueremunde, daerse onderwegen ende omme vele dorpen afbranden, als
Ouerasselt, Neerasselt, Nyekerc, Audekerc metter moelen, Cappel, Verudruyt,
Creuel metter moelen, dlant van Creykenbeeck, Lolburcht, Hynsbeeck, Bryel,
Greefroy,Vlasroten tslot,Vyersen dmeestdeel.
326
1513-1514
Dat hertoich Erith van Bruynswyc oec bynnen deser stat quam
Ende dese fayten van oirloge al gevordert zynde, besetten die voirs. hertogen Stralen met VIC knechten ende hondert perden ende quamen tsamen bynnen deser
stat den XVen dach decembris omtrent III uren nae myddach.
Dat die heren tot Colen worden gericht
Item in deselve maent decembris anno XII was in der stat van Coelen enen groeten oploep: die heren aldair worden van der gemeynten gevangen ende tot VII toe
incluys metten zwert gericht. /
fol. 374v
Dat hertoich Erith weder wechreysde
Oeck in den voirs. iair XII, den XIen dach ianuarii, nam die voirs. hertoich Erith
oirlo¡ ende reysden uuyt deser stat nae den keyser die hem had ontboden, zoe
men seeghden.
Dat Hezewyc, Dynther branden
Item dach1 ianuary dairnae reysden hertoge Henrick voirs. nae Hollant, latende
dit quartier heel bloet, ende den XVIen dach daernae, woensdach, verbranden die
Geldersche Hezewyc ende Dynther.
Dat dlant van Altenaa gebrant wairt
fol. 375r
Ende den XIXen dach februarii quam die voirs. hertoich weder bynnen deser stat
ende versocht meer ende vorder bystant te hebbene aen de andere steden van Brabant ende oic aen de Hollanders, dairop dachvairden tot Breda worden gehouden,
mar evenwael en quam dair nyet a¡. Ende alsoe als den XXVIen dach february
dairnae toech die voirs. hertoich nae den keyser omme dairop met hem vorder te
communiceren, latende zyn volck liggen bynnen deser meyeryen, die nergens tot
bescud van den lant verstaen en wouden, wantse nyet en worden betaelt. Ende
wass alsoe die voirs. hertoich Henric van hier totten IXen dach van aprill toe dairnaest volgende, ten welcken IXen dach die voirs. hertoge Henrick van Bruynswyc
weder bynnen deser stat quam ende opten zelven dach verbranden die Gelderssche dlant van Altenaa. Die voirs. hertoge Henrick der Altste reysden voirts nae
den hove tot / Mechelen omme aengenomen te werdene van den lande van Brabant. Ziinen heysch was zulck, dat hy nyet aengenomen en waert, mitz denwelcken hy wederomme vandair vertoech nae deser stat ende quam bynnen deser
stat den XVIIIen dach van aprille in den iair XIII naestvolgende.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XIIIo : Henricus die Leeuwe, Henricus de
Vden, obiit in suo scabinatuVIIa novembris, Iohannes de Berkel, Lambertus Bogart, Gerardus Colen, loco Vden defuncti, qui Gerardus prestitit iuramentum
XVta novembris, Theodericus die Borchgreue ¢lius Theoderici, Henricus Pelgrum ¢lius Theoderici, Iohannes Cock. /
1
Aldus hs., men verwacht een datum.
327
1513-1514
fol. 375v
Burgimagistri seu receptores: Wolterus die Ieger, Lambertus ¢lius Willelmi
Goess. van der Laerscot, nomine et absque regimine.
Dat hertoech Henric weder vertoech
Die voirs. hertoich Henrick van Bruynswiick ten voirs. XVIIIen dach van aprille
bynnen deser stat gecomen zynde ende alhier den tyt van vy¡ oft sess dagen geweest hebbende, vertoech hy nae Bucstel, dair hy by den heer van Bucstel te Stapelen ginck liggen, ende zyn lieden leeghden hy in den dorp van Bucstel ende
Lyemde, daerse die ingesetene geheelic uuyteerden sonder yet vele te gevene, dair
die voirs. hertoich oic blee¡ liggen totten XIen dach toe van iunio dairnaest volgende. Ende opten selven dach vertoech hy van Bucstel nae Tricht ende voirts
nae den keyser, latende ende sculdich blyvende vele sculden bynnen deser stat
ende dair hii gelegen hadde.
Dat die heer van Nassouw capiteyn van den oirloge wairt
fol. 376r
Item die voirs. hertoech van Bruynswyc aldus als voirs. is tot Boxtel liggende, soe
wert als den XXen dach meye greve / Henric van Nassouwe ordineert voir enen
oversten capiteyn omme tvoirs. oirloge tegens die Gelderssche te beleyen ende
donderseten te helpen bescudden, ende comende bynnen deser stat worden hem
gescenct Vamen wyns ende L malder haveren. Dairnae in den voirs. iair XIII in
iunio began men te spreecken van peys tusschen desen lande ende den Geldersschen ende dairomme reysden vanwegen des heren van Gelre nae den hove van
Brabant den XXIIen dach iunii anno XIII een geheiten doctor Langh, met Henricken van Ghent, etc.
Dat Amerzoyen wairt ingenomen
Dairnae op Sint-Ianss-Baptistenavont nam inne die voirs. heer van Nassou tslott
tot Amersoyen.
Dat Vyerssen weder met vele dorpen gebrant waert
Dairnae den XIXen dach iulii in den voirs. iair XIII die voirs. heer van Nassouwe
voir enen oversten capiteyn aengenomen wesende, toech over der Mazen by Rueremunde ende verbranden aldair Vyerssen ende vele dorpen.
Dat den Dordschen Wert gebrant wairt
Dairnae op Sint-Iacopsdach deden die Geldersschen in den Dordschen Werden
met branden ende roven groten scaide. /
fol. 376v
Van den bestant, gemaect tusschen desen landen ende den heer van
Gelre, duerende vier iaren
Daernae in denselven iair XIII, naedien dattet een wyle oirloge had geweest tusschen desen landen ende den Gelderschen ende vele scaiden met brant, roe¡ ende
gevenckenissen aen allen zyden gesciet waren, soe eest becomen zoeverre dat by
328
1513-1514
fol. 377r
fol. 377v
der doerluchtiger hoichgeborene furstinne, vrouwe Margrieten, eertshertoginne
van Oistryc, hertoginne ende grevinne van Bourgoindien, naegelaten wedue van
Sauoyen, regente ende gouvernante van desen landen, in afwesen der keyserlyke
maiesteyt macht ende beveel hebbende by procuracie van zynre maiesteyt ende
van den eertshertoge Kaerle, etc. ter eenre, ende herenWillemen van Lanck, doctor, cancellier ende procuratoir heren Kaerls van Gelre, hebbende oic van hem
volcomen macht, ter andere zyden, een goet, vast ende oprechtich bestant ende
aenstant van oirlogen tusschen die voirs. heren, horen landen, lyeden, onderseten
ende verwanten van beyden zyden gemaect ende gesloten is voir den tyt van vier
iaren naestcomende ende achtereenvolgende, ingaende opten lesten dach van iulio in den voirs. iair darthien.
In den iersten is gesloten dat durende den voirs. tyt die ondersaten van beyden zyden met malcanderen te water ende te lande coepmansgewyse ende anderssins
zullen moegen verkeren ende hoir neringe doen opte gewoentlike tollen ende /
ongelde, vry, veylich ende ongelet sonder om vyantscap wille oft andere saken gesciet zynde durende doirloge becummert te werdene ende zullen cesseren alle oploepen, feyten van oirlogen te beyden zyden;
Hiertegen dede heer Kaerle van Gelre des maendaigz nae den sondach
Oculi in den voirs. iair XIII als hy die stat van Arnhem weder innam, vangende ende scattende die Bourgoensche dairinne wesende
item dat elckvan den voirs. heren den tyt voirs. duerende halden ende gebruycken sal
die steden, sloten, huysen, vestenissen, landen ende heerlicheiden die zy inhebben,
dairvan zy nu ter tyt gebruycken, te weten die keyserlyke maiesteyt ende eertshertoge Kaerle van der stat, scependom ende richterampt van Arnhem, van der stat
ende lant van Wachtendonc, van der stat, slote, lant ende ampte van Montfoirt, zoe
wilneer coninc Philips die gebruyct heeft, nae den tractaet van Rosendael oick die
stat Stralen met horen toebehoren; ende heer Kaerle van Gelre sal behalden dat
drossaetampt van Stralen, uuytgesceyden dat die drossaet in der stat Stralen geen
iurisdictie en sal hebben, etc.;
item ende dat heer Kaerle voirs. sal behalden tganse lant van Kessel ende stellen
dair zyn ampluyden, uuytgesceyden thuys ende heerlicheyt van Geysteren metten
renten ende gueden dairtoe behorende, dwelc blyven sal aen den eertshertoge
voirs. ende al durende den tyt des bestantz; ende dat men durende den bestande
ter eenre noch ter andere zyden geen nyewe stercten oft vestenissen maken en
zall; /
item dat die baenreheren, edele, leenmannen ende andere ondersaten van den
lande van Gelre ende greefscap van Zuytphen, haldende die zyde ende partye
der keyserlyke maiesteyt ende des eertshertogen, oic houden ende gebruycken
zullen hoir huysen, sloten ende vestenissen zy nu inhebben, metgaders die renten
dairtoe behorende zoe zy die nu besitten, ende oic hoir andere gueden diese dair
hebben, etc.;
item dat die ioncker van Bathenborch durende dit bestant gebruycken sal die stat,
slote ende heerlicheit van Bathenborch metten renten dairtoe behorende zoese nu
zyn, beheltelyc dat hy daer geen nyewe stercten maken en sal, ende van zynen anderen gueden, die keyserlyke maiesteyt ende die eertshertoge zullen hem dairvoir
329
1513-1514
fol. 378r
fol. 378v
versien van een redelycke provisie; oick dat hy tegens heer Kaerle van Gelre oft
zynen lande durende dit bestant nyet en zal doen, opte verboren die stat ende
heerlicheyt van Bathenborch, ende dat hem tegens bestant te doen geen bystant
gedaen en zal werden, etc.;
item dat heer Kaerle voirs. weder aenvangen zall alle die andere sloten, vestenissen, plattelanden van den geheelen hertoichdom van Gelre ende greefscap van
Zuytphen, uuytgenomen die vorn. porcelen;
item dat die baenreheren, edele ende onderseten slantz van Gelre haldende die
zyde des voirs. heren Kaerls van Gelre, insgelycx zullen behalden / ende gebruycken allen die huysen, hoven, sloten ende vestenissen diese nu tertyt inhebben,
metgaders die renthen ende gueden dairtoe behoerende, etc.;
item dat alle die ondersaten van beyden zyden, zoewael die bourgeren ende ingesetenen van Arnhem als andere, haldende die zyde der keyserlyke maiesteyt ende
des eertshertogen, ende insgelycx die halden die zyde heren Kaerls van Gelre, zullen terstont comen tot hueren gueden wair die gelegen zyn ende die aenverden
zoese die vinden, ende dan heer Kaerle die nyet anders en sal belasten noch tracteren dan andere, ne¡ens hen geguedt, etc.; insgelycx zullen heer Kaerls onderseten tracteert werden in de gueden diese hebben onder den eertshertoge;
item oft duerende den oirloge ennige renten oft gueden van der eenre oft der andere zyden by contumacien oft anderssins afgewonnen waren, zulckenen afwynninge zullen tenyet zyn;
item dat by desen bestande sal abolicie generael gedaen werden van al des duerende die veede gesciet mach wesen met woerden, wercken oft anderssins;
item en zullen die fursten te beyden zyden nyet gestaden dat ennige vyanden der
eenre furst lyden doer die steden ende landen des anderen om hem te bescadigen;
item oft duerende dit bestande ennige overgrepen gescyeden, zoe en salt dairmede nyet gebroken wesen, mar die van den fursten des gedaen hedde, sal zulcx
richten bynnen eenre maent nae den versueck / ende oft aen de richtinge twyvoldich verstant vyel oft gebreck, dat sal staen ter cleringe ende richtinge der conservatoren van desen bestande hiernae bescreven, welcke conservatoren gehouden
zullen zyn dairaf bynnen den naesten drie maenden hoir uuytspraeck te doen;
item ende in desen bestande zyn begrepen vanwegen der keyserlyke maiesteyt
ende des eertshertogen die eertsbisscop van Coelen, die bisscop van Vtrecht, die
hertogen van Saxe, van Cleue, van Guylich ende Bruynswyc metten horen landen
ende onderseten indien zy hen dairaf vercleren bynnen II maenden nae der publicatie;
oeck zullen dairinne begrepen wesen die greven van Egmond ende van Bueren,
ende huer kynderen, die greve van Den Berge, die heren van Yselsteyn, Batenborch, Buchouen, Ott Schenc, Cornelis Pyeck, etc.;
insgelycx vanwegen heren Kaerls van Gelre zullen hierin begrepen wesen die hertoge van Lothryc, die heer van Montfoirt, die stat vanVtrecht, etc.;
item die conservatoers van desen bestande, te weten vanwegen der keyserlyke
maiesteyt ende des eertshertogen die eertsbisscop van Coelen, ende vanwegen heren Kaerls van Gelre die hertoge van Beyeren, domdeken tot Coelen;
330
1513-1514
fol. 379r
Dit bestant heeft heer Kaerle van Gelre bezworen corts dairnae
item tot zekerheit des bestantz zoe zullen /die fursten gehouden zyn tselve bestant te
accepteren, rati¢ceren ende bynnen eenre maent nae der publicacien zullen zweren
ende geloven in furstelycken woerden op die heilige evangelien tselve bestant onverbrekelic tonderhaldene, doen ende laten onderhaldene, ende zy bynnen eenrer
maent hiervan zullen geven hoir bezegelde brieven, ende dat die eertshertoge voirs.
gehuldt wesende tselver bestant zal accepteren ende rati¢ceren; ende oic tot vasticheit des bestantz zullen die bourgermeesteren, scepenen ende raet der steden van
Nymegen, Rueremunde, Zuytphen,Venle, Tyel, Boemel ende Gelre voir hen ende
voir die gemeyn bourgeren oick gehalden zyn den principalen brie¡ des heren van
Gelre met hem te bezegelen; ende insgelycx zullen bezegelt werden vanwegen der
keyserlyke maiesteyt ende des eertshertoge gelycke brieve by den steden van Brabant
ende Hollant, te wetene Loeuen, Bruessel, Antwerpen, sHertogenbosch, Dordrecht, Leyden, Haerlem, Delft, Amsterdam ende Der Goude ende oic by der stat
Mechelen; prout in litteris incipientibus: `Margriet, geboren eertshertoginne van
Oistryc'etc. et comprehensis folio.1
Uuytroepinge des bestantz tusschen desen landen ende den Geldersschen
Ende tvoirs. bestant wairt hier bynnen deser stat voir den raitshuze ter poyen a¡
gepubliceert in den voirs. iair XIII den IXen dach in augusto, dynsdach opten
slach van thien uren. /
fol. 379v
Dat die EngelscheTerwarnen belagen
Oeck in den voirs. iair XIII soe is opgestanden ende verresen een groete, zwair
oirloigh tusschen den coninc van Vrancryck ende zynen landen ter eenre ende
den ionghen coninc Henric van Engelant ter andere zyden. Ende is geboirt in denselven iair omtrent Sint-Iansmisse te midsoemer zyn overcomen die coninc van
Engelant in persoen met wel CM mannen, soe men seeghden, ende maecten hoir
belech voir die stat van Terwanen.
Hoe die keyser by den coninc van Engelant quam
Ende dairvoir liggende quam die voirs. keyser Maximiliaen neder ende nam zynen leger tot Sint-Oedemaers ende dairomtrent ende reysden aen ende a¡ by den
coninc van Engelant. Ende aldus liggende voirTerwanen quamen als des anderen
daigz Assumptionis Marie die Fransoysen met groter macht omtrent Terwanen
omme den leger op te locken endeTerwanen te provanden ende te spysen. Die keyser vernemende die Fransoysen heeft hem gesterct uuyten voirs. leger met een zeker getal van edelen ende zyn ten gemuyt getogen den Fransoysen, dairaf datse
nedertoegen wel IIIM mannen ende vingen vele groete eedelen van den Fransoysen, alsoe dat Terwanen onprovant bleef.
1
Hierna ontbreekt het folionummer; deze oorkonde staat niet in het cartularium.
331
1513-1514
Dat Terwanen wairt opgegeven
fol. 380
r
Ende dairnae coirts den XXIIen dach augusti / in denzelven iair XIII maendach
zoe heeft die stat van Terwanen hair opgegeven ende opgegeven hebbende dede
die voirs. coninc van Engelant die in poirten, mueren, huysen ende tymmeringen
geheelic mineeren, slecht maken ende omwarpen.
Dat Doernick belegen wairt ende gewonnen
Dair terstont nae in denselven iair XIII den thiensten dach septembris vertoegen
die voirs. keyser ende coninc van Engelant van Terwanen ende maecten belech
voir die stat van Doernic, dairse in groeter macht voir laigen totten XXIIen dach
septembris, ende ten zelven dage gaven die van Doernic hen in handen des keysers ende conincx voirs. ende bynnen Doernic worden geleegt vele Engelsche, die
de stat bewaerden in behoe¡ des conincx.
Hoe die heren in Den Hage screven aen den tolneer tot Yersickeroirt
aengaende der vryheit deser stat
fol. 380v
Oeck in den voirs. iair XIII den XVIen dach novembris, naedien dese stat hair aen
de heren van der Rekeninge in Den Hage beclaigt hadde van vele ongelycx dat den
poirteren deser stat geboirden van den tolleners van Hollant, Zeelant endeVrieslant ende besunder voir den tol vanYersickeroirt boven die vryheit van den tollen
die dese stat aldair / heeft, soe screven die voirs. heren van der Rekeninge in Den
Hage aen ClaessenVyerlinc, gecommitteert ten ontfange van den tol van Zeelant
opte wachte van Yersickeroirt, versueckende dat hy die van Den Bossche zoude
laten in sulcker vryheit als zy tot desen dage toe geweest hedden sonder hen vorder te traveleren, ende indien hy ter contrarien van dien yet gedaen hedde, tselve
soude repareren ende indien oec hy die previlegien dier van Den Bosch nyet wel
en verstondt, zy hedden dairaf gecommuniceert met Iannen van den Bosch, zynen meester, die soude hem al tverstant van dien wel vercleren, etc.; prout in litteris incipientibus: `Die luyde van der Rekeninge in Den Hage'etc. et comprehensis
folio CCCC LXVI.
Dat men den toll in den lande van Gelre begonst op te scryven
fol. 381r
Oeck in den voirs. iair XIII omtrent den XXen dach septembris, naedien heer
Kaerle van Gelre peys cregen hadde met desen landen ende een bestant, gelyc voir
geruert staet, den lesten dach iulii lestleden gemaect was, soe heeft dieselver heer
Kaerle daerenboven dese stat ende hair bourgeren gaen travelieren ende heeft gedaen bevele alomme zynen tolleners, datse die poirteren deser stat sonder toll /te
geven nyet en souden laten passeren ende dat alsoe wat staende nae vervolch by
deser stat gedaen, waert geordineert dat die tolleneren zouden opscryven zulckenen gueden als die poirteren deser stat voirby die tollen brengen zouden ter tyt toe
dat die saken van deser stat vryheit met recht oft gevoege oft anderssins uuytgedragen zoude wesen, onder vorwarde oft men bevonde alsoe dat dese stat geen
vryheit opte tollen voirs. en hedde, dat alsdan die stat voirs. van al des opgescreven
332
1514-1515
sal wesen den voirs. tolleners horen tol dairaf sal refunderen, welke opscryven
duerden tot omtrent Alreheiligemisse dairnae in denselven iair XIII.
Van deser tyt mosten die poirters deser stat tol in den lande van Gelre
geven
fol. 381v
fol. 382r
fol. 382v
Ende nae dier tyt en wouden die tolleners in den lande van Gelre geseten nyet
meer ennige opscryven doen, mar die poirters deser stat voirby hoir tollen passerende, mosten toll geven.
Opten naestvolgende dach van Sinte-Remeyss des avonts tevorens in den iair
XIIII gingen a¡ die voirs. sess mannen, totter policien deser stat gecoren in den
iair el¡ lestleden, / ende den XVIen dach augusti in denselven iair XIIII worden
gecoren andere zess mannen als hiernae blyct.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XIIIIto : Raso Raessen, doctor in medicinis, Iohannes ¢lius Godefridi de Hedel, Matheus Kuyst, Petrus die Borchgreue,
Nycolaus Spierinc, Iohannes de Gunterslaer, Petrus Toelinc.
Burgimagistri seu receptores: Egidius de OsWillemss., Franciscus de Elmpt Martenss., nomine et absque onere et regimine. /
In den voirs. iair XIIII den XVIen dach augusti soe hebben die scepenen, gesworen, raitsluyden ende dekenen van den ambachten deser stat gecoren sess nyewe
goede mannen totter policien derselver stat, by namen Dirck Scoercop, Dirckvan
Creyelt, Reyner Ians Daemss., Bruysten Wellen Arts., Arnt Monic, lakencoper,
Hermanen Keteler, denwelcken sess mannen die voirs. scepenen, gezworen, raitsluyde ende dekenen van den ambachten deser stat, representerende die drie leden derzelver stat ende in dien name, gegeven hebben gelycke macht als gehadt
hebben die sess mannen die in den iair XI lestleden totter policien deser stat ordineert waren, ingaende op Bamisse anno XIIII ende duerende drie iaren naestvolgende sonder myddele.
In den voirs. iair XIIII in de heilige daige van Paeschen soe reysden heer Kaerle
van Gelre met Voft VI perden stillic nae den coninc vanVrancryc ende quam weder int lant in denselven iair des woensdaigz nae den sondach Misericordia.1 /
Oeck in den voirs. iair XIIII terstont nae den hoichtyde van Paeschen soe begonsten die bouwmeesters deser stat, by namen Geerlaec die Roeuer, meester Henric
Pelgrum Dircxsoen, Dirck van Hedel, Tyelman van den Broec, opt Hynthamereyndt aen te leggen een muere, streckende van der uuyterster Hynthamerpoirten
doer den Muntel, dwerss tot deser statmuer die dair streckt after dieTolbrugge, die
opgemaect was omtrent Bamisse in denzelven iair.
In den voirs. iair XIIII omtrent den hoichtyde van Sinte-Seruaes soe reysden nae
Vngarien die voirs.2, suster van den voirs. eertshertoge Kaerle, die desponseert
was des zoen des conincx vanVngarien.
1
2
Namelijk 3 mei 1514.
Hierna is plaats opengelaten voor de eigennaam, bedoeld wordt Maria van Hongarije.
333
1514-1515
Dairnae in denselven iair omtrent den hoichtyde van Pinxten wairt tot Mechelen
vanwegen des conincx soen van Deenmarcken beslapen die voirs.Ysabela, suster
van den eertshertoge voirs. /
fol. 383r
Peys tusschen den keyser ende den coningen van Vrancryc ende Engelant
Oeck in den voirs. iair XIIII omtrent Sint-Iansmisse te midzoemer soe wairt tracteert ende gemaect pays tusschen die voirs. heren den keyser Maximiliaen, den
coninc vanVrancryc ende den coninc van Engelant.
Dat die hertoge van Bruynswyc doot bleef
Dairnae in denselven iair XIIII omtrent Sint-Iacopsmisse wairt hertoge Henric
der Altste van Bruynswyc dootgescoten in Vrieslant voir een slot, genoemt Den
Oirt, dair hy comen was ten dienste den hertoge van Zassen, die voir die stat van
Gruyningen zyn belech had.
Dat Den Dam wert gewonnen
Ende dairnae omtrent den hoichtyde van Onser-Liever-Vrouwen-Hemelvartsdach
wan die voirs. hertoge van Zassen een stat, geheiten Den Damme, dairinne vele
volcx doot bleef.
Die dochter van Engelant creech ten huwelic den coninc van Vrancryc
Daernae in denselven iair XIIII omtrent Bamisse seynden over inVranckryc den
voirs. coninc Lodewycke vanVranckryc thuys die voirs. coninc van Engelant zyn
suster, die hy hem ten huwelic ga¡ ende die tevoerens wass desponseert den voirs.
eertshertoge Kaerle.
Dat coninc Lodewyc vanVrancryc ster¡
fol. 383
v
Die voirs. coninc Lodewyc / vanVrancryc en leefden by hair nyet langhe, want hy
ster¡ opten iairsavont dairnae.
Dat die Dolphin inVrancryc gecroent wairt
Ende als coninc Lodewyc vanVrancryck doot was, terstont dairnae waert coninc
gecroent die Dolphyn, by name Franciscus, die hertoge van Valoys ende van Engolemme, die ten wive hadde des voirs. conincx Lodewycs dochter, geheiten
vrouw Glaude, die oic gedesponseert had geweest den voirs. eertshertoge Kaerle
ende dat afgeslagen ende annichileert waert in den iair VI lestleden, als die voirs.
coninc Philips van Castilien zyn leste reyse doen zoude te water nae Spaengien,
dairaf hy ster¡.
334
1514-1515
Van den raet deser stat te houden
Oeck in den voirs. iair XIIII den XXIIen dach augusti soe zyn by den drien leden
deser stat ordineert ende overdragen zekere ordinancien aengaende hoe ende tot
wat uren men den raet deser stat houden sal ende hoe men die rekeningen van der
stat gueden doen zal, etc.; prout in acta incipiente: `Op huyden dynsdach' etc. et
comprehensa folioVIC V. /
teser tyt waert gehuldt die voirs. kaerle, wesende prince van spaengien, eertshertoge van oistriick, hertoge,
etc.
fol. 384r
Dat hertoge Kaerle, zoen van coninck Philips van Castilien, etc.
waert gehuldt
Dairnae in denselven iair XIIII den XXIIIen dach in ianuario des diinsdaigz voir
den hoichtyde der bekeringhe Sinte-Pouwels soe waert die doerluchtige hoichgeboren vermoigende furste voirs., Kaerle, prince van Spaengien, eertshertoge van
Oistenryc, hertoge van Bourgoingien, van Brabant, etc. zoen van wylen coninc
Philips van Castilien, zoen van den Roemschen keyser Maximiliaen, tot Loeuen
ontfangen ende gehuldt voir hertoge van Brabant.
ten tyde van den voirs. hertoge kaerle, wesende nu 1
Dat hertoge Kaerle consenteert wairt III iaer lanc alle iair CLM
Rynsgulden
fol. 384v
In den2 denselven hertoge Kaerle tot synre incoempsten wairden / alsdoen voir
een bede accordeert van den drien Staiten slantz van Brabant tot drie iaren alle
iair hondert ende vyftichduysent Rynsgulden, tstuck tot XX stuvers, van halve
iair tot halven iair te boren, verschynende den iersten termyne Sint-Iansmisse te
midzoemer int iair M CCCCC XV.
Dat heer Herman, greve vanWeda, waert gecoren bisscop tot Coelen
In den voirs. iair XIIII den XIIIIen dach in merte des woensdachs nae den sondach Oculi soe wairt heer Herman, greve van Weda, wesende canonic in den
domme tot Coelen ende brueder van den greve van Moerss, gecoren bisscop tot
Coelen.
1
2
Deze kop is onvolledig en staat bovenaan fol. 384v, het laatste blad dat door Peter van Os
geschreven werd.
Aldus hs., hierna verwacht men een datum.
335
1515-1516
Van den pays gemaect tussen den coninc vanVrancryc ende onsen genedigen heer ende van den huwelic desselfs ons genedichs heren
fol. 385r
Daernae in den aprille den XIXen dach, nae Paeschen, in den iair M / CCCCC1
XV des donredaigz nae den sondach als men singt in der kercken voir den introit
van der missen Quasi Modo, dede die voirs. hertoge Kaerle met zynre genaden
beslotenen brieven deser stadt sHertogenbosch verkundigen ende voirts openbaerlic publiceren den pays, gemaect tussen den voirs. nyewen coninc vanVrancryc zynen landen ende onsen voirs. genedigen heer ende zynen landen, ende den
huwelic tracteert ende gesloten tusschen denzelven onsen genedigen heer ende
vrouwe Reynata, dochter van wylen coninc Lodewyc van Vrancryck, oudt wesende omtrent acht iaren, bevelende ende begerende onse genedige heer voirs.
processie te begaen, Gode almechtich te dancken ende te bidden om stedicheyt
des pays ende voirts blyscap te maken met woerscappen ende vieren te stoocken.
Van der processie begaen om des getracteerden pays wille ende huwelix voirs.
fol. 385v
fol. 386r
Des sondaigs daernae soe heeft men bynnen deser stad begaen een costelycke
processie, daerinne omgedragen wierden die reliquien die men gewoentlyc is in
de groote processie van Sint-Iansmisse omme te draghen. Ende in derselver processien ginge in staite die heren scoutheten ende scepenen ende gesworen, secretarysen, die goede mannen van der bruedersscappen Onser Liever Vrouwen ende
die goede mannen van den scutteryen ende voirts die goede mannen van den ambachten, elck int zyne statelic ende in allen dien manieren als wordt gedaen in der
processien van Sint-Iansmisse, uuytgesceiden dat men nyet om en droech het
beeld van Onser Liever Vrouwen, noch het beeld van / Sint-Ian evangelist, onsen
patroene. Ende des avontz desselfs sondaigz vergaderden sich die naburen van
den straiten bynnen deser stadt ende hielden tsamen woerscappen, sommige bynnen huyss ende sommige opter straten. Ende omtrent der negendalver uren soe
waert opter marct voer den raethuse ontsteecken een groete viere aldaer van hout
ende pecktonnen op malcanderen opgestapelt. Ende voirt ter uren voirs. woirden
ontsteecken in allen straten vele pecktonnen op hoige stillagien op malcanderen
gestelt.
Nae der voirs. huldinge hertoge Kaerls voirs. geschiet tot Loeuen als voirscreven
is in den voirs. iaer van XIIII den XXIIIIen dach in de maent van ianuario, waert
dieselver hertoge Kaerle corts daernae gehuldt tot Bruessel, daernae tot Mechelen ende daernae tot Antwerpen, daernae tot Ghent ende daernae tot Brugge.
Ende daernae als nae Paeschen daernaest volgende in den iaer M VC ende XV
vertoech diezelve doerluchtige hoichgeboren vermoigende furst Kaerle nae Middelborch in Zeelant, daer hy waert gehuldt ende vandaer vertoech hy voirt in Hollant, daer hy in deen stat voer ende in dander nae waert gehuld, alsoe dat hy daer/
sekeren tyt verthuefden totdat Ysabeel, syn suster die den coninc van Deenmarcken was desponseert, als omtrent den hoichtyde van der geboertten Sint-Ians Baptisten aldair quam. Ende aldair gecomen wesende, reysden die voirs. hertoge
1
Hier begint de tweede scriptor van de kroniek.
336
1515-1516
fol. 386v
fol. 387r
Kaerle mett synre voirs. suster ende metten ambassaten des voirs. coninx van
Deenmarcken die een wyle tytz daer hadden geweest, nae Rotterdamme daer dieselve hertoghe Kaerle ende vrouwe Margriet, syn moye, oic daer wesende, als den
XIen dach in iulio woensdach in den voirs. iaer XV scyede vanYsabelen voirs., die
metten voirs. ambassaiten des coninx van Deenmarcken vandaer reysden nae
Der Veer ende voirts die zee inne nae Deenmarcken.
Ende hertoge Kaerle voirs. reysden vandaer nae der stat van sHertogenbosch, logerende des donredaigs savonts den XIIen dach in iulio in denselven iaer tot Huesden als in den iaer XV. Ende des vrydaigz daernae als den XIIIen dach in iulio
vertoech dieselver hertoge Kaerle van Huesden nae noen omtrent ter vierder uren
ende quam bynnen deser stat van sHertogenbosch des avonts omtrent ter achster
uren, daer hy hoechelic waert ontfangen.Want hem reeden tegemuytt die hoichscouthet, die leechscouthet ende een seker getal van bourgeren. Oeckopten selven
dach ende tenselven tyde gingen hem tegemuette statelic, paer ende paer, in den
iersten voirgaende die begynen, dragende elc enen lynen / witten doeck op hair
hoofden. Daernae volchden paer ende paer die cruysbrueders, daernae die mynrebrueders, daernae die predicaren, daernae die brueders des convents van der
Hemelscher Poirten gelegen aen de Baseldonck. Daernae volchden die bene¢ciaten ende canonicken metten dekene der kercken collegiaet Sint-Ians evangelist
bynnen der voirs.,1 dragende die dekene onder een blaeuwe cleet die monstrancie
daerinne den doeren staet, ende elckvan den bene¢ciaten ende canonicken droegen een bernende wessen kersse van enen pont oft daeromtrent. Daernae volgende paer ende paer die cloevenyers, daernae die handboechscutters, daernae
die ionghe scutters, daernae die alde scutten, daernae die dekenen van den ambachten, daernae die secretarissen, daernae die raetsheren, daernae die gesworen
ende daernae die scepenen deser stat, dragende elck een bernende tortse van VI
oft VII stuvers. Ende alsoe comende voir der Pickepoirten waert die voirs. hertoge
Kaerle aldaer by meester Claessen Kuyst als outste secretaris willecoem geheiten
ende die sloetelen deser stat waerden hem gepresenteert ende dat gedaen reet hy
voirts in deser stat ende waert alsoe geleyt in der herbergen. Ende in den incomen
van den voirs. prince eertshertoge Kaerle stonden bernende opte vloegelen ende
uuythoecken van der Pickepoirten ende opte thoerens aldaer ende oick boven op
sHeilichz-Cruyspoirt vele pecktonnen ende boven uuyter voirs. Pickepoirten voir
den voirs. incomen / ende oic nae den incomen waerden gescoten vele haecbussen, dobbel ende enckel, ende oick meerder gescutt. In denselven incomen waren
van der voirs. Pickepoirten herwarts dieVuchterstraet ende voirt die Sadelerstraet
voirby den raethuyse totter Colperstraten, dieselver Colperstraet ende voirts in de
Verwerstraet ende voirts uuyterVerwerstraten nae den straetken loepende nae der
Loefsbruggen ende voirts die straete over die Loefsbrugge totter Lombaertscher
Bruggen toe ende voirt totten huyse van Bergen, daer dieselve hertoge logeerden,
dieselver straten ende oick die zydelstraten daerbynnen liggende, behangen ende
verchyert met meyen ende oick tot sommigen plaetsen met tapisceryen. Oick in
den incomen voirs. opten hoeck van Arnt-Berwoutsstraet op een stillagie aldaer
stonden int harnasch properlic gestelt XVII mannen, presenterende die XVII
1
Aldus hs., hierna ontbreekt stat.
337
1515-1516
fol. 387v
fol. 388r
fol. 388v
lantsheren elck met zyne wapene ¢gureert. Opten hoeckvan Sint-Iorysstraet oeck
op een stillagie aldaer stont ¢gureert Iudith by Olyfernes, etc. /
Oeck in denselven incomen opten hoecke die heyt Aen Onser Liever Vrouwen
Poirt tegensover Houtappels huys op een stillagie aldaer waert verthoent die ¢guer van den keyser, die de scerpe iusticie dede over synen soen. Item des sondaigs nae den voirscreven incomen, wesende den XVen dach in iulio int iaer XVC
XV, opten slach van XII uren te middage waert die voirs. hertoge Kaerle bynnen
deser stad gehuldt voir den raethuyse op een stillagie aldaer gemaect, omhangen
met gruynen lakenen. Dairby waren vrouwe Margriet, syn moye, die heer van
Chyeuers, die heer van Roess, die heer van Rauesteyn, die ionghe palsgreve ende
vele meer heren, daer meester Raess Raess. alsdoen voir scepenen deser stat hem
den eedt staefden ende meester Philips Hanneton, audiencier, staefden der gemeynten den eedt. In der voirs. huldinge waert van der stillaigien voirs. gelt gesayt
ende geworpen onder tgemeyn volck tot omtrent XL gulden, soe geseegt waert.
Ende terstont mede als die huldinge was gedaen, waerden aldaer gescenct den
voirscreven hertoge Kaerle twee silveren stoopen ende een / silveren cop met
enen decsel, tsamen gecoft voir VIC Rynsgulden min X gulden. Noch wairt hem
gescenct twee voeder wynss. Ende des anderendaigs, wesende maendach den
XVIen dach iulii ter tweester uren nae middach, vertoech die voirs. hertoge Kaerle
uuyt deser stat nae Breda opte brulocht greve Henrix van Nassouwe, die doen
trouwden die suster van den prince van Araingien, ende daer duerende twee daigen vertoech hertoge Kaerle voirt nae Loeuen, want tot Bruessel zeer ster¡.1
Ende daer blivende omtrent VIII dagen toech hy vandaer voirt nae Henegouwe.
Den XXIen dach in augusto in den voirs. iaer XVC XV quamen die scepenen van
Vyanen bynnen der stat van sHertoigenbossche, aen de scepenen derselver stat
brengende een hoeftvaert van enen process voir hen bedingt, dwelcke alleen inhielt die aenspraeck, het verantwoirden ende dinliggen van II oft III scepenenbrieven sonder ennige getugenisse, daira¡ die scepenen deser stat hen hoir
vonnisse beslooten medegaven.
Int eynde van der voirs. maent van augusto in den voirscr. iaer van XV in den generael capittele der bruederen van den predicaren oirdene, gehouden ende gecelebreert tot Napels ter instancien hertoge Kaerls voirs., soe heeft paeus Leo
geordineert van der voirs. oirdene een provincie in desen Nederlanden, die genoempt soude wesen die / provincie Germanie Inferioris, dairaf tconvent van
den predicaren oirdene van Coelen soude wesen gesceyden.
Tot Sinte-Remeysmisse int iaer XVC vyftien waren scepenen deser stat: Ian van
Vladeracken, Goessen van Brecht, Lambert Millinc, Corstiaen Coenen, Ian van
Erpe anders Berse, Henric Dachuerlyes, Gerart van der Zantvoert.
Rentmeesteren sonder ontfanck: Ian Bolcx, Henric van Aerle.
In sterckenisse der vryheit des tols van Hollant ende Zeelant voir dese stat is dyenende een consultacie van meesteren van recht in desen scepenstoel gesolliciteert, begrepen opten bladeVIC XXXVIII.
1
Zeer sterven: het heersen van een pestepidemie.
338
1515-1516
Aengaet Iannen van Erpe, dat hy scepenen was geset ende dat hy geen
geboren poirter en wass, zoe ennige wouden sustineren
fol. 389r
Den XIXen dach octobris in den voirs. iaer van XV naedien scepenen, gesworen,
raitsluden ende dekenen van den ambachten, representerende die drie leden deser
stad, staidzgewyse versament wesende, tsamentlic spraeck hadden gehouden
aengaende den scependomme Ians van Erpe voirs., die scepenen was geset ende,
zoe die fame ginck, geen geboren poirter en weer, dwelc weer contrarie den previlegien deser stat, besunder enen previlegie gegeven by hertoge Wencelyn ende
vrouwe Iohanna in den iaer M CCC LXXXIII, inhoudende onder meer dat nyemand voirtaen scepen zyn en sal, noch oic dekenen van ennigen ambachte, hy en
zy geboren poirter deser stat, soe hebben dieselver drie leeden hen aldaer eendrechtelic vercleert datse bleven by de previlegien deser goeder stadt verleent
ende weren allen van ganser meyningen die te onderhouden zoeverre in hen weer,
ende hebben voirts die voirs. drie leeden aldaer eendrechtelic gesloten ende overdragen dat men die commissarysen die desen Bamisse lestleden bevelen hebben
gehadt die scepenen te stellen, voirhouden sal ende verhalen die voirs. previlegien
ende diezelver commissarysen alsoe guetelic onderwysen datse den voirs. Iannen
van Erpe van zynen scependomme willen verlaten ende hem zyns eedts verdragen ende / enen anderen geboren poirter in zyn plaetze stellen, zoeverre hy nyet
en conste bygebrengen dat hy geboren poirter is ende oft dan des alsoe nyet en becoempt ende dat die commissarysen des nyet en doen, dat men alsdan in conservacien der previlegien deser stat ten costen derselver des overdwerss zal vervolgen
daer ende zoedat sal behoren, zoeverre dat ummers tvoirs. previlegie in dien ongemeirct blyve ende dat van gelycke nyet meer en werde gevordert.
Een overdrach dat men ten costen deser stat die previlegien sal doen
onderhouden ende daertegens doende zal stra¡en
Ende hebben noch die voirs. drie leden overdragen oft voirtaen alsoe geboerden
dat yemand, wye hy weer, worve, impetreerden, haelden oft dede halen ennige
mandamenten oft andere geestlycke geboden diewelcke gedroegen tegens die previlegien deser stat, dat men dengeenen die zulcx worve, impetreerden, haelden oft
dede halen oft ter executien stelden, ten exempel van anderen corrigeren ende
stra¡en zal ende nyet min die ten costen deser stat wederstaen. Ende als tgeen
dat voirs. alsoe waert gedaen, overdragen ende gesloten, daer waren by, aen ende
over: Ian van Vladeracken, Goessen van Brecht, Lambert Millinc, Corstiaen
Coenen, scepenen; meester Raess Raessen, Matheeus Kuyst, Peter die Borchgreue, Ian van Gunterslaer, gesworen; Henric Kuyst, Lucas van Erpe, Yewaen
Kuyst, Arnt Monix,Wouter van Vucht, Arnt Beys, Lambert Bogart, Franss Toelinc, Arnt Paeuweter, Ian Monix, scouthet van Pedelant, Ian van Erpe, kercmeester, Goessen van den Broeck, Ian Geck, Philips Sanders, Gerart vanWyc, Henric
Kuyst Geritss., meester Dirc die Borchgreue, raitsluden; Ian Scalckensmit, Wouter die Mesmaker, Zebert die Becker, Emond die Becker, Ian Ackerman, Peter
Engberts, Henric Osman, Willem Otten, Zebert Ygrams, Peter Screynmaker,
Dirck van den Stadeacker, Laureyns van Reeck, Arnt Noyens, Peter die Nastel-
339
1516-1517
meker,Willem Gysbertss. aen den Put, Iacob van Bladel, Ian Florys, Lenart van
Ge¡en ende meer andere, dekenen.
Den XIIIIen novembris in den voirs. iaer waert met twe vrouwen betuygt den
voirs. Iannen van Erpe bynnen deser stat over der fointen corsten gedaen te wesen; als blyct in eenre certi¢cacien begrepen opten bladeVIC XLIII. /
fol. 389v
Dat hertoge Kaerle, zoen van coninck Philips, hem noempden coninc, scryvende in allen brieven ende mandamenten
Ten tyde van den voirscreven scepenstoel in den merte den XIIIen ende XIIIIen
daigen soe waert by den voirs. doerluchtigen furst hertoge Kaerle tot Bruessel in
der kercken van Sinter-Goedele gecelebreert die uuytfaert van coninc Fernande,
coninc van Spaengien, hoiger memorien als des donredaigz ende vrydaigz voir
Palmsondach int voirs. iair van vyfthien ende in der voirs. celebracien waert gegeven die croenen van den conincrycken van Argon, van Aluerne, van Naples,
van Garnaten, etc. ende diezelver hertoge Kaerle van doen voirt scree¡ hem coninc van den conincrycken voirs.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XVIto scabini: Iordanus de Boert, Martinus de Campen, Iohannes Monix, FranciscusToelinc, Euerardus de Doerne, Nycolaus de Buchouen, Aelbertus de Maren.
Consent dat die geestelicheit in Brabant mach copen losrenten, mar en mogen
nyet gecrigen ter quytingen oft sonder quiite eygen goeden, leengoede, emphioteke gueden oft chynsgulden,1 niet min moigen zy copen losrenten oft chynsen die
te quyten staen, maer nyet hoiger dan den penninc XX; blyct opten blade VIC
LXIIII.
Dat die geestelicheit most geven drie iairrenten van horen vercregen
gueden
In den voirs. iaer XVI in iunio waren uuyten hove committeert meester Lenart
Coutreau, heer Ian van Baecx, leechscouthet, ende Victor van der Moelen als
rentmeester, mits zekere commissien aengaende de geestelicheit ende allen goidshuysen, kercken ende gasthuysen die taxeert wairden hier datse mosten geven van
haren renten ende gueden by hen vercregen syndert der a£ivicheit hertoge Kaerls
van Bourgoingien drie iaer renten; hiera¡ blyct opten bladeVIC XLIIII et ultra2.
Aengaet hier der geestelicheit
fol. 390r
In iunio voirs. worden hier uuyten voirs. hove gesonden zekere commissarysen by
namen meester Anthonys Hentkens Hoet ende meester Lenart voirs. omme informacie te nemen van ende opte abusen die hier die geestelicheit gebruycten in
achterdeel der assynsen van byer ende wyn ende dat men bevandt datse op een
iaer hadden gesleten hondert voeder wyns. /
In de maent van iunio quamen tot Bruessele een groot getalle van edelen heren
1
2
Aldus hs., lees chynsgueden als in het cartularium fol. 664v.
Vertaling: en verder.
340
1517-1518
ende mannen uuyt Spaengien omme den voirs. horen coninc Kaerle te visiteren
ende te halen.
Dat die hoichscouthet enen tot Lit gehaelt heeft ende doen richten
hier voir den raethuys, want hy mesdadich wass
In den voirs. iaer XVI soe heeft Ian van den Wygart als hoichscouthet deser stat
ende hare meyeryen in den dorpe van Groet-Lit enen genoempt Gysbert Arnts,
ingeseten aldaer, die aldaer een voirvechter was ende dootslagen hadde gedaen
ende ongesoent waeren, gehaelt ende bynnen deser stat gevangen gebracht. Ende
nyettegenstaende dat tcapittel van Sinte-Lambertskerck tot Ludick daerom tre¡elic screven denzelven weder tot Litt te werden gelevert, dede dieselver hoichscouthet den voirs. Ghysberden bynnen deser stat in den voirs. iaer den dorden dach
iulii voir den raethuse metten zwert richten.
Van Alcmeer, van Asperen ende van der blootstortinge aldaer onverboetz gesciet
In den voirs. iaer in iulio quamen die Gelressche met groeter macht onverboetz in
Hollant ende namen inne Alcmeer, dat se spolieerden, ende daernae quamen tot
Aspren, daerse groot ende vele bloetz stoorten, als nae blyct.
In iulio in den iaer voirs. begonsten die bouwmeesters deser stat te leggen die
muere optenVuchterendyc aen de zyde ten Oeteren waert.
Aengaet den taxe van wyn ende byer den capittel ierst toegevuegt
fol. 390v
In den voirs. iaer XVI den XXVIIen dach van iulio naedien die voirs. Kaerle, nu
wesende coninc van Spaengien, eertshertoge van Oistryck, om te beslichten die
gescillen wesende tusschen die stat van sHertogenbosch ter eenre ende die van
den capittele van Sint-Ianskercke in derselver stat, soe is by den voirs. coninck
den voirs. capittele toegevuegt enen iairlixen taxe van wyn ende byer als alle iaer
hondertendetachtentich amen Rynswyns oft voir een aem Rynswyns twee amen
corte, gemeene oft cleyn wynen ende XIIC amen byers sonder assyns daera¡ te
betalen, totten wederseggen van den coninc. Ende bynnen vy¡ oft zess maenden
daernae mits clachten des capittels, / soe heeft die voirs. coninc den tax vermeerdert ende den capittel toegevuegt totten tax voirs. noch twentich amen den tyt van
acht iaren, ingaende den iersten dach april int iaer XVI voir Paesschen; alst blyct
in zekere brieven daera¡ die copie is beginnende opten bladeVIC LX ende begint:
`Alsoe om te beslichten'.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XVIIo scabini in Buscoducis: Iohannes
de Berkel, Geerlacus die Roeuer, Theodericus die Borchgreue ¢lius Theoderici,
Henricus Eyckman, Lambertus Bogart, Rodolphus van den Broeck, Iohannes
de Erpe ¢lius Luce.
341
1517-1518
Van der veemarct
Den XXIIIen dach octobris in den voirs. scepenstoel is by den drien leeden deser
stat statueert dat den yersten thoendach van der veemarct die men bynnen deser
stat pleech te houden des anderendaigz nae Sinte-Seuerynsdach, voirtane sal
wesen des anderendaigz nae Sinte-Crispyns- ende Crispiniaensdach, mar die
vryheit sal ingaen zoe gewoentlic.
Dat Nyporten waert ingenomen
fol. 391r
Den XXVIIIen dach in augusto smorgens int iaer XVC XVI soe waert by enen
capiteyn van Oist-Vrieslant ingenomen Nypoirten, wesende een veste gelegen by
Scoenhouen, daerinne dat hy was IIIC 1 sterck ende zy stichten daer rontsomme
brant. / Die greve van Nassouwe alsdoen capiteyn generael vergaderden volckvan
wapenen, toech denVen dach in septembri in den voirs. iaer XVI voir Nyepoirten,
daer die Hollanders sterck by quamen met een deel buschayers, dwelck syende die
voirs. capiteyn uuyt Oist-Vrieslant die metten Geldersche daer bynnen was, verlyet hy met zynen Geldersschen als op Onser-Liever-Vrouwenavont Nativitas Nyepoirten ende vertoech daeruuyt, achterlatende omtrent XXVII gewapender met
horen perden.
In den voirs. iaer XVI den achsten dach in novembri waert by den voirs. coninc
Kaerle tot Bruessel gecelebreert ende gehouden die feeste van den Gulden Vlyes
ende waert gegeven ende gesonden den coninc van Vrancryc, den coninc van
Hongrien, den coninc van Deenmarcken, dom Fernant, brueder van coninc
Kaerle, den palsgreve, den marcgreve van Brandenborch, den greve van Mansuelt, ambassaduer van den keyser, den greve Felix, den greve van Poursien, neve
van den heer van Chieuers, den greve van Montreuel, den heer van Beueren, den
gouveneur van Bresse, den heer van Montingy, den heer van Sympy, den heer van
Besyn, bailiuwe van Henegouwe.
Men seeghden doen dat onse voirs. genedige heer coninc Kaerle ont¢nck dordene
van den coninck van Vranckryc ende dede zynen eedt ende die voirs. coninc van
Vrancryc ont¢nc doer zyn ambassaiten tGulden Vlyess van den voirs. coninc
Kaerle ende die ambassaiten deden den eedt vanwegen sconinx vanVrancryc.2
Dat die Geldersche weder oirloich aenhie¡en
Den XXIIIIen dach octobris op Sinte-Seuerynsdach in den iaer XVI quam enen
brie¡, aen die van Empel gesonden by Cristoferen, greve tot Moerze, heer tot
Zaerwerden, ende by denzelven getekent tot Boemel, daer hy capiteyn wass, inhoudende datse zouden comen verdingen. /
fol. 391v
Dat Asperen wart ingenomen
Den IXen dach in iulio int iair XVC XVII, naedien die Gelderssche endeVriessche
knechten uuyt ontheyt des heren van Gelre omtrent Sint-Iansdach Baptisten inge1
2
Aldus hs., hierna ontbreekt een substantief als mannen of luden.
In margine dicebatur (vertaling: naar men zei).
342
1518-1519
nomen hadden Alcmeer, daerse vele quaetz deden ende vele dorpen verbranden,
ende naedien datse voirts hadden geweest in den Dordsche Wert, soe zyn zy wesende sterck omtrent VIIM gecomen voir Asperen, datse bestormden, daerse in
den iersten ende anderen storm lyeten doot wael VIC knechten ende in den dorden storm creegen zy die stat ende bedreven daer vele ongenaden over mannen,
wyf ende kynderen, geestelic ende werlic.
Aengaet den capittele
In den iaer XVII die van den capittele, mitz dat horen wyn diese hadden ingeleegt
uuyt wass ende zy egeenen anderen en mochten crigen in te leggen ende zy den
assyns deser stat nyet en wouden beteren oft vorderen, droncken zy van Paesschen
tot Magdalene toe romenyen ende bastarden.
dAfbreken der huysen by heren Daems gasthuys
Den IIIIden dach augusti int iaer XVII soe waerden die huysen by den gasthuys
heren Adams van Myerde afgebroken als van der Hekelen totter zusteren moelen
toe.
Onse genedige heer Kaerle, coninc van Spaengien, vertoech uuyt desen landen
reysende nae Spaengien, ginck te scepe op Onser-Liever-Vrouwendach Nativitas
anno XVII ende quam in Spaengien aent lant XIX decembris.
Dat tcapittel hier cess leeghden ende de leggen
fol. 392r
Den XIXen dach in merte des vrydaigz nae den sondach Letare Iherusalem int
iaer XVC XVII leeghden die heren van den capittele bynnen deser stat cess ende
interdict dat men cesseerden van Goidz dienst overal bynnen deser stat ende dat
om deswille datse overvloedich horen wynen sleten ende droncken ende mede
werlycke personen distribueerden in derogacien ende achterdeel van den assyns
deser stat, die zekere hoir wynen die hen waren comen, hadde doen kelderen ende
hen onthouden datse daera¡ nyet en mochten gebruycken, / welcke interdict stont
tot opten Witten Donredach daernae ende waert alsdoen gescorst op hope van
peyss een maent; alst bliict in zekere brieven des o¤ciaels van Ludic, begrepen
opten bladeleVIC LXII.
Dat die greve van Nassouwe waert gestelt capiteyn van den oirloge blyct opten
bladeVIC XLIX.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XVIIIo scabini in Buscoducis: Raso
Raessen, Petrus die Borchgreue, obiit in suo scabinatu XVta aprilis,VIta post Iudica, Iohannes de Erpe, Nycolaus Spierinc, Iohannes de Gunterslaer, Petrus de
Hynden, Willelmus Pynappel, Godefridus de Middegael, loco Borchgreue defuncti.
Receptores secundum quid: Iohannes de Broegel,Walramus ¢lius Ambrosii de
Hanenberch.
343
1518-1519
Dat tcess afgedaen is
Ende op maendach nae Beloken Paeschen den XIIen dach in aprille omme des
voirs. interdictz wille toegen zekere deser stat gedeputeerde ter eenre ende ennige
van den capittele voirs. ter andere zyden tot Mechelen, daerse gesommeert waren
te comen ende daer dien van den capittele waert ordineert dinterdict af te doen
ende geen meer te leggen ende dat gedaen soudense wedercomen. Ende dan zouden die coninc vercleren van des zy hen hadden mesdragen ende tcess ende dinterdict mosten die voirs. van den capittele tot horen costen a¡doen ende doen
afdoene, hoewael datse daermede enen sekeren tyt vertogen, bynnen welcken zy
evenwael tvoirs. cess ende interdict gescorst hyelen totten XIXen dach toe der
maent van iulio int iaer XVIII, ten welcken dage diezelve van den capittele ierst
openbaerden tcess ende dinterdict afgedaen te wesen. Ende alsdoen lyet dese stat
denselven van den capittele weder volgen horen wynen die by deser stat hen waren
onthouden ende die dese stat hadde doen kelderen; dit blyct opten blade VIC
LXVII.
Den XVIIen dach in meye int iaer XVC XVIII vanwegen des voirs. conincx Kaerle
wairt bynnen deser stat vercundicht dat dieselve coninck Kaerle in Argoingien in
een stat aldair in presencien van den ambassaiten des paeus, des coninx van
Vranckryc, des conincx van Engelant weer ontfangen tot zeven conincrycken.
Weeckmarct tot Waelwyc
In septembri int iaer XVIII, ten versueck deser stat ende dier van Huesden, van
Breda ende van Sinte-Geertrudenberch ende tot horen vervolge te hove, zoe hebben afgecregen die weeckmarct die die van Waelwyck twee iaren hadden gehadt
ende surriptiselic hadden vercrigen. /
fol. 392v
Van den staven des eedts des hoichscouthet
Den XVIen octobris anno XVIII dede ioncher Hubert, bastart van Bergen, zynen1 op thoichscouthetampt deser stat ten staven van meester Raess.
Die doot van Maximiliaen den keyser
Den XIIen dach in ianuario int iaer XVC XVIII ster¡ Maximiliaen, keyser van
Romen, des zyele Got genadich moet wesen.
Dat heer Kaerle van Gelre een wy¡ creech
In den voirscr. iaer XVIII in ianuario quam in den lande van Gelre tot Zuytphen
heren Kaerle van Gelre thuys die dochter des shertogen van Luynenborch.
Die uuytvaert van keyser Maximiliaen
Nae der doot des voirs. keysers Maximiliaens uuyt bevele van den hove waert hier
begaen die uuytvaert desselfs ende dat men daertoe began te luyden statelic alle
1
Aldus hs., lees hierna eed.
344
1520-1521
daige driewerven ende tot elcker reysen een half ure, als smorgens ter sestalver
uren, des middagz ter XIer uren ende des savonts ter sester uren, ende als alsoe
was geluydt XIIII dagen lanck, zoe deed men in den hoigen choir die uuytvairt
daer geset wairt voir den outaer een viercante baer, omhangen van eenen zwarten
cleet ende daeromme IX grote wessen kerssen ende rontomme acht tortysen, ende
elckvan der scutteryen ende dekenen van den ambachten een torse. Daer o¡erden
die hoich ende leechscouthet, scepenen, gesworen, raitsheren, secretarysen ende
die dekenen van den ambachten ende als duytfairt aldus was begaen, zoe luyde
men noch die clocken als voir acht dagen daernae.
Van zekere aliancie gemaect tusschen coninc Kaerle, coninc van Spaengien, ende
byscop Eerart ende lande van Ludic blyct opten bladeVIC LXIX.
fol. 393r
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XIX scabini in Buscoducis: Iohannes de
Vladeracken, Arnoldus Monix, Gerardus de Berkel ¢lius Gerardi, Henricus Pelgrum ¢lius Theoderici, / Iohannes de Erpe alias de Berse,Willelmus de Os, Hermannus de Dauentria.
Den Xen dach in meye in den iaer XIX is gedaen zeker overcomen in der Camer
van Rekeninge in Den Hage met Willemen Goudt, pechter van den tol tot Gorcum:
in den yersten dat nae daet voirs. dese poirteren opte Diese geen gueden vercopen
oft overslaen en sullen;
item dat alle gueden die bynnen deser stat gebracht werden aen den craen oft elders ten minsten XXIIII uren uuyten sceep bynnen Den Bosch zullen hebben gelegen eer men die vreemden luyden sal moigen vercopen, uuytgesceiden portabel
goet, een ton herinx oft wat froytz ende dat elc poirter zyn goet mach verantwoirden by enen scipper, hetzy dat hy poirter is oft nyet oft een man van kennissen oft
geloven; blyct opten bladeVIC LXXXIII.
Dat coninc Kaerle wairt gecoren keyser
Den XXVIIen dach in iunio maendach int iaer XVC XIX waert gecoren keyser
die voirs. Kaerle, coninc van Spaengien, ende daer tevoerens omtrent XIIII daigen worden denselven van den lande van Brabant geconsenteert hondertdusent
gulden bynnen twe doen toecomenden iaren te betalen, ende dat1 hoicheit zyns
staetz ende tot vermeerderingen desselfs.
Dat meester Ian Lombart secretaris wart
Den dorden dach in augusto int iaer XX wairt by den drien leden deser stat gegunnen meester Iannen Lombarts die o¤cie van den secretarisscap bynnen deser
stat.
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo XXo scabini in Buscoducis: Martinus de
Campen, obiit in suo scabinatu VIIa iunii, Henricus Kuyst ¢lius Gerardi, loco
Campen defuncti, qui prestitit iuramentum XVta iunii, Iohannes Monix, Francis-
1
Aldus hs., lees hierna tot.
345
1520-1521
cus Toelinc, Christianus Coenen, Lambertus van den Broeck, Iohannes ¢lius Iohannis Arntzs. deVladeracken, Iohannes de Broegel.
In isto scabinatu XVIta septembris anno XXIo Euerardus de Doerne prestitit iuramentum super o¤cio scultetatus superioris de Buscoducis.1
Consent CLM ende van CM
In octobri den IXen dach anno XX waert den voirs. coninc Kaerle van den lande
van Brabant consenteert hondert ende vyftichduysent gulden drie iaren lanck te
gelden, daira¡ den iersten termyn wass Sint-Iansmisse XXI, ende noch hondertdusent eens bynnen twee iaren te betalen.
Dat die voirs. coninc Kaerl waert tot Aken gecroent
fol. 393v
Ende als tvoirs. consent was gegeven toech die voirs. coninck / nae Hoye by den
bisscop van Ludick ende vandaer tot in der stat van Ludick, daer hy met grooter
eeren waert ingehaelt, ende vandaer toech hy nae Tricht, daer hy oick met groter
pompen ingehaelt waert, ende vandaer toech hy tot Aken, daer hy inquam den
XXIIIen dach in octobri in den voirs. iaer XX, daer hy waert gecroent coninc
van Romen. Ende den XXVIIen dach in octobri reysden hy van Aken nae Coelen,
daer hy waert ingehaelt zeer statelic ende blee¡ tot Coelen totten XIIIIen dach novembris. Ende vandaer reysden hy voirt opwairts om die keyserlycke croen te ontfangen.
Dat tgelt waert afgeset ende weder togelaten te ontfangen
In den voirs. scepenstoel den XXen dach in merte des woensdaigz nae den sondach Iudica nae noen omtrent ter dorder uren soe waert tgelt ter payen met enen
mandament afgeboden. Ende den XVIIen dach iulii daernaest volgende waert by
den keyser gegunnen tgelt weder te moigen ontfangen, zoet had gegaen.
Van der victoren, by gree¡ Felix ende den gree¡ van Nassou gevordert
In den voirs. scepenstoel nae Paesschen soe vergaderden gree¡ Felix ende gree¡
Henrick van Nassouw uuyt beveel van den keyser vele volcx van wapenen ende
beleeden Longy, datse stormenderhant wonnen opten meyedach. Ende toegen
voirts ende wonnen meer slooten die heren Robbrechten van Arenborch toebehoirden, ende wonnen noch een stedeken, geheyten Mesinccoert.
Dat die audste soen heren Robbrechz van Arenborch waert gevangen
Ende daernae omtrent den XVen dach in iunio in den voirs. iaer ende scepenstoel
wonnen zy Floraingy, dwelc was een stedeken met enen sloot daerinne wesende,
1
Vertaling: in dit schepenjaarlegde Everard van Deurne op 16 september (15)21 de eed afop
het ambt van hoogschout van's-Hertogenbosch.
346
1521-1522
daerinne datse vonden den outsten zoen heren Robbrechz voirs., die gevangen
waert gebracht tot Bruessel, daer hy den keyser Kaerle, die omtrent twe oft drie
dagen had geweest ende van Bonen was gecomen, waert gepresenteert ende voirts
in der gevenckenissen gestelt.
Dat een deel Fransoysen worden verslagen
Den XIIIIen dach iulio in den voirs. scepenstoel waerden die Franzoysen, Nauarre
inhebbende, uuyt Nauarre geweltlic verdreven by de Spaengiaerts, diewelcke van
den Franzoysen vele dootsloegen ende vingen. Ende terstont daernae omtrent den
XVIen augusti hadden die Spaengiaerts, liggende voir Baioonen, enen slach tegens die Fransoysen alsoe dat die Spaengiaertz van den Franzoysen nedertogen
IIIIC glavyman endeVIIM voetknechten, als men seeghden.
Dat die geestelycke personen egeen nyewe thienden en moigen opzetten noch
boeren, blyct opten bladeVIC LXXV. /
fol. 394r
Dat die coninc van Deenmarcken quam bynnen deser stat
In den voirs. scepenstoel den XXIen dach van augusto int iaer XXI omtrent der
VIIer1 nae middach quam bynnen deser stat die coninc van Deenmarcken ende
met hem die bisscop van Breemen, hebbende tsamen XX perden ende worden gelogeert in de Roypoirt ende vertogen den vierden dach weder uuyt deser stat nae
Dordrecht.
Dat oirloich waert tusschen den keyser ende den coninc vanVrancryc
Oick in den voirs. scepenstoel den XVIIIen dach in augusto int iaer XXI waert van
skeysers wegen ierst aentast gedaen opVranckryc.
Dat Moyson waert gewonnen ende Maessyers belegen; dat Doernic
belegen wairt
Ende naedien opte Franzoysen aentast was gedaen ende vele slooten ingenomen,
soe wairt van skeysers volck als in septembri int iair XXI bestormpt die stat van
Moyson ende gewonnen die zynde, toech tgeheel heir van Maessyers, daert een
wyle tytz lach ende zynen leger hadde, te wetene aen deen zyde laigen die greven
van Nassou ende die greve van Bueren ende aen dander zyde Franciscus van Zichem ende alse een wyle tytz aldaer hadden gelegen, waerden aldaer vele ruyteren
zieck ende storven van den melyzoen, alsoe dattet heir optoech omtrent den Xen
dach octobris anno XXI ende toogen bornen ende blaicken in Vranckryck ende
voirts nae Doernic, daervoir die Vleminge metter macht toegen ende beleegden
die stat dat daer nyemant uuyt noch inne en mocht. Ende omtrent den XXen dach
octobris int iaer XXI die coninc van Vrancryc openbaerden sich aldaer met vele
volcx, mar hy en vorderden daermede nyet.
1
Aldus hs., lees hierna uur.
347
1521-1522
fol. 394v
Remigii confessoris anno Mo CCCCCo vicesimo primo1 scabini in Buscoducis:
Iohannes de Berckel, obiit in suo scabinatu XVta septembris, Lambertus Bogart,
Geerlacus die Roeuer, Theodericus die Borchgreue ¢lius Theoderici, Iohannes
van den Wyngaert, Iohannes de Rauenscot, Henricus de Dauentria, / Walramus
Dachuerlyes, loco dicti Berkel defuncti, qui prestitit iuramentum XXa septembris.
Aengaet scattinge van den leenen
Den VIIen dach octobris in den voirs. iaer XXI van ons heren des keysers wegen
quamen bynnen deser stat meester Lenart Cotreau ende Victor van der Moelen,
rentmeester int quartier van Den Bosch, als commissarysen die hier metten leenluyden handelden, alsoe datse gaven denVIen penninc van den vruchter hore leenen ende dat den rog, leen wesende, taxeert waert op III stuvers.
Dat Doernic hen opga¡
Den iersten dach decembris in den voirs.2 XXI die van Doernick nae zwaer belech gaven hen op, beheltelicken hen ly¡, mar hoer goet in de goetheit des keysers
ende den XVen dach daernae die van den sloot aldaer gaven hen oic op, beheltelycken ly¡ ende goet.
Dat meester Adriaen vanVtrecht paeus waert
DenVIen dach ianuarii int voirs. iaer XXI waert paeus gecoren meester Adriaen
vanVtrecht ende hy waert coroneert den lesten dach augusti int iaer XXII.
Totten IXen dach toe van ianuario in den voirs. iaer XXI en was geenen winter geweest van vriese, mar op dien dach, wesende donredach, begonst te vriesen ende
des saterdaigz daernae vyele enen groten, zwaren sneeu ende daerop bleeft vriesende, alsoe dat dien sneeu een lange wyle blee¡ liggen ende vyele alleynsen meer
sneeus ende dien vorst duerden zeer lang, dat men lyep over Maze ende Wale.
In den voirs. iaer XXI in ianuario was die merct van den rog V gulden, II stuvers
ende in den merte daernae IIIIÃÙÄ gulden ende lyep oec opV gulden,VIII stuvers.
Int iaer XXII des donredaigz nae Sint-Ians-Baptistendach was die merct van den
rogVI gulden, II stuvers. Ende den XXIIIIen dach iulii int selve iaer XXII was die
merct van den rogVI gulden, nochtans wast vol oext.
Den XVen dach iulii in denselven iaer XXII soe waert die bisscop van Coelen tot
Coelen statelic ingehaelt, dwelcke die van Coelen mosten doen op skeysers acht,
mar evenwael hem incomende soe en was daer mer een straet oepen daer hy doer
reet ende alle andere straten waren met ketthenen gesloten. /
fol. 395r
Van der looteryen
In den voirs. scepenstoel soe is by der voirs. stat opgestelt geweest een looterye,
daira¡ dat men die looten op Sinte-Petersavont ad vincula nae der noenen omtrent ter vierder uren began uuyt te geven ende dat uuytgeven duerden totten
1
2
Vertaling: 21.
Aldus hs., lees hierna iaer.
348
1522-1523
XIXen dach, wesende dynsdach der maent augusti dien dach uuyt totter middernacht toe.
Remigii confessoris anno XVC XXIIo scabini in Buscoducis: Iohannes deVladeracken,Willelmus de Achel, loco Gunterslaer defuncti, qui prestitit iuramentum
XXIIIa decembris, Arnoldus Monix, Godefridus Symonis, Iohannes de Gunterslaer, obiit in suo scabinatu XVIIIa decembris, Goeswinus van der Stegen, Zegerus ¢lius Iohannis Godefridi de Hedel, Lambertus van der Laerscot ¢lius
Willelmi.
Dat die geestelicheit mach copen losrenten
Den vyften dach in septembri int iaer XXI ter begerten van den twee werlycke
Staiten heeft die keyser geconsenteert dat alle geestelycke personen, goidshusen,
gasthusen sullen moigen copen losrenten den penninc om XVIII, XX, nyet hoiger mar wel daeronder; blyct opten bladeVIC XCIIII.
In isto scabinatu feria quinta ante festum Symonis et Iude1 die merct van den rog
V gulden.
Opten Korsavont die merct van den rog IIII gulden, II stuvers.
Van eenre dachvairt
fol. 395v
In den voirs. iaer XVC XXII in augusto int beginsel diere maent waren tot Bruessel ten versuecke van vrouwe Margriete, als regente van den lande, die Staiten
slants van Brabant vergadert, daer hen voir waert gehouden ende aen hen versocht te vercopen XVM Rynsgulden ende penningen daeraf comende, appliceert
tot bewaernisse der landen tegens die Fransoysen ende die Gelderssche, daera¡
by den prelaten waert consenteert IXM gulden te werden vercoft. Die gedeputeerde, dat gehoert hebbende, vertogen thuyswairt ende vergaderden daerop weder daernae omtrent Alreheiligemisse ende en accordeerden nyet. Daernae
omtrent Sinte-Katherynendach vergaderden zy weder tot Bruessel ende en accordeerden nyet. Daernae vergaderden zy weder tot Antwerpen omtrent SinteBarbarendach, daer die van Antwerpen ende Loeuen consenteerden, mar Bruessel noch die stat van Den Bosch nyet. Ende mitz daer egene accort en waert gemaect, vertogen die abden van Tongeloo ende van Sinte-Bernart met Iheromino
van der / Noot, cancellier, ende die gedeputeerde van den steden van Antwerpen
ende quamen bynnen der stat van Den Bosch den Xen dach decembris ende vergaderden des anderendaigz alhier opten raethuse, daer gestelt waren contoren
met zilverwerck, wyn ende dranck, ende die cameren aldaer beneden ende boven
waren ronsomme behangen met gruynen lakenen, daerse dien dach tsamentlic
communiceerden, ende die van Antwerpen ende Loeuen als voir consenteerden.
Die van Bruessel en waren nyet genoch beraden te consenteren. Des anderendaigz vergaderden dese stat in haren drien leden ende daerop communiceert
hebbende, waren die twee ierste leeden genoch gedelibereert te accorderen metten anderen steden, mar die dekens van den ambachten wouden hoir ambachten
1
Vertaling: in dit schepenjaarop donderdag voorhet feest van Simon en Judas (= 25 oktober).
349
1522-1523
fol. 396r
bespreken. dWelck gedaen hebbende, quamen dieselve dekenen des anderendaigz by de twe ierste leden in der raetcameren ende brachten negativum. Dieselve dekenen vergaderden weder by horen ambachten omme beter antwoirt te
brengen. Sy quamen weder ende brachten negativum als voir. Nyettemin den
XVen dach decembris daernae zoe vergaderden dese stat weder in haren drien leden opte selve zake, daerby die gedeputeerde van den anderen drie steden quamen
ende hen aldaer genoch oepelic vercleerden datse van meyningen waren te consenteren totten vercope van een zekere quote. Ende als die dekenen van den ambachten dat hoerden, seeghden zy datse noch hoir ambachten beter wouden
spreken ende hoepten goede antwoirt te brengen. Sy vergaderden weder op hoir
kerchoven opten XVIen dach decembris ende quamen weder ten raide ende
dmeestedeel van hen brachten negativum als voir. Ende als die cancellier voirs.
hoerden derselver dekenen antwoirde, dede hy die gemeyn ambachten als den
XVIIen dach decembris op zekere penen comen op hoir gewoentlycke kerchoven,
daer oick quamen ende die cancellier hem byvueghden iersten ten mynrebruederen ende nae ter predicaren, daer hy hen verhaelden den last ons heren des keysers
ende dat zy gescepen weren rueckeloos overvallen te werden van den Geldersschen, van den Fransoysen, etc. ende datse daeromme het beste wilden doen ende
metten anderen consent /dragen. Ende dat alsoe nae den onderwys den dekenen
by den cancellier gedaen opten selven dach nae der noenen vergaderden dieselve
dekenen hen by den tween yersten leden voirs. ende accordeerden consent te willen dragen totten vercope van VM gulden, onder condicie nochtans dat men hen
gunnen ende versekeren zoude dat men bynnen den twee mylen naest deser stat
van Den Bosch egeen poirtersambachte en zoude doen. Met welcken horen accort die drie leden deser stat den XVIIIen dach decembris in den iaer voirs. gingen
by den voirs. cancellier ende den greve van Bueren ende den anderen Staiten ende
gaven denselven dat te kennen. Ende tselve gehoert hebbende, vertogen die voirs.
Staten als den XIXen dach decembris tsamentlic uuyt deser stat ende elck nae
huys, sonder vordere daerinne te spreken.
Daernae in februario waerden geconsenteert LXXXM gulden terstont te werden
betaelt ende die betalinge daira¡ waert bynnen deser stat in den mert in den vasten gedaen by die van Bruessel, Loeuen ende Antwerpen hier wesende den
knechten ende omtrent Bamisse tevorens waren anticipeert CM gulden, behalven
die loepende bede.
Dat tot Postel seker knechten waerden gehaelt
Den XXen dach decembris wesende saterdach in den iaer voirs. quamen ennige
goede mannen uuyten goidshuys van Postel aen dese stat clachtich datse in den
goidhuys voirs. van een zeker getal blooter boeven ende knechten worden overladen ende belast. Dese stat scicten terstont derwarts metten hoigenscouthet Euerarden van Doern een zeker getal van den alden scutten ende cloevenyers totten
getal van XXXVI die derwarts toegen ende wouden aldaer dieselver knechten,
die hen aldaer op een camer onthielden ende bestonden hen te weren, die scutten
ende cloevenyers vyelen daeraen ende vyngensche ende brachtensche alhier op
wagens gebonden ende diere was zesthien. Daira¡ vier warden opten iairsavont
350
1522-1523
tot Vucht gericht ende op raderen geset ende noch vier daernae den dorden dach
nae iairsdach oic tot Vucht gericht ende op raderen geset ende die andere acht by
composicien ende anderssins ontquamen /
351
Bijlage 1
Lijst met vertaling van vaak voorkomende Latijnse zinsneden en
passages
Remigii confessoris anno v fuerunt scabini in Buscoducis sequentes:
op 1 oktober in het jaar v waren de volgende personen schepen in 's-Hertogenbosch
Remigii confessoris anno v scabini fuerunt hii:
op 1 oktober in het jaar v waren deze personen schepen
loco v ¢endo sculteto:
in plaats van v, die schout werd
loco pro v defuncto:
in plaats van v, die overleden is
qui obiit (in suo scabinatu):
die overleed (tijdens zijn ambtsperiode als schepen)
qui prestitit iuramentum:
die de eed a£egde
burgimagistri seu receptores:
burgemeesters of ontvangers
burgimagistri seu receptores (solum) nomine et absque (onere et) regimine quia
infrascripti sex viri electi habuerunt onus policie:
burgemeesters of ontvangers (slechts) in naam en zonder (last en) bestuurstaak,
omdat de ondergeschreven zes gekozen mannen de bestuurstaak hadden
burgimagistri seu receptores (nomine et) secundum quid:
burgemeesters of ontvangers (in naam en) zoals wat voorzegd is
receptores nomine ut supra (quia dicti sex habebant adhuc eorum regimen):
ontvangers in naam als boven (omdat genoemde zes tot nu toe zelf de bestuurstaak hadden)
prout in acta (carta/littera) incipiente, desuper expedita:
zoals in een akte beginnend, daarover uitgevaardigd
prout in (certis) aliis litteris/instrumentis:
zoals in een (zekere) andere akte (of (zekere) andere akten)
prout in litteris (comprehensis) ad signum v et folio v:
zoals in een akte, (staand) bij het teken v en op folio v
prout in litteris (gallicis) incipientibus v et comprehensis folio v et ad signum v:
zoals in een (Franse) akte, beginnend v en staand op folio v en bij het teken v
353
prout premissa in dicto previlegio lacius continentur, quodquidem previlegium
comprehenditur v:
zoals de voorschreven zaken in genoemd privilege uitvoeriger aan bod komen,
welk privilege staat v
quequidem carta comprehenditur folio v et ad signum v:
welke akte staat op folio v en bij het teken v
ad idem:
betre¡ende hetzelfde
(omnino) ut supra:
(geheel) als boven
prima, ultima, penultima:
eerste, laatste, voorlaatste
tempore iamdicti scabinatus:
ten tijde van voornoemd schepenjaar
ut inibi (et folio):
zoals daar staat (en op folio)
354
Bijlage 2
Lijst van signa
De tekens (= signa) in onderstaande lijst corresponderen met de in de kroniek
genoemde signa en zijn iets verkleind afgebeeld. In de tekst is elk signum tussen
haken weergegeven door een ½-teken gevolgd door een rangnummer.
½1=
½ 12 =
½ 23 =
½2=
½ 13 =
½ 24 =
½3=
½ 14 =
½ 25 =
½4=
½ 15 =
½ 26 =
½5=
½ 16 =
½ 27 =
½6=
½ 17 =
½ 28 =
½7=
½ 18 =
½ 29 =
½8=
½ 19 =
½ 30 =
½9=
½ 20 =
½ 31 =
½ 10 =
½ 21 =
½ 32 =
½ 11 =
½ 22 =
½ 33 =
355
Cartularium met signum.
's-Gravenhage, KB, hs. nr. 131 D 26, band 1 fol. 28r
356
Bijlage 3
Concordantie van kroniek en cartularium
De kroniek van Peter van Os is voor de diplomatische stukken gebaseerd op een
cartularium in twee banden.1 Om dit cartularium met veel onuitgegeven veertiende- en vijftiende-eeuws materiaal over 's-Hertogenbosch nader toegankelijk
te maken is deze concordantie toegevoegd. De beschrijving van het cartularium is
vooral toegespitst op de relatie met de kroniek.
Beschrijving
Beide banden zijn op papier geschreven dat dezelfde watermerken heeft als het
papier van de beschreven folia van de kroniek. Ze hebben elk een eigen inhoudsopgave en zijn doorlopend gefolieerd met Romeinse cijfers. Het komt veelvuldig
voor dat verschillende folia eenzelfde folionummer hebben. De reden hiervan is
onduidelijk. Een latere hand heeft een a-b-c-onderscheid toegevoegd, waarvan in
de concordantie gebruik is gemaakt. In het cartularium staan niet alleen oorkonden, maar ook andere stukken, zoals bijvoorbeeld eden. De oorkonden zijn doorgaans